D (Galgenstraat 1 Sint Kruis) - notitie zienswijzen.docx
Tekst van het document
Notitie ‘beantwoording zienswijzen’ behorende bij het ontwerpbestemmingsplan ‘Galgenstraat 1 Sint Kruis’ (NL.IMRO.1714.bpgalgenstrt1-ON01) Behorende bij collegebesluit d.d. 14 februari 2023
1
Inhoudsopgave Notitie ‘beantwoording zienswijzen’ behorende bij het ontwerpbestemmingsplan ‘Galgenstraat 1 Sint Kruis’ Inhoudsopgave 1. Inleiding 1. Overzicht procedure bestemmingsplan ‘Galgenstraat 1 Sint Kruis’ 2. Overzicht ingediende zienswijzen 3. Leeswijzer 2. Samenvatting zienswijzen 1. Reactie reclamant 1 2. Zienswijze reclamant 2 3. Beantwoording zienswijzen 1. Beantwoording reactie reclamant 1 2. Beantwoording zienswijze reclamant 2
2
1 2 3 3 3 3 4 4 4 5 5 5
1. Inleiding 1. Overzicht procedure bestemmingsplan ‘Galgenstraat 1 Sint Kruis’ Het ontwerpbestemmingsplan ‘Galgenstraat 1 Sint Kruis’ ziet toe op een nieuw juridisch- planologische regeling voor het perceel Galgenstraat 1 Sint Kruis. Het plan voorziet in het mogelijk maken van het maximaal toelaatbare bedrijfsvloeroppervlakte van de hoofdtak intensieve veehouderij naar 5.832 m2 en 1.648 m2 uitloop, het realiseren van een nieuwe pluimveestal en de benodigde vergroting van het agrarische bouwvlak op het perceel Galgenstraat 1 te Sint Kruis. In het plan staat de uitbreiding in het kader van Beter Leven Keurmerk (1 ster) voorop. Het ontwerpbestemmingsplan (NL.IMRO.1714.bpgalgenstrt1-ON01) is op 18 augustus 2022 tegelijkertijd met de ontwerp omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en milieu ten behoeve van het realiseren van nieuwe pluimveestal op het perceel Galgenstraat 1 te Sint Kruis voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd (tot en met 28 september 2022) in het gemeentehuis bij het Klanten Contact Centrum (KCC), Nieuwstraat 22 te Oostburg. Tevens was het plan gedurende genoemde periode digitaal in te zien op de gemeentelijke website www.gemeentesluis.nl en via www.ruimtelijkeplannen.nl. Voorafgaand aan de ter inzage legging heeft op 17 augustus 2022 publicatie in het Zeeuwsch Vlaams Advertentieblad plaatsgevonden en in het Gemeenteblad.
Tevens is de kennisgeving geplaatst op de gemeentelijke website. Op 27 januari 2022 heeft de raad een coördinatiebesluit genomen om de bestemmingsplanprocedure te coördineren met de benodigde omgevingsvergunning. Tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan ‘Galgenstraat 1, Sint Kruis’ is zodoende de desbetreffende ontwerp omgevingsvergunning ter inzage gelegd. 2. Overzicht ingediende Zienswijzen Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming is het niet toegestaan de persoonsgegevens (NAW-gegevens) van natuurlijke personen te verwerken zonder bijvoorbeeld een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de betreffende personen. In dit overzicht van beantwoording worden indieners van zienswijzen daarom niet met naam genoemd, met uitzondering van de gegevens van rechtspersonen en de overlegpartners van de gemeente. Naar aanleiding van de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan is één schriftelijke reactive ingediend. Daarnaast is er één zienswijze ingediend die zich zowel op het ontwerpbestemmingsplan als de ontwerp Omgevingsvergunning richt. Hieronder is een overzicht met datum van binnenkomst en door ons toegekende poststuknummer opgenomen. Reclamant 1 Ontwerp bestemmingsplan 2 Ontwerp bestemmingsplan en ontwerp omgevingsvergunning
NAW gegevens Reclamant 1 Provincie Zeeland Reclamant 2
Datum ontvangst 21 september 2022 (poststuknummer: 22.3123) 26 september 2022 (poststuknummer: 22.8405)
Ontvankelijkheid zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan ‘Galgenstraat 1 Sint Kruis’ heeft van 18 augustus 2022 tot en met 28 september 2022 ter inzage gelegen. De schriftelijke reactie van reclamant 1 en de zienswijze van reclamant 2 zijn binnen deze termijn ontvangen en zijn zodoende ontvankelijk op grond van dit criterium. 3. Leeswijzer In paragraaf 2 van deze notitie ‘beantwoording zienswijzen’ behorende bij het bestemmingsplan ‘Galgenstraat 1 Sint Kruis’ worden de ontvangen zienswijzen samengevat weergegeven. In paragraaf 3 worden de zienswijzen beantwoord. In deze notitie staan onze overwegingen ten aanzien van de zienswijzen. Per onderdeel van de ontvangen zienswijzen wordt geconcludeerd of en zo ja op welke wijze de zienswijzen gevolgen hebben voor het bestemmingsplan of de daarbij behorende stukken.
3
2. Samenvatting zienswijzen 1. Schriftelijke reactie reclamant 1 1) Van de provincie Zeeland is een schriftelijke reactie ontvangen waarin is aangegeven dat er geen zienswijze zal worden ingediend. Wel ziet de provincie aanleiding tot het maken van de volgende opmerking. Naar aanleiding van de vooroverlegreactie is een nieuwe Aerius-berekening bijgevoegd. Maar voor het overige geldt echter dat de situatie vooralsnog hetzelfde is als bij het voorontwerp. Er wordt uitgegaan van een PAS-melding als referentiesituatie, maar aangezien de Raad van State heeft geoordeeld dat de PAS in strijd was met de Europese Habitatrichtlijn is er voor veel projecten waarvoor onder het PAS een PAS-melding is gedaan, alsnog een vergunning nodig. Daarom kan de PAS-melding niet worden gebruikt als referentiesituatie. Wanneer de PAS-melding is gelegaliseerd en is omgezet naar een Wnb-vergunning, dan kan deze als referentiesituatie worden gebruikt. Het is echter nog steeds niet duidelijk of en wanneer dat zal gebeuren. Initiatiefnemer heeft voor deze wijziging op 1 februari 2021 een aanvraag om vergunning Wnb ingediend, met tegelijkertijd het verzoek om de behandeling op te schorten tot de PAS-melding is gelegaliseerd. Tot die tijd geldt de oude natuurvergunning NB 15.103 van 18 februari 2016 met daarin de rechten voor twee stallen met 99.000 kippen en een stikstofuitstoot van 2079 kg NH3/jaar.
Voor een bestemmingsplan is de referentiesituatie het feitelijk, planologisch toegestaan, gebruik op dit moment. De gemelde situatie is de feitelijke situatie en is planologisch toegestaan. Voor wat betreft het vaststellen van het bestemmingsplan is dit in principe voldoende, maar kan het gebruik dat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt voorlopig niet worden vergund. De provincie wijst op het risico dat als de stikstofgegevens niet op tijd gelegaliseerd zijn, er geen vergunning wordt afgegeven en dat er dan ook geen uitvoering aan het plan kan worden gegeven.
2. Zienswijze reclamant 2 1) Door de reclamant wordt er op gewezen dat pluimveehouderijen een belangrijke rol spelen bij de emissies van fijnstof en endotoxinen en dat deze in verband wordt gebracht met longontsteking bij omwonenden. In de toelichting van het plan wordt verwezen naar de aan te vragen omgevingsvergunning Milieu, welke ontbreekt in de bijlage. Het verzoek is om aan te tonen dat de actuele uitstootcijfers voor de bestaande stallen 4 en 5 voldoen aan de grenswaarden. 2) Door de reclamant wordt er op gewezen dat de stikstofemissie uit Bijlage 3 in conflict is met de planbeschrijving. Het verzoek is om de latente stikstofrechten in te trekken in een nieuwe vergunning, omdat de overgang naar het Beter Leven concept ten grondslag ligt aan de uitbreiding van de bedrijfsvloeroppervlakte cq hier voorliggende uitbreiding bouwvlak. In relatie hiermee verzoekt de reclamant om verduidelijking van de PAS-melding in dit dossier. 3) De reclamant geeft aan dat het onduidelijk is wat de PAS-melding van de ‘familie De Bruijckere’ met dit dossier te maken heeft. 4) Voor de nieuwe stal wordt dezelfde emissiefactor (Rav) in rekening gebracht als voor beide bestaande stallen. Dit rechtvaardigt volgens reclamant beide volgende vragen: -De reclamant verzoekt om aan te geven of voor de nieuwe stal 6 de beschikbare technologie ter vermindering van stikstofuitstoot is geselecteerd.
-De reclamant verzoekt om aan te geven of de emissiefactoren van de stallen 4 en 5 in de praktijk zijn getoetst. Reclamant refereert hierbij naar de recente uitspraak van de Raad van State (7/9/2022) dat emmissiearme stallen in de praktijk meer uitstoten dan waar in de berekeningen van werd uitgegaan. 5) De reclamant verzoekt een uitvoerigere onderbouwing van de milieuwinst en de significante bijdrage aan verduurzaming. Dat zijn zaken, die naast een verbetering van de omgevingskwaliteiten ten grondslag moeten liggen aan het vereiste gemeentelijke maatwerk in deze, zoals dat in het kader van de Provinciale Omgevingsverordening 2018 werd vastgelegd. Het Beter Leven-concept gaat over het aspect dierenwelzijn en staat los van genoemde zaken.
4
6) De reclamant wijst op artikel 8.7.3 (e en f) van de van toepassing zijnde wijzigingsregels voor “bouwvlak intensieve veehouderij” met betrekking tot de landschappelijke inpassing. Medewerking wordt slechts verleend als een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en onderhoud van de voorgeschreven landschappelijke inpassing. Reclamant is van mening dat het opnemen van deze voorwaardelijke verplichting in de praktijk slechts een schijnvoorwaarde blijkt, mede omdat de gemeentelijke handhaving op dit punt ontoereikend is. Het bewijs hiervoor ligt o.a. op de onderhavige locatie zelf. Van het verplichte landschappelijke inpassingsplan (d.d. 16 juni 2016), dat onderdeel vormde van de voorgaande bouwvlakwijziging – die onherroepelijk is geworden op 29 november 2016 -, is anno 2022 nagenoeg niets gerealiseerd. Het landschappelijke inpassingsplan (bijlage 1) voor het voorliggende wijziging voldoet volgens de reclamant niet aan de gestelde voorwaarden in de regeling.
3. Beantwoording Zienswijzen 1. Beantwoording schriftelijke reactie reclamant 1 1) In de nieuwe situatie blijft het aantal vleeskuiken 99.000 stuks, verdeeld over drie stallen. Dit is gelijk aan de beoogde situatie. Met de beoogde situatie wordt de oude stal vervangen voor een nieuwe stal, hiervoor is deze procedure nodig. In de nieuwe situatie neemt de emissie van fijnstof door gewijzigde stalsystemen en aanvullende maatregelen af van 1.660 kg fijnstof/jaar naar 1.485 kg en de ammoniakemissie van 2.429 kg naar 2.079 kg. De NBwet vergunning uit 2016 (99.000 kippen en een stikstofuitstoot van 2079 kg NH3/jaar) voorziet hierin. Dit is voor de volledigheid aangetoond met de als bijlage 1 gevoegde AERIUS-rekenbestanden. Deze schriftelijke reactie leidt niet tot inhoudelijke aanpassing van het bestemmingsplan. De AERIUSrekenbestanden worden toegevoegd. Tevens wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van reclamant 2. 2. Beantwoording zienswijze reclamant 2 1) De vergunde en beoogde dieraantallen blijven gelijk en verdeeld over drie stallen blijft dit 99.000 stuks vleeskuikens. De emissie van fijnstof neemt door gewijzigde stalsystemen en aanvullende maatregelen af van 1.660 kg fijnstof/jaar naar 1.485 kg en de ammoniakemissie van 2.429 kg naar 2.079 kg. De afname van fijnstof blijkt uit de diertabel in de aanvraag §30 uit bijlage 2.
In §15 van bijlage 2 is de beoordeling van fijnstof beschreven, door de afname en afwaartse beweging van het dorp af is geen immissieberekening uitgevoerd van fijnstof, dat is ook gemotiveerd in bijlage 2. De berekening is naar aanleiding van de ingediende zienswijze alsnog gemaakt en toegevoegd aan dit document. De norm is 40 microgram, het plan zit onder de 15 microgram. De overschrijdingsdagen kennen een norm van 35, het plan zit onder de 7 dagen. Het plan voldoet daarmee wat normen voor fijnstof betreft op de 3 meest nabij gelegen woningen. 2) De vergunde en beoogde dieraantallen blijven gelijk en verdeeld over drie stallen blijft dit 99.000 stuks vleeskuikens. De emissie van fijnstof neemt door gewijzigde stalsystemen en aanvullende maatregelen af van 1.660 kg fijnstof/jaar naar 1.485 kg en de ammoniakemissie van 2.429 kg naar 2.079 kg. Zie ook beantwoording onder 1. De PAS melding is gedaan om de destijds vergunde 2.079,0 kg ammoniak bij de dierverblijven te verhogen naar de 2.429,0 kg voor het pluimvee zoals het werkelijk wordt gehouden. Het bedrijf gaat nu omlaag in emissie door betere stalsystemen toe te passen en komt daarom weer terug op de vergunde 2.079 kg ammoniak. Nu we weer terug gaan naar 2.079 kg in de aanvraag praten we van intern salderen en is er op basis van de uitspraak Logtsebaan geen vergunningplicht meer in het kader van de Wet Natuurbescherming.
De PAS melding heeft in die zin voor deze aanvraag geen waarde. In het geval teruggevallen moet worden op de nu vergunde situatie heeft de PAS melding wel toegevoegde waarde, want de feitelijke huidige emissie is hoger. Bij de PAS melding nam het aantal kuikens overigens ook niet toe, dit is altijd 99.000 gebleven. De berekening en toelichting van het bestemmingsplan zal hierop aangepast worden.
5
3) Dit betreft een verschrijving van naam, deze komt met de aanpassingen onder 1 en 2 te vervallen omdat deze bijlage vervalt. 4) De nieuwe stal krijgt gelijk aan de bestaande nieuwere stallen een beter stalsysteem dan de nu vergunde situatie in de oude stal. Het aantal dieren neemt niet toe en daarmee verbeterd de emissie en depositie. Dit is gebaseerd op basis van metingen van Wageningen universiteit (Advies voor aanpassingen van ammoniak emissiefactoren van pluimvee in de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav). Wageningen Livestock Research, Rapport 1015). Er zijn bij de Galgenstraat op locatie geen emissiemetingen uitgevoerd, maar bij vergelijkbare stallen en in dit rapport herbeoordeeld op basis van nieuwe metingen volgens een nieuwer meetprotocol (WUR rapport 278; WUR rapport 845). Zowel het bestaande systeem in de oude stal (E5.10) als de nieuwere stallen (E5.11) is bemeten (bijlage 4). 5) De initiatiefnemer exploiteert een bestaand volwaardig grondgebonden agrarisch bedrijf en volwaardige hoofdtak intensieve veehouderij. Het plan is voorzien van uitbreiding van het bedrijfsvloeroppervlak intensieve veehouderij. Een verouderde stal zal worden gesloopt en er zal een nieuwe stal worden gerealiseerd met een leefoppervlak van 1.963 m2 voor de dieren, dit is een toename van 889 m2 in het kader van dierenwelzijn.
Bij de nieuwe stal zal een uitloop worden gerealiseerd van 552 m2. In de huidige planologische vergunde situatie mogen 99.000 dieren gehouden worden, 20 dieren per m2. Door het toepassen van het Beter Leven Keurmerk zijn er 12 dieren per m2 toegestaan. Om hetzelfde aantal dieren te kunnen huisvesten is een groter leefoppervlak noodzakelijk. Zonder verruiming van het bedrijfsvloeroppervlak komt het aantal dieren bij toepassing van het Keurmerk uit op 60.000 dieren. Op grond van de Omgevingsverordening Zeeland 2018 lid 10 van artikel 2.19 kan indien het toepassen van het Beter Leven Keurmerk (1 ster) ten aanzien van dierenwelzijn een groter bedrijfsvloeroppervlak vergt, is het bepaalde omtrent bedrijfsvloeroppervlak in het vijfde tot en met het zevende lid niet van toepassing. Het vijfde tot en met het zevende lid zien toe op verdere verduurzaming en omgevingskwaliteiten. Deze regel is uitsluitend van toepassing indien en voor zover een bedrijf bij toepassing van genoemd keurmerk minder dieren zou mogen houden dan in de huidige planologisch vergunde situatie. Lettende op het bovenstaande voldoet het bestemmingsplan Galgenstraat 1 Sint Kruis aan deze regeling en mogen ze het bedrijfsvloeroppervlakte verhogen voor de toepassing van het Beter Leven Keurmerk (1 ster), waarbij het aantal dieren dat gehouden wordt gelijk blijft.
Het plan voldoet aan de uitgangspunten van de Omgevingsverordening Zeeland 2018 (lid 10 van artikel 2.19), dit onderdeel van de zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 6) Het landschappelijke inpassingsplan (d.d. 16 juni 2016) dat onderdeel vormde van de voorgaande bouwvlakwijziging is nog niet volledig gerealiseerd. De vorming van de nieuwe plannen heeft de initiatiefnemer er van weerhouden om nog niet alles aan te leggen. De initiatiefnemer heeft begrip voor de opmerking en zal prioriteit geven aan de realisatie van de landschappelijke inpassing. Mede naar aanleiding van de zienswijze is er vanuit de gemeente Sluis controle uitgevoerd op het landschappelijke inpassingsplan (d.d. 16 juni 2016). Hieruit blijk dat het landschappelijke inpassingsplan nog niet volledig is uitgevoerd. Aan de noordzijde staat wel een bomenrij geplant, maar de struiken ontbreken. Ook is een deel van de bestaande struiken aan de noordzijde weg gehaald om de schuur beter bereikbaar te maken voor het werkverkeer. Aan de zuidzijde is de bomenrij met struiken nog niet aangeplant. Ook zijn de knotwilgen en kleine bomen aan de zuidoostzijde nog niet aangeplant. Aan deze zijde zal een nieuwe stal worden aangelegd. Door het nieuwe plan zal de beplanting aan de zuidzijde komen te verschuiven.
Gelet op de werkzaamheden die nog zullen gaan plaatsvinden is passend om dit deel van het beplantingsplan uit te voeren zodra de werkzaamheden klaar zijn. De knotwilgen aan de westzijde zijn geplant, waarbij de lijn van het nieuwe beplantingsplan al is aangehouden. De bestaande struiken rond de poel aan de Galgenstraat zijn weg gehaald. De poel heeft op zichzelf een verbetering doorgemaakt. Met de initiatiefnemer zijn afspraken gemaakt om de struiken aan de noordzijde en rond de poel op korte termijn aan te planten. De nog te planten knotwilgen en struweel met bomen aan de zuidzijde worden na de realisatie van de nieuw te realiseren stal aangeplant. Er zal een hercontrole plaatsvinden om na te gaan of de afspraken worden nageleefd.
6
Wij zijn van mening dat het landschappelijke inpassingsplan Galgenstraat 1 Sint Kruis d.d. 11 mei 2021 voldoet aan de door ons gestelde richtlijnen in het bestemmingsplan Buitengebied Sluis (2h). De voorziene beplantingsstrook is voldoende breed en bestaat uit streekeigen beplanting. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het landschappelijke inpassingsplan. In artikel 3.4.a onder 1 is de volgende voorwaardelijke bepaling opgenomen: ‘binnen een jaar na ingebruikname van de nieuw te bouwen bebouwing, dient de landschappelijke inpassing waarbij voldaan wordt aan de 'Richtlijn landschappelijke inpassing gemeente Sluis' bijlagen bij de regels bijlage 2, gerealiseerd te zijn en in stand te worden gehouden;’ De voorwaardelijke bepaling moet echter verwijzen naar het specifiek voor dit plan opgestelde landschappelijke inpassingsplan en moet daarom als volgt gewijzigd worden: ‘binnen een jaar na ingbruikname van de nieuw te bouwen bebouwing, dient de landschappelijke inpassing conform het landschappelijke inpassingsplan Galgenstraat 1 Sint Kruis d.d. 11 mei 2021, bijlage 2 bij de regels, gerealiseerd te zijn en in stand te worden gehouden’. Hiertoe dient ook de juiste bijlage bij de regels gevoegd te worden.
Bijlage 1: AERIUS Bijlage 2: AERIUS rekenbestanden Bijlage 3: Milieuaspecten (bijlage 2 aanvraag) Bijlage 4: Berekening fijnstof Bijlage 5: WUR rapport 278; WUR rapport 845 Bijlage 6: Landschappelijk inpassingsplan
7