Bijlage 1.1 - 2022.TD.007.QS.RvR.Muntsgroppe2.Rottevalle.(def) kopie
Tekst van het document
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
Status: Definitief Datum: 14 augustus 2022 Projectnummer: 2022.007.1 Opdrachtgevers:
Opdrachtnemer: Dolstra Ecologisch Advies
Onderzoeksverantwoording De quick-scan Natuurbeschermingswet is de eerste stap bij het bepalen van de effecten van de voorgenomen ingrepen op mogelijk aanwezige beschermde flora en fauna. Een dergelijk onderzoek stelt op basis van een locatiebezoek en een bureaustudie vast of er sprake is van (de kans is op) overtreding van de Natuurbeschermingswet. De bureaustudie is hierbij gebaseerd op de bekende verspreidingsgegevens uit de verschillende bronnen van de verschillende beschermde waarden. Dit betreffen bronnen als verspreidingsatlassen, websites met verspreidingsgegevens zoals te vinden op de websites telmee.nl en waarneming.nl en de NDFF. Over het algemeen zijn deze gegevens onvolledig en onvoldoende gedetailleerd. Door middel van een locatiebezoek kan op een locatie een gerichte inschatting worden gemaakt van de kansen tot het aantreffen van specifieke beschermde waarden. De quick-scan is dus indicatief en geeft hiermee dus niet per definitie een volwaardig beeld van de daadwerkelijke situatie. Hiervoor dient indien dit uit de quick-scan blijkt, nader onderzoek uitgevoerd te worden. De quick-scan kan niet worden gebruikt als volwaardig onderzoek ten behoeve van een ontheffingsaanvraag van de Natuurbeschermingswet. Hiervoor dient ten aller tijde nader onderzoek naar de specifieke soort(en) of soortgroep(en) te worden uitgevoerd.
Deze resultaten kunnen eventueel wel als een ‘plus’ worden opgenomen in de quick-scan rapportage, waardoor de rapportage wel volwaardig kan worden gemaakt en gebruikt voor een eventuele ontheffingsaanvraag. Dolstra Ecologisch Advies is niet verantwoordelijk voor eventuele vertragingen in het werk en mogelijke meerkosten ontstaan door de aanwezigheid van strikt beschermde natuurwaarden binnen en zo mogelijk direct rond het plangebied waarvoor het natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd. Stikstofberekeningen, zoals deze veelvuldig worden vereist bij project ontwikkelingen, maken geen deel uit van deze quick-scan rapportage.
INHOUDSOPGAVE
1. INLEIDING ......................................................................................................................................... 2 1.1 Huidige situatie................................................................................................................................... 2 1.2 Voorgenomen activiteiten ................................................................................................................... 3 2. NATUURWETGEVING........................................................................................................................ 5 2.1 Natuurbeschermingswet beschermd flora en fauna ............................................................................ 5 2.2 Natura 2000-gebieden en NNN ........................................................................................................... 5 3. GEBIEDSBESCHRIJVING .................................................................................................................... 7 3.1 Ligging plangebied .............................................................................................................................. 7 3.2 Foto’s plangebied ................................................................................................................................ 8 4.
ONDERZOEKSMETHODIEK ............................................................................................................. 10 4.1 Flora ................................................................................................................................................. 10 4.2 Broedvogels ...................................................................................................................................... 10 4.3 Zoogdieren ....................................................................................................................................... 10 4.4 Vleermuizen ..................................................................................................................................... 11 4.5 Amfibieën & reptielen ....................................................................................................................... 11 4.6 Vissen ............................................................................................................................................... 11 4.7 Vlinders & libellen ............................................................................................................................ 11 4.8 Overige soortgroepen ....................................................................................................................... 12 5.
ONDERZOEKSRESULTATEN ........................................................................................................... 13 5.1 Broedvogels ...................................................................................................................................... 13 5.2 Flora ................................................................................................................................................. 14 5.3 Zoogdieren ....................................................................................................................................... 15 5.4 Vleermuizen ..................................................................................................................................... 16 5.5 Amfibieën & reptielen ....................................................................................................................... 16 5.6 Vissen ............................................................................................................................................... 17 5.7 Vlinders & libellen ............................................................................................................................ 17 5.8 Overige soortgroepen ....................................................................................................................... 17 6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 18 6.1 Broedvogels ...................................................................................................................................... 18 6.2 Flora ................................................................................................................................................. 19 6.3 Zoogdieren ....................................................................................................................................... 19 6.4 Vleermuizen ..................................................................................................................................... 19 6.5 Amfibieën & reptielen ....................................................................................................................... 19 6.6 Vissen ............................................................................................................................................... 20 6.7 Vlinders & libellen ............................................................................................................................ 20 6.8 Overige soortgroepen .......................................................................................................................
20 6.9 Toetsing aan wet- en regelgeving ...................................................................................................... 20 6.10 Algemene zorgplicht ....................................................................................................................... 20 6.11 Aanbevelingen ................................................................................................................................ 20
LITERATUURLIJST BIJLAGE 1. LIGGING PLANGEBIED.
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
1. INLEIDING Initiatiefnemers, zijn voornemens de huidige opstallen die zijn gesitueerd op het adres Mûntsgroppe 2 te Rottevalle voor een deel te ontmantelen in het kader van ‘Ruimte voor Ruimte’ of ‘Rood voor Rood’. Dat wil in dit geval zeggen dat een deel van de huidige opstallen van het nu nog in bedrijf zijnde veehouderijbedrijf worden gesloopt en hiervoor in plaats komt een extra woonhuis, dat landschappelijk inpasbaar wordt aangekleed. Het plangebied maakt geen deel uit van aangewezen weidevogelgebieden. De voorgenomen activiteiten kunnen o.a. in strijd zijn met de Natuurbeschermingswet. Om hier inzicht in te krijgen is Dolstra Ecologisch Advies door mede initiatiefneemster enaderd voor het uitvoeren van een quick-scan Natuurbeschermingswet. Naast deze Flora- en fauna gerichte wetgeving wordt er ook een inschatting gemaakt of de voorgenomen werkzaamheden ook in strijd zijn of kunnen zijn met de wetgeving met betrekking tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de Natura2000 gebieden in de omgeving. In onderhavige rapportage zijn de resultaten van de uitgevoerde quick-scan nader uitgewerkt.
1.1 Huidige situatie Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit een in bedrijf zijnd melkveehouderijbedrijf ten noorden van de woonkern Rottevalle. Op het erf zijn verschillende opstallen/objecten aanwezig. Het gaat hierbij op een ruim 100 jaar oud boerderijtje met daarachter gelegen een ligboxstal, een werktuigenloods, jongveestallen, mestsilo, kuilvoerplaten en bijbehorende infrastructuren. Het plangebied is in het landelijk gebied gelegen van de Noordelijke Friese Wouden. De omgeving is niet aangemerkt als weidevogelkerngebied en ligt ruim buiten de weidevogelkansgebieden. Zie onderstaande kaart met locatie van plangebied als paarse stip weergegeven. Ten zuiden van het plangebied is de dorpskern Rottevalle gelegen. Rondom is het plangebied verder omsloten door productiegrasland die veelvuldig worden doorsneden door de voor de regio kenmerkende windsingel structuren. Ten zuiden en westen van het plangebied is de straat ‘Mûntsgroppe’ gelegen. Er zijn diverse opgaande beplantingen in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. Binnen het plangebied is nagenoeg geen opgaande beplanting aanwezig. Tussen de huidige oprit en de oude boerderij is een kleine vijver gelegen.
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
Figuur 1. Ligging plangebied (paarse stip) ten opzichte van weidevogelgebieden.
1.2 Voorgenomen activiteiten Initiatiefnemers zijn voornemens de huidige ligboxstal, werktuigenberging, mestsilo, de kuilvoerplaten en een deel van de aanwezige infrastructuur te ontmantelen en deze in het kader van ‘Ruimte voor Ruimte’ te vervangen door een nieuwe 2e woning. De nieuwe woning zal landschappelijk ingepast worden en zal een nieuwe eigen toegangsweg krijgen. De jongveestalling blijft behouden in het herinrichtingsvoornemen. De nabijgelegen en aangrenzende watergangen worden niet aangetast door het herinrichtingsvoornemen. Uitzondering hierop is de locatie waar een dam in de ‘droge’ watergang wordt gelegd t.b.v. de nieuwe woning. De huidige oude boerderij krijgt eveneens een nieuw toegangspad. Hierbij wordt de huidige vijver verder niet aangetast en worden/hoeven geen bomen te worden verwijderd. Het voornemen is om de huidige beplanting te versterken. Hiervoor is een aanpassing van het bestemmingsplan nodig ten behoeve van de functiewijziging van het plangebied. De voorgenomen activiteiten kunnen in strijd zijn met de Natuurbeschermingswet. Onderhavige rapportage is opgesteld om inzicht te verschaffen in de aan- dan wel afwezigheid van strikt beschermde waarden vanuit de Natuurbeschermingswet, binnen en direct rond het plangebied.
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
Figuur 2. Detailtekeningen oude versus nieuw te realiseren situatie.
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
2. NATUURWETGEVING De natuurwet- en regelgeving kent twee pijlers, namelijk een gebiedsgerichte en een soortgerichte peiler, beide opgenomen in de Natuurbeschermingswet. Met de Natuurbeschermingswet zijn de Europese Vogelen Habitatrichtlijn in de nationale wetgeving eveneens samengebracht.
2.1 Natuurbeschermingswet beschermd flora en fauna De Natuurbeschermingswet richt zich op de bescherming van soorten. De Natuurbeschermingswet gaat uit van het 'nee, tenzij'-principe. Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Centraal hierbij staat de Algemene Zorgplicht. De Algemene Zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving. Onder bepaalde voorwaarden is een algemene vrijstelling geregeld van de ontheffingsplicht van de Natuurbeschermingswet. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling hangt af het de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden. - Algemene soorten – Algemene Zorgplicht. - Beschermde soorten – Gecombineerde beschermingsregime van zware bescherming en Algemene Zorgplicht. - Jaarrond beschermde soorten – Zwaarste beschermingsregime. Vogels nemen in de Natuurbeschermingswet een bijzondere positie in. Algemene vogels (hun nesten) worden tijdens het broedseizoen beschermd door de Natuurbeschermingswet vanaf het moment dat er sprake is van nestbouw. Voor het aantasten van broedende vogels geldt een zware toets vergelijkbaar met jaarrond beschermde soorten.
Daarnaast zijn voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van een aantal vogelsoorten jaarrond beschermd (mits niet definitief verlaten). Het betreft nesten van boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, huismus, havik, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. Tevens is de lijst in de huidige Natuurbeschermingswet uitgebreid met nog een groot aantal roofvogels, holen- en/of gebouw broedende vogelsoorten, waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn als er sprake is van een ecologisch zwaarwegende reden. Voor de algemene soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling van de ontheffingsplicht en daarom is geen ontheffing nodig, zolang er geen sprake is van een broedgeval op het moment van uitvoering van de werkzaamheden. Deze soorten zijn in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. De Natuurbeschermingswet is overal en altijd van toepassing bij ontwikkelingen. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de aanwezigheid van beschermde soorten.
2.2 Natura 2000-gebieden en NNN Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Natuurbeschermingswet beschermd. Er is geen sprake van beschermde gebieden in het kader van de Natuurbeschermingswet ter plaatse van het plangebied. Ook is er geen sprake van externe negatieve werking/effecten vanuit het plangebied op beschermde gebieden. De dichtst bij gelegen gebied dat onder Natura 2000 valt, is de Alde Feanen. Dit gebied is op grote afstand gelegen ten oosten van het plangebied. Dit gebied is gelegen op een afstand van circa 10 kilometer vanaf het plangebied. Binnen het plangebied vinden geen activiteiten plaats die een negatieve externe werking kunnen hebben op o.a. dit Natura 2000 gebied. Verdere toetsing aan de Natuurbeschermingswet is niet nodig.
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied grenst eveneens niet aan gronden die deel uitmaken van de NNN. Het dichtst bij gelegen gebied dat onder de NNN valt is op circa 1,2 kilometer van het plangebied af gelegen. Dit betreft De Leijen. Tussenliggend zijn tevens andere bebouwingen en agrarische gronden gelegen. Binnen het plangebied worden geen functieveranderingen of bestemmingsplanwijzigingen doorgevoerd die een negatieve invloed hebben op dit NNN gebied, waardoor er dus geen toetsing aan de NNN nodig is.
Figuur 3. Ligging plangebied (paars) ten opzichte van de Natura2000 gebieden die op geruime afstand zijn gelegen.
De voorgenomen activiteiten vallen niet binnen de grenzen van regulier beheer en onderhoud. Naar verwachting zullen aanvullende acties moeten worden ondernomen, zoals het aanvragen van een wijziging van het bestemmingsplan.
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
3. GEBIEDSBESCHRIJVING
3.1 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van het dorp Rottevalle. Rondom is het plangebied grotendeels begrensd door agrarisch cultuurland, voornamelijk productiegrasland. Onderling worden deze gescheiden door kavelsloten van verschillende omvang en typisch voor de regio zijnde windsingels. Ten zuiden en westen van het plangebied is de (zand)weg ‘Mûntsgroppe’ gelegen. De woonkern Rottevalle en overige bebouwing zijn op enige afstand ten opzichte van het plangebied gelegen.
Figuur 4: Plangebied (rode lijnen) gelegen in het buitengebied van de woonkern Rottevalle.
Een impressie van het plangebied wordt weergegeven aan de hand van foto’s bij 3.2.
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
3.2 Foto’s plangebied
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
4. ONDERZOEKSMETHODIEK De quick-scan heeft twee leidraden om tot de conclusies en aanbevelingen te komen. Ten eerste vindt een Bureaustudie betreffende de potenties voor beschermde waarden binnen en direct rond het plangebied plaats. Tijdens een veldbezoek aan het plangebied wordt beoordeeld of de potentiële te verwachten beschermde waarden ook mogelijkheden hebben binnen het plangebied en directe omgeving om hier op enigerlei manier gebruik van te maken. Zaken die hier onder vallen zijn o.a. broedplaats, kraamverblijf of anderszins voortplantingsmogelijkheden, foerageergebied, overwinteringverblijf, paarverblijf of leefgebied. Per soort/soortgroep wordt hierna de aandachtspunten beschrijven die tijdens het veldbezoek aan de orde (kunnen) komen. Afhankelijk van het tijdstip in het jaar is de trefkans op soorten uit de verschillende soortgroepen groter dan wel kleiner. Afhankelijk hiervan zal de inschatting voor de potentie voor een soort een groter dan wel kleiner aandeel hebben in de quick-scan.
4.1 Flora Voor de soortgroep flora moet bij voorkeur de quick-scan worden uitgevoerd in het groei- en bloeiseizoen van de potentieel te verwachten soorten. Echter is dit niet altijd mogelijk. Ook buiten de voorkeursperiode kunnen soms nog afgestorven resten worden gevonden van verschillende beschermde soorten. Andere soorten zijn soms nog lang vegetatief aanwezig. Lukt dit alles niet, dan wordt in combinatie met de bekende verspreidingsgegevens en de aangetroffen biotopen een inschatting gemaakt in het plangebied of verschillende soorten in het plangebied voor kunnen komen en of zo mogelijk nader onderzoek nodig is, dan wel de algemene zorgplicht van toepassing is ten aanzien van beschermde soorten.
4.2 Broedvogels Binnen de soortgroep broedvogels wordt in eerste instantie voornamelijk gekeken naar de mogelijkheden die het plangebied biedt of kan bieden aan jaarrond beschermde vogelsoorten. Veel voorkomende soorten in huizen/gebouwen uit deze groep zijn de huismus, gierzwaluw, kerkuil en steenuil. In andersoortige plangebieden kunnen dit soms ook o.a. de ooievaar, buizerd, havik, torenvalk, ransuil, bosuil en grote gele kwikstaart zijn. Daarnaast wordt er gekeken naar met name de mogelijkheden voor algemene broedvogelsoorten als voortplantingsplaats en eventueel als foerageergebied. Nesten van algemene broedvogelsoorten zijn in de huidige Natuurbeschermingswet beschermd vanaf het moment dat er sprake is van beginnende nestbouw en niet meer alleen beschermd vanaf het moment wanneer er sprake van een nest met eieren en/of jongen binnen het plangebied. Vanuit de Natuurbeschermingswet worden de richtdata voor het broedseizoen gegeven van 15 maart tot 15 juli. Echter is het vooral van belang of er gevallen van voortplanting binnen het plangebied aanwezig zijn of niet. Voor diverse soorten zoals de wilde eend, grauwe gans, merel en de houtduif kan de aanwezigheid van een broedgeval ook buiten het algemeen gehanteerde broedseizoen vallen.
4.3 Zoogdieren Gedurende het veldbezoek wordt gekeken welke in de literatuur naar voren gekomen beschermde zoogdieren in het plangebied voor kunnen komen. Niet iedere diersoort vindt een geschikt leefgebied binnen een plangebied. Biotoopkenmerken kunnen soorten uitsluiten of bevestigen, dus of er wel of geen nader onderzoek naar een specifieke soort dient plaats te vinden. Daarnaast moet dit wel matchen met het aantreffen van bewoningssporen, uitwerpselen, prooiresten, prenten en potenties voor geschikte verblijf-
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
plaatsen. In de quick-scan worden hier antwoorden op gegeven en zo nodig advies aangedragen hoe verder te handelen.
4.4 Vleermuizen Binnen de zoogdieren zijn de vleermuizen een aparte groep. Alle vleermuissoorten binnen Nederland zijn strikt beschermd in de Natuurbeschermingswet. In de praktijk betekend dit doorgaans dat wanneer er sprake is van opstallen die gesloopt of gerenoveerd zullen worden, dat hier vrijwel altijd nader onderzoek nodig is om het gebruik van het plangebied in kaart te brengen. In de quick-scan wordt in eerste instantie dan vooral gekeken naar de potenties voor vleermuizen, zoals spouwmuren, mogelijkheden om in spouwmuren te komen, aanwezigheid van dakbeschot, type dak, daklijsten met hierachter ruimten, zolders met toegang voor vleermuizen tot deze, kachelhoutopslag, etc. Dergelijke locaties kunnen worden gebruikt als kraamverblijf, balts-/paarverblijf en/of overwinteringplaats. In overige plangebieden of delen van deze kunnen aspecten vanuit de quick-scan worden gevormd door het al dan niet aanwezig zijn van holten in bomen die als verblijfplaats kunnen dienen. Ook wordt er in dat geval gelet op de mogelijkheden van het plangebied voor vleermuizen als essentiële trekroute en/of foerageergebied.
4.5 Amfibieën & reptielen Amfibieën en reptielen en dan met name de zwaarder beschermde soorten leven doorgaans in specifieke milieus. Doorgaans zullen deze strikter beschermde soorten niet snel binnen een plangebied voorkomen. Echter, dit is nooit volledig uit te sluiten. Daarom wordt in de uitvoering van de quick-scan gekeken naar geschikte voortplantingslocaties en biotopen van de soorten binnen en direct rond het plangebied. Vooral wanneer ook de bekende verspreidingsgegevens aangeven dat een soort ergens in de omgeving voorkomt, krijgen deze soortgroepen extra aandacht tijdens het veldwerk.
4.6 Vissen Vissen zijn ten aller tijde aan water gebonden. In de uitvoering zal dan ook worden gelet op de aanwezigheid van waterelementen binnen en aangrenzend aan het plangebied. Afhankelijk van het type water in combinatie met de bekende verspreidingsgegevens van de beschermde soorten vis wordt een inschatting gemaakt of deze in het betreffende water voor (kunnen) komen. In geval van kleine wateren worden vaak in de quick-scan fase al steekproeven met een RAVON-schepnet genomen om een inschatting te maken van de mogelijkheden voor de beschermde soorten. Voor omvangrijkere waterelementen zal vrijwel altijd nader onderzoek worden geadviseerd in de quick-scan indien de ze onder invloed (kunnen) komen te staan van het voornemen van de initiatiefnemer.
4.7 Vlinders & libellen De strikt beschermde dagvlinders en libellen komen doorgaans voor in specifieke milieus. Echter, wanneer de bekende verspreidingsgegevens aangeven dat een beschermde soort nabij het plangebied ooit is waargenomen, zal er specifieker op worden gelet in de quick-scan of er potenties voor de soort aanwezig zijn. Dit kunnen waadplanten zijn, maar ook specifieke biotopen.
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
4.8 Overige soortgroepen Strikt beschermde soorten uit de overige soortgroepen zijn doorgaans aan zeer specifieke biotopen gebonden zoals zeer schoon stilstaand water of zeer oud eikenbos met veel dood hout. Wanneer uit de bekende literatuur naar voren komt dat een dergelijke soort in de regio voorkomt zal extra worden gelet op de aanwezigheid of de potenties in leefgebied voor deze.
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
5. ONDERZOEKSRESULTATEN In dit hoofdstuk worden de resultaten van het literatuuronderzoek en het veldbezoek beschreven die ten grondslag liggen aan de conclusies en aanbevelingen in het volgende hoofdstuk. Onderhavige rapportage is opgesteld in navolging van het veldbezoek dat is uitgevoerd op 25 mei 2022 onder voor de tijd van het jaar geschikte omstandigheden (zonnig, wolkenvelden, droog, circa 17°C en een wind kracht 2-3). Het veldbezoek is tijdens het actieve seizoen van de verschillende soortgroepen uitgevoerd, waardoor de verschillende soorten/soortgroepen naar biotoopomstandigheden volwaardig zijn waargenomen. Er is een goede inschatting gemaakt door de ecoloog of het plangebied potenties heeft als leefgebied voor de verschillende beschermde soorten. De combinatie van bureaustudie en de biotoopkennis van de uitvoerend ecoloog geven een gedegen invulling aan eventueel ontbrekende informatie.
5.1 Broedvogels Uit literatuuronderzoek komt naar voren dat in de directe omgeving van het plangebied o.a. de jaarrond beschermde kerkuil, huismus en gierzwaluw als gebouw bewonende soorten voorkomen. Daarnaast worden broedlocaties van andere jaarrond beschermde soorten, waaronder de buizerd, sperwer, boerenzwaluw en de ransuil beschreven in de beschikbare literatuur. Het is niet uitgesloten dat soorten als de buizerd en de kerkuil de omgeving van het plangebied zouden gebruiken als foerageergebied. Het plangebied heeft geen geschikte nestgelegenheden voor soorten als huismussen en gierzwaluwen, soorten die aan opstallen gebonden zijn, waar de soorten bijvoorbeeld tussen de dakbedekking en dakbeschot kunnen nestelen. Huismussen van buiten het plangebied zijn wel foeragerend waargenomen binnen het plangebied, maar geen nest indicerend gedrag. Binnen de ligboxstal zijn wel diverse broedgevallen van de boerenzwaluw vastgesteld. De plaatselijke vogelwacht heeft in 2022 (19 juni) een 18 tal unieke broedparen vastgesteld (schriftelijke.med. Fûgelwacht Kompenije/Rottevalle e.o.). Deze nesten zullen dus moeten worden gecompenseerd alvorens dat de ligboxstal ontmanteld mag worden.
Een deel van de opstallen hebben potentie voor een soort als de kerkuil, maar er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op de aanwezigheid of gebruik van de opstallen door de kerkuil als rust of verblijfplaats. Er is geen potentie binnen het plangebied voor soorten die aan bomen en bosschages gebonden zijn, zoals de ransuil en de buizerd wegens het ontbreken van opgaande beplantingen binnen het plangebied. Buiten het plangebied vinden deze soorten wel geschikte broedgelegenheden buiten de invloedsfeer van het herinrichtingvoornemen. Dergelijke soorten ondervinden door het herinrichtingvoornemen geen negatieve invloed van de voorgenomen werkzaamheden wanneer de grove werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd. Er zijn geen verdere aanwijzingen gevonden die duiden op het daadwerkelijke gebruik door strikt beschermde broedvogels van het plangebied buiten de functie foerageergebied om.
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
Foto’s: ca. 18 broedparen boerenzwaluwen maken in 2022 gebruik van de ligboxstal.
Binnen en direct rond het plangebied zijn enkele algemene soorten vogels waargenomen die alleen bescherming genieten vanaf het moment dat er sprake is van een beginnend broedgeval en daarop volgend nesten met eieren of jongen die aanwezig zijn binnen het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn in het ieder geval de volgende soorten binnen en direct rond het plangebied waargenomen; spreeuw en kauw. Er waren ondanks het tijdstip in het jaar geen vogels binnen het plangebied en de directe omgeving aanwezig die aantoonbaar nest identificerend gedrag toonden. Gedurende het broedseizoen zijn wel diverse broedvogels te verwachten binnen en nabij het plangebied. Te verwachten zijn dan soorten als wilde eend, roodborst en winterkoning. Het plangebied valt niet binnen de begrenzing van de weidevogel (kans) gebieden. Overige nesten en/of potentiële strikt beschermde broedvogels zijn als gevolg van het type biotoop, niet te verwachten binnen en direct rond het plangebied en worden veelal ook niet verwacht binnen het plangebied deels wegens het huidige gevoerde beheer, de ligging van het plangebied in landelijk gebied en het ontbreken van geschikte nestgelegenheden.
Op basis van de bevindingen uit het veldbezoek is het niet aannemelijk dat er nestgelegenheden aanwezig zijn binnen het plangebied van de strikt beschermde vogelsoorten die zouden worden aangetast door het herinrichtingvoornemen. Dit met uitzondering van de boerenzwaluw. Enkele algemene broedvogels zijn wel vastgesteld, maar niet (meer) nestindicerend. Nader onderzoek naar broedvogels is niet nodig om uitsluitsel te geven. Eventuele potentiële nestgelegenheden in binnen het plangebied zullen niet worden aangetast in het herinrichtingvoornemen. De door de plaatselijke vogelwacht vastgestelde broedparen boerenzwaluw geven voldoende info aangaande de vervolgadviezen in deze. Ecologische begeleiding tijdens de werkzaamheden is nodig ten aanzien van broedvogels, indien de herinrichting binnen het broedseizoen van vogels zal worden uitgevoerd. Het is echter verstandig om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren, dat globaal van 15 maart tot 15 juli loop. Voor de overige vogelsoorten geldt dat deze beschermd zijn zolang er sprake is van een broedgelegenheden, alsmede wanneer er eieren en/of kuikens in de nesten aanwezig zijn.
5.2 Flora Voor de omgeving van het plangebied zijn weinig beschermde plantensoorten geregistreerd in de literatuur. De voorheen licht beschermde soort, de zwanenbloem is wel bekend uit de ruime omgeving van het plangebied, maar deze soort valt nu alleen nog onder de Algemene Zorgplicht.
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
Binnen en langs het plangebied zijn beperkt mogelijkheden voor vegetatie met mogelijke beschermde soorten om te groeien. Voor Beschermde en Zorgplichtige soorten, zoals de zwanenbloem zijn er potentiele groeiplaatsen aanwezig buiten het plangebied in de vorm van watergangen. Het plangebied bestaat voornamelijk uit een boerenerf, bijbehorende opstallen en infrastructuren. Veel voorkomende soorten flora zijn Engels raaigras, straatgras, kweek, witbol, gewone hoornbloem en ridderzuring. Gezien deze soortensamenstelling en biotoop, zijn er geen strikt beschermde plantensoorten te verwachten binnen het plangebied, omdat deze veelal in specifieke milieus groeien. Op de slootkanten en in de watergangen zijn alleen algemene soorten aangetroffen en te verwachten. Dit zijn soorten als, riet, smalle waterpest en mannagras. De Zorgplichtige zwanenbloem komt wel in de directe omgeving van het plangebied voor. Tijdens het veldbezoek zijn er geen exemplaren aangetroffen van deze soort in de aangrenzende watergangen. Activiteiten die eventueel plaatsvinden in de watergangen zullen geen beschermde of zorgplichtige floristische waarden aantasten. Voorts geldt de algemene zorgplicht. Overige strikt beschermde plantensoorten zijn op basis van de aangetroffen omgevingskwaliteiten niet te verwachten binnen en direct rond het plangebied.
Op basis van het veldbezoek kan worden geconcludeerd dat er geen nader onderzoek naar het voorkomen van beschermde plantensoorten nodig is binnen het plangebied. Geschikte standplaatsen ontbreken en er zijn geen (restanten van) beschermde plantensoorten gevonden.
5.3 Zoogdieren Strikt beschermde zoogdieren zijn op basis van biotoopkenmerken in combinatie met de bekende verspreidingsgegevens niet te verwachten binnen het plangebied en directe omgeving. Uitzondering hierop is de waterspitsmuis die wel bekend is uit de omgeving van het plangebied. Deze soort is vooral gebonden aan waterkanten. De erg steile waterkanten rond het plangebied zijn in principe ongeschikt leefgebied voor de soort. Omdat de waterkanten verder niet worden aangetast in het herinrichtingvoornemen, is een eventuele verstoring van de soort uitgesloten. Het plangebied heeft potentie voor grotere zoogdieren als leefgebied. Dit komt mede doordat het plangebied volledig in het buitengebied is gelegen. Er zijn geen specifieke sporen aangetroffen van zwaarder beschermde zoogdieren, zoals de steenmarter, maar die kunnen foeragerend niet volledig uitgesloten worden. Ook kunnen algemene soorten zoals het haas, de veldmuis, bosspitsmuis en de rosse woelmuis voorkomen binnen en direct buiten het plangebied. Deze soorten kennen geen zware beschermingsstatus. Binnen en langs het plangebied zijn geen sporen gevonden van algemene soorten zoogdieren. Haas is een soort die te verwachten is binnen het plangebied, maar niet is waargenomen tijdens het veldbezoek.
Het leefgebied van de verschillende soorten zoogdieren wordt (mogelijk tijdelijk) aangetast tijdens de uitvoering van de herinrichtingwerkzaamheden. Voor alle soorten geldt dat er geen negatief effect te verwachten is, omdat van deze soorten geen verblijfplaatsen worden vernietigd. De oppervlakte foerageergebied blijft uiteindelijk onveranderd. Het ontbreken van specifieke biotopen binnen en aangrenzend aan het plangebied, maakt het voorkomen van specifieke strikt beschermde soorten onwaarschijnlijk. Een beperkte uitzondering hierop is de waterspitsmuis. Er is geen ontheffing voor de waterspitsmuis nodig in het kader van de Natuurbeschermingswet voor het opzettelijk verstoren of doden van deze soort, omdat de kans zeer klein is dat potentieel leefgebied wordt vernietigd in het herinrichting voornemen. Voorts is wel de algemene zorgplicht van toepassing.
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
5.4 Vleermuizen De literatuur maakt melding van meerdere vleermuissoorten in de directe omgeving van het plangebied. Het gaat hierbij vooral om de gebouw bewonende soorten zoals de meervleermuis, gewone dwergvleermuis, laatvlieger en de ruige dwergvleermuis. Het plangebied biedt geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen en voortplantingsplekken voor vleermuizen. Een grondige inspectie van de te ontmantelen opstallen heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor het mogelijk gebruik maken van deze door vleermuizen als verblijfplaats. Het plangebied kan wel deel uitmaken van potentieel foerageergebied van vleermuizen wegens het aanwezig zijn van beplantingen en bebouwing. Mogelijk kunnen soorten als gewone dwergvleermuis en laatvlieger wel gebruik maken van het plangebied als foerageergebied. Ook kan er bij slecht weer mogelijk binnen de opstallen gefoerageerd worden door deze soorten. Tevens is er gericht gekeken naar vraatsporen en hangplekken afkomstig van de grootoorvleermuis. Deze zijn echter ook niet waargenomen binnen de opstallen en kan daarmee ook uitgesloten worden. Er vanuit gaande dat er geen toename plaatsvindt van verlichting binnen het plangebied, zijn er geen extra negatieve effecten te verwachten vanuit het herinrichtingvoornemen op eventuele aanwezige vleermuizen. Ten aanzien van de soortgroep vleermuizen zijn er geen extra onderzoeken noodzakelijk.
Deze dieren ondervinden geen negatieve effecten van de herinrichtingplannen.
5.5 Amfibieën & reptielen Uit de literatuur komt naar voren dat het plangebied buiten het bekende verspreidingsgebied van strikt beschermde amfibieën en reptielen is gelegen. Voor de amfibieën lijkt de literatuur echter een onvolledig beeld van de verspreiding te hebben van de regio waar het plangebied is gelegen. Op basis van de aangetroffen biotopen zijn echter algemene soorten amfibieën zoals de bastaardkikker, meerkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander wel te verwachten in de watergangen direct rond het plangebied. Op basis van de bekende verspreidingsgegevens en het aangetroffen biotoop zijn de strikt beschermde amfibieën, zoals de rugstreeppad en de poelkikker niet te verwachten rond het plangebied. Binnen en rond het plangebied is voortplantingswater aanwezig in de vorm van watergangen op de grens van het plangebied en de aangrenzende graslanden. Het is geen visvrij voortplantingswater voor minder kritische soorten, zoals de bruine kikker en bastaardkikker. Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen, ondanks dat het locatiebezoek onder geschikte omstandigheden is uitgevoerd om amfibieen waar te nemen. Tijdens het veldbezoek is ook binnen het plangebied, in/rond de aanwezige vijver geen activiteit waargenomen van amfibieën.
De kans dat algemene soorten uit deze soortgroepen het plangebied zouden gebruiken als landhabitat is realistisch, gezien er diverse wegkruipmogelijkheden zijn, zoals muizenholen, mollenritten en ruige vegetaties. Het plangebied is op grote afstand gelegen van het bekende verspreidingsgebied van reptielen. Reptielen zijn daarmee niet te verwachten binnen het plangebied en directe omgeving. Een nader onderzoek en/of ontheffingaanvraag voor het verstoren van strikt beschermde soorten is hiermee dan ook niet nodig. Voorts geldt de algemene zorgplicht. Dit betekend dat wanneer een watergang gedempt of vergraven gaat worden binnen het herinrichtingvoornemen, dat uitkomend materiaal (baggerspecie en vegetatie) nagezocht dient te worden op de aanwezigheid van amfibieën. De aangetroffen dieren dienen vervolgens in de nabijheid in een vergelijkbaar watersysteem weer te worden losgelaten.
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
5.6 Vissen Het plangebied is voor een deel omsloten door watergangen. Hiermee is de kans aanwezig dat er strikt beschermde vissoorten aanwezig zijn. De bekende verspreidingsgegevens maken melding van de Zorgplichtige soorten bittervoorn en kleine modderkruiper in de omgeving van het plangebied. Echter, omdat de waterhoudende delen niet worden aangetast in het herinrichtingvoornemen, is nader onderzoek niet nodig. Nader onderzoek naar (strikt beschermde) vissoorten is niet nodig. Ontheffingaanvraag is eveneens niet van toepassing.
5.7 Vlinders & libellen Uit literatuuronderzoek komt naar voren dat er geen strikt beschermde soorten libellen en dagvlinders in de directe omgeving van het plangebied voorkomen. Het plangebied bevat geen geschikte biotopen voor strikt beschermde vlinders om zich voort te planten. Ook ontbreken beschutte plekken om te zonnen en waardplanten ten behoeve van de voortplanting. Strikt beschermde vlindersoorten zijn daarmee dan ook niet te verwachten binnen het plangebied. Door de afwezigheid van waardplanten van de verschillende strikt beschermde soorten, zijn deze hooguit passerend te verwachten. De watergangen langs het plangebied alsmede de vijver kunnen deel uitmaken van het voortplantingsgebied van algemene libellen en juffers. Maar door het ontbreken van geschikte biotopen, waaronder krabbenscheervegetaties, zijn strikt beschermde soorten niet te verwachten binnen en rond het plangebied.
5.8 Overige soortgroepen Uit de overige soortgroepen zijn vrijwel geen soorten aangetroffen of te verwachten. Strikt beschermde soorten uit de overige soortgroepen zijn dusdanig zeldzaam en stellen dusdanig hoge eisen aan het biotoop waarin ze voorkomen, dat ze op zeer weinig plaatsen in het land voortkomen. Door het ontbreken van deze specifieke biotopen binnen en rond het plangebied, zijn strikt beschermde soorten uit deze overige soortgroepen niet te verwachten binnen en rond het plangebied.
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Het voornemen van de initiatiefnemers om het plangebied, wat nu bestaat uit een ‘actief veehouderijbedrijf te herinrichten; ondervindt geen tegenstrijdigheden met de Natuurbeschermingswet met uitzondering de aanwezige boerenzwaluwen. Hierna wordt dit per soortgroep nader gespecificeerd. Voorts is de Algemene Zorgplicht ten aller tijde van toepassing. Binnen het plangebied is dit met name van toepassing op broedvogels bij uitvoering van de werkzaamheden gedurende het broedseizoen.
6.1 Broedvogels Binnen het plangebied zijn een beperkt aantal broedvogels aangetroffen en/of te verwachten. De meeste soorten zullen algemene soorten zijn. Er zijn geschikte broedmogelijkheden aangetroffen voor de jaarrond beschermde boerenzwaluw. Vanuit de voorgenomen herinrichtingactiviteiten, zijn negatieve effecten te verwachten ten aanzien van de nestgelegenheden van de strikt beschermde boerenzwaluw. Er is geen nader onderzoek nodig voor (strikt beschermde) broedvogelsoorten, omdat de plaatselijke vogelwacht reeds 18 unieke broedparen boerenzwaluwen in 2022 heeft vastgesteld. Er is hiermee een ontheffing nodig voor het opzettelijk vernietigen van broedgelegenheden. Voorts is er een compensatieplicht, wat in dit geval betekend dat er een factor 5 aan compenserende nestgelegenheden dienen te worden aangeboden binnen blijvende, dan wel nieuw te realiseren opstallen. Het gaat hier dan dus om 18 X 5 = 90 kunstnesten die aanwezig (en bereikbaar) moeten zijn alvorens de ligboxstal wordt ontmanteld. De beoogde te behouden jongveestalling die op onderstaande foto ook staat weergegeven, is goed geschikt om als basis te dienen voor de compensatie. Er dienen wel enige aanpassingen te worden uitgevoerd.
Denk hierbij aan het creëren van meer donkere hoeken (meer afschermen van de lichtplaten), waarachter kunstnesten kunnen worden geplaatst en er moet een permanente opening naar buiten gemaakt worden, waarlangs de boerenzwaluwen ook eenvoudig in- en uit het afgesloten deel kunnen vliegen. Wanneer de werkzaamheden binnen het broedseizoen aanvangen, dient er wel ecologische begeleiding te worden ingezet ten aanzien van mogelijke broedvogels in het broedseizoen. Indien de initiatiefnemers voornemens zijn broedgevallen alsnog aan te tasten, dient er voor de aan te tasten soorten ook een ontheffing te worden aangevraagd, ondanks dat het geen jaarrond beschermde soorten betreffen. Er worden echter maar zelden ontheffingen afgegeven voor het opzettelijk verstoren/vernietigen van nesten met eieren/jongen van vogels. Aanvangen met de uitvoering van de werkzaamheden buiten het broedseizoen is een pre.
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
6.2 Flora Binnen het plangebied zijn op basis van de veldkenmerken geen geschikte standplaatsen voor beschermde soorten planten aanwezig. De Zorgplichtige soort zwanenbloem is op kleine schaal in de aangrenzende watergangen te verwachten. Nader onderzoek naar het voorkomen van beschermde plantensoorten is hiermee niet nodig. De algemene zorgplicht is wel van toepassing op eventueel de zwanenbloem. Dit indien vanuit de herinrichtingwerkzaamheden standplaatsen zouden worden aangetast, dienen de planten door een ter zake kundige (een ecoloog, locale botanicus of hovenier) te worden verplant. Strikt beschermde soorten zijn niet te verwachten binnen het plangebied.
6.3 Zoogdieren Het plangebied biedt beperkt mogelijkheden voor strikt beschermde grondgebonden zoogdieren als leefgebied. Het betreft dan met name de soorten waterspitsmuis en steenmarter. Omdat het foerageergebied van de steenmarter nagenoeg niet verkleind wordt, is nader onderzoek naar dit strikt beschermde grondgebonden zoogdier niet nodig. Er kan daar nodig worden volstaan met de algemene zorgplicht. Met uitzondering van het mogelijk voorkomen van de waterspitsmuis in de oeverzones van de watergangen buiten de invloedsferen van de herinrichtingvoornemens, zijn er verder geen andere strikt beschermde natuurwaarden te verwachten of aanwezig binnen de invloedsferen van het herinrichtingvoornemen. Indien onverhoopt wel oeverzones worden vergraven en/of materieel regelmatig dicht bij de watergangen zich bevindt ten behoeve van de herinrichting, dan dient er een ontheffing te worden aangevraagd voor het opzettelijk verstoren van de waterspitsmuis en het (tijdelijk) vernietigen van het leefgebied van deze. Bij de ontheffing aanvraag dient dan een mitigatie en compensatieplan te worden opgesteld. Houdt in dit verband rekening met dat het materieel minimaal 2(5) meter uit de waterlijn blijft, wanneer de grond als stevig wordt geclassificeerd en minimaal 5(15) meter wanneer de grond als slap wordt geclassificeerd.
Dit om het eventueel vernietigen van verblijfplaatsen van (strikt) beschermde natuurwaarden tot het minimum te beperken. Normaliter dient er ook een nader onderzoek naar de soort aan ten grondslag te liggen, maar dat heeft doorgaans alleen zin in de periode augustus-oktober wanneer de populatiedichtheid het hoogste is en daarmee ook de trefkans in lifetraps het grootst is. Indien er geen watergangen en oeverzones op grote schaal worden aangetast is er ook geen ontheffing nodig. Voor eventuele te verwachten algemene grondgebonden zoogdieren, geldt de algemene zorgplicht.
6.4 Vleermuizen In het plangebied zijn geen potentiële mogelijkheden aangetroffen die kunnen dienen als verblijfplaatsen voor vleermuizen. Aangezien de initiatiefnemers niet voornemens zijn het plangebied uitgebreider te verlichten dan waar in de huidige situatie sprake van is, is er verder geen sprake van aantasting van foerageergebied van ‘algemene’ vleermuizen. Daarnaast vinden de werkzaamheden buiten de periode op de dag plaats dat vleermuizen foerageren, waardoor op deze momenten ook geen ‘lichtverstoring’ kan optreden anders dan reeds aanwezig is in en rond het plangebied. Er zijn geen aanvullende onderzoeken naar vleermuizen nodig.
6.5 Amfibieën & reptielen Het plangebied biedt geen mogelijkheden als leefgebied en voortplantingsgebied voor (strikt beschermde) amfibieën. Nader onderzoek naar beschermde amfibieën is hiermee niet nodig.
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
Aannemelijk is dat de dichtheid van amfibieën laag is, mede doordat er eigenlijk geen amfibie is waargenomen tijdens het veldbezoek. Ten aanzien van mogelijk overwinterende amfibieën in de waterelementen, ruigten en ondergrondse holten van muis/mol, is de algemene zorgplicht van toepassing, wanneer deze worden aangetast in het herinrichtingvoornemen. Voor reptielen biedt het plangebied geen geschikte verblijfplaatsen en leefgebied en is er dus ook geen nader onderzoek nodig wegens de reële kans van ontbreken van deze soortgroep in en rond het plangebied, dit ook mede op basis van de bekende verspreidingsgegevens.
6.6 Vissen Permanent waterhoudende waterelementen binnen en direct grenzend aan het plangebied bevatten geen strikt beschermde vissen. Hiermee is nader onderzoek naar ‘strikt beschermde’ vissoorten niet nodig.
6.7 Vlinders & libellen Het ontbreken van geschikte biotopen en de afwezigheid van waardplanten van de verschillende strikt beschermde vlinders en libellen en de ligging van het plangebied ruim buiten het bekende verspreidingsgebied van de verschillende beschermde soorten zorgen er voor dat er geen nader onderzoek naar deze soortgroepen nodig is.
6.8 Overige soortgroepen Voor strikt beschermde soorten uit de overige soortgroepen zijn de vaak zeer specifieke biotopen afwezig binnen het plangebied. De soorten zijn daarmee dus ook niet te verwachten en is nader onderzoek naar specifieke soorten niet nodig.
6.9 Toetsing aan wet- en regelgeving Het plangebied maakt geen deel uit van gebieden die vallen onder Natura 2000. Dergelijke gebieden zijn op grotere afstand van het plangebied afgelegen. Toetsing van de werkzaamheden aan de Natuurbeschermingswet zijn hiermee niet van toepassing. Het plangebied maakt tevens geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dergelijke gebieden zijn eveneens op afstand van het plangebied gelegen. Ook heeft het herinrichtingvoornemen geen negatieve invloeden op deze gebieden gezien de onderlinge afstand. De activiteiten kunnen zonder verdere toetsing aan de NNN worden uitgevoerd. Voorts maakt een Stikstofberekening ten behoeve van de voorgenomen activiteiten geen onderdeel uit van deze opdracht. De initiatiefnemer dient deze effecten nader te laten doorberekenen, wanneer duidelijk is hoeveel bewegingen van voertuigen, de duur en types toegepast worden.
6.10 Algemene zorgplicht Voor alle dier- en plantensoorten geldt de algemene zorgplicht.
6.11 Aanbevelingen -
Indien er onverhoopt beschermde of zorgplichtige natuurwaarden worden aangetroffen tijdens de uitvoering van het herinrichtingvoornemen, dan is de algemene zorgplicht van toepassing.
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
-
-
-
-
Indien er onverhoopt strikt beschermde natuurwaarden worden aangetroffen, dient er contact te worden opgenomen met een ecoloog voor overleg en zo nodig moet er worden overgegaan tot een passende actie, bijvoorbeeld ecologische begeleiding. In de huidige situatie zijn er geen grote lichtbronnen in het plangebied aanwezig. In het herinrichtingvoornemen dient er rekening mee te worden gehouden dat er geen lichtbronnen worden toegepast of tot het minimum worden beperkt met extra aandacht voor strooilicht beperkende armaturen. Dit om eventuele negatieve invloeden op broedvogels en eventuele andere beschermde natuurwaarden te voorkomen. Echter, voer de werkzaamheden overdag uit en er zijn helemaal geen extra lichtbronnen nodig. Voer de werkzaamheden ten behoeve van het herinrichtingvoornemen bij voorkeur uit buiten het broedseizoen/voortplantingsseizoen die globaal de periode 15 maart tot 15 juli bestrijkt. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen dient te worden uitgevoerd, dan dienen de werkzaamheden te worden uitgevoerd onder ecologische begeleiding. Benut de huidige jongveestalling in zijn geheel voor het realiseren van de compensatie van de broedgevallen van de boerenzwaluw!
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
LITERATUURLIJST Bos F. , De Vlinderstichting, et al., 2006, De dagvlinders van Nederland - verspreiding en bescherming. Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. – Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Ecologica B.V., 2017, In company cursus Wet Natuurbescherming, Maarheeze. Limpens, H., K. Mostert, W. Bongers, 1997, Atlas van de Nederlandse vleermuizen, KNNV-uitgeverij, Utrecht Mennema, J., et al., 1980, Atlas van de Nederlandse Flora, deel 1, 2 & 3, Uitgeverij Kosmos, Utrecht Paulus, R. / Fûgelwacht Kompenije/Rottevalle e.o., 2022, schriftelijke mededeling broedpaartellingen boerenzwaluwen 2022. Gebruikte websites www.floron.nl www.libellennet.nl www.minlnv.nl www.natuurloket.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vlindernet.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.fryslan.frl
Quick-scan Natuurbeschermingswet Mûntsgroppe 2 Rottevalle.
BIJLAGE 1. LIGGING PLANGEBIED.
Ligging plangebied (rode omlijning) in het buitengebied van de woonkern Rottevalle.