Bijlage 1 - Advies ondertekend geanonimiseerd (2)
Tekst van het document
Docnr1
ADVIES COMMISSIE BEZWAREN EN KLACHTEN kamer algemene zaken aan de gemeenteraad van de gemeente Smallingerland
Datum:
25 april 2024
Zaaknummer:
IP 2023-065448
Onderwerp:
Het bezwaarschrift van 7 november 2023 gericht tegen het raadsbesluit van 12 december 2023 waarbij de kadastrale percelen gelegen in Drachten, sectie E, nummer 2140, groot 10,012 ha zijn aangewezen als gronden waarop een voorkeursrecht is gevestigd op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten.
Bezwaarmaker:
5.1.2.e
Namens college:
5.1.2.e
namens Bureau Breimer B.V.
juridisch beleidsmedewerker, team
Concern senior beleidsmedewerker, team REO (Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling)
5.1.2.e
Commissieleden:
5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e
Secretaris:
5.1.2.e
Bijlage(n):
I. Juridisch kader
voorzitter lid lid
Advies: De commissie adviseert: het bezwaarschrift van 7 november 2023 niet-ontvankelijk te verklaren. het verzoek om een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand af te wijzen.
Pagina 1 van 7
1.
Verloop van de procedure
Op 6 oktober 2020 heeft de gemeenteraad de Woonvisie vastgesteld. In de Woonvisie is de ambitie uitgesproken om 1.000 nieuwe woningen te realiseren. Het college heeft in het collegeprogramma opgenomen om voor 2030 nog 500 extra woningen te realiseren.
Bij besluit van 28 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) besloten om de gronden van het Fries Congres en Paardencentrum voorlopig aan te wijzen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna: Wvg) van toepassing zijn. Op 4 oktober 2023 is het besluit bekend gemaakt. In de bekendmaking is aangegeven dat bezwaar kan worden ingediend bij het college.
Bezwaarmaker heeft bij brief van 7 november 2023 een bezwaarschrift ingediend tegen het collegebesluit van d.d. 28 september 2023.
De gemeenteraad heeft de vestiging van het voorkeursrecht behandeld in de ronde tafel van 31 oktober 2023 en 28 november 2023. In de ronde tafel verzamelt de gemeenteraad feitelijke informatie die relevant is voor besluitvorming en kan er worden ingesproken. De gemeenteraad heeft de vestiging van het voorkeursrecht behandeld in het debat op 12 december 2023. De gemeenteraad heeft op 12 december 2023 de definitieve aanwijzing door middel van een raadsbesluit bekrachtigd en heeft ingestemd met de beantwoording van de naar voren gebrachte zienswijzen. Het besluit van de gemeenteraad is op 21 december 2023 bekend gemaakt.
Het raadsbesluit is bij brief van 20 december 2023 aan bezwaarmaker meegedeeld. In de brief is aangegeven dat het bezwaarschrift van 25 oktober 2023 tegen het besluit van het college ingevolge artikel 6, lid 3 Wvg ook wordt geacht te zijn ingediend tegen het besluit van de gemeenteraad van 12 december 2023. De standpunten van partijen zijn op 4 april 2024 besproken in een hoorzitting bij de bezwarencommissie. Van de hoorzitting is een audio opname gemaakt, die op verzoek kan worden toegezonden en bij beroep kan worden uitgewerkt.
2.
Standpunten van partijen
2.1 Standpunt van bezwaarmaker
Bezwaarmaker heeft de volgende punten van bezwaar ingediend: Bezwaarmaker is van oordeel dat nu hij een zienswijze heeft ingediend kan worden aangemerkt als belanghebbende. Bezwaarmaker verwijst naar het Varkens in Noord-arrest van het Hof van Justitie en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 14 juni 2021. Volgens bezwaarmaker mist enige uitleg en motivering omtrent het plan voorontwikkeling. Door bezwaarmaker wordt aangevoerd dat in het bestreden besluit geen toegedachte bestemming voor de percelen is genoemd. Dit is in strijd met artikel 3:2, 3:4 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Omdat voor de percelen nog geen beoogde bestemming bekend is, is het besluit van het college om de gronden voorlopig aan te wijzen ongegrond.
Pagina 2 van 7
Door bezwaarmaker wordt aangevoerd dat nu er geen sprake is van een toegedachte bestemming het de indruk wekt dat het voorkeursrecht is gevestigd ten behoeve van eigen privaatrechtelijk belang. Dit is in strijd is met artikel 3:3 van de Awb. Het voorkeursrecht is ten onrechte gevestigd nu voor het college een grondslag ontbreekt voor het vestigen en handhaven van een voorkeursrecht. Bezwaarmaker verwijst naar een door het college onlangs gepubliceerde ontwerpbeschikking die strekt tot verlenging van het huidige gebruik van het Fries Congres en Paardencentrum voor de huisvesting van vluchtelingen. Dit gegeven wijst volgens bezwaarmaker op het onrechtmatige gebruik van een wettelijke bevoegdheid, ten behoeve van de financiële positie van de gemeente. Dit neigt naar misbruik van bevoegdheid. Bezwaarmaker concludeert dat het doel van de gemeente om een voorkeursrecht te vestigen niet in overeenstemming is met het doel of de strekking van de wet. De aanwijzing druist volgens bezwaarmaker in tegen de eisen van goed bestuur en rechtvaardigt het vermoeden van een overtreding. Bezwaarmaker is van oordeel dat het gedrag van het voltallige college ingaat tegen de beginselen van behoorlijk bestuur. Het besluit is onzorgvuldig voorbereid en er kleven gebreken aan de inhoud en motivering van het besluit.
Bezwaarmaker verzoekt de commissie het bezwaarschrift ontvankelijk en gegrond te verklaren en een vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand op grond van artikel 7:15 van de Awb toe te kennen.
2.3 Standpunt van de gemeenteraad De gemeenteraad heeft op 20 maart 2024 een reactie gegeven op het ingediende bezwaarschrift van bezwaarmaker.
De gemeenteraad is van oordeel dat bezwaarmaker niet kan worden aangemerkt als belanghebbende. Bezwaarmaker heeft in zijn bezwaarschrift verwezen naar het Varkens in Nood arrest van het Hof van Justitie van 14 januari 2021 (ECLI:EU:C: 2021:7) en de uitspraken van de Afdeling van 14 april 20211 en 4 mei 20212. De gemeenteraad is van mening dat de rechtspraak waar bezwaarmaker naar verwijst niet van toepassing is. Deze uitspraken zijn onder meer van betekenis voor het beroepsrecht van niet- belanghebbenden die wel zienswijzen naar voren hebben gebracht. De gemeenteraad geeft in haar reactie aan dat in het raadsbesluit van 12 december 2023 is opgenomen dat de percelen waar het voorkeursrecht op is gevestigd de (niet-agrarische) bestemming wonen met de daarbij behorende functies zoals wegen, groen en water is toegedacht. Dit wijkt af van de huidige bestemming. In het collegebesluit is expliciet vermeld dat de percelen worden aangewezen om de ontwikkeling ten behoeve van onder meer woningbouw veilig te stellen. Het besluit tot voorlopige aanwijzing door het college is dan ook ongegrond. De gemeenteraad volgt het standpunt van bezwaarmaker niet dat de grondslag voor het vestigen van een voorkeursrecht ontbreekt, omdat de kans op verwezenlijking onvoldoende aannemelijk is.
Voor het oordeel dat de gemeente in redelijkheid niet tot de vestiging van het voorkeursrecht heeft kunnen komen bestaat slechts grond indien op voorhand duidelijk is dat de toekomstige bestemming op de gronden niet gerealiseerd zou kunnen worden.
1 ABRvS 14 april 2021, ECLI:NL: RVS:2021:786 2 ABRvS 4 mei 2021, ECLI:NL: RVS:2021:953
Pagina 3 van 7
De gemeenteraad verwijst hierbij naar jurisprudentie3. De aanwezigheid van belemmeringen heeft bezwaarmaker niet aannemelijk gemaakt en is de gemeenteraad ook niet gebleken. De gemeenteraad heeft het voornemen om het huidige gebruik van het Fries Congres en Paardencentrum voor de opvang van vluchtelingen voor te zetten tot 1 september 2024. Dit besluit betekent niet dat daarmee moet worden afgezien van het voornemen om binnen drie jaar een omgevingsplan vast te stellen om de gewenste ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken. In het raadsvoorstel voor de vestiging van het voorkeursrecht is de relatie gelegd met de door de gemeenteraad vastgestelde woonvisie van 6 oktober 2020. Ook heeft het college in zijn programma opgenomen om voor 2030 nog 500 extra woningen te realiseren. Het college ziet mogelijkheden om met de gronden van het Fries Congres en Paardencentrum en de gemeentelijke gronden tot een integrale gebiedsontwikkeling en een goede ruimtelijke ontwikkeling te komen. Met het vestigen van het voorkeursrecht wordt speculatie tegengegaan en behoudt de gemeente regie. Volgens de gemeenteraad is er geen sprake van ondeugdelijk bestuur. Ook kan de gemeenteraad zich niet vinden in de beschuldigingen die bezwaarmaker aan het college maakt in zijn bezwaarschrift.
3.
Beoordeling door de commissie
3.1 Juridisch kader
Het juridisch kader dat van toepassing is, is opgenomen in bijlage I. 3.2 Ontvankelijkheid
Het bezwaarschrift van bezwaarmaker gericht aan het college wordt op grond van artikel 6 lid 3 van de Wvg ook geacht te zijn gericht tegen het besluit van de gemeenteraad van 12 december 2023. Het bestreden besluit is een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en is voor bezwaar vatbaar. Het bezwaarschrift is tijdig ingediend en voldoet ook voor het overige aan de te stellen eisen (artikelen 6:5 en 6:7 Awb). In artikel 1:2 lid 1 van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Wie rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit toestaat, is in beginsel belanghebbende bij dat besluit. Het criterium 'gevolgen van enige betekenis' van de activiteit is een correctie op dit uitgangspunt.
Zonder gevolgen van enige betekenis heeft iemand geen persoonlijk belang bij het besluit. Hij onderscheidt zich dan onvoldoende van anderen. Om te bepalen of er gevolgen van enige betekenis voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie zijn, kijkt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) naar factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, trilling, emissie risico) van de activiteit die het besluit toestaat. Zij bekijkt die factor zo nodig in onderlinge samenhang. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn4. Burgemeester en wethouders hebben op 28 september 2023 besloten om voorlopig percelen aan te wijzen als gronden waarop de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) van toepassing is. Het betreft de percelen gelegen aan de Oprijlaan 1-3 en 5 in Drachten.
3 ABRvS 19 november 2011, ECLI:NL: RVS:2011:BP1355 (r.o. 2.6.4.) en Rb. Utrecht 20 november 2009, ECLI:NL: RBUTR:2009:BK4399 (r.o. 23.1) ABRvS 29 juni 2022, ECLI:NL: RVS:2022:1832
5.1.2.e
Pagina van 7 5.1.2.e
Het collegebesluit heeft tezamen met de bijbehorende bijlagen, bevattende de kadastrale overzichten en lijsten met daarop de aangewezen percelen, de namen van de gerechtigden alsmede overige relevante gegevens, ter inzage gelegen. Belanghebbende hadden de mogelijkheid om tot 14 november 2023 zienswijzen bij de gemeenteraad in te dienen. Daarnaast konden belanghebbenden bij het college bezwaar maken tegen het collegebesluit. Als belanghebbenden zijn aan te merken (rechts)personen wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Dat wil zeggen dat een belanghebbende een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang dient te hebben. Dit brengt met zich mee dat uitsluitend eigenaren en beperkt gerechtigden van de aangewezen percelen zijn te kwalificeren als belanghebbenden in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit blijkt ook uit jurisprudentie. De vestiging van een voorkeursrecht heeft tot gevolg dat eigenaren dan wel rechthebbenden van de aangewezen percelen worden beperkt in de mogelijkheid van vervreemding van hun percelen. Het belang als kopende partij dan wel de partij die een koopoptie heeft op de aangewezen percelen ziet zijn aankoopmogelijkheden geringer worden. Deze partijen hebben een afgeleid belang en geen rechtstreeks belang zoals bedoeld in artikel 1:2 lid 1 van de Awb5. Daarnaast is de commissie gebleken dat er geen sprake is van een schriftelijke koopovereenkomst die in de openbare registers is ingeschreven, zodat niet aan artikel 10 lid 3 van de Wvg is voldaan. Bezwaarmaker verwijst in zijn bezwaarschrift naar het Varkens in Nood arrest van het Hof van Justitie van 14 januari 2021 (ECLI:EU:C: 2021:7) en de uitspraken van de Afdeling van 14 april 20216 en 4 mei 20217. Deze uitspraken hadden betrekking op belanghebbenden die geen zienswijze hadden ingediend, maar toch beroep mochten aantekenen c.q. toegang tot de bestuursrechter kregen. Ook mogen niet-belanghebbenden in beroep als zij de wettelijke mogelijkheid hebben een zienswijze in te dienen. Dit geldt overigens niet bij alle besluiten.
Uit het Varkens in Nood arrest volgt dat een niet-belanghebbende onder omstandigheden beroep kan instellen tegen een besluit, wanneer hij ‘op basis van de hem in het nationale omgevingsrecht gegeven mogelijkheid’ een zienswijze heeft ingediend tegen het ontwerpbesluit. Dit geldt overigens alleen als het gaat om een zienswijzeprocedure die openstaat voor 'een ieder'. De commissie komt tot de conclusie dat in deze situatie hier geen sprake van is. Uit de publicatie van de voorlopige aanwijzing blijkt dat op grond van artikel 4:8 alleen belanghebbenden de mogelijkheid hadden om een zienswijze in te dienen.
Gelet hierop is de commissie van oordeel dat bezwaarmaker geen belanghebbende is en dat het bezwaarschrift niet ontvankelijk moet worden verklaard. Aan een inhoudelijke beoordeling wordt niet toegekomen. 3.4 Kosten rechtsbijstand De commissie ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht nu de commissie de gemeenteraad adviseert het bezwaarschrift niet ontvankelijk te verklaren.
5 ABRvS 8 april 2015, ECLI:NL: RVS:2015:1083 (r.o. 3.1) en ABRvS 24 maart 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA5426 (r.o. 2.4) 6 ABRvS 14 april 2021, ECLI:NL: RVS:2021:786 7 ABRvS 4 mei 2021, ECLI:NL: RVS:2021:953
Pagina 5 van 7
4.
Advies
De commissie adviseert: het bezwaarschrift van 7 november 2023 niet-ontvankelijk te verklaren. het verzoek om een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand af te wijzen.
De bezwarencommissie, kamer algemene zaken,
de voorzitter,
de secretaris
ValidSigned door 5.1.2.e op 07-05-2024
ValidSigned door 5.1.2.e op 08-05-2024
5.1.2.e
5.1.2.e
Pagina 6 van 7
Bijlage I, Juridisch kader
Algemene wet bestuursrecht (Awb) Artikel 1:2 1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Artikel 1:3 lid 1 1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Artikel 6:5 1. Het bezwaar- of beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht; d. de gronden van het bezwaar of beroep. 2. Bij het beroepschrift wordt zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft, overgelegd. 3. Indien het bezwaar- of beroepschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van het bezwaar of beroep noodzakelijk is, dient de indiener zorg te dragen voor een vertaling. Artikel 6.7 De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken.
Pagina 7 van 7