CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsvisie Sluis op de grens van morgen

Commissie Ruimte/AB 9 juni 2026, gemeente SluisBij agendapunt: Notitie: voorstel tot het vrijgeven voor inspraak van het concept omgevingsvisie, met toelichting11.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

48

De kaart maakt duidelijk wat onze ambities zijn voor het behoud en de (door)ontwikkeling van de gemeente Sluis. Het is ook belangrijk om te onderstrepen dat de visie geen statisch document is, maar een doorvertaling van het huidige beleid, gebaseerd op de kennis en inzichten van nu. De grote ontwikkelingen hebben een plaats gekregen, maar dit betekent niet dat kleinschalige ontwikkelingen geen plek meer hebben of nieuwe ontwikkelingen geen plaats kunnen krijgen. De omgevingsvisie is een dynamisch document en kan in de toekomst wordt aangepast, inspelend op nieuwe ontwikkelingen.

49

Toelichting kaart In het voorgaande hoofdstuk is per onderwerp een deelkaart opgesteld. Bij het samenvoegen van de deelkaarten tot één omgevingsvisiekaart werken de deelkaarten elkaar niet tegen maar versterken ze elkaar. Het geeft een samenhangend beeld weer van de toekomstige ontwikkelingen in Sluis. Het landschap vormt één van de dragers van onze identiteit. De Staats-Spaanse linies komen duidelijk naar voren als een landschappelijk element dat de regio verbindt. Fiets- en wandelroutes worden hierop afgestemd, zodat inwoner en bezoeker het landschap en erfgoed kunnen ervaren. Ook hebben de onthaalzones, de poorten van de Zwinstreek, een logische plek in het grotere geheel. Daarnaast wordt ingezet op het behoud en de versterking van zoetwaterbronnen, zowel voor mens als natuur. Verder is de zoeklocatie voor het nieuwe bedrijventerrein langs de internationale verbinding tussen Schoondijke en IJzendijke voorzien. Dit is een kansrijke locatie vanwege de gunstige ligging aan de N61, tevens de verbinding tussen ZeeuwsVlaanderen en België en Frankrijk. We gaan daarbij it van een klimaatbestendig bedrijventerreinen. Dat betekent dat we rekening houden met wateropvang, efficiënte omgang van energie en grondstoffen en ruimte houden voor een duurzame inrichting.

50

Ook zetten we in op het realiseren van energiehubs op bedrijventerreinen, zodat bedrijven lokaal energie kunnen uitwisselen en slimmer om kunnen gaan met de bestaande energievoorziening. Grootschalige, zelfstandige energieprojecten worden niet meer toegestaan. Alleen energie opwek die passend is bij een specifieke gebiedsontwikkeling is mogelijk. Denk aan kleine windmolens, een kleinschalig zonnepark of batterijopslag zodat nieuwe ontwikkelingen in hun eigen energiebehoefte kunnen voorzien. Zo dragen we bij aan het beperken van de netcongestie en kunnen we toch werken aan onze groeiambitie. De vijf dragende kernen -Oostburg, Breskens, IJzendijke, Sluis en Aardenburg- hebben centrale posities langs de grote verbindingsroutes. Omdat we de fiets- en wandelroutes willen verbeteren en actieve mobiliteit stimuleren, kunnen de dragende kernen nog beter hun functie vervullen. Binnen de kernen sluiten de voorziene woninguitbreidingen goed aan op het bestaande stedelijk gebied, zodat we genoeg ruimte hebben voor de toekomstige inwoners. Tegelijkertijd werken we verder aan het klimaatbestendig maken van onze kernen.

Op de ingezoomde kaart van Oostburg is goed te zien hoe veel kernpunten goed samenvallen zonder conflicten in ruimtegebruik. We breiden de woningen aan de bestaande kern uit, houden rekening met het landschap, de natuur en ons erfgoed. Tot slot realiseren geen grootschalige uitbreiding aan het bestaande industriegebied. 51

Hoofdstuk 6 Van initiatief naar ontwikkeling Integrale waarde-afweging voor plannen en projecten (Het nonagon van Sluis)

52

53

Aansluitend aan de visie maken we gebruik van een integrale waarde-afweging. Dit bestaat uit 9 verschillende ambities, die voortkomen vanuit het huidige beleid. Deze zijn onderverdeeld in overkoepelende ambities die geordend zijn volgens het People- Planet- Profit-principe. Deze ambities geven we weer in het nonagon, waarin iedere ambitie een eigen plek heeft, maar ook onderdeel is van een samenhangend geheel. Het nonagon heeft als doel om bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen richting te geven aan de ambities die we hebben. We beoordelen nieuwe ontwikkelingen aan dit nonagon. Op die manier zorgen we dat ontwikkelingen integraal beoordeeld worden en niet langer op individuele aspecten. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen, worden de ambities uit het nonagon meegenomen in de planvorming. Voorafgaand aan de realisatie wordt er getoetst in hoeverre een initiatief bijdraagt aan de ambities die we hebben. Hiermee borgen we dat onze groei is afgestemd op het vormgeven van onze belangrijkste opgaven. Het nonagon nodigt ook uit tot bewustwording, maatwerk en afwegingen. Elke ontwikkeling vraagt om een ander ruimtegebruik. Zo kan het zijn dat nieuwe ontwikkelingen niet in gelijke mate bijdragen aan het behalen van onze ambities. Wanneer er bij een nieuwe ontwikkeling onvoldoende rekening gehouden wordt met een specifieke ambitie, verwachten we dat dit onderbouwd wordt. 54

Overkoepelende morgen

Ambitie:

De

gezonde

samenleving

van

Onze ambitie voor de gemeente Sluis, “De gezonde samenleving van morgen”, richt zich op een toekomst waarin gezondheid, leefbaarheid en welzijn centraal staan. We zetten in op vitale inwoners en leefbare kernen. Gezondheid komt niet ‘erbij’, maar is een vaste randvoorwaarde. De sociale basis vormt hierbij het fundament en gaat dwars door verschillende beleidsterreinen en thema's heen. We vinden het belangrijk om deze te faciliteren. De fysieke en sociale leefomgeving staan niet los van elkaar: een gezonde en toegankelijk ingerichte fysieke leefomgeving kan bijdragen aan een gezonde sociale leefomgeving en andersom. Er dienen daarom voldoende, toegankelijke en bereikbare voorzieningen te zijn en de leefomgeving dient positieve gezondheid te stimuleren. Hierbij maken we wel de kanttekening dat we niet alle soorten voorzieningen in elke kern kunnen (laten) organiseren. Daarvoor is de schaalgrootte van de gemeente Sluis te klein. Dit vraagt om flexibiliteit, het maken van keuzes en het concentreren van voorzieningen.

55

De schaalsprong naar 30.000 inwoners is alleen bereikbaar als we ook zorg dragen voor een optimaal vestigingsklimaat, zowel op het gebied van wonen als op de overige terreinen van bereikbaarheid, bedrijvigheid en een adequaat voorzieningsniveau. De sociale basis, kwalitatieve woningvoorraad, nieuwe inwoners en een goed voorzieningsniveau gaan allemaal hand in hand.

Overkoepelende Ambitie: Een verweven landschap

Overkoepelende Ambitie: Sluis opent deuren

Onze tweede ambitie is “Een grenzeloos landschap” realiseren. Deze ambitie richt zich op het versterken van de kwaliteit van het landschap. Hierin komen natuur en cultuur samen en vullen ze elkaar aan. Het landschap is namelijk een belangrijk onderdeel voor een duurzame en aantrekkelijke leefomgeving. Hoe we dit doen, verschilt per type gebied. Voor klimaatadaptatie in het buitengebied wordt er bijvoorbeeld ingezet op het versterken van natuurlijke watersystemen en het vasthouden van water in het landschap. Zo zorgen we dat de kwaliteit van ons landschap verbeterd wordt zodat al onze inwoners en bezoekers hiervan kunnen genieten.

De derde en laatste overkoepelende ambitie is “Sluis opent deuren”. Dit staat voor het creëren van kansen, verbindingen en duurzame ontwikkeling voor inwoners en ondernemers. Door vooruit te kijken en te investeren in nieuwe (innovatieve) mogelijkheden, openen we de deuren naar een sterke en toekomstbestendige economische sector. Daarbij richten we ons niet alleen op de huidige uitdagingen, maar ook op de toekomstige schaalsprong die we willen realiseren.

Daarnaast speelt recreatie een belangrijke rol binnen deze ambitie. We versterken de beleefbaarheid en toegankelijkheid van het landschap. Hierbij sluiten we aan op de bestaande natuur en de cultuurhistorische elementen. Hiermee versterken we recreatie en landschap en dragen ze gezamenlijk bij aan een aantrekkelijke omgeving voor inwoners en bezoekers. We kijken ook meer naar de mogelijkheden die het landschap ons biedt. Zo willen we slimmer omgaan met onze bodem en het grondverzet binnen onze grenzen. Dit biedt kansen voor ons landschap zonder externe middelen te moeten gebruiken.

56

Om deze ambitie waar te maken, dienen nieuwe ondernemers de ruimte te krijgen om zich te vestigen en te ontwikkelen. Zoals in hoofdstuk 4.5 is besproken, kan dit plaatsvinden op bestaande bedrijventerreinen of zodra het nieuwe industrieterrein tussen Schoondijke en IJzendijke is gerealiseerd. Op deze manier versterken we het ondernemingsklimaat, stimuleren we economische groei en creëren we ruimte voor innovatie en een toekomstbestendige economie. Daarnaast bieden bedrijventerreinen kansen voor lokale energieopwekking en slim energiegebruik. We willen energiehubs ontwikkelen, zodat onze bedrijventerreinen hun energie samen kunnen delen. Zo zorgen we ervoor dat we slimmer omgaan met netcongestie en meer ruimte hebben voor nieuwe ondernemers.

Hoofdstuk 7 Van visie naar uitvoering Instrumenten, samenwerking en financiële kaders

57

Met het vaststellen van deze omgevingsvisie is onze groeiambitie vanzelfsprekend nog niet direct gerealiseerd. Zoals eerder aangegeven, is de omgevingsvisie een instrument dat kan bijdragen aan de gewenste ontwikkelingen binnen en voor onze gemeente. De vragen hoe we willen groeien, waar we die groei voorzien, hoe we de randvoorwaarden faciliteren en hoe we het landschap daarbij verder kunnen versterken, zijn in deze visie uitgewerkt. De volgende stap is hoe we de vertaalslag maken van visie en ambitie naar concrete uitvoering.

7.1 Instrumenten De Omgevingswet biedt verschillende instrumenten om van landelijke wetgeving te komen tot lokale uitvoering. Voor de gemeente Sluis zijn de omgevingsvisie, programma’s, het omgevingsplan en de omgevingsvergunningen daarbij de belangrijkste instrumenten. De omgevingsvisie zet de koers en schetst het toekomstbeeld. De verdere uitwerking vindt plaats via programma’s en het omgevingsplan, waarna concrete initiatieven worden mogelijk gemaakt via omgevingsvergunningen. Programma’s en beleidsnota’s Hoewel de Omgevingswet de mogelijkheid biedt om programma’s direct op te nemen in de omgevingsvisie, is daar bij deze eerste Omgevingsvisie van Sluis nog niet voor gekozen. Mogelijk wordt dit bij een toekomstige herziening wel gedaan. 58

Voor nu wordt voor de verdere uitwerking en uitvoering van de beleidsdoelen vooral aangesloten bij de bestaande beleidsdocumenten per thema. In deze documenten is op een gedetailleerder niveau beschreven welke acties worden uitgevoerd en op welke manier. In sommige gevallen leidt dit tot de opstelling van een afzonderlijk programma, in andere gevallen tot concrete projecten of opdrachten. Daarnaast is de gemeente ook op regionaal niveau actief binnen verschillende samenwerkingsverbanden en trajecten die bijdragen aan deze opgaven. Vanuit het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR) werken we bijvoorbeeld aan het Regioplan en de verdere uitwerking daarvan, waarin dezelfde opgaven en doelen centraal staan als in deze omgevingsvisie. In onze visie kiezen we er nadrukkelijk voor om niet alleen te kijken naar kansen binnen de eigen gemeentegrenzen, maar juist ook aan te haken bij kansen in de regio. Dat betekent dat opgaven soms Zeeuws‑Vlaams, soms Zeeuws, soms grensoverschrijdend en in andere gevallen samen met de Zeeuwse kustgemeenten worden opgepakt. Dit alles met als doel om beleid zo effectief mogelijk te voeren en de gestelde doelen te realiseren.

Het omgevingsplan

De toetsing van een omgevingsvergunning vindt plaats aan de hand van het vastgestelde omgevingsplan. Een Het omgevingsplan bevat alle regels voor de fysieke omgevingsvergunning kan worden aangevraagd via het leefomgeving van onze gemeente. Voorheen waren deze regels landelijke Omgevingsloket. vastgelegd in afzonderlijke bestemmingsplannen, per deelgebied of als overkoepelend plan. Al deze regelingen zijn Financiële stukken nu samengebracht in één omgevingsplan. Aan de uitvoering van de omgevingsvisie is geen afzonderlijk In het omgevingsplan zijn de juridische regels opgenomen die budget gekoppeld. Voor een deel van de ambities en opgaven voortvloeien uit de omgevingsvisie en de bijbehorende zijn bovendien geen financiële middelen nodig. Het gaat daarbij programma’s. Het gaat daarbij onder meer om regels over bijvoorbeeld om lobbyactiviteiten, het aanpassen van functies, bouwvolumes, maatvoering en overige ruimtelijke regelgeving, faciliterende taken of nadere uitwerkingen van voorwaarden. De komende jaren werken we gefaseerd aan de beleid. verdere uitwerking en actualisatie van het omgevingsplan. Net als de omgevingsvisie is het omgevingsplan een Voor ambities waarvoor wel financiële middelen nodig zijn, bevoegdheid van de gemeenteraad.

Het omgevingsplan is worden deze afzonderlijk geregeld via de eerdergenoemde bovendien juridisch bindend, zowel voor de gemeente zelf als beleidsstukken. De koers die we bepaald hebben in de voor haar inwoners en ondernemers. groeiambitie wordt opgenomen in de kadernota 2027-2030. Vervolgens worden de benodigde middelen bepaald en De omgevingsvergunning vastgelegd in de gemeentelijke begroting. Dit staat los van de omgevingsvisie zelf. Daarnaast zetten we actief in op deelname Voor sommige ontwikkelingen is een omgevingsvergunning aan regiodeals en het benutten van andere verplicht. Dit kan betrekking hebben op het bouwen of slopen subsidiemogelijkheden die kunnen bijdragen aan de realisatie van bouwwerken, maar ook op het toestaan van bepaalde van onze groeiambities. activiteiten. Net als bij het omgevingsplan is onder de Omgevingswet het vergunningenstelsel gewijzigd: er is sprake van één omgevingsvergunning, die van toepassing kan zijn op verschillende activiteiten en doelen.

59

7.2 Samenwerken en participatie

7.3 Evaluatie en herziening

Als gemeente kunnen we het zeker niet alleen. We werken met onze partners nauw samen aan de opgaven. Denk hierbij aan andere overheden, brancheorganisaties, bedrijven, verenigingen en natuurlijk onze inwoners.

De Omgevingswet gaat uit van een omgevingsvisie als een flexibel en dynamisch document, dat periodiek wordt herzien. De opgaven en doelen die in deze visie zijn geformuleerd, vragen om een langetermijnperspectief en staan niet regelmatig ter discussie. De route ernaartoe vraagt echter wel om bijsturing en aanpassing wanneer ontwikkelingen daar aanleiding toe geven. Daarom wordt de omgevingsvisie in principe eens per vier jaar herzien.

Echter, er is geen blauwdruk voor participatie en samenwerking. Dit kan verschillende vormen aannemen. Daarom bekijken we per vraagstuk welke belanghebbenden we kunnen of moeten betrekken om onze doelen te behalen. We streven ernaar om de samenwerking zo optimaal mogelijk vorm te geven, met een duidelijke rolverdeling voor zowel de samenwerkingspartner(s) als onszelf. Denk aan regisseren, stimuleren en faciliteren. In de Participatieverordening die in 2026 aan de gemeenteraad wordt aangeboden, beschrijven we hoe we participatie in de toekomst willen vormgeven. De uitwerking van de verordening gaat gepaard met een actualisatie van onze huidige (beleids-)kaders.

60

Wanneer zich onvoorziene ontwikkelingen voordoen die van invloed zijn op specifieke onderdelen van de visie, kunnen deze onderdelen indien nodig eerder worden aangepast. Binnen de vierjarige bestuurlijke cyclus wordt voorgesteld om de evaluatie en de daaruit voortvloeiende herziening te starten in jaar drie. Op die manier kunnen de resultaten worden betrokken bij het opstellen van een nieuw coalitieprogramma en het uitvoeringsprogramma van het nieuwe bestuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=2804749d-5458-442f-ba0a-698fff1fc958