D3 brief aan gemeenteraad - vragen commissie 2 december 2025 (m.b.t. agendapunt 22)
Tekst van het document
gemeentesLu is Postadres: Postbus 27 4500 AA Oostburg Bezoekadres: Nieuwstraat 22 4501 BD Oostburg
Telefoon 140117 Telefoon+31 (0)117 457 000
Gemeenteraad gemeente Sluis
IBAN: NL33INGB0661900169 BIC code: INGBNL2A BTW-nummer: 811046321B01
www.gemeentesluis.nl info@gemeentesluis.nl
ons kenmerk uw brief d.d.
uw kenmerk
behandeld door P. Souvain doorkiesnummer onderwerp
vragen commissie 2 december 2025
bijlage(n)
geen
Oostburg,
1 5 DEC 2025
Geachte leden van de gemeenteraad,
U ontvangt deze brief naar aanleiding van de vragen die gesteld zijn tijdens de commissievergadering van 2 december 2025.
Agendapunten: 08 Voorstel tot vaststellen van de belastingverordeningen 2026 Verordening Lijkbezorgingsrechten 2026 Mevrouw Boeije heeft gevraagd waarom de lijkbezorgingsrechten voor kinderen zo hoog zijn. Zij vraagt om een nadere specificatie omtrent deze lijkbezorgingsrechten. Ook als het gaat om onderhoud en ruimen van kindergraven. Het gaat hierbij met name om de paragrafen 2.1 t/m 2.3 uit Hoofdstuk 2 van de tarieventabel behorende bij de Verordening Lijkbezorgingsrechten 2026: Hoofdstuk 2 Begraven 2.1
Voor het begraven van een lijk van een persoon van 12 jaar of ouder wordt
€
2.582,25
€
1.061.95
€
1.776,15
geheven. Dit Is inclusief € 325 ruimlngskosten
2.2
Voor het begraven van een lijk van een kind beneden 3 jaar wordt geheven.
Dit is inclusief€ 81.25 ruimlngskosten 2.3
Voor het begraven van een lijk van een kind beneden 12 jaar wordt geheven. Dit is inclusief € 162.50 ruimlngskosten
Allereerst de totstandkoming van de tarieven. Op 24 september 2020 heeft uw raad de visie Begraafplaatsen vastgesteld. De uitgangspunten die daarin zijn opgenomen zijn uitgewerkt in het uitvoeringsplan begraven. Dit uitvoeringsplan is door uw raad op 29 april 2021 vastgesteld. Uitgangspunten waren o.a. onderhoud en aanpassing van de tarievenstructuur. Voor wat betreft onderhoud heeft uw raad o.a. bepaald dat alle 16 begraafplaatsen binnen de gemeente Sluis gehandhaafd blijven en daar waar mogelijk te kijken naar verbetering van toezicht op het onderhoud, verbetering onderhoud publiek groen, verbetering toegankelijkheid van de begraafplaatsen en verbetering van de algehele uitstraling van de begraafplaatsen. De uitwerking hiervan is opgenomen in het Uitvoeringsplan begraafplaatsen 2021-2031. Pag. 1/3
Na de behandeling van de visie Begraafplaatsen en de door uw raad geformuleerde wensen heeft een uitgebreide analyse plaatsgevonden om inzicht te krijgen in de kostenstructuur, kostendekkendheid en tarievenstructuur. Uw raad heeft reeds in oktober 2014 het besluit genomen dat begraven niet 100% kostendekkend hoeft te zijn, maar dat een kostendekkendheid van 66% toereikend is.
De kosten van begraven voor de gemeente bestaan grofweg uit tijdsbesteding van personeel met betrekking tot het registreren van een overlijden in het BRP (Basisregistratie Personen), delven van een graf, toedekken graf, aanwezigheid gemeente bij de plechtigheid, toezicht op de begraafplaatsen, toezicht bij het aanbrengen van grafbedekking, groenonderhoud en ruimen van het graf.
In kaart is gebracht wat de totale kosten zijn die aan begraven dienen te worden toegekend en wat de totale lasten per uur zijn. Hieruit is in 2021 een uurtarief van € 275,- voortgekomen. Daarna is gekeken wat de totale tijdsbesteding per begrafenis is. Voor de onderdelen 2.1 t/m 2.3 is daarbij berekend dat voor het begraven van een persoon van 12 jaar of ouder 7 uur benodigd is, voor het begraven van een kind onder de 3 jaar 3 uur en voor een kind tussen de 3 en 12 jaar 5 uur. De kosten van de begrafenis van een kind zijn naar verhouding hoog maar het betreft veelal een handgegraven graf wat arbeidsintensiever is. Sinds 2021 is in de tarieven tevens een opslag voor ruimingskosten meegenomen. Dit is in de verordening ook zichtbaar in de tarieventabel. Dit is gedaan omdat de praktijk heeft geleerd dat als nabestaanden geen verlenging van de grafrechten meer wensen, zij veelal ook niet bereid zijn de ruimingskosten te betalen. Voor kinderen onder 12 (en zeker onder de 3 jaar) zijn logischerwijs ook kleinere bedragen voor ruimingskosten meegenomen. Voor uw informatie: in 2025 zijn er tot op heden geen overlijdens van kinderen geweest. In 2024 zijn er vier kinderen overleden en in 2023 is er één kind overleden. Alle vier de kinderen waren jonger dan drie jaar. Alle tarieven worden jaarlijks geïndexeerd met de meicirculaire.
De tarieven mogen niet zondermeer vergeleken worden met een gemeente als Terneuzen aangezien Terneuzen minder begraafplaatsen heeft, geen voorloper heeft (aanwezigheid bij plechtigheid), tot drie mensen in een graf kan begraven (gemeente Sluis twee in verband met de grondwaterstand) en jaarlijks meer begrafenissen heeft.
Kortom: de tarieven voor de begrafenissen van kinderen van 0-12 jaar zijn ten opzichte van vóór 2021 aanzienlijk gestegen. Deze stijgingen en andere wijzigingen zijn echter volledig inzichtelijk gemaakt met de was-wordt lijst en andere bijlagen welke onderdeel waren van het raadsbesluit van 29 april 2021. Voor zover nog nodig verwijzen wij u naar deze stukken.
Verordening Lijkbezorgingsrechten 2026 Mevrouw Claerhoudt ziet een groot verschil in de lijkbezorgingsrechten tussen 11 en 12-jarigen. Zij vraagt waarom er geen grens gelegd kan worden bij 18-jarigen. Enerzijds kan gezegd worden dat iedereen onder de 18 jaar een kind is. De vraag is dan of hiervoor hetzelfde tarief moet gelden. Er moet ergens een splitsing worden gemaakt. Iemand van 17 ligt in een groter graf dan iemand van 4 jaar. Qua oppervlakte van het benodigde graf zit er niet heel veel verschil tussen het graf van bv. een 12 jarige of iemand van 17 jaar. Heel kleine kinderen (<3 jaar) liggen uiteraard in een nog kleiner graf wat bovendien niet met de graafmachine kan worden gegraven. Er is geen aanleiding dit gelijk te trekken. Bovendien zou dat gevolgen hebben voor de begroting die nu niet inzichtelijk zijn gemaakt. Verordening Precariobelasting 2026 De heer Quaak vraagt om een specificatie van de precariobelasting voor de waterfietsen in de Damse Vaart. In de Verordening Precariobelasting 2026 is in de tarieventabel bij Hoofdstuk 4 Overige voorwerpen, artikel 4.6 een bedrag aan precariobelasting opgenomen van € 540,10 per jaar voor het hebben van maximaal 10 waterfietsen in de het kanaal Sluis-Brugge. Een specificatie van dit Pag. 2/3
gemeentesLU is bedrag is niet te achterhalen. Reeds in 2014 was hiervoor in de tarieventabel een bedrag van € 433,30 opgenomen. Waarschijnlijk waren de waterfietsen al vóór 2014 in de tarieventabel behorende bij de Verordening Precariobelasting opgenomen. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. Kijkend naar de stijging van het tarief voor de precariobelasting van 2014 naar 2026 is het tarief gemiddeld genomen jaarlijks met 2% geïndexeerd. Dat ligt in lijn met de overige tarieven uit de Verordening Precariobelasting die ook jaarlijks worden geïndexeerd. De opbouw van het tarief zelf is niet meer te achterhalen.
Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN SLUIS,
Pag. 3/3