Verordening Parkeerbelastingen 2024 met wijzigingen in rood
Tekst van het document
Verordening parkeerbelastingen 20234
De raad van de gemeente Sluis gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 november 2022 26 september 2023;
gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening; +
gezien het advies van de commissie Samenleving/Middelen van 13 december 2022 24 oktober 2023; besluit: vast te stellen de volgende verordening Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 20234 (Verordening parkeerbelastingen 20234)
Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a.
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten b. c.
staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;
houder: degene op wiens naam het motorvoertuig ten tijde van het parkeren, in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven degene die het voertuig op grond van een
overeenkomst van (huur)koop onder zich heeft, in vruchtgebruik heeft of anderszins, anders dan als
eigenaar of bezitter, tot duurzaam gebruik onder zich heeft zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 sub p zoals d.
e.
bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994;
parkeerapparatuur: parkeermeters, mobiele telefoons, parkeerautomaten, met inbegrip van
verzamelparkeermeters, centrale computer, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.
centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Sluis een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander
communicatiemiddel. een computer bestemd voor registratie van parkeerbewegingen en parkeerrechten.
Artikel 2 belastbaar feit Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven: a.
b.
een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze
verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;
een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.
Artikel 3 Belastingplicht 1.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het motorvoertuig
2.
Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:
heeft geparkeerd. a.
degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen
b.
zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden:
voldoen;
de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat
1e. indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd
waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;
2e. indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander 3.
wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het
tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig
4.
heeft gebruikgemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.
Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.
Artikel 5 Wijze van heffing 1.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van
de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van 2. 3.
burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.
Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt, worden opgegeven.
Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld
1.
2.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
Artikel 7 Termijnen van betaling 1.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de
2.
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a,
aanvang van het parkeren.
overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het
3. 4.
via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.
Artikel 9 Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen
€ 72,90 € 76,40.
Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11 Overgangsrecht De ‘verordening parkeerbelastingen 20223’, van 23 december 2021 22 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 12 Inwerkingtreding 1. 2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 20234. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 20234.
Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening parkeerbelastingen 20234’. Sluis, 22 december 2022 2 november 2023
DE RAAD VOORNOEMD,
De griffier,
De voorzitter,
Mr. P.T.G. Claeijs
Mr. M.M.D. Vermue
Tarieventabel Als bedoeld in artikel 4 van Behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 20234. I.
Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt:
1.
In de kern Sluis:
1.a
voor het parkeerterrein aan de Sint Annastraat (naast Jaagpad) te Sluis met een onbeperkte parkeerduur;
Nieuw: per 12 minuten
€ 0,40
met een maximum per 24
€ 5,00
per 12 minuten
€ 0,40
met een maximum per 24
€ 5,00
per 12 minuten
€ 0,40
met een maximum per 24
€ 5,00
aaneengesloten uren van 1.b
voor het parkeerterrein achter het Walplein (Maria- en
Havenpolder) te Sluis met een onbeperkte parkeerduur;
aaneengesloten uren van 1.c
voor het parkeerterrein aan de Burgemeester
Aernoudtsweg te Sluis met een onbeperkte parkeerduur;
aaneengesloten uren van met dien verstande dat,
indien het parkeerterrein
verlaten wordt binnen 20 minuten na aankomst, er geen parkeerbelasting verschuldigd is 1.d
voor de parkeerterreinen en parkeerplaatsen, gelegen op de Groote Markt, de Beestenmarkt, de Kapellestraat, de
per 12 minuten
€ 0,50
met een maximum per 24
€ 12,50
Garenmarkt, de Smeestraat en St. Donaes Blauwe
Torenpad, waarbij een onbeperkte parkeerduur geldt;
aaneengesloten uren van
1.e
voor de parkeerterreinen en parkeerplaatsen, gelegen aan het Walplein, de Kaai, de Hoogstraat, de Oude
per 12 minuten
€ 0,50
met een maximum per 24
€ 12,50
per 12 minuten
€ 0,50
met een maximum per 24
€ 12,50
per 12 minuten
€ 0,50
met een maximum per 24
€ 12,50
per 12 minuten
€ 0,50
met een maximum per 24
€ 12,50
per 12 minuten
€ 0,40
Kerkstraat, de Lange Wolstraat en de Klokstraat, waarbij een onbeperkte parkeerduur geldt;
aaneengesloten uren van 2.
Langs de kuststrookzone:
2.a
voor de parkeerterreinen en parkeerplaatsen langs de Boulevard de Wielingen te Cadzand-Bad, waarbij een onbeperkte parkeerduur geldt;
aaneengesloten uren van 2.b
voor het parkeerterrein aan de Leeuwerikenlaan te
Cadzand-Bad, waarbij een onbeperkte parkeerduur geldt:
aaneengesloten uren van 2.c
voor het parkeerterrein aan de Stijn Albregtstraat te Cadzand-bad, waarbij een onbeperkte parkeerduur geldt;
aaneengesloten uren van 2.d
voor de parkeerterreinen en de parkeerplaatsen aan de Zeeweg te Groede, Tankval (achter en naast restaurant Fier gelegen aan Zeeweg 13, kad.aand. OBG00 S1230 G0);
Duinweg te Retranchement (toegangsweg naar de Zwinhoeve);
Zeeweg te Groede aan de bij restaurant gelegen aan
Zeeweg 4A Groese Duintjes (kad.aand. OBG00 S 1174 G0 en OBG00 S 860) ged.;
Kanaalweg te Cadzand-Bad (tussen Noordzeestraat en Sincfal);
Zeedijk te Nieuwvliet-Bad Oost, parkeeronthaalkamer (tussen Baanstpoldersedijk en Zouterik);
Zwartepolderweg Cadzand-Bad, Radartoren (kad. aand. OBG00 V587 G0);
Zeeweg te Groede, kop van de St. Bavodijk, bij
strandpaviljoen Groede aan Zee gelegen aan Zeeweg 11A (kad.aand. OBG00 S1174 G0);
Dwarsdijk te Nieuwvliet, Zwartepolder (kad.aand. OBG00 V136 G0);
Zwartepolderweg te Cadzand-Bad, plaatselijk bekend als van Grol nabij Hoogduin camping (kad.aand. OBG00 W3 G0)
Vlamingpolderweg te Cadzand-Bad (kad.aand. OBG00 EC 2117 G0);
Gerrit van Hoekestraat te Retranchement (Zwinparking); Slikkenburgseweg te Breskens (kad.aand OBG00 EL 1473 G0);
Walendijk te Groede (kad.aand OBG00 S 1619 G0); Puijendijk te Groede (ingang Noordweg, kad. Aand OBG00 S421)
waarbij een onbeperkte parkeerduur geldt; met een maximum per 24 aaneengesloten uren van II.
a.1
€ 7,50
Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt per
vergunning voor een:
Belanghebbenden eerste bewonersparkeervergunning, als bedoeld in artikel 3, lid 35, sub a1, van de
per kalenderjaar
€ 50,00 € 60,00
parkeerverordening 20204 a.2
tweede bewonersparkeervergunning, als bedoeld in artikel
per kalenderjaar
€ 90,00
a.3
Derde bewonersparkeervergunning, als bedoeld in artikel 3,
Per kalenderjaar
€ 90,00
per kalenderjaar
€ 20,00
3, lid 5, sub 1, van de parkeerverordening 2024
lid 5, sub 1 van de parkeerverordening 2024, specifiek
bestemd voor een inwonend kind van 18 jaar of ouder. b.
voor een bezoekersparkeervergunning, als bedoeld in
artikel 3, lid 35, sub a2, van de parkeerverordening 20204 Is huidig lid e
€ 25,00
bc.
de verblijfsrecreantentoeristenparkeervergunning, als bedoeld in artikel 3, lid 35, sub c3, van de
per kalenderjaar
€ 55,00 € 175,00
parkeerverordening 20204 in Cadzand-Bad
Tarief van
huidig
Nieuwvliet +
indexatie c.
de verblijfsrecreantenparkeervergunning, als bedoeld in
artikel 3, lid 3, sub c, van de parkeerverordening 20204
per kalenderjaar
€ 150,00
per kalenderjaar
€ 130,00
Per kalenderjaar
€65,00
Per kalenderjaar
€ 25,00
per kalenderjaar
€ 110,00
voor de parking Zeeweg 11/St. Bavodijk Nieuwvliet Vervalt d.1
Dienstverlenersparkeervergunning – algemeen
(commercieel), als bedoeld in artikel 3, lid 5, sub 4, van de parkeerverordening 2024
d.2
Dienstverlenersparkeervergunning – medisch, overheid, ANBI, als bedoeld in artikel 3, lid 5, sub 4, van de parkeerverordening 2024
d.3
Dienstverlenersparkeervergunning – algemeen
(commercieel) specifiek voor ambulante/rondtrekkende
handelaren, als bedoeld in artikel 3, lid 5, sub 4, van de
parkeerverordening 2024. De vergunning is enkel geldig voor de door het college vastgestelde marktdag. de.
Voor een vergunning woon-
werkverkeerondernemer/werknemersparkeervergunning, als
€ 130,00
bedoeld in artikel 3, lid 35, sub d5, de van de parkeerverordening 20204 e.
voor een bezoekersvergunning, als bedoeld in artikel 3, lid
per kalenderjaar
€ 20,00
f.
voor een vergunning, als bedoeld in artikel 3, lid 3, sub f,.
per kalenderjaar
€ 110,00
3, sub e, van de parkeerverordening 20204 Wordt nu lid b
van de parkeerverordening 2020
vervalt, is de huidige vergunning voor Yacht / jachthaven Cadzand. Valt nu onder toeristenparkeervergunning III.
Onder vergunningszones wordt verstaan:
a)
Vergunningszone A Kern Sluis: het gebied dat omsloten wordt door de bebouwde kom borden
b)
Vergunningszone B Toversluis: het parkeerterrein gelegen aan de Burgemeester Aernoudtsweg
“Sluis – Gemeente Sluis”; te Sluis;
IV.
c)
Vergunningszone C Cadzand-Bad: het gebied dat omsloten wordt door Scheldestraat,
d)
Vergunningszone D Kustzone: de gebieden zoals omschreven onder 2.d in de tarieventabel I
Noorddijk, Kievitenlaan en Boulevard de Wielingen; (parkeren bij parkeerapparatuur).
Indien een vergunning, als bedoeld in onderdeel II van deze tarieventabel, m.u.v. de
bezoekersparkeervergunning (onderdeel II.eb) voor een deel van een kalenderjaar wordt verleend, wordt de belasting geheven naar rato van het aantal kwartalen dat er in dat kalenderjaar, na het verlenen van de vergunning, nog overblijven. Daarbij zal de navolgende regeling gelden:
a.
b. c. d. V.
Indien de vergunning is verleend vóór 15 februari dan wordt uitgegaan van vier kwartalen;
Indien de vergunning na 15 februari doch vóór 15 mei wordt verleend dan wordt uitgegaan van drie kwartalen;
Indien de vergunning na 15 mei doch vóór 15 augustus wordt verleend dan wordt uitgegaan van twee kwartalen;
Indien de vergunning na 15 augustus wordt verleend dan wordt uitgegaan van één kwartaal.
Er vindt geen restitutie plaats indien de aanvrager van een verleende parkeervergunning, als bedoeld in onderdeel II.a en II.d van deze tarieventabel, gedurende het jaar waarvoor een
vergunning is verleend, verhuist en daardoor niet meer woonachtig dan wel gevestigd is binnen het gebied waarvoor de vergunning is afgegeven. , wordt de belasting op verzoek van de
belastingplichtige teruggegeven voor zoveel kwartaalgedeelten van de voor dat jaar verschuldigde parkeerbelasting als er in dat kalenderjaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kwartalen overblijven.
Behorende bij het raadsbesluit van 22 december 2022 2 november 2023. De griffier van de gemeente Sluis, Mr. P.T.G. Claeijs