Visiedocument Krachtig Verbonden 2021 (behandeld 15 september 2020)
Tekst van het document
Uitvoeringsparagraaf: Regionale klimaatadaptatiestrategie (op Zeeuws-Vlaams niveau). Uitwerking kader landschappelijke inpassing (op Zeeuws niveau).
1.3 VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT 1.3.1 VERKEER Waar hebben we mee te maken?
Verkeer van en naar de kust leidt soms tot leefbaarheidsproblemen. In Zuidzande, Nieuwvliet, Boerenhol en Groede is sprake van een wankel evenwicht tussen wonen en verblijven enerzijds en verkeersstromen anderzijds. De in 2005 landelijk geïntroduceerde verkeersveiligheidsvisie Duurzaam Veilig heeft geleid tot een wegencategorisering, die grotendeels is afgerond. Zogenoemde gebiedsontsluitingswegen
19
en erftoegangswegen zijn zonder discussie als zodanig vastgesteld en ingericht. De categorie daar tussenin vraagt nadere uitwerking. We hebben het dan over routes zoals BreskensBiervliet en IJzendijke-Aardenburg. De slagenstructuur, die gaat over hoe verkeer vanaf doorgaande routes de kust bereikt, is nog niet uitgevoerd. De recreatieverdeelweg N675 Breskens - Sluis is wel aanwezig, maar er is discussie of deze tot en met de kern Sluis als zodanig aangeduid moet zijn. De plannen vragen om een herijking, door nieuwe ontwikkelingen zoals de aanleg van natuur- en recreatiegebied Waterdunen. Inrichting van de slagenstructuur en de recreatieverdeelweg raken aan de leefbaarheid in Zuidzande, Nieuwvliet, Boerenhol en Groede. De route parallel aan de kust vraagt aandacht. Die moet meer ingericht zijn als verblijfsgebied (geen weg om van A naar B te komen) en vooral gericht op gebruik door fietsers en voetgangers, in plaats van auto’s. E-bikes en speed pedelecs stellen aanvullende eisen aan de fietsinfrastructuur. Door de hogere snelheden van deze fietsen en de langere afstanden waarvoor ze worden gebruikt, is er behoefte aan bredere fietspaden, voorzien van markering. Gedrag wordt een steeds belangrijker aandachtspunt in het verkeer. Dankzij Duurzaam Veilig is met een veranderde inrichting van wegen al heel veel bereikt. Gedragsbeïnvloeding wordt dan ook steeds belangrijker.
Nagenoeg langs de gehele kust kun je fietsen op de duinen met uitzicht op de zee en de Westerschelde. Daarmee heeft onze gemeente een uniek product in handen. Er zijn knelpunten in het (kwaliteits)netwerk landbouwverkeer. In een aantal gevallen is het onvermijdelijk dat landbouwverkeer door een verblijfsgebied dient te worden afgewikkeld. Daarbij is de keuze gemaakt om landbouw- en verblijfsverkeer te mengen, waarbij de functie verblijven maatgevend is. Dit betekent dat landbouwverkeer door verblijfsgebied mogelijk moet zijn, maar dat de functie verblijven prioriteit heeft op landbouwverkeer. In de praktijk blijkt landbouwverkeer soms met de verblijfsfunctie te conflicteren.
Wat willen we bereiken?
Een breed gedragen vastgestelde wegencategorisering. Een vastgestelde slagenstructuur. Een vastgesteld netwerk van de belangrijkste fietsroutes die aan de eisen voor e-bikes en speed pedelecs dienen te voldoen. Een oplossing voor de knelpunten in het (kwaliteits)netwerk landbouwverkeer (de menging van landbouw- en verblijfsverkeer). Een duurzame oplossing voor de met ontsluiting van de kust samenhangende leefbaarheidsproblemen in Zuidzande, Groede, Boerenhol en Nieuwvliet. Duidelijk beleid voor de inrichting van de route parallel aan de kust inclusief een daarop aansluitende inrichting. Het kernenbeleid staat een clustering van voorzieningen voor in de vijf grote kernen. Dit vraagt om goede verbindingen tussen de overige kernen of leefgebieden en deze vijf. Wanneer voorzieningen ook hier niet aanwezig zijn, zijn er goede verbindingen nodig met andere concentraties van voorzieningen in de omgeving (Knokke, Brugge, Vlissingen, Terneuzen et cetera).
Hoe willen we het bereiken:
We geven uitvoering aan GGA-projecten in het kustgebied en het achterland (GGA staat voor gebiedsgerichte aanpak). Samen met de andere wegbeheerders en belanghebbenden maken we duidelijke keuzes. Als coördinerende partij neemt de gemeente hierin het voortouw. We kiezen voor landschapsbewuste weginrichting: die laat zien waar de verkeersdeelnemers zijn en gebruik maakt van de omgeving om het gewenste verkeersgedrag te bereiken. Een route langs de kust moet ook de uitstraling hebben van een kustroute! We kiezen voor proactief in plaats van reactief beleid: niet reageren op klachten of ongevallen maar aan de hand van duidelijk beleid en uitvoering juist inzetten op het voorkomen ervan.
Uitvoeringsparagraaf: Uitvoeren van GGA-projecten in de gemeente Sluis.
20
1.3.2 PARKEREN Waar hebben we mee te maken?
Parkeerterreinen aan de kust (voor dagrecreatie) zijn nog niet optimaal toegankelijk. De vindbaarheid, zowel letterlijk als digitaal, laat te wensen over. Veel bezoekers komen een dagje fietsen in de gemeente Sluis. Ze komen met de auto en nemen zelf fietsen mee. De auto staat een hele dag op een parkeerplaats. In kernen als Groede en Retranchement (en mogelijk ook elders) ervaren inwoners hierdoor parkeerproblemen. De parkeerplaatsen zijn niet beschikbaar voor doelgroepen die wel aan de kern gelieerd zijn. Zoekverkeer in de bebouwde kom. In Sluis, Oostburg, Breskens en Cadzand-Bad rijdt verkeer op zoek naar een parkeerplaats vaak onnodig door de bebouwde kom. Niet overal is ons parkeersysteem afgestemd op moderne technieken. Zowel qua betaalmogelijkheden als qua ontsluiting en vindbaarheid (niet vindbaar via digitale middelen). Duidelijke regelgeving omtrent parkeren bij nieuwbouw ontbreekt. Parkeren in Sluis is lastig te sturen omdat de gemeente niet altijd eigenaar is van het terrein (grote parkeerterreinen zijn ook privaat eigendom, waardoor parkeerregulering lastig uitvoerbaar is). De juiste parkeerder op de juiste plaats is niet altijd de praktijk. Het is ook lastig door de duidelijke verschillen tussen seizoenen.
Wat willen we bereiken?
De juiste parkeerder op de juiste plaats. Bij voorkeur regelt dit zichzelf; alleen wanneer nodig zetten we parkeerregimes in. (Betaald parkeren dus alleen als sturingsmiddel, niet als verdienmodel.) Parkeren aan de kust is afgestemd op de slagenstructuur. Een hoog serviceniveau: parkeren moet een feest zijn. Juridisch kloppend en goed uitvoerbaar (praktisch) parkeerbeleid bij nieuwbouw.
Hoe willen we het bereiken:
Beleid ten aanzien van parkeernormen wordt reeds opgesteld. We ontwikkelen een parkeervisie voor parkeren aan de kust en in de kernen. Uitvoering en beleid ten aanzien van parkeren worden op elkaar afgestemd.
Uitvoeringsparagraaf:
Opstellen parkeervisie voor parkeren aan de kust en in kernen.
1.3.3 MOBILITEIT (INCLUSIEF OPENBAAR VERVOER) Waar hebben we mee te maken?
Onze inwoners leggen een relatief grote afstand af voor woon-werkverkeer (36 kilometer, waar het landelijk gemiddelde 23 kilometer is). Een relatief hoog autobezit: met 585 auto’s per 1000 inwoners is dat bijna 20% boven het landelijk gemiddelde. Afstanden tot voorzieningen zijn ook langer dan landelijk gemiddeld: in de gemeente Sluis gemiddeld 1,4 kilometer tot een huisarts (landelijk 1 kilometer) en gemiddeld 1,5 kilometer tot een supermarkt (landelijk 0,9 kilometer). Het fietsgebruik is overeenkomstig het gemiddelde in Nederland. Bij verplaatsingen autoverkeer (herkomst - bestemming) zien we duidelijk de functie van de vijf grote kernen. Bij verplaatsingen openbaar vervoer (herkomst - bestemming) is ook duidelijk de functie van de vijf grote kernen zichtbaar, waarbij de centrale rol van Oostburg duidelijk te zien is.
21
Bij verplaatsingen fiets (herkomst - bestemming) zien we wederom de vijf kernen duidelijk terugkomen, met Oostburg als spil. Hierbij valt wel op dat de functie van de vijf kernen bij de fiets minder sterk zichtbaar is dan bij de auto, en dat met name fietsverkeer van Oostburg naar Breskens via verschillende routes lijkt te lopen. Als het gaat om de intensiteit van autoverkeer is de route N61-N253 (IJzendijke-Sluis) duidelijk herkenbaar als hoofdontsluiting van de regio. Ook de route Schoondijke-Breskens kan tot de hoofdontsluitingen gerekend worden. De verhouding tussen verkeersintensiteit en -capaciteit is zowel in de ochtend- als in de avondspits goed (lager dan 40%). Er zijn dan ook geen capaciteitsproblemen op het wegennet. De reizigersaantallen van de Westerschelde Ferry lopen geleidelijk aan terug. Er is ieder jaar een duidelijke piek te zien in het zomerseizoen: nagenoeg een verdubbeling. Het is dus vooral een toeristisch product. Voor- en natransport bij de ferry ontbreekt (openbaar vervoerverbindingen sluiten er niet goed op aan). De verkeersonveiligheid uitgedrukt in ongevallen geeft een verspreid beeld over de gehele gemeente. Volgens een landelijke prognose worden richting 2040 geen radicale veranderingen verwacht op het gebied van mobiliteit in de gemeente. De groei van het autobezit neemt af, maar het auto- en treingebruik door inwoners neemt toe.
De filedruk neemt minder toe dan in het verleden. Groei en congestie concentreren zich met name in de Randstad. Vrachtverkeer concentreert zich met name op de route N61-N253. Hier zien we een gestage stijging de afgelopen jaren. Openbaar Vervoer in Zeeland gaat op de schop. In 2024 wordt het opnieuw aanbesteed. De verwachting is dat dit zal resulteren in snelle busverbindingen op de hoofdroutes tussen de grote steden en kernen. Het onderliggende netwerk wordt breder uitgewerkt. Het gaat hier niet meer alleen meer over traditioneel openbaar vervoer, maar ook slimme mobiliteit (deelauto’s, leenfietsen et cetera) zal hierin meegenomen worden. De verblijfsrecreatie aan de kust is volledig op de auto gericht qua bereikbaarheid. Openbaar vervoer is niet of nauwelijks aanwezig. Er is een verschuiving gaande van bezit naar gebruik. De deeleconomie zal ook in de gemeente Sluis op gang komen. In mobiliteit betekent dit kansen voor deelauto’s, leenfietsen, et cetera.
Wat willen we bereiken?
Voor mensen van buiten de gemeente blijft de auto het belangrijkste vervoermiddel om Sluis te bereiken. Verduurzaming richt zich hier met name op duurzamere auto’s en mogelijk een verbeterslag van het openbaar vervoer. Met betere verwijzing kunnen we nog meer sturen op de juiste routes en wijzen van vervoer. Voor inwoners van Sluis is qua bereikbaarheid winst te behalen door meer in te zetten op fietsgebruik (dankzij e-bikes bijvoorbeeld zijn langere afstanden mogelijk) en alternatieven zoals openbaar vervoer. Hierbij moet het aanbod beter afgestemd worden op de vraag. Bijvoorbeeld niet zomaar een kustbus inzetten, maar in beeld brengen waar behoefte aan is en daar het vervoer op afstemmen. Onze inzet is: als het moet de auto maar, als het (enigszins) kan, een alternatief. Bereikbaarheid moet afgestemd worden op de clustering van voorzieningen in de vijf grote kernen. De bereikbaarheid van deze vijf, maar ook van plaatsen buiten onze gemeente als Terneuzen, Vlissingen en Brugge moet zo optimaal mogelijk zijn. We willen de aantrekkelijkheid van onze gemeente als woongebied versterken. We zien hier mogelijkheden door goede verbindingen met de nabijgelegen arbeidsconcentraties (Vlissingen, Kanaalzone, (Zee)Brugge). Vervoersmogelijkheden moeten beter afgestemd zijn op de vraag. We zetten meer in op ketenmobiliteit. De bus hoeft niet overal voor de deur te stoppen.
Een combinatie met bijvoorbeeld een deelfiets of -auto behoort ook tot de mogelijkheden. We willen inzage in verkeersbewegingen. Door goede monitoring heb je meer zicht op de vraag en kun je dus maatwerk leveren. Nu ontbreekt het vaak aan de juiste data zoals verkeersintensiteiten, de relatie tussen herkomst en bestemming et cetera.
Hoe gaan we het bereiken?
22
Zoals reeds in het verkeersveiligheidsplan opgenomen werken we een mobiliteitsbeleid op hoofdlijnen uit. Door duidelijk de beleidslijnen vast te leggen, kunnen we een regierol oppakken en beter samenwerken met onze mobiliteitspartners (wegbeheerders en belanghebbenden). We kiezen voor monitoring: om meer sturing te kunnen geven, verzamelen we jaarlijks open data (vrij beschikbare informatie) en waar nodig winnen we zelf gegevens in (tellingen, onderzoeken). Conform het programma Slimme Mobiliteit van de provincie Zeeland werken we een voorkeursysteem uit voor openbaar vervoer in Sluis: waar zetten we wat in? Denk aan snelle busroutes, mobiliteitshubs (plekken waar allerlei vormen van mobiliteit samenkomen) et cetera. Samen met de recreatiesector werken we een systeem uit om autogebruik in de gemeente te reduceren. Welke vervoersbehoefte is er bij de verblijfsgasten en hoe vullen we dit het beste in? Moet er een hop-on hop-off bus gaan rijden op de route Breskens-Groede-NieuwvlietCadzand-Sluis-Oostburg-Breskens of zetten we juist in op vraaggericht vervoer? Zowel analoog (door bebording) als digitaal (apps, website, et cetera) geven we nog meer sturing aan de vervoersstromen. Een parkeerverwijssysteem kust kan hier ook een onderdeel van zijn. Verblijfsrecreanten worden gestimuleerd om de auto te laten staan. Dit moet op diverse manieren tot uiting komen.
Een ervan is sturen in de locatie van parkeerplaatsen ten opzichte van verblijfseenheden, bijvoorbeeld alleen het terrein voor verblijfsrecreatie oprijden voor uiten inladen en parkeren aan de rand. Belangrijk is dat er uitnodigende alternatieven zijn. In het geval van recreanten speelt hierbij, naast bijvoorbeeld beschikbaarheid en snelheid van alternatieven, ook beleving een grote rol.
Uitvoeringsparagraaf:
Het uitwerken van mobiliteitsbeleid. Het uitwerken van een voorkeursysteem voor openbaar vervoer in de gemeente Sluis.
23
HOOFDSTUK 2: ECONOMIE 2.1 ECONOMISCHE ONTWIKKELING 2.1.1 ARBEIDSMARKT Waar hebben we mee te maken?
Tot de COVID-19-crisis kwamen er in Zeeland door de economische groei veel banen bij, nam het aantal vacatures toe en daalde het werkloosheidspercentage tot onder de 3%. De krapte op de arbeidsmarkt was in het tweede kwartaal van 2019 nog nooit zo groot in Zeeland: de krapste arbeidsmarkt van heel Nederland. De vraag naar arbeid was voor COVID-19 veel hoger dan het aanbod ervan. (In het eerste kwartaal van 2019 stonden in Zeeland 6000 vacatures open.) De banengroei in Zeeland ligt in 2019 en 2020 onder het landelijk gemiddelde. Dat geldt niet alleen voor het totaal, maar ook voor veel afzonderlijke sectoren. In Zeeland neemt vooral het aantal banen in de zorg toe. De werkgelegenheid in de landbouw in Zeeland daalt minder sterk dan landelijk. Het saldo van het aantal pendelaars is negatief in Zeeland: er werken meer mensen uit Zeeland elders dan andersom. Ongeveer 2000 mensen die in Zeeland werken, wonen in België. De arbeidsparticipatie in Zeeland (het deel van de bevolking dat werkt) is bijna 1% lager dan het landelijke gemiddelde. Er is nog een onbenut arbeidspotentieel van uitkeringsgerechtigden en statushouders (voormalige asielzoekers met een (tijdelijke) verblijfsvergunning). Jongeren trekken weg voor een opleiding buiten de provincie en komen niet meer terug.
Toerisme bindt mensen aan Zeeland, zorgt voor veel werkgelegenheid en bedrijvigheid, maakt culturele evenementen mogelijk en genereert een relatief hoog voorzieningenniveau. De zorg is zowel in vestigingen als in banen de omvangrijkste sector. In onze gemeente vertaalt de economische bedrijvigheid zich globaal in 11.000 banen binnen 3000 ondernemingen. Ten opzichte van heel Zeeland is het aantal vestigingen in de land- en tuinbouw en de horeca oververtegenwoordigd. De horeca zorgt voor 20% van de werkgelegenheid; 65% van de contracten in deze sector zijn flexibel. Sluis kent een blijvende hoge vervangingsvraag (de vraag naar nieuwe medewerkers omdat anderen stoppen met werken). Dit komt door de vergrijzing, de flexibele arbeidscontracten, de grote dynamiek op de arbeidsmarkt en de eisen die gesteld worden aan personeel. Gewijzigde wetgeving vergt dat we één publiek servicepunt voor werkgevers realiseren per arbeidsmarktregio (in ons geval is dat heel Zeeland). De verschillen in wet- en regelgeving in Nederland en België belemmeren grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit.
Wat willen we bereiken?
We streven naar een meer evenwichtige en inclusieve arbeidsmarkt door: o duurzame plaatsingen (een lagere vervangingsvraag) en minder flexibele contracten; o minder intensieve arbeidsprocessen; o stimuleren van grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit; o het aantrekken van arbeidskrachten van buiten Zeeland en buiten Nederland en voor deze doelgroep voorzien in (tijdelijke) huisvesting. Een innovatieve Zeeuws-Vlaamse regio met carrièrekansen en uitdagingen voor alle werkenden, hoog- of laagopgeleid. Een beter imago van Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen als aantrekkelijke regio om te wonen, werken en studeren.
24
Een verbeterde samenwerking tussen overheid en werkgevers door het versterken van de werkgeversdienstverlening. Deze is gericht op inclusief ondernemerschap (werkgevers nemen mensen met een (arbeids)beperking aan). In tijden van crisis is er zorg voor groepen kwetsbare werknemers. We voorkomen dat deze mensen hun baan verliezen en aan de kant komen te staan.
Hoe willen we het bereiken?
We continueren de provinciale en Zeeuws-Vlaamse samenwerking, binnen respectievelijk de Zeeuwse Werkkamer en het WSP (WerkSerivcePunt). Via deze samenwerkingsverbanden participeren we in het Aanvalsplan krapte Zeeuwse arbeidsmarkt en de bijbehorende Doeagenda Perspectief op Werk. Dit is een publiek-private samenwerking gericht op: o het plaatsen van 400 extra werkzoekenden; o het ‘werkfit’ maken van werkzoekenden die gebrek hebben aan arbeidsritme en vaardigheden, wat moet resulteren in nog eens 160 extra plaatsingen; o werving van 50 extra werkgevers die zich richten op inclusief ondernemerschap, waarbij zij worden ondersteund bij het uitvoeren van arbeidsmarktanalyses; o een stimulans voor werkgevers om anders te werven en te organiseren. Zoals het loslaten van traditionele functieprofielen en opleidingseisen, ‘open hiring’ (zonder sollicitatieprocedure) en het aantrekken van ‘buitenlandse’ werknemers. We stimuleren het benutten van technologische innovaties en onderzoek naar andere manieren van werken, wat kan leiden tot minder intensieve arbeidsprocessen. We continueren het Sectorbureau Grensarbeid en het Grensinformatiepunt Scheldemond, door deze financieel te blijven ondersteunen. Dit enerzijds voor het geven van informatie en advies en anderzijds voor het versterken van de publiek-private samenwerking in relatie tot grensoverschrijdende arbeidsmarktvraagstukken.
Het sectorbureau richt zich ook op het oplossen van knelpunten, door het makkelijker organiseren van grensoverschrijdende stages en het gelijkstellen van diplomawaardering over de landsgrenzen. We werven extra arbeidskrachten en onderzoeken hoe de gemeente kan meewerken aan kleinschalige initiatieven om deze werknemers te huisvesten. We dragen bij aan de ontwikkeling van het Expat Centre Zeeland. Dat richt zich op het aantrekken van kennismigranten, arbeidsmigranten, buitenlandse starters en studenten. Het expatcentrum biedt publieke- en commerciële dienstverlening zoals het regelen van documenten, school, huisvesting, sport, taalonderwijs, kinderopvang en financiële zaken. We geven invulling aan de bestuursopdracht werkgeversdienstverlening. Dit doen we met de intentie om meer Zeeuws samen te werken en de instrumenten die voor werkgevers beschikbaar zijn zo veel mogelijk te harmoniseren. We investeren gericht in re-integratie, coaching, opleiding en nazorg van de onbenutte arbeidsreserve en van kwetsbare werkenden zoals statushouders, flexwerkers, zzp’ers en mensen zonder startkwalificatie. Daarnaast inventariseren we wat kansrijke sectoren en beroepen zijn om kwetsbare werknemers meer zicht te bieden op duurzame bemiddeling en plaatsing.
Uitvoeringsparagraaf:
Het ontwikkelen van het Expat Centre Zeeland. Invulling geven aan de bestuursopdracht werkgeversdienstverlening.
2.1.2 ONDERWIJSKETEN Waar hebben we mee te maken?
Een goede en stabiele onderwijsinfrastructuur (en kinderopvang) is belangrijk voor zowel het vestigingsklimaat voor gezinnen (het vestigen en blijven van werkende ouders) als voor de instroom vanuit het onderwijs naar de arbeidsmarkt.
25
Daarbij merken we op dat de instroom vanuit het onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen naar verwachting niet voldoende is om te voldoen aan de vraag op de arbeidsmarkt in ZeeuwsVlaanderen. Naast de bestaande onderwijsketen zal daarom ook gekeken moeten worden naar zijinstroom (arbeidsmobiliteit tussen verschillende sectoren en/of herintreding). Tevens zullen we moeten kijken naar het aantrekken van personeel van buiten Zeeuws-Vlaanderen, ook vanuit het buitenland. Hierdoor zal de vraag naar om- en bijscholing toenemen. Er is een afname van het aantal leerlingen. Hierdoor staan onderwijsvoorzieningen onder druk en is het lastig om een toekomstbestendige onderwijsinfrastructuur te behouden, dit zowel wat betreft instandhouding als kwaliteit van scholen. Tevens hebben de verschillende niveaus Primair Onderwijs (PO), Voortgezet Onderwijs (VO) en Middelbaar Beroeps Onderwijs (MBO) ieder een eigen strategie. Zo kennen we in het PO en de kinderopvang startgroepen om de concurrentie met België aan te gaan. (In België gaan kinderen vanaf 2,5 jaar naar school). In het VO zien we onderwijskundige vernieuwing (meer individueel, digitaal en projectmatig in samenwerking met het bedrijfsleven, waarmee we ons juist meer onderscheiden van het Belgische onderwijs). Daarnaast zien we in het VO ook regionalisering en samenwerking met het MBO (Centrum voor Toptechniek CTT).
In het MBO zien we schaalvergroting (op Zeeuws niveau) en onderwijskundige vernieuwing in samenwerking met het bedrijfsleven (praktijkroutes). In het hoger onderwijs (HBO en WO) zetten we in toenemende mate in op samenwerking met België (Universiteit Gent). Geconcludeerd kan worden dat een eenduidige strategie en regie ontbreekt. Het financieel arrangement Transitieplan voortgezet onderwijs Zeeuws-Vlaanderen loopt af. Er komt een nieuwe bekostigingsstructuur. Dit lijkt een positief effect te hebben op de financiële positie van het Zwincollege. De aansluiting tussen het aanbod vanuit het onderwijs en de vraag op de arbeidsmarkt is niet optimaal: er is vooral aanbod van laag opgeleid personeel terwijl er vraag is naar hoog- én laagopgeleid personeel (in horeca, zorg en techniek).
Wat willen we bereiken?
Een duurzame (toekomstbestendige), betaalbare en bereikbare onderwijsinfrastructuur. Het betrekken van ouders, bedrijven en instellingen bij het onderwijs: educatief partnerschap. Meer leerlingen in het Nederlandse onderwijssysteem houden om voldoende volume aan onderwijsvoorzieningen te behouden en de aansluiting met de arbeidsmarkt beter te waarborgen.
Hoe willen we het bereiken?
De gemeente speelt als intermediair een verbindende rol, zowel tussen onderwijs en bedrijfsleven als tussen scholen onderling. Concreet betekent dit dat we (actief) de samenwerking tussen schooltypen willen stimuleren (zowel tussen kinderopvang en basisonderwijs, basisonderwijs en voortgezet onderwijs, als tussen voortgezet onderwijs enerzijds en middelbaar en hoger beroepsonderwijs anderzijds). Ook willen we de samenwerking bevorderen tussen onderwijs en sport, cultuur, kinderopvang en (jeugd)zorg en tussen onderwijs en bedrijfsleven. Behoud van leerlingen in het Nederlandse onderwijssysteem door de vernieuwing van het basisonderwijs (startgroepen). Om de kinderen van jongs af aan te behouden voor het Nederlandse onderwijs, zetten we concreet in op startgroepen in grensdorpen. Het gaat dan specifiek om Eede, Aardenburg, Sluis en Cadzand. We hechten aan het behoud van een volwaardige, brede scholengemeenschap in Oostburg (Zwin College), mits de kwaliteit voldoende gewaarborgd kan worden. Daarbij willen we uitwisselingprogramma’s realiseren tussen voortgezet onderwijs en kinderopvang, bedrijven, instellingen en overheid (school in de samenleving). Ten aanzien van het beroepsonderwijs zetten we in op kleinschalige onderwijsvoorzieningen in de regio in samenwerking met het bedrijfsleven.
Daarbij past het stimuleren van hybride onderwijs, dat wil zeggen onderwijs gericht op een combinatie van leren en werken (onder andere praktijkroutes: onderwijs vrijwel geheel binnen bedrijven of instellingen). Hiervoor is intensief overleg nodig tussen het bedrijfsleven en het onderwijs over de opleidingsprofielen (wat moeten leerlingen leren). Binnen het publiek-private project Porta Cura investeren we in de ‘zorghaven van de toekomst’. We onderzoeken de mogelijkheden van onderwijs op afstand, digitaal onderwijs en
26 grensoverschrijdend onderwijs. Daarbij hoort ook het realiseren van huisvesting voor studenten, het oplossen van knelpunten in het openbaar vervoer en het stimuleren van innovatief, duurzaam grensoverschrijdend vervoer. Hetzelfde geldt voor het samenbrengen van van (onderwijs- en zorg)personeel en het bundelen van opleidingsbudgetten en onderwijsvoorzieningen ten behoeve van het (beroeps)onderwijs en de om- en bijscholing binnen de zorginstellingen.
Uitvoeringsparagraaf:
Inzetten op de continuering van startgroepen in grensdorpen.
2.1.3 BEDRIJVENLOKET EN BEDRIJFSREGELINGEN Een actueel overzicht van economische data over de gemeente Sluis en vergelijkingen met de regio, de provincie of Nederland, zijn te raadplegen op: https://kvkregiodata.nl/dashboard/dashboard/alle-bedrijven/
Waar hebben we mee te maken?
Bedrijven ervaren het vestigingsklimaat in de gemeente Sluis op dit moment als onvoldoende gunstig. Er is vaak een spanningsveld tussen de wensen van de markt enerzijds en beleidskaders en wetgeving anderzijds. Dit zowel inhoudelijk als qua tijdspad. Er is nog veel voorraad aan uit te geven bedrijventerrein. Ook vestigingsmogelijkheden op vrijkomende (agrarische) locaties in het buitengebied worden onvoldoende benut. Er zijn verschillen in hoe de gemeente omgaat met de diverse economische sectoren, ondernemersverenigingen en kernen, zowel op organisatorisch als op financieel vlak. Ondernemers hebben behoefte aan meer eenduidigheid en meer gelijkwaardige aandacht voor alle sectoren.
Wat willen we bereiken?
Een duurzaam en toekomstgericht vestigingsklimaat voor nieuwe en bestaande bedrijven. Een goede invulling van de bestaande bedrijventerreinen en van alternatieve vestigingslocaties, passend binnen de uitgangspunten van de NED-regeling (NED staat voor Nieuwe Economische Dragers). De ontwikkeling van economisch beleid en een strategie voor de toekomst, samen met de verschillende sectoren en ondernemersverenigingen .
Hoe willen we het bereiken?
Waar mogelijk verminderen we de regeldruk voor ondernemers. Binnen de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt, streven we naar eenvoudiger procedures. Met het oog op het benutten van kansen voor de vestiging van nieuwe én de ontwikkeling van bestaande bedrijven, hebben we meer aandacht voor vernieuwende initiatieven. We zetten in op voldoende en adequate randvoorzieningen op het gebied van onderwijs, kinderopvang, wonen en openbaar vervoer. We pakken de werving op van nieuwe bedrijven (internationaal, nationaal en lokaal). Het actief voeren van acquisitie leggen we neer bij een derde partij waarmee we gerichte afspraken maken. De insteek is een brede en doelgerichte acquisitie, zowel qua type bedrijven als qua vestigingslocatie. We formuleren eenduidig beleid en uniforme samenwerkingsafspraken voor de verschillende economische sectoren en ondernemersverenigingen.
Uitvoeringsparagraaf:
Acquisitie beleggen bij een derde partij plus het maken van afspraken. Uniforme samenwerkingsafspraken met de verschillende ondernemersverenigingen.
27
2.1.4 ECONOMISCHE PROMOTIE Waar hebben we mee te maken?
De promotie van de gemeente Sluis op het gebied van wonen, werken en recreëren is te versnipperd. Het inwoneraantal loopt terug en de bevolking vergrijst. Als gevolg van de vergrijzing neemt de potentíële beroepsbevolking af. De vraag naar (tijdelijke) werknemers neemt daardoor toe. Toerisme is van groot economisch en maatschappelijk belang voor de gemeente Sluis. Het gezamenlijk behouden van een evenwichtige balans tussen inwoner en toerist vergt echter extra aandacht. Het gaat dan met name om de lasten die inwoners ervaren met betrekking tot verkeersoverlast, zwerfafval en stijgende (huizen)prijzen.
Wat willen we bereiken?
Een eenduidige en herkenbare promotie (ieder vertelt hetzelfde verhaal), met aandacht voor de verschillende doelgroepen en kernen. Het gemeentelijk DNA als uitgangspunt voor promotie, productontwikkeling, evenementen en activiteiten. Inwoners en ondernemers in de gemeente Sluis zijn trotse ambassadeur van de streek. Dit bereiken we door het inzicht in lusten en lasten van toerisme te vergroten bij alle inwoners en ondernemers. ‘Waardevol toerisme’ waarbij we meer sturen op productinhoud en spreiding van toerisme: spreiding zowel in tijd (seizoensverlenging) als in ruimte (koppeling kust-achterland). Meer nieuwe inwoners en voorkomen dat jongeren wegtrekken uit de gemeente Sluis. Het aantrekken van (tijdelijke) arbeidskrachten.
Hoe willen we het bereiken?
We gaan de ontstane versnippering tegen op het gebied van promotie van wonen en werken enerzijds en recreatie en toerisme anderzijds. De promotie van wonen en werken doen we samen met de provincie Zeeland en de regio Zeeuws-Vlaanderen. Voor de toeristische promotie kiezen we voor samenwerking met de provincie en binnen de Zwinstreek. Spreiding van bezoekers over kust en achterland bewerkstelligen we door de aantrekkelijkheid van het achterland te vergroten. Dit doen we door het nog meer op de kaart zetten van de grensoverschrijdende Zwinstreek en het ontwikkelen en faciliteren van aanbod dat aansluit bij de identiteit van de Zwinstreek. We voeren het traject Trots op je regio uit, door actieve en transparante communicatie richting inwoners en ondernemers in de streek over de effecten van toerisme. We ontwikkelen het Expat Center Zeeland dat zich richt op het aantrekken van kennismigranten, arbeidsmigranten, buitenlandse starters en studenten.
Uitvoeringsparagraaf: Uitvoeren Trots op je regio. Ontwikkelen Expat Center Zeeland.
2.2 BEDRIJFSINFRASTRUCTUUR
2.2.1 BEDRIJVENTERREINEN Waar hebben we mee te maken?
Gemeentebreed is er een overaanbod aan bedrijventerreinen. Particuliere bedrijventerreinen raken niet verkocht of worden zelfs niet te koop aangeboden.
28
Het risico bestaat dat bedrijfspanden op de bedrijventerreinen verpauperen en er is steeds meer verrommeling rondom deze panden. De inpassing van de bedrijventerreinen in het landschap is onvoldoende qua beeldkwaliteit. Er is meer vraag naar dan aanbod op bedrijventerrein de Vlaschaard in Eede. Door het ontstaan van detailhandelsactiviteiten en oneigenlijk gebruik van bedrijfsverzamelgebouwen, is er een toenemende branchevervaging bij de invulling van de bedrijventerreinen. Bedrijventerreinen komen in beeld als locatie voor de vestiging van zonneparken. Dit in het kader van de Zeelandbrede Regionale Energie Strategie (RES), die door de gemeente Sluis is vastgesteld. (Zie 1.2.1. Duurzaamheid en energietransitie) Klimaatverandering en de gevolgen daarvan worden steeds duidelijker merkbaar en zichtbaar. Dit heeft gevolgen voor het landschap en de inrichting daarvan.
Wat willen we bereiken?
Een efficiënt en kwalitatief gebruik van bestaande bedrijventerreinen. Sanering van (een deel van) de bedrijvenbestemming op private bedrijventerreinen. Dat wil zeggen dat we deze terreinen niet langer meer (volledig) voor bedrijven bestemmen. Landschappelijke inpassing van alle bedrijventerreinen (gemeentelijke en private terreinen). Geen vestiging meer van detailhandel of hobbymatige activiteiten op de bedrijventerreinen. Inzet van bedrijventerreinen voor opwekking van duurzame energie. Deze initiatieven mogen het landschap echter zo min mogelijk verstoren. Een zo optimaal mogelijke ruimtelijke ordening is daarbij essentieel.
Hoe willen we het bereiken?
Acquisitie richting bedrijven (internationaal, nationaal en lokaal) oppakken. Het actief voeren van acquisitie leggen we neer bij een derde partij en met die partij maken we gerichte afspraken. Bedrijventerreinen worden ingevuld door vestiging bedrijven dan wel met alternatieve functies zoals bijvoorbeeld zonneparken. Hierbij moet wel aandacht zijn voor (de impact op) het landschap. We zetten verdere stappen tot het weg bestemmen van (delen van) de nog uit te geven particuliere bedrijventerreinen. We stimuleren landschappelijke inpassing van bestaande bedrijventerreinen. We zetten in op uitbreiding van het bedrijventerrein in Eede met 2,5 hectare. We stimuleren de opwekking van duurzame energie op bedrijventerreinen. Essentiële randvoorwaarden voor mogelijke zonneparken zijn onder meer een adequate landschappelijke inpassing, een goede vorm van bewonersparticipatie (procesmatig en financieel) en behoud of versterking van de biodiversiteit. Klimaatadaptatie wordt als vast onderdeel geïntegreerd bij de planvorming. Voor plannen van derden zullen we dit aspect meenemen in de totale beoordeling en afweging.
Uitvoeringsparagraaf:
Weg bestemmen van (delen van) de nog uit te geven particuliere bedrijventerreinen. Uitbreiding van bedrijventerrein De Vlaschaard.
2.2.2 DETAILHANDEL Waar hebben we mee te maken?
Een toenemende leegstand in de centra van onze grotere kernen door een afnemende vraag naar winkelpanden. Te veel versnippering in winkelgebieden: geen compact winkelcentrum, wat de klantbeleving negatief beïnvloedt en leidt tot lagere bestedingen. De beschikbare (planologische) ruimte voor detailhandel is niet afgestemd op de behoefte, waardoor er sprake is van overaanbod. Minder bestedingen in lokale winkelgebieden door een forse toename van internetverkoop.
29
De gemeente kent vier winkelgebieden met onderscheidende kenmerken (Oostburg, Sluis, Breskens en Cadzand-Bad). Oneerlijke concurrentie voor de detailhandel in winkelgebieden, als gevolg van toenemende branchevervaging op bedrijventerreinen / in groothandelszaken (bv. bouwmarkten, tuincentra). Stijgende internetverkoop kan deels worden bestreden door meer in te zetten op klantenbinding en door de klant te verleiden een fysieke winkel te bezoeken en daar lang te verblijven. Een aantal winkelgebieden zou daarom graag zien dat blurring wordt toegestaan (functiemenging, zoals bijvoorbeeld horeca in een winkel). Echter niet alle winkelgebieden delen deze wens.
Wat willen we bereiken?
Sterke, geconcentreerde winkelgebieden met zo min mogelijk leegstand. Het aanbod beter afgestemd op de vraag. Door verdere profilering en thematisering meer inspelen op het onderscheidende karakter van de verschillende winkelgebieden en –kernen. Een divers en aantrekkelijk winkelaanbod voor zowel inwoners als toeristen. Detailhandel voorbehouden aan centrumgebieden. Een optimale beleving voor de klant in de winkelgebieden.
Hoe willen we het bereiken?
We nemen een sturende rol om winkelgebieden sterker en compacter te maken. We maken actief gebruik van de instrumenten die ons ter beschikking staan voor het terugbrengen van de planologische ruimte voor winkels. Waar wenselijk en mogelijk zetten we de bestemming detailhandel om naar (in basis grondgebonden) wonen. We maken beter gebruik van het onderscheid tussen de vier winkelkernen en van de specifieke functies die ze vervullen. Het aldus aanbrengen van differentiatie heeft een versterkend effect op het geheel. We besteden meer aandacht aan de uitstraling van de openbare ruimte in de winkelgebieden (optimaliseren klantbeleving). Voor nieuwe bedrijven binnen centrumgebieden creëren we meer flexibiliteit in vestigingsmogelijkheden. Detailhandel in het buitengebied is niet toegestaan (met uitzondering van verkoop van boerderijproducten op agrarische bedrijven en beperkte detailhandel op recreatieparken). We treden in overleg met de detailhandelsbranche, om samen de wensen en mogelijkheden op het gebied van blurring nader te onderzoeken.
Uitvoeringsparagraaf:
Het terugbrengen van de planologische ruimte voor detailhandel. Onderzoek naar blurring, in samenhang met de te maken samenwerkingsafspraken met de ondernemersverenigingen (Zie 2.1.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen.)
2.2.3 LANDBOUW Waar hebben we mee te maken?
De ruimtelijke impact van de agrarische sector op de gemeente is groot. Het overgrote deel van ons landschap wordt gevormd door agrarisch gebied. Het open landschap is één van de sterkste punten van onze gemeente. De instandhouding ervan vergt een goed agrarisch en natuurbeheer. Wereldwijde, Europese en landelijke ontwikkelingen (klimaatverandering, stikstofproblematiek) zetten de agrarische sector verder onder druk. Mede hierdoor verandert de agrarische sector, variërend van schaalvergroting tot verbreding (het ontplooien van nevenactiviteiten). Bij kleinere agrarische bedrijven is sprake van een toename van leegstaande en gedateerde bedrijfsbebouwing. Veel agrarische bedrijven benutten de mogelijkheid tot het realiseren van een Nieuwe Economische Drager (NED). In de praktijk blijkt echter dat de NED in sommige gevallen niet meer als nevenactiviteit wordt ingezet maar als hoofdactiviteit. Voormalige agrarische bebouwing wordt vaak ingezet voor de realisatie van verblijfsrecreatie via een NED. Dit draagt bij aan de verblijfsrecreatieparadox (Zie 2.3.1 Verblijfsrecreatie).
30
Het aandeel akkerbouw in de gemeente is beduidend groter dan het aandeel veeteelt, waardoor sprake is van een mesttekort in de regio. Klimaatverandering leidt tot extremere weersomstandigheden en een groot tekort aan zoet water.
Wat willen we bereiken?
Een toekomstbestendige en duurzame agrarische sector. De agrariër als (mede)landschapsbeheerder. Een sectorale kringloop binnen de landbouw, bij voorkeur te realiseren op regionale schaal. Dit is een vorm van landbouw waarbij de kringloop van stoffen is gesloten; de akkerbouw haalt bijvoorbeeld alle dierlijke mest uit de eigen regio. Verpaupering van agrarische bebouwing tegengaan. Een diversiteit aan NED’s in combinatie met agrarische bedrijvigheid. Het verkorten van de afzetketen van landbouwer naar consument. Meer biodiversiteit.
Hoe willen we het bereiken?
We bieden de agrarische sector de ruimte voor duurzame ontwikkeling en groei. Hiertoe hebben we de planologische mogelijkheden voor schaalvergroting verruimd. Een goede landschappelijke inpassing is voorwaarde. In het kustgebied sluiten we nieuwvestiging van intensieve veehouderij uit, evenals covergisting. We stimuleren ontwikkelingen waarbij landbouw wordt gekoppeld aan toeristische functies. Voorbeelden zijn de Foodregio West-Zeeuws-Vlaanderen (samenwerking tussen restauranthouders, streekproducenten en agrariërs met voedsel als verbindend thema) en het integreren van landbouwfuncties in routestructuren. We houden de Ruimte-voor-Ruimte-regeling in stand om verpaupering van detonerende bedrijfsmatige (agrarische) bebouwing tegen te gaan. De bouw van nieuwe woningen in ruil voor de sloop van bedrijfsmatige (agrarische) bebouwing mag echter niet ten koste gaan van nieuwbouw in de kernen. (Zie 1.1.2 Wonen en bouw algemeen.) We stimuleren de realisatie van NED’s, rekening houdend met de verblijfsrecreatieparadox en de impact op het landschap. Bij uitbreidingsverzoeken van bestaande agrarische bedrijven leggen we nadrukkelijk de koppeling met leegstaande agrarische bedrijven. Herstructurering van de bestaande locaties heeft de voorkeur boven uitbreiding op nieuwe locaties.
We faciliteren een goede samenwerking op het gebied van inrichting van het buitengebied tussen alle betrokken partijen, waarbij zowel de aspecten natuur, water, recreatie en landbouw samenkomen. In samenwerking met overheden, natuurorganisaties en de agrarische sector werken we aan goed waterbeheer, waaronder waterberging. We stimuleren maatregelen tot natuurondersteuning en diervriendelijker ondernemen. Binnen de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt streven we naar eenvoudiger procedures.
Uitvoeringsparagraaf:
Het komen tot een goed waterbeheer in samenwerking met overheden, natuurorganisaties en de agrarische sector.
2.3 RECREATIE, TOERISME EN CULTUUR
2.3.1 VERBLIJFSRECREATIE Waar hebben we mee te maken?
Dreigende aantasting van eigenheid en authenticiteit van de kust door toenemende bebouwing.
31
Ondanks de kwaliteitsslagen die er afgelopen jaren zijn gemaakt, blijft er sprake van een toename aan verblijfsaccommodaties (kwantiteit), terwijl de kwaliteit van de verblijfsaccommodaties in een aantal gevallen te wensen over laat (recreatieparadox). Verblijfsrecreatieve ontwikkelingen vinden met name plaats aan de kust. In het achterland worden de mogelijkheden nog onvoldoende benut. Er vindt, om verschillende redenen, een verschuiving plaats van vakanties naar verre bestemmingen naar vakanties dichterbij huis. Bestaande verblijfsrecreatieterreinen mogen (beperkt) uitbreiden. Dit onder de voorwaarde dat op het gehele terrein een kwaliteitsslag wordt gemaakt en er per hectare uitbreiding een bijdrage van 34.000 euro wordt betaald (rood-voor-groen). Bij het kleinschalig kamperen is enkel toeristisch kamperen en een beperkt aantal trekkershutten toegestaan. Gezondheidstoerisme, het bezoeken van plaatsen of gebieden ter bevordering van de gezondheid, biedt kansen voor de versterking van de verblijfsrecreatieve sector. Onze streek kenmerkt zich door een diversiteit aan type recreatiebedrijven; verhoudingsgewijs zijn er veel familiebedrijven. Er is een afname van het aantal toeristische kampeerplaatsen, terwijl de vraag niet evenredig sterk afneemt. Er zijn drie landschapscampings binnen onze gemeente.
De landschapscamping is echter geen term meer in het provinciale en gemeentelijke beleid en heeft ook geen aparte statusmeer. Er is in beperkte mate sprake van permanente bewoning op verblijfsrecreatieterreinen. Toeristische verhuur van woningen in de woonkernen is van invloed op het totale (verblijfs)recreatieve product. Campertoerisme is een groeiende markt. Nieuwvestiging van verblijfsrecreatie is niet meer toegestaan.
Wat willen we bereiken?
Een kwalitatief hoogwaardig, duurzaam en divers verblijfsproduct, waarbij ingespeeld wordt op de trends en ontwikkelingen bij de gast. Een gevarieerd toeristisch-recreatief product, waarbij gebruik gemaakt wordt van zowel de kust als het achterland. Een aanbod van recreatieve overnachtingsmogelijkheden dat aansluit bij de vraag; kwaliteit is hierbij leidend in plaats van kwantiteit. Een passende vereveningsregeling (rood-voor-groen), waarbij recreatieondernemers die uitbreiden evenredig bijdragen aan voorzieningen elders en die hen niet belemmert te investeren in kwaliteit. Geen permanente bewoning op verblijfsrecreatieterreinen. In basis geen verdere toeristische verhuur van woningen in de kernen. (zie ook hoofdstuk 1.1.2) Stimuleren van innovatief ondernemerschap. Het bewaken van een divers maar ook evenwichtig aanbod aan verblijfsrecreatieve voorzieningen. Creëren van ontwikkelruimte voor ondernemers met behoud van kwaliteit van de omgeving maar waarbij terughoudend wordt omgegaan met extra bebouwing. Inspelen op het groeiende campertoerisme.
Hoe willen we het bereiken?
Uitbreiding van terreinen voor verblijfsrecreatie is nadrukkelijk geen doel op zich, maar kan worden toegestaan wanneer er sprake is van een aantoonbare verbetering door die uitbreiding. Kwaliteit is leidend. We bewaken de authenticiteit van ons gebied door bij nieuwe ontwikkelingen bewust rekening te houden met het landschap. Hiertoe wordt een apart kader opgesteld. (Zie ook 1.2.2 Natuur en Landschap.) In het achterland bieden we meer ontwikkelmogelijkheden dan in het kustgebied. Dit wordt nader uitgewerkt in de kadernota Verblijfsrecreatieterreinen. De bestaande mogelijkheden voor kleinschalige kampeerterreinen blijven gehandhaafd. We onderzoeken de mogelijkheden tot verbreding van het Vereveningsfonds Recreatieontwikkeling, Dit zowel op het gebied van voeding van het fonds tot de inzet ervan.
32
We leggen in bestemmingsplannen vast dat permanente bewoning op verblijfsrecreatieterreinen in principe niet is toegestaan (dit geldt niet voor de eigenaar en/of de beheerder). We bieden de drie bestaande landschapscampings in onze gemeente de mogelijkheid om een kwaliteitsslag te maken naar een reguliere camping. Hiervoor gelden uiteraard de bestaande regelingen ten aanzien van uitbreiding, kwaliteit, landschappelijke inpassing en verevening. Om de eigenheid en authenticiteit van onze streek te bewaken, gaan we terughoudend om met extra bebouwing in met name ons kustgebied, conform de Zeeuwse Kustvisie. We faciliteren campertoerisme op bestaande kampeerterreinen; overnachting in campers is niet toestaan op parkeerterreinen.
Uitvoeringsparagraaf: Het opstellen van de kadernota Verblijfsrecreatieterreinen.
2.3.2 TOERISME Waar hebben we mee te maken?
Toerisme is van groot economisch en maatschappelijk belang voor de gemeente Sluis en haar ondernemers en inwoners. Het aantal toeristische overnachtingen in onze streek is (tot de uitbraak van het COVID-19virus in 2020) jaarlijks gestegen. Voordat er sprake was van het COVID-19-virus werd een groei van het toerisme aan de Nederlandse kust voorspeld met 56% tot 2030 (Volgens Perspectief 2030, de landelijk visie op toerisme uit 2018 van NBTC Holland Marketing). Onbekend is wat de impact van corona op dit perspectief is. Uit het inwonersonderzoek Draagvlak Toerisme 2019 blijkt dat zes op de tien inwoners toerisme in de gemeente Sluis steunen, maar met kanttekeningen (denk hierbij aan verkeersproblemen, zwerfafval en prijsstijgingen). Uit het bovengenoemde inwonersonderzoek blijkt ook dat zeven op de tien inwoners vindt dat de gemeente Sluis een toeristische bestemming moet blijven. Zowel auto’s als fietsverkeer van bezoekers en inwoners leiden tot een toenemende druk op wegen en parkeergelegenheid (met name aan de kust). Er is behoefte aan nieuwe, belevenisvolle vervoersconcepten voor bezoekers en inwoners. De toeristische sector en inwoners zijn trots op het open en groene karakter van de streek; dit is ook voor bezoekers een belangrijke trekpleister. De (Noordzee)kust en -stranden vormen de grootste attractie voor de bezoekers van onze streek.
Voor zes van onze stranden mogen we de Blauwe Vlag voeren, een keurmerk dat aantoont dat onze stranden schoon en veilig zijn. Er ontbreekt beleid voor de stranden langs de Westerschelde (van Breskens tot het Paulinaschor voorbij Hoofdplaat). Op grond van de Zeeuwse Kustvisie is extra bebouwing op het strand en in het duingebied niet meer toegestaan met uitzondering van de daarin benoemde projecten. Er is te weinig vakbekwaam en vast personeel in de toeristische sector. Er is te weinig (tijdelijke) huisvesting voor seizoensmedewerkers in de toeristische sector. Door recreatief gebruik van woningen in de kernen staat de huizenmarkt en de leefbaarheid in de kernen onder druk. In het buitengebied en aan de grens laat het mobiele bereik te wensen over, terwijl de eisen en het verwachtingspatroon van bezoekers en inwoners op dit punt alleen maar toenemen. De toeristische sector vraagt om inzicht in en een transparante besteding van de toeristenbelasting en vereveningsgelden (zie onder meer 2.3.1 Verblijfsrecreatie). De promotie en marketing van de streek is versnipperd en vraagt om een samenhangende en toekomstbestendige benadering (zie ook 2.1.4 Economische promotie). Een gezonde leefstijl wordt steeds belangrijker, niet alleen thuis in de eigen woon- en werkomgeving maar ook tijdens de vakantie.
De status van heilzame badplaats die Cadzand heeft verkregen door het voldoen aan Europese kwaliteitscriteria, vormt een goede basis voor het stimuleren van gezondheidstoerisme in de streek. (Zie ook 2.3.1 Verblijfsrecreatie.)
33
Er is een uniek en groot aanbod aan streekproducten, (sterren-)restaurants en agrarische bedrijven, waarmee we de streek nadrukkelijker kunnen profileren als foodregio. (Zie 2.2.3 Landbouw.)
Wat willen we bereiken?
‘Waardevol toerisme’: balans tussen economische ontwikkeling en maatschappelijke impact, met kwaliteit als uitgangspunt. Daarbij is er evenwicht tussen inwoners (leefbaarheid), bezoekers (aantrekkelijke bestemming), ondernemers (economische ontwikkeling) en omgeving (natuurlijk en open landschap). De transformatie van ‘meer’ naar ‘beter’, in het belang van onze inwoners, toeristische bedrijven en bezoekers (kwaliteitsverbetering, groei is geen doel op zich). Meer draagkracht voor toerisme in de streek onder inwoners, door inzichtelijk te maken wat de lusten en lasten zijn van toerisme, en hierin een evenwichtige balans nastreven en behouden. Inwoners van de gemeente als trotse ambassadeurs van de streek en ondernemers als trotse gastheren en -vrouwen van de streek. Bezoekers voelen zich een welkom onderdeel van de lokale gemeenschap en keren terug naar huis met een verlangen om opnieuw een bezoek te brengen aan de streek (herhaalbezoek) en ook anderen hierover te vertellen (ambassadeurschap). Spreiding van toerisme zowel in tijd (seizoensverlenging) als in ruimte (profilering van het achterland). Kwalitatief volwaardige routes over land (voor fietsers, mountainbikers, wandelaars, hardlopers en ruiters) en over water (kanoroutes). Vermindering van de druk op wegen en parkeergelegenheden. Concepten voor toeristisch vervoer over land en water die doelmatig en belevenisvol zijn.
Kwaliteitsvolle en veilige stranden die schoon, breed, open en toegankelijk zijn, zodat ze blijvend de Blauwe Vlag kunnen voeren. Uitbreiding van het strandbeleid van de Noordzeekust naar de Westerscheldekust, waarbij aandacht is voor behoud van het weidse, open en natuurlijke karakter van de kust. Het toevoegen van bebouwing is daarbij uitgesloten (conform de uitgangspunten van de Zeeuwse Kustvisie). Conform diezelfde Kustvisie geen extra permanente bebouwing op het strand en in het duingebied. Voor bebouwing die nodig is uit oogpunt van veiligheid en voor tijdelijke bouwwerken zijn uitzonderingen mogelijk. Opleidingsaanbod dat aansluit bij de vraag naar gekwalificeerd personeel in de toeristische sector. Voldoende tijdelijke huisvestingsmogelijkheden voor seizoensmedewerkers in de toeristische sector. Een breed gedragen visie op de besteding van de toeristenbelasting waarbij bestaande onderzoeken leidend zijn.
Eenduidige promotie en profilering van de streek op basis van de volgende speerpunten: gezondheidstoerisme (badstatus, wellness, wellbeing en vitaliteit), foodregio (gezonde voeding, streekproducten, korte keten van agrariër tot consument), aantrekkelijke recreatieve routes (wandel-, fiets-, mountainbike-, ruiter- en kanoroutes), kwaliteitsvolle en veilige stranden (schoon, breed, toegankelijk en met een open karakter) en verborgen parels in ons achterland (Zwinstreek, de grens, weids en open polderlandschap, musea, cultureel erfgoed, historische en bruisende kernen met elk hun eigen DNA).
Hoe willen we het bereiken?
We voeren het traject Trots op je regio uit. Dit met als doel het bewaken van de balans tussen toerist en inwoner, behoud van de rol van inwoners en ondernemers als ambassadeurs en gastheren- en vrouwen van de streek en het vergroten van het draagvlak voor (waardevol) toerisme onder inwoners. (Zie ook 2.1.4 Economische promotie) We bewerkstelligen spreiding van bezoekers over kust en achterland door de aantrekkelijkheid van het achterland te vergroten (inzet Zwinstreek) en door het ontwikkelen en faciliteren van hierbij passend aanbod (zie 2.1.4 Economische promotie). We bewerkstelligen behoud, en waar nodig verbetering en uitbreiding, van kwalitatief volwaardige recreatieve routes en optimalisering van beheer en onderhoud.
34
Toeristische mobiliteit wordt onderdeel van onze samenhangende visie op mobiliteit (met daarin aandacht voor bereikbaarheid voor inwoner, verblijfs- én dagtoerist en vervoer op bestemming). We zetten in op spreiding van de druk op wegen en parkeergelegenheden door het faciliteren van alternatieve vervoersconcepten op bestemming (bijvoorbeeld een hop-on hop-off bus zoals genoemd in 1.3.3 Mobiliteit). We geven verder uitvoering aan het in 2016 vastgestelde strandbeleid en houden vast aan de daarin benoemde speerpunten, waarbij we inzetten op de instandhouding van de kwaliteitskust (waaronder het behoud van de Blauwe Vlaggen). We voegen de Westerscheldekust toe aan het strandbeleid, waarbij behoud van kwaliteit en openheid leidend is en het toevoegen van bebouwing wordt uitgesloten. We gaan met een brede vertegenwoordiging van de toeristische en aanverwante sectoren in gesprek over de besteding van de toeristenbelasting, zodat we een breed gedragen visie hierover kunnen opstellen. Door het opstellen van een visie op streekpromotie bewerkstelligen we eenduidige promotie en profilering van de streek. Daarbij dienen het gedachtegoed ‘waardevol toerisme’ en het gemeentelijk DNA als uitgangspunt. Zo kunnen we ook verder invulling aan de promotie van en het gastheerschap in de (Zwin)streek.
We stimuleren innovatieve cross-overs tussen gezondheid en toerisme, door uitvoering te geven aan het Stimuleringsprogramma gezondheidstoerisme. We geven uitvoering aan de verdere ontwikkeling van de streek als foodregio, door het stimuleren en faciliteren van initiatieven. We bouwen de badstatus van Cadzand verder uit (als onderdeel van het Stimuleringsprogramma gezondheidstoerisme).
Uitvoeringsparagraaf: Uitvoering geven aan het traject Trots op je regio. Het in 2016 vastgestelde strandbeleid uitbreiden met een visie op het onderdeel Westerscheldekust. Opstellen van een visie met betrekking tot de besteding van de toeristenbelasting. Opstellen van een visie op streekpromotie. Uitvoering geven aan het Stimuleringsprogramma gezondheidstoerisme.
2.3.3 MUSEA EN ARCHEOLOGIE (CULTUUR) Waar hebben we mee te maken?
De rijke cultuur, de cultuurhistorie en het erfgoed die onze gemeente kent, bepalen mede de (onderscheidende) identiteit en diversiteit van de streek. Cultuur- en erfgoedorganisaties hebben behoefte aan kennis over de behoeften van verschillende toeristische doelgroepen die in de streek verblijven. Dit met het oog op het ontwikkelen van een passend aanbod. De samenwerking tussen de culturele en toeristische sector verloopt moeizaam, omdat de afstand (in figuurlijke zin) te groot is. Het bestuurs- en vrijwilligersbestand van cultuur- en erfgoedinstellingen vergrijst en neemt af. Daardoor neemt het aantal cultuur- en erfgoedinstellingen af. Er is onvoldoende structurele afstemming tussen de gemeente en cultuurinstellingen en tussen cultuur- en erfgoedinstellingen onderling. De cultuur- en erfgoedsector heeft behoefte aan gezamenlijke en efficiëntere communicatie over en promotie van het cultureel aanbod in de streek bij bewoners (bijvoorbeeld jongeren en ondernemers) en bezoekers. In onze gemeente is een groot en divers aanbod aan erfgoed, zowel materieel (bijvoorbeeld gebouwen, landschappen) en immaterieel (bijvoorbeeld tradities, volksfeesten). Erfgoed bepaalt mede het karakter en de identiteit van alle kernen. Er bestaat veel lokaal draagvlak voor het behoud van beeldbepalend erfgoed. Anderzijds kan en hoeft niet alles behouden te blijven.
Wat willen we bereiken?
35
Meer structurele en niet vrijblijvende samenwerking en kennisuitwisseling tussen cultuur- en erfgoedinstellingen onderling, maar ook tussen de cultuur- en erfgoedsector en andere sectoren zoals toerisme. Gezamenlijke en efficiënte promotie van het cultureel aanbod voor bewoners en bezoekers. Doelmatiger werving en inzet van financiële middelen. Beter vindbaar maken van het cultureel aanbod. Een breder cultureel aanbod, gericht op meerdere doelgroepen. Oprichting van een pool van multi-inzetbare vrijwilligers en bestuurders, vanuit verschillende sectoren.
Hoe willen we het bereiken?
We nemen het initiatief tot oprichting van een georganiseerd overleg of platform cultuur en erfgoed. Daarbij komen alle instanties een paar keer per jaar samen en bespreken onderwerpen zoals afstemming van activiteiten, promotie, samenwerking (ook met toeristische sector) en financiering. Dit vanuit ieders eigen rol en verantwoordelijkheid. We gebruiken de erfgoedverhaallijnen van Erfgoed Zeeland en de cultuur-historische biografie van de gemeente Sluis als basis voor promotie van de streek (aantrekkelijkheid achterland). Voor behoud van beeldbepalend (materieel) erfgoed moeten we strategische keuzes maken, afhankelijk van de waardering van het object en in samenhang met andere erfgoedvormen. We maken materieel en immaterieel erfgoed meer zichtbaar en zetten het meer in. We zoeken actief naar een passende herbestemming van waardevol erfgoed dat dreigt te verdwijnen, aansluitend bij de oorspronkelijke functie. Erfgoed, zoals agrarisch erfgoed, kan ingezet worden als Nieuwe Economische Drager, op basis van maatwerk. We richten een ‘monumentenloket’ in bij de gemeente om eigenaren met vragen over regelgeving te ondersteunen.
Uitvoeringsparagraaf:
Het oprichten van een georganiseerd overleg cultuur en erfgoed. Het inrichten van een monumentenloket.
2.3.4 MEDIA Waar hebben we mee te maken?
Omroep Zeeland fungeert als de rampenzender van de gemeente Sluis (bij calamiteiten verstrekken we informatie via deze zender). Het Commissariaat voor de Media (dat toezicht houdt op naleving van de Mediawet) wijst één lokale omroep aan voor de gemeente Sluis voor vijf jaar (2020-2024). Lokale omroepen dienen volgens de Mediawet een Lokaal Toereikend Media-Aanbod (LTMA) te verzorgen, waarvoor een aantal kwaliteitscriteria gelden. VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) en NLPO (Nederlandse Lokale Publieke Omroep) hebben een convenant gesloten, gericht op het vergroten van de continuïteit en professionaliteit van lokale omroepen. Doel is om lokale omroepen om te vormen tot streekomroepen. Dit convenant vormt de basis voor gemeentelijk beleid. De bibliotheek heeft ruwweg twee functies: informatievoorziening en leesbevordering. De informatieve boeken hebben veelal plaatsgemaakt voor digitale zoekmachines zoals Google en Wikipedia. De leesbevordering richt zich primair op (jonge) kinderen en (in toenemende mate) ook op laaggeletterden. De (fysieke) bibliotheek heeft een centrale locatie in Oostburg en een kleinere (onbemande) locatie in Breskens.
De openbare bibliotheek en de schoolbibliotheek en mediatheek van het Zwin College zijn inmiddels in één pand gehuisvest, maar de voorziene organisatorische samenwerking of fusie ten aanzien van collectie, personeel en budgetten is nog niet gerealiseerd. De bibliotheek Zeeuws-Vlaanderen heeft in 2019 een aanvraag gedaan voor een tijdelijke stimuleringssubsidie voor het behoud van bibliotheken in kleine gemeenten (regeling naar aanleiding van de motie Asscher). Deze is toegekend.
36
Wat willen we bereiken?
Een lokale omroep van en voor inwoners. De lokale omroep dient een voor de gemeente representatief en functionerend PBO (Programmabeleid Bepalend Orgaan) te hebben. Vertaling van landelijk naar regionaal omroepbeleid met in achtneming van regionale omstandigheden (op basis van convenant VNG en NLPO). Een lokale omroep die minder financieel afhankelijk is van de overheid. Informatievoorziening door de bibliotheek die aansluit bij huidige tijd, wensen en maatschappelijke opdracht. Leesbevordering wordt vormgegeven in nauwe samenwerking met de kinderopvang, het primair en voortgezet onderwijs en de volwasseneducatie en richt zich primair op (jonge) kinderen en op het bestrijden van laaggeletterdheid onder volwassenen. Behoud van één sterke centrale bibliotheek in Oostburg. Daarnaast is er ruimte voor kleinschalige initiatieven in kleine kernen. Een fusie of vergaande organisatorische samenwerking tussen de openbare bibliotheek en de schoolbibliotheek van het Zwin College.
Hoe willen we het bereiken?
We kiezen voor gedeeltelijke financiële ondersteuning op basis van nog vast te stellen prestatieafspraken met de lokale media. We kiezen voor gedeeltelijke financiële ondersteuning van de bibliotheek op basis van nog vast te stellen prestatieafspraken. Deze afspraken hebben tenminste betrekking op: kosten, wijze van informatievoorziening, projecten op het gebied van leesbevordering (zowel gericht op kinderen als op laaggeletterden), huisvesting (centrale locatie in relatie tot uitgiftepunten, wisselcollecties en/of bezorgservice in de kleine kernen) en samenwerking met kinderopvang, onderwijs en overige partijen. Speerpunten daarbij zijn in ieder geval uitbreiding van het project Bibliotheek op School (bevordering leesplezier en mediawijsheid, gericht op kinderen in basisonderwijs en kinderopvang), uitbreiding van de maatschappelijke functie van de bibliotheek en de uitbouw van de samenwerking tussen de mediatheek van het Zwin College en de bibliotheek Oostburg.