Bijlage 1 - Blik provinciaal toezichthouder gemeentefinanciën en de relevante context daarbij
Tekst van het document
Docnrl
I
I
I
I
I
I
I
BIJLAGE - DE BLIK VAN DE PROVINCIAAL TOEZICHTHOUDER GEMEENTEFINANCIËN EN DE RELEVANTE CONTEXT DAARBIJ Het financieel meerjarenbeeld zoals opgenomen in de begroting 2025 ziet er als volgt uit: Bedragen *€1.000
Omschrijving | Structureel saldo begroting 2025
2025
2026
2027
2028
70
-6.043
-6.899
I -6.983
De Gemeentewet is helder in de verantwoordelijkheid die de raad heeft gelet op de begroting. Artikel 189 stelt dat de raad erop moet toezien dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Het begrotingsjaar is het kalenderjaar. De raad kan van dit evenwicht afwijken indien aannemelijk is dat het structureel en reëel evenwicht in de begroting in de eerstvolgende jaren tot stand zal worden gebracht.
In een ambtelijk gesprek met de provinciaal toezichthouders op 26 november hebben we getoetst wanneer dit in voldoende mate aannemelijk gemaakt is. Daaruit blijkt dat de raad twee alternatieve opties heeft richting structureel en reëel evenwicht: De begroting 2026 is voor 2026 structureel en reëel sluitend • Dit betekent dat de raad dit jaar voor € 6,0 miljoen aan maatregelen moet vaststellen waarvan zeker moet zijn dat ze met ingang van 2026 tot structurele en reële financiële voordelen leiden. • De te kiezen maatregelen moeten uiterlijk in de kadernota vastgesteld worden, zodat ze goed verwerkt kunnen worden in de begroting 2026.
De begroting 2026 sluit niet, maar de laatste jaarschijf (en eventueel eerdere) wel • Op de laatste jaarschijf (was nu nog 2028) is tot nog toe de strategie gericht geweest. • Dit doorzetten betekent dat de raad dit jaar voor naar schatting € 8,0 miljoen (indicatief beeld jaarschijf 2029) aan maatregelen moet vaststellen waarvan zeker moet zijn dat ze uiterlijk met ingang van 2029 tot structurele en reële financiële voordelen leiden. • Tussenliggende jaren worden dan gedekt met de in de algemene reserve beschikbare middelen. In het verloopoverzicht van de algemene reserve5 is hier rekening mee gehouden. • Het is in deze situatie mogelijk om al eerder (in 2027 of in 2028) op een structureel en reëel evenwicht uit te komen maar dat kan alleen de toets van de toezichthouder doorstaan als ook de (waarschijnlijk hogere) jaarschijf 2029 structureel en reëel sluit. • Het pakket met maatregelen voor het meerjarenbeeld kan ook (definitief) naast de begroting 2026 vastgesteld worden maar langer uitstel is niet mogelijk omdat dat leidt tot preventief toezicht. Ook hier geldt dat behandeling in de kadernota het meest wenselijk is. Kwaliteitseisen aan concreetheid en diepgang zijn dus nodig om zelf regie te houden In het gesprek met de provinciaal toezichthouder is ook gevraagd naar de eisen aan vast te stellen maatregelen ten aanzien van diepgang en concreetheid.
Daaruit blijkt dat bij beide opties dezelfde kaders aan de maatregelen zijn verbonden, dus ook als ze qua uitvoering nog verder weg liggen in de tijd. In beide gevallen moeten ze al bij deze begroting concreet, specifiek en reëel zijn. De provinciaal toezichthouder beoordeelt de maatregelen op dit vlak.
5 Dit verloopoverzicht is via deze link te vinden op de begrotingswebsite. Het effect van de huidige begrotingssaldi ziet u op de 7e regel van onderen.
I
Zjjn ze onvoldoende concreet of specifiek gemaakt, bijvoorbeeld doordat het gaat om taakstellingen of zoekrichtingen voor een komend jaar, dan tellen ze niet mee ten aanzien van structureel en reëel evenwicht. Leidt dat er vervolgens toe dat zowel de begroting 2026 als het meerjarenbeeld geen evenwicht laten zien én leiden herstelacties vervolgens niet of niet snel genoeg tot het gewenste effect, dan volgt preventief toezicht. Daarmee zijn college én raad de regie kwijt. Dit valt te voorkomen door tijdig met specifieke, concrete, realistische, tijdsgebonden maatregelen te komen en deze vast te stellen in de raad. Daarom is dit procesplan daarop gericht. Bij de afweging tussen deze beide opties is het van belang rekening te houden met de actuele context in Den Haag en de effectsnelheid van ombuigingsmogelijkheden.
De context in Den Haag: compensatie voor stijgende kosten jeugdzorg komt in zicht Relevant zijn de recente ontwikkelingen in Den Haag inzake extra middelen voor gemeenten, Op 21 november heeft het Overhedenoverleg plaatsgevonden waar onder andere VNG en IPO met een brede delegatie van het kabinet hebben gesproken over de grote uitdagingen waar Nederland voor staat. Daarbij heeft het kabinet aangegeven de 'of-vraag' over structurele financiële oplossingen met betrekking tot de Jeugdzorg niet aan de orde is. De focus ligt op het 'hoe'. De financiële impact van dit dossier wordt begin 2025 verwacht na de publicatie van het rapport van de Deskundigencommissie-Van Ark. In het Overhedenoverleg van februari 2025 worden de resultaten besproken en zullen deze uitkomsten in de Voorjaarsnota worden meegenomen. Daarmee komt compensatie voor stijgende kosten van jeugdzorg in zicht aldus de VNG. Houdt het Rijk zich niet aan de afspraak dan, zo ligt in een resolutie6 op de najaars-ALV voor, volgt een gezamenlijke juridische procedure van gemeenten. Bij positieve besluitvorming over de Voorjaarsnota in de Tweede Kamer wordt dit verwerkt in de meicirculaire. Pas dan is het voor ons een financieel feit. Dit betekent dat we er tot die tijd vanuit moeten gaan dat deze compensatie er niet komt.
Bij het vaststellen van de kadernota is duidelijk of er extra middelen opgenomen zijn in de meicirculaire. De effectsnelheid van ombuigingsmaatregelen Gelet op het huidige financieel beeld en gelet op de eind oktober voorgestelde ombuigingsmaatregelen waaruit blijkt dat een aantal maatregelen een langere inwerktijd heeft, is het zonder extra middelen van het Rijk uitdagend om de begroting 2026 structureel en reëel sluitend te maken. Voorbereiding en vooral realisatie van ombuigingsmaatregelen vraagt namelijk tijd. Tijd niet alleen in de vorm van ambtelijke uren, maar soms ook in de vorm van juridische doorlooptijd die nodig is om verplichtingen af té bouwen, contracten anders vorm te geven of Instellingen conform de eisen van het bestuursrecht tijd te geven om zich in te stellen op lagere subsidiering. Besluitvorming op basis van ombuigingsmogelijkheden Zoals aangegeven in stap 2 is hier op dit moment geen besluit nodig. Nadere afweging wordt voorbereid in de werkgroep ter voorbereiding op het raadsdebat eind maart.
6 Zie voor de resolutie 7a-qeactualiseerde-resolutie-vnq-inzet-richtinq-kabinet.pdf