250212 Brief college - Detailhandelvisie
Tekst van het document
Aan
De gemeenteraad van de gemeente Smallingerland Postbus 10.000 9200 HA DRACHTEN
Drachten, 12 februari 2025
Ons kenmerk 2025-014247
Uw kenmerk
Behandeld door Evert Visser
0512 - 581 234
Onderwerp DETAILHANDELSVISIE: AANVULLENDE INFORMATIE EN BEANTWOORDING CDA VRAGEN Geachte raadsleden, Op 14 januari 2025 hebben wij u geïnformeerd over de detailhandelsvisie 2024. Dit onderwerp is ook besproken in de Ronde Tafel van 21 januari 2025. Daarnaast hebben wij van de CDA-fractie nog een aantal vragen ontvangen. Hierbij ontvangt u aanvullende informatie en de beantwoording van de vragen met betrekking tot de detailhandelsvisie en het analyserapport. Toelichting op de Dienstenrichtlijn. Tijdens de Ronde Tafel werd door een inspreker aandacht gevraagd voor de Dienstenrichtlijn. De doelstelling van de richtlijn is de volgende: Er mogen geen economische motieven zijn voor regels voor diensten in een omgevingsplan. Dit volgt uit de Dienstenrichtlijn. Hierin staat dat de vestiging van een dienstenactiviteit niet afhankelijk mag zijn van economische criteria. Vestigingseisen voor detailhandel mogen bijvoorbeeld niet gebaseerd zijn op argumenten van concurrentiebeperking. Iedere verplichting, verbod, voorwaarde of beperking die aan toegang en uitoefening van dienstenactiviteiten wordt gesteld, valt onder de Dienstenrichtlijn. Regels over diensten die volgen uit dwingende redenen van algemeen belang, zijn wel toegestaan. Bijvoorbeeld regels ter bescherming van het stedelijk milieu.
Denk aan regels voor het voorkomen van ongewenste ontwikkelingen vanuit ruimtelijke kwaliteit, leegstand (in het centrum), leefbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen. Territoriale of kwantitatieve beperkingen zijn eisen die gaan over het volume of aanbod van dienstverlening op een locatie. Bijvoorbeeld eisen aan de vestiging van detailhandel of beperkingen in branchering. Eisen aan de vrijheid van vestiging van een dienst zijn in principe niet toegestaan. Kwantitatieve of territoriale beperkingen zijn daarom ook in principe verboden. Dwingende redenen van algemeen belang kunnen wel een reden zijn om de vrijheid van vestiging te beperken. Dwingende redenen zijn hierboven benoemd. Territoriale of kwantitatieve beperkingen moeten wel voldoen aan:
Correspondentie-adres: Postbus 10.000 9200 HA Drachten
Gauke Boelensstraat 2 9203 RM Drachten Telefoon (0512) 58 12 34
E-mail gemeente@smallingerland.nl Internet www.smallingerland.nl
GEMEENTE SMALLINGERLAND Ons kenmerk 2025-014247
Datum 12februari 2025
Bladnr. 2
1. discriminatieverbod: de eis mag geen onderscheid maken naar nationaliteit 2. noodzakelijkheid: de eis moet gerechtvaardigd zijn volgens een dwingende reden van algemeen belang 3. evenredigheid: de eis moet geschikt zijn, niet verder gaan dan nodig om het doel te bereiken. En het doel kan niet met minder vergaande maatregelen worden bereikt. Deze 3 voorwaarden staan in artikel 15 lid 3 van de Dienstenrichtlijn. Bijvoorbeeld regels over branchering in het omgevingsplan moeten dus voldoen aan deze eisen. Denk bij branchering aan het uitsluiten van bepaalde soorten of het beperken van de omvang van detailhandel. Ook regels die de oppervlakte van winkels beperken vallen onder territoriale of kwantitatieve beperkingen. De verdere uitwerking van de beleidsregels hiervan vindt plaatst bij een concrete vraag waarbij in de Omgevingsvergunning concrete regels worden vastgelegd Inmiddels zijn er in Nederland op allerlei terreinen juridische uitspraken geweest over de werking van de Dienstenrichtlijn in de detailhandelssector. Daardoor weten we inmiddels dat: 1. De leefbaarheid van het stadscentrum en het voorkomen van leegstand in binnenstedelijk gebied branchering in perifere gebieden kan rechtvaardigen. 2.
De op algemene ervaringsregels gebaseerde veronderstelling dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen enerzijds regulering van de vestigingsmogelijkheden voor winkels en anderzijds het behoud van de dynamiek en de leefbaarheid van een stadscentrum, op zichzelf onvoldoende rechtvaardiging voor zo’n brancheringsregeling is. 3. Die algemene stelling over de effectiviteit van de maatregel moet worden onderbouwd op basis van een analyse met specifieke – lokale – gegevens. In de detailhandelsvisie die ter besluitvorming voorligt is middels aanbod- en vraaggegevens onderbouwd waarom bepaalde winkels WEL en NIET in de periferie worden toegestaan (zie bladzijde 18). Zo zet het beleid in op bescherming van de leefbaarheid/vitaliteit van het centrum van Drachten door bijvoorbeeld speelgoedwinkels en bruin- en witgoedzaken in de periferie niet toe te staan omdat deze winkels nog aanwezig zijn in het centrum. Vestiging in de periferie doet de kans op (forse) leegstand in het centrum toenemen en dat wil de gemeente Smallingerland voorkomen. Dit uitgangspunt is reeds vastgelegd in de centrumvisie. Bijeenkomsten klankbordgroep In het raadsvoorstel is een bijlage opgenomen met het verslag van de laatste bijeenkomst van de klankbordgroep. In de Ronde Tafel werd aangegeven dat de inbreng van de klankbordgroep beperkt was geweest.
In totaal hebben drie overleggen plaatsgevonden, namelijk 24 februari 2023,13 juli 2023 met vervolgens een schriftelijke ronde waarbij de definitieve documenten aan de klankbordgroep zijn voorgelegd. Daarnaast heeft de klankbordgroep in de tweede bijeenkomst de mogelijkheid gehad om wijzigingen aan te brengen. Daar is ook gebruik van gemaakt en heeft geleid tot aanpassingen. Concreet gingen het daarbij om het aanpassen van de vestigingseis op de MLK Boulevard m.b.t. de oppervlakte van 1500 m2 grens die is terug gebracht tot 750 m2 en ook is de branche rijwielen toegevoegd aan de lijst toegestaan in de perifere winkelgebieden..
GEMEENTE SMALLINGERLAND Ons kenmerk 2025-014247
Datum 12februari 2025
Bladnr. 3
Terinzagelegging Tijdens de Ronde Tafel van 21 januari 2025 ontstond onduidelijkheid over de terinzagelegging. De detailhandelsvisie 2024 heeft ter inzage gelegen van 7 februari 2024 tot 13 maart 2024. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Vragen van de CDA fractie 1. In paragraaf 2.1 staat “aan de aanbodzijde kiezen aanbieders veel bewuster voor bepaalde vestigingslocaties”. Vraag: Welk soortige locaties worden hiermee bedoeld? Antwoord: Tussen 2010 en 2024 is het aantal fysieke winkels in Nederland met circa 25.000 afgenomen. Een belangrijke reden is de groei van het online winkelen in deze periode. In vele branches is het aandeel online inmiddels tientallen procenten. Formules hoeven niet meer in iedere plaats aanwezig te zijn omdat de consument een online aankoopkanaal heeft. De plaatsen waar de grootste terugval in aanbod heeft plaatsgevonden hebben een inwonertal tussen de 30.000 en 70.000 inwoners. Grotere steden en kleinere kernen doen het daarentegen nog redelijk goed.
1. Op het bedrijventerrein Nijtap rust de bestemming ‘volumineuze detailhandel’. Op het kaartje in paragraaf 2.2 wordt Nijtap niet toegevoegd aan de beoogde hoofdstructuur Vragen: a. Waarom valt Nijtap niet onder de beoogde hoofdstructuur als perifere strip? Antwoord: Op pagina 17 van de visie staat de positie van Nijtap omschreven: “Feitelijk is er sprake van twee PDV-locaties in de gemeente Smallingerland. Enerzijds de traditionele woonboulevard en anderzijds een kleiner cluster van PDVwinkels op bedrijventerrein Nijtap. Laatste voldoet echter niet aan de standaard definities van een PDV cluster (conform onderzoeksbureau Locatus) en heeft in de praktijk meer weg van een klein cluster verspreid gelegen winkels met beperkte onderlinge samenhang”. b. Waarom wordt Nijtap omschreven als een ‘ondergeschikte locatie’ en niet als een ‘kansrijke locatie’? Antwoord: Het primaire cluster voor PDV-detailhandel is de MLK-Boulevard. Echter, in de visie is aangegeven dat Nijtap de tweede concentratie is voor PDV-detailhandel. In aantal winkels en omvang in m2 is Nijtap echter ondergeschikt aan de MLKBoulevard. Verder gelden voor beide concentraties dezelfde beleidsregels. c. Waarom is Nijtap geen onderdeel van deze visie? Antwoord: Het is onjuist dat Nijtap geen onderdeel is van de visie.
In paragraaf 2.7 (visie op perifere detailhandel) is op meerdere plekken specifiek aandacht voor Nijtap. Er is in Smallingerland in beleid sprake van twee clusters voor perifere detailhandel: MLK-Boulevard en Nijtap. d. Wat is de visie op de doorontwikkeling van Nijtap? Er ligt een weg, wordt deze bijvoorbeeld nog doorgetrokken? Antwoord: Het bedrijventerrein Nijtap wordt gefaseerd ontwikkeld: Fase 1: Bijna volledig ingevuld op een kavel na.
GEMEENTE SMALLINGERLAND Ons kenmerk 2025-014247
Datum 12februari 2025
Bladnr. 4
Fase 2: Momenteel in ontwikkeling en uitbreiding. Fase 3: Tijdelijk in gebruik voor de vestiging van Albert Heijn, maar heeft geen bedrijfsbestemming. Voor fase 3 worden nog verschillende opties overwogen, waaronder de mogelijkheid om het gebied tijdelijk te gebruiken voor de huisvesting van arbeidsmigranten. e. Ligt er bijvoorbeeld een plan om de ondernemers die op de wachtlijst staan voor de MLK-boulevard, hier een plek te ‘geven’? Antwoord: Er bestaat bij de gemeente geen wachtlijst voor bedrijven die zich willen vestigen op de MLK boulevard. De eigenaar heeft ook geen initiatieven ondernomen om de MLK Boulevard uit te breiden. Wel zijn er bedrijven die belangstelling hebben voor de kavels op Nijtap. f.
Onder het kaartje staat het citaat “Ondernemerschap wordt gestimuleerd op de daarvoor aangewezen locaties. Als gemeente stimuleren we het ondernemerschap dus niet op de locatie ‘Nijtap’? Antwoord: De gemeente stimuleert het ondernemerschap op alle werklocaties dus ook op Nijtap. In principe is het uitgangspunt daarbij is de mogelijkheden die binnen het bestemmingsplan geboden worden.
2. In paragraaf 2.3 staat: “Voor boodschappen zijn de wijkcentra, maar ook het centrum en de kleine kernen, de aangewezen plek. Vragen: a. Waarom vindt u dat? Antwoord: Iedere inwoner van Smallingerland/Drachten moet in zijn of haar buurt de dagelijkse boodschappen kunnen (blijven) doen. Voor de kleinste kernen wordt in het analyserapport een autonome afname van het aanbod geconstateerd. Echter, draagt clustering van voorzieningen op niveau van de kleine dorpen bij aan versterking van het ‘hart van de gemeenschap’, ook uit oogpunt van sociale cohesie en veiligheid. b. Is er onderzoek gedaan binnen Smallingerland dat deze bewering onderbouwt? Antwoord: Naast het visierapport is een analyserapport beschikbaar. In het analyserapport wordt de huidige staat van het aanbod in de gemeente Smallingerland beschreven met kwantitatieve en kwalitatieve analyses. Hierin is ook aandacht voor het aanbod in de kleine kernen. Daarnaast is er landelijk veel onderzoeksmateriaal voorhanden over de relatie tussen leefbaarheid in kernen en de rol van winkels daarin. 3. In paragraaf 2.4 wordt gesproken over “inzet op … met een zo compleet en gevarieerd mogelijk aanbod”. Vraag: Hoe ziet dit aanbod er volgens u uit? Antwoord: Een compleet en gevarieerd aanbod heeft betrekking op meerdere elementen:
Het is belangrijk dat winkels uit meerdere branches zich op één plek concentreren. Dit schept keuzemogelijkheden voor de consument.
GEMEENTE SMALLINGERLAND Ons kenmerk 2025-014247
Datum 12februari 2025
Bladnr. 5
Daarnaast heeft de stelling betrekking op het ondernemerschap. Wij streven naar gebieden met een mix van ondernemerschap. Zelfstandig ondernemers en ketenbedrijven. En tot slot streven wij naar het clusteren van verschillende bezoekmotieven. Dat betekent dat een gebied niet alleen winkels heeft, maar ook in staat is via nietwinkelfuncties bezoekers aan te trekken. Denk aan horeca, culturele functies, zorgfuncties en maatschappelijke functies. Zo ontstaat een echt hart voor de gemeenschap.
4. In paragraaf 2.5 staat: “Supermarkten hebben namelijk een grote trekkracht en leveren een belangrijke bijdrage aan het functioneren van de overige winkels.” En in paragraaf 2.6: “Om combinatiebezoek te realiseren is het essentieel om winkels zoveel mogelijk te concentreren nabij de supermarkt”. a. Is er onderzoek gedaan naar dit zogeheten ‘combinatiebezoek’? Zo ja, kunt u dit onderzoek dan met ons delen en per onderzoek aangeven in welke paragraaf de door u genoemde bewering te vinden is? (Wij doelen op het combinatiebezoek met winkels in de niet-dagelijkse sector, want die vind je overwegend in het centrum). Antwoord: In 2021 heeft bureau DTNP uit Nijmegen voor de laatste keer onderzoek gedaan naar de rol van supermarkten in centrumgebieden. De belangrijkste resultaten kunt u hier vinden: https://www.dtnp.nl/kennisbank/vakkennis/supermarkt_cruciale_publiekstrekker_in_c entrumgebieden.php Uit het onderzoek blijkt dat supermarkten de belangrijkste bezoek trekkers zijn voor consumenten. In 2021 bleek 52% van de ondervraagden (3.700 supermarktbezoekers) ook een andere winkel te bezoeken. Het onderzoek stelt dat (vers)speciaalzaken de beste overlevingskansen hebben als ze direct naast een supermarkt gevestigd zijn. Bij een afstand van 40 meter tot de eerste vijf winkels ligt het combinatiebezoek op zo’n 60%. Het combinatiebezoek daalt als de onderlinge afstand groter wordt.
Bij een afstand tussen 80 en 120 meter daalt het combinatiebezoek naar circa 42%. Uit ander onderzoek van DTNP blijkt dat een aanzienlijk deel van de bezoekers van de hoofdwinkelstraten van middelgrote centra supermarktklanten zijn. In de onderzochte stadscentra (30.000 à 60.000 inwoners) is het aandeel supermarktklanten in de hoofdwinkelstraat 20 à 35%. Daarnaast heeft de Radboud Universiteit in samenwerking met bureau DTNP reeds meerdere edities onderzoek gedaan naar het belang van supermarkten voor middelgrote plaatsen (zoals Drachten). Een link naar de belangrijkste resultaten: https://www.dtnp.nl/nieuws/?viewnieuwsitem=1&id=651 Tot slot geeft ook het Koopstromenonderzoek 2024 van de Provincie nuttige inzichten in het supermarktbezoek. Zo blijkt uit de factsheet met gegevens over centrum Drachten (toegevoegd als bijlage) dat bij bezoekers die het centrum aandoen voor mode-aankopen 17% van hen eveneens een supermarkt heeft bezocht. En tot slot streven wij naar het clusteren van verschillende bezoekmotieven. Dat betekent dat een gebied niet alleen winkels heeft, maar ook in staat is via nietwinkelfuncties bezoekers aan te trekken. Denk aan horeca, culturele functies, zorgfuncties en maatschappelijke functies. Zo ontstaat een echt hart voor de gemeenschap. 5.
In paragraaf 2.6 staat: “De komst van een XL supermarkt ligt volgens de stakeholders niet in de lijn der verwachting vanwege het huidige complete aanbod en de omvang
GEMEENTE SMALLINGERLAND Ons kenmerk 2025-014247
Datum 12februari 2025
Bladnr. 6
van het verzorgingsgebied. Stakeholders vinden de komst over het algemeen niet wenselijk vanwege de effecten op de bestaande structuur”. Vragen: a. Wat was de functie van de stakeholders die de eerste opmerking maakten? En de tweede? Antwoord: Het proces om tot een visie op de detailhandel te komen is begeleid door een werkgroep bestaande uit afgevaardigden van de verschillende winkelgebieden in Smallingerland. Daarnaast waren een vastgoedeigenaar en enkele retail specialisten onderdeel van de groep. De uitspraak dat een XL supermarkt niet waarschijnlijk is, is door vrijwel alle leden van de werkgroep gedaan. Uitgezonderd een vertegenwoordiger van een supermarktformule zelf. De uitspraak dat de komst van een XL supermarkt niet wenselijk is, is gedaan door de vertegenwoordigers van alle bestaande winkelgebieden. b. Op welke effecten voor de bestaande structuur doelde men? En werd dit gestaafd met onderzoeken? Zo ja, zouden die dan als bijlage toegevoegd kunnen worden? Antwoord: De effecten voor de bestaande structuur hebben betrekking op de effecten op alle aanwezige winkelconcentraties waar nog een supermarkt gevestigd is. Met name het centrum en de wijkwinkelgebieden. In het analyserapport (als bijlage van de visie) is op pagina 17 een alinea geformuleerd over de fijnmazige supermarktstructuur.
Hierin staat onder andere de volgende passage geformuleerd: “Smallingerland heeft per 1.000 inwoners 303 m2 wvo aan supermarktaanbod, in de referentiegemeenten is dit gemiddeld 235 m2 wvo”. Het supermarktaanbod in de gemeente is dus boven gemiddeld. De vestiging van een XL-supermarkt doet het aanbod nog verder stijgen waardoor onmiskenbaar effecten te verwachten zijn voor bestaande supermarkten. 6. Als een supermarkt wil moderniseren of uitbreiden dan zal deze volgens de visie moeten voldoen aan de laddertoets. Vragen: a. Waarom wordt ervoor gekozen hier de laddertoets te hanteren? Antwoord: De Ladder voor duurzame verstedelijking heeft zorgvuldig ruimtegebruik als doel. De Ladder geeft invulling aan het zorgvuldig en transparant afwegen van besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het is noodzakelijk om een aanvullende motivering te geven wanneer een ontwikkeling niet kan binnen het bestaande stedelijk gebied. Dit is nodig wanneer het omgevingsplan een ontwikkeling mogelijk maakt buiten dit bestaande stedelijk gebied. Bij detailhandel blijkt dat ontwikkelingen vooral gaan over de aanvaardbaarheid van de effecten op leegstand. De Ladder is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling. Een detailhandelsvoorziening is ook een stedelijke ontwikkeling. Wanneer een project al mogelijk is op basis van het omgevingsplan dan is het niet nodig om de Ladder te doorlopen.
Projecten waarmee bebouwing wordt verminderd of verplaatst zijn volgens de Ladder geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarmee valt een modernisering (zonder uitbreiding) niet onder de Ladder, een uitbreiding zelf wel. Indien de Ladder niet noodzakelijk is, wordt veelal wel een onderbouwing van de goede ruimtelijke ordening gevraagd. Onder de Omgevingswet wordt dit aangegeven als een motivering.
GEMEENTE SMALLINGERLAND Ons kenmerk 2025-014247
Datum 12februari 2025
Bladnr. 7
b. De laddertoets is een instrument dat normaliter gebruikt wordt bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Waarom is van mening dat het moderniseren of uitbreiden van een bestaande supermarkt onder de definitie van ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ valt? Antwoord; zie beantwoording bij a 7. In het mobiliteitsplan staat dat we de dominante positie van de auto in het centrum willen gaan afbouwen. Tegelijkertijd wordt betoogd dat goede bereikbaarheid van de supermarkt en ruime parkeergelegenheden randvoorwaarden zijn. Vragen: a. Hoe verhouden deze twee stellingen zich tot elkaar? Antwoord: De dominantie positie van de auto in het centrum heeft met name betrekking op het aantal beschikbare parkeerplaatsen in het centrum en de bezetting daarvan. Uit parkeerdrukmetingen blijkt dat er behoorlijk veel restcapaciteit voor parkeren aanwezig is die zelden tot nooit wordt gebruikt. In de centrumvisie is een volledige onderbouwing opgenomen voor deze stelling. Dit is onder andere aanleiding geweest om het autoparkeren grotendeels van het Raadhuisplein te verwijderen. Het verwijderen van verharding heeft geen relatie met de bereikbaarheid. Ook met het verminderen van het aantal parkeerplaatsen blijven de bereikbaarheid en een voldoende aantal parkeerplaatsen geborgd. b.
Hoe verhoudt dit zich tot het niet wenselijk achten van een solitaire supermarkt? Antwoord: Ook met het verwijderen van parkeerplaatsen zijn er voldoende parkeerplaatsen aanwezig voor supermarktbezoek. Omdat supermarkten cruciaal zijn voor het functioneren van het centrum blijven bereikbaarheid en parkeren belangrijke thema’s. Het niet wenselijk achten van een solitaire supermarkt heeft primair als motivatie het beschermen van de hoofdstructuur van winkelgebieden. Secundair speelt mee dat een vestiging van een solitaire supermarkt ervoor kan zorgen dat er meer autobewegingen ontstaan. Solitair betekent immers dat hier geen andere voorzieningen zijn gevestigd, in de bestaande centra wel. Hierdoor kunnen bezoekmotieven gecombineerd worden en dat beperkt het aantal vervoerbewegingen. 8. In paragraaf 2.6 staat “Nieuwe solitaire supermarkten zijn per definitie niet toegestaan”. Vragen: a. Welke argumenten liggen er, naast dat de consument volgens het vloeroppervlak goed is voorzien, ten grondslag aan deze ‘bepaling’? Antwoord: De visie heeft tot doel om de bestaande hoofdstructuur te versterken. Op hoofdlijnen het centrum van Drachten, de wijkcentra en de MLK-Boulevard. Supermarkten zijn een ware trekker voor het bezoek aan het centrum en de wijkcentra. Dat staat in de visie en het antwoord op vraag 5 geformuleerd.
Dit argument, in combinatie met de constatering dat er ruim voldoende aanbod per hoofd van de bevolking aanwezig is, zorgt ervoor dat solitaire supermarkten ongewenst zijn. Solitaire supermarkten vergroten de kans op leegstand in de hoofdstructuur, dragen niet bij aan een duurzaam ruimtegebruik, zorgen voor een toename van het aantal verkeersbewegingen en dragen niet bij aan het uitgangspunt van de visie dat voorzieningen zoveel mogelijk geclusterd worden aangeboden.
GEMEENTE SMALLINGERLAND Ons kenmerk 2025-014247
Datum 12februari 2025
Bladnr. 8
b. De AH heeft tijdelijk op de Noordehogeweg een solitaire vestiging gehad. Had deze vestiging een ontwrichtende werking op de overige supermarktstructuur? Antwoord: Het betrof hier een tijdelijke verplaatsing en niet om een uitbreiding waardoor de impact beperkt was. Deze tijdelijke verplaatsing was bedoeld om de herontwikkeling van het Raadhuisplein in Drachten te faciliteren, wat duidt op een strategische, maar tijdelijke aanpassing in de supermarktstructuur van de stad in plaats van een ontwrichtende verandering. c. Is er onderzoek gedaan naar de toegevoegde waarde van deze solitaire vestiging voor Drachten? Antwoord: Er is niet specifiek onderzoek gedaan naar de komst van een solitaire supermarkt in Drachten. Gezien de uitgangspunten van de visie zien wij ook geen aanleiding om dat te doen. d. Zijn er supermarktketens die bij de gemeente te kennen hebben gegeven wel interesse te hebben voor een solitaire vestiging? Antwoord: In het verleden zijn er een beperkt aantal(Duitse) supermarktketens geweest die belangstelling hebben getoond voor een vestiging in Drachten buiten de het centrum en wijkwinkelcentra. Daarnaast heeft AH redelijk recent deze vraag nog bij de gemeente neergelegd. e.
Hoe verhoudt ons supermarkt aanbod in het centrum zich tot vergelijkbare plaatsen in Nederland? Antwoord: In het analyserapport wordt het aanbod in Smallingerland/Drachten vergeleken met zorgvuldig gekozen referentiegemeenten. Op pagina 11 in het analyserapport treft u een overzicht van de referentiegemeenten. We zien dan dat het aanbod in de dagelijkse artikelensector in Smallingerland licht groter is dan in referentiegemeenten. Smallingerland heeft per 1.000 inwoners 303 m2 wvo aan supermarktaanbod, in de referentiegemeenten is dit gemiddeld 235 m2 wvo”. Specifiek voor centrumgebieden gaat een vergelijking niet op omdat alleen al de geografische definitie van een centrum bepalend is. In het centrum heeft Drachten drie supermarkten: Albert Heijn (Marke), Dirk van den Broek en Poiesz. Dat is gemiddeld. Aan de rand van het centrum zijn Lidl en Albert Heijn (Kiryat Onoplein) gevestigd. Formeel worden die vestigingen niet tot het centrum gerekend. Rekenen we deze mee dan is het aanbod in het centrum ruim en compleet. 9. In paragraaf 2.7 staat: “Allround sportzaken mogen zich niet vestigen in de periferie”. Als argument wordt daarbij genoemd dat bij wel toestaan de kans op leegstand en een eenzijdig aanbod toeneemt, met mogelijk nadelige effecten zoals ruimtelijke kwaliteit en openbare orde. Vragen: a.
Welk onderzoek staaft deze uitspraak? Antwoord: Allround sportzaken kenmerken zich door een assortiment dat voor een aanzienlijk deel bestaat uit modische artikelen. Dit is anders dan bij gerichte sportzaken waarbij de sportbeoefening centraal staat. Vanwege het aanzienlijke aandeel mode hebben allround sportzaken een recreatieve waarde en horen thuis in het centrum en als alternatief in de
GEMEENTE SMALLINGERLAND Ons kenmerk 2025-014247
Datum 12februari 2025
Bladnr. 9
boodschappencentra. Dit type winkel levert een belangrijke bijdrage aan de vitaliteit, diversiteit en waardering van deze centra. Circa 40% van het aanbod in het centrum van Drachten heeft een modisch karakter. Het toestaan van allround sportzaken in de periferie (met wezenlijke andere vestigingsvoorwaarden dan het centrum) kan ertoe leiden tot het aanbod in het centrum van Drachten onder druk komt te staan. Met nadelige gevolgen zoals een afnemende diversiteit en leegstand. b. Hoe gaan vergelijkbare plaatsen als Drachten om met het toestaan van all-round sportzaken? Antwoord: Een verbod op de vestiging van allround sportzaken wordt in allerlei gemeente toegepast. Zeker, er zijn uitzonderingen. Vaak zijn dit de grote steden waar enerzijds het verzorgingsgebied groter is en anderzijds de concentraties groter zijn in omvang. 10. In paragraaf 2.7 staat: “In de beleidsregels wordt daarom uitgegaan van een nevenassortiment van 10% tot een maximum van 300 m2 wvo.” Vragen: a. Hoe gaat de handhaving hierop plaatsvinden? Antwoord: Er is al lang sprake van een landelijke ontwikkeling dat winkels naast hun hoofdassortiment ook allerlei branchevreemde artikelen verkopen. Het assortiment van tuincentra is daarvoor exemplarisch. De periode van verkoop beperkt zich niet meer tot bijvoorbeeld Kerst, Koningsdag of Pasen.
Beleid is daarom nodig zodat nevenassortiment geen ontwrichtende werking kan hebben op de andere centra. In de beleidsregels wordt daarom uitgegaan van een nevenassortiment van 10% tot een maximum van 300 m2 wvo. Dit is dus generiek en van toepassing op alle vormen van perifere detailhandel. De handhaving hierop is zeer beperkt en wordt alleen gedaan bij klachten. Over het algemeen ontvangen wij maar heel beperkt klachten over dit onderwerp. b. Hoe wordt ‘nevenassortiment’ per branche gedefinieerd? Antwoord: Het voeren van nevenassortiment is onder voorwaarden mogelijk bij perifere detailhandel. De regeling voor nevenassortimenten biedt enerzijds ruimte voor verbreding van het assortiment en is anderzijds bedoeld om grenzen te stellen aan de aard en omvang van nevenassortimenten en zo branchevervaging, dat ruimtelijk negatieve effecten kan hebben voor reguliere detailhandel binnen de hoofdstructuur. Nevenassortiment is assortiment dat valt buiten de 5- of 6-cijferige hoofdactiviteitensubklasse of -branche zoals gecategoriseerd in de Bedrijfsindeling Kamer van Koophandel. Ook heeft dataleverancier Locatus overzichten van hoofden nevenassortimenten per hoofdbranche. Dit wordt geregeld bij de uitwerking van beleid in omgevingsplannen c.
Is 10% gebruikelijk? Hoe is men op dit percentage gekomen? Antwoord: De hantering van een 10% maximum met een bovengrens is een uitgangspunt dat veelvuldig wordt toegepast bij gemeentelijke detailhandelsbeleid. Deze regel zorgt enerzijds voor bescherming van de hoofdstructuur en anderzijds geeft de regel ruimte voor ondernemerschap in de periferie. Dit percentage is gebaseerd op een de gemiddelde omvang van een winkel in de periferie. Hierbinnen
GEMEENTE SMALLINGERLAND Ons kenmerk 2025-014247
Datum 12februari 2025
Bladnr. 10
is het mogelijk flexibiliteit te bieden ondernemers en tegelijkertijd het voorkomen van extreme branchevervaging die negatieve ruimtelijke effecten kan hebben. Elke gemeenten worstelt met de vraagstuk. Mogelijk kan deze regel losgelaten worden maar dan ontstaat ook een risico op excessen die we wensen te voorkomen. Denk aan een bouwmarkt vol met speelgoedartikelen. De praktische handhaafbaarheid blijft een lastig onderdeel (zie antwoord bij vraag 10a). 11. Wij ontvangen graag de publicatie in het gemeenteblad van de ter inzagelegging en de eventueel daarop binnengekomen zienswijzen, voorzien van een reactie. Antwoord: Voor de publicaties zie de bijlagen. Er zijn geen zienswijze binnengekomen op de terinzagelegging.
Wij vertrouwen erop hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders, secretaris
burgemeester
Siebren van der Berg
Fred Veenstra