CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

231018 Bijlage 1 bij brief college - Eindrapportage Gordion 24-11-20

Ronde Tafel 31 oktober 2023, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Begroting 20244.626 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Museum Dr8888 Toekomstvast

Eindrapportage advies Museum Dr8888 i.o.v. Gemeente Smallingerland

Riemer Knoop Marjolein de Boer

1

Museum Dr8888 Toekomstvast

Eindrapportage advies Museum Dr8888 Uitgebracht aan Gemeente Smallingerland

22 november 2020

Riemer Knoop Marjolein de Boer

Alexander Boersstraat 7-ii

1071 KT Amsterdam 020 – 679 4370 | 06 – 22974581

KvK 33306852 Amsterdam

2

Inhoud

1. Managementsamenvatting

4

2. Vraag: toekomst museum 2.1. Context: kansen, bedreigingen, moment 2.2. Aanpak

5 6

3. Eerste bevindingen 3.1. Algemeen 3.2. Vragen quickscan 3.3. Tussenadvies gemeente

7 8 9

4. Verdieping 4.1. Vraag: wat voor soort museum? 4.2. Aanpak 4.3. Methodische opmerking

10 10 11

5. Eindbevindingen 5.1. Toets: verdieping professionaliteit 5.2. Scenario’s soort museum 5.3. Opties: locatie, PvE

12 14 15

6. Discussie en aanbevelingen

18

Bijlagen 1. Quickscan 15 mei 2020 2. Vervolgplan 22 juni 2020 3. Lijst actief betrokkenen

3

1. Vraag: toekomst museum Dit rapport wordt uitgebracht op verzoek van en aan de gemeente Smallingerland. Het onderzoek volgt op een verzoek om onafhankelijk en museaal deskundig te kijken naar de toekomstmogelijkheden van Museum Dr8888. Welke kansen biedt voordeurdeling met een andere culturele speler op een nieuwe plaats? Hoe wordt het museum in de regio en het land ervaren? Wat zijn kansen en bedreigingen voor de positionering? Aan opdrachtgever werd in mei een tussentijdse quickscan opgeleverd. Daaruit kwam een positief beeld naar voren. Volgens vele stakeholders in de museale wereld heeft het museum een eigen plek en doet het het goed. Het heeft een zinnig profiel waarin het op punten excelleert. Ook was duidelijk dat het tijd was voor een nieuw evenwicht in termen van binding met de gemeenschap - het verhaal van Drachten. In de tweede fase van het onderzoek zijn op interactieve wijze trends geïdentificeerd die volgens betrokkenen van belang zullen zijn voor het museum. Vervolgens zijn er keuzes gemaakt in stijlen van opereren, langs de twee assen van participatie en omgang met de collectie.

Daaruit komt een wensbeeld voor het museum naar voren als een laagdrempelig, participatief platform dat voortgaat met excellent presteren op zijn iconische kant (De Stijl), maar zich daarbij sterker verstaat met de eigen gemeenschap, in thematiek, manier van werken en optreden, en faciliteren van betrokkenheid. De eisen die een dergelijk model stelt aan plaats en behuizing leiden niet tot een keuze voor samenwoning met andere spelers, noch tot nieuwbouw, noch tot een avontuur met realisering van een Van Doesburg-concept uit 1923. De huidige plek aan het Museumplein voldoet ruimschoots, maar de aard en kwaliteit van de vrm kloostergebouwen vergen ingrijpende vernieuwing om het beoogde museum op termijn adequaat te ondersteunen. Voorwaarde voor een goed en duurzaam artistiek en sociaal blijven functioneren van het museum is een visionair ruimtelijk plan voor het Museumplein en een diepte-investering om het oppervlak van het museum met ca. 2/3 te vergroten en als geheel te verbeteren.

4

2. Vraag: toekomst museum De gemeente Smallingerland nodigde Gordion Cultureel Advies het voorjaar van 2020 uit voor een onafhankelijke studie naar de toekomst van Museum Dr8888. Die vraag werd gesteld in de context van nieuwe plannen en mogelijkheden met betrekking tot het centrum van de stad. Ons voorstel van eind april voorzag in een analyse die rond de zomer zou uitkomen. Daarop vooruitlopend voerden wij op verzoek van de gemeente alvast een quickscan uit naar de duurzaamheid van het museum. De quickscan werd op 15 mei goedgekeurd (Bijlage 1- daarin opgenomen is de oorspronkelijke opdracht). Daaruit kwam naar voren dat er genoeg redenen zijn Museum Dr8888 te zien als een breed gedragen, redelijk succesvol, gezond klein gemeentelijk museum met een sterke inhoudelijke specialisatie (De Stijl) en een aanvullende opdracht zich meer te verbinden met de Drachtster maatschappelijke werkelijkheid. Na de zomer voltooiden wij het onderzoek, aan de hand van een bijgesteld plan (Bijlage 2). Wegens de coronacrisis werd het onderdeel “locatiebezoek elders” daaruit niet uitgevoerd. Door ons voorgestelde locatiescouting voor eventuele museale nieuwbouw werd aan een derde partij opgedragen. De set vragen die uiteindelijk beantwoord moest worden was: -

Aan wat voor museum hebben Drachten en het Noorden behoefte? Welke invulling heeft het meeste kans van slagen (bezoekers, werving externe middelen) Wat voor programma van eisen hoort daarbij?

2.1 Context: kansen, bedreigingen, moment De reden en aanleiding voor de gemeente Smallingerland om extern advies te vragen over haar omgang met het museum zijn gemengd. Enerzijds diende zich in het centrum van Drachten een vraagstuk op het gebied van stadsontwikkeling aan, waar het museum een katalyserende rol zou kunnen vervullen, als mogelijk trekker van culturele nieuwbouw, in combinatie met andere spelers. Anderzijds voelde de gemeente zich voor een langetermijnkeuze gesteld tussen doorgaan met “kaasschaafbezuinigingen” (gecombineerd met non-prijsindexering) op de portefeuille cultuur of eenmalig een grotere winst in te boeken door een van de vier culturele kernspelers af te bouwen. Los van deze strategische kwesties was tevens duidelijk dat de huidige locatie, het voormalige, verbouwde Minderbroedersklooster, niet alleen steeds minder goed voldeed aan moderne eisen van museaal functioneren, maar ook “uitgewoond” was geraakt en te klein werd bevonden. 5

Het moment om deze vraag te stellen was bovendien opportuun: aan het begin van een nieuwe beleidsperiode (2021-2024) en met een recent aangetreden nieuwe directeur. Wij constateerden tevens een behoefte bij onze gemeentelijke opdrachtgevers om nauwer bij het proces van beleidsvorming en -afweging van het museum betrokken te zijn. Die wens motiveerde een onafhankelijke, deskundige blik op reilen en zeilen van het museum, plus een expert opinion op de toekomstplannen van het museum.

2.2 Aanpak De methode van ons onderzoek bestond uit een combinatie van desk research, interviews en workshops. De onderzoeksvragen betroffen: -

weging van het functioneren van Museum Dr8888 omgevingsanalyse positionering lokaal, regionaal en (inter)nationaal lering trekken uit ervaringen elders met culturele samenwerkingen in bedrijfsverzamelgebouwen.

Van meet af aan hebben wij gemeend stakeholders uit het museum zelf (toezichthouder, bestuur, staf) nauw bij het onderzoek te betrekken, passend bij eigentijdse opvattingen over gedeeld goed (commons). We hebben in de doorloop van het onderzoek geen redenen gevonden – zakelijk, financieel of bestuurlijk – daar niet mee door te gaan.

6

3. Eerste bevindingen Hieronder geven wij eerst een algemene indruk, gevolgd door samenvatting van de beantwoording van meer specifieke vragen uit de quickscan.

3.1 Algemeen Uit de Quickscan kwam een goed te verdedigen beeld naar voren van Museum Dr8888 als een bijzonder museum, -

met een excellente focus op ‘De Stijl’, waarmee het museum een eigen nationale, betekenisvolle niche bezet die overigens wel meer verdieping en borging verdient, dat als gastvrij bekend staat voor bezoekers en vriendelijk voor vrijwilligers en waarvan het bedrijf op orde lijkt, ondanks terugval na top bezoekersaantallen in de bijzondere themajaren (Culturele hoofdstad, Stijl, Dada).

Wij bevonden verder dat kritische aandacht gerechtvaardigd is met betrekking tot worteling in de Drachtster gemeenschap: -

de bredere erfgoedkant van Drachten en Smallingerland blijft in het museaal handelen wat onderbelicht daarmee samenhangend: relaties met bijzondere doelgroepen (onderwijs, jeugd) en met de Smallingerlander samenleving kunnen breder en dieper.

Verder noteerden én onderschreven wij dat de locatie, aan het Museumplein in het hart van de gemeente, uitstekend is. Er werd echter allerwegen gewezen op de problematische kanten van het wonen en werken in een kloostergebouw dat is ontworpen om de samenleving buiten te houden (het woord klooster, claustrum, betekent afsluiting). In de ontstaanstijd, de jaren dertig, lijkt de bouw ook nadrukkelijk een daad van anti-modernisme. Als gemeentelijk monument is het gebruik ervan bovendien vergunningplichtig en aan praktische beperkingen onderhevig. Er lijkt een kans te zijn in het realiseren van Theo van Doesburgs iconische concepten uit 1923 voor een “Maison d’Artiste“ en/of een “Maison Particulière”. Althans, daarover zijn door een vorige wethouder gesprekken met ter zake bevoegde architecten gevoerd, wat ook in de media de nodige aandacht trok. Als uitwerking van de focus op De Stijl door Museum Dr8888 zou zo’n nooit vertoonde realisatie passend kunnen lijken en misschien een antwoord op knellende ruimteproblemen zijn.

Uit ons onderzoek naar culturele samenwerkingen in gecombineerde gebouwen bleek vooral dat succes ontstaat, als noodzakelijke maar niet voldoende voorwaarde, wanneer partners (theater, bibliotheek, archief, museum, centrum voor de kunsten e.d.) belangrijke inhoudelijke visies delen, én dat voordelen (schaal, nieuwe gemeenschappelijke focus) pas na geruime tijd zichtbaar worden. 7

3.2 Vragen Quickscan De vragen die al voor de zomer in de quickscan speelden konden als volgt beantwoord worden. a. Toekomstbestendigheid Wij bevonden het museum toekomstbestendig: -

-

Op de juiste plek Met een top-niche, die ook nog eens door de museumwoning gestalte krijgt Met een interessant en groeiend spectrum aan maatschappelijke partners Qua het merendeel van de collectie, de reputatie die het de afgelopen jaren heeft opgebouwd, de gepresteerde trackrecord (kengetallen), en human resource (medewerkers, vrijwilligers) Met het nodige elan (nieuwe directie, meer maatschappelijke focus)

b. Positionering De positionering van het museum is redelijk markant, hoort zeker tot de Friese Top 10, misschien bij eerste vijf. Lokaal is er nog veel te doen, om de De Stijl-focus, die niet voor de brede bevolking ter plekke direct aansprekend zal zijn en tamelijk aanbodgericht is, in evenwicht te brengen met meer eigentijdse, maatschappelijke opvattingen over het belang van m.n. de participatieve werking van musea. Investeren in realisatie van Van Doesburgs Maison d’Artiste-concept is een grote gok. De uitwerking kan ertoe bijdragen dat Drachten in één keer op de – ook internationale – kaart wordt gezet. Maar meer aandacht door het museum voor het lokale DNA en beantwoorden aan wat er maatschappelijk leeft in zijn directe omgeving is daar niet goed mee te verenigen. Onder die voorwaarden zou het evenwel denkbaar zijn hierop door te gaan, of er verder onderzoek naar te doen. c. Rendement op investering Uit desk research en eigen expertise bleek ons niet dat in de cultuursector meer aanbod tot meer financieel rendement leidt. Supply side economics werken niet in de cultuur. Of dat ook geldt voor een gebouwd Maison d’Artiste is niet zeker, maar het is een gok daar op voorhand vanuit te gaan. d.

Schaal, clustering, locatie In interviews met een breed scala aan stakeholders van voorbeelden elders in Nederland werd onderstreept dat schaalvoordelen, volgend uit samenwerking met andere culturele aanbieders misschien wel werken, maar alleen na lange tijd, en onder een hele reeks andere voorwaarden. Mede in dat licht leek ons verplaatsing van het museum, al of niet in een cultureel bedrijfsverzamelgebouw, naar een leeg kavel aan het einde van de Drachtster Vaart, direct ten oosten van het centrum, een ongewis avontuur.

8

3.3 Tussenadvies gemeente De quickscan sloot af met een overweging aan de gemeente op de volgende punten, in de woorden van nu: -

-

De relatie tot het museum te versterken door met het museum in gesprek te gaan en diens presentaties te toetsen in het licht van de eigen gemeentelijke Beleidsnota (verdieping governance) De toekomst van het museum te borgen door het te stimuleren en te helpen zich sterker in te bedden in de samenleving Zich te realiseren dat wanneer en indien het college besluit door te gaan met het museum, waar nu goede argumenten voor zijn, het nodig is in elk geval na te denken over verbetering van behuizing (oppervlakte, kwaliteit), waarvoor een eigen visie op het museum en op diens betekenis en context voor de wat langere termijn onmisbaar is.

9

4. Verdieping Hieronder bespreken wij het vervolgonderzoek dat wij tussen augustus en oktober uitvoerden, opgedeeld in uitvraag, aanpak en bespreking bevindingen en conclusies.

4.1 Vraag: wat voor soort museum? Volgend op de quickscan hebben wij de vraag proberen te beantwoorden aan wat voor soort museum Drachten behoefte heeft. Daarvoor golden de grenzen die daarvoor al in het meerjarenbeleidsplan en de provinciale subsidieaanvraag van het museum geschetst waren, maar die tevens nog wel ruimte lieten voor belangrijke keuzes ten aanzien van de manier van werken en prioritering van activiteiten. Opties kunnen variëren via verschillende schalen, bijvoorbeeld inhoud, publiekswerking, stijl, openheid, betrokkenheid e.d. Vanuit de principiële beantwoording daarvan zou naar een optimaal opereren kunnen worden gezocht, in termen van aantrekkelijkheid voor bezoekers (en voeding van de wens naar groei toeristenstromen en verlenging van verblijfsduur in de stad) en passend bedrijfsmodel (subsidie, earned income, sponsoring). Vandaaruit zouden eisen of wensen kunnen worden geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld volumes en kwaliteit van de behuizing, en misschien ook locatie. Een dergelijk PvE kan dan worden doorgerekend in drie scenario’s: A. op dezelfde plek B. samen met anderen elders C. alleen, los van plek.

4.2 Aanpak De werkwijze om onze vraag in deze verdiepende fase te beantwoorden bestond uit -

-

een nadere analyse van de jaarverslagen en beleidsplannen input van betrokkenen uit en rond het museum en het gemeentelijk apparaat locatiebezoek aan locaties in Drachten (scouting) met werkgroep aan voorbeeldmusea in Nederland workshop scenario-ontwikkeling.

Vanwege de evidente beperkingen ten gevolge van de coronacrisis zijn locatiebezoeken elders achterwege gebleven; een aparte opdracht van de gemeente aan locatieonderzoekers maakte eigen scouting overbodig. Een voor de hand liggende optie, om breder in de gemeente en de gemeenschap verwachtingen en wensen t.a.v. de toekomst van het museum te peilen, viel buiten de scope van deze beperkte, beleidsvoorbereidende advisering. 10

4.3 Methodische opmerking Desk research De desk research betrof het analyseren van jaarverslagen en meerjarenbeleidsplannen. Jet kader voor die analyse werd gevormd door een aantal vergelijkingen. Allereerst hebben wij de eigen rapportages van het museum gemapt op de gemeentelijke Cultuurnota, wat als voorzet voor een visitatie kan gelden. Vervolgens hebben we ons een beeld proberen te schetsen van de geschiktheid van de collectie voor de toekomstplannen van het museum. Daarvoor diende de in de Nederlandse museumwereld gangbare systematiek van Op de museale weegschaal, ontwikkeld door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). 1 Tenslotte hebben wij met de criteria die in de Museumnorm voor de (her)registratie van musea gelden, beide datasets (jaarverslagen en meerjarenplannen) getoetst. Dat levert een objectivering van het in de quickscan al vermoede adequate niveau van professionaliteit van het museum, volgens extern vastgestelde standaarden. Wij denken met alle drie deelbenaderingen een lichte 0-meting te hebben geleverd als aanzet voor een doorgaand, inhoudelijk gesprek tussen publiek museum en publieke eigenaar van (het grootste deel van) de collectie en tevens belangrijkste lastgever van het museum, met respect voor de formele zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid van de instelling.

Workshop Er zijn in deze tweede fase verschillende brainstorm- en workshopsessies gehouden, in wisselende samenstelling, met museummedewerkers, directie, leden van de Raad van Toezicht en van het bestuur van de inwonende historische vereniging Smilne’s Erfskip. Daarmee hebben wij het in aanvang externe onderzoek omgebogen, met toestemming van opdrachtgever, naar een co-creatief proces. Dat is meer in lijn met algemene 21ste-eeuwse opvattingen over cultureel governance die ook voor het museum van belang zijn. In de workshops werd beoogd om het gesprek gaande te maken en consensus te bereiken over het toekomstig profiel van het museum, op aspecten als wijze van werken, evenwicht tussen vraag- en aanbodgerichtheid, en relatie collectie en maatschappelijke werking. Deze “opties” zouden vervolgens geprojecteerd kunnen worden op de drie fysieke locatiescenario’s (sur place, culturele voordeurdeling elders, stand alone los van plek). Uit evaluatieve reacties van betrokkenen, na afloop van elke bijeenkomst (merendeels online) maakten wij en de deelnemers op dat deze keuze correct was.

1

A. Versloot, Op de museale weegschaal. Collectiewaardering in zes stappen. Amersfoort: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2013.

11

5. Eindbevindingen Hieronder behandelen we eerst de resultaten van onze desk research, die als eerste aanzet tot een governancegespek kunnen dienen. Daarna gaan we in op de gedeelde inzichten uit de workshops in manieren van werken en welke implicaties die hebben voor eisen aan locatie en ruimte(s).

5.1 Toets: verdieping professionaliteit a. Cultuurnota gemeente v. jaarverslagen Museum (2017-2020) De gemeentelijke Cultuurnota voor 2017-2020 kent zeven hoofdlijnen van beleid die richtinggevend zijn voor het handelen van (onder meer) de Drachtster culturele instellingen. We behandelen ze hieronder kort, en geven een indruk van het belang daarvan voor het museum, zoals die uit de jaarverslagen zijn op te maken. Dat levert een gemêleerd beeld: -

-

-

-

-

-

Smallingerland zichtbaar en voelbaar in de publieke ruimte Ruim gehaald, met de opening van de museumwoning en de plaatsing van Rinsema’s reuzenstoelen, plus de navolging door tal van spelers in de buurt(en) Cultuur bereikt (ook) maatschappelijke doelen Alle jaren aanwezig: doorgaand project “Onvergetelijk Dr8888”. Aandacht voor erfgoed (digitaal) Spreekt vanzelf (De Stijl, Museumwoning, Smelne’s Erfskip). Maar het “Verhaal van Smallingerland” verdient uitwerking en zeker meer aandacht. Creativiteit inzetten voor innovatie en duurzame ontwikkeling Lastig in te schatten. Directie zet in op samenwerking met ondernemers. De verwachting het hoge bezoekersaantal 40.000 vast te houden is niet gerealiseerd. Nieuwe cross-overs en experimenten Niet expliciet benoemd (wel ‘kleurlab in Sunenz’) - mogelijk vooral voor podia van belang Elk kind in aanraking met cultuur, en krijgt kans talenten te ontwikkelen Redelijk in percentages (2019: 2200 jeugddeelnemers), maar in absolute zin valt er nog te winnen (aandeel jeugd in museumbezoek blijft achter bij landelijk gemiddelde) Meer mensen doen mee aan cultuurparticipatie Verdient meer formele aandacht: na 2018 verdwijnt “educatie en participatie” uit jaarverslagen.

Op basis hiervan bevelen wij het museum en de gemeente aan in aanvulling op een feitelijke check van het behalen van targets, wat ongetwijfeld plaatsvindt door middel van of tijdens de ambtelijke bespreking van subsidierapportages, een meer publieke en beleidsmatige gedachtewisseling over het museum en diens plaats in de samenleving te entameren. ‘Cultuur verdient publieke bespreking’, hoort men wel.

12

b. “Op de Museale Weegschaal” - waardering collectie in termen beleidsplan Met de door de RCE in 2013 ontwikkelde waarderingssystematiek voor collecties is inzichtelijk te maken of en hoe goed een gegeven collectie het behalen van doelstellingen van instellingen ondersteunt, zoals neergelegd in beleidsstukken. Het is een wegingsinstrument dat langs verschillende dimensies de waarde in beeld brengt van deelcollecties en soms ook individuele stukken. Dat is van belang op beslismomenten, bijvoorbeeld bij afstoting, fusies of beleidswijzigingen. Het zijn geen absolute feiten die eruit naar voren komen, maar onderwerpen ter bespreking door betrokkenen. Van groot belang is de sociale dimensie, voorbij artistieke en cultuurhistorische argumenten: wat betekent een (deel)collectie of (sleutel)stuk voor de gemeenschap? Voor Museum Dr8888 wijst – schetsmatige – toepassing van deze waarderingssystematiek op een aantal saillante punten. -

-

-

Het VanDoesburgRinsemahuis is inderdaad een cruciaal sleutelstuk voor het beleid van het museum. De vraag is hoe je dat optimaal inzet, of kunt inzetten, of welke risico’s er voor realiseren van je beleid bestaan, wanneer het niet vol eigendom van het museum is. De deelcollectie 20e-eeuwse avantgarde past goed bij de inhoudelijke plannen van het museum; of er genoeg in de collectie op het gebied van de internationale avantgarde aanwezig is om zich ook op dat gebied met activiteiten (tentoonstellingen) te onderscheiden is nog de vraag. Dat laatste geldt ook voor enige andere thema’s waarop het museum in gaat zetten, zoals het DNA van de regio, “dwars denken” en maatschappelijke onderwerpen. Zijn daar voldoende aanknopingspunten in de collectie voor aanwezig, subsidiair kennis subsidiair netwerken in en rond het museum (intellectuele infrastructuur) voor?

Als aanbeveling op dit onderwerp suggereren wij tijd in te ruimen om over aard, profiel en betekenis van de collectie met stakeholders en representanten uit de Drachtster samenleving structureel overleg te hebben en periodiek deze waarderingsexercitie samen uit te voeren.

c. Museumnorm Er zijn in totaal zeventien codes en normen2 waar collectie en intern/extern handelen van geregistreerde musea volgens de Nederlandse Museumvereniging aan moeten voldoen. Als externe (bij rijksmusea door de rijksinspectie te toetsen) elementen leveren ze een indicatie aan de buitenwereld voor het wettigen van vertrouwen in deze formeel geprivatiseerde maar publiek werkende lichamen.

2

Museumnorm (2020): Ethische code, not-for-profit beginsel, aanwezigheid beleidsplan, financiële verantwoording, regels goed bestuur, veiligheidszorg, personeels/vrijwilligersbeleid, collectieplan, afstotingplan, herkomstonderzoek, informatieplan/collectieregistratie, continuïteit in behoud, onderzoek, inclusie en toegankelijkheid, openstelling, presentatiebeleid, educatiebeleid.

13

Wij kregen uit de stukken de algemene indruk dat de meeste en de meest essentiële codes en normen goed gevolgd worden. Over een beperkt aantal onderwerpen hadden wij minder informatie, zoals over risicomanagement, klimaatbeheersing en digitale dienstverlening. Maar met genoegen hoorden we weer van bijvoorbeeld het voornemen tot instelling van een inhoudelijke (lokale?) Raad van Advies voor het aantrekken van creativiteit en denkkracht van buiten de organisatie. Om de professionaliteit van de organisatie op niveau te houden en verder te versterken bevelen we aan om bijvoorbeeld de Museumfederatie Fryslan uit te nodigen het museum periodiek op deze en dergelijke punten te inspecteren.”

5.2 Scenario’s soort museum Workshops Eind augustus is een scenarioworkshop belegd met deelnemers van gemeente, museum en historisch initiatief. De vraag was welke grotere externe trends er zijn die (a) doorgaan en (b) van invloed zullen zijn op het museum. Dit was de eerste oogst voor een longlist: Toename belang ambachtelijkheid → kernbegrippen duurzaamheid, kringloop, ander soort toerisme, op maat/on demand, op lokale schaal, van transactie naar relatie; verbondenheid, wederkerigheid. Belang digitaliteit (24-uurs economie), klimaatcrisis → andere manieren van omgang met nieuwbouw; belang inclusie (BLM); hoe ontwikkelt 1,5m-samenleving zich (thuiswerken, andere tijdsbesteding); maatschappelijke tweedeling neemt niet af → belang museum als mtsch voorziening Doorgaaande individualisering (publiek wordt veeleisender, diensten steeds meer on demand); culturele belangstelling van de jeugd is echt anders (festivals); belang BLM, gender, slavernij, vrouwen i/d kunst: museum moet inclusief, kleur bekennen; welvaart zal dalen, dus recreatie/reizen anders → wat wordt het nieuwe normaal? Demografie: mensen leven langer, maar werken ook langer… Sociale media → andere marketingvormen; polarisatie: “mensen zijn boos” (Zwarte Piet, zorg, corona) → nieuwe vormen van inclusie; mensen willen vaker offline…

In een iteratie lieten deze noties zich indikken tot: • nabijheid | schaal • nieuwe normaal (1,5m)

• individuele klantgerichtheid | on demand • omgang met inclusie | ‘mensen zijn boos’

Tijdens een serie daarop volgende (internet) werksessies is gevraagd wat deze begrippen betekenen voor het handelen van het museum. Daaruit kwam een positionering naar voren langs twee assen. Een is gevormd door de variabele meer of minder “participatief werken”, de andere door de plaats die de collectie inneemt, als doel (wetenschappelijk /cultuurhistorisch: De Stijl centraal) of als middel richting de samenleving (“het DNA van Drachten”). Dit zijn keuzes niet voor een onderwerp maar voor de manier van werken: aanbodgericht versus vraaggericht en transactioneel versus relationeel – dit alles binnen de kaders van de geformuleerde beleidsvoornemens van het museum. 14

Figuur 1. Invulling mogelijkheden museaal handelen in vier kwadranten langs assen Participatie en Functie collectie – resultaat workshop 28 augustus 2020.

Uit de exercities kwam naar voren dat deelnemers het museum graag als een redelijk hoog participatief platform zien, c.q. willen zien, waarop aandacht voor De Stijl en het vroeg 20 steeeuwse modernisme, met zijn idealen van het kunnen maken van een betere wereld, in evenwicht is met community-gestuurde, wederkerige aandacht voor het erfgoed van de plek, het DNA van Drachten. Het Van Doesburg-Rinsema Huis belichaamt dat als geen ander: het nieuwe omarmend, als sociaal vehikel naar een meer egalitaire samenleving en de collectie als middel om daaraan bij te dragen – maar het kan best wat participatiever.

Ingevuld profiel van het museum De confrontatie van externe trends waar het museum mee te maken zal krijgen met een aangescherpt, missiegestuurd profiel van het museum als een meer participatief platform, leidt tot de volgende keuzes:

15

-

laagdrempelig

→

dat past niet goed in modernistische nieuwbouw

-

passend bij maat Drachten

→

kleinschalig, maar onderdeel van een snoer van verspreide voorzieningen

-

participatief betrokken op de gemeenschap

→

aanwezigheid Smelnes Erfskip, essentieel, verdient meer ruimte, workshops moeten gefaciliteerd een Maison d’Artiste past hier niet goed beter nadenken over inzet collectie als instrument, niet als doel

→ →

-

vDoesburgRinsemaHuis knettergoed →

behoefte aan vaste presentatie over De Stijl in het museum om relatie met museumhuis te borgen

-

Klooster juiste locatie maar claustrum steunt openheid niet

→

ontwerpopgave voor meer publieke toeeigening van gebouw en zijn omgeving (Museumplein was kloostertuin, benutten ‘oase’ achter museum) opdrachtgeving “Nieuw wegen voor oud klooster”

→

5.2 Opties: locatie, PvE De uitkomst van wat een ontwerptraject bleek te zijn geworden was eenduidig: een plek elders is niet nodig, en samenwerking in een cultureel verzamelgebouw leidt niet, of niet zonder meer, tot het realiseren van de waarden die het museum nastreeft en de inhoudelijke doelen die het wil bereiken. Met instemming van opdrachtgever hebben wij daar daarom geen nadere uitwerking aan gegeven. Wat wel relevant was is het uitvoeren van een mapping van dit inhoudelijke programma van wensen op een fysiek programma van eisen.

PvE: Basis op orde De opties die het museum wil invullen lieten zich al samenvatten als “blijven excelleren en opnieuw wortelen”, maar laten zich nu ook vertalen in concrete punten. Dat betreft elementen van schaal, nabijheid, condities voor participatief werken, aandacht kunnen besteden aan het DNA van Drachten en het de collectie daarvoor beter toerusten. Dit zijn vergt normale, professionele museale voorzieningen, waarmee voor Museum Dr8888 de basis op orde komt.

16

Inhoudelijk betekent dit concreet: - expositieruimte substantieel vergroten en verbeteren (nu 275 m2, te geringe hoogte) - workshop toevoegen aan monofunctionele educatieruimte (nu 56m2) - Erfskip/historisch centrum (nu 48m2) verruimen (basis voor “DNA Drachten”) Facilitair op orde brengen betekent: - balie/winkel (nu 9 m2) verruimen - kantoor voor 8 fte + vrijwilligers naar ARBO-niveau3 brengen (nu 66 m2) - werkruimte depot/atelier (nu 165m2) op niveau (mede ivm veiligheid) De totale opgave voor het op orde brengen van de basismetrage betekent een groei van nu 975m2 naar ca. 1500+ m2. Voor 500m2 museale nieuwbouw is een eenmalige investering van €1,5-2M nodig. Voor bouw en inrichting van een nieuw museum wordt in Nederland gerekend met investeringen van in totaal 4000 euro per vierkante meter, waarbij voor de bouw- en inrichtingsdelen elk 2000 euro/m2 geldt.4 En de afschrijving moet tevens betaald worden: tot anderhalve ton per jaar bij afschrijving van 30-50 (bouw) resp. 5-10 (inrichting) jaar. Dat maakt het volgende indicatieve schema inzichtelijk:

afschrijvingstermijn nieuwbouw kosten

30 j

50 j

1.500.000

50.000

30.000

inrichtingskosten

5j

10 j

500.000

100.000

50.000

Totaal per jaar

150.000

80.000

Wij willen er daarnaast op wijzen dat een groter gebouw ook per saldo bewerkelijker is in gebruik, in alle opzichten. Niet alleen zal in de exploitatie de energierekening hoger uitvallen, maar ook moet rekening worden gehouden met stijging van kosten voor beveiliging, onderhoud, inrichting tijdelijke tentoonstellingen en voorzieningen voor social programming.

3

De wettelijke norm (NEN 1824) per arbeidsplaats is nu 7 m2, exclusief verkeersruimte. Coronaproof bouwen stelt nieuwe eisen: https://www.arbo-online.nl/wetgeving/nieuws/2020/11/coronaproof-werkplek-zo-maaktu-een-coronaprotocol. Met dank aan designer/inrichter Jelmer Zijlstra. 4 In de museale wereld gelden richtbedragen zoals door b.v. Twijnstra Gudde worden gehanteerd (2017). Wijzelf pasten die toe voor o.m. een nieuwe bouwloods bij de St Jan in Den Bosch, 2009. High techmuseuminrichtingen kosten vanaf het dubbele.

17

6. Discussie en aanbevelingen Op deze opbrengsten werd medio november 2020 samen met opdrachtgever gereflecteerd. Daarbij kwamen enige additionele gezichtspunten naar voren. Dat waren achtereenvolgens: -

Museum Dr8888 is naar aard en schaal een voorziening voor een gemeenschap van ca. 150.000-200.000 mensen (orde van grootte van steden als Tilburg, Groningen, Nijmegen). Het museum mag passen bij de maat van zijn verzorgingsgebied – “niet werelds, wél van regionaal belang”.

-

De meerwaarde van een mogelijke substantiëlere investering in het museum kan vooral gelegen zijn in een creatief masterplan voor de wijdere context van het museum, met medeneming van het direct omliggende gebied. Wat daarbij een rol zou kunnen spelen zijn elementen als het optisch openen van het klooster of het scheppen van een 21ste-eeuwse kloostergang als verbinding van kloostergebouw en voorplein.

-

De locatiekeuze, of herbevestiging van de bestaande keuze, van een bij uitstek publiek gebouw als een gemeentelijk museum is een onderwerp dat mag en moet kunnen rekenen op enige reuring – mits gevoerd vanuit de inhoud ervan voor de gemeenschap van en voor wie het is.

-

Om die discussie goed te voeren is een stevige, bevlogen middellangetermijnvisie van en op het museum essentieel.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13393292/3