D (Galgenstraat 1 Sint Kruis) - Bijlage 7. WUR.pdf
Tekst van het document
42 | Wageningen Livestock Research Rapport 1015
Tabel 17b
Huidige en geadviseerde ammoniak emissiefactoren voor vleeskuikens (in kg/dierplaats/jaar) van Categorie B systemen (niet meer voorkomend of in de nabije toekomst verdwenen) inclusief het nummer van de rekenregel uit de beslisboom (Figuur 1 van bijlage 2).
Rav code
Categorie
Emissiefactor Huidig
Advies
Wijziging
Nr.
t.o.v.
rekenregel
huidig % E 5.1
zwevende vloer met strooiseldroging
0,005
0,004
15,0
4
E 5.2
geperforeerde vloer met strooiseldroging
0,014
0,012
15,0
4
etagesysteem met volledige roostervloer en mestbandbeluchting E 5.5 grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling E 5.9 uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens met aparte vervolghuisvesting E 5.9.1 uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens in etages met vervolghuisvesting E 5.9.1.1 uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen in stal met etages en vervolghuisvesting E 5.9.1.1.1 uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen in stal met etages en vervolghuisvesting in E 5.5 (grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling) E 5.9.1.1.100 uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen in stal met etages en vervolghuisvesting in E 5.100 (overige huisvestingsystemen) E 5.9.1.2 uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen in stal met etages en vervolghuisvesting E 5.9.1.2.1 uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen in stal met etages en vervolghuisvesting in E 5.5 (grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling) E 5.9.1.2.100 uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen in stal met etages en vervolghuisvesting in E 5.100 (overige huisvestingsystemen)
0,005
0,004
15,0
3
0,045
0,038
15,0
4
0,040
0,034
15,0
3
0,070
0,060
14,3
3
0,038
0,032
15,8
3
0,060
0,052
13,3
3
E 5.3
5.6
Additionele technieken voor mestbewerking en mestopslag (E 6)
In 2008 zijn metingen gedaan bij droogtunnels om het effect op de emissie van fijn stof vast te stellen (Winkel et al., 2011c). Daarbij bleek meer NH3 vrij te komen dan nu is opgenomen in Bijlage 1 van de Rav. Omgerekend kwam de emissie uit op 0,241 kg/dierplaats per jaar. Dit was aanleiding om een onderzoek te starten naar de oorzaak van deze hogere emissie en om naar mogelijkheden te zoeken om de emissie uit droogtunnels te reduceren. De belangrijkste oorzaak van de hogere emissie is het lagere drogestofgehalte van mest die uit de stal naar de droogtunnel gaat. De vorming van ammoniak start al in de stal op de mestband. Als lucht door deze mest wordt geblazen, dan neemt deze lucht de gevormde ammoniak mee. Het proces van ammoniakvorming in de stal kan worden vertraagd door de mest in de stal sneller en verder te drogen. In de eerste beschrijving van de droogtunnels was opgenomen dat de mest minimaal 45% ds moet bevatten, gebaseerd op de notitie van Zadelhof et al. (1998). Deze eis is overgenomen in latere beschrijvingen. Bij de metingen aan de droogtunnel met geperforeerde banden (Huis in ’t Veld et al., 1999) had de ingaande mest echter een hoger drogestofgehalte, namelijk gemiddeld 60%. Op basis hiervan zijn de beschrijvingen voor de droogtunnels van E 6.4 aangepast en is opgenomen dat de ingaande mest minimaal een gehalte van 55% ds moet hebben.
Resultaten van metingen op een negental bedrijven met voordroging geven ook aan dat bij hogere ds% de emissie van ammoniak uit de tunnel afneemt (Winkel et al., 2014b). In een onderzoek van Winkel et al. (2014c) werd de mest in de stal niet voor gedroogd maar wel binnen 24 uur uit de stal in een droogtunnel gebracht, waarbij de mest daarna intensief werd gedroogd gedurende de eerste dag. Ten opzichte van de huidige emissiefactor van 2 gram NH3/dierplaats/jaar blijkt de emissie echter nog fors hoger (zie tabel 10).
Wageningen Livestock Research Rapport 1015
| 43
Op basis van alle metingen is in een apart rapport aangegeven in hoeverre de resultaten kunnen worden gebruikt om de emissiefactoren voor ammoniak en geur van de nageschakelde technieken aan te passen (Winkel et al., 2014d). De belangrijkste conclusies ten aanzien van ammoniak uit dit rapport zijn: •
De emissie uit droogtunnels is veel hoger dan nu volgens de emissiefactor in Bijlage 1 van de Rav.
•
De hoogte van de emissie uit de tunnel is afhankelijk van het wel of niet voordrogen van de mest. Bij wel voordrogen neemt de emissie uit de tunnel af als de mest met een hoger ds% in de tunnel wordt gebracht.
•
Het verschil in ammoniakemissie tussen beide onderzochte droogtunnels is te groot voor het vaststellen van een gemiddelde emissiefactor. Samen met de grote variatie in bedrijven is het advies om de metingen uit te breiden tot twee metingen per type droogtunnel.
Op basis van bovenstaande is de conclusie dat er voor de systemen in categorie E 6 onvoldoende data zijn om een advies te geven voor aanpassing van de emissiefactoren.
5.7
Kalkoenen (F)
Omdat er slechts een enkel bedrijf is met (opfok)ouderdieren van vleeskalkoenen, richt het advies zich met name op de emissiefactoren voor vleeskalkoenen. De geadviseerde emissiefactoren staan in tabellen 18a en 18b. Voor het systeem F 4.100 (overige huisvestingssystemen) is een nieuwe emissiefactor berekend van 0,932 kg NH3/dierplaats/jaar op basis van metingen op twee locaties (Mosquera et al., 2009b). Net als bij vleeskuikenouderdieren is de verwachting dat, ondanks het niet volledig volgen van het nieuwe meetprotocol, de betrouwbaarheid van deze waarde hoger is dan die van de oude emissiefactor (zie paragraaf 2.2.1) en representatiever voor de huidige praktijk. De andere emissiefactoren zijn hiervan afgeleid via de genoemde rekenregels volgens de beslisboom in bijlage 2. Voor drie systemen is de emissiefactor berekend volgens rekenregel 3 op basis van de bij vleeskuikens gemeten systemen (volgens het nieuwe meetprotocol). Bij de emissiefactor is hetzelfde reductiepercentage toegepast als berekend bij vleeskuikens (vergelijking (3)). Voor de (opfok)ouderdieren van vleeskalkoenen zouden emissiefactoren berekend kunnen worden op basis van de verhouding in TAN. Er zijn echter geen TAN-berekeningen voor deze diercategorieën beschikbaar.
Tabel 18a
Huidige en geadviseerde ammoniak emissiefactoren voor vleeskalkoenen (in kg/dierplaats/jaar) van Categorie A systemen (voorkomend en in de nabije toekomst nog te verwachten) inclusief het nummer van de rekenregel uit de beslisboom (Figuur 1 van bijlage 2).
Rav code
Categorie
Emissiefactor Huidig
Advies
Wijziging
Nr.
t.o.v.
rekenregel
huidig % F 4.2
chemisch luchtwassysteem (90% reductie)
0,070
0,093
32,9
2
F 4.4
biologisch luchtwassysteem
0,200
0,280
40,0
2
F 4.5
0,490
0,409
16,5
3
F 4.6
stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren Biofilter
0,200
0,280
40,0
2
F 4.7
chemisch luchtwassysteem (70% reductie)
0,200
0,280
40,0
2
F 4.8
stal met indirect gestookte warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag stal met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar overige huisvestingssystemen
0,490
0,409
16,5
3
0,430
0,248
42,3
3
0,680
0,932
37,1
ref.
F 4.9 F 4.100
44 | Wageningen Livestock Research Rapport 1015
Tabel 18b
Huidige en geadviseerde ammoniak emissiefactoren voor vleeskalkoenen (in kg/dierplaats/jaar) van Categorie B systemen (niet meer voorkomend of in de nabije toekomst verdwenen) inclusief het nummer van de rekenregel uit de beslisboom (Figuur1 van bijlage 2).
Rav code
Categorie
Emissiefactor Huidig
Advies
Wijziging
Nr.
t.o.v.
rekenregel
huidig % F 4.1
gedeeltelijk verhoogde strooiselvloer
0,360
0,493
36,9
4
F 4.3
mechanisch geventileerde stal met frequente strooiselverwijdering
0,260
0,356
36,9
4
5.8
Eenden (G)
Er zijn recent geen metingen verricht aan stallen met eenden. Daarom is het advies om de emissiefactoren voor deze diercategorie niet te wijzigen.
Wageningen Livestock Research Rapport 1015
| 45
6
Advies
Op basis van de beschikbare data en kennis zijn de volgende conclusies en adviezen opgesteld: - Opfok leghennen; De emissiefactor voor het systeem ‘overige huisvestingssystemen niet-batterijhuisvesting’ (E 1.100) gelijk houden op de huidige waarde van 0,170 kg NH3/dierplaats/jaar. De emissiefactor voor het systeem ‘overige huisvestingssystemen batterijhuisvesting’ (E 1.101) gelijk houden op de huidige waarde van 0,045 kg NH3/dierplaats/jaar. Voor de volièresystemen zijn de huidige emissiefactoren niet meer representatief voor de huidige praktijk, omdat deze waren afgeleid van die van leghennen (zie verder bij leghennen). Er zijn momenteel geen gegevens beschikbaar om een advies te geven voor een nieuwe emissiefactor voor de volièresystemen (categorie E 1.8). Omdat de emissiefactor het systeem ‘stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren’ (E 1.11) is afgeleid van het vergelijkbare systeem bij vleeskuikens, is het advies om de emissiefactor aan te passen met dezelfde reductie naar 0,088 kg NH3/dierplaats/jaar (huidig 0,150 kg NH3/dierplaats/jaar). Omdat de emissiefactoren voor de systemen ‘overige huisvestingsystemen’ niet worden aangepast, is het advies de emissiefactoren van de overige systemen binnen de diercategorie ook gelijk te houden aan de huidige emissiefactor.
- Leghennen; De emissiefactor voor het systeem ‘overige huisvestingsystemen niet-batterijhuisvesting’ (E 2.100) aan te passen naar 0,402 kg NH3/dierplaats/jaar (nu 0,315 kg NH3/dierplaats/jaar). De emissiefactor van het systeem ‘overige huisvestingsystemen batterijhuisvesting’ (E 2.101) gelijk te houden op 0,100 kg NH3/dierplaats/jaar. De huidige emissiefactoren voor de volièresystemen zijn niet meer representatief voor de huidige praktijk. Er zijn momenteel onvoldoende betrouwbare gegevens beschikbaar om een advies te geven voor nieuwe emissiefactoren voor de volièresystemen. De resultaten van de uitgevoerde metingen geven echter aan dat de huidige emissiefactoren te laag zijn ingeschat. Aanbevolen wordt te zorgen voor aanvulling van de huidige set meetdata om verantwoord emissiefactoren vast te kunnen stellen. Bereken de emissiefactoren voor de andere (emissie reducerende) systemen op basis van de huidige verhouding in emissie tussen het systeem en het systeem ‘overige huisvesting’, zowel voor batterij als niet-batterij huisvestingsystemen. Hierbij uitgaan van de geadviseerde emissiefactor voor het systeem ‘overige huisvesting’.
- Opfok vleeskuikenouderdieren; Voor de categorie ‘overige huisvesting’ (E 3.100) de emissiefactor aan te passen naar 0,122 kg NH3/dierplaats/jaar (huidig 0,180 kg NH3/dierplaats/jaar) op basis van de verhouding in TAN met die van vleeskuikenouderdieren. Bereken de emissiefactor van systemen die zijn afgeleid van gemeten systemen bij vleeskuikens ten opzichte van het systeem ‘overige huisvesting’ (E 3.100), op basis van de reductie die is bereikt binnen de diercategorie vleeskuikens met dit systeem. Hierbij uitgaan van de geadviseerde emissiefactor voor het systeem ‘overige huisvesting’. Bereken de emissiefactoren voor de andere (emissie reducerende) systemen op basis van de huidige verhouding in emissie tussen het systeem en het systeem ‘overige huisvesting’ (E 3.100). Hierbij uitgaan van de geadviseerde emissiefactor voor het systeem ‘overige huisvesting’. - Vleeskuikenouderdieren; De emissiefactor voor het systeem ‘overige huisvesting’ (E 4.100) aan te passen naar 0,456 kg NH3/dierplaats/jaar (huidig 0,580 kg NH3/dierplaats/jaar). Bereken de emissiefactoren voor de andere (emissie reducerende) systemen op basis van de huidige verhouding in emissie tussen het systeem en het systeem ‘overige huisvesting’ (E 4.100). Hierbij uitgaan van de geadviseerde emissiefactor voor het systeem ‘overige huisvesting’.
46 | Wageningen Livestock Research Rapport 1015
- Vleeskuikens; Voor het systeem ‘overige huisvesting’ (E 5.100) wordt een nieuwe emissiefactor voorgesteld van 0,068 kg NH3/dierplaats/jaar (huidig 0,080 kg NH3/dierplaats/jaar). Bereken de emissiefactoren voor de andere (emissie reducerende) systemen op basis van de huidige verhouding in emissie tussen het systeem en het systeem ‘overige huisvesting’ (E 5.100). Hierbij uitgaan van de voorgestelde emissiefactor voor het systeem ‘overige huisvesting’. De emissiefactor van de systemen met combinatie van uitbroeden en overplaatsen worden opnieuw berekend volgens de formule van de beschrijving, gebaseerd op de voorgestelde emissiefactoren van de onderliggende systemen. - Additionele technieken voor mestbewerking en mestopslag; De emissiefactoren voor deze systemen zijn niet meer representatief voor de huidige praktijk. Er zijn momenteel onvoldoende betrouwbare gegevens beschikbaar om een advies te geven voor nieuwe emissiefactoren voor de additionele technieken. De resultaten van de uitgevoerde metingen geven echter aan dat de huidige emissiefactoren te laag zijn ingeschat. Aanbevolen wordt te zorgen voor aanvulling van de huidige set meetdata om verantwoord emissiefactoren vast te kunnen stellen.
- Kalkoenen; De emissiefactor voor het systeem ‘overige huisvesting’ bij vleeskalkoenen (F 4.100) aan te passen naar 0,932 kg NH3/dierplaats/jaar (huidig 0,680 kg NH3/dierplaats/jaar). Bereken de emissiefactor van systemen die zijn afgeleid van gemeten systemen bij vleeskuikens ten opzichte van het systeem ‘overige huisvesting’ (F 4.100), op basis van de reductie die is bereikt binnen de diercategorie vleeskuikens met dit systeem. Hierbij uitgaan van de geadviseerde emissiefactor voor het systeem ‘overige huisvesting’. Bereken de emissiefactoren voor de andere (emissie reducerende) systemen op basis van de huidige verhouding in emissie tussen het systeem en het systeem ‘overige huisvesting’ (F 4.100). Hierbij uitgaan van de geadviseerde emissiefactor voor het systeem ‘overige huisvesting’. Voor de overige systemen bij de andere diercategorieën binnen de hoofdcategorie Kalkoenen worden geen nieuwe emissiefactoren voorgesteld. - Eenden; Voor de systemen bij deze hoofdcategorie worden geen nieuwe emissiefactoren voorgesteld.
Wageningen Livestock Research Rapport 1015
| 47
Literatuur
Anoniem. Maart 2009. Onderzoek ammoniakemissie Wesselmannheaters; metingen bij 4 pluimveestallen i.k.v. proefstalstatus. Rapportnummer BL2009.3756.01, Buro Blauw B.V., Wageningen. Baeyens, B., G. Otten, T. Ulens en N. van Ransbeeck. Oktober 2011. Meetcampagne van de ammoniakemissies uit een mechanisch geventileerde opfokstal voor leghennen in het kader van opname in de “Lijst van stalsystemen voor ammoniakemissiereductie”. ILVO-VITO, Merelbeke. Beurskens, A.G.C., J.M.G. Hol en G. Mol. December 2002a. Onderzoek naar de ammoniak- en geuremissie van stallen LIII: Stal voor vleeskalkoenen met frequente strooiselverwijdering. Rapport 2002-14, IMAG, Wageningen. Beurskens, A.G.C., J.M.G. Hol en G. Mol. December 2002b. Onderzoek naar de ammoniak- en geuremissie van stallen LIV: Voliérestal voor leghennen. Rapport 2002-16, IMAG, Wageningen. Bleeker, A. en W.C.M. van den Bulk. Mei 2005. Verificatiemeting Imago stalsysteem. ECN-C--05-053, ECN, Petten. Bleeker, A. en W.C.M. van den Bulk. 2005b. Tweede verificatiemeting Imago stalsysteem. ECN-C--05079, ECN, Petten. Bleijenberg, R. en J .P.M. Ploegaert. 1994. Handleiding meetmethode ammoniakemissies uit mechanisch geventileerde stallen: apparatuur, installatie en gegevensverwerking. IMAG-DL0 uitgave 94-1, Wageningen. Blokhuis, H.J. en J.H.M. Metz. 1994. Volièrehuisvesting voor leghennen. Spelderholtpublicatie 641, IDDLO, Beekbergen.
Rapport 95-31, IMAG-DLO, Wageningen. Broer, L., T. Becker, A. Degenhardt, R. Künnemann, L. Behrends, en A. Lücking. 2012. Report on the emission measurements Exhaust air cleaning system MagixX B, Big Dutchmann International GmbH, Broiler finishing: Short and long batch. Projectno. 20120604-897, LUFA Nord-West, Oldenburg (D). Bruggen, C. van, A. Bannink, C.M. Groenestein, J.F.M. Huijsmans, H.H. Luesink, S.M. van der Sluis, G.L. Velthof en J. Vonk. 2015. Emissions into the atmosphere from agricultural activities, 19902013. Calculations for ammonia, nitrogen oxides, nitrous oxide, methane and particulate matter using the NEMA model. Wageningen, The Statutory Research Tasks Unit for Nature and the Environment (WOT Natuur & Milieu). WOt-technical report 46. 160 p Demmers, T., M. Hissink en G. Uenk. 1992. Het drogen van pluimveemest in een droogtunnel en het effect hiervan op de ammoniakemissie. Rapport 92-6, IMAG-DLO, Wageningen. Ellen, H.H. en RA. Van Emous. December 2010. Interne notitie. Ellen, H. H. en N.W.M. Ogink. Juli 2009. Emissie-afleiding Kleinvoliere. Rapport 234, Animal Sciences Group, Lelystad. Emous, R.A. van, S. Lourens en J. van Harn. Juli 2004. Vitaliteit vleeskuikenouderdieren en ammoniakmetingen. PraktijkRapport Pluimvee 13, Animal Sciences Group, Lelystad. Emous, R.A. van, B.F.J. Reuvekamp en Th.G.C.M. Fiks-van Niekerk. November 2001.
Verlichtings-, ammoniak-, stof- en arbeidsonderzoek bij twee volièresystemen = Lighting, ammonia, dust and labour research of two aviairy housing systems. Rapport 235, Praktijkonderzoek Veehouderij, Lelystad. Emous, R.A. van, B.F.J. Reuvekamp en Th.G.C.M. Fiks-van Niekerk. Oktober 2003. Ammoniakemissie bij verrijkte kooien. PraktijkRapport Pluimvee 8, Animal Sciences Group, Lelystad. Gramatte, W. en J. Johann. 2009. MagixX-B exhaust air cleaning system. DLG Test Report 5952, DLG e.V., Gross-Umstadt (D). Groenestein, C.M. en H. Montsma. 1991. Praktijkonderzoek naar de ammoniakemissie van stallen; Slachtkuikenstal met vloerventilatie. Rapport 91-1001, IMAG, Wageningen. Groot Koerkamp, P.W.G., Middelkoop, J.H. van en Evers, E. 2000. Ammoniakemissie vleeskuikenstallen toegenomen. Pluimveehouderij, jaargang 30, nr. 21, pag. 10-11 Haar, J.W. van der. November 1995. Nieuwe stalinrichtingssystemen bij vleeskuikenouderdieren. PPuitgave no. 39, Praktijkonderzoek Pluimveehouderij, Beekbergen.
48 | Wageningen Livestock Research Rapport 1015
Haar, J.W. van der en R. Meijerhof. Oktober 1996a. Ammoniakemissie bij het volièresysteem LacoBoleg voor vleeskuikenouderdieren. PP-uitgave no. 46, Praktijkonderzoek Pluimveehouderij, Beekbergen. Haar, J.W. van der en R. Meijerhof. Oktober 1996b. Ammoniakemissie bij het volièresysteem Voletage voor vleeskuikenouderdieren. PP-uitgave no. 48, Praktijkonderzoek Pluimveehouderij, Beekbergen. Haar, J.W. van der en R. Meijerhof. Maart 1997. Resultaten nieuwe stalinrichtingssystemen bij vleeskuikenouderdieren. PP-uitgave no. 56, Praktijkonderzoek Pluimveehouderij, Beekbergen. Haar, J.W. van der, R. Meijerhof, J.H. van Middelkoop en H.H. Ellen. Juni 1998. Emissiearme huisvestingssystemen bij vleeskuikenouderdieren. PP-uitgave no. 72, Praktijkonderzoek Pluimveehouderij, Beekbergen. Haar, J.W. van der, R. Meijerhof en J.H. van Middelkoop. April 1998. Ammoniakemissie bij vleeskuikenouderdieren in grondhuisvestingssysteem met mestbeluchting van bovenaf. PP-uitgave no. 70, Praktijkonderzoek Pluimveehouderij, Beekbergen. Harn, J. van, J. Mosquera en A. Aarnink. Januari 2009. Maatregelen ter vermindering van fijnstofemissie uit de pluimveehouderij; Invloed lichtschema op fijnstof en ammoniakemissie uit vleeskuikenstallen. Rapport 217, Animal Sciences Group, Lelystad. Harn, J. van, J. Mosquera en A. Aarnink. April 2009.
Maatregelen ter vermindering van fijnstofemissie uit de pluimveehouderij; Invloed strooiselmateriaal op fijnstof en ammoniakemissie uit vleeskuikenstallen. Rapport 218, Animal Sciences Group, Lelystad. Harn, J. van, G. Nijeboer en N. Ogink. April 2015. Effect van snijmaissilage als strooiselmateriaal in vleeskuikenstallen op de emissies van ammoniak, geur, fijnstof, methaan en lachgas (Effect of silage maize as bedding material in broiler houses on the emissions of ammonia, odour, PM10, methane and nitrous oxide). Wageningen, Wageningen UR (University & Research centre) Livestock Research, Livestock Research Rapport 845, 49 blz. Hensen, A., W.C.M. van den Bulk, M.J. Blom en A. Bleeker. September 2010. Emissiemetingen stalsystemen met Agro Clima Unit. ECN-E--10-087, ECN, Petten. Hol, J.M.G. en P.W.G. Groot Koerkamp. 1998. Praktijkonderzoek naar de ammoniakemissie van stallen XXXX; Vleeskuikenstal met verwarming en koeling van de vloer met strooisel. Rapport 98-1004, IMAG-DLO, Wageningen. Hol, J.M.G., P. de Gijsel en P.W.G. Groot Koerkamp. Januari 2001. De ammoniak- en geuremissie van een scharrelstal met twee verdiepingen met mestbanden onder de roosters. Rapport 01-01, IMAG, Wageningen. Hol, J.M.G., J. Mosquera, J. van Harn en T. Veldkamp. Maart 2007. Ammoniak- en geuremissie uit een vleeskuikenstal voorzien van de Scanfeeder met beluchting.
Rapport 33, Animal Sciences Group, Lelystad. Hol, J.M.G. en I.H.G. Satter. 1997. Praktijkonderzoek naar de ammoniakemissie van stallen XXXIII; Behandeling van lucht uit een composteringsbak voor voorgedroogde leghennenmest door een fysisch-chemische wasser. Rapport 97-1003, IMAG-DLO, Wageningen. Hol, J.M.G. en I.H.G. Satter. 1998. Praktijkonderzoek naar de ammoniakemissie van stallen XXXVIII; Behandeling van lucht uit een scharrelstal voor leghennen met een chemische wasser. Rapport 981002, IMAG-DLO, Wageningen. Hol, J.M.G., A.C. Wever en P.W.G. Groot Koerkamp. Maart 1999. Behandeling van lucht uit een traditionele stal voor vleeskuikens met een chemische wasser. Nota P 99-23, IMAG-DLO, Wageningen. Huis in ’t Veld, J.W.H., P.W.G. Groot Koerkamp en R. Scholtens. December 1999. Onderzoek naar de ammoniakemissie van stallen XLVI; Voletage volièresysteem voor legouderdieren en een droogtunnel met geperforeerde mestbanden. Rapport 99-10, IMAG, Wageningen. Huis in ’t Veld, J.W.H., S.G. van der Top, J.M.G. Hol en J. Mosquera. Februari 2005. Onderzoek naar de ammoniak-en geuremissie van stallen LXIII: Meeretagesysteem voor vleeskuikens. Rapport 367, Agrotechnology & Food Innovations B.V., Wageningen Kroodsma, W., R. Bleijenberg, N. Ogink en Y Wintjens. 1996. Nadroging van voorgedroogde leghennenmest volgens het HELI-systeem en de laagsgewijze composteermethode.
Rapport 9608, IMAG-DLO/Hendrix ’Voeders, Wageningen. Meìjerhof, R. en J.W. van der Haar. Juni 1994. Ammoniakemissie bij verschillende vormen van huisvesting. PP uitgave nr. 18, Praktijkonderzoek Pluimveehouderij, Beekbergen.
Wageningen Livestock Research Rapport 1015
| 49
Melse, R.W., J.M.G. Hol, F.Dousma, G.M. Nijeboer en J.W.M. Huis in ’t Veld. September 2011. Maatregelen ter vermindering van fijnstofemissie uit de pluimveehouderij: validatie van een luchtwassysteem met water als wasvloeistof bij twee pluimveebedrijven. Rapport 502, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad. Middelkoop, J.H. en J. van Harn. September 1995. Ammoniak-arme huisvestingssystemen voor vleeskuikens en het effect van vloerverwarming op emissie en technische resultaten (Eindrapportage FOMA). PP-uitgave no. 34, Praktijkonderzoek Pluimveehouderij, Beekbergen. Ministerie van Landbouw en Visserij, VROM, 1987. Ammoniak en veehouderij : richtlijn in het kader van de Hinderwet. Ministerie van Landbouw en Visserij, Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, ['s-Gravenhage]. Mosquera, J., H. Ellen, J.M.G. Hol, J.W.H. Huis in ’t Veld, G. Nijeboer, J.P.M. Ploegaert en N.W.M. Ogink. Juni 2013. Emissies uit een vleeskuikenstal met strooiselbeluchting en warmtewisselaar. Meetprogramma Integraal Duurzame Stallen. Rapport 657, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad. Mosquera, J., R.A. van Emous, A. Winkel, F. Dousma, E. Lovink, N.W.M. Ogink en A.J.A. Aarnink. November 2009a. Fijnstofemissie uit stallen: (groot)ouderdieren van vleeskuikens = Dust emission from animal houses: broiler breeders. Rapport 276, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad, p.
26. Mosquera, J. en J.M.G. Hol. April 2007a. Afleiding emissiefactor Patio-systeem. Notitie, Animal Sciences Group, Wageningen. Mosquera, J. en J.M.G. Hol. April 2007b. Afleiding emissiefactor voor vervolghuisvesting. Notitie, Animal Sciences Group, Wageningen. Mosquera, J., J.M.G. Hol, J.W.H. Huis in ’t Veld en G.M. Nijeboer. April 2007c. Rendementsmeting luchtwasser 90/95% ammoniakreductie Inno+ Luchtwassysteem. Animal Sciences Group / Veehouderij, Rapport 43, Lelystad. Mosquera, J., J.M.G. Hol, J.W.H. Huis in ’t Veld, J.P.M. Ploegaert, E. Lovink en N.W.M. Ogink. November 2012a. Emissies uit een opfokleghennenstal met chemische wasser en bypass. Meetprogramma Integraal Duurzame Stallen. Rapport 609, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad. Mosquera, J., J.M.G. Hol en N.W.M. Ogink. 2008. Analyse ammoniakemissieniveaus van praktijkbedrijven in de varkenshouderij (1990-2003). Animal Sciences Group, Lelystad. Mosquera, J., J.M.G. Hol, J.W.H. Huis in ’t Veld, J.P.M. Ploegaert, E. Lovink en N.W.M. Ogink. November 2012a. Emissies uit een opfokleghennenstal met chemische wasser en bypass. Meetprogramma Integraal Duurzame Stallen. Rapport 609, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad. Mosquera, J., J.M.G. Hol, J.P.M. Ploegaert, T. van Hattum, E. Lovink en N.W.M. Ogink. November 2012b.
Emissies uit een vleeskuikenstal met geconditioneerd luchtinlaat, biologische wasser en denitrificatie-unit. Meetprogramma Integraal Duurzame Stallen. Rapport 611, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad. Mosquera, J., A. Winkel, R.K. Kwikkel, F.A. Gerrits, N.W.M. Ogink en A.J.A. Aarnink. November 2009b. Fijnstofemissie uit stallen: vleeskalkoenen = Dust emission from animal houses: turkeys. Rapport 277, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad, p. 21. Mosquera, J., A. Winkel, F. Dousma, E. Lovink, N.W.M. Ogink en A.J.A. Aarnink. November 2009c. Fijnstofemissie uit stallen: leghennen in scharrelhuisvesting = Dust emission from animal houses: layer hens in floor housing. Rapport 279, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad, p. 26. Musters, F. September 2013. Emissiemetingen van ammoniak en geur aan een gaswasser. Inspectierapport r010737e, Pro Monitoring B.V., Barneveld Ogink, N.W.M., Mosquera Losada, J., Melse, R.W., 2008. Standardized testing procedures for assessing ammonia and odor emissions from animal housing systems in The Netherlands, Proceedings of the Mitigating Air Emissions from Animal Feeding Operations Conference, Des Moines, Iowa, USA, 19 - 21 May, 2005, Des Moines. Ogink, N.W.M., Mosquera, J., Hol, J.M.G., 2011.
Protocol voor meting van ammoniakemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij 2010 = Measurement protocol for ammonia emission from housing systems in livestock production 2010. Rapport 454, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad.
50 | Wageningen Livestock Research Rapport 1015
Ogink, N.W.M., Mosquera Losada, J., Hol, J.M.G., 2013. Protocol voor meting van ammoniakemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij 2013 = Measurement protocol for ammonia emission from housing systems in livestock production 2013. Rapport 726, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad, p. 31. Reuvekamp, B.E.J. en Th.G.C.M. van Niekerk. December 1996. Ammoniakemissie bij scharrelhennen; traditioneel en geperforeerde schijnvloer. PP-uitgave no. 55, Praktijkonderzoek Pluimveehouderij, Beekbergen. Reuvekamp, B.E.J. en Th.G.C.M. van Niekerk. Februari 1999. Mestbeluchting met buizen onder de beun bij scharrelhennen. PP-uitgave no. 81, Praktijkonderzoek Pluimveehouderij, Beekbergen. Scheer, A., J.M.G. Hol en P.W.G. Groot Koerkamp. Augustus 2001. Onderzoek naar de ammoniak- en geuremissie van stallen LII: Voliérestal voor opfokleghennen. Rapport 2001-12, IMAG, Wageningen. Scheer, A., J.M.G. Hol en G. Mol. December 2002a. Onderzoek naar de ammoniak- en geuremissie van stallen LIV: Stal voor vleeskuikenouderdieren met continue drogen van mest. Rapport 2002-15, IMAG, Wageningen. Scheer, A., J.M.G. Hol en G. Mol. December 2002b. Onderzoek naar de ammoniak- en geuremissie van stallen LVI: Scharrelstal voor leghennen met frequente mest- en strooiselverwijdering. Rapport 2002-17, IMAG, Wageningen. Scheer, A., J.M.G. Hol en G. Mol. Juli 2003.
Onderzoek naar de ammoniak- en geuremissie van stallen LVIII: Stal voor vleeskuikens met vloerverwarming en mixluchtventilatoren voor het drogen van de strooisellaag. Rapport 2003-15, IMAG, Wageningen. Staatscourant, 1996. Wijziging Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij. Staatscourant 1996, nr. 177. Staatscourant, 1998a. Wijziging Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij. Staatscourant 1998, nr. 69. Staatscourant, 1998b. Wijziging Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij. Staatscourant 1998, nr. 245. Staatscourant, 2000. Wijziging Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij. Staatscourant 2000, nr. 105. Staatscourant, 2002. Regeling ammoniak en veehouderij. Staatscourant 1 mei 2002, nr. 82. Staatscourant, 2010. Wijziging van de Regeling Ammoniak en Veehouderij. Staatscourant 17 juni 2010. Staatscourant, 2011a. Wijziging van de Regeling Ammoniak en Veehouderij. Staatscourant 11 februari 2011. Staatscourant, 2011b. Wijziging van de Regeling Ammoniak en Veehouderij. Staatscourant 18 oktober 2011. Veldkamp, T. Oktober 1996a. Ammoniakemissie bij het traditionele houderijsysteem voor vleeskalkoenen (volledig strooiselvoer) = Ammonia emission of the tradional housing system for turkeys (total litter floor). PP-uitgave nr. 50, Praktijkonderzoek Pluimveehouder Het Spelderholt, Beekbergen. Veldkamp, T. November 1996b.
Ammoniakemissie bij de gedeeltelijk verhoogde strooiselvloer (GVSV) voor vleeskalkoenen = Ammonia emission of the parially ventilated litter floor for turkeys. PPuitgave nr. 53, Praktijkonderzoek Pluimveehouder Het Spelderholt, Beekbergen. Verdoes, N. en J.J. Zonderland. Mei 1999. Het effect van een chemische luchtwasser op de ammoniakemissie uit een vleesvarkensstal. Proefverslag nummer P 4.39, Praktijkonderzoek Varkenshouderij, Rosmalen. Werkgroep Emissiefactoren, 1996. Beoordelingsrichtlijn in het kader van Groen Label stallen, uitgave maart 1996. Publicatie van de Ministeries van Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Den Haag. Wever, A.C. en J.M.G. Hol. 1999. Onderzoek naar de ammoniakemissie van stallen XLIII: Twee traditionele huisvestingssystemen voor vleeseenden. Rapport 99-07, IMAG, Wageningen. Wever, A.C., J.W.H. Huis in ’t Veld en P.W.G. Groot Koerkamp. December 1999. Onderzoek naar de ammoniakemissie van stallen XLV; Vleeskuikenstal met isolatie en ventilatie volgens het VEAconcept (Broiler house with insulation and ventilation according the VEA-concept). Rapport 99-09, IMAG, Wageningen.
Wageningen Livestock Research Rapport 1015
| 51
Winkel, A., J. Mosquera, R.K. Kwikkel, F.A. Gerrits, N.W.M. Ogink en A.J.A. Aarnink. November 2009a. Fijnstofemissie uit stallen: vleeskuikens = Dust emission from animal houses: broilers. Rapport 275, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad, p. 23. Winkel, A., J. Mosquera, J.M.G. Hol, G.M. Nijeboer, N.W.M. Ogink en A.J.A. Aarnink. November 2009b. Fijnstofemissie uit stallen: leghennen in volièrehuisvesting = Dust emission from animal houses: layer hens in aviary systems. Rapport 278, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad, p. 27. Winkel, A., J.M.G. Hol en N.W.M. Ogink. September 2010. Maatregelen ter vermindering van fijnstofemissie uit de pluimveehouderij: indicatieve evaluatie van biofiltratie als potentiële fijnstofreductietechniek. Rapport 313, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad. Winkel, A., J. Mosquera, J. van Harn, G.M. Nijeboer, N.W.M. Ogink en A.J.A. Aarnink. Maart 2011a. Maatregelen ter vermindering van fijnstofemissie uit de pluimveehouderij: validatie van een oliefilmsysteem op vleeskuikenbedrijven. Rapport 392, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad. Winkel, A., J. Mosquera, J.W.H. Huis in ’t Veld, N.W.M. Ogink en A.J.A. Aarnink. Maart 2011b. Maatregelen ter vermindering van fijnstofemissie uit de pluimveehouderij: validatie van een ionisatiesysteem op vleeskuikenbedrijven. Rapport 462, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad. Winkel, A., J.
Mosquera, H.H. Ellen, R.A. van Emous, J.M.G. Hol, G.M. Nijeboer, N.W.M. Ogink en A.J.A. Aarnink. Maart 2011c. Fijnstofemissie uit stallen: leghennen in stallen met een droogtunnel. Rapport 280, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad. Winkel, A., J.W.H. Huis in ’t Veld, G.M. Nijeboer, K. Blanken, H. Schilder, T.G. van Hattum en N.W.M. Ogink. Juni 2014. Maatregelen ter vermindering van fijnstofemissie uit de pluimveehouderij: validatie van een oliefilmrobot op een leghennenbedrijf. Rapport 686, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad. Winkel, A., J.W.H. Huis in ’t Veld, G.M. Nijeboer en N.W.M. Ogink. Oktober 2014a. Maatregelen ter vermindering van fijnstofemissie uit de pluimveehouderij: validatie van een oliefilmsysteem op een leghennenbedrijf. Rapport 801, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad. Winkel, A., K. Blanken, H.H. Ellen en N.W.M. Ogink. Oktober 2014b. Ammoniakvorming in mestdroogsystemen op legpluimveebedrijven met mestbandbeluchting. Rapport 730, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad. Winkel. A., J.W.H. Huis in ’t Veld, G.M. Nijeboer, H. Schilder, T.G. van Hattum, H.H. Ellen en N.W.M. Ogink. Oktober 2014c. Emissies uit mestdroogsystemen op leghennenbedrijven bij dagontmesting en versneld drogen. Rapport 731, Wageningen UR Livestock Research, Lelystad. Winkel de, K. 1988. Ammoniak-emissiefactoren voor de veehouderij.
Lucht 76, Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Zadelhoff, C. van, A. van de Weerdhof, J. Strik, J. Commissaris, P. Groot Koerkamp en E. van den Hengel. Augustus 1998. Nageschakelde technieken t.b.v. de leghennenhouderij. Werkgroep van Platform Huisvesting-Ammoniak-Mineralenbenutting (HAM) voor de pluimveehouderij, Tilburg.
52 | Wageningen Livestock Research Rapport 1015
Overzicht emissiefactoren
Overzicht huisvestingssystemen met huidige emissiefactor, jaar van opname in regelgeving, eventueel jaar van wijziging en wijze van vaststellen van emissiefactor. Lijst gebaseerd op bijlage 1 van de Rav van juni 2015. Rav-code
E1 E 1.1
E 1.2
E 1.3
E 1.4 E 1.5 E 1.5.1 E 1.5.2
E 1.5.3
E 1.5.4
E 1.5.5 E 1.6 E 1.7 E 1.8 E 1.8.1
E 1.8.2
E 1.8.3
E 1.8.3.1 E 1.8.3.2 E 1.8.4
E 1.8.5
E 1.9
E 1.10
E 1.11 E 1.12
Categorie
diercategorie opfokhennen en hanen van legrassen; jonger dan 18 weken open mestopslag onder de batterij al dan niet voorzien van een mestschuif (flat-deck-kooien, trapkooien of compactkooien voor natte mest) mestbandbatterij voor natte mest met afvoer naar een gesloten opslag (minimaal 2 maal per week ontmesten) compactbatterij waarvan de natte mest 2 maal daags door middel van mestschuiven en een centrale mestband afgevoerd wordt naar een gesloten opslag batterij met geforceerde mestdroging (kanalenstal) mestbandbatterij met geforceerde mestdroging mestbandbatterij voor droge mest met geforceerde mestdroging mestbandbatterij met geforceerde mestdroging, belucht met 0,4 m³ lucht per opfokhen per uur; mestafdraaien per vijf dagen, de mest heeft dan een droge stofgehalte van minimaal 55% batterijhuisvesting volgens categorie E 1.5.1 met chemisch luchtwassysteem met 90% reductie ammoniak, 30% reductie geur en 35% emissiereductie fijn stof batterijhuisvesting volgens categorie E 1.5.2 met chemisch luchtwassysteem met 90% reductie ammoniak, 30% reductie geur en 35% emissiereductie fijn stof koloniehuisvesting met mestbandbeluchting (0,7 m3 per dier per uur) batterijsysteem met mestbandbeluchting en bovenliggende droogtunnel grondhuisvesting (strooiselvloer, roostervloer) Volièrehuisvesting minimaal 50% van de leefruimte is rooster, met daaronder een mestband.
Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages 65 - 70% van de leefruimte is rooster, met daaronder een mestband met 0,3 m3 per dier per uur mestbeluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages 45 - 55% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband, mestbanden minimaal tweemaal per week afdraaien met 0,1 m3 per dier per uur beluchting met 0,3 m3 per dier per uur beluchting 30 - 35% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,4 m³ per dier per uur beluchting, mestbanden minimaal éénmaal per week afdraaien 55 - 60% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,4 m³ per dier per uur beluchting, mestbanden minimaal éénmaal per week afdraaien chemisch luchtwassysteem 90% reductie ammoniak, 30% reductie geur en 35% emissiereductie fijn stof biologisch luchtwassysteem 70% reductie ammoniak, 40% reductie geur en 60/75% emissiereductie fijn stof stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren biofilter; 70% reductie ammoniak, 40% reductie geur en 80% emissiereductie fijn stof
Emissiefactor
Jaar van
Vaststelling
(kg NH3/
opname in Rav
emissiefactor:
dierplaats/jr.)
/ jaar van
meting (M) of
aanpassing
afleiding (A)
0,045
1991
A
0,020
1991
A
0,011
1996
A
0,208
1991
A
0,020
1998
A
0,006
1998
A
0,002
2002
A
0,001
2002
A
0,016
2009
A
0,010
2002
A
0,170
1991/2000
A
0,050
1998
A
0,030
2005
M
0,030 0,023 0,014
2006 2011 2006
A A A
0,020
2006
A
0,017
2000
A
0,051
2006
A
0,150
2011
A
0,051
2011
A
Wageningen Livestock Research Rapport 1015
| 53
Rav-code
E 1.13
E 1.14 E 1.100 E 1.101 E2 E 2.1
E 2.2
E 2.3
E 2.4 E 2.5 E 2.5.1 E 2.5.2
E 2.5.3
E 2.5.4
E 2.5.5 E 2.5.6 E 2.6 E 2.7 E 2.8 E 2.9 E 2.9.1 E 2.9.2 E 2.9.3 E 2.10
E 2.11 E 2.11.1
E 2.11.2
E 2.11.2.1 E 2.11.2.2 E 2.11.3
E 2.11.4
E 2.12
Categorie
chemisch luchtwassysteem 70% reductie ammoniak, 30% reductie geur en 35% emissiereductie fijn stof opfokhuisvesting met verhoogde roostervloer met daarboven oplierbare en/of opklapbare roosters overige huisvestingssystemen nietbatterijhuisvesting overige huisvestingssystemen batterijhuisvesting diercategorie legkippen en (groot-) ouderdieren van legrassen open mestopslag onder de batterij al dan niet voorzien van een mestschuif (flat-deck-kooien, trapkooien of compactkooien voor natte mest) mestbandbatterij voor natte mest met afvoer naar een gesloten opslag (minimaal 2 maal per week ontmesten) compactbatterij waarvan de natte mest 2 maal daags door middel van mestschuiven en een centrale mestband afgevoerd wordt naar een gesloten opslag batterij met geforceerde mestdroging (deeppitstal of highrisestal, kanalenstal) mestbandbatterij met geforceerde mestdroging mestbandbatterij voor droge mest met geforceerde mestdroging mestbandbatterij met geforceerde mestdroging, belucht met 0,7 m³ lucht per dier per uur.
Mestafdraaien per vijf dagen; de mest heeft dan een droge stofgehalte van minimaal 55% batterijhuisvesting volgens categorie E 1.5.1 met chemisch luchtwassysteem met 90% reductie ammoniak, 30% reductie geur en 35% emissiereductie fijn stof batterijhuisvesting volgens categorie E 1.5.2 met chemisch luchtwassysteem met 90% reductie ammoniak, 30% reductie geur en 35% emissiereductie fijn stof verrijkte kooien met mestbandbeluchting (0,7 m³ per dier per uur) koloniehuisvesting met mestbandbeluchting (0,7 m³ per dier per uur) batterijsysteem met mestbandbeluchting en bovenliggende droogtunnel grondhuisvesting van legrassen (circa 1/3 strooiselvloer en circa 2/3 roostervloer) grondhuisvesting met beluchting onder gedeeltelijk verhoogde roostervloer (perfosysteem) grondhuisvesting met mestbeluchting via buizen grondhuisvesting met mestbeluchting via buizen onder de beun grondhuisvesting met enkele buis onder de beun aan weerszijden van het legnest grondhuisvesting met mestbeluchting door middel van verticale ventilatiekokers chemisch luchtwassysteem 90% reductie ammoniak, 30% reductie geur en 35% emissiereductie fijn stof Volièrehuisvesting minimaal 50% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages. 45 - 55% van de leefruimte roosters met daaronder een mestband met beluchting.
Mestbanden minimaal tweemaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages. beluchtingscapaciteit minimaal 0,2 m³ per dier per uur beluchtingscapaciteit minimaal 0,5 m³ per dier per uur 30-35% van de leefruimte roosters met daaronder een mestband met 0,7 m3 per dier per uur mestbeluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages. 55-60% van de leefruimte roosters met daaronder een mestband met 0,7 m3 per dier per uur mestbeluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages. Scharrelhuisvesting
54 | Wageningen Livestock Research Rapport 1015
Emissiefactor
Jaar van
Vaststelling
(kg NH3/
opname in Rav
emissiefactor:
dierplaats/jr.)
/ jaar van
meting (M) of
0,051
aanpassing 2011
afleiding (A) A
0,110
2015
M
0,170
2002
A
0,045
2002
A
0,100
1991/2002
M
0,042
1991/2002
M
0,024
1996/2002
M
0,463
1991/2002
M
0,042
1991/2002
M
0,012
1998/2002
M
0,004
2002
A
0,001
2002
A
0,030
2005
M
0,030
2009
A
0,018
2000/2002
M
0,315
1991/1998
M
0,110
2002
M
0,125
1999
M
0,150
2011
A
0,150
2011
A
0,032
2000
A
0,090
1998
M
0,055
2004
M
0,042
2011
A
0,025
2005
M
0,037
2005
M
Rav-code
E 2.12.1
E 2.12.2 E 2.13
E 2.14 E 2.15
E 2.100 E 2.101 E3 E 3.1
E 3.2
E 3.3 E 3.4 E 3.5 E 3.6
E 3.7 E 3.8
E 3.100 E4 E 4.1 E 4.2 E 4.3 E 4.4 E 4.4.1 E 4.4.2 E 4.4.3 E 4.4.4 E 4.5 E 4.6
E 4.7
E 4.8 E 4.9 E 4.10
E 4.100 E5 E 5.1 E 5.2 E 5.3 E 5.4
Categorie
scharrelstal in twee verdiepingen met mestbanden onder de roosters (twee maal per week afdraaien), bezetting 9 dieren per m² scharrelhuisvesting met frequente mest- en strooiselverwijdering biologisch luchtwassysteem 70% reductie ammoniak, 40% reductie geur en 60/75% emissiereductie fijn stof biofilter; 70% reductie ammoniak, 40% reductie geur en 80% emissiereductie fijn stof chemisch luchtwassysteem 70% reductie ammoniak, 30% reductie geur en 35% emissiereductie fijn stof overige huisvestingssystemen nietbatterijhuisvesting overige huisvestingssystemen batterijhuisvesting diercategorie (groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken chemisch luchtwassysteem 90% reductie ammoniak, 30% reductie geur en 35% emissiereductie fijn stof biologisch luchtwassysteem 70% reductie ammoniak, 40% reductie geur en 60/75% emissiereductie fijn stof stal met mixluchtventilatie stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren biofilter; 70% reductie ammoniak, 40% reductie geur en 80% emissiereductie fijn stof chemisch luchtwassysteem 70% reductie ammoniak, 30% reductie geur en 35% emissiereductie fijn stof stal met indirect gestookte warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag stal met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar overige huisvestingssystemen diercategorie (groot-)ouderdieren van vleeskuikens
groepskooi voorzien van mestband en geforceerde mestdroging volièrehuisvesting met geforceerde mestdroging volièrehuisvesting met geforceerde mest- en strooiseldroging grondhuisvesting met mestbeluchting mestbeluchting van bovenaf mestbeluchting met verticale slangen in de mest grondhuisvesting met mestbeluchting via buizen onder de beun grondhuisvesting met mestbeluchting door middel van verticale ventilatiekokers perfosysteem op gedeeltelijk verhoogde roostervloer chemisch luchtwassysteem 90% reductie ammoniak, 30% reductie geur en 35% emissiereductie fijn stof biologisch luchtwassysteem 70% reductie ammoniak, 40% reductie geur en 60/75% emissiereductie fijn stof grondhuisvesting, mestbanden onder de roosters, mestbanden minimaal tweemaal per week afdraaien biofilter; 70% reductie ammoniak, 40% reductie geur en 80% emissiereductie fijn stof chemisch luchtwassysteem 70% reductie ammoniak, 30% reductie geur en 35% emissiereductie fijn stof overige huisvestingssystemen diercategorie vleeskuikens zwevende vloer met strooiseldroging geperforeerde vloer met strooiseldroging etagesysteem met volledige roostervloer en mestbandbeluchting chemisch luchtwassysteem 90% reductie ammoniak, 30% reductie geur en 35% emissiereductie fijn stof
Emissiefactor
Jaar van
Vaststelling
(kg NH3/
opname in Rav
emissiefactor:
dierplaats/jr.)
/ jaar van
meting (M) of
0,068
aanpassing 2002
afleiding (A) M
0,106
2004
M
0,095
2006
A
0,095
2011
M
0,095
2011
A
0,315
2002
M
0,100
2002
M
0,025
2009
A
0,075
2009
A
0,183 0,180
2009/2011 2011
A A
0,075
2011
A
0,075
2011
A
0,180
2011
A
0,158
2011
A
0,250
1991/2000
A
0,080
1996
M
0,170 0,130
1998 1998
M M
0,250 0,435 0,435
1998 2004 2010
M M A
0,435
2011
A
0,230
1999
M
0,058
2000
A
0,174
2006
A
0,245
2007
M
0,174
2011
A
0,174
2011
A
0,580
1987/1996
M
0,005 0,014 0,005
1994 1996 1998
M M A
0,008
2000/2004
A
Wageningen Livestock Research Rapport 1015
| 55
Rav-code
E 5.5 E 5.6 E 5.7
E 5.8 E 5.9 E 5.9.1 E 5.9.1.1 E 5.9.1.1.1
E 5.9.1.1.2
E 5.9.1.1.3
E 5.9.1.1.4
E 5.9.1.1.100
E 5.9.1.2 E 5.9.1.2.1
E 5.9.1.2.2
E 5.9.1.2.3
E 5.9.1.2.4
E 5.9.1.2.100
E 5.10 E 5.11
E 5.12 E 5.13
E 5.14 E 5.100 E6 E 6.1 E 6.2 E 6.3 E 6.4 E 6.4.1 E 6.4.2 E 6.5 E 6.6 E 6.7
Categorie
grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling stal met mixluchtventilatie biologisch luchtwassysteem 70% reductie ammoniak, 40% reductie geur en 60/75% emissiereductie fijn stof etagesysteem met mestband en strooiseldroging uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens met aparte vervolghuisvesting uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens in etages met vervolghuisvesting uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen in stal met etages en vervolghuisvesting uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen in stal met etages en vervolghuisvesting in E 5.5 (grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling) uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen in stal met etages en vervolghuisvesting in E 5.6 (stal met mixluchtventilatie) uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen in stal met etages en vervolghuisvesting in E 5.8 (etagesysteem met mestband en strooiseldroging) uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen in stal met etages en vervolghuisvesting in E 5.10 (stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren) uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen in stal met etages en vervolghuisvesting in E 5.100 (overige huisvestingsystemen) uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen in stal met etages en vervolghuisvesting uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen in stal
met etages en vervolghuisvesting in E 5.5 (grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling) uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen in stal met etages en vervolghuisvesting in E 5.6 (stal met mixluchtventilatie) uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen in stal met etages en vervolghuisvesting in E 5.8 (etagesysteem met mestband en strooiseldroging) uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen in stal met etages en vervolghuisvesting in E 5.10 (stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren) uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen in stal met etages en vervolghuisvesting in E 5.100 (overige huisvestingsystemen) stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren stal met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar biofilter; 70% reductie ammoniak, 40% reductie geur en 80% emissiereductie fijn stof chemisch luchtwassysteem 70% reductie ammoniak, 30% reductie geur en 35% emissiereductie fijn stof stal met indirect gestookte warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag overige huisvestingssystemen additionele technieken voor mestbewerking en mestopslag mestdroogsystemen met geperforeerde doek droogtunnel met oppervlaktedroging (dichte banden) lucht uit een composteringsunit met chemische luchtwassing droogtunnel droogtunnel met
geperforeerde banden droogtunnel met geperforeerde metalen platen mestopslagloods met biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie mestopslagloods met chemisch luchtwassysteem 70% emissiereductie mestopslagloods met chemisch luchtwassysteem 90% emissiereductie
56 | Wageningen Livestock Research Rapport 1015
Emissiefactor
Jaar van
Vaststelling
(kg NH3/
opname in Rav
emissiefactor:
dierplaats/jr.)
/ jaar van
meting (M) of
0,045
aanpassing 2002
afleiding (A) M
0,037 0,024
2006 2006
M A
0,020
2006 2009
M
0,040
A
0,033
A
0,018
A
0,031
A
0,070
A
0,038
A
0,033
A
0,015
A
0,030
A
0,060
A
0,035
2009
M
0,021
2010/2011
M
0,024
2011
A
0,024
2011
A
0,035
2011
A
0,080
1991/2002
M
0,015 0,015
1998 1998
M M
0,003
1998
M
0,002 0,002 0,015
2005 2007 2011
M A A
0,015
2011
A
0,005
2011
A
Rav-code
Categorie
E 6.8
afgesloten mestopslagloods
F4 F 4.1 F 4.2
diercategorie vleeskalkoenen gedeeltelijk verhoogde strooiselvloer chemisch luchtwassysteem 90% reductie ammoniak, 30% reductie geur en 35% emissiereductie fijn stof mechanisch geventileerde stal met frequente strooiselverwijdering biologisch luchtwassysteem 70% reductie ammoniak, 40% reductie geur en 60/75% emissiereductie fijn stof stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren biofilter; 70% reductie ammoniak, 40% reductie geur en 80% emissiereductie fijn stof chemisch luchtwassysteem 70% reductie ammoniak, 30% reductie geur en 35% emissiereductie fijn stof stal met indirect gestookte warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag stal met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar overige huisvestingssystemen
F 4.3 F 4.4
F 4.5 F 4.6 F 4.7
F 4.8 F 4.9
F 4.100 G2 G 2.1 G 2.1.1
G 2.1.2
G 2.1.3
G 2.1.4 G 2.1.100 G.2.2
diercategorie vleeseenden binnen mesten chemisch luchtwassysteem 90% reductie ammoniak, 30% reductie geur en 35% emissiereductie fijn stof biologisch luchtwassysteem 70% reductie ammoniak, 40% reductie geur en 60/75% emissiereductie fijn stof chemisch luchtwassysteem 70% reductie ammoniak, 30% reductie geur en 35% emissiereductie fijn stof biofilter; 70% reductie ammoniak, 40% reductie geur en 80% emissiereductie fijn stof overige huisvestingssystemen buiten mesten (per afgeleverde eend)
Emissiefactor
Jaar van
Vaststelling
(kg NH3/
opname in Rav
emissiefactor:
dierplaats/jr.)
/ jaar van
meting (M) of
0,050
aanpassing 1998/2015
afleiding (A) M
0,36 0,07
1998 2002
M A
0,26
2005
M
0,20
2006
A
0,49
2011
A
0,20
2011
A
0,20
2011
A
0,49
2011
A
0,43
2011
A
0,68
1991/1998
A/M
0,021
2011
A
0,063
2011
A
0,063
2011
A
0,063
2011
A
0,210 0,019
1991/2000 1991
A/M A
Wageningen Livestock Research Rapport 1015
| 57
Systematiek beslisboom
Afhankelijk van de herkomst van de huidige emissiefactoren en van beschikbaarheid van nieuwe meetgegevens of inzichten wordt een berekeningswijze voorgesteld voor een nieuwe EF. Deze berekeningswijzen zijn samengevat in een beslisboom (Figuur 1) die hierna worden toegelicht. De beslisboom leidt middels vraag en antwoord naar een methode waarmee de reductie van ammoniakemissie ten opzichte van de referentie bepaald wordt. De nieuwe EF in kg ammoniak wordt vervolgens uitgerekend met behulp van de EF van de referentie (meestal aangeduid met ‘overige systemen’, code 100 in de Rav). Dit betekent dat wanneer de referentie factor verhoogd of verlaagd is op basis van recente metingen, het reductiepercentage van een systeem hetzelfde kan blijven, maar de EF wel wordt verhoogd c.q. verlaagd. Dit is bijvoorbeeld bij luchtwassers het geval (nummer 2 van de beslisboom in Figuur 1). In totaal zijn zeven berekeningsmethoden geïdentificeerd om de reductie te berekenen van het huisvestingssysteem ten opzichte van de referentie. Hetzij opgemerkt dat deze benadering een goede beschrijving vereist van deze ‘overige systemen’. Hieronder worden alle zeven methoden toegelicht. Oppervlakteberekening De eerste vraag die de beslisboom stelt is of het betreffende emissie reducerende systeem in de Rav staat of komt vanwege het gereduceerde emitterende oppervlak.
Dit is bij varkens meestal het geval door het verkleinen van het mestoppervlak in de kelder. Bij de pluimveehouderij komt deze wijze van reductie niet voor. Het principe geldt voor stallen met drijfmest met een open verbinding met de stalruimte boven de mestopslag. Muck en Steenhuis (1981) beargumenteerde al een lineaire relatie tussen het emitterend oppervlak en de ammoniakemissie op basis van de processen die leiden tot vorming en vervluchtiging van ammoniak. Elzing & Monteny (1997), Aarnink & Elzing, (1998) en Monteny et al. (1998) hebben dit proefondervindelijk aangetoond in praktische omstandigheden bij zowel rundvee als varkens en opgenomen in ammoniakemissie-berekeningsmodellen. In hoeverre dit ook geldt voor pluimvee is niet bekend. Een vergroting van de leefoppervlakte per dier zal veelal ook gepaard gaan met een vergroting van het emitterend mestoppervlak. Door het grotere oppervlak kan de aanwezige mest ook gemakkelijker drogen, waardoor de vorming van ammoniak wordt afgeremd. Voor zover bekend is naar deze relatie geen onderzoek gedaan. Luchtwassers Wanneer de vraag m.b.t. de reductie van emissie door oppervlakteverkleining van het besmeurd oppervlak negatief beantwoord wordt, volgt de vraag of de emissiereductie wordt veroorzaakt door luchtwassers.
Het aangegeven verwijderrendement van de luchtwasser, die is opgenomen in de beschrijving van het systeem, is dan de reductie waarmee de EF te berekenen is ten opzichte van de referentie. Rekenregel 2 van de beslisboom wordt toegepast. Vergelijking:
𝐸𝐹𝑥.𝑛 = 𝑁 ∗ 𝐸𝐹𝑥.100 Hierin is: EFx.n = emissiefactor van subcategorie n van diercategorie x (kg NH3/dierplaats/jaar) N = verwijderingsrendement luchtwastechniek EFx.100 = emissiefactor ‘overige huisvesting’ van diercategorie x (kg NH3/dierplaats/jaar)
58 | Wageningen Livestock Research Rapport 1015
Geen metingen Wel opgenomen in Rav Als er al een EF in de Rav staat en er zijn geen of geen recente meetcijfers, wordt de emissiereductie berekend door de verhouding met de EF van de referentie. Wanneer dan door recente metingen aan de referentie de emissiefactor van de referentie wordt aangepast blijft de oorspronkelijke reductie gehandhaafd. Dat betekent dat bij een stijging van de referentie de emissiefactor van het reducerend systeem meestijgt, bij een dalende referentie zal ook de emissie van het ammoniakemissiearme systeem dalen. Het argument voor deze benadering is dat de grondslag van de verandering van de emissie van de referentie door structurele veranderingen ontstond. Dit rechtvaardigt dat ook de emissies van eerder gemeten emissiearme huisvestingsystemen omhoog dan wel omlaag gaan. Rekenregel 4 van de beslisboom is van toepassing. Vergelijking rekenregel 2:
𝐸𝐹𝑥.𝑛 = 𝑅𝑥 ∗ 𝐸𝐹𝑥.100 Hierin is: EFx.n = emissiefactor van subcategorie n van diercategorie x (kg NH3/dierplaats/jaar) Rx = reductiepercentage volgens huidige emissiefactor bij diercategorie x EFx.100 = emissiefactor ‘overige huisvesting’ van diercategorie x (kg NH3/dierplaats/jaar) Niet opgenomen in Rav Wanneer geen metingen beschikbaar zijn van een emissie reducerend systeem en er is nog geen EF voor dit systeem in de Rav, kan de reductie ten opzichte van de referentie EF afgeleid worden van een gelijk of vergelijkbaar systeem dat is toegepast bij een vergelijkbare diercategorie. Een diercategorie is in emissietermen vergelijkbaar als de wetmatigheden waardoor ammoniak ontstaat en vervluchtigt overeenkomen. In zijn algemeenheid komt het erop neer dat huisvestingsystemen vergelijkbaar moeten zijn en dat consistentie en samenstellingen van mest vergelijkbaar moeten zijn. Een voorbeeld hiervan bij pluimvee is het reducerend effect van de diverse systemen waarbij het strooisel wordt belucht. Een aantal technieken zijn bemeten bij vleeskuikens, maar de verwachting is dat bij andere categorieën binnen de pluimveehouderij vergelijkbare reducties worden bereikt. In deze situatie is rekenregel 3 van toepassing. Vergelijking rekenregel 3:
𝐸𝐹𝑦.𝑛 = 𝑅𝑥 ∗ 𝐸𝐹𝑥.100 Hierin is: EFy.n = emissiefactor van subcategorie n van diercategorie y (kg NH3/dierplaats/jaar) Rx = reductiepercentage volgens huidige emissiefactor bij diercategorie x EFx.100 = emissiefactor ‘overige huisvesting’ van diercategorie x (kg NH3/dierplaats/jaar) Wel metingen Als er metingen zijn verricht is emissiereductie te berekenen door te verhouden aan de EF van de referentie. Dit kan zowel als gemeten is volgens oud (rekenregel 4) dan wel nieuw protocol (rekenregels 5 en 6 van de beslisboom). Wanneer in het nieuwe protocol case control is gemeten wordt de emissiereductie niet bepaald aan de hand van de referentie factor, maar ten opzichte van de tegelijkertijd gemeten referentie (rekenregel 7 van de beslisboom). Vergelijking rekenregel 5:
𝐸𝐹𝑥.𝑛 = 𝑅𝑥 ∗ 𝐸𝐹𝑥.100 Hierin is: EFx.n = emissiefactor van subcategorie n van diercategorie x (kg NH3/dierplaats/jaar) Rx = reductiepercentage bij diercategorie x EFx.100 = emissiefactor ‘overige huisvesting’ van diercategorie x (kg NH3/dierplaats/jaar)
Wageningen Livestock Research Rapport 1015
| 59
Vergelijking rekenregel 6:
𝐸𝐹𝑥.𝑛 = 𝑅𝑥 ∗ 𝐸𝐹𝑥.100 Hierin is: EFx.n = emissiefactor van subcategorie n van diercategorie x (kg NH3/dierplaats/jaar) Rx = reductiepercentage bij diercategorie x EFx.100 = emissiefactor ‘overige huisvesting’ van diercategorie x (kg NH3/dierplaats/jaar)
Literatuur Aarnink A.J.A. & A. Elzing, 1998. Dynamic model for ammonia volatilization in housing with partially slatted floors, for fattening pigs. Livestock Production Science 53 (2): 153-169. Elzing, A. & G.J. Monteny, 1997. Modeling and experimental determination of ammonia emission rates from a scale model dairy-cow house. Transactions of the ASAE 40: 721-726. Monteny, G.J., D.D. Schulte, A. Elzing & E.J.J. Lamaker, 1998. A conceptual mechanistic model for the ammonia emissions from free stall cubicle dairy cow houses. Transactions of the ASAE 41: 193201. Muck, R.E. & T.S.Steenhuis, 1981. Nitrogen losses in free stall dairy barns. In: Livestock Waste: A renewable resource p. 406-409. ASAE, St. Joseph, Michigan.
60 | Wageningen Livestock Research Rapport 1015
JA
Is emissiereductie gericht op reductie van emitterend oppervlak?
1. Bereken reductie met AFSA
NEE
2. Bereken reductie met beschreven verwijderrendement
JA
Is emissiereductie gerealiseerd door luchtwasser?
NEE
NEE Zijn er meetcijfers?
Is EF direct afgeleid van EF van vergelijkbare diercategorie?
JA
JA
3. Bereken reductie met EF Rav en Rav van de betreffende referentie categorie
NEE
Gemeten volgens nieuw protocol?
4. Bereken reductie met EF Rav en Rav van code 100 van de betreffende categorie (oud protocol)
NEE
JA
Is case control gemeten?
NEE
Is referentie systeem gemeten volgens nieuw protocol
NEE
5. Bereken reductie EF nieuw protocol vs Rav van code 100 van de betreffende categorie
JA
7. Bereken reductie met case control nieuw protocol
Figuur 1
JA
6. Bereken reductie EF nieuw protocol vs referentie nieuw protocol
Beslisboom aan de hand waarvan emissiereducties berekend kunnen worden, waarmee ammoniakemissiefactoren van emissie reducerende systemen tot stand kunnen komen.
Wageningen Livestock Research
Wageningen Livestock Research ontwikkelt kennis voor een zorgvuldige en
Postbus 338, 6700 AH Wageningen
renderende veehouderij, vertaalt deze naar praktijkgerichte oplossingen en
T 0317 48 39 53
innovaties, en zorgt voor doorstroming van deze kennis. Onze wetenschappelijke
E info.livestockresearch@wur.nl www.wur.nl/
kennis op het gebied van veehouderijsystemen en van voeding, genetica, welzijn en
livestock-research
milieu-impact van landbouwhuisdieren integreren we, samen met onze klanten, tot veehouderijconcepten voor de 21e eeuw. De missie van Wageningen University & Research is ‘To explore the potential of nature to improve the quality of life’. Binnen Wageningen University & Research bundelen 9 gespecialiseerde onderzoeksinstituten van Stichting Wageningen Research en Wageningen University hun krachten om bij te dragen aan de oplossing van belangrijke vragen in het domein van gezonde voeding en leefomgeving. Met ongeveer 30 vestigingen, 6.500 medewerkers en 10.000 studenten behoort Wageningen University & Research wereldwijd tot de aansprekende kennisinstellingen binnen haar domein. De integrale benadering van de vraagstukken en de samenwerking tussen verschillende disciplines vormen het hart van de unieke Wageningen aanpak.