Rapport rekenkameronderzoek woonbeleid Sluis.pdf
Tekst van het document
De doelen in de woonvisies zijn niet SMART geformuleerd of concreet gemaakt en doelstellingen en instrumenten lopen door elkaar heen. Mede doordat een duidelijke visie ontbreekt, gaat de discussie binnen de raad en tussen raad en college over instrumenten. Een bemoeilijkende factor is dat de diverse raadsfracties, het college en de provincie ten aanzien van de uitgangspunten en instrumenten een andere visie hebben (verwachte bevolkingsgroei, tweede woningen en leefbaarheid kernen, woningen voor doelgroepen zoals senioren, starters, zorgbehoevenden, arbeidsmigranten, et cetera). Het is de raad duidelijk dat het met het oog op de voortgang nodig is om los te komen van bepaalde vaste standpunten (door sommigen aangeduid als ‘schuttersputjes’). Tegelijk is het binnen de raad nog niet mogelijk gebleken overeenstemming te bereiken over de zogeheten ‘hoe-vraag’ (instrumenten). Conclusie 4 De discussie over krimp werkt belemmerend in de vorming van een breed gedragen ambitie binnen de raad. Binnen de raad zijn er verschillende beelden over de mate waarin de gemeente met haar woonbeleid kan sturen op bevolkingsgroei. Een deel stelt dat de bevolkingsontwikkeling in Sluis (vooral) ook van andere factoren afhankelijk is en dat het zaak is te sturen op leefbaarheid en woningen voor specifieke doelgroepen. Een ander deel stelt kort samengevat dat het vergroten pagina 26
van de woningvoorraad c.q. nieuwbouw leidt tot meer inwoners in de gemeente. Deze discussie kost tijd en energie en overschaduwt daarmee de kernproblemen rond de woningmarkt in Sluis. Conclusie 5 Het is niet inzichtelijk in hoeverre Sluis haar doelen realiseert omdat het woonbeleid niet is ingericht op monitoring en omdat evaluatie maar beperkt plaatsvindt. De gemeente Sluis heeft een summiere evaluatie van het woonbeleid uitgevoerd waarin werd ingegaan op drie van de 12 instrumenten. Deze drie instrumenten zijn uitgevoerd of ingezet zoals in het woonbeleid staat aangegeven. Van deze en andere instrumenten is het echter onduidelijk in welke mate ze hebben bijgedragen aan de doelen. De beperkte evaluatie is een aandachtspunt omdat een evaluatie waardevolle inzichten kan opleveren voor nieuw op te stellen beleid. Conclusie 6 Sommige marktpartijen hebben zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau goed toegang tot de gemeente, maar inwoners verenigd in de stads- en dorpsraden hebben de beleving dat ze moeite moeten doen om gehoord te worden. Een deel van de marktpartijen geeft aan te weinig betrokken te worden bij het denken over (het vergroten van) de permanente woningvoorraad. Er is volgens hen behoefte aan maatwerk per kern en creativiteit vanuit de gemeente. Stads- en dorpsraden zouden graag actief in een vroegtijdig stadium betrokken worden bij de beleidsontwikkeling.
7.2
Aanbevelingen
Aanbeveling 1 (aan de raad) Voer als raad de discussie op basis van feiten en op onderzoek gebaseerde verwachtingen en formuleer op basis daarvan de ambitie. Het is goed om oog te hebben voor individuele voorbeelden, maar het voert te ver om het beleid daarop te baseren. Het is ook niet productief om de uitkomsten uit onderzoeken ter discussie te stellen. Aan de andere kant is gebleken dat de discussie over krimp de voortgang in het denken in college en raad blokkeert. Het is dan ook nuttig de huidige bevolkingsgroeicijfers als gegeven te beschouwen, rekening te houden met de randvoorwaarden van de provincie en van daaruit te bezien wat er mogelijk en nodig is op de woningmarkt van Sluis.
Aanbeveling 2 (aan het college en de raad) Concretiseer de doelstellingen in Krachtig Verbonden in een volgende slag. Zorg dat precies duidelijk is wat de gemeente wil bereiken voor welke doelgroepen. Wanneer de raad daarover consensus bereikt, is de discussie over de instrumenten en te brengen offers ook makkelijker te voeren. Houdt bij de formulering van doelstellingen rekening met monitoring en evaluatie. Aanbeveling 3 (aan het college) Betrek zowel marktpartijen als inwoners bij de ontwikkeling en uitvoering van het woonbeleid. Het is duidelijk dat marktpartijen en inwoners ideeën hebben over bouwen en wonen in Sluis. Het is raadzaam hen daarbij te betrekken en gebruik te maken van hun kennis, (praktijk)ervaring en creativiteit. Dit is ook van belang met het oog op draagvlak. Leefbaarheid binnen de kernen kan daarbij een sleutelbegrip vormen.
pagina 27
Aanbeveling 4 (aan het college en de raad) Versterk de ingezette positieve dynamiek door in te zetten op een of enkele kleinschalige creatieve oplossingen voor specifieke doelgroepen. Betrek daarbij in ieder geval de provincie en andere relevante partijen.
pagina 28
Bijlage 1. Geraadpleegde personen Gemeente Sluis ● Afdelingshoofd ● Teamleider ● Beleidsmedewerkers wonen ● Portefeuillehouder woonbeleid ● Raadsleden Stakeholders ● Dorps- en stadsraden van Breskens, Cadzand, Groede, Hoofdplaat, Nieuwvliet, Oostburg ● Corporatie Woongoed Zeeuws-Vlaanderen ● Projectontwikkelaar AM Zeeland ● ZorgSaam ● Vereniging van vastgoedeigenaren Eenhoornstad ● Vereniging van vastgoedeigenaren Sluis ● RMDO ● Makelaardij Versluijs ● Provincie Zeeland
pagina 29
Bijlage 2: Instrumenten woonvisie Krachtig Verbonden 2016-2020 •
In alle kernen blijft beperkt ruimte voor levensloopbestendige woningen, starterswoningen en kleinschalige particuliere nieuwbouw voor eigen inwoners of mensen die van elders bewust naar ons gebied komen om te wonen.
•
Bij nieuwbouwplannen dient nadrukkelijk onderbouwd te worden dat er in een specifieke behoefte voor een bepaalde doelgroep voorzien wordt. Nieuwbouw moet vraaggericht zijn en niet andersom. In de woonvisie wordt aangegeven waar qua doelgroepen de grootste kansen liggen: voornamelijk zorgbehoevende ouderen en ook op het gebied van kleinschalige kwalitatief hoogwaardige woningbouwontwikkelingen liggen er kansen.
•
Gezamenlijk met Woongoed Zeeuws-Vlaanderen en andere stakeholders een planmatige aanpak opzetten per kern waarbij sloop, nieuwbouw, herbestemming en andere ruimtelijke aspecten integraal bekeken worden. Deze opzet geldt ook voor hoofdstuk 3 (Voorzieningen).
•
De sloopopgave dient in gezamenlijkheid met betrokken partijen opgepakt te worden, vanuit de gemeente zal het herstructureringsfonds nadrukkelijker ingezet worden om deze opgave te bewerkstelligen. Zie hoofdstuk 8 (Verevening).
•
Samenvoegen van woningen wordt gestimuleerd door middel van het continueren van de stimuleringsregeling.
•
Het continueren van de bestaande energiebesparende- en duurzaamheidssubsidies voor de woningvoorraad. Daarnaast ook het blijven organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten voor particulieren en bedrijven op dit gebied. Dit gebeurt zowel in lokaal als provinciaal verband.
•
Het versterken van de relatie tussen wonen en zorg vanuit de bestaande locaties. Dit zal gezamenlijk opgepakt worden met Woongoed Zeeuws-Vlaanderen en de zorgpartijen.
•
Elke nieuwe woning dient in de basis levensloopbestendig te zijn. Dit zal mogelijk als voorwaarde gehanteerd worden bij nieuwe woningbouwverzoeken. In onze informatievoorziening zullen mensen meer gewezen worden op het belang en de voorwaarden van levensloopbestendig bouwen. Dit voorkomt woningaanpassingen door de gemeente.
•
De effecten van het afschaffen van de tweede woningverordening inzichtelijk maken en evalueren.
•
Een herziening van de regionale woningmarktafspraken. Daarnaast zal bij het actualiseren van bestemmingsplannen zo mogelijk geschrapt worden in bestaande plancapaciteit.
•
Het voortzetten van het project Upgrade om het terugdringen van het aantal wooneenheden verder vorm te geven samen met de andere Zeeuws-Vlaamse gemeenten.
•
Om te zorgen voor voldoende woningen voor specifieke doelgroepen zullen prestatieafspraken met Woongoed gemaakt worden.
pagina 30
Bijlage 3: Bestuurlijke reactie college
pagina 31
pagina 32
Bijlage 4: Nawoord rekenkamercommissie Sluis
pagina 33
pagina 34