CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.7 - Onderbouwing stikstofberekening 22-10-2024

Het Debat 2 december 2025, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Wijziging omgevingsplan Mûntsgroppe 2 en 4 in Rottevalle1.050 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stikstofberekening Berekening stikstofdepositie omgevingsplan aanpassing en bouwfase locatie Mûntsgroppe 2 en 4 te Rottevalle.

Auteur:

Atze Abma

Datum:

22-10-2024

Status:

definitief

Versie:

1

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Invoergegevens Aerius

4

2.1

Uitgangspunten

5

2.2

Invoermodellen

7

3

Rekenresultaten en conclusies

8

4

Bijlage 1

9

.

Inleiding

Op de huidige locatie Mûntsgroppe 2 en 4 te Rottevalle was een melkveehouderij actief. Deze melkveehouderij is gestopt op deze locatie. In het kader van de ruimte voor ruimte regeling zullen de ligboxenstal en mestsilo worden gesloopt. Ook de sleufsilo’s en erfverhardingen zullen worden weggehaald. De bestaande boerderij met woning en werktuigenberging en de jongveestal met overkapping zal blijven staan. De kavel zal worden gesplitst, op de locatie van de oude ligboxenstal zal een nieuwe woning worden gebouwd. De depositie van stikstof in Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 vanwege deze ontwikkeling alsmede van het verkeer van en naar deze locatie tijdens de bouwfase, is berekend met programmapakket Aerius. Deze notitie vormt een toelichting op de berekeningen die als bijlagen zijn toegevoegd.

1

Invoergegevens Aerius

Om een correcte berekening van de stikstofemissie en –depositie vanuit de locatie te kunnen opstellen, worden in AERIUS de bronnen van NOx en NH3 emissie ingevoerd die als gevolg van het plan tijdens de sloop- en bouwfase worden veroorzaakt door mobiele werktuigen en verkeersbewegingen. Het slopen van de ligboxenstal en mestsilo en het bouwen van een nieuwe woning is een eenmalige activiteit. Na afronden van de werkzaamheden komt deze emissie volledig te vervallen. In AERIUS zijn standaard emissiekengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies worden bepaald afkomstig van deze bronnen. De invoer van gegevens heeft hierop geen invloed. Naast de bronnen (diesel draaiende werktuigen) dienen ook de verkeersbewegingen op, van en naar de locatie in de berekeningen meegenomen te worden. Conform jurisprudentie dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden totdat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) is dit het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden.

2.1

Uitgangspunten

In AERIUS zijn de bronnen van NOx en NH3 emissie veroorzaakt door mobiele werktuigen en verkeersbewegingen ingevoerd die tijdens de tijdens de sloop- en bouwfase als gevolg van het plan worden veroorzaakt.

2.1.1

Mobiele werktuigen:

In onderstaand overzicht staat een overzicht van in te zetten mobiele werktuigen tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden.

Afbeelding 1 overzicht en gebruiksduur van mobiele werktuigen

2.1.2

Verkeersbewegingen:

De verkeersbewegingen als gevolg van het slopen en bouwen zien er als volg Het moment dat het bouwverkeer de kruising Mûntsgroppe - Bildwei bereikt, is het moment dat het zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de Bildwei bevindt. In onderstaande afbeelding is de rijroute aangegeven, deze route gaat deels over de buitenweg en deels door de bebouwde kom van Rottevalle.

Afbeelding 2 route bouwverkeer naar en van de locatie

In onderstaande staat worden het aantal en soort verkeersbewegingen als gevolg van het slopen en bouwen weergegeven.

Afbeelding 3 Overzicht verkeersbewegingen als gevolg van slopen en bouwen

2.2

Gebruiksfase:

De nieuwe woning zal “gasloos” worden gebouwd. De emissie uit de nieuwe woning zal nihil of heel gering zijn. De emissie van de bestaande boerderij zal niet toenemen ten opzichte van de al bestaande emissie. De verkeersbewegingen als gevolg van de bestaande boerderij zullen nadrukkelijk afnemen omdat de activiteit melkveehouderij is komen te vervallen. De verkeersbewegingen van en naar de nieuwe woning in de gebruiksfase zullen aanmerkelijk minder zijn dan de verkeersbewegingen als gevolg van het slopen en bouwen. Ten opzichte van de sloop en bouwfase zullen de verkeersbewegingen nadrukkelijk afnemen.

2.3

Invoermodellen

De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het Aerius-model. In onderstaande afbeelding is het invoermodel weergegeven.

Afbeelding 4 Invoermodel

4

Rekenresultaten en conclusies

De berekening met AERIUS genereert ten behoeve van de Wnb een “leeg” rapport voor zowel de bouwfase als de gebruiksfase, waarin wordt geconstateerd dat er geen natuurgebieden zijn met een toename van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol/ha/jaar (bijlage 1). -

-

-

-

Voor het bepalen of een plan wel of geen significant negatief effect kan hebben op voor verzuring en vermesting gevoelig Natura 2000-gebied waar sprake is van een overschrijding van de kritische depositiewaarde voor stikstof, is nagegaan wat de depositiebijdrage vanwege het plan voor stikstofgevoelige habitattypen en soorten per Natura 2000-gebied zal zijn. Uit de berekeningen blijkt dat de projectbijdrage op alle Natura 2000 gebieden tijdens de sloop en bouwfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt Uit de rekenresultaten blijkt dat er geen sprake is van een emissie van stikstof vanuit het plangebied tijdens de sloop en bouwfase die leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol stikstof/ha/jaar op voor verzuring en vermesting gevoelig Natura 2000-gebied. Vastgesteld is dat de emissie in de gebruiksfase van de woningen Mûntsgroppe 2 en 4 afneemt ten opzichte van de emissie in de sloop en bouwfase. Ook in de gebruiksfase zal er geen stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol stikstof/ha/jaar op voor verzuring en vermesting gevoelig Natura 2000-gebied plaats vinden. Op grond hiervan kan met wetenschappelijke zekerheid worden vastgesteld dat er geen sprake is van een significant negatief effect op voor verzuring en vermesting gevoelig Natura 2000- gebied (er is geen sprake is van een overschrijding van de kritische depositiewaarde).

9

Bijlage .

Aeriusberekening

Projectberekening

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

Projectberekening

₃

RbWPdPPpFZx2 (22 oktober 2024)

ₓ

2/8

Projectberekening

₃

ₓ

RbWPdPPpFZx2 (22 oktober 2024)

3/8

Projectberekening

RbWPdPPpFZx2 (22 oktober 2024)

4/8

Projectberekening

RbWPdPPpFZx2 (22 oktober 2024)

5/8

Projectberekening

ₓ ₃

ₓ ₃ ₓ ₃ ₓ ₃ ₓ ₃ ₓ ₃ ₓ ₃

ₓ ₂ ₃

RbWPdPPpFZx2 (22 oktober 2024)

6/8

Projectberekening

ₓ ₂ ₃

ₓ ₂ ₃

ₓ ₂ ₃

RbWPdPPpFZx2 (22 oktober 2024)

7/8

Projectberekening

RbWPdPPpFZx2 (22 oktober 2024)

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16145935/1