Inspreekreactie 't Duumpje.docx
Tekst van het document
Inspreken zienswijze Comm.Ruimte 10 mei 2022 re; Platteweg 2, Retranchement.
Voorzitter, geachte leden van de Commissie Ruimte, Mijn naam is Jo Timmers en deze zienswijze, die betrekking heeft op agendapunt 6, spreek ik uit namens Natuurbeschermingsvereniging ’t Duumpje. Voorzitter, tweemaal eerder hebben wij een schriftelijke zienswijze op dit dossier ingediend; de beantwoording daarop stelde ons tweemaal bijzonder teleur. Er wordt in de beantwoording nergens gerefereerd naar objectieve criteria of normen voor ruimtelijke kwaliteit. Wij handhaven onze bezwaren tegen deze ontwikkeling dan ook; bezwaren die verband houden met de toepassing van de ruimte-voor –ruimte regeling m.n. voor de geplande toevoeging van de westelijke woning, waarbij gebruik wordt gemaakt van een bouwtitel uit Hulst. Het uitgangspunt van het ‘ruimte voor ruimte’-beleid is ruimtelijke kwaliteitswinst. Die winst ligt mogelijk in Hulst, maar gaat gepaard met ruimtelijk kwaliteitsverlies in Retranchement. Waarom zouden we dat willen, welk probleem uit onze gemeente wordt daarmee opgelost? Als wij in onze zienswijze aangeven dat er geen ruimtelijke kwaliteitswinst is, lezen we in het antwoord dat die er wel is, in de vorm van versterking van de bestaande landschapskwaliteit met kikkerputten en fruitbomen. Dat het open karakter ter plaatse deels verdwijnt tgv de verstening, wordt in deze vergelijking niet meegenomen.
Hoe wordt ruimtelijke kwaliteitswinst eigenlijk gekwantificeert? Bestaat er wel een toetsingskader voor een dergelijke beoordeling of gebeurt dat volstrekt willekeurig? Is de ruimtelijke kwaliteit hoger naarmate er meer kikkerputten en fruitbomen worden aangelegd?
Voorzitter, ruimtelijke kwaliteit is veel breder dan kikkerputten en fruitbomen. Het gaat om de identiteit van het landschap, die hier mede ten grondslag ligt aan de erkenning als Nationaal Landschap.
De Zuidelijke Rekenkamer, die het provinciaal bestuur van Noord-Brabant en Limburg onderzoekt, -dit zijn de provincies waar de ruimte-voor-ruimte regeling tot stand kwam-, bracht afgelopen najaar een uiterst kritisch rapport uit over deze regeling. Hoofdredenen voor het onderzoek: (1) De oorspronkelijke inhoudelijke beleidsdoelstellingen raken naar de achtergrond, (2) In het terugverdienmechanisme krijgt het bouwen van een woning als leidend motief de overhand en niet langer de sloop. Naar deze, wat de rekenkamer “beleidsverrommeling ” noemt, hebben wij met onze opmerking over precedentwerking willen verwijzen. Het antwoord lezen wij als een bevestiging van het feit dat een objectief toetsingskader voor ruimtelijke kwaliteit gewoonweg ontbreekt. Naar aanleiding van genoemde ‘’beleidsverrommeling’’ komt de Zuidelijke Rekenkamer met een sterk pleidooi voor een herkadering van het beleid. In diverse gemeenten zijn hierover al vragen gesteld. Er liggen in dit verband ook al zaken bij de RvS. Waarmee maar gezegd is dat deze regeling omstreden is. Voorzitter, ik sluit af Het moet duidelijk worden welke ruimtelijke kwaliteitswinst centraal dient te staan en vooral ook tegen welke objectieve normen die kwaliteitwinst in de praktijk getoetst moet worden.
Zolang dat er niet is, blijven wij bij ons oordeel dat met het voorliggende dossier ruimtelijke gezien geen winst wordt geboekt en dus niet wordt voldaan aan het primaire uitgangspunt van de regeling.
Dank u wel voor uw aandacht.