CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Derde inspraak Sluis 31 okt 2023

Commissie Samenleving/Middelen 31 oktober 2023, gemeente SluisBij agendapunt: Spreekrecht burgers1.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Derde inspraak Regiomanager HISWA-RECRON Zuid-Holland en Zeeland, B.A. Schutz, 31 oktober 2023 in de Raadbrede Commissievergadering over de Begroting en Toeristenbelasting HISWA-RECRON verwachtte dat naar aanleiding van de motie gezaghebbende partijen zouden zijn geconsulteerd of betrokken. Geen intern product. Daarom hebben we dergelijk partijen zelf maar gecontacteerd. Het Kenniscentrum Kusttoerisme, met visie op hoe je met statistische gegevens omgaat, gaf mij aan dat bij het bepalen van het tarief voorál moet worden gekeken naar de aard en samenstelling van het toeristisch aanbod in Sluis en vergeleken moet worden met gelijksoortige gemeenten. Het heeft voor de Zeeuwse gemeenten het aantal eenheden en slaapplaatsen zelfs per accommodatietype in beeld. Waarom hen niet betrokken? In Sluis worden slechts 1.917 slaapplaatsen op basis van logies met hoteldienstverlening aangeboden. En 64.447 slaapplaatsen in de verblijfsrecreatie. Dus nog geen 3% als logies met hoteldienstverlening!!! Het ‘landelijk gemiddelde’ van hotel tarieven uit de Coelo-Atlas biedt dus géén rationele basis voor het voorgenomen toeristenbelastingbeleid van úw gemeente. Sluis zou niet als gemeentelijk ‘appel’ met ‘peren’ moeten worden vergeleken.

Maar hoe dan wel, nu dat overzicht per gemeente er allen in de provincie, dus niet landelijk is? Van Coelo kreeg HISWA-RECRON bij een meer algemeen gestelde vraag over de Atlas van de Projectleider ‘Lokale Lasten’ als antwoord: “Wij vragen gemeenten wat het tarief is voor een hotelovernachting. Het gemiddelde dat wij in de Atlas publiceren is dus het gemiddelde tarief voor een hotelovernachting.. [..] Ik zal wél kijken of wij in 2024 in de Atlas overal het mediane tarief weer kunnen geven. Het is natuurlijk ook mogelijk om zelf gemiddelden te berekenen met behulp van de databestanden.” Uw Raad vroeg met het oog op de gevoerde discussie enkel wat het landelijk gemiddelde ís en om zes scenario’s met een overzicht van voor- en nadelen. Niet meer, niet minder. Het antwoord op de Raadsvraag is eigenlijk eenvoudig: het landelijk gemiddelde is een gemiddeld tarief voor hotelovernachtingen en dus voor Sluis de verkéérde benchmark. De toelichting bij de Raadsbrief oogt best transparant met hier en daar een ambtelijke mail met Coelo en het CBS in gekopieerd, maar is het dat ook? Het

college blijft in ieder geval doel redeneren en aansluiting zoeken bij ‘het landelijk gemiddelde’ o.g.v. hotelprijzen. Waarom toch? Wel, omdat de ambitiespeerpunten en de financiering daarvan het hoogste doel vormen. Zónder dat zichtbaar acht wordt geslagen op de gevolgen voor de Sluise recreatie-economie. Heeft het college bijv. met ondernemers gesproken over deze keuze? (voorlaatste alinea van p3/3, de conclusie bij het algemeen deel en bijv. op p8/15 bij de voor- en nadelen van de mediaan op p 3/10)

Nu de hamvraag: Weet het college zéker dat er geen ander relevant bericht tot de gemeente gekomen is over dit onderwerp, dat vooralsnog niet is genoemd? Bijvoorbeeld wellicht een brief of mail van de directeur van Coelo, die mogelijk iets schrijft over de mate van ongeschiktheid van het ‘landelijk gemiddelde’ als benchmark voor úw gemeente? Wellicht is er een passender alternatief benoemd? Wellicht de mediaan? Zou dát geen relevante informatie zijn? En als zo een mail of brief bestaat, waarom ís deze dan niet benoemd en behandeld in de toelichting bij de Raadsbrief? In dit kader wijs ik u volledigheidshalve op art 169 lid 2 van de Gemeentewet. Daarin staat: [Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden] “zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak.” De Raadsleden adviseer ik hierop straks door te vragen.

Immers, hoe zou het immers kunnen bestaan dat het college enerzijds blijft verwijzen naar het ‘landelijk gemiddelde’ volgens de Coelo-Atlas, maar anderzijds – als het zou bestaan - een nader richtinggevend bericht van de directeur van datzelfde instituut over de geschiktheid en ongeschiktheid van benchmarks voor Sluis terzijde laat en níet benoemt? Of zou dat eventuele bericht van nota bene de directeur en hoogleraar Economie van decentrale overheden het college niet zo goed zou uitkomen, gezien het collegestandpunt over voor- en nadelen van het mediane tarief? Daar wordt immers aangegeven met een te simpel voorbeeld dat de mediaan juist geen goede streefwaarde zou vormen. Is er sprake van filtering en kleuring van het licht op het onderwerp?

Het gaat immers best ergens om. Uit de database van Coelo blijkt dat de Mediaan EUR 1.60 is. Dat is nog eens ‘andere koek’ dan (het ook nog eens naar inwoners gewogen) landelijk gemiddelde hoteltarief van EUR 3,27 of 3,48.

Als zo een bericht van de directeur van Coelo aan de gemeente zou bestaan, heeft de gemeenteraad door het college - in gedachte art 169 van de Gemeentewet - dan niet een incompleet, gefilterd en daarmee gekleurd beeld voorgehouden gekregen? Is het coalitieakkoord dan zó belangrijk? Tenslotte, de uitval van de vraag. Op p3/10: vraagt B&W: “En blijft de toerist weg bij de huidige hogere tarieven?” En op p7/10 schrijft het: “Uit landelijke onderzoeken is gebleken dat de hoogte van de toeristenbelasting het aantal verblijven niet of nauwelijks beïnvloed dus er is geen concurrentienadeel door een hoger tarief dan de andere Zeeuwse gemeenten.” Vooralsnog zijn de verschillen met andere Zeeuwse gemeenten nog niet heel groot, maar dat worden ze wel. Het is dus nog te vroeg voor die als vraag gestelde conclusie. Welke zgn. landelijke onderzoeken bedoelt het college? De onderbouwing mist waar die zou passen. HISWA-RECRON kent wel onderzoeksrapporten met betrekking tot de hotelgemeente Amsterdam over de prijselasticiteit met betrekking tot hotel- en B&B gasten. Dus niet voor campinggasten met een heel andersoortige bestemming, verblijf, beleving en afwegingskader. Uit het rapport ‘Stapeling van lasten voor recreatieondernemers’ van ZKA uit 2019 citeer ik: “Uit een studie van Nyfer in opdracht van RECRON, bleek dat de prijselasticiteit van verblijfsrecreatie -0,79 is.

Dat betekent dat een prijsverhoging van 5% leidt tot een afname van de vraag van circa 4% in dat jaar.” Het is nu aan u: aan welke zijde van ‘het gelijk’ en rechtvaardigheid staat de Gemeenteraad? Recreatieondernemers vragen u slechts hun gasten eerlijk te behandelen. Dat willen zij ook voor henzelf. Niet meer, niet minder. Stel deze voorgestelde begroting niet vast, althans niet op basis van dit voorgestelde toeristenbelastingtarief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=03bc5e3f-d2f9-49dc-b497-18c6fc850ad6