CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 a - Zienswijze 20220712 brief t.a.v. College BW gemeente Smallingerla geanonimiseerd

Ronde Tafel 31 oktober 2023, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Omgevingsvergunning realisatie woonvilla op het perceel De Werf 15 (Buitenstvallaat)2.598 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Docnr1

R

T

P

PER KOERIER / AANGETEKENDE / GEWONE POST

Gemeente Smallingerland t.a.v. College van burgemeester en wethouders Postbus 10.000 9200 HA Drachten Per e-mail vooruit (zonder bijlagen): 5.1.2.e

@smallingerland.nl 5.1.2.e

Advocaat Tel.: 5.1.2.e Fax: 5.1.2.e 5.1.2.e @trip.nl trip.nl

Leeuwarden, 12 juli 2022

Inzake

Onze ref. Documentnr. Uw ref.

Ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning bouw van een woning tegenover De Werf 15 te Drachten : 32101826/DG : 70597778v1 2021-036813 ZIENSWIJZE

Geacht College,

I.

Inleiding

5.1.2.e Namens cliënt, de heer 5.1.2.e woonachtig aan 5.1.2.e KZ) Drachten, maak ik hierbij tijdig een zienswijze kenbaar inzake bovenvermelde ontwerpomgevingsvergunning van 25 mei 2022 (hierna: het “ontwerpbesluit”), die van 2 juni 2022 tot en met 13 juli 2022 ter inzage ligt. Het ontwerpbesluit ziet op de weigering van de bouw van een woning op de noordoostkant van het eiland Buitenstvallaat op het perceel kadas­ traal bekend gemeente Drachten, sectie A, perceelnummer 15445 (tegenover De Werf 15 te Drachten). Een kopie van het ontwerpbesluit is toegevoegd als Bijlage 1.

Cliënt kan zich met het ontwerpbesluit in al zijn onderdelen niet verenigen, omdat het is voorbereid in strijd met de door het bevoegd gezag te betrachten zorgvuldigheid, een draagkrachtige motivering ontbeert en overigens ook anderszins in strijd is met het recht. Cliënt wenst daarom het volgende naar voren te brengen.

TRIP Advocaten Notarissen

Wiardaplantage 9 Postbus 17 8900 AA Leeuwarden

Telefoon 058 23473 47

Advocatuur NL43INGB065065O22O (Stichting Derdengelden TRIP Advocaten) BIC: INGBNL2A Notariaat NL02RABO0309037557 (Kwaliteitsrekening TRIP Notariaat Leeuwarden) BIC: RABONL2U

TRIP Advocaten Notarissen B.V. HR Groningen 02064382 Op alle opdrachten zijn de algemene voorwaarden van TRIP van toepassing, zie trip.nl Vestigingen in Assen, Groningen en Leeuwarden.

R

T

II.

P

Feiten en procesverloop

Op 6 september 2021 heeft cliënt een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van een nieuwe vrijstaande woning (hierna ook: “Villa Drachten”) op het perceel tegenover De Werf 15 in Drachten. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan Drachten Drachtstervaart (hierna: het "bestemmingsplan”).1 De locatie van het perceel heeft ingevolge het bestem­ mingsplan een enkelbestemming Wonen - 1 met een gebiedsaanduiding 'geluidzone industrie’. Volledigheidshalve is hieronder de projectlocatie weergegeven.

\

\

\ \,

Fe \

\ L—

e

Al vanaf medio 2020 zijn er diverse gesprekken geweest tussen cliënt en uw gemeente over de planologische medewerking voor de beoogde ontwikkeling. Hieruit bleek dat uw gemeente niet afwijzend was tegenover het plan, maar dat eerst een gebiedsproces diende te worden opgestart met alle stakeholders in en rond het Buitenstvallaat om tot een ge­ biedsvisie te komen. Hiermee zou worden ‘proefgedraaid’ met de werkwijze en systematiek onder de komende Omgevingswet, waarbij burgerparticipatie een van de belangrijkste vier pijlers is. De beoogde ontwikkeling zal vervolgens aan de gebiedsvisie moeten worden getoetst.

Naar verwachting zou de gebiedsvisie in het voorjaar van 2021 zijn afgerond. Deze termijn bleek echter bij nader inzien niet haalbaar te zijn, zodat de kaders voor de visie (pas) in het najaar van 2021 zouden kunnen worden vastgesteld. Doordat uw gemeente de beoorde­ ling van de ontwikkeling niet wilde 'loskoppelen’ van de nog op te stellen gebiedsvisie, heeft het uitblijven daarvan voor de nodige vertraging gezorgd in het proces van de voorgeno­ men ontwikkeling. Gezien het uitblijven van een concrete planning met betrekking tot de vaststelling van de gebiedsvisie en het ontbreken van vooruitgang, is ervoor gekozen om op 6 september 2021 een formele aanvraag in te dienen. Met uw brief van 19 oktober 2021 is de ontvangst van de aanvraag aan cliënt bevestigd. Daarin is onder andere vermeld dat de behandeling van de aanvraag volgens de 1

Vastgesteld op 11 juni 2013 NL.IMRO.0090.BP2012SDV001-0401.

en

raadpleegbaar

2/7

op

www.ruimtelijkeplannen.nl

onder

R

P

uitgebreide voorbereidingsprocedure plaatsvindt. De voorgenomen ontwikkeling bevindt zich namelijk buiten een bouwvlak, terwijl artikel 9.2.2, sub b, van het bestemmingsplan bepaalt dat hoofdgebouwen alleen mogen worden gerealiseerd binnen de aangegeven bouwvlakken. Hiervoor geldt een wettelijke beslistermijn van zes maanden. In navolging van voornoemde ontvangstbevestiging, heeft cliënt bij brief van 30 november 2021 geïnformeerd naar de stand van zaken in de besluitvormingsprocedure (Bijlage 2). Daarin is ook aangegeven dat de aanvraag indien nodig nader kan worden onderbouwd. Meer specifiek is door cliënt verzocht om in de gelegenheid te worden gesteld om een ruimtelijke onderbouwing van het plan in te dienen. Uw college is echter niet ingegaan op dit verzoek.

Vervolgens ontving cliënt op 8 maart 2022 een brief van uw college over de laatste ontwik­ kelingen rondom de aanvraag om een omgevingsvergunning (Bijlage 3). Er zou een eerste toetsing hebben plaatsgevonden aan de wettelijke eisen en het geldend ruimtelijke beleid, hoewel de beslistermijn beliep tot uiterlijk 7 maart 2022. Op basis daarvan, zo volgt uit de brief, ziet uw college geen aanknopingspunten om mee te kunnen werken aan de onder­ havige aanvraag. Normaal gesproken betekent dit dat u het voornemen dient uit te spreken om niet mee te werken aan de vergunningaanvraag. Gezien echter het feit dat op dat mo­ ment een gebiedsvisie voor het gehele Buitenstvallaat in ontwikkeling is, heeft u cliënt de mogelijkheid geboden om de aanvraag aan te houden totdat de visie is afgerond. De aan­ vraag zou in dat geval kunnen worden getoetst aan die gebiedsvisie in plaats van aan de huidige ruimtelijke inzichten. In reactie op het voorgaande heeft cliënt u bij brief van 16 maart 2022 laten weten dat hij bereid is te overwegen om met de aanhouding in te stemmen, mits u inzicht kunt geven in de redenen waarom u meent dat zijn aanvraag zou moeten worden afgewezen, alsmede kunt aangeven of het verlenen van medewerking aan het eerst tot stand komen van een nieuwe gebiedsvisie zijn plan (wel) mogelijk zou maken (Bijlage 4).

Om die reden heeft cliënt u verzocht om een nadere toelichting hieromtrent. Het zou immers weinig zin hebben om in te stemmen met een aanhouding, indien de aanvraag ook op grond van de toekom­ stige gebiedsvisie alsnog zou worden afgewezen.

Vanwege het uitblijven van een inhoudelijke reactie op dit verzoek, heeft cliënt u nogmaals bij brief van 6 april 2022 aangeschreven (Bijlage 5). Daarin is aan u te kennen gegeven dat cliënt geen aanleiding ziet om in te stemmen met het aanhouden van het besluit op zijn aanvraag. Door uw college is niet inhoudelijk is gereageerd op voornoemde corresponden­ tie, zodat cliënt zich niet aan de indruk kan onttrekken dat een eventuele instemming tot aanhouding wederom tot vertraging zal leiden.

Pas op 21 april 2022 ontving cliënt per e-mail van mevrouw 5.1.2.e een ontvangstbevestiging van de brieven (Bijlage 6). In plaats van een inhoudelijke reactie op de brief van 16 maart 2022 over de gebiedsvisie, is daarin aangegeven dat uw college (toch) niet het initiatief zal opstarten voor een integrale gebiedsontwikkeling met alle betrokken partijen op het Buitenstvallaat. Dit is enigszins opmerkelijk, temeer aangezien bij brief van 8 maart 2022 nog door u de mogelijkheid is geboden om de aanvraag aan te houden juist vanwege die gebiedsvisie.

3/7

R

T

P

Verder wordt in de e-mail opgemerkt dat het ontwerpbesluit niet binnen twee weken kan worden genomen. Aangezien de wettelijke beslistermijn reeds op 7 maart 2022 is verstre­ ken, en het niet in de lijn der verwachting ligt dat een besluit over het ontwerpbesluit op korte termijn zou worden genomen, heeft cliënt zich genoodzaakt gezien uw college bij brief van 26 april 2022 in gebreke te stellen (Bijlage 7). Voor zover bekend, is er thans nog geen beslissing genomen over de reeds verbeurde dwangsommen.

Vervolgens ontving cliënt op 25 mei 2022 het ontwerpweigeringsbesluit met als motivering dat, nu de ontwikkelingen in de omgeving zodanig zijn, een verdere intensivering met wo­ ningbouw op dit gedeelte van het Buitenstvallaat niet aan de orde is. Volgens uw college geeft juist de overgang van het (open) landschap ten opzichte van de nadere afronding van het industriegebied de overgang stad/land nog het beste weer, waarbij de nieuwe vaarverbinding Drachtstervaart richting het centrum van Drachten wordt ondersteund. Daarmee blijft de begrenzing tussen (open) landschap aan de noord/oostzijde en bebouwd/singellandschap aan de zuid/westzijde onverminderd overeind. Op grond hiervan is uw college niet bereid mee te werken aan de realisatie van woningbouw aan de noordoostzijde van de kop van het Buitenstvallaat en daarmee af te wijken van het bestemmingsplan. Cliënt kan zich niet verenigen met dit ontwerpbesluit, omdat de weigering onvoldoende is gemotiveerd en de ruimtelijke inpasbaarheid van de beoogde ontwikkeling door uw college in zijn geheel niet is onderzocht. Graag licht cliënt zijn bedenkingen op de voorgenomen weigering nader toe. lil.

Bedenkingen op het ontwerpbesluit

Strijdigheid met het motiveringsbeginsel en onderzoeksplicht

De voorgenomen weigering voor de bouw van een villa op de kop van het Buitenstvallaat houdt verband met ontwikkelingen in de omgeving en de mate van een open en gesloten beeld vanaf de waterzijde. Daarbij houdt uw college vast aan het uitgangspunt dat woning­ bouw, in welke vorm dan ook, alleen op het westelijke gedeelte kan worden ingepast. Ver­ der staat in de algemene, summiere motivering van het ontwerpbesluit dat die beleids­ keuze bij de planvorming van het huidige bestemmingsplan vooral tot stand is gekomen gelet op de milieucontour van en rond het industriegebied. Overigens is niet gebleken dat deze milieucontour de voorgenomen ontwikkeling belet. Naar de visie van cliënt schiet deze motivering echter tekort en is woningbouw op de kop van het Buitenstvallaat wel de­ gelijk mogelijk, waarbij de verhouding open en gesloten beeld vanaf de waterzijde blijft gewaarborgd. Een en ander wordt hierna nader toegelicht. In de eerste plaats bevreemdt het cliënt dat de ontwikkelingen in de omgeving van het industriegebied een belemmering vormen voor woningbouw aan de noordoostzijde van het Buitenstvallaat. Voor zover bekend, bevinden deze ontwikkelingen zich nog in een voor­ stadium waarbij nog geen formele procedure in gang is gezet. Anders gezegd, er is thans geen sprake van een concreet initiatief in de omgeving zodat dit geen reden mag zijn om de aanvraag te weigeren.

4/7

T

R

P

Daarnaast is het opvallend dat de mate van (open) landschap aan de noordoostzijde van het Buitenstvallaat volgens uw college belet dat een nieuwbouwvilla mogelijk is, gelet op bebouwingsmogelijkheden van het industrieterrein en de bestemming ter plaatse van de projectlocatie. Als de beoogde ontwikkeling wordt bezien vanuit de bebouwingsmogelijkheden op de kop van de Tussendiepen, aan de overzijde van het Buitenstvallaat, betreft het hier slechts een beperkte mate van bebouwing. Op het industrieterrein is namelijk op grond van het huidige planologische regime2 grootschalige bebouwing toegestaan, met onder meer een maxi­ male bouwhoogte van 15 meter. Deze ruimte strookt niet met het uitgangspunt van een juiste overgang van (open) landschap en de stad vanaf de waterzijde, en toch is het thans planologisch mogelijk om op die locatie grote bedrijfsloodsen te realiseren. Verder verdient het opmerking dat het perceel kadastraal bekend gemeente Drachten, sec­ tie A, perceelnummer 15445 (tegenover De Werf 15) ingevolge het vigerende bestem­ mingsplan de bestemming Wonen - 1 heeft. Uit de toelichting op het plan volgt dat op een dergelijke woonbestemming de ruimtelijke verschijningsvorm van een vrijstaande woning is toegestaan. Zie in dat kader:

“De reguliere woningen in het plangebied zijn geregeld onder drie verschillende woonbestemmingen. Op basis van de ruimtelijke verschijningsvorm van de woning (vrijstaand, halfvrijstaand, rijen) is de woonbestemming gesplitst in de bestemmin­ gen "Wonen -1", "Wonen - 2" en "Wonen - 3".”3 Kennelijk heeft de gemeenteraad juist een bewuste keuze gemaakt om in het bestem­ mingsplan aan de locatie een woonbestemming toe te kennen, meer specifiek voor een vrijstaande woning. Daarmee zou het gebruik van het perceel ten behoeve van een vrij­ staande woning planologisch aanvaardbaar moeten worden geacht. De beoogde ontwik­ keling 'past’ dus weliswaar in het bestemmingsplan, met dien verstande dat slechts een bouwvlak ontbreekt. Zou dit anders zijn, dan had de raad destijds de locatie een bestem­ ming Groen gegeven - net als de percelen aan de zuidoostzijde van de projectlocatie, zoals hieronder is weergegeven. Binnen die bestemming zijn gebouwen immers niet toe­ gestaan. De weigering vanwege het behoud van (open) landschap is derhalve onnavolg­ baar. In zoverre is het ontwerpbesluit in ieder geval onvoldoende gemotiveerd en derhalve onzorgvuldig tot stand komen.

Daar komt bij dat in het ontwerp van de zogeheten Villa Drachten juist rekening is gehou­ den met het landschappelijke karakter van de omgeving. Rondom de woning zal onder meer een bloemenweide, een kweektuin, een boomgaard en een siertuin worden gereali­ seerd. Voor een goede impressie van de beoogde ontwikkeling wordt verwezen naar het definitieve ontwerp van AG Architecten dat is bijgesloten bij het ontwerpbesluit. Deze ont­ wikkeling zal daarmee een plus opleveren ten opzichte van de bestaande situatie, waarbij momenteel sprake is van een braakliggend terrein, en past eveneens goed bij de overgang van landschap naar stad.

2

Bestemmingsplan Industrieterrein De Haven, vastgesteld op 3 augustus 2021 en raadpleegbaar op www.ruimtelijkeplannen.nl onder NL.IMRO.0090.BP2010BHA001-0501. 3 Pagina 23 van de toelichting op het bestemmingsplan Drachten - Drachtstervaart.

5/7

R

P

Cliënt had de landschappelijke inpasbaarheid graag nader inzichtelijk gemaakt aan de hand van een ruimtelijke onderbouwing. In dat kader wordt verwezen naar de brief van 30 november 2021 (Bijlage 2), waarin is aangeboden om deze aanvullende informatie aan te leveren. Uw college heeft echter geen aanleiding gezien om cliënt in de gelegenheid te stellen om een ruimtelijke onderbouwing over te leggen. Hierdoor is de landschappelijke inpasbaarheid door uw college in zijn geheel niet onderzocht, zodat het ontwerpbesluit ook om die reden onzorgvuldig tot stand is gebracht.

Enkel bestemming 9 ‘onen ■ 1

r-1

Ig

U Bu ens?

Aankondiging aanvullende informatie Tegen deze achtergrond en gelet op de voorgenomen weigering, is cliënt voornemens om alsnog een ruimtelijke onderbouwing aan te leveren. De opdracht daartoe is reeds uitgezet en zal naar verwachting binnen enkele weken zijn afgerond. Na ontvangst daarvan zal deze tevens zo spoedig mogelijk met uw college worden gedeeld.

Vooruitlopend daarop wordt opgemerkt dat er, gelet op de voorlopige onderzoeken, in het kader van ruimtelijke ordening en milieuaspecten geen belemmeringen te verwachten zijn. Daarbij wordt ook verwezen naar de onderliggende onderzoeken behorende bij de aan­ vraag. IV.

Slotopmerking en verzoek aanhouding besluitvorming

Kort samengevat kan cliënt zich aldus niet verenigen met dit ontwerpbesluit, nu de ruimte­ lijke inpasbaarheid van de beoogde ontwikkeling door uw college in zijn geheel niet is on­ derzocht en evenmin rekenschap is gegeven van het feit dat de projectlocatie reeds is bestemd voor vrijstaande woningen. Gelet daarop is het ontwerpbesluit op dit punt ontoe­ reikend gemotiveerd en onzorgvuldig voorbereid.

6/7

T

R

P

Naar de visie van cliënt is woningbouw op de kop van het Buitenstvallaat wel degelijk mogelijk, waarbij de verhouding open en gesloten beeld vanaf de waterzijde gewaarborgd kan blijven. Ter onderbouwing daarvan zal, zoals aangekondigd, een ruimtelijke onderbouwing worden overgelegd. Cliënt verzoekt u vriendelijk om de bevindingen uit de onderbouwing bij uw definitieve besluitvorming te betrekken en derhalve de definitieve besluitvorming tot nader order aan te houden. Gezien het vorenstaande, verzoekt cliënt uw college om de omgevingsvergunning voor de bouw van een villa alsnog te verlenen. Cliënt is overigens graag bereid om met uw ge­ meente hierover in gesprek te gaan en zijn zienswijze mondeling toe te lichten. Tot slot hecht cliënt eraan op te merken dat de termijn voor het vaststellen en de hoogte van de dwangsommen als bedoeld in artikel 4:18 van de Awb, reeds is verstreken. Onder verwij­ zing naar de brief van 26 april 2022 in Bijlage 7, verzoekt cliënt u eveneens om binnen afzienbare tijd een beslissing over de reeds verbeurde dwangsommen te nemen.

Met vriendelijke groet, I O.

A

.DC

5.1.2.e

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13381605/2