NOTA GRONDBELEID 2021.docx
Tekst van het document
7.3.8. Zorg en (sociaal) maatschappelijke voorzieningen Visie: We gaan zorgwoningen, zorg en voorzieningen clusteren in een beperkt aantal kernen. We hanteren daarbij drie servicelevels of zorgniveaus. 40
De realisatie van deze voorzieningen vindt bij voorkeur plaats in de vorm van een gebiedsgerichte aanpak die de vorming van woonzorgzones of – cirkels c.q. het concentreren en clusteren van intramurale zorg, extramurale zorg/zorgwoningen, dagbesteding, kortdurend verblijf, gezondheidscentrum/ huisartsenpraktijk, farmacie/apotheekvoorziening, supermarkt/dagelijkse boodschappen, paramedische diensten (zoals fysiotherapie) en (openbaar) vervoer-HUB of transferium (binnen een cirkel van 500 meter) in de 5 dragende kernen mogelijk maakt of faciliterend daaraan is. Vorm grondbeleid: In het geval van een gebiedsgerichte aanpak zal er veelal sprake zijn van een publiek private samenwerking. Indien de gemeente een dergelijke voorziening zelf realiseert, betreft het een gemeentelijke investering met economisch nut. Het gaat dan niet om een actieve grondexploitatie die eindigt in een gronduitgifte. Instrumenten: De Voorziening Gebiedsontwikkeling kan worden ingezet indien sprake is van een gebiedsgerichte aanpak. Ook middelen uit de Voorzieningen Duurzaamheid en Recreatieontwikkeling kunnen worden ingezet mits wordt voldaan aan de bestedingsdoelen zoals verwoord in hoofdstuk 7.2.
41
8. 8.3.
FINANCIËLE KADERS Risicomanagement
Bij grondexploitaties lopen gemeenten risico’s. Dit hoofdstuk beschrijft hoe de gemeente kan zorgen dat zij risico’s in beeld krijgt, monitort, beheerst en verantwoordt. Aandacht wordt besteed aan de weerstandscapaciteit, ofwel de middelen die ingezet kunnen worden voor het afdekken van risico’s. Om risico’s te onderkennen en inzichtelijk te krijgen moeten we actief bezig zijn met risicomanagement. Risicomanagement is het proces van identificeren en beheersen van risico’s. Hierbij moet uiteraard altijd rekening worden gehouden met een afweging van kosten en baten. Wanneer de risico kans of risico impact laag is en de kosten van vermijden of beperken hoog zijn, is het niet interessant om beheersmaatregelen te treffen. Een systeem van risicomanagement is geen eenmalige exercitie. Het in beeld krijgen, monitoren, beheersen en verantwoorden van en over risico’s is een dynamisch en continu proces. Per fase en activiteit van de grondexploitatie zijn telkens weer andere risico’s mogelijk. Risico’s zijn niet exact te bepalen. Bij het bepalen van de risico’s gaan we uit van een percentage dat het risico zich kan voor doen. We schatten van te voren in wat het financieel gevolg zal zijn als het risico zich inderdaad voordoet. Hieruit volgt een risico-score die onderverdeeld kan worden in 5 verschillende klassen, van laag naar zeer hoog. 8.4.
Reserves en voorzieningen
Reserves en voorzieningen zijn een belangrijk onderdeel in de totale beheersing van de grondexploitaties. Alle financiële consequenties van de grondexploitaties worden met elkaar in verband gebracht en vertaald in een meerjarige staat van reserves en voorzieningen. Daarmee wordt een meerjarig beeld geschapen van de grondexploitaties, inclusief alle risico’s. Uitgangspunt is dat binnen de grondbedrijfsfunctie alle mogelijke financiële tegenvallers en negatieve resultaten primair worden gedekt door activiteiten met een voordelig saldo. De calculaties van de grondexploitaties dienen jaarlijks te worden bijgesteld. Een eventuele bijstelling van verwachte negatieve saldi moet leiden tot bijstelling (verhoging of verlaging) van de getroffen voorziening (waardecorrectie). Conform de geldende voorschriften mag een reserve daarbij nooit een nadelig saldo hebben. Een eventueel overschot aan middelen kan door de gemeenteraad weer aan de algemene middelen worden toegevoegd (afroming). De gemeente Sluis beschikt over een Reserve Grondexploitatie welke in het verleden is gevormd op basis van winsten die zijn gerealiseerd ten behoeve van het opvangen van risico's in de toekomst. In de paragraaf grondbeleid staat opgenomen dat de uitgangspunten die de gemeente hanteert bij de reserves in relatie tot de risico’s van de grondzaken nader worden vastgelegd in de Nota Grondbeleid.
De behoefte tot het vastleggen van voornoemde uitgangspunten is echter beperkt. De gemeente voert immers hoofdzakelijk faciliterend grondbeleid zodat de risico’s voor de gemeente beperkt zijn. Inzake de beheersing van de risico’s handelt de gemeente conform de aanbevelingen en de uitspraken van het BBV. 8.5.
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover een gemeente beschikt om niet-begrote kosten te dekken die onverwachts en substantieel zijn, de zogeheten inherente risico’s. 42
De weerstandscapaciteit omvat de middelen die ingezet kunnen worden voor het afdekken van risico’s. De onderdelen van de weerstandscapaciteit zijn: de algemene reserve, reserve grondbeleid, een aantal bestemmingsreserves en de onbenutte belastingcapaciteit. Voor de bepaling van de weerstandscapaciteit wordt rekening gehouden met de hoogte van de Reserve Grondexploitatie. Het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit is een delicaat evenwicht en staat geregeld ter discussie. Enerzijds is het van belang de gemeente te beschermen tegen toekomstige risico’s maar anderzijds is het van belang dat het weerstandsvermogen niet een te groot beslag legt op het vermogen. Zo houdt de gemeente ook financiële ruimte voor toekomstige ontwikkelingen. 8.6.
Verlies- en winstnemingen
Grondexploitaties kunnen uiteindelijk sluiten met een voordelig of nadelig eindresultaat. Indien de grondexploitatie een voordelig eindsaldo kent, wordt dit resultaat bij afsluiting van de grondexploitatie verrekend met de Reserve Grondexploitatie. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat realisatie van winst moet worden uitgesteld tot daarover voldoende zekerheid bestaat. Dit betekent echter niet dat pas winst moet worden genomen bij het afsluiten van het grondexploitatiecomplex. Winstgevende projecten kunnen onder voorwaarden ook leiden tot tussentijdse winstnemingen. Hiermee wordt bedoeld het uitnemen van winsten uit een grondexploitatie, vóór de sluitingsdatum van de grondexploitatie. Voorwaarde is dat er daadwerkelijk sprake moet zijn van gerealiseerde winsten in de grondexploitatie én dat die uit oogpunt van verantwoorde bedrijfsvoering (rekening houdend met nog te realiseren kosten en opbrengsten) ook kúnnen worden genomen. Hierbij dient de percentage of completion (POC) methode te worden gevolgd. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen: 1. het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én 2. de grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én 3. de kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie genomen).
Wanneer bij het vaststellen of actualiseren van een grondexploitatie blijkt dat een project zal sluiten met een negatief eindsaldo, wordt voor dit geprognosticeerde verlies een voorziening ingesteld. Voor elk verliesgevend project wordt een afzonderlijke voorziening ingesteld. Jaarlijks wordt op basis van de herziening van de grondexploitatieberekeningen de noodzakelijke omvang van deze voorzieningen opnieuw bepaald. Compensatie tussen voorgecalculeerde verliesgevende grondexploitaties met nog te realiseren winsten uit andere grondexploitaties is niet toegestaan. De commissie BBV schrijft hierover in de notitie grondexploitaties het volgende: “Winst nemen op meerjarige grondexploitaties wordt beheerst door het voorzichtigheidsbeginsel. Voorziene verliezen worden al in de jaarrekening opgenomen zodra zij bekend zijn. Positieve resultaten, ofwel winsten, worden pas in de jaarrekening verwerkt als zij met voldoende zekerheid vaststaan en dus zijn gerealiseerd. Dit houdt ook in dat huidige voorziene verliezen in de jaarrekening niet kunnen worden gecompenseerd met de verwachte toekomstige winsten.”
43