Rapport Quickscan gemeente Sluis 23-06-2025
Tekst van het document
Rapport Quick Scan Lokale Democratie Gemeente: Sluis
Meting: Meting 2025
Peildatum: 30-04-2025
Inhoudsopgave .Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .3. . .1. .Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .8. . .2. .Raad, . . . . .college . . . . . . .en . . ambtelijke . . . . . . . . . .organisatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .12 ... .3. .Communicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .17 ... .4. .Burgerparticipatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .19 ... .5. .Overheidsparticipatie: . . . . . . . . . . . . . . . . . . .omgaan . . . . . . . .met . . . .maatschappelijke . . . . . . . . . . . . . . . initiatieven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .22 ... .6. .Maatwerkvragen . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .25 ... .Slot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .26 ...
2
Inleiding Geen gemeente is hetzelfde. In elke gemeente proberen raadsleden, collegeleden en ambtenaren op eigen wijze in te spelen op wat er lokaal nodig is. Daarin bestaan dus veel verschillen. Maar voor alle gemeenten wordt het steeds belangrijker om goed samen te werken met inwoners. Bijna elke gemeente streeft dan ooknaar een beter samenspel tussen gemeente en inwoners. En dat vraagt een andere manier van denken en werken. De Quick Scan Lokale Democratie helpt hierbij. De Quick Scan inventariseert hoe inwoners, raadsleden, ambtenaren en collegeleden nu kijken naar het democratische samenspel in hun gemeente. Dat gaat om vragen als: hoe worden in uw gemeente besluiten genomen en uitgevoerd? Is dat duidelijk? Luistert de gemeente goed naar de mening van inwoners? Hebben inwoners voldoende invloed op hun leefomgeving? De Quick Scan verzamelt meningen en wensen. Het is géén meetinstrument dat feiten in kaart brengt en objectief beoordeelt. Mensen geven hun oordeel op basis van hun eigen inzichten en ervaringen. In de Scan wordt dit vertaald in cijfers. Ga op basis van de uitkomsten in gesprek over het verhaal achter die cijfers. En let op: er zijn geen streefcijfers of scherpe normen voor democratie! U bepaalt zelf samen wat een passend lokaal samenspel is, en wat daarvoor in uw gemeente (nog) nodig is.
3
Bepaal zelf wat een passend lokaal democratisch samenspel is Wat is dat dan, lokale democratie? Er is geen algemeen geaccepteerde definitie. Dat is niet zo vreemd, want de lokale democratie is steeds in ontwikkeling om aan te sluiten op de continu veranderende samenleving. Er zijn allerlei vormen van democratie. Naast de representatieve democratie - waarin inwoners via gemeenteraadsverkiezingen bepalen wie hen gaat vertegenwoordigen (representeert) - is er de participatieve democratie: op allerlei manieren betrekken gemeenten hun inwoners bij het ontwikkelen en uitvoeren van gemeentelijk beleid. En tot slot is er ook nog de maatschappelijke democratie: inwoners die zichzelf organiseren rond maatschappelijke vragen. Dat is van alle tijden, maar steeds vaker nemen actieve inwoners zelf het initiatief tot bijvoorbeeld energiecoöperaties, broodfondsen, buurtcommunities en voedselbanken.
De representatieve, participatieve en maatschappelijke democratie bestaan naast elkaar (dat noemen sommigen ‘meervoudige democratie’). Ze zitten elkaar soms in de weg, maar kunnen elkaar ook enorm versterken. Een goed samenspel is van wezenlijk belang voor een goede lokale democratie. Hoe dat democratisch samenspel verloopt en wanneer dat goed is, dat bepaalt u samen in én voor uw gemeente. Maar duidelijk is dat democratie meer is dan politiek. Het gaat ook over wie kan hoe meedoen, hoe inspraak en invloed geregeld worden. En hoe dat goed te volgen is. Over ruimte voor maatschappelijk initiatief. Over andere (digitale) beslisvormen. De QSLD stelt vragen over al dat soort zaken. Meestal zonder die begrippen uitgebreid te beschrijven of af te bakenen. Het doel van de QSLD is namelijk op te halen hoe inwoners, ambtenaren, collegeleden en raadsleden in uw gemeente ernaar kijken. En daarmee samen te bepalen hoe het lokale democratische samenspel passend vorm moet krijgen.
De Quick Scan Lokale Democratie wordt beheerd door de VNG. De Quick Scan is vanaf 2019 ontwikkeld door Democratie in Actie, een ondersteuningsprogramma van het ministerie van BZK, de VNG en een groot aantal partners. Democratie in Actie biedt diverse vormen van ondersteuning aan gemeenten en inwoners voor democratische vragen en uitdagingen. Zie: www.lokale-democratie.nl.
4
De Quick Scan in uw gemeente Uw gemeente deed mee. Inwoners, raadsleden, collegeleden en ambtenaren gaven online hun mening over zaken als participatie, invloed, controle, bewonersinitiatieven en verbeterprioriteiten. Dit rapport presenteert hun antwoorden op de vragen van de Quick Scan. De antwoorden zijn uitgesplitst naar de vier groepen: inwoners, raadsleden, collegeleden en ambtenaren. Een aantal vragen is niet aan inwoners gesteld. Bijvoorbeeld vragen over het interne werk van de gemeente. Bij die vragen staan in het rapport dan ook geen uitkomsten van inwoners. De respons per groep staat in de volgende tabel. Voor de inwoners is hierin alleen het aantal deelnemers vermeld. Inwoners werden namelijk via een algemene - niet persoonlijke - link uitgenodigd voor deelname aan de scan.
Respondenten Rollen
Uitgenodigd
Gestart
Raad
26
13
Respons 50%
College
5
5
100%
Ambtenaar
88
53
60%
Inwoner
n.v.t.
114
n.v.t.
(Nb: griffiemedewerkers zijn opgenomen onder de groep ambtenaren) Om die uitkomsten van uw gemeente wat reliëf te geven, presenteren we ook - bij wijze van referentie - de gemiddelde uitkomsten uit gemeenten die eerder de scan deden. Uiteraard is dat geen norm of streefcijfer! Als de uitkomst op een thema in uw gemeente positiever is dan gemiddeld, kan het nog steeds van groot belang zijn om met dat thema verder te gaan. Het is aan u gezamenlijk om betekenis te geven aan uw uitkomsten en te bepalen op welke punten het beter kan of moet.
Disclaimer De Quick Scan Lokale Democratie maakt een foto van uw lokale democratie. Het is een kort en relatief snel zelfonderzoek, géén wetenschappelijke studie. Het is ook geen meting of objectieve beoordeling maar een inventarisatie van de beelden die mensen hebben. Iedereen die dat wilde kon meedoen. De meningen van de inwoners die meededen, zijn dan ook niet op voorhand representatief voor alle inwoners van uw gemeente. Voor de deelnemende ambtenaren geldt hetzelfde. En hoogstwaarschijnlijk ook voor raads- en collegeleden.
5
Hoe kunt u dit rapport lezen en gebruiken? Hieronder staan de uitkomsten van de Quick Scan. Dat begint met een algemeen overzicht: hoe staat het met de lokale democratie en waarover is men in uw gemeente opmerkelijk vaak - of juist weinig - tevreden? En wat zijn opmerkelijke overeenkomsten en verschillen tussen de vier groepen? Vervolgens worden voor vier thema’s de uitkomsten voor relevante vragen gepresenteerd. Dat leidt tot de volgende indeling: 1. Algemeen: hoe goed betrekt de gemeente inwoners? Wat is het totale oordeel over lokale democratie en wat zijn belangrijke democratische prioriteiten? 2. Raad, college en ambtelijke organisatie: hoe de gemeente haar werk doet. Hoe goed werken zij en hoe goed werken ze samen? 3. Communicatie: hoe communiceert de gemeente? Werkt de gemeente open en transparant en wordt er goed geluisterd naar inwoners? 4. Burgerparticipatie: meedenken met de gemeente. Hoe worden inwoners betrokken bij gemeentelijke plannen, activiteiten en voorzieningen? 5. Overheidsparticipatie: omgaan met maatschappelijke initiatieven.
Hoe gaat de gemeente om met maatschappelijke initiatieven? Het zesde hoofdstuk behandelt de eventuele maatwerkvragen: als uw gemeente maatwerkvragen aan de Quick Scan heeft toegevoegd om gemeente-specifieke zaken te bevragen die geen standaard-onderdeel zijn van de Quick Scan, worden de uitkomsten daarvan in dit hoofdstuk gepresenteerd. Bij dit rapport horen twee bijlagen: in de tabellenbijlage zijn voor elke vraag de uitkomsten per groep en per antwoordcategorie opgenomen. In de vragenlijst wordt bij sommige vragen aan de respondenten gevraagd een prioritering te maken waarbij maximaal vijf antwoorden gekozen kunnen worden. Waarbij 1 het meest belangrijk wordt gevonden. De resultaten van deze vragen worden in een top-3 weergeven in dit rapport. Om alle antwoorden te zien, dus ook de antwoorden die buiten deze top-3 vallen, kunt u de tabellenbijlage raadplegen. In de tweede bijlage zijn alle antwoorden op de open vragen opgenomen. Daarin vindt u ongetwijfeld ook veel nuttige informatie en inzichten om mee aan de slag te gaan.
6
Leeswijzer voor de figuren Vrijwel alle uitkomsten worden in figuren weergegeven, zoals onderstaand voorbeeld. Om dat overzichtelijk te houden, presenteert elke figuur - tenzij expliciet anders aangegeven - het percentage positieve antwoorden op de vraag (bijvoorbeeld ‘(helemaal) eens’ of ‘(heel) tevreden ’).
De kolommen presenteren de percentages positieve antwoorden voor achtereenvolgens de groepen: raadsleden, collegeleden, ambtenaren en inwoners van uw gemeente. Voor elke groep is in de rode kolom met de rode cijfers als referentie de gemiddelde totale score weergegeven van alle raadsleden (respectievelijk collegeleden, ambtenaren of inwoners) uit andere gemeenten die eerder de scan deden. Let op: doordat het aantal collegeleden verhoudingsgewijs laag is, kunnen de scores voor de groep college wat ‘extremer’ zijn dan die van de andere drie groepen. Het is voor sommige vragen interessant om na te gaan hoeveel respondenten neutraal of negatief oordeelden. Dat kunt u zien in het aparte tabellenrapport.
Dit rapport is een goed startpunt voor een onderling gesprek in uw gemeente. Om u daarbij te ondersteunen, geeft het rapport bij diverse vragen passende tips en suggesties. Bespreek de uitkomsten en die tips. Wat verrast u? Waar bent u blij mee? Wat begrijpt u nog niet? Waarmee wilt u direct aan de slag? En wat wilt u graag in een goed gesprek nader uitdiepen? Wat moet er in jullie gezamenlijke verbeteragenda worden opgenomen?
7
1. Algemeen Dit hoofdstuk biedt een algemeen overzicht van hoe het er voor staat met uw lokale democratie. Er zijn vier onderdelen: 1. het vertrouwen in het hoe de gemeente wordt bestuurd 2. het totaalbeeld per thema 3. het algemene oordeel per groep 4. democratische prioriteiten: waar de gemeente aandacht aan moet besteden
Algemeen oordeel gemeentebestuur Hoe staat het met het vertrouwen in het gemeentebestuur in uw gemeente? Onderstaande figuur presenteert het percentage positieve antwoorden (‘(helemaal) eens’) op de stelling “Ik heb vertrouwen in hoe de gemeente wordt bestuurd”. Daarbij ziet u of raadsleden, collegeleden, ambtenaren en inwoners verschillend antwoorden. Ook ziet u of men in uw gemeente hierover meer of minder positief is dan in de referentiegemeenten.
De vier kolommen presenteren de percentages positieve antwoorden voor achtereenvolgens raadsleden, collegeleden, ambtenaren en inwoners van uw gemeente. In elke rode kolom staat in rode cijfers als referentie de gemiddelde totale score van alle raadsleden (respectievelijk collegeleden, ambtenaren of inwoners) uit andere gemeenten die eerder de scan deden.
Totaalbeeld per thema De scan kent vijf algemene thema’s. Hieronder ziet u per thema alvast het totaalbeeld. Dit is het gemiddelde over de vier groepen, niet over alle respondenten individueel. Het voordeel van deze berekening is dat de stem van een klein aantal collegeleden niet wegvalt in het geheel. Het nadeel is dat ze per respondent veel zwaarder meetellen dan een van een grote groep inwoners. De figuur presenteert het gemiddelde percentage positieve oordelen binnen dat thema (bijvoorbeeld ‘(helemaal) eens’ of ‘(zeer) tevreden’). Hoe hoger dat percentage, hoe positiever de respondenten waren over dat thema. De blauwe lijn verbindt de uitkomsten van uw gemeente. De rode lijn verbindt de uitkomsten van de referentiegemeenten. Hoe verder de punten van het midden afliggen, hoe positiever. Hiermee ziet u snel over welke thema’s men in uw gemeente relatief tevreden is en op welke thema’s nog werk aan de winkel is.
8
Om te zien over welke thema’s men relatief weinig tevreden is, bekijkt u: welke punten in uw gemeente dichter bij het midden liggen dan in de referentiegemeenten. welke punten in uw gemeente dichter bij het midden liggen dan andere punten in uw gemeente.
Totaalbeeld per groep Hieronder ziet u het totaalbeeld per groep. Ook deze figuur toont het gemiddelde percentage positieve oordelen. Hoe hoger het balkje, hoe positiever die groep oordeelt over de verschillende aspecten van lokale democratie.
U ziet hier of de oordelen van de raadsleden (of collegeleden of ambtenaren of inwoners) in uw gemeente verschillen van die in de referentiegemeenten. En of er verschillen zijn tussen de oordelen van de raadsleden, collegeleden, ambtenaren en inwoners in uw gemeente.
9
Democratische prioriteiten: waar de gemeente aandacht aan moet besteden De lokale democratie kan op veel manieren verbeterd worden. In de Quick Scan zijn negen manieren voorgelegd. Daarbij is gevraagd om maximaal 5 van de 9 manieren te kiezen en een onderlinge rangschikking aan te brengen van 1 tot 5, waarbij 1 het belangrijkst en 5 het minst belangrijk is.
Negen manieren om de lokale democratie te verbeteren: Luisteren naar inwoners. Inwoners laten meepraten. Inwoners laten meebeslissen. Inwoners laten meedoen. Inwoners met plannen en ideeën ondersteunen. In voorwaarden ruimte laten voor plannen en ideeën van inwoners. Zorgen dat de gemeenteraad beter werkt. Zorgen dat het college van burgemeester en wethouders beter werkt. Open en controleerbaar werken.
NB. Een overzicht van alle stukken waarnaar in de adviezen in dit rapport wordt verwezen kunt u opvragen bij lokale-democratie@vng.nl.
De top drie van prioriteiten staat hieronder, zowel voor de inwoners, als voor raad, college en ambtenaren. In de laatste kolom staat onder welk thema (hoofdstuk) die prioriteit valt.
Top 3 voor inwoner: 1. Open en controleerbaar werken. (0.41)
H3. Communicatie
2. Luisteren naar inwoners. (0.38)
H3. Communicatie
3. Inwoners laten meebeslissen. (0.32)
H4. Burgerparticipatie
Top 3 voor raad, college en ambtenaar: 1. Luisteren naar inwoners. (0.42)
H3. Communicatie
2. In voorwaarden ruimte laten voor plannen en ideeën van
H5. Overheidsparticipatie
inwoners. (0.37) 3. Open en controleerbaar werken. (0.28)
H3. Communicatie
Deze prioriteiten kunt u benutten om sneller keuzen te maken in wat in uw gemeente nodig is. (Nb. In de tabellenbijlage kunt u voor alle negen mogelijke prioriteiten zien hoe belangrijk elke groep deze vindt.)
10
Twee tips: 1. De respondenten is ook gevraagd om een praktijkvoorbeeld te geven van een goede democratische samenwerking tussen gemeente en inwoners. Bekijk ook die antwoorden (in de aparte bijlage met open antwoorden) en maak daarvan uw eigen top 3 van manieren om samenwerking democratisch goed vorm te geven. 2. Kijk ook naar de antwoorden op de open vraag “Hoe kan volgens jou de gemeente beter luisteren naar en samenwerken met haar inwoners?” Daar vindt u ongetwijfeld veel ideeën (rijp en groen!). Maak daaruit de top 3 van meest genoemde verbetertips en een top 3 van de meest verrassende tips. En neem die op in uw verbeteragenda. De antwoorden op deze twee vragen vindt u in de aparte bijlage met antwoorden op alle open vragen.
11
2. Raad, college en ambtelijke organisatie Hoe de gemeente haar werk doet Inleiding Om goed van buiten naar binnen te werken, moet het binnen natuurlijk wel goed werken. Hoe goed werken de ‘interne onderdelen’ van de representatieve democratie: de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie? En hoe goed werken die samen?
Uitkomsten
Hoe het gaat met de onderlinge samenwerking tussen raadsleden, collegeleden en ambtenaren staat in de drie onderstaande figuren. Deze vragen zijn niet aan inwoners gesteld.
Het functioneren van raad, college en ambtenaren kan op veel manieren verbeterd worden. In de Quick Scan zijn steeds zeven manieren voorgelegd (zie kaders). Er is aan raadsleden, ambtenaren en collegeleden gevraagd welke manieren zij belangrijk vinden dat deze worden verbeterd. Hierbij kon men (maximaal) 5 van de 7 manieren kiezen en een onderlinge rangschikking aanbrengen van 1 tot 5, waarbij 1 het belangrijkst en 5 het minst belangrijk is. NB. Deze vragen zijn niet aan inwoners gesteld.
12
Zeven manieren om het functioneren van de gemeenteraad te verbeteren: Duidelijke werkwijze en procedures. Onderlinge samenwerking. Ondersteuning door de griffie. Ondersteuning door de ambtelijke organisatie. Politieke ondersteuning (van fracties). Inzet van (onafhankelijk) onderzoek en advies. Volgen trainingen / opleidingen.
Top 3 voor raad, college en ambtenaar: 1. Volgen trainingen / opleidingen. (0.43) 2. Onderlinge samenwerking. (0.42) 3. Duidelijke werkwijze en procedures. (0.33) Daarbij hebben we de volgende adviezen: ad 1. Volgen trainingen / opleidingen. Op Mijn Leeromgeving van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden staan veel gratis cursussen en hulpmiddelen, waaronder een Competentiescan die gericht trainingsadvies geeft. Ook Lokale Democratie biedt opleidingen en trainingen aan voor raadsleden, evenals informatie over de instrumenten die de raad tot haar beschikking heeft. Elke raad of elk raadslid kan een eigen ontwikkelplan opstellen. Trainingen hoeven niet altijd raadsbreed te worden aangeboden of afgenomen; dit kan ook (al dan niet via de gemeente) specifiek voor individuele raadsleden of fracties. De landelijke partijen bieden hun raadsleden lesprogramma’s aan, en voor lokale partijen is er het Kennispunt Lokale Politieke Partijen, dat lokale partijen ondersteunt met kennis en trainingen. Overleg met fractievoorzitters en de griffie hoe vanuit de gemeente scholing van raad, fracties en raadsleden wordt gestimuleerd en vergoed. Regel daarbij voldoende budget! Voor nieuwe en ervaren raadsleden biedt de Wegwijzer Vereniging van Raadsleden waardevolle tips en adviezen.
Koppel trainingen aan momenten waarop raadsleden behoefte hebben aan ondersteuning of informatie, zoals vlak voordat een (nieuw) onderwerp op de agenda komt. Daarnaast geeft de Infographic Krachtige Raad een overzicht van de belangrijkste instrumenten die de raad tot zijn beschikking heeft om effectief te werken. ad 2. Onderlinge samenwerking. Zet de samenwerking jaarlijks op de agenda van de raad, niet pas als het niet meer lekker loopt. De voorzitter bewaakt het vergaderproces, maar alle spelers gezamenlijk bepalen het verloop en de omgangsvormen. Bespreek wat eenieder passend vindt, daarover bestaan vaak onuitgesproken verschillen. Nuttige tips en inzichten staan in de Eindpublicatie Raad in beraad. Bespreek ook hoe u - los van de inhoud - elkaar kunt blijven aanspreken over de wijze van samenwerking in commissies en raad. Veranker ook dat in de gedragscode. Maak in ieder geval in elk presidium/fractievoorzitters-overleg ruimte om verloop van de afgelopen vergaderingen te bespreken. En laat als raad enkele inwoners, of raadsleden uit een buurgemeente, eens reflecteren op uw (samen)werking.
13
ad 3. Duidelijke werkwijze en procedures. Structuren bepalen deels hoe de raad werkt, maar minstens zo belangrijk is hoe mensen binnen die structuren (willen) opereren. Bepaal eerst het doel, de behoefte en de mogelijkheden, en zoek daarbij passende werkwijzen waarmee raadsleden graag willen werken. Het begint bij de rol die de raadsleden zien - zowel voor zichzelf als voor de gehele raad - in het lokale samenspel. En hoeveel ruimte daarbij is voor inwoners. Praat hierover binnen de raad en met het college en de organisatie (en misschien ook met inwoners) tijdens een heidag of een jaarlijks overleg van fractievoorzitters, college en management. Voor meer inspiratie biedt de handleiding Werkvormen Vernieuwing Lokale Democratie praktische ideeën en werkvormen die de samenwerking binnen de raad kunnen verbeteren. Daarnaast biedt de Wegwijzer Vereniging van Raadsleden een handboek vol tips en aanbevelingen om raadsleden sterk en effectief van start te laten gaan in de nieuwe raadsperiode.
Tips: 1. Als u wilt weten of raadsleden, collegeleden of ambtenaren verschillen in prioriteiten, kunt u dat bekijken in de tabellenbijlage. 2. De respondenten konden suggesties doen voor extra manieren. Hun suggesties staan in de bijlage met open antwoorden.
Zeven manieren om het functioneren van het college te verbeteren: Duidelijke werkwijze en procedures. Onderlinge samenwerking. Ondersteuning door de gemeentesecretaris. Ondersteuning door de ambtelijke organisatie. Politieke ondersteuning. Inzet van (onafhankelijk) onderzoek en advies. Volgen trainingen / opleidingen.
Top 3 voor raad, college en ambtenaar: 1. Onderlinge samenwerking. (0.24) 2. Ondersteuning door de ambtelijke organisatie. (0.19) 3. Inzet van (onafhankelijk) onderzoek en advies. (0.19) Daarbij hebben we de volgende adviezen: ad 1. Onderlinge samenwerking. Zet dit periodiek op de agenda van de collegevergadering en maak dan een rondje. Dan kunnen zaken benoemd worden voordat ze hoog oplopen. Maak het een vast gebruik om met elkaar te spreken over houding, gedrag en samenwerking. Betrek het management regelmatig bij dit gesprek. Soms is het goed om er vreemde ogen bij te halen: laat een consultant of collega-bestuurders reflecteren op een collegevergadering. Of wissel een dag van plaats met de portefeuillehouder uit uw buurgemeente en ervaar hoe het in dat college werkt. Of maak er een sport van om minstens elk kwartaal een nieuwe teamtest te doen, daar leert u van zonder dat het ‘zwaar’ hoeft te worden.
14
ad 1. Ondersteuning door de ambtelijke organisatie. Lopen de contacten tussen collegeleden en ambtenaren in uw gemeente altijd tussen portefeuillehouder en management? Of is sprake van (of behoefte aan) kortere lijnen en directe contacten? En is voldoende duidelijk en uitgesproken wat het college verlangt aan ambtelijke ondersteuning: loyale (kritiekloze) voorbereiders en uitvoerders, of gelijkwaardige sparringpartners die het college scherp houden? Lees Tango van wethouder en ambtenaar. Bespreek met college en management de behoefte en mogelijkheden, bijvoorbeeld door dit te verwoorden in rollen, dimensies en dilemma’s. Zorg vervolgens voor een goede verankering van de inhoudelijke en procesmatige aspecten van ambtelijke ondersteuning zodat de gemeentesecretaris daar goed op kan toezien. ad 2. Inzet van (onafhankelijk) onderzoek en advies. Uiteraard zal de ambtelijke organisatie het college voorzien van goede onderbouwde voorstellen, waar nodig gefundeerd met (onafhankelijk) onderzoek en advies. Maar - aangezien dit in de top 3 van verbeterpunten staat moet dit blijkbaar anders, of vaker. Bespreek waaraan precies behoefte is: vindt men dat het college meer op basis van gedegen onderzoek moet opereren? Daar kan elk collegelid natuurlijk ook zelf op sturen.
Zo nodig kan ook een individueel collegelid zelf onafhankelijk advies inwinnen als aanvulling of second opinion op een ambtelijk voorstel.
Tip: De respondenten konden suggesties doen voor extra manieren. Hun suggesties staan in de bijlage met open antwoorden.
Zeven manieren om het functioneren van de ambtelijke organisatie te verbeteren: Duidelijke werkwijze en procedures. Onderlinge samenwerking. Meer bewustzijn voor politiek-bestuurlijke gevoeligheid. Aansturing en/of ondersteuning door het managementteam. Aansturing door het college. Inzet van (onafhankelijk) onderzoek en advies. Volgen trainingen / opleidingen.
Top 3 voor raad, college en ambtenaar: 1. Onderlinge samenwerking. (0.40) 2. Duidelijke werkwijze en procedures. (0.28) 3. Meer bewustzijn voor politiek-bestuurlijke gevoeligheid. (0.28)
Daarbij hebben we de volgende adviezen: ad 1. Duidelijke werkwijze en procedures.
15
De bureaucratie is ingesteld zodat de overheid werkt met duidelijke regels en zonder willekeur. Vaak lijkt het alsof er veel is dichtgeregeld, maar kan er meer dan men denkt en laten regels ruimte voor maatwerk. Onderzoek waar de regels knellen en hoe dat beter kan worden gemaakt, zie De Regels en de Rek. Kijk of het probleem misschien (ook) zit in hoe daarmee wordt omgegaan (te strikt, te open). Gedrag en cultuur zijn zeer bepalend: mogen ambtenaren hun gezond verstand gebruiken of wordt dat direct afgestraft? Misschien zijn er naast de formele ook belangrijke informele regels ontstaan. Ga na of de werkwijzen het doel waarvoor zij zijn ingesteld nog wel dienen (en of het doel nog steeds belangrijk is). ad 1. Onderlinge samenwerking. Een goede onderlinge samenwerking vereist dat ambtenaren elkaars posities, rollen en belangen kennen en respecteren. Het helpt als er gewerkt kan worden vanuit een gezamenlijk doel. Bespreek met de ambtenaren aan welk hoger doel zij werken, bijvoorbeeld door eenieder te laten vertellen hoe hij/zij wil bijdragen aan publieke waarde. Invoering van opgavegerichtwerken kan hierbij helpen. Het kan ook nuttig zijn daarbij de lessen te betrekken die ambtenaren leerden van hun samenwerking met ‘buiten’ (inwoners, instellingen, andere overheden). Als de onderlinge samenwerking regelmatig wordt besproken, wordt het bespreken minder zwaar. ad 2.
Meer bewustzijn voor politiek-bestuurlijke gevoeligheid. Er zijn veel trainingen beschikbaar om ambtenaren hierbij verder te helpen. Maar achterhaal - voor er een trainer bij wordt gehaald - wat precies het probleem is. Luisteren ambtenaren onvoldoende naar de wensen van politiek en bestuur, hebben ze daar onvoldoende oog of gevoeligheid voor? Zijn ze wat te star, reactief of juist te proactief? Of schort er iets anders aan de interactie en communicatie tussen ambtenaren, college en raad? De gemeentesecretaris, griffier en burgemeester hebben daarin een voortrekkersrol (zie Handreiking Driehoeken ). Natuurlijk kunt u ambtenaren op cursus sturen, maar ga eerst na of ambtenaren niet voldoende in staat zijn, óf niet voldoende in staat worden gesteld om zich op een goede manier tot college en raad te verhouden. Zie ook de Tango van wethouder en ambtenaar.
Tip: De respondenten konden suggesties doen voor extra manieren. Hun suggesties staan in de bijlage met open antwoorden.
16
3. Communicatie Hoe communiceert de gemeente? Inleiding Transparantie en duidelijke communicatie zijn van groot belang in een democratie. Hoe komen besluiten tot stand, en wat is de uitkomst? Mensen moeten kunnen weten hoe de gemeente werkt, hoe ze dat kunnen volgen en controleren. En hoe ze kunnen samenwerken. Uiteraard is goede communicatie een tweerichtings-ding: inwoners moeten zich ook (willen) informeren. Maar het start bij een gemeente die transparant en communicatief is. Vinden inwoners dat de gemeente goed luistert naar hun mening? En ook tussendoor en achteraf feedback vraagt, door na te gaan hoe tevreden inwoners zijn over de besluitvorming? Met andere woorden hoe staat het met ‘de communicatie’ in uw gemeente?
Uitkomsten
De gemeente kan haar communicatie op veel manieren verbeteren. Er zijn acht manieren voorgelegd (zie kader). Daarbij is gevraagd om maximaal 5 van de 8 manieren te kiezen en een onderlinge rangschikking aan te brengen van 1 tot 5, waarbij 1 het belangrijkst en 5 het minst belangrijk is.
Acht manieren om de gemeentelijke communicatie te verbeteren: Actief en met een open houding luisteren. Inwoners informeren over hoe ze kunnen meepraten. Besluiten uitleggen. Duidelijk zijn over de uitvoering van projecten. Op verschillende manieren communiceren (zoals sociale media, website, krant, bijeenkomsten). Weten wat inwoners van plannen vinden. Nagaan hoe tevreden inwoners zijn over projecten (bijvoorbeeld feedback vragen en evalueren). Open staan voor voorstellen en adviezen (van inwoners, journalisten, rekenkamer).
17
Top 3 voor raad, college, ambtenaar en inwoner: 1. Actief en met een open houding luisteren. (0.45) 2. Besluiten uitleggen. (0.40) 3. Inwoners informeren over hoe ze kunnen meepraten. (0.36) Daarbij hebben we de volgende adviezen: ad 1. Actief en met een open houding luisteren. Maak oprecht contact en ga open in gesprek als u - als raadslid, collegelid of ambtenaar - een inwoner spreekt. Vraag dan hoe hij of zij ‘het’ vindt gaan, en luister echt. Vaak willen inwoners eerst iets anders kwijt voordat ze uw vraag kunnen beantwoorden. Vraag waar ze hulp bij nodig hebben of waar ze hinder ervaren. Wees behulpzaam zonder het gesprek over te nemen, en luister met de intentie om te begrijpen in plaats van om uw eigen gelijk bevestigd te krijgen. Gebruik eenvoudige technieken zoals ANNA (Altijd Navragen, Niet Aannemen), NIVEA (Niet Invullen Voor Een Ander) en LSD (Luisteren, Samenvatten, Doorvragen). Deze methoden helpen niet alleen in gesprekken met inwoners, maar verbeteren ook de communicatie tussen raadsleden, collegeleden en ambtenaren onderling. Voor meer inzichten in hoe gemeenten beter kunnen aansluiten op wat inwoners willen en nodig hebben, biedt de publicatie Zien, luisteren en helpen van het Sociaal en Cultureel Planbureau waardevolle informatie.
Dit onderzoek brengt verhalen van inwoners in verband met de systeemwereld van gemeenten en geeft concrete suggesties om het bereik en de dienstverlening te verbeteren. ad 2. Besluiten uitleggen. Wees altijd glashelder over de inhoud van besluitvorming - waarover gaat/ging het - maar ook over het proces hoe gaat/ging dat. Vat bij elke bijeenkomst de vorige stappen samen en spreek aan het eind duidelijk af hoe het verder gaat. Maak het besluitvormingsproces transparant. Mensen aanvaarden een voor hen negatieve uitkomst gemakkelijker als zij procedureel duidelijk en rechtvaardig worden behandeld (“procedurele rechtvaardigheid”). Zorg uiteraard ook dat inwoners kunnen weten waar en hoe zij kunnen meedenken, meepraten, inspreken of anderszins bijdragen aan besluitvorming. Kijk ook hoe het raadsinformatiesysteem de stemverhoudingen (en relevante documenten) van genomen besluiten kan ontsluiten. En communiceer veelvormig via online-uitzending van vergaderingen, een goed doorzoekbare website, passende nieuwsbrieven, actief gebruik van sociale media, infographics en korte artikelen etc. ad 3. Inwoners informeren over hoe ze kunnen meepraten. Maak het besluitvormingsproces transparant: zorg dat inwoners kunnen weten waar en hoe zij kunnen meepraten, meedenken, meedoen en/of meebeslissen.
Wat zijn offline en online daartoe de mogelijkheden? Communiceer daarover veelvormig, via een duidelijke website, passende nieuwsbrieven, de lokale krant, sociale media en in gewone gesprekken. De Leidraad Dialoog ondersteunt bij het starten van een goede dialoog. Als inwoners meepraten, wees dan duidelijk over de inhoud (waar hebben we het over) maar ook over het proces van besluitvorming (hoe hebben we het daarover): wat is de ‘speelruimte’ qua inhoud en invloed. De vernieuwde ParticipatieWijzer helpt bij die afwegingen, zodat u daarover vervolgens duidelijk kunt communiceren. En maak het wederkerig: vraag inwoners hoe zij willen samenwerken en wat zij daarvan verwachten.
Tip: respondenten konden suggesties doen voor extra manieren. Hun suggesties staan in de bijlage met open antwoorden.
18
4. Burgerparticipatie Meedenken met de gemeente Inleiding Burgerparticipatie is een verzamelterm voor manieren waarop de gemeente inwoners de mogelijkheid biedt om de gemeentelijke besluitvorming te beïnvloeden. Want naast de representatieve democratie van raad en college is er ook nog zoiets al participatieve democratie, waarbij de gemeente inwoners actief betrekt bij haar beleid. Dit hoofdstuk gaat in op hoe open en actief er in uw gemeente met burgerparticipatie wordt omgegaan. Worden inwoners voldoende betrokken bij gemeentelijke plannen, activiteiten en voorzieningen? En lukt het om daar ook de juiste mensen bij te betrekken, de mensen die daar belang bij hebben? En - last but not least - hebben ze dan ook echt invloed op het resultaat?
Uitkomsten
De gemeente kan allerlei manieren inzetten om burgerparticipatie te verbeteren. Er zijn acht manieren voorgelegd (zie kader). Daarbij is gevraagd om maximaal 5 van de 8 manieren te kiezen en een onderlinge rangschikking aan te brengen van 1 tot 5, waarbij 1 het belangrijkst en 5 het minst belangrijk is.
19
Acht manieren om burgerparticipatie te verbeteren: Contact leggen met inwoners die zich niet uit zichzelf laten horen. Inwoners laten meedenken over uitdagingen zoals wonen, armoede, zorg, veiligheid en klimaat. Inwoners laten meebeslissen over wat er in hun buurt of wijk gebeurt. Inwoners de kans geven om meer zelf te doen voor hun buurt of wijk. Inwoners digitaal laten meepraten en beslissen. Inwoners laten meebeslissen over hoe de gemeente haar geld besteedt (bijvoorbeeld met wijkbudgetten). Inwonersraden (zoals een wijkraad, burgerpanel of jeugdraad) ruimte geven voor inbreng bij plannen en besluiten. Op andere manieren kunnen meebeslissen over plannen van de gemeente, bijvoorbeeld door inwoners er over te laten stemmen.
Top 3 voor raad, college, ambtenaar en inwoner: 1. Inwoners laten meebeslissen over wat er in hun buurt of wijk gebeurt. (0.38) 2. Inwoners de kans geven om meer zelf te doen voor hun buurt of wijk. (0.38) 3. Inwoners laten meedenken over uitdagingen zoals wonen, armoede, zorg, veiligheid en klimaat. (0.29) Daarbij hebben we de volgende adviezen: ad 1. Inwoners laten meebeslissen over wat er in hun buurt of wijk gebeurt. Het zogenoemde ‘recht op buurtplanning’ regelt het recht om als buurt (mee) te beslissen over gemeentebeleid en keuzes rond de eigen leefomgeving. Zorg dat de buurtbewoners vooral met elkaar in gesprek gaan; zij moeten samen beslissen. En accepteer dat er variatie ontstaat binnen de gemeente, want niet elke buurt wil en doet hetzelfde. Diverse tips en verschillende participatiemethoden staan op de Participatiewijzer , een handige tool die methodes en instrumenten biedt om bewoners actief bij beleid te betrekken. Veel gemeenten, zoals Culemborg en Weesp, maken gebruik van een buurtpanel dat meedenkt en meebeslist. Andere inspirerende voorbeelden zijn Buurt Bestuurt in Rotterdam, waarbij bewoners en politie samenwerken aan veiligheidsprojecten, en de Coöperatieve Wijkraad Oosterpark in Groningen, waar raadsleden en gelote inwoners samen wijkkeuzes maken.
Voor meer praktische tips over het versterken van vertrouwen en het creëren van beleid dat aansluit bij behoeften van inwoners, is de Toolkit Meedoen met inwoners een waardevolle bron. Deze toolkit biedt concrete handvatten en benadrukt het belang van direct contact in de wijk. ad 1. Inwoners de kans geven om meer zelf te doen voor hun buurt of wijk. Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat inwoners die dat willen, moeten kunnen meewerken. In de praktijk is dit niet altijd eenvoudig voor gemeenten. Voor hulp is er veel inspiratie te vinden in Methodisch werken aan actief burgerschap, een gids die gemeenten helpt om inwoners te ondersteunen bij het nemen van initiatief. De Asset Based Community Development (ABCD)-aanpak richt zich op het benutten van krachten en wensen in wijken om maatschappelijke betrokkenheid te vergroten. Daarnaast bieden netwerken zoals LSA Bewoners en Katalys, ondersteuning aan inwonersinitiatieven. Met het Right to Challenge kunnen inwoners gemeentelijke taken overnemen wanneer ze denken dat zij het beter of goedkoper kunnen doen. Zie daarvoor de aparte Inspiratiegidsen voor inwoners en gemeenten, met praktische voorbeelden en stappenplannen. Daarnaast zijn er talloze digitale opties om inwoners ideeën te laten aandragen, buren te betrekken en plannen te ontwikkelen.
Een overzicht hiervan vindt u in de Keuzewijzer e-tools, die helpt bij het kiezen van de juiste digitale participatietools.
20
ad 2. Inwoners laten meedenken over uitdagingen zoals wonen, armoede, zorg, veiligheid en klimaat. Inwoners die willen, moeten invloed kunnen uitoefenen op thema’s die hen aangaan. Voordat de gemeente start met het ontwikkelen van (nieuw) beleid rond een thema, is het verstandig eerst te bekijken wie er al mee bezig zijn en wie erbij betrokken willen worden. En welke rol de gemeente zo nodig kan toevoegen. Wat is het gewenste participatieniveau (van gemeente en inwoners)? Daarbij biedt de Leidraad burgerbetrokkenheid uit 2015 duidelijke richtlijnen en adviezen. Thema-samenwerkingen starten vaak met het samen ontwikkelen van een visie. Bekijk hiervoor de Bouwstenen Visievorming , waarin hulpmiddelen staan om een gedeelde toekomstvisie te ontwikkelen. Kies interactieve werkvormen die passen bij het thema. Maak bijvoorbeeld gebruik van het stappenplan In 10 stappen naar interactieve beleidsvorming, of raadpleeg het praktische Boekje met 100 Werkvormen De Participatiewijzer biedt een handig overzicht van methoden en instrumenten voor burgerparticipatie. Voor participatie in het kader van de Omgevingswet kunt u gebruik maken van de Denkwijzer voor Goede Participatie, die specifiek is ontworpen om de samenwerking tussen gemeenten en inwoners in complexe processen te verbeteren.
Tip: De respondenten konden suggesties doen voor extra manieren. Hun suggesties staan in de bijlage met open antwoorden.
Er zijn diverse onderwerpen waarop de gemeente en inwoners kunnen samenwerken. Er zijn acht onderwerpen voorgelegd (zie kader). Daarbij is gevraagd welke manieren men belangrijk vindt dat de gemeente en inwoners intensiever gaan samenwerken. Hierbij kon men maximaal 5 van de 8 manieren kiezen en een onderlinge rangschikking aan te brengen van 1 tot 5, waarbij 1 het belangrijkst en 5 het minst belangrijk is.
Acht onderwerpen waarop gemeente en inwoners kunnen samenwerken: De inrichting en onderhoud van jouw buurt en/of wijk. Sociale overlast (waaronder veiligheid, verkeer). Gezondheid, (jeugd)zorg en armoede. Onderwijs. Wonen (voldoende, geschikte en betaalbare woningen). Duurzaamheid en energie. Bedrijven en werkgelegenheid. Regionale uitdagingen (zoals bereikbaarheid, aanleg van winkelcentra, windmolenparken).
Top 3 voor raad, college, ambtenaar en inwoner: 1. De inrichting en onderhoud van jouw buurt en/of wijk. (0.46) 2. Wonen (voldoende, geschikte en betaalbare woningen). (0.42) 3. Sociale overlast (waaronder veiligheid, verkeer). (0.31)
Tip: De respondenten is ook gevraagd om een praktijkvoorbeeld te geven van een goede democratische samenwerking tussen gemeente en inwoners. Kijk in de antwoorden op die vraag (in de bijlage bij dit rapport) ook welke onderwerpen daar aan bod komen!
21
5. Overheidsparticipatie: omgaan met maatschappelijke initiatieven Inwoners die zich inzetten voor hun omgeving Inleiding Inwoners pakken soms zelf zaken aan in hun omgeving. Inwoners die samen zelf dingen (willen) doen in hun buurt of voor de gemeenschap. Dit noemen we maatschappelijke initiatieven. Bijvoorbeeld inwoners die samen zelf dingen doen voor hun buurt of gemeenschap. Zoals inwoners die zelf groenbeheer gaan verzorgen, zelf buurtpreventie organiseren, of samen met lokale ondernemers een energiecoöperatie oprichten. Daar is de gemeente lang niet altijd bij nodig. Vaak gaat het pas goed lopen als de gemeente genoeg ruimte laat voor inwoners om hun ideeën en initiatieven te realiseren. Voor gemeenten is het vaak zoeken hoe ze daar goed mee om kunnen gaan: wat is een passende overheidsparticipatie en hoe gaat dat in uw gemeente?
Uitkomsten
De gemeente kan allerlei manieren inzetten om beter om te gaan met maatschappelijke initiatieven. Er zijn acht manieren voorgelegd (zie kader). Daarbij is gevraagd om maximaal 5 van de 8 manieren te kiezen en een onderlinge rangschikking aan te brengen van 1 tot 5, waarbij 1 het belangrijkst en 5 het minst belangrijk is.
22
Acht manieren waarop de gemeente inwoners die hun omgeving willen verbeteren kan ondersteunen: Een duidelijk aanspreekpunt hebben voor ideeën en plannen. Plannen van inwoners mogelijk maken door eraan mee te betalen. Helpen bij het vinden van mensen of organisaties die kunnen meebetalen aan plannen (zoals subsidies, sponsors). Regels en voorwaarden voor ideeën en plannen die voor iedereen gelden. Flexibeler opstellen, als dat nodig is. Bijeenkomsten waar inwoners en organisaties ideeën en kennis kunnen uitwisselen. Praktische ondersteuning (zoals een zaaltje of uitnodigingen). Aandacht en waardering voor de inzet en moeite van inwoners.
Top 3 voor raad, college, ambtenaar en inwoner: 1. Een duidelijk aanspreekpunt hebben voor ideeën en plannen. (0.57) 2. Regels en voorwaarden voor ideeën en plannen die voor iedereen gelden. (0.31) 3. Flexibeler opstellen, als dat nodig is. (0.29) Daarbij hebben we de volgende adviezen: ad 1. Een duidelijk aanspreekpunt hebben voor ideeën en plannen. Uiteraard zet u op de gemeentewebsite duidelijk waar initiatiefnemers terecht kunnen. Zo heeft de gemeente Oegstgeest een online initiatievenwijzer, waar inwoners terecht kunnen voor ondersteuning en informatie over het starten van lokale initiatieven. De gemeente Utrecht biedt via het initiatievenfonds een platform waarmee inwoners ondersteuning kunnen aanvragen voor hun plannen. Zo kunnen zij bijdragen aan een betere leefomgeving of maatschappelijke betrokkenheid in de stad. Zorg dat ook de receptionisten van de gemeente deze opties kennen, zodat zij initiatiefnemers goed kunnen doorverwijzen. In aanvulling daarop hebben diverse gemeenten, waaronder Amstelveen en Zwolle, een initiatievenmakelaar die bemiddelt tussen initiatiefnemers en ondersteunende organisaties (zoals de gemeente, een fonds, bedrijven of netwerken). Want een loket alleen is niet afdoende: het gaat erom dat er ook een stevige ambtenaar is met verstand van zaken en doorzettingsmacht die initiatiefnemers echt verder kan helpen. ad 2.
Regels en voorwaarden voor ideeën en plannen die voor iedereen gelden. De gemeente moet voor iedereen een betrouwbare partner zijn, zeker voor initiatiefnemers. Maar omdat elk initiatief anders is, valt niet alles vooraf 100% te regelen. Zorg daarom voor een duidelijk aanspreekpunt en laat ambtenaren met veel contacten met initiatiefnemers - samen met inwoners - een helder en flexibel proces ontwerpen voor de omgang met initiatieven. Bespreek tijdig in raad, college en organisatie hoe wordt omgegaan met initiatieven en wat ieders rol daarbij is. Voor praktische ondersteuning biedt de Wegwijzer: Uw initiatief past niet in ons kader concrete handvatten om met initiatieven om te gaan die buiten de bestaande regels vallen. Het bijbehorende Magazine Versterking van Verantwoordingstechnieken biedt een verdieping met praktijkvoorbeelden en reflecties. Daarnaast geeft de Inspiratiegids Right to Challenge voor Gemeenten tips en voorbeelden van hoe gemeenten inwoners kunnen ondersteunen bij het overnemen van gemeentelijke taken. Voor een bredere kijk op het faciliteren van burgerinitiatieven kunt u de publicatie Regel die Burgerinitiatieven raadplegen, die ingaat op manieren om initiatieven succesvol te laten aansluiten bij gemeentelijk beleid.
23
ad 3. Flexibeler opstellen, als dat nodig is. Bewaak het algemeen belang, maar accepteer dat er variatie ontstaat tussen buurten. Wees - zeker als raad terughoudend met ingrijpen, ook als dingen anders gaan dan u gewend bent of zou willen. Loop de gemeentelijke regels en beleid goed door en schrap onnodige bepalingen en beperkingen. Geef als raad, college en management ruimte en politieke rugdekking aan ambtenaren als het even niet kan gaan zoals het precies moet (als regels of beleid een beetje knellen). Zie De regels en de rek, een platform dat gemeenten ondersteunt bij het creëren van meer flexibiliteit in regels en beleid. Geef als raad, college en management daarnaast ruimte en politieke rugdekking aan ambtenaren als het even niet kan gaan zoals het precies moet (bijvoorbeeld als regels of beleid knellen). De Wegwijzer: Uw initiatief past niet in ons kader biedt praktische handvatten om om te gaan met initiatieven die niet binnen bestaande kaders passen. Leg ten slotte niet het hele gemeentebudget vast in projecten en opdrachten, maar houd ruimte open voor nieuwe maatschappelijke initiatieven, zodat gemeenten flexibel kunnen inspelen op maatschappelijke behoeften. Zie voor inspiratie van een dienstbare overheid De dienstbare overheid en het ondersteunen van burgerinitiatieven.
Tip: De respondenten konden suggesties doen voor extra manieren. Hun suggesties staan in de bijlage met open antwoorden.
24
6. Maatwerkvragen Inleiding Indien uw gemeente aan de Quick Scan Lokale Democratie een of meer stellingen heeft toegevoegd die specifiek ingaan op de lokale situatie, dan ziet u hieronder de uitkomsten daarvan. Als uw gemeente ook eigen open vragen heeft toegevoegd (vragen waarbij respondenten hun eigen antwoord met toelichting konden formuleren) dan zijn de antwoorden daarop integraal opgenomen in het aparte bijlagenboek met open antwoorden.
Uitkomsten
25
Slot Zo, u heeft nu veel informatie, inzichten en waarschijnlijk ook vervolgvragen. Dat is een goed startpunt voor een onderling gesprek in uw gemeente. Welke zaken verbazen u? Wat begrijpt u nog niet? Waarmee wilt u direct aan de slag? En wat wilt u graag nader bespreken of uitzoeken? Daarmee kunt u effectief toewerken naar een verbeteragenda met concrete acties. U bepaalt zelf samen wat in uw gemeente een passend lokaal samenspel is en wat daarvoor (nog) nodig is. Er zijn geen streefcijfers of scherpe normen voor democratie. Inwoners, raadsleden, collegeleden en ambtenaren gaven hun mening op basis van hun eigen inzichten en ervaringen. Dat is in dit rapport vertaald in cijfers en figuren. Ga op basis van de uitkomsten in gesprek over het verhaal daarachter. En kies vervolgens samen waarop actie moet worden ondernomen. Een laatste tip: kijk niet alleen naar wat nog niet goed gaat. Let ook op wat al goed gaat en waarop kan worden voortgebouwd. Sowieso is het al heel goed dat u bereid bent zo goed naar uzelf en elkaar te kijken. Dat is al een prima basis om het lokale samenspel beter en democratischer te maken! Wij wensen u veel wijsheid, energie en enthousiasme toe!
Bijlagen Rapport Open antwoorden Quick Scan Lokale Democratie Tabellenbijlage Quick Scan Lokale Democratie
26