Notitie toeristische verhuur raad 17 mei.docx
Tekst van het document
Notitie voor informatieve raadsvergadering Pag. 1/8
Datum vergadering
17 mei 2021
Omschrijving agendapunt
Notitie toeristische verhuur
Portefeuillehouder
P.P.M. Ploegaert MPM
Samenvatting Het onderwerp toeristische verhuur van woonruimte is reeds meerdere keren aan de orde geweest in uw raad. Recent heeft u gekozen om dit onderwerp in de BOB-structuur te behandelen. In de informatieve raadsvergadering van 26 april 2021 ben u bijgepraat over de instrumenten die u kunt inzetten om te komen tot regulering in het ‘woondossier’. Deze notitie geeft beeldvormend inzicht in twee knoppen waar u aan kunt draaien om toeristische verhuur van woonruimte te reguleren, te weten het planologisch spoor (bestemmingsplan) en de verordening op grond van de Huisvestingswet. Vervolgens worden een viertal opties (A tot en met D) uitgewerkt met bijbehorende voor- en nadelen op basis waarvan u ons oordeelsvormend een voorkeursoptie kunt meegeven. Deze optie zal vervolgens worden uitgewerkt in een concreet voorstel voor uw raad.
Aan de raad, Het onderwerp toeristische verhuur van woonruimte is reeds meerdere keren aan de orde geweest in uw raad. In deze notitie, bedoeld voor de beeldvormende en oordeelsvormende fase, schetsen wij achtereenvolgens het maatschappelijk vraagstuk (“waar hebben we mee te maken?”) waarna een viertal keuzerichtingen worden uitgewerkt. In de slotparagraaf wordt u meegenomen in het proces zoals wij dat voor ons zien. Waar hebben we mee te maken? Deze notitie staat uiteraard niet op zichzelf. In toenemend mate wordt de gemeente geconfronteerd met vragen, klachten of verzoeken omtrent toeristische verhuur van woonruimte. Daarbij ziet de één het als een kans, de ander voornamelijk als een bedreiging. Reeds in 2019 hebben wij om die reden een voorlopig beleidskader ‘Handhaving recreatieve verhuur’ aan u voorgelegd.
In dat beleidskader, feitelijk een reguleringskader, hebben wij uiteengezet hoe wij, vanuit het oogpunt van de ruimtelijke ordening, aankijken tegen recreatieve verhuur van woningen in de woonkernen door het beantwoorden van 2 vragen: Vraag 1: in welke situaties is de toeristische verhuur dusdanig ondergeschikt aan de primaire woonbestemming dat het in principe kan worden toegestaan? Vraag 2: in welke situaties vinden wij dat het woon- en leefklimaat niet in geding is zodat jaarrond recreatief gebruik (en dus recreatieve verhuur) van een woning kan worden vergund? In december 2019 heeft u het voorlopig beleidskader van de agenda afgevoerd. U heeft ons opgedragen (opnieuw) in gesprek te gaan met stads- en dorpsraden, met belangengroeperingen van recreatieondernemers, met belangengroeperingen van ondernemers in algemene zin en de RMDO om zodoende alle voor- en tegenargumenten (nogmaals) te wegen. Die exercitie hebben wij in de eerste helft van 2020 afgerond. Inmiddels is, per 1 januari 2021, de Wet toeristische verhuur van woonruimte, onderdeel van de Huisvestingswet in werking getreden. Deze wet biedt een nieuw reguleringsinstrument (knoppenpaneel) voor u om de regulering vorm te geven. Ten slotte achten wij in dit kader van belang de vaststelling van het beleidsdocument “Krachtig Verbonden” op 25 februari 2021.
Met dit beleidsdocument heeft u een vergezicht ten aanzien van de woningmarkt vastgesteld.
Notitie voor informatieve raadsvergadering Pag. 2/8 De gesprekken die wij hebben gevoerd, de signalen die wij ontvangen vanuit de gemeente en de input die wij hebben opgedaan uit de diverse themabijeenkomsten geven naar onze mening een goed inzicht in het onderwerp. Vanuit verschillende dorpsraden (en particulieren) worden zorgen uitgesproken over de leefbaarheid in de dorpen als gevolg van het toenemende aantal woningen dat wordt gebruikt anders dan als hoofdverblijf. Het gaat daarbij zowel om tweede woninggebruik als om toeristische verhuur van woonruimte. Vanuit particuliere hoek worden meldingen ontvangen van overlast in de breedste zin. Daarbij zijn ook formele verzoeken ontvangen om handhavend op te treden tegen recreatieve verhuur van woningen omdat dit in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. Als groter probleem dan directe overlast (geluid, parkeren) wordt de toenemende vraag naar woningen genoemd voor gebruik anders dan als hoofdverblijf. Dit geeft een prijsopdrijvend effect waardoor (potentieel) vaste inwoners minder kans hebben een woning te bemachtigen. Tegenover deze signalen staan de reacties van (potentiële) woningverhuurders die pleiten voor ruimhartige mogelijkheden om woningen voor recreatieve verhuur te kunnen exploiteren.
Zij wijzen daarbij (onder meer) op de woningvoorraad binnen de gemeente die (kwantitatief) groter is dan het aantal huishoudens dat hoofdverblijf houdt in de gemeente. De RMDO heeft specifiek aandacht gevraagd voor een juiste balans tussen (de groei aan) het toerisme enerzijds en de ervaren leefbaarheid voor eigen inwoners anderzijds. In ‘Krachtig Verbonden’ heeft u uitgesproken dat u streeft naar een woningmarkt in 2040 waarbij vraag en aanbod kwalitatief en kwantitatief in evenwicht zijn. Over de ‘hoe-vraag’ heeft u zich tot heden niet besluitvormend uitgelaten. De bandbreedte van uw beslissingsbevoegdheid Zoals hiervoor al kort aangehaald kunt u bij het beantwoorden van de vraag op welke wijze u dit vraagstuk wilt benaderen aan twee knoppen draaien, te weten: 1. regulering via het planologisch spoor (middels het bestemmingsplan); 2. regulering via de huisvestingswet (middels een verordening op grond van de huisvestingswet). Regulering via het planologisch spoor In hoofdlijn hebben de panden in de woonkernen een (enkelvoudige) woonbestemming. Een woonbestemming vereist een zekere duurzaamheid in het verblijf ter plaatse. Dat kan zijn als hoofdbewoner of als tweede woning voor zichzelf.
Toeristische verhuur, waarbij de woning vaak voor enkele dagen, een weekend of week wordt verhuurd aan steeds wisselende personen, kent geen duurzame relatie tussen de gebruiker (de toeristische huurder) en de woning en is als zodanig in strijd met het bestemmingsplan. Uiteraard geldt deze strijd niet bij een incidentele verhuur: de woningeigenaar die 51 weken per jaar zijn hoofdverblijf houdt, geeft zijn duurzame verblijf niet op als de woning 1 week per jaar door een ander wordt gebruikt. Daarnaast kan zich de situatie voordoen dat de verhuur van een woning dusdanig structureel is dat de verhuur naar de letter in strijd is met het bestemmingsplan, maar het woon- en leefklimaat niet in gedrang komt. In een dergelijk geval kan legalisering van toeristische verhuur aan de orde zijn. Binnen die kaders kunt u de twee vragen beantwoorden die hiervoor ook al zijn aangehaald en eerder zijn uitgewerkt in het voorlopig beleidskader: Vraag 1: in welke situaties is de toeristische verhuur dusdanig ondergeschikt aan de primaire woonbestemming dat het in principe is toegestaan? Vraag 2: in welke situaties vinden wij dat het woon- en leefklimaat niet in geding is zodat jaarrond recreatief gebruik (en dus recreatieve verhuur) van een woning kan worden vergund?
Notitie voor informatieve raadsvergadering Pag. 3/8 U bent niet volledig vrij in het beantwoorden van deze vragen. De gehanteerde definities in het bestemmingsplan in relatie tot de gebruiksregels zijn leidend bij de beantwoording van de eerste vraag. De goede ruimtelijke ordening is leidend bij de beantwoording van de tweede vraag. Wel kunt u, met inachtneming van deze bandbreedte de spelregels concretiseren. Dit komt de rechtszekerheid ten goede (“iedere belanghebbende weet concreet wat mag, wat niet mag en onder welke voorwaarden”) en zal, mits goed gemotiveerd, de toets der kritiek in de rechtspraak doorstaan. In het eerdere voorlopig beleidskader hebben wij voorgesteld om uit te gaan van toegestane ondergeschikte verhuur als sprake is van een woning die primair door de verhuurder daarvan zelf gebruikt wordt als hoofdverblijf of tweede woning, als geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie doch de eigenaar zelf optreedt als verhurende partij, als maximaal 60 dagen per jaar wordt verhuurd en als wordt voldaan aan een aantal voorwaarden die het goede woon- en leefklimaat ter plaatse garanderen. Destijds hebben wij al aangegeven dat dit een lastig en arbeidsintensief proces is om controle uit te oefenen.
Daarnaast zijn een aantal voorwaarden benoemd om een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen waardoor een woning jaarrond recreatief mag worden gebruikt, daaronder verstaan toeristische verhuur. Met een dergelijke omgevingsvergunning kan de woning worden gebruikt in afwijking van de woonbestemming. Die eisen zien voornamelijk op het woon- en leefklimaat, zoals de grootte en ligging van de woning, de (gebruiks)rechten van omliggende percelen, het voorkomen van parkeeroverlast of het voorkomen van vormen van hinder. Als u de door ons voorgestelde vereisten wenst te verruimen middels amendering moet u er rekening mee houden dat de kans groter wordt dat een rechter de versoepelde eisen in strijd acht met het bestemmingsplan of een goede ruimtelijke ordening. Uw bevoegdheid om beleidsmatig zaken te regelen gaat immers niet zo ver dat u daarmee impliciet het bestemmingsplan kunt wijzigen zonder de bij een dergelijke wijziging behorende (rechts)waarborgen. Regulering via de Huisvestingswet Met ingang van 1 januari 2021 is de Wet toeristische verhuur van woonruimte als onderdeel van de Huisvestingswet in werking getreden. Kern van de wetgeving is dat toeristische verhuur van woonruimte in de basis niet als een onwenselijke ontwikkeling wordt gezien. Regulering moet zien op het voorkomen of bestrijden van ongewenste effecten van toeristische verhuur.
Die ongewenste effecten kunnen zien op het oneigenlijk gebruik van woningen, de impact op de leefbaarheid van de woonomgeving, de veiligheid van woonruimten die voor toeristische verhuur worden aangeboden en/of het bewaken van een gelijk speelveld met professionele aanbieders, bijvoorbeeld op het gebied van brandveiligheid of toeristenbelasting. Belangrijk is om te onderkennen dat de wet stapsgewijs is opgebouwd. In de kern (lees: zonder verordening) gelden er geen beperkingen op grond van de Huisvestingswet. In de eerste fase kan een registratieplicht verplicht worden gesteld, in de tweede fase een meldingsplicht per overnachting en in de derde fase kunnen inhoudelijke eisen (zoals een maximum aantal nachten of een maximum aantal accommodaties per gebied) aan een vergunningensysteem worden gekoppeld. Daarbij geldt dat de tweede fase niet ingezet mag worden zonder dat de eerste fase (eerder of tegelijkertijd) is geeffectueerd en dat de derde fase niet kan worden ingezet zonder dat de tweede fase (eerder of tegelijkertijd) is geeffectueerd. De afweging die u mag maken kan schematisch als volgt worden weergegeven. Fase 1
Keuze in de verordening Enkel een registratieplicht
Reden U kiest hiervoor als u toezicht wilt uitoefenen op de veiligheid van verhuurlocaties, inzicht wilt verkrijgen in de aard en omvang van toeristische verhuur om toekomstige beleidsmaatregelen te kunnen afwegen
Notitie voor informatieve raadsvergadering Pag. 4/8
2
Een registratieplicht en meldingsplicht per overnachting
een
3
Een vergunningplicht gekoppeld aan een aantal overnachtingen of aan een maximum aantal accommodaties per gebied
en/of om klachten en verzoeken om handhaving efficiënter te kunnen afhandelen. In aanvulling op fase 1 kiest u hiervoor als u zoveel mogelijk een gelijk speelveld wilt creëren met de professionele aanbieders van toeristische verhuur, onder meer voor wat betreft de heffing van toeristenbelasting. In aanvulling op fase 1 en 2 kiest u hiervoor als u meent dat sprake is van overlast gevende situaties of als u meent dat sprake is van een scheefgroei in vraag en aanbod van woonruimte.
Hierbij geldt dat hoe zwaarder u wilt reguleren, hoe beter de noodzaak voor de leefbaarheid gemotiveerd dient te worden. Daarbij geldt dat er een zekere koppeling ligt met het vraagstuk omtrent wenselijkheid van gebruik als tweede woning. Het zal immers lastig te motiveren zijn als u toeristische verhuur wilt koppelen aan een maximum aantal accommodaties per kern (omdat u wilt voorkomen dat starters uit de markt worden gedrukt) als aan de andere kant een ongebreidelde groei van het aantal tweede woningen wel wordt toegestaan (waardoor diezelfde starters alsnog uit de markt worden gedrukt). Die koppeling speelt met name als u opteert voor het scenario dat wij hierna beschrijven als optie D. Overige instrumenten Naast het vorenstaande zijn er een aantal specifieke mogelijkheden om overlast gevende situaties aan te pakken, denk daarbij aan regelgeving omtrent het voorkomen van brandonveilige situaties of rondom de aanpak van woonoverlast. Gelet op uw kaderstellende rol laten wij deze zeer specifieke instrumenten, bedoeld voor zeer specifieke concrete cases, buiten bespreking. Een viertal opties voor regulering Gelet op het vorenstaande leggen wij u beeldvormend een viertal opties voor om te komen tot regulering van het vraagstuk van toeristische verhuur. Regulering via het bestemmingsplan is een onontkoombaar spoor. Ieder stukje Nederland is immers bestemd voor bepaald gebruik.
Regulering via de Huisvestingswet is een vrije keuze voor uw raad. In het navolgende schetsen wij voor u 4 opties, die kort samengevat op het volgende neerkomen. Optie A B C D
Regulering via het bestemmingsplan (verplicht) zonder reguleringskader met reguleringskader met reguleringskader met reguleringskader
Regulering via een verordening op grond van de Hvw (optioneel) geen verordening geen verordening verordening met registratie- en meldingsplicht verordening met inhoudelijke eisen
Optie A Bij keuze voor optie A stelt u geen reguleringskader vast voor regulering via het bestemmingsplan en geen verordening op grond van de Huisvestingswet. In feite is dit een voortzetting van de huidige situatie die in de praktijk, zowel bij voor- en tegenstanders van toeristische verhuur, veel vragen oproept en onduidelijkheid schept over de grenzen van ‘wat mag en wat niet mag’. Uiteraard betekent deze optie niet dat toeristische
Notitie voor informatieve raadsvergadering Pag. 5/8 verhuur hiermee regelvrij wordt. Ieder perceel waar toeristische verhuur plaatsvindt wordt getoetst aan het bestemmingsplan. Dat gebeurt enkel op verzoek van belanghebbenden of indien excessen worden geconstateerd, zoals brandonveilige situaties. Aan optie A kleven een aantal nadelen. Wij noemen in dit verband: 1. Weinig rechtszekerheid op voorhand. De gemeente geeft vooraf geen inzicht in haar visie op wat wel of niet is toegestaan. Concrete cases kunnen, afhankelijk van de bereidheid van omwonenden of verhuurders die zich beknot voelen, aan de rechter worden voorgelegd. 2. Willekeur ligt op de loer. 3. Weinig inzicht in de omvang van toeristische verhuur. Daardoor is het lastig om gefundeerde beleidsmatige keuzes te maken in de toekomst en is toezicht en controle op gevaarlijke situaties en/of overtredingen lastig en arbeidsintensief, terwijl omwonenden de gemeente daartoe wel kunnen verplichten. 4. Controle op toeristenbelasting, en daarmee een gelijk speelveld met de professionele verhuursector, is nagenoeg onmogelijk. Optie B Bij keuze voor optie B stelt u wel een reguleringskader vast voor regulering via het bestemmingsplan en geen verordening op grond van de Huisvestingswet.
In dit reguleringskader beantwoordt u de vragen omtrent de toegestane en vergunbare situatie puur op basis van de ruimtelijke ordening en indachtig de voorwaarden zoals geschetst in de paragraaf “Regulering via het planologisch spoor’. Als voor- en nadelen kunnen in dit kader worden genoemd: 1.
2.
3. 4.
5.
De gemeente geeft een concreet handvat in welke mate en onder welke voorwaarden toeristische verhuur binnen de woonkernen passend wordt geacht binnen de vigerende bestemmingsplannen en/of wanneer de goede ruimtelijke ordening zich daartegen niet verzet. Concrete cases kunnen, afhankelijk van de bereidheid van omwonenden of verhuurders die zich beknot voelen, nog steeds aan de rechter worden voorgelegd maar het beleidskader zal, mits goed gemotiveerd, daarbij als juridisch houdbaar reguleringsinstrument kunnen dienen. De kans op willekeur wordt aanzienlijk kleiner. Er blijft weinig inzicht in de omvang van toeristische verhuur. Er bestaat immers geen meldingsplicht vooraf. Daardoor is het lastig om gefundeerde beleidsmatige keuzes te maken in de toekomst en is toezicht en controle op gevaarlijke situaties en/of overtredingen lastig en arbeidsintensief, terwijl omwonenden de gemeente daartoe wel kunnen verplichten. Controle op toeristenbelasting, en daarmee een gelijk speelveld met de professionele verhuursector, is nagenoeg onmogelijk.
Optie C Bij keuze voor optie C stelt u wel een reguleringskader vast voor regulering via het bestemmingsplan en tevens een verordening waarbij enkel een registratieplicht wordt opgelegd in combinatie met een meldingsplicht per verhuurboeking vooraf. De registratieplicht is een geautomatiseerde handeling vooraf waarbij een uniek nummer wordt toegekend aan de verhuurder. De verhuurder is verplicht dit nummer bij iedere boeking en iedere aanbieding (bijvoorbeeld via AirBnB) te vermelden. Daarnaast is de verhuurder verplicht iedere feitelijke overnachting vooraf (geautomatiseerd) te melden bij de gemeente. 1.
De gemeente geeft een concreet handvat in welke mate en onder welke voorwaarden toeristische verhuur binnen de woonkernen passend wordt geacht binnen de vigerende bestemmingsplannen en/of wanneer
Notitie voor informatieve raadsvergadering Pag. 6/8
2.
3.
4. 5.
6. 7. 8.
9.
de goede ruimtelijke ordening zich daartegen niet verzet. De mate waarin verhuurd mag worden wordt bepaald op basis van het planologisch kader. Concrete cases kunnen, afhankelijk van de bereidheid van omwonenden of verhuurders die zich beknot voelen, nog steeds aan de rechter worden voorgelegd maar het beleidskader zal, mits goed gemotiveerd, daarbij als juridisch houdbaar reguleringsinstrument kunnen dienen. Er ontstaat een grote mate van inzicht in de omvang van toeristische verhuur, zowel voor wat betreft het aantal accommodaties als voor wat betreft het aantal overnachtingen. U kunt in de toekomst gefundeerde beleidsmatige keuzes maken en toezicht en controle op gevaarlijke situaties en/of overtredingen wordt aanzienlijk gemakkelijker en minder arbeidsintensief. De data is immers beschikbaar. Op niet-naleving van de registratie- en of meldingsplicht staat een bestuurlijke boete. Er komt een gemeentelijke taak bij die zich op dit moment lastig laat kwantificeren. De registraties en meldingen worden geadministreerd. Dat gebeurt voor het overgrote deel geautomatiseerd. Deze optie heeft organisatorische gevolgen op het gebied van automatisering en (wellicht) personeel. Steekproefsgewijs zullen de accommodaties worden gecontroleerd op brandveiligheid.
Daartegenover staat de verwachting dat de geregistreerde toeristische verhuur van woonruimte aanzienlijk beter nalevingsgedrag op het gebied van toeristenbelasting zal leiden. Wij schatten deze optie vooralsnog budgettair neutraal in. Controle op toeristenbelasting, en daarmee een gelijk speelveld met de professionele verhuursector, is grotendeels geborgd. De kans op willekeur is klein, gelet op de handvatten die worden aangereikt in combinatie met de registratie- en meldingsplicht. Het reguleringskader dat inhoudelijke eisen stelt aan de verhuur, in combinatie met de registratie- en meldingsplicht maken het minder interessant voor beleggers om woningen op te kopen met het enkele doel deze te verhuren. Deze optie is naar de letter tegen de motie van uw raad van februari 2021 die een verordening op grond van de Huisvestingswet afkeurt In de betreffende motie gaf u ons de opdracht mee geen voorstellen te doen die betrekking hebben op een gehele of gedeeltelijke herinvoering van een tweede woningverordening.
Optie D Bij keuze voor optie D stelt u wel een reguleringskader vast voor regulering via het bestemmingsplan en een verordening waarbij ook inhoudelijke eisen worden gesteld. In feite is deze optie gelijk aan optie C, met dien verstande dat de verordening inhoudelijke eisen kan stellen aan oftewel (a) het aantal nachten dat een accommodatie per tijdvak mag worden verhuurd oftewel (b) het aantal accommodaties per gebied dat mag worden verhuurd. Daarbij geldt dat aan deze opties strenge eisen zitten om de proportionaliteit van de door uw gekozen maatregel te motiveren indachtig de leefbaarheid of woningschaarste ter plaatse van het gebied. Dat gebied hoeft niet de gehele gemeente te zijn. U kunt in een verordening bepaalde deelgebied aanwijzen. De voor- en nadelen genoemd onder optie C, nrs 1 tot en met 8 gelden dus in gelijke mate voor optie D. Aanvullend daarop geldt het volgende. Het gaat bij dit instrument om een inperking van de rechten om de woning te mogen verhuren. Het is niet toegestaan om de verordening te gebruiken om het planologisch kader op te rekken. Voor wat betreft het aantal te verhuren nachten zien wij geen meerwaarde om een verordening vast te stellen die het aantal verder inperkt dan de planologisch als ondergeschikt aangemerkte verhuur.
Bij de aldaar voorgestelde 60 dagen (die dus bij verordening niet kan worden uitgebreid, doch enkel kan worden ingeperkt) is reeds sprake van een hoofdgebruiker die in een duurzame relatie staat tot de woning.
Notitie voor informatieve raadsvergadering Pag. 7/8 Voor wat betreft een te stellen maximum aan het aantal accommodaties dat per deelgebied mag worden verhuurd geldt eveneens dat een dergelijke maatregel proportioneel zal moeten zijn in relatie tot het te dienen doel. Met een te stellen maximum wordt bereikt dat ongebreidelde groei van accommodaties voor toeristische verhuur wordt gestopt. Als u meent dat een dergelijk instrument nodig is om het ‘weglekken’ van woningen naar de markt voor toeristische verhuur te stoppen, dan zult u dit moeten combineren met strenge eisen om planologische legalisering mogelijk te maken. Daarnaast ontkomt u er niet aan om ook het vraagstuk van het tweede woningbezit in algemene zin tegen het licht te houden. Het zal immers lastig te motiveren zijn als u toeristische verhuur wilt koppelen aan een maximum aantal accommodaties per kern (omdat u wilt voorkomen dat starters uit de markt worden gedrukt), als aan de andere kant een ongebreidelde groei van het aantal tweede woningen wel wordt toegestaan (waardoor diezelfde starters alsnog uit de markt worden gedrukt). Het stellen van inhoudelijke eisen zal om die reden al snel in beeld komen in combinatie met een zekere regulering van het tweede woningbezit in algemene zin.
Wij menen om die reden dat een voorstel om het aantal accommodaties te beperken naar de letter en de strekking in strijd is met het coalitieakkoord en de door uw raad op 25 februari 2021 aangenomen motie. Mocht u desondanks toch genegen zijn deze optie verder te laten uitwerken dan wijzen wij u ten slotte op de arbeidsintensieve procedure. Een maximering van het aantal accommodaties zal waarschijnlijk leiden tot een schaarste aan vergunningen, waardoor deze vergunningen ieder tijdvak opnieuw verloot zullen moeten worden. Verdere besluitvormingsprocedure In de informatieve raadsvergadering van 17 mei worden de vier denkrichtingen kort aan u gepresenteerd. U heeft daarbij de mogelijkheid hieromtrent vragen te stellen die raken aan de grenzen van de wettelijke (on)mogelijkheden. Op basis van de vergaarde informatie vragen wij uw raad in de besluitvormende vergadering van 27 mei aanstaande om zich oordeelsvormend uit te spreken over één van de vier gekozen oplossingsrichtingen. Op basis van de door u gekozen richting zal in de raadscyclus van juni een concreet voorstel aan u worden gedaan voor een ontwerp reguleringskader en een ontwerpverordening. Uiteraard kunnen deze voorstellen worden geamendeerd. De aldus door u vastgestelde stukken gaan vervolgens de inspraakprocedure in.
Op basis van de ingediende zienswijzen zal in de raad van oktober een definitief besluit door u kunnen worden genomen. De reguleringsinstrumenten zullen vervolgens na verloop van twee toeristische seizoenen in het najaar van 2023 worden geëvalueerd. Oostburg, 11 mei 2021 BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN SLUIS, De secretaris,
De burgemeester,
S.I. de Kievit-Minnaert
mr. M.M.D. Vermue
Bijlage(n): a.
Ter inzage liggende stukken:
Notitie voor informatieve raadsvergadering Pag. 8/8