CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbestemmingsplan

Raad 14 december 2023, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Havenstraat 10 Hoofdplaat11.885 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

van

stikstofgevoelige

habitattypen

in

een

Natura

2000-gebied.

Voor

nieuwe

bestemmingsplannen geldt de verplichting voor de gemeenteraad om te beoordelen of als gevolg van de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen relevante stikstofdeposities kunnen optreden ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Naar aanleiding hiervan is een stikstofdepositiebereking uitgevoerd, deze is bijgevoegd als bijlage 1. Uit de berekening blijkt dat er in dit geval geen toename is van stikstofdepositie op omliggende Natura2000 gebieden. Gezien de aard van de functieverandering en de afstand tot het terrein zijn er voor de beschermde gebieden geen significante negatieve effecten te verwachten als gevolg van het plan. Op ongeveer 52 meter van het plangebied is bestaande natuur aanwezig (binnendijk nieuw), beheertype Kruiden- en faunarijk grasland. De ontwikkeling is kleinschalig en heeft geen nadelige gevolgen voor dit gebied of andere bestaande natuurgebieden. Voor de sloop van de aanwezige bebouwing is door Adviesbureau Wieland een Quickscan natuurwetgeving uitgevoerd. De resultaten van de quickscan zijn bijgevoegd als bijlage 2. Geconcludeerd wordt als volgt: In de te slopen schuur zijn potentiële dagverblijven voor vleermuizen. Er zijn diverse openingen in het dak en kieren tussen dakpannen. Er dient onderzocht te worden of vleermuizen aanwezig zijn en wat de eventuele functie van de bebouwing is.

Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden conform het Vleermuisprotocol 2021. De schuur is potentieel geschikt als broedlocatie voor de huismus en de gierzwaluw. Of deze hier daadwerkelijk broeden dient nader onderzocht te worden conform de soortenstandaard huismus en de soortenstandaard gierzwaluw. Naar aanleiding van de quickscan is direct vervolgonderzoek opgestart. De resultaten hiervan zijn nog niet bekend, maar zullen voor vaststelling van het bestemmingsplan worden toegevoegd.

Toelichting Havenstraat 10, Hoofdplaat

9

Figuur 3: Uitsnede Natuurnetwerk Zeeland 2021

Cultuurhistorie Op 1 januari 2012 is door middel van aanpassing van het Besluit ruimtelijke ordening bepaald dat cultuurhistorische belangen moeten worden meegewogen bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen. Het waarborgen van cultuurhistorische belangen en het meewegen van deze belangen is belangrijk. Hiervoor is een omschrijving van het plangebied noodzakelijk. Het plangebied is gelegen in het dorp Hoofdplaat, waarbij de omgeving wordt gekenmerkt door woongebied. De percelen in het plangebied zijn bestemd als Wonen, Tuin en Overig - Schuur. Het omzetten van de bestemming Tuin en Overig – Schuur naar Wonen past in het bestaande straatbeeld, dat wordt gevormd door een blok van woningen, veelal twee-onder-een-kap en vrijstaande woningen. Binnen of aangrenzend aan het plangebied zijn geen Rijksmonumenten of cultuurhistorische monumenten aanwezig. Op circa 170 meter ten zuiden is een kerkgebouw gelegen. De bestemmingswijziging heeft geen nadelige gevolgen voor omliggende cultuurhistorisch waardevolle objecten.

Toelichting Havenstraat 10, Hoofdplaat

10

Figuur 4: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Zeeland 2021

Archeologie In 1992 is het Verdrag van Valletta (Malta) door de landen van de EU, waaronder Nederland, ondertekend. Dit verdrag verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat ernaar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het verdrag van Valletta is doorvertaald in de Nederlandse wetgeving, thans de Erfgoedwet. Archeologiebeleid De gemeente Sluis heeft haar archeologiebeleid vastgelegd, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 28 september 2017. Dit archeologiebeleid is vervolgens verwerkt in het bestemmingsplan Parapluplan archeologie. Het plangebied en de kern Hoofdplaat is niet aangeduid als een gebied als archeologisch waardevol. Nader archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

Toelichting Havenstraat 10, Hoofdplaat

11

Figuur 5: Uitsnede bestemmingsplan Parapluplan archeologie

In het geval tijdens graafwerkzaamheden archeologische sporen of vondsten in de bodem worden aangetroffen zal, conform de wettelijke meldingsplicht paragraaf 5.10 van de Erfgoedwet (2016), melding dienen te worden gemaakt bij de bevoegde overheid (gemeente Sluis).

Mobiliteit en parkeren De ontsluiting van het plangebied verloopt enerzijds via de Havenstraat en anderzijds via de Monseigneur Luijpenstraat. Beide straten komen in zuidelijke richting uit op de Dorpsstraat die uitkomt op het centrale kruispunt van Hoofdplaat. De Havenstraat is de verbindingsweg tussen het centrale kruispunt en de dijk langs de Westerschelde. De Monseigneur Luijpenstraat is een straat met voornamelijk bestemmingsverkeer van de bewoners en hun bezoekers. Vanuit de kern Hoofdplaat zijn allerlei verbindingen mogelijk, naar, Breskens en Biervliet. Zowel de Havenstraat als de Monseigneur Luijpenstraat beschikken niet over een fysieke scheiding tussen fiets- en autoverkeer. Het plan leidt tot een zeer beperkte toename van verkeer. De hoeveelheid verkeersbewegingen als gevolg van de realisatie van de twee-onder-een-kap woningen aan de zijde van de Monseigneur Luijpenstraat is inpasbaar in het lokale verkeersbeeld. Aan de Havenstraat is er geen sprake van een wijziging van de hoeveelheid verkeersbewegingen. Op de locatie zelf zijn voldoende parkeervoorzieningen aanwezig. Per woning zijn er theoretisch twee parkeerplaatsen per woning. Zowel in de garage als op de oprit. Het Paraplubestemmingsplan Parkeren duidt voor een garage met enkele oprit een berekeningsaantal van 1 parkeerplaats per woning. Een koophuis, twee-onder-een-kap heeft een norm van 2,2 per woning.

Het betekent dat er aan parkeerbehoefte 4,4 parkeeplaatsen noodzakelijk zijn en dat er reeds 2,6 op eigen terrein worden gerealiseerd. In totaal zijn er 2 parkeerplaatsen extra noodzakelijk. Op het perceel dat als erf zal worden aangeduid bij de woning aan de Havenstraat 10, Hoofdplaat zullen 2 extra parkeerplaatsen voorzien worden, waardoor wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. Er is er zodoende geen overlast te verwachten voor parkeren op de openbare weg.

Toelichting Havenstraat 10, Hoofdplaat

12

Technische infrastructuur De omgeving is aangesloten op de riolering en op alle gangbare nutsvoorzieningen (water en elektra). Ten behoeve van het plan hoeven hiervoor geen structurele aanpassingen plaats te vinden.

Bodem Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde nieuwe functie. De oppervlakte van het plangebied en de conclusie van het vooronderzoek (historisch onderzoek) zijn bepalend voor het uitvoeren van eventueel veld- en laboratoriumonderzoek. Bodemgebruiksfuncties nemen af naarmate bodemverontreinigingen en gerelateerde risico's toenemen. Sanerende maatregelen kunnen daardoor nodig zijn. In het onderliggende geval betreft dit de bouw van een twee-onder-een-kap woning. In deze woningen zijn dan ook permanent personen aanwezig. Op de bodemkwaliteitskaart Zeeland is de locatie aangeduid als wonen, zie figuur 6. Het historisch onderzoek wijst uit dat de opstallen binnen het plandgebied gebruikt werden als paardenstallen en het stallen van een (prive) auto. De locatie ligt op basis van de bodemkwaliteitskaart in de zone met klasse “wonen”. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen activiteiten plaatsgevonden die van invloed zouden kunnen zijn op de bodemkwaliteit en mag er uitgegaan worden van de zonering van de bodemkwaliteitskaart.

Op basis van het bovenstaande is ten aanzien van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen geen bodemonderzoek noodzakelijk. Wanneer er grond vrijkomt tijdens de werkzaamheden en deze moet elders toegepast worden dan wordt dit uitgevoerd conform het Besluit bodemkwaliteit.

Toelichting Havenstraat 10, Hoofdplaat

13

Figuur 6: Uitsnede bodemkwaliteitskaart Zeeland

Geluid De mate waarin geluid, bijvoorbeeld veroorzaakt door het wegverkeer, het woonmilieu mag belasten is geregeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder (Wgh en Bgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige bestemmingen, worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving ten gevolge van wegverkeer, spoorweg en industrie. De wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige bestemmingen: 1.

Woningen

2.

Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal)

3.

Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc.

Het beschermen van bijvoorbeeld het woonmilieu gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Verder gaat deze wet onder meer ook in op de geluidwerende voorzieningen en geluidbelastingkaarten en actieplannen. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt de bestemming Tuin en Overige – Schuren gewijzigd naar Wonen, waarbij een twee-onder-een-kap woning wordt gerealiseerd aan de zijde van de Monseigneur Luijpenstraat. Binnen het afwegingskader met betrekking tot geluid is de Monseigneur Luijpenstraat bepalend. De Monseigneur Luijpenstraat is een 30-kilometerweg. Op grond van de Wet geluidhinder geldt weliswaar geen onderzoeksverplichting. Echter op basis van vaste jurisprudentie dient toch

Toelichting Havenstraat 10, Hoofdplaat

14

inzichtelijk te worden gemaakt of sprake is van een akoestisch aanvaardbaar klimaat. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen in het algemeen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wet geluidhinder hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de uiterste grenswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB geldt als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde van 63 dB volgens de Wet geluidhinder als maximaal aanvaardbare waarde. De Monseigneur Luijpenstraat

is

ingericht

als

straat

met

voornamelijk

bestemmingsverkeer,

wat

de

verkeersintensiteit ten goede komt. De twee-onder-een-kap woning zal voldoen aan de gestelde eisen omtrent bouwbesluit. Er is dan ook sprake van een akoestisch aanvaardbare situatie.

Luchtkwaliteit Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. De grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Voor woningbouw geldt bijvoorbeeld dat bij één ontsluitingsweg een aantal van 500 nieuwe woningen niet in betekenende mate van invloed zijn op de luchtkwaliteit. Er dient met name gekeken te worden naar de emissie van fijnstof (PM10). Op grond van de Wet luchtkwaliteit gelden grenswaarden waaraan voldaan moet worden. De grenswaarden waaraan getoetst wordt zijn: 

jaargemiddelde concentratie: 40 µg/m3;

daggemiddelde concentratie: 50 µg/m3;

aantal toegestane overschrijdingen daggemiddelde: 35 keer.

Gesteld kan worden dat voorgestane ontwikkeling niet leidt tot een verkeerstoename van meer dan 1.200 motorvoertuigen per etmaal. Deze ontwikkeling valt hierdoor onder het 3% criterium waardoor het aangemerkt kan worden als zijnde NIBM. Onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico’s voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, aardgas of LPG. De externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water, spoor en door buisleidingen. Het uitgangspunt van het beleid is dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving mogen rekenen op een minimum beschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers (groepsrisico) worden afgewogen en verantwoord bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen’ (Bevi) van belang. Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit en Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen

Toelichting Havenstraat 10, Hoofdplaat

15

milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Daarnaast is het toetsingskader voor de omgeving van transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgelegd in het Besluit Externe Veiligheid Transportroutes. Toetsing plangebied aan de Risicokaart Geconcludeerd kan worden dat de locatie niet binnen de plaatsgebonden risicocontour en/of het invloedsgebied van het groepsrisico van een risicovolle activiteit is gelegen. Een verdere uitwerking van de veiligheidsparagraaf is dan ook niet noodzakelijk.

3.10

Vormvrije mer

Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. Indien een bestemmingsplan een ontwikkeling mogelijk maakt die in de D-lijst van het Besluit m.e.r. is opgenomen, maar onder de daarin genoemde drempelwaarde blijft, is een vormvrije m.e.r. beoordeling benodigd. Voor bestemmingsplannen die ontwikkelingen mogelijk maken die onder de drempelwaarde van de activiteiten in de D-lijst vallen en waarvan het bestemmingsplan als besluit in kolom 4 is genoemd (zoals bij D11.2 stedelijk ontwikkelingsproject), dient getoetst te worden aan de criteria uit bijlage 111 bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. De hoofdcriteria bestaan uit: 

de kenmerken van het project;

de plaats van het project;

de kenmerken van de potentiële effecten.

Daarbij dient onderzocht te worden of er sprake is van cumulatie met (milieu-effecten van) andere ontwikkelingen in de omgeving, het risico op zware ongevallen en/of rampen en er dient nu ook ingegaan te worden op maatregelen die genomen worden om de effecten doeltreffend te verminderen. Waar mogelijk dienen deze maatregelen in het bestemmingsplan geborgd te worden. Het initiatief omvat de realisatie van een twee-onder-een-kap woning. Op 21 juni 2018 heeft de gemeenteraad van Sluis besloten dat een ontwikkeling kleiner dan 12 woningen niet valt onder de term ‘stedelijke ontwikkeling’ zoals genoemd in onderdeel D van het Besluit milieueffectrapportage, zodat voor de ontwikkeling van de Havenstraat/Monseigneur Luijpenstraat, Hoofdplaat geen besluit in het kader van de aanmeldnotitie m.e.r. genomen hoeft te worden.

Omliggende functies Bij realisering van nieuwe hindergevoelige functies, dient rekening te worden gehouden met eventuele hinder veroorzakende (bedrijfs-)activiteiten in de omgeving. Uitgangspunt daarbij is dat er ter plaatse van hindergevoelige functies sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Afstemming van bestaande en nieuwe functies is mogelijk door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de VNG (versie, 2009). Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met milieuaspecten als geur-, stof en geluidhinder. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. Uit

Toelichting Havenstraat 10, Hoofdplaat

16

jurisprudentie en de genoemde VNG-publicatie, blijkt dat in het geval van een gemengd gebied verkleinde richtafstanden gelden. Rondom het plangebied zijn zowel aan de overzijde als aangrenzend burgerwoningen gelegen. In de directe omgeving is van bedrijvigheid geen sprake. Aan de richtafstanden wordt voldaan.

3.12

Watertabel

Sinds 1 november 2003 is de zogenaamde Watertoets verplicht. Dat wil zeggen dat in elk ruimtelijk plan gemotiveerd moet worden aangegeven hoe met het water in het gebied wordt omgegaan en wat de ruimtelijke veranderingen voor het water betekenen. Aangaande de aspecten omtrent water zal een watertoets worden opgesteld en worden toegezonden aan Waterschap Scheldestromen.

Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en

Het plan heeft geen relatie met de primaire of

rekening houden met de daarvoor benodigde

secundaire waterkeringen.

ruimte. huidige

na

situatie

realis atie

dakopper vlak

Voorkomen overlast door oppervlaktewater

dichte

Het plan biedt voldoende ruimte voor het

bodemve

vasthouden, bergen en afvoeren van water.

rharding

Waarborgen van voldoende bouwpeil om

doorlate

overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

nde bodemve

310

163

1

0

75

2

0

0

3

0

0

4

rharding waterop pervlak

Na sloop en realisatie twee-onder-een-kap neemt het bebouwd/verhard oppervlak af. De realisatie van extra waterberging is niet aan de orde. De bestaande schuur loost zijn hemelwater momenteel op het riool.

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische

De nieuwe twee-onder-een-kap woning zal voor het vuilwater aangesloten worden op de riolering. Hemelwater zal gescheiden worden aangeboden indien het gescheiden systeem hier aanwezig is.

belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Toelichting Havenstraat 10, Hoofdplaat

17

Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

De locatie is niet gelegen in een bufferzone rondom een natuurgebied. Er wordt geen grondwater onttrokken en er is geen sprake van grondwateroverlast. Het plangebied wordt gekenmerkt door geringe infiltratiemogelijkheden.

Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

Bij de bouw worden geen uitlogende materialen gebruikt.

Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden,

Bij de bouw worden geen uitlogende materialen gebruikt.

zuiveren.

Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten

Een extra voorziening voor waterberging is niet

en plagen. Voorkomen van

noodzakelijk. Verdrinkingsgevaar/risico’s zijn dan

verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de

ook niet aan de orde.

daarvoor benodigde ruimte.

Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra)

Het plangebied is aangeduid als weinig

maaiveldsdalingen in zettinggevoelige

zettingsgevoelig gebied.

gebieden kunnen veroorzaken.

Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke

In de directe omgeving is geen bestemming met de

gevarieerde en natuurlijk karakteristieke

functie natte natuur.

aquatische natuur.

Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden

Er zijn geen sloten gelegen aan of rondom het

worden. Rekening houden met obstakelvrije

plangebied.

onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering)

De locatie is niet gelegen in de directe omgeving van objecten van de waterbeheerder.

van de waterbeheerder niet belemmeren. Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing) 1. in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen?

1. Ja

Toelichting Havenstraat 10, Hoofdplaat

18

2 na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? 3 na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? 4 na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? 5 na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

4.

Juridisch

4.1

Algemeen

2.Ja, de nieuwe twee-onder-een-kap woning resulteert in een beperkte toename van structureel extra verkeer. 3.De bereikbaarheid blijft ongewijzigd.

4. Ja 5.Nee er wordt niet binnen 20 meter een bouwwerk gerealiseerd van een waterschapsweg.

Het bestemmingsplan kan, afhankelijk van het gevoerde beleid van de gemeente een meer of minder globaal karakter dragen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een planologisch-juridische regeling gegeven voor te ontwikkelen gronden binnen het plangebied. Voor de gronden van de planlocatie is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan Kleine Kernen Sluis. De regels sluiten verder aan bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012.

4.2

Verbeelding

De bestemming Wonen met bouwaanduiding twee-aaneen, bouwvlak, goothoogte 6 meter en aanduiding erf wordt op de verbeelding opgenomen.

4.3

Regels

De regels beschrijven de bestaande regeling voor woondoeleinden. De regels bevatten regels met betrekking tot het bouwen en gebruiken van grond en gebouwen. Met deze standaardregels wordt aangesloten op het vigerende bestemmingsplan 1e herziening Kleine Kernen Sluis van de gemeente Sluis. 5.

Economische uitvoerbaarheid

Het plan zal geheel in particuliere handen uitgevoerd worden. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Grondexploitatie Het exploitatieplan biedt de grondslag voor het publieksrechtelijk kostenverhaal. In artikel 6.12, eerste en tweede lid, Wro is bepaald in welke situatie een exploitatieplan gemaakt moet worden. In artikel 6.2.1. Bro worden de bouwplannen aangewezen waarvoor de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen. Een exploitatieplan wordt gelijktijdig vastgesteld met het ruimtelijk plan of besluit waarop het betrekking heeft. Dat kan een bestemmingsplan, een wijzigingsplan, een projectbesluit en een buiten toepassingsverklaring van een beheersverordening zijn. Voor onderhavige situatie is een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten waardoor het kostenverhaal

Toelichting Havenstraat 10, Hoofdplaat

19

anderszins verzekerd is. Hierdoor hoeft voor het planvoornemen geen exploitatieplan opgesteld te worden. Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande niet leiden tot overwegende planologische bezwaren. De bestemmingswijziging betekent, na afweging van de verschillende belangen, een aanvaardbare invulling van het plangebied. Conclusie Er is sprake van een uitvoerbaar plan omwille van de volgende redenen: -

de kosten voor uitvoering van het plan komen voor rekening van de initiatiefnemer;

-

er is geen sprake van financiële, planologische of maatschappelijke belemmeringen;

6. Maatschappelijke haalbaarheid

Procedure In het kader van het vooroverleg wordt het ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan de provincie Zeeland en waterschap Scheldestromen. De opmerkingen uit het vooroverleg worden verwerkt in het

definitieve

ontwerpbestemmingsplan

Het

ontwerpbestemmingsplan,

overeenkomstig

de

wettelijke procedure in de Wet ruimtelijke ordening, zal vervolgens gedurende zes weken ter visie worden gelegd.

Conclusie Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande niet leiden tot overwegende planologische bezwaren. De bestemmingswijziging betekent, na afweging van de verschillende belangen, een aanvaardbare invulling van het plangebied.

Toelichting Havenstraat 10, Hoofdplaat

20

Plangebied Havenstraat 10, Hoofdplaat

Enkelbestemmingen W

Wonen

Functieaanduidingen (e) (sw-1)

erf specifieke vorm van wonen - 1

Bouwvlakken bouwvlak

Bouwaanduidingen [tae]

6

twee-aaneen

Maatvoeringen 6

[tae]

(sw-1)

W (e)

maximum goothoogte (m)

Bestemmingsplan:

Schaal:

Havenstraat 10, Hoofdplaat

1:500

Datum:

20-10-2022

Formaat:

Versie:

A4

2.0

Gemeente:

Sluis IMRO code:

Planstatus:

NL.IMRO.1714.bpHavenstrt10-ON01

Ontwerp

ADROMI GROEP

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=7f0b03ad-5141-459a-b543-90d453adf180