Bijlage 1 en 2 - Toelichting Paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland met Beleidsplan 'Verruimen begrip huishouden'
Tekst van het document
Paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland
Paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1
Inleiding
4
Hoofdstuk 2
Achtergronden
5
Hoofdstuk 3 Regeling wonen 3.1 Het begrip "wonen" 3.2 Eén afzonderlijk huishouden 3.3 Begrip "woonhuis"
7 7 7 8
Hoofdstuk 4
Beleid en Omgevingsaspecten
9
Hoofdstuk 5
Juridische vormgeving
10
Hoofdstuk 6
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
11
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Beleidsnota 'Verruimen begrip huishouden' Bijlage 2 Memo Parapluplan 'wonen in bestemmingsplan'
2
13 14 24
NL.IMRO.0090.P2021GSL006-0401
Paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland
Toelichting
NL.IMRO.0090.P2021GSL006-0401
3
Paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland
Hoofdstuk 1
Inleiding
De plansystematiek van de huidige bestemmingsplannen in Smallingerland maakt het onbedoeld mogelijk dat woningen kunnen worden gebruikt voor kamerverhuur of zelfs kunnen worden gesplitst. Hoewel er een beperkt aantal gevallen bekend is, is dit een ontwikkeling die de gemeente wil tegengaan. Het gebruik van woningen door meerdere huishoudens die daar eigenlijk niet voor bedoeld zijn, levert in potentie een hogere kans op overlast op. Kamerbewoning en woningsplitsing resulteert in de meeste gevallen in een verdichting van het aantal eenpersoonshuishoudens. Ieder huishouden heeft zijn eigen levensgewoonten en dag- en nachtritme. Hoe meer huishoudens in een woning, des te groter de kans dat afwijkend gedrag ontstaat waar de omgeving last van kan krijgen, zoals parkeeroverlast en geluidsoverlast. In het verleden zijn verschillende verzoeken tot het vestigen van personen anders dan een 'doorsneegezin' (bijvoorbeeld arbeidsmigranten of studenten) in een woning afgewezen in de veronderstelling dat de geldende bestemmingsplannen het goed afgedekt hadden. Uit een recente uitspraak van de Raad van State blijkt dat een groot deel van de gemeenten in Nederland geen kamerverhuur heeft geregeld in de bestemmingsplannen. Ook blijkt uit een bezwaarprocedure bij de gemeente Smallingerland dat op grond van bepaalde bestemmingsplannen appartementen op de verdieping toegestaan zijn.
Het is daarom gewenst om als gemeente handvatten te hebben waaraan kamerverhuur en appartementen op de verdieping getoetst kunnen worden. Maar ook om het hebben van een toetsingskader voor huisvesting studenten en arbeidersmigranten en voor mantelkangoeroewoningen.Zo behoud je als gemeente de goede ruimtelijke ordening en heb je duidelijke handhavingsinstrumenten. Het college van B&W heeft voor de volgende aanpak gekozen; 1. het verbieden van het splitsen van woningen zodat onzelfstandige woonruimtes ontstaan; raadsbesluit d.d. 10 december 2019), en 2. het maken van regels en beleid om kamerverhuur en wonen op de verdieping in bepaalde gevallen wel toe te staan. In voorliggend bestemmingsplan wordt voorzien in een juridische regeling voor de beschreven problematiek.
4
NL.IMRO.0090.P2021GSL006-0401
Paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland
Hoofdstuk 2
Achtergronden
Om juridisch grip te krijgen op de knelpunten in de geldende bestemmingsplannen is eerst geanalyseerd waar de knelpunten zitten. Het gaat hierbij specifiek om knelpunten binnen de woonbestemming(en) in de geldende bestemmingsplannen. a. In de geldende bestemmingsplannen van gemeente Smallingerland ontbreekt het begrip "wonen". Volgens recente jurisprudentie (onder andere ECLI:NL:RVS:2019:192, d.d. 23 januari 2019) geldt dat het ontbreken van een definitie van het begrip "wonen" gevolgen heeft voor de uitleg van dat begrip. Bij het ontbreken van de definitie "wonen" wordt door de Raad van State teruggegrepen op het algemeen spraakgebruik danwel op de uitleg zoals die is opgenomen in de Van Dale. De Raad van State stelt daarom vast dat het hierbij ook kan gaan om kamerverhuur in de vorm van de huisvesting van tijdelijke werknemers of studenten. Het is natuurlijk gewenst om het "wonen in een woning" zoals dat doorgaans plaatsvindt, toe te staan. Denk hierbij aan bewoning door een gezin. In het licht van een bestemmingsplan is met "wonen" bedoeld om de huisvesting van één (afzonderlijk) huishouden mogelijk te maken, zoals dit is beschreven in het begrip "woning" dat wel in de verschillende bestemmingsplannen is opgenomen. Onder "woning" wordt verstaan: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
De koppeling tussen "wonen" en "woning" ontbreekt in de geldende bestemmingsplannen, waardoor vele (ongewenste) vormen van wonen kunnen ontstaan zonder dat sturing hierop mogelijk is. b. In de geldende bestemmingsplannen is het begrip "één (afzonderlijk) huishouden" niet gedefinieerd. Ook dat blijkt een tekortkoming. In zo'n geval sluit de Raad van State aan bij de definitie van Van Dale (onder andere ECLI:NL:RVS:2017:3029, 8 november 2017) en wordt teruggegrepen op het algemene spraakgebruik (onder andere 201011978/1/R3, 30 november 2011). Van één huishouden is sprake indien het vaste verband tussen bewoners alsmede de continuïteit en onderlinge verbondenheid tussen hen is vast komen te staan. Wannéér sprake is van een huishouden moet volgens de Raad van State per geval worden beoordeeld. Een optelsom van feiten leidt tot de conclusie of er al dan niet sprake is van een huishouden. De beoordeling per geval komt met name voort uit het feit dat de continuïteit en onderlinge verbondenheid tussen bewoners geen vaststaand gegeven is, maar iedere individuele keer onderbouwd moet worden. Het is soms ook wel prettig dat in de geldende bestemmingsplannen geen definitie voor "één (afzonderlijk) huishouden" is opgenomen, want het geeft een bepaalde mate van flexibiliteit. Ook minder traditionele vormen van een huishouden zijn dan toegestaan.
Daar staat tegenover dat in geval van handhaving er geen (directe) duidelijkheid bestaat op welke wijze moet worden gehandhaafd en daardoor willekeur op de loer ligt. c. In de geldende bestemmingsplannen is wel een definitie voor “woonhuis” opgenomen. Onder “woonhuis” wordt verstaan: “een gebouw van ten hoogste drie bouwlagen met in beginsel één woning (of meerdere woningen met een eigen toegang op de verdiepingsvloer(en)), dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden”. Op grond van deze definitie is het echter toegestaan om in een gebouw van ten hoogste drie bouwlagen meerdere woningen te vestigen. Dit is evenwel niet de bedoeling. Het toegestane aantal woningen wordt namelijk gereguleerd via de bouwregels van de woonbestemming. In de bouwregels is opgenomen: “binnen een bouwvlak mag maximaal één woonhuis worden gebouwd, behalve als ter plaatse de aanduiding "maximum aantal wooneenheden" is aangegeven. In dat geval mogen er niet meer woonhuizen in het bouwvlak worden gebouwd dan in de aanduiding als maximum is aangegeven”. De definitie “woonhuis” maakt het mogelijk dat het woningaantal kan toenemen, zonder dat sturing hierop mogelijk is. d. Ter illustratie het volgende: In het centrumgebied van Drachten komt regelmatig splitsing van een groter appartement naar meerdere kleine(re) appartementen voor.
Voor het centrum van Drachten geldt het bestemmingsplan Centrum Drachten, vastgesteld op 6 september 2011. Een groot deel
NL.IMRO.0090.P2021GSL006-0401
5
Paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland
van het plangebied is bestemd voor ‘Centrum’. Eén van de toegestane functies in de bestemming ‘Centrum’ is het wonen naast diverse andere toegestane functies. De bouwregels stellen echter geen beperking aan het toegestane aantal woningen. Dit betekent dat het woningaantal op basis van het bestemmingsplan niet is geregeld. Splitsing van een groter appartement in meerdere kleine(re) appartementen kan plaatsvinden, zonder dat sturing hierop mogelijk is.
6
NL.IMRO.0090.P2021GSL006-0401
Paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland
Hoofdstuk 3 3.1
Regeling wonen
Het begrip "wonen"
Om binnen de kaders van de jurisprudentie een gewenste invulling te kunnen geven aan het begrip “wonen”, moet een koppeling tot stand komen met het begrip “woning”. Zo wordt gerepareerd dat het wonen in een (bedrijfs- of tussen)woning, woonhuis of woongebouw mag, zolang er maar sprake is van de huisvesting van één (afzonderlijk) huishouden. De bovenstaande reparatie biedt ook de kans om te regelen dat het wonen alleen voor permanente bewoning is. Daarmee kan ongewenst (verblijfs)recreatief gebruik in woningen als Air-bnb worden voorkomen. Om sturing op ongewenste vormen van het wonen mogelijk te maken, worden de volgende begrippen aan de geldende bestemmingsplannen toegevoegd: a. wonen: het huisvesten van één (afzonderlijk) huishouden in een (bedrijfs- of tussen)woning, woonhuis of in een woning van een woongebouw, waarbij een (bedrijfs- of tussen)woning, woonhuis of een woning in een woongebouw uitsluitend mag worden gebruikt voor permanente bewoning; b. permanente bewoning: het gebruik van een (bedrijfs- of tussen)woning, woonhuis of een woning in een woongebouw als vaste woonplaats; c.
vaste woonplaats: woonplaats van degene die op het betreffende adres staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie, het adres waar de post wordt bezorgd en waarbij tevens uit het geheel van feiten en omstandigheden blijkt dat het betreffende adres als zijn of haar centrale levensplaats fungeert.
3.2
Eén afzonderlijk huishouden
Op grond van jurisprudentie is ten aanzien van de definitie “één (afzonderlijk) huishouden” gewerkt met een feitelijke invulling van het kader ‘het vaststellen van het vaste verband tussen bewoners alsmede de continuïteit en onderlinge verbondenheid tussen hen”. Hoewel het voorgaande kader een vaste lijn in de jurisprudentie is, geeft het onvoldoende duidelijke grondslag voor handhaving. Immers, er zal steeds per geval een afweging gemaakt moeten worden of sprake is van één huishouden. Om een goede basis voor handhaving van het begrip “één (afzonderlijk) huishouden” te leggen, is aan de geldende bestemmingsplannen een strakke definitie van huishouden toegevoegd. De definitie biedt weinig ruimte voor afweging, waardoor de duidelijkheid in het kader van de handhaving van de definitie voorop staat. De definitie heeft mede tot doel om overlast in (woon)wijken te voorkomen. Feitelijk is aansluiting gezocht bij de traditionele vorm van één huishouden (ouders en kinderen). Het verschil met de voorgestelde definitie zit in de zinsnede "één of twee personen…". Dit is breder dan alleen de ouders, het kunnen onder andere ook twee huurders of tijdelijke werknemers betreffen. De keuze hiervoor is gemaakt, omdat de doelen 'handhaafbare definitie' en 'voorkomen van overlast' worden nagestreefd.
Vanuit de opgave om in de geldende bestemmingsplannen een duidelijk handhaafbare definitie van "huishouden" op te nemen, is het volgende begrip aan de geldende bestemmingsplannen toegevoegd: één of twee personen, al dan niet met hun biologische, geadopteerde, pleeg- en/of kleinkinderen, die gebruik maken van één (bedrijfs- of tussen)woning, woonhuis of een woning in een woongebouw.
NL.IMRO.0090.P2021GSL006-0401
7
Paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland
3.2.1
Beleid 'huishouden' en het 'kangoeroewonen'
De hiervoor gegeven definitie van huishouden is wat beperkt. Er zijn type huishoudens die op zich acceptabel zijn, maar die niet voldoen aan de hiervoor weergegeven definitie. Gemeente Smallingerland heeft daarom beleid opgesteld in de vorm van een beleidsnota 'Verruimen begrip huishouden' waarmee de in de jurisprudentie gehanteerde definitie van huishouden (het vaststellen van een vast verband tussen bewoners evenals de continuïteit en onderlinge verbondenheid tussen hen) verder is uitgewerkt (zie ook bijlage 1 bij deze toelichting). Dat beleid dient als grondslag voor het bieden van ruimte voor een bredere uitleg van de definitie "huishouden", zoals die is toegevoegd in de geldende bestemmingsplannen. Daarin is ook het generatiewonen meegenomen. Met generatiewonen (bijzondere vorm van huishouden) wordt het samenwonen bedoeld van één of meer generaties in een bestaande woning, zodat de (zorg)taken in familieverband met elkaar kunnen worden gedeeld, waarbij onder generaties wordt verstaan: (over)grootouders, (schoon)ouders, (pleeg- en adoptie-)kinderen, kleinkinderen, broers en zussen. Via het opgestelde beleid kan de nodige flexibiliteit worden geboden, waarbij wel altijd sprake is van een afweging. Via het beleid (als grondslag voor afwegen) is sturing door de gemeente mogelijk op minder traditionele vormen van het begrip "huishouden".
Tegelijkertijd biedt het beleid een flexibele invulling van het begrip "huishouden", rechtdoende aan de jurisprudentie van de Raad van State. Het beleid is toegevoegd aan de geldende bestemmingsplannen door middel van een afwijking van de gebruiksregels. De afwijkingsregel biedt de mogelijkheid om in concrete situaties af te wijken van het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het afwijken kan bijvoorbeeld gaan om het toestaan van meerdere personen (zoals arbeidsmigranten of studenten) in een woning. Voorwaarde voor het afwijken is dan ook dat is voldaan aan het geldende beleid zoals dat blijkt uit de beleidsnota 'Verruimen begrip huishouden', dan wel diens rechtsopvolger. Juridisch gezien gaat het om een zogenoemde “dynamische beleidsverwijzing”. De Wet ruimtelijke ordening schrijft voor dat de dynamische beleidsverwijzing gekoppeld moet zijn aan een bevoegdheid, zoals een afwijking van de gebruiksregels. De voorgestelde toevoeging aan de geldende bestemmingsplannen voldoet aan de wet. Dit werkt in de praktijk als volgt: wanneer een huishouden niet voldoet aan de begripsbepaling zoals die in het bestemmingsplan is opgenomen (er is geen sprake van twee personen maar bijvoorbeeld van drie personen met hun kinderen), kan het college van B&W na toetsing aan de beleidsnotitie een omgevingsvergunning voor het afwijken van de regels van het bestemmingsplan verlenen.
Op deze manier kan de gemeente Smallingerland sturen. Wanneer in de praktijk type huishoudens worden gevormd die op zich acceptabel zijn, maar die niet binnen de regels van het bestemmingsplan en ook niet binnen de kaders van de beleidsnota vallen, kan de gemeente besluiten om de inhoud van de beleidsnota 'Verruimen begrip huishouden' aan te passen. Zo blijft het beleid steeds actueel, zonder dat dit via lange bestemmingsplanprocedures moet worden aangepast.
3.3
Begrip "woonhuis"
De definitie van “woonhuis” is in tegenspraak met de bouwregels van de woonbestemmingen. Op basis van de bouwregels is het uitgangspunt dat één woonhuis is toegestaan of het aantal woonhuizen dat door middel van een aanduiding op de verbeelding is weergegeven, terwijl op grond van de definitie “woonhuis” meerdere woningen zijn toegestaan. Vanuit de wens om de definitie van woonhuis op één lijn te brengen met de bouwregels in de woonbestemmingen, wordt het begrip “woonhuis” in de geldende bestemmingsplannen als volgt aangepast: een gebouw woning van ten hoogste drie bouwlagen met in beginsel één woning (of meerdere woningen met een eigen toegang op de verdiepingsvloer(en)), dat die qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.
8
NL.IMRO.0090.P2021GSL006-0401
Paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland
Hoofdstuk 4
Beleid en Omgevingsaspecten
Om de uitvoerbaarheid van een planvoornemen te onderbouwen, is het in beginsel noodzakelijk dat het planvoornemen wordt getoetst aan het geldende rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid en aan de omgevingsaspecten. Hierbij wordt ervan uit gegaan dat het planvoornemen ontwikkelingen mogelijk maakt. Het voorliggende paraplubestemmingsplan is echter een aanpassing van de juridische regels die er al gelden. Er is dan ook geen sprake van een planologische ontwikkeling, maar van een herstel van enkele omissies in de geldende regels voor het wonen. Voor het geldende beleid en de omgevingsaspecten wordt dan ook verwezen naar de onderliggende geldende plannen.
NL.IMRO.0090.P2021GSL006-0401
9
Paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland
Hoofdstuk 5
Juridische vormgeving
Het voorliggende paraplubestemmingsplan is een partiële herziening van de onderliggende geldende bestemmingsplannen. Het plan bestaat uit een toelichting, verbeelding en regels. Voor deze partiële herziening zijn de regels van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) toegepast. Met deze standaard worden de regels en de verbeelding zodanig opgebouwd en ingericht dat ruimtelijke plannen goed met elkaar kunnen worden vergeleken.
10
NL.IMRO.0090.P2021GSL006-0401
Paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland
Hoofdstuk 6
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
Het voorliggende parapluplan wordt als ontwerp bestemmingsplan in procedure gebracht. De ingekomen zienswijzen worden behandeld als onderdeel van het vaststellingsbesluit. Het vaststellingsbesluit wordt t.z.t. onderdeel van het voorliggende plan.
NL.IMRO.0090.P2021GSL006-0401
11
Paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland
12
NL.IMRO.0090.P2021GSL006-0401
Paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland
Bijlagen bij de toelichting
NL.IMRO.0090.P2021GSL006-0401
13
Paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland
Bijlage 1 Beleidsnota 'Verruimen begrip huishouden'
14
NL.IMRO.0090.P2021GSL006-0401
Beleidsnota 'Verruimen begrip huishouden'
1. Inleiding De huidige bestemmingsplannensystematiek in Smallingerland maakt het onbedoeld mogelijk dat woningen kunnen worden gebruikt voor kamerverhuur of zelfs kunnen worden gesplitst. Wanneer meer huishoudens in een woning verblijven die daarvoor niet is bedoeld, neemt de kans toe dat hinderlijk gedrag voor de omgeving ontstaat, zoals parkeeroverlast en geluidsoverlast. Het is gewenst om als gemeente handvatten te hebben waaraan kamerverhuur en woningsplitsing getoetst kunnen worden. Zo behoud je als gemeente de goede ruimtelijke ordening en heb je duidelijke handhavingsinstrumenten. Om een en ander verder uit te werken in de geldende bestemmingsplannen, is eerder de memo ‘Wonen in het bestemmingsplan’ opgesteld. De memo geeft gedetailleerd aan op welke manier de geldende bestemmingspannen moeten worden aangepast en is als bijlage bij deze nota toegevoegd. Een van de in de memo voorgestelde aanpassingen is het opnemen van een begrip ‘huishouden’ in de geldende bestemmingplannen. Om hieraan inhoud te geven, wordt een paraplubestemmingsplan ‘Wonen in Smallingerland’ vastgesteld waarmee het begrip ‘huishouden’ aan de geldende bestemmingsplannen kan worden toegevoegd.
Het begrip ‘huishouden’ wordt dan als volgt gedefinieerd: ‘één of twee personen, al dan niet met hun biologische, geadopteerde, pleeg- en/of kleinkinderen, die gebruik maken van één (bedrijfs- of tussen)woning, woonhuis of een woning in een woongebouw’. Het gaat hier om een strakke definitie van huishouden. De definitie biedt weinig ruimte voor afweging, maar die keuze is bewust gemaakt om duidelijkheid te kunnen bieden bij de handhaving van de definitie. Doel van deze beleidsnota In het paraplubestemmingsplan wordt bepaald dat woningen uitsluitend door één huishouden mogen worden bewoond. En omdat een huishouden is gedefinieerd overeenkomstig de hiervoor weergegeven omschrijving, zijn daarmee uitsluitend ‘traditionele’ huishoudens toegestaan. Tegelijkertijd staat in datzelfde bestemmingsplan dat hiervan mag worden afgeweken, zodat ook andere minder traditionele huishoudens kunnen worden toegestaan.
Deze beleidsnota is opgesteld om in samenhang met de toepassing van het paraplubestemmingsplan ‘Wonen in Smallingerland’ ruimte te bieden om van het strakke begrip ‘huishouden’ te kunnen afwijken. Door middel van het voorliggende beleid wordt de nodige ruimte voor afweging gecreëerd, zodat ook minder traditionele vormen van een huishouden tot de mogelijkheden behoren. Voor de minder traditionele vormen van een huishouden wordt een maatwerkafweging gemaakt. Deze beleidsnota gaat alleen in op een bredere toepasbaarheid van het begrip ‘huishouden’ en biedt uitdrukkelijk geen grondslag voor bijvoorbeeld extra bouwrechten. Ook ontstaat er door de toepassing van het beleid geen (recht op) een extra woning ten opzichte van het aantal woningen wat op de betreffende locatie is toegestaan. De beleidsnota geeft geen handvatten voor het sturen van woningsplitsing op plaatsen waar dat mogelijk wel zou kunnen. Inkadering Bij het opstellen van deze nota is rekening gehouden met de gerechtelijke uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (hierna: de Afdeling) over het begrip ‘huishouden’. Het gaat hier om uitspraken in zaken waarbij sprake was van bestemmingsplannen waarin een definitie van ‘huishouden’ ontbrak. Er is in deze jurisprudentie een algemene redeneerlijn over de invulling van het begrip ‘huishouden’ ontstaan, het algemene afwegingskader.
Maar er is ook jurisprudentie per concrete situatie beschikbaar, zoals bijvoorbeeld voor de huisvesting van buitenlandse werknemers. Deze beleidsnota geeft in het verlengde van die jurisprudentie ruimte voor een afweging in algemene zin, maar geeft ook aanvullende voorwaarden op die algemene afweging. De aanvullende voorwaarden zijn van toepassing op de volgende specifieke en met enige regelmaat voorkomende situaties:
huisvesting van buitenlandse werknemers;
huisvesting van studenten;
huisvesting in het kader van mantelzorg;
het kangoeroewonen.
Er zijn natuurlijk ook andere specifieke situaties denkbaar, maar daarvoor geldt in deze nota alleen het algemene afwegingskader. Voor zowel het algemene als het specifieke afwegingskader geldt dat de genoemde criteria niet uitputtend zijn, maar juist ook nog ruimte bieden voor interpretatie. Deze interpretatie vindt plaats door middel van de geformuleerde hoofddoelen, die altijd betrokken moeten worden bij de maatwerkafweging. Op deze wijze blijft het beleid actueel, is het beleid flexibel en kan worden ingesprongen op nu nog niet voorziene situaties en/of ontwikkeling in de jurisprudentie.
datum 11-03-2021
2
2. Waar is het voorliggende beleid van toepassing? Een ‘huishouden’ is gerelateerd aan de gevoelige functie wonen (ook bedrijfswonen). Het meest voor de hand liggend is dan ook om de verbinding te leggen met die locaties waar al een huishouden op grond van het bestemmingsplan is toegestaan. Maar dat hoeft natuurlijk niet. Dit beleid kan ook worden toegepast bij een (nu nog) kruimelgevallenprocedure voor de wijziging van het gebruik. Dan vindt er voor de gebruikswijziging een RO-afweging plaats. Algemeen afwegingskader Het beleid is van toepassing: a.
op de huidige (bedrijfs)woningen en de daarbij behorende aan-, uit- en bijgebouwen binnen de gehele gemeente. Het beleid is niet van toepassing op (agrarische) bedrijfsbebouwing;
b.
op die plekken waar het op grond van het geldende bestemmingsplan toegestaan is een huishouden te vestigen;
c.
in combinatie met een gebruikswijziging.
Specifiek afwegingskader voor concrete situaties a.
Huisvesting van buitenlandse werknemers: gehele gemeente waar het op grond van het bestemmingsplan is toegestaan om een huishouden te vestigen, mits beperkt qua aantal woningen per straat met dezelfde straatnaam.
b.
Huisvesting van studenten: bij voorkeur in het centrumgebied van Drachten en daar bij voorkeur op de verdieping, maar binnen de bestemming Wonen kan ook de begane grond worden gebruikt. Elders kunnen studenten ook in de woonbuurten worden gehuisvest, mits beperkt qua aantal woningen per straat met dezelfde straatnaam. Studenten moeten door middel van een inschrijfbewijs van hun opleiding kunnen aantonen dat ze daadwerkelijk student zijn.
c.
Huisvesting in het kader van mantelzorg: gehele gemeente, waar het op grond van het bestemmingsplan is toegestaan om een huishouden te vestigen.
d.
Huisvesting in het kader van kangoeroewonen: gehele gemeente, waar het op grond van het bestemmingsplan is toegestaan om een huishouden te vestigen.
datum 11-03-2021
3
3. Beleidskader Algemeen beleidsmatig afwegingskader ‘huishouden’ Zoals gezegd gelden er twee hoofddoelen bij de afweging of een ander type huishouden kan worden toegestaan dan het traditionele huishouden: 1.
De uitkomst van de afweging moet voldoende houvast bieden voor handhaving.
2.
Overlast op de omgeving moet worden voorkomen.
Om de hoofddoelen te waarborgen zal per geval een afweging gemaakt moeten worden, juist omdat er veelal sprake zal zijn van maatwerk. Belangrijk is dan ook dat bij elke maatwerkafweging steeds de hoofddoelen worden betrokken als zijnde het eindresultaat van de afweging. Het algemene afwegingskader voor de uitleg van het begrip ‘huishouden’ in dit beleid sluit aan op de vaste jurisprudentie van de Afdeling. Op basis daarvan wordt de volgende definitie van huishouden gehanteerd: ‘het vaststellen van een vast verband tussen bewoners én de continuïteit en onderlinge verbondenheid tussen hen’. Het is duidelijk dat de definitie van de Afdeling meer ruimte biedt dan het strakke begrip ‘huishouden’ dat aan de geldende bestemmingsplannen via het paraplubestemmingsplan ‘Wonen in Smallingerland’ is toegevoegd. Er is dan ook aansluiting gezocht bij de criteria zoals de Afdeling die toepast:
het vaststellen van een vast verband tussen bewoners en
de continuïteit en onderlinge verbondenheid tussen hen.
Bij de beoordeling van de specifieke situaties worden de onderstaande algemene afwegingscriteria betrokken: 1.
Er wordt (voor de lange duur) een gemeenschappelijke huishouding gevoerd.
2.
Er wordt voor onbepaalde tijd samengeleefd.
3.
Er is sprake van gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer.
4.
Er is sprake van een affectieve of familiaire band met elkaar.
5.
Er is sprake van een vaste woonplaats1 door iedereen op het opgegeven adres .
6.
Personen worden niet door een instelling geplaatst.
1
‘hoofdverblijf’: het adres waarop iemand ingeschreven staat, opgenomen in de gemeentelijke Basisregistratie
personen.
datum 11-03-2021
4
Specifieke beleidsmatig afwegingskader voor concrete situaties Voorop gesteld wordt dat ook bij het hierna weergegeven specifieke afwegingskader de hoofddoelen betrokken moeten worden: 1.
De uitkomst van de afweging dient voldoende houvast voor handhaving te bieden.
2.
Overlast op de omgeving dient voorkomen te worden.
Daarnaast kan ook het algemeen afwegingskader betrokken worden bij de afweging. Voor een aantal situaties gelden gerichte criteria voor het afwijken van het begrip ‘huishouden’ zoals dat is beschreven in de geldende bestemmingsplannen. Deze criteria zijn een nadere invulling van de eerder beschreven jurisprudentie. Het gaat hierbij om de concrete situaties: a.
Huisvesting van buitenlandse werknemers.
b.
Huisvesting van studenten.
c.
Huisvesting in het kader van mantelzorg.
d.
Huisvesting in het kader van kangoeroewonen.
Ad a Huisvesting van buitenlandse werknemers Buitenlandse werknemers hoeven zich niet in te schrijven in de gemeentelijke basisregistratie. Dat is pas verplicht wanneer ze vier maanden of langer in de gemeente verblijven. Hierdoor is het lastig vast te stellen hoeveel buitenlandse werknemers in een woning wonen. Waar het gaat om buitenlandse werknemers is het goed om heldere voorwaarden te stellen waaraan voldaan moet worden. Als uitgangspunt wordt het oorspronkelijke hoofdgebouw genomen. Dit is het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd. De voorwaarden die in elk geval bij de afweging betrokken moeten worden, zijn: 1.
Er zijn niet meer buitenlandse werknemers toegestaan dan het aantal slaapkamers dat in het oorspronkelijke hoofdgebouw aanwezig is;
2.
In afwijking van het gestelde onder 1 mag een koppel dat door een huwelijksovereenkomst of samenlevingscontract kan tonen dat ze een stel zijn, gezamenlijk één slaapkamer gebruiken;
3.
Niet meer dan 5% van het aantal woningen in een straat met dezelfde straatnaam komt in aanmerking voor de huisvesting van buitenlandse werknemers;
4.
De woonruimte moet voldoen aan de regels genoemd in het Bouwbesluit 2012 dan wel diens rechtsopvolger.
datum 11-03-2021
5
Ad b Huisvesting van studenten In de toekomst wil de gemeente Smallingerland dat Drachten zich richt op de huisvesting van studenten. Daarbij hoort de mogelijkheid om, onder voorwaarden, kamers te verhuren. De voorwaarden die in elk geval bij de afweging betrokken moeten worden zijn: 1.
In het centrumgebied van Drachten, dat de voorkeur heeft voor wonen door studenten, kan wonen binnen de bestemming Centrum en Kantoren op de verdieping worden toegelaten. Binnen het centrumgebied kan wonen ook op de begane grond binnen de bestemming Wonen worden toegelaten.
2.
In woonbuurten buiten het centrum van Drachten en ook in andere plaatsen dan Drachten geldt in tegenstelling tot het centrumgebied aanvullend dat niet meer dan 5% van het aantal woningen in een straat met dezelfde straatnaam in aanmerking komt voor de huisvesting van studenten;
3.
Er zijn niet meer studenten toegestaan dan het aantal slaapkamers dat in het oorspronkelijke hoofdgebouw aanwezig was;.
4.
De woonruimte moet voldoen aan de regels genoemd in het Bouwbesluit 2012 dan wel diens rechtsopvolger.
Ad c Huisvesting in het kader van mantelzorg Voor mantelzorgwonen is al veel wettelijk geregeld, waardoor mantelzorgwonen in sommige gevallen vergunningsvrij is. In deze beleidsnota gaat het om die situaties die ingevolge bijlage II van het Besluit omgevingsrecht niet vergunningsvrij zijn toegestaan. Bij de huisvesting in het kader van de mantelzorg staat het element ‘zorg’ centraal. Onder mantelzorg wordt verstaan: ‘intensieve zorg of ondersteuning die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond’. De behoefde aan mantelzorg blijkt dus altijd uit de afgegeven verklaring. Voor het mantelzorgwonen geldt geen leeftijdgrens. De voorwaarden die gelden voor het mantelzorgwonen zijn: 1.
De mantelzorgwoning mag bewoond worden door maximaal twee personen, van wie minstens één persoon mantelzorg ontvangt of verleent;
2.
Het wonen in een aan- of bijgebouw is toegestaan mits het aantal vierkante meters voor bijgebouwen niet wordt overschreden;
3.
Er is geen sprake van een nieuw adres;
datum 11-03-2021
6
4.
Er moet sprake zijn van enige sociale binding;
5.
Als de mantelzorgrelatie eindigt, mag het bouwwerk niet langer gebruikt worden als woning. De woning hoeft niet te worden afgebroken, maar de keuken en badkamer (indien aanwezig) moeten worden verwijderd.
6.
De woonruimte moet voldoen aan de regels genoemd in het Bouwbesluit 2012 dan wel diens rechtsopvolger.
Ad d Huisvesting in het kader van kangoeroewonen Bij kangoeroewonen gaat het meer om bijzondere woonvormen, dus een alternatieve invulling van het begrip ‘huishouden’ in een oorspronkelijk hoofdgebouw. Een daarvan is ook het mogen inwonen bij kinderen, overige familie of bij een relatie waar geen sprake is van een familieband. In het laatste geval kan gedacht worden aan het inwonen bij goede vrienden (sociale relatie). In deze gevallen hoeft zorg nog niet nodig te zijn maar is er alleen een sociale behoefte. Voor het kangoeroewonen geldt geen leeftijdgrens. Dit is logisch omdat er bij alle leeftijden een (sociale) behoefte kan bestaan. Het kangoeroewonen wordt beschouwd als één huishouden in het oorspronkelijke hoofdgebouw. Er is dan ook één woning toegestaan. De voorwaarden die gelden voor kangoeroewonen: 1.
Er is sprake van een ondergeschikte één of tweepersoonswoning die een in- of aangebouwd deel uit maakt van een woning of ondergebracht is in een bijgebouw behorende bij de woning;
2.
Het wonen in een aan- of bijgebouw is toegestaan mits het aantal vierkante meters voor bijgebouwen niet wordt overschreden;
3.
Er is geen sprake van een nieuw adres;
4.
Er moet sprake zijn van enige sociale binding;
5.
De woonruimte moet voldoen aan de regels in het Bouwbesluit 2012 dan wel diens rechtsopvolger.
datum 11-03-2021
7
4. Wat wordt de regeling in het bestemmingplan? Het hiervoor beschreven beleid dient als grondslag voor het bieden van ruimte voor een bredere uitleg van de definitie ‘huishouden’ zoals die wordt opgenomen in de geldende bestemmingsplannen. Aan de geldende bestemmingsplannen wordt via het paraplubestemmingsplan ‘Wonen in Smallingerland’ een afwijkingsbevoegdheid toegevoegd, waarin een verwijzing naar deze beleidsnota en diens eventuele rechtsopvolger wordt gemaakt. Voor een concrete aanvraag is deze beleidsnota het document waaraan wordt getoetst. Tegelijkertijd kan een eventuele herziening van deze beleidsnota dienen als toetsingskader. De geldende bestemmingsplannen hoeven niet te worden herzien, tenzij het gaat om een radicale beleidswijziging. Op deze manier zijn de geldende bestemmingsplannen flexibel ten aanzien van het begrip ‘huishouden’ en kan het beleid (indien nodig) worden aangepast.
datum 11-03-2021
8
5. Slotregel Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘Beleidsnota – Verruimen begrip huishouden’, vastgesteld door de gemeenteraad van Smallingerland op 22 juni 2021.
datum 11-03-2021
9
Paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland
Bijlage 2 M emo Parapluplan 'wonen in bestemmingsplan'
24
NL.IMRO.0090.P2021GSL006-0401
Memo Parapluplan "wonen in bestemmingsplan" Aanleiding De huidige bestemmingsplannen systematiek in Smallingerland maakt het onbedoeld mogelijk dat woningen kunnen worden gebruikt voor kamerverhuur of zelfs kunnen worden gesplitst. Hoewel er een beperkt aantal gevallen bekend is, is dit een ontwikkeling die wij als gemeente willen tegengaan. Het gebruik van woningen door meerdere huishoudens die daar eigenlijk niet voor bedoeld zijn, levert in potentie een hogere kans op overlast op. Kamerbewoning en woningsplitsing resulteert in de meeste gevallen in een verdichting van het aantal eenpersoons huishoudens. Ieder huishouden heeft zijn eigen levensgewoonten en dag- en nachtritme. Hoe meer huishoudens in een woning, hoe groter de kans dat afwijkend gedrag ontstaat waar de omgeving last van kan krijgen. Daarnaast moet ook worden gedacht aan parkeeroverlast en geluidsoverlast. In het verleden zijn verschillende verzoeken tot het vestigen van personen anders dan een doorsnee gezin (bijvoorbeeld arbeidsmigranten of studenten) in een woning afgewezen. Dit in de veronderstelling dat onze bestemmingsplannen het goed afgedekt hadden. Uit een recente uitspraak van de Raad van State blijkt dat een groot deel van de gemeenten in Nederland geen kamerverhuur heeft geregeld in de bestemmingsplannen.
Ook blijkt uit een bezwaarprocedure bij de gemeente Smallingerland dat, op grond van bepaalde bestemmingsplannen, appartementen op de verdieping toegestaan zijn. Het is gewenst om als gemeente handvaten te hebben waaraan kamerverhuur en appartementen op de verdieping getoetst kunnen worden. Zo behoud je als gemeente de goede ruimtelijke ordening en heb je duidelijke handhavingsinstrumenten. Het college van B&W heeft voor de volgende aanpak gekozen; 1.
het verbieden van kamerverhuur en wonen op de verdieping (zie raadsbesluit d.d. 10 december 2019)
2.
en het maken van regels en beleid om kamerverhuur en wonen op de verdieping in bepaalde gevallen wel toe te staan (voor deze opgave staan wij nu).
Op 10 december 2019 heeft de gemeenteraad een voorbereidingsbesluit genomen om het eerste aspect af te kaderen. Het voorbereidingsbesluit geldt voor een jaar. Binnen dit jaar moet een ontwerp bestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Verloopt dit jaar zonder dat er een ontwerpbestemmingsplan ter inzage ligt dan vervalt het voorbereidingsbesluit en is het onderliggende bestemmingsplan van kracht. In dit geval is dan dus ook kamerverhuur weer mogelijk. Voorafgaand aan het ontwerp
bestemmingsplan wordt in de voorliggende memo ingegaan op de knelpunten in de geldende bestemmingsplannen en de wijze waarop juridisch grip kan worden verkregen op kamerverhuur en appartementen op de verdieping in een woning. Middels dit memo willen wij uw college informeren over de verdere plan van aanpak van dit probleem en de procedure die daarop volgt. Probleemstelling Om juridisch grip te krijgen op de knelpunten in de geldende bestemmingsplannen is eerst geanalyseerd waar de knelpunten zitten. Het gaat hierbij specifiek om knelpunten binnen de woonbestemming(en) in de geldende bestemmingsplannen. 1.
Volgens recente jurisprudentie1 geldt dat het ontbreken van een definitie van het begrip “wonen” gevolgen heeft voor de uitleg van dat begrip. Bij het ontbreken van de definitie “wonen” wordt door de Raad van State teruggegrepen op het algemeen spraakgebruik. Het kan hierbij gaan om kamerverhuur in de vorm van de huisvesting van tijdelijke werknemers of studenten. Ook in onze bestemmingsplannen ontbreekt het begrip "wonen". Het is echter gewenst om in eerste instantie het "wonen in een woning" zoals dat doorgaans plaatsvindt, toe te staan. Denk hierbij aan bewoning door een gezin. In het licht van een bestemmingsplan ziet het “wonen” in dit geval op de huisvesting van één (afzonderlijk) huishouden, zoals dit is beschreven in het begrip “woning”2, zoals dat wel in onze bestemmingsplannen is omschreven. De koppeling tussen “wonen” en “woning” ontbreekt in de geldende bestemmingsplannen, waardoor vele (ongewenste) vormen van wonen kunnen ontstaan zonder dat sturing hierop mogelijk is.
2.
In onze geldende bestemmingsplannen is het begrip “één (afzonderlijk) huishouden” niet gedefinieerd. Ook in dit geval sluit de Raad van State aan bij de definitie van Van Dale3 en wordt teruggegrepen op het algemene spraakgebruik4. Van één huishouden is sprake indien het vaste verband tussen bewoners alsmede de continuïteit en onderlinge verbondenheid tussen hen is vast komen te staan. Wanneer sprake is van een huishouden moet volgens de Raad van per geval worden beoordeeld. Een optelsom van feiten leidt tot de conclusie of er al dan niet sprake is van een huishouden. De beoordeling per geval komt met name voort uit het feit dat de continuïteit
1
Onder andere ECLI:NL:RVS:2019:192, d.d. 23 januari 2019.
2
woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
3
Onder andere ECLI:NL:RVS:2017:3029, 8 november 2017.
4
Onder andere 201011978/1/R3, 30 november 2011.
datum 01-09-2020
2
en onderlinge verbondenheid tussen bewoners geen vaststaand gegeven is, maar iedere individuele keer onderbouwd moet worden. Het niet opnemen van een definitie “één (afzonderlijk) huishouden” in de geldende bestemmingsplannen geeft een bepaalde mate van flexibiliteit. Ook minder traditionele vormen van een huishouden zijn dan toegestaan. Tegenhanger hiervan is dat in geval van handhaving er geen (directe) duidelijkheid bestaat op welke wijze moet worden gehandhaafd en daardoor willekeur op de loer ligt. 3.
In de geldende bestemmingsplannen is een definitie “woonhuis” opgenomen. Onder “woonhuis” wordt verstaan: “een gebouw van ten hoogste drie bouwlagen met in beginsel één woning (of meerdere woningen met een eigen toegang op de verdiepingsvloer(en)), dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden”. Op grond van deze definitie is het toegestaan om in een gebouw van ten hoogste drie bouwlagen meerdere woningen te vestigen. Dit is niet de bedoeling. Het toegestane aantal woningen wordt namelijk gereguleerd via de bouwregels van de woonbestemming. In de bouwregels is opgenomen: “binnen een bouwvlak mag maximaal één woonhuis worden gebouwd, behalve als ter plaatse de aanduiding "maximum aantal wooneenheden" is aangegeven. In dat geval mogen er niet meer woonhuizen in het bouwvlak worden gebouwd dan in de aanduiding als maximum is aangegeven”. De definitie “woonhuis” maakt het mogelijk dat het woningaantal kan toenemen, zonder dat sturing hierop mogelijk is.
4.
In het centrumgebied van Drachten komt regelmatig splitsing van een groter appartement naar meerdere kleine(re) appartementen voor. Voor het centrum van Drachten geldt in elk geval het bestemmingsplan Centrum Drachten, vastgesteld op 6 september 2011. Een groot deel van het plangebied is bestemd voor ‘Centrum’. Eén van de toegestane functies in de bestemming ‘Centrum’ is het wonen, maar dan uitsluitend op de verdieping. Wonen op de begane grond is alleen toegestaan als er een aanduiding is opgenomen. Op enkele plaatsen is het wonen niet toegestaan. De bouwregels stellen geen beperking aan het toegestane aantal woningen. Dit betekent dat het woningaantal op basis van het bestemmingsplan niet is geregeld. Splitsing van een groter appartement in meerdere kleine(re) appartementen kan plaatsvinden, zonder dat sturing hierop mogelijk is.
De gemeente Smallingerland wil beter kunnen sturen op de bovengenoemde vier punten. Hiervoor is het noodzakelijk om ruimtelijke oplossingen te treffen, passend binnen de kaders van de wet. De oplossingen worden opgenomen in een bestemmingsplan, in de vorm van een parapluplan. Hieronder wordt ingegaan op ruimtelijke oplossingen per onderdeel.
datum 01-09-2020
3
Oplossingsrichtingen Ad 1 Om binnen de kaders van de jurisprudentie een gewenste invulling te kunnen geven aan het begrip “wonen”, moet een koppeling tot stand komen met het begrip “woning”. Zo wordt geregeld dat het wonen in een (bedrijfs- of tussen)woning, woonhuis of woongebouw mag, zolang er maar sprake is van de huisvesting van één (afzonderlijk) huishouden. De bovenstaande reparatie biedt ook de kans om te regelen dat het wonen alleen voor de permanente bewoning is. Dit voorkomt ongewenst (verblijfs)recreatief gebruik in woningen als Air-bnb. Om sturing op ongewenste vormen van het wonen mogelijk te maken, wordt voorgesteld om de volgende begrippen aan de geldende bestemmingsplannen toe te voegen: a.
wonen: het huisvesten van één (afzonderlijk) huishouden in een (bedrijfs- of tussen)woning, woonhuis of in een woning van een woongebouw, waarbij een (bedrijfs- of tussen)woning, woonhuis of een woning in een woongebouw uitsluitend mag worden gebruikt voor permanente bewoning;
b.
permanente bewoning: het gebruik van een (bedrijfs- of tussen)woning, woonhuis of een woning in een woongebouw als vaste woonplaats;
c.
vaste woonplaats: het gebruiken van woonruimte als hoofdverblijf zoals bedoeld in de Wet basisregistratie personen dan wel diens rechtsopvolger. Als criterium voor de vaststelling of iemand een woonruimte als hoofdverblijf in gebruik heeft, geldt dat hij of zij op het betreffende adres staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie, terwijl tevens uit het geheel van feiten en omstandigheden blijkt dat het betreffende adres als zijn of haar hoofdverblijf fungeert.
Ad 2 Op grond van jurisprudentie wordt ten aanzien van de definitie “één (afzonderlijk) huishouden” gewerkt met een feitelijke invulling van het kader ‘het vaststellen van het vaste verband tussen bewoners alsmede de continuïteit en onderlinge verbondenheid tussen hen”. Hoewel het voorgaande kader een vaste lijn in de jurisprudentie is, geeft het onvoldoende duidelijke grondslag voor handhaving. Immers, er zal steeds per geval een afweging gemaakt moeten worden of sprake is van één huishouden. REGELING IN BESTEMMINGSPLANNEN Om een goede basis voor handhaving van het begrip “één (afzonderlijk) huishouden” te leggen, wordt voorgesteld om aan de geldende bestemmingsplannen een strakke definitie van huishouden toe te voegen. De definitie biedt weinig ruimte voor afweging, waardoor de duidelijkheid in het kader van de
datum 01-09-2020
4
handhaving van de definitie voorop staat. De definitie heeft mede tot doel om overlast in (woon)wijken te voorkomen. Feitelijk is aansluiting gezocht bij de traditionele vorm van één huishouden (ouders en kinderen). Het verschil met de voorgestelde definitie zit in de zinsnede “één of twee personen…”. Dit is breder dan alleen de ouders, het kunnen onder andere ook twee huurders of tijdelijke werknemers betreffen. De keuze hiervoor is gemaakt, omdat de doelen ‘handhaafbare definitie’ en ‘voorkomen van overlast’ worden nagestreefd. Vanuit de opgave om in de geldende bestemmingsplannen een duidelijk handhaafbare definitie van “huishouden” op te nemen, wordt voorgesteld om het volgende begrip aan de geldende bestemmingsplannen toe te voegen: a.
huishouden: één of twee personen, al dan niet met hun eigen kinderen, die gebruik maken van één (bedrijfs- of tussen)woning, woonhuis of een woning in een woongebouw.
BELEID ‘HUISHOUDEN’ Daarnaast wordt voorgesteld om de in de jurisprudentie gehanteerde definitie van huishouden “het vaststellen van een vast verband tussen bewoners alsmede de continuïteit en onderlinge verbondenheid tussen hen” uit te werken in een beleidsnotitie. Het beleid dient vervolgens als grondslag voor het bieden van ruimte voor een bredere uitleg van de definitie “huishouden” zoals die wordt opgenomen in de geldende bestemmingsplannen. Ook het generatiewonen wordt meegenomen in het op te stellen beleid. Het generatiewonen (bijzondere vorm van huishouden) ziet op het samenwonen van één of meer generaties in een bestaande woning, zodat de (zorg)taken in familieverband met elkaar kunnen worden gedeeld, waarbij onder generaties wordt verstaan: (over)grootouders, (schoon)ouders, (pleegen adoptie-)kinderen, kleinkinderen, broers en zussen. Via het op te stellen beleid wordt de nodige flexibiliteit geboden, waarbij wel altijd sprake is van een afweging. Door het maken van beleid (als grondslag voor afwegen) is sturing door de gemeente mogelijk op minder traditionele vormen van het begrip “huishouden”. Tegelijkertijd biedt het beleid een flexibele invulling van het begrip “huishouden”, rechtdoende aan de jurisprudentie van de Raad van State. Nadat het bovengenoemde beleid is vastgelegd, wordt voorgesteld om het beleid toe te voegen aan de geldende bestemmingsplannen.
Aan de geldende bestemmingsplannen wordt een afwijking van de gebruiksregels toegevoegd. De afwijkingsregel biedt de mogelijkheid om in concrete situaties af te kunnen wijken van het geldende bestemmingsplan. Het afwijken kan bijvoorbeeld gaan om het toestaan van meerdere personen (zoals arbeidsmigranten of studenten) in een woning.
datum 01-09-2020
5
Voorwaarde voor het afwijken is dan ook dat wordt voldaan aan het geldende beleid dan wel diens rechtsopvolger. Juridisch gezien gaat het om een zogenoemde “dynamische beleidsverwijzing”. De Wet ruimtelijke ordening schrijft voor dat de dynamische beleidsverwijzing gekoppeld moet zijn aan een bevoegdheid, zoals een afwijking van de gebruiksregels. De voorgestelde toevoeging aan de geldende bestemmingsplannen voldoet aan de wet. Dit werkt in de praktijk als volgt: wanneer een huishouden niet voldoet aan de begripsbepaling zoals die in het bestemmingsplan is opgenomen, kan het college van B&W na toetsing aan de beleidsnotitie een omgevingsvergunning voor het afwijken van de regels van het bestemmingsplan verlenen. Op deze manier kan de gemeente Smallingerland sturen. Wanneer in de praktijk type huishoudens worden gevormd die op zich acceptabel zijn, maar die niet binnen de regels van het bestemmingsplan en ook niet binnen de kaders van de beleidsnotitie vallen, kan de gemeente besluiten om de inhoud van de notitie aan te passen. Zo blijft het beleid steeds actueel, zonder dat dit via lange bestemmingsplanprocedures moet worden aangepast. Ad 3 De definitie van “woonhuis” is in tegenspraak met de bouwregels van de woonbestemmingen.
Op basis van de bouwregels is het uitgangspunt dat één woonhuis is toegestaan of het aantal woonhuizen dat door middel van een aanduiding op de verbeelding is weergegeven, terwijl op grond van de definitie “woonhuis” meerdere woningen zijn toegestaan. Vanuit de opgave om de definitie van woonhuis op één lijn te brengen met de bouwregels in de woonbestemmingen, wordt voorgesteld om het begrip “woonhuis” in de geldende bestemmingsplannen als volgt aan te passen: a.
woonhuis: een gebouw woning van ten hoogste drie bouwlagen met in beginsel één woning (of meerdere woningen met een eigen toegang op de verdiepingsvloer(en)), dat die qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.
Ad 4 Om de splitsing van een groter appartement en meerdere kleine(re) appartementen in het centrumgebied van Drachten te reguleren, moet inzichtelijk worden gemaakt wat het vergunde aantal woningen per gebouw op dit moment is. Dit kan door middel van inventarisatie van verleende vergunningen. Deze inventarisatie van woningaantallen wordt doorvertaald naar de geldende bestemmingsplannen in het centrumgebied van Drachten.
datum 01-09-2020
6
Vanuit de opgave om de splitsing van een groter appartement en meerdere kleine(re) appartementen in het centrumgebied van Drachten te reguleren, wordt voorgesteld om de regels en de digitale verbeelding als volgt aan te passen: a.
Aan de digitale verbeelding van de geldende bestemmingsplannen in het centrumgebied wordt, op basis van de geïnventariseerde woningaantallen, de aanduiding “maximum aantal wooneenheden” toegevoegd. Aan deze aanduiding is het toegestane woningaantal gekoppeld.
b.
Aan de bouwregels van de betreffende bestemming(en) wordt toegevoegd: “het aantal woningen mag ten hoogste het in de aanduiding "maximum aantal wooneenheden" aangegeven maximum aantal bedragen”.
Advies GELDENDE BESTEMMINGSPLANNEN Voorgesteld wordt om de geldende bestemmingsplannen middels een parapluplan als volgt aan te passen: 1.
2.
Toevoegen van definities voor:
Wonen (ad 1).
Permanente bewoning (ad 1).
Vaste woonplaats (ad 1).
Huishouden (ad 2).
Opnemen van een afwijkingsbevoegdheid van de gebruiksregels voor een ruimere uitleg van de definitie “huishouden” met verwijzing naar vastgesteld beleid (ad 2).
3.
Aanpassen van de definitie van “woonhuis” (ad 3).
4.
Voor het centrumgebied het woningaantal middels een aanduiding op de digitale verbeelding opnemen en de bouwregels hierop aanvullen (ad 4).
AANVULLENDE WERKZAAMHEDEN Ter aanvulling op de aanpassingen van de geldende bestemmingsplannen wordt voorgesteld: 1.
Beleid op te stellen inzake een ruimer toepassingsbereik van het begrip “huishouden”, waarbij de uitgangspunten zoals die worden toegepast in de jurisprudentie centraal staan. De beleidsuitgangspunten worden opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan (ad 2).
2.
Een inventarisatie uit te voeren inzake het aantal vergunde woningen in het centrumgebied van Drachten (ad 4).
datum 01-09-2020
7