c. voorontwerpbestemmingsplan Platteweg 2 Retranchement.pdf
Tekst van het document
Koop, huis, vrijstaand Loods, opslag BESTAANDE SITUATIE
woning 100 m² bvo
Aantal eenheden 1 12 TOTAAL
minimaal 7,8 3,9
Kencijfer maximaal gebruikt 8,6 5,7
8 4
Aantal bewegingen
8 48 56
In de beoogde situatie is op termijn sprake van drie huishoudens. Voor de drie woningen kan conform het bovenstaande kental uitgegaan worden van 24 verkeersbewegingen per etmaal. Op termijn – als het beoogde pand op het oostelijke adres een woning is geworden – is er dus sprake van een vermindering van het aantal verkeersbewegingen van 56 naar 24. In de tussenliggende periode wordt het oostelijke adres niet gebruikt als woning, maar als thuisbasis en voor het ontvangen van gasten. In de kencijfers van de CROW is geen relevant type voor deze activiteiten beschikbaar op grond waarvan de verkeersgeneratie bepaald kan worden. Voor restaurants, waarvan hier overigens geen sprake is, is wel een parkeerkental maar geen kental voor de verkeersgeneratie beschikbaar. Uitgaande van de beschreven bezetting worden de volgende aannames gedaan: • Maximaal 5 mensen op de locatie aan het werk zijn voor de thuisbasis, hetgeen leidt tot maximaal 20 verkeersbewegingen per etmaal (ieder twee keer op en neer); • Er zijn tijdens lunch en diner maximaal 20 couverts beschikbaar; omdat veelal stellen worden uitgenodigd is er sprake van 10 auto’s ofwel 20 verkeersbewegingen per couvert; omdat er sprake kan zijn van een lunch en een diner, is er op een drukke dag sprake van 40 verkeersbewegingen door gasten.
• Voor het bereiden en serveren van de couverts zijn nog eens 5 mensen op de locatie aanwezig, hetgeen leidt tot maximaal 20 verkeersbewegingen per etmaal (ieder twee keer op en neer). • Omdat de uitnodigingen gelden voor maximaal 10 dagen per maand, zijn er 10 dagen met maximaal 80 verkeersbewegingen en 20 dagen met maximaal 20 verkeersbewegingen (alleen de thuisbasis); • Gemiddeld gaat het derhalve om 40 verkeersbewegingen per etmaal. • Samen met de huishoudens op het westelijke en het middelste adres (16 verkeersbewegingen) is er in de tussenliggende periode sprake van 56 verkeersbewegingen per etmaal. Geconcludeerd kan worden dat het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de bestaande situatie gelijk blijft en op het moment dat het beoogde pand op het oostelijke adres een woning is geworden, daalt. Wel is het zo dat er in de tussenliggende periode piekdagen zijn met 96 verkeersbewegingen per etmaal in plaats van 56. Het zijn evenwel geen aantallen die leiden tot een problematische verkeersafwikkeling op de Platteweg of op de Braamdijk. Immers vanaf de Platteweg vrijwel alle verkeer richting de Braamdijk afwikkelen, maar op de kruising zal een deel richting Retranchement en een deel richting Sluis/Oostburg de weg vervolgen. Op de Braamdijk is de extra belasting van de verkeersafwikkeling derhalve kleiner dan op de Platteweg.
Parkeren Parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein. In het beleid parkeernormen is een gebiedsindeling opgenomen, waarbij het plangebied grenst aan de bebouwde kom van Terhofstede, maar er in ieder geval voor een deel buiten ligt. Getoetst wordt voorzichtigheidshalve aan de getallen voor het buitengebied. De norm voor het parkeren bij vrijstaande koophuizen ligt op 2,4 met een bandbreedte van 0,4. Bij de woningen op het middelste en westelijke adres is voldoende ruimte om 3 auto’s op eigen terrein te parkeren. Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 27
De activiteiten op het oostelijke adres zijn niet te koppelen aan de activiteiten die in het beleid parkeernormen zijn opgenomen. Uitgaande van de beschreven bezetting in de tussenliggende periode dient rekening gehouden te worden met maximaal 20 auto’s die tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn (5 mensen thuisbasis, 10 auto’s gasten, 5 mensen bereiden en serveren). In het ontwerp van the Barn is op het afgesloten voorterrein aan de Platteweg ruimte voor 21 parkeerplaatsen (figuur 14). De rij het dichtst bij het gebouw staat onder een palissade; deze is voor de duidelijkheid niet in figuur 14 afgebeeld. De capaciteit is ruim voldoende om ook de piekdrukte op te vangen.
Figuur 14. Parkeren the Barn (Coussee en Goris, 2019)
Conclusie Verkeer en parkeren is op voorhand afdoende georganiseerd en vormt geen belemmering voor de planvorming.
4.8 Ecologie Wettelijk kader en beleid De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. alle van nature in Nederland in het wild levende vogels worden beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn; 2. soorten beschermd volgens de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. Tot deze streng beschermde soorten behoren onder meer alle vleermuissoorten, boomkikker, heikikker, poelkikker, rugstreeppad, kamsalamander, gladde slang, drijvende waterweegbree, bever, noordse woelmuis, pimpernelblauwtje, gevlekte witsnuitlibel, groene glazenmaker en de platte schijfkoren. 3. ‘andere soorten’: soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Voor alle beschermde diersoorten geldt dat het verboden is ze te doden of te vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 28
Voor de eerste twee categorieën geldt bovendien dat het verboden is eieren te rapen of opzettelijk te vernielen en de dieren opzettelijk te verstoren. Voor de beschermde plantensoorten geldt dat het verboden is ze in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De Wet natuurbescherming ziet tevens op de bescherming van Natura 2000-gebieden. Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door 'externe werking') op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. In het provinciaal beleid zijn verder gebieden aangewezen die behoren tot het Natuurnetwerk, een netwerk dat ervoor moet zorgen dat natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied verbonden zijn, waardoor een groot aantal soorten en ecosystemen kunnen voortbestaan. Gebiedsbescherming rondom het plangebied Het plangebied is geen Beschermd Natuurmonument of Natura 2000 gebied. De afstand tot het zuidelijkste puntje van het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied, Zwin & Kievittepolder bedraagt circa 1,6 kilometer.
Andere Natura 2000-gebieden in de omgeving liggen op grotere afstand, te weten Westerschelde &Saeftinghe op minimaal 4,3 kilometer en Groote Gat op minimaal 6,7 kilometer. Op dergelijke afstanden zou alleen externe werking door stikstofdepositie (door de lucht) aan de orde kunnen zijn. Op 29 mei 2019 heeft de hoogste bestuursrechter (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) beslist dat de Programmatische Aanpak Stikstof niet ten grondslag mag worden gelegd aan de toestemmingverlening voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Voor nieuwe bestemmingsplannen geldt de verplichting voor de gemeenteraad om te beoordelen of als gevolg van de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen relevante stikstofdeposities kunnen optreden ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. In dit geval komt extra stikstofuitstoot voort uit verkeersbewegingen en bouwwerkzaamheden. De drie woningen worden gasloos gebouwd, zodat er geen sprake kan zijn van stikstofdepositie door ruimteverwarming. Het aantal motorvoertuigbewegingen is in paragraaf 4.7 geraamd op 56 per etmaal in de gebruikssituatie. In de aanlegfase is sprake van reguliere bouwwerkzaamheden en de daarbij horende verkeersbewegingen.
Er is een Aeriusberekening gemaakt (bijlage 5) uitgaande van 56 motorvoertuigbewegingen per etmaal tussen het plangebied en de locatie waar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Dit is in dit geval daar waar de Braamdijk op de provinciale weg komt. Ook is een Aeriusberekening gemaakt voor de aanlegfase. Op basis van referentieprojecten is uitgegaan van een bouwplaats met een stikstofuitstoot van 4 kg NOx voor materieel en op een jaar tijd 60 bewegingen met zwaar vrachtverkeer en 1.000 voertuigbewegingen met personen- en bestelauto’s van en naar de bouwplaats. Uit de berekeningen blijkt dat er geen sprake is van enig significant negatief effect op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Er hoeft geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuur Netwerk Zeeland (figuur 14). In de omgeving op een afstand van meer dan 500 meter liggen wel diverse gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk, zoals de Noordmansweg (1), de Zwinpolder (2), Fort Berchem (3) en de Wallen van Retranchement (4). Het leefgebied open akker zijn de bruin gekleurde gebieden in figuur 15. De Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 29
locatie wordt omgeven door dijken met betekenis voor de natuur: bloemdijk (rood), faunadijk (geel) of landschapsdijk (groen). Het initiatief heeft geen invloed op de betekenis van deze dijken.
4
3
1
2 Figuur 15. Natuur Netwerk (Provincie Zeeland, 2020)
Soorten in het plangebied Het plangebied heeft betrekking op gronden die in gebruik zijn als loods en woonhuis. Bomen in het plangebied blijven gehandhaafd; er verandert ter plaatse niets aan de situatie. Op het erf worden de loods en het bestaande woonhuis gesloopt op basis van een sloopmelding; voordat de sloop aanvangt, worden de volumes gecontroleerd op het voorkomen van beschermde soorten, met name vleermuizen en broedvogels. Beschermde watervogels, reptielen en amfibieën, vissen, ongewervelden en vaatplanten komen niet of in zeer lage aantallen voor in het plangebied. Activiteiten in het plangebied hebben geen effect op het voorkomen in het studiegebied of daarbuiten. Voor zoogdieren en broedvogels geldt dat beschermde soorten kunnen voorkomen in het plangebied. In het geval van zoogdieren gaat het naast een aantal algemene soorten als Huisspitsmuis, Konijn en Egel om een aantal vleermuissoorten. Voor vleermuissoorten die zich in het loszittend schors van bomen ophouden, is er geen effect, omdat de bomen blijven staan. Ook de routes waarlangs vleermuizen fourageren, blijven gehandhaafd. Voor de meeste broedvogels ontstaat er evenmin een schadelijke situatie, omdat de beplanting blijft bestaan.
Mochten zich broedvogels of vleermuizen bevinden in de bestaande loods of de bestaande woning, dan wordt voorzien in voldoende vervangende locaties in het plangebied, door in de te bouwen woningen en bijgebouwen nestelgelegenheid te creëren. Conclusie Uit het bovenstaande kunnen de volgende conclusies getrokken worden: • Er is een berekening uitgevoerd naar stikstofdepositie waaruit blijkt dat er geen sprake is van enig significant negatief effect op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. • Op overige delen van het Natuur Netwerk is geen sprake van enig effect. • Er zijn enkele beschermde soorten in het plangebied vastgesteld, maar doordat beplanting blijft bestaan en nieuwe beplanting wordt aangebracht, verbetert voor de meeste soorten de situatie. • Voor de sloop van de bestaande bebouwing wordt gecontroleerd of er beschermde soorten aanwezig zijn (vooral vleermuizen en broedvogels) en als dat het geval is, wordt voorzien in een vervangende locatie in het plangebied.
Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 30
4.9 Milieuzonering Beleid Op grond van de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering” editie 2009, kunnen de richtafstand tussen belastende (onder meer bedrijvigheid) en gevoelige activiteiten (onder meer woningen) worden bepaald. Dit is een hulpmiddel in de ruimtelijke ordening om te bepalen wanneer bedrijfsmatige activiteiten en woningen elkaar beïnvloeden. Binnen de richtafstand is nader onderzoek nodig naar de daadwerkelijke milieubelasting. De richtafstand wordt bepaald door vier soorten emissies: stof, geur, geluid en gevaar. Situatie in het plangebied In de beoogde situatie is in de tussenliggende periode sprake van een thuisbasis voor een topkok en voor het ontvangen van gasten. De bedrijfsactiviteiten die daarmee het meeste overeenkomen zijn ‘hotels en pensions met keuken’, ‘restaurants’ en ‘kantoren’. De minimaal aan te houden afstand bij al deze activiteiten bedraagt 10 meter. Aan die afstand wordt ruimschoots voldaan, nu de nieuw te bouwen woning op het middelste adres meer dan 20 meter bedraagt en de afstand tot de dichtstbijzijnde woning van derden meer dan 90 meter. Er worden ook drie woningen vervangen dan wel toegevoegd. Dichtstbijzijnde bedrijfsactiviteiten in de omgeving zijn gekoppeld aan een agrarisch bouwblok op 530 meter afstand.
De minimaal aan te houden afstand tot agrarische bouwblokken bedraagt 200 meter, zodat er geen sprake van kan zijn dat bedrijfsactiviteiten in de omgeving worden beperkt door de beoogde ontwikkeling. Los daarvan is er op het middelste en oostelijke adres nu als sprake van een woonbestemming. Conclusie Milieuzonering vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
4.10 Verkeerslawaai Wettelijk kader Op grond van de Wet geluidhinder hebben alle wegen een zone, behalve woonerven en 30 km/uur wegen. Binnen een zone moet voor nieuwe woningen of wegen worden getoetst of de geluidbelasting (Lden) ter plaatse van geluidsgevoelige bestemmingen voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Voor nieuwe woningen buiten de bebouwde kom is een ontheffing van deze grenswaarde mogelijk tot maximaal 53 dB, zolang het binnenniveau (geluidsniveau in de woningen) van 33 dB is gegarandeerd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet ook de geluidsbelasting vanwege 30 km/uur wegen worden beoordeeld. In het algemeen wordt hierbij aangesloten bij de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Voor fysieke wijzigingen aan een weg geldt een apart regime. Hierbij is het bijvoorbeeld van belang of er akoestisch gesproken sprake is van een reconstructie van een weg. Dit is het geval als de geluidbelasting ten gevolge van de wijziging toeneemt met 2 dB of meer. Dit is gebaseerd op het feit dat een toename kleiner dan 2 dB niet herkenbaar is voor het menselijk oor. Geluidbelasting in het plangebied De geluidbelasting op grond van verkeerslawaai is afkomstig van de Platteweg (60 km per uur) en de Braamdijk (30 kilometer per uur). In het plangebied wordt drie geluidgevoelige functies mogelijk gemaakt in de vorm van woningen.
Voor de Platteweg zijn geen verkeersintensiteiten bekend bij de
Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 31
gemeente Sluis. Daarom is op basis van de karakteristieken van de weg en de omliggende functies een inschatting gemaakt van de verkeersintensiteiten. Gezien de verblijfsfunctie van het gebied is uitgegaan van een verkeersintensiteit van 250 motorvoertuigen per weekdagetmaal in het jaar 2030. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat bij een woning op 20 meter van een weg met worstcase aannames voor wegdekverharding en snelheid en een dergelijke lage intensiteit de maximale geluidbelasting op de gevel minder dan 48 dB bedraagt. De gemeente Sluis hanteert in het bestemmingsplan Buitengebied voor woonbebouwing ook een afstand van minimaal 20 meter tot de aangrenzende wegen. Alleen voor grotere wegen, zoals de Provinciale weg, geldt een afstand van minimaal 40 meter. Omdat de nieuwe woningen allemaal op een afstand van minimaal 20 meter tot het midden van de Platteweg liggen, kan met zekerheid gesteld worden dat de geluidbelasting op de geprojecteerde woningen in het plangebied lager is dan 48 dB. Conclusie De beoogde woningen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Wegverkeerslawaai vormt geen belemmering.
4.11 Luchtkwaliteit Wettelijk kader Elke ruimtelijke ontwikkeling dient te voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in de Wet luchtkwaliteit (titel 5.2 uit de Wet Milieubeheer) zijn opgenomen voor luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Met name de stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof worden beleidsmatig relevant geacht. Eventueel onderzoek beperkt zich dan ook veelal tot deze twee stoffen. Het bestemmingsplan kan worden vastgesteld indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: • door de vaststelling (van het bestemmingsplan), al dan niet in combinatie met maatregelen, de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechtert (maximaal 1,2 μg/m³), ofwel dat; • de luchtkwaliteit door de vaststelling (van het bestemmingsplan), al dan niet in combinatie met de maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft, ofwel dat; • bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de vaststelling (van het bestemmingsplan), de luchtkwaliteit in een gebied rondom het plangebied per saldo verbetert, ofwel dat; • er geen grenswaarden worden overschreden. In het Besluit en de Regeling ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM.
Hierin is bepaald dat de concentratiebijdragen voor NO2 en fijn stof (PM10) als NIBM mogen worden beschouwd wanneer deze jaargemiddeld maximaal 1,2 μg/m3 bedragen. Luchtkwaliteit als gevolg van de ontwikkeling Het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het plan kan per dag wisselen. In paragraaf 4.7 is worst case uitgegaan van 96 voertuigbewegingen op een etmaal. Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie 2022 Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) 96 Aandeel vrachtverkeer 1,0% Maximale bijdrage extra verkeer NO2 in μg/m3 0,07 PM10 in μg/m3 0,01 Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3 1,2 Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Figuur 16. Resultaat NIBM-tool (NIBM-tool, versie 28-03-2019)
Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 32
Gebruik makend van de NIBM-tool (figuur 16) blijkt dat zelfs bij dat aantal het project niet “in betekenende mate” bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Toetsing aan de grenswaarden kan dus achterwege kan blijven. Conclusie Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de planvorming.
4.12 Externe veiligheid Wettelijk kader Externe veiligheid betreft de beheersing van de risico's en richt zich op het gebruik, de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen. Voor bedrijven is het Besluit externe veiligheid inrichtingen van belang. In dit besluit wordt externe veiligheid in artikel 1 omschreven als "de kans om buiten een inrichting te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen de inrichting waar een gevaarlijke stof betrokken is". Voor transport is de Wet vervoer gevaarlijke stoffen van belang, samen met het Besluit Externe Veiligheid Transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. Hierin is het basisnet van hoofd(vaar/spoor) wegen vastgelegd waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Daarnaast is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing op onder andere aardgastransportleidingen. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen gelden bovenstaande kaders om veiligheidsafstanden tussen risicobronnen en personen of (beperkt) kwetsbare objecten te bepalen en daarmee het veiligheidsrisico zo laag mogelijk te houden. De te hanteren afstanden worden gebaseerd op het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon, die zich continu onbeschermd op een zekere afstand van de risicovolle activiteit bevindt, komt te overlijden als gevolg van die activiteit.
De wettelijke norm voor het plaatsgebonden risico bedraagt 10-6. Het groepsrisico (GR) geeft de kans per jaar dat een groep mensen van een zekere omvang (10, 100 of 1.000 mensen) binnen het invloedsgebied tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval. Hiermee is het een maat voor de maatschappelijke ontwrichting in het geval dat er zich een ramp voordoet. Het groepsrisico wordt weergegeven in een curve waarin het aantal personen is afgezet tegen de kans per jaar op (gelijktijdig) overlijden. Ten aanzien van het groepsrisico bestaat er voor gemeenten een verantwoordingsplicht . Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten staan gedefinieerd in Bevi artikel 1. Woningen zijn gedefinieerd als kwetsbaar object. Veiligheidsrisico’s voor het plangebied In de directe omgeving van het plangebied zijn op de risicokaart geen risicobronnen te vinden. Er zijn evenmin planologisch relevante kabels en leidingen die een belemmering kunnen vormen voor de beoogde ontwikkeling. Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de planvorming.
Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 33
H5. Juridische vormgeving 5.1 Plansystematiek
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vormen het wettelijk kader voor het bestemmingsplan. Nieuwe ruimtelijke plannen moeten digitaal, uitwisselbaar en vergelijkbaar zijn. Tevens worden deze plannen en verordeningen digitaal beschikbaar gesteld voor burgers, bedrijven en medeoverheden. In het Bro is verankerd dat een vergelijkbaar ruimtelijk plan is opgebouwd volgens de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan is opgebouwd en vormgegeven conform de bindende afspraken van de SVBP 2012. Op de verbeelding is aangegeven welke bestemming geldt voor de betreffende gronden en waar bebouwing is toegestaan. Door middel van hoofdletters wordt de bestemming aangeduid. Op het renvooi wordt de betekenis aangegeven van de bestemmingen en de aanduidingen. Tevens wordt in een onderhoek op de analoge verbeelding de naam van het bestemmingsplan aangegeven, de datum van terinzagelegging, vaststelling en (eventueel) van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook is het identificatienummer van het bestemmingsplan en het kaartblad aangegeven. De analoge verbeelding bestaat uit 1 kaartblad en renvooi op een schaal van 1:1.000.
Overeenkomstig SVBP2012 kent de indeling in hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen de volgende vaste volgorde: • In hoofdstuk 1 (inleidende regels) worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd, en wordt de wijze van meten bepaald. • In hoofdstuk 2 (bestemmingsregels) worden alfabetisch de regels gegeven waarmee de bestemmingen die op de verbeelding voorkomen nader worden omschreven. • Hoofdstuk 3 (algemene regels) bevat een aantal regels die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelregel, een procedureregel, dan wel regels die voor de nodige flexibiliteit kunnen zorgen, zoals algemene afwijkingsregel of wijzigingsbevoegdheden. • Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels) ten slotte geeft overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2, Bestemmingsregels) wordt als volgt opgebouwd: • bestemmingsomschrijving; • bouwregels (onderverdeeld in toelaatbaarheid van bouwwerken en bouwhoogte, oppervlakte en inhoud); • afwijken van de bouwregels; • specifieke gebruiksregels; • afwijken van de gebruiksregels; • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; • wijzigingsbevoegdheden. Een bestemmingsartikel behoeft niet alle elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming.
Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels.
Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 34
5.2 Gehanteerde bestemmingen Inleidende regels (hoofdstuk 1) Hoofdstuk 1 bestaat uit begripsbepalingen en de wijze van meten. Voor de begripsbepalingen is waar mogelijk gebruik gemaakt van de standaardbepalingen uit de SVBP2012. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd die van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Hoofdbestemmingen (hoofdstuk 2) In het plangebied zijn twee hoofdbestemmingen van toepassing, te weten Wonen en Agrarisch met waarden – Landschapswaarden -1 . De bestemming Wonen is van toepassing op de drie erven en de regels zijn afgeleid van de regels voor Wonen in het bestemmingsplan Kleine Kernen. De bestemming Agrarisch met waarden is van toepassing op de landschapstuin en de regels zijn afgeleid van de regels in het bestemmingsplan Buitengebied Sluis 2e herziening. Dubbelbestemmingen (hoofdstuk 2) In het gehele plangebied is de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 3A’ uit het Parapluplan Archeologie overgenomen. Algemene regels (hoofdstuk 3) In dit hoofdstuk zijn algemene regels opgenomen.
Artikel 6 bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Deze bepaling is conform artikel 3.2.4 van het Bro in het bestemmingsplan opgenomen. De volgende artikelen bieden duidelijkheid over de bestaande maten en het gebruik, alsmede de ruimte voor afwijking en wijziging. Overgangs- en slotbepalingen (hoofdstuk 4) In dit hoofdstuk is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het bestemmingsplan geregeld. Hierin is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken en de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. Het overgangsrecht mag, in geval van onbillijkheid, buiten toepassing gelaten worden. Het laatste artikel geeft aan dat dit bestemmingsplan kan worden aangehaald als ‘Platteweg 2 Terhofstede’.
Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 35
H6. Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid
Wanneer met een juridisch-planologisch plan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In dit geval wordt de bouw van twee extra woningen mogelijk gemaakt. Hiertoe wordt het kostenverhaal vastgelegd in een anterieure-overeenkomst. Derhalve is het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk. De initiatiefnemer gebruikt eigen middelen om het bouwplan te financieren. In de anterieure overeenkomst is het risico van planschade bij de initiatiefnemer neergelegd. Daarmee is de economische uitvoerbaarheid in voldoende mate verzekerd.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Op basis van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) wordt het bestemmingsplan in vooroverleg gezonden naar de provincie Zeeland, het waterschap Scheldestromen en de Evides. Tegelijkertijd wordt het voorontwerp bestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd, zodat een ieder de gelegenheid heeft op de plannen te reageren.
Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 36
BESTEMMINGSPLAN PLATTEWEG 2 TERHOFSTEDE Bijlagen bij de toelichting
Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 37
Bijlage 1. Landschappelijke inpassing Omna, 29 september 2020
Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 38
NOORD
Landschappelijk inpassingsplan Platteweg 2 Terhofstede
luchtfoto bestaande situatie met aanduiding perceel (Geoweb provincie Zeeland) Landschappelijke inpassing Platteweg 2 Terhofstede -29 september 2020
1
Aan de oostzijde van de woning zijn twee oude loodsen gelegen. Deze worden aan twee zijden omzoomd door struweel met bomen. Deze groenstrook ontneemt het directe zicht op de loodsen vanuit de omgeving. Aan de zuidzijde staat een rij knotwilgen begeleid door een strook bloemrijk akkerland. Het achterste deel van het plangebied is nog in gebruik als akkerland en kent dus een open karakter en sluit aan bij de omliggende landbouwgronden.
ijk
Braamd
Ten westen van de woning zien we een weide bestaande uit grasland met een lichte glooiing en enkele bomen. De weide kent een open karakter en is duidelijk zichtbaar vanaf de Platteweg. In de weide is tevens een droogvallende poel gelegen met aan de noordzijde enkele knotwilgen die deze laagte markeren. Aan de noordelijke grens van het plangebied staan wat knotwilgen en een enkele solitaire boom. Aan de Platteweg is een afwisselend groenbeeld te zien, van open met enkele knotwilgen tot een meer gesloten struweel nabij de oude loodsen.
NOORD
bestaande bebouwing
eg ew ds an
oo
l de Ou
g we tte a l P
Bestaande situatie Het plangebied is gelegen aan de Platteweg, één van de toegangswegen van het buurtschap Terhofstede. In het plangebied is momenteel een woning met een riante tuin aanwezig. Deze is duidelijk te herkennen door de aanwezige beplanting en het opgaande groen in de vorm van solitaire bomen en een hagenstructuur. Deze elementen geven de ruimte rond de woning privacy zonder deze af te sluiten van de omliggende weide en landschap. Op het erf staan twee walnoten die op de lijst van monumentale bomen van de gemeente Sluis zijn opgenomen; die zijn op de tekening extra aangeduid. Aan de zuid- en westzijde van de tuin staan wat oude hoogstam fruitbomen. Deze markeren de overgang tussen de tuin en de omliggende weide.
knotwilgen poel met knotwilgen
weiland
solitaire bomen
akker
struweel met bomen
fruitbomen
Aan de zuid- en westzijde wordt de weide begrensd door de achtertuinen van de omliggende woonkavels van het buurtschap. Het aanwezige opgaande groen is gelegen op de omliggende woonkavels en kent een gevarieerd karakter. Waar sommige kavels volledig privacy hebben, is er op andere kavels zeer weinig afbakening van het perceel aanwezig. Daarnaast zien we een divers beeld wat betreft de aanwezige beplanting.
bestaande situatie Landschappelijke inpassing Platteweg 2 Terhofstede -29 september 2020
2
A B
eg ew ds an
C
l de Ou
g we tte a l P
Inpassing van drie adressen Op de locatie zijn drie adressen voorzien. Het eerste adres is gelegen ter plaatse van de huidige woning (A) en bestaat uit een woning met bijgebouw. Het tweede adres is gelegen ter plaatse van de huidige loodsen (B) en bestaat uit een woonwerkgebouw. Het derde adres is voorzien aan de westzijde van de locatie (C). De percelen van de drie adressen dienen elk afzonderlijk goed ingepast te worden in de omgeving. Enerzijds om een goede overgang te maken met het omliggende landschap of met de omliggende kavels. Anderzijds om te voorzien in een prettige ruimte die uitnodigt om te verblijven en daarbij voldoende privacy biedt aan de bewoners. Dit landschappelijk inpassingsplan geeft een helder beeld van de beoogde ontwikkelingsrichting, maar biedt in posities en soortkeuze nog flexibiliteit.
NOORD
ijk
Braamd
bestaande bebouwing
knotwilgen
voorgenomen nieuwbouw
poel met knotwilgen
weiland
solitaire bomen
akker
struweel met bomen
fruitbomen
bestaande situatie met projectie voorgenomen nieuwbouw Landschappelijke inpassing Platteweg 2 Terhofstede -29 september 2020
3
eg ew ds an
C
l de Ou
g we tte a l P
De percelen worden allen ontsloten vanaf de Platteweg waardoor er achter de woningen, aan de zuidzijde, behoefte zal zijn aan privacy. Dit kan gecreëerd worden door middel van landschappelijke elementen die enerzijds de plek markeren en het zicht filteren. Anderzijds zorgen deze elementen voor een zachte overgang naar het omliggende landschap. Het meest westelijk gelegen perceel (C) grenst aan twee zijden aan bestaande woonkavels. Hier is het dus van belang om zowel de privacy van het nieuwe perceel als van de omliggende bestaande woonkavels in ogenschouw te nemen. De bestaande kwaliteit van het plangebied met het open karakter van de weide en de landschappelijke elementen die de bebouwing inbedden in de omgeving of privacy geven, vormt het uitgangspunt voor het landschappelijk inpassingsplan. De ingrepen bestaan uit het behouden of versterken van bestaande kwaliteiten en het toevoegen van streekeigen elementen. Uitgangspunt is om de tuinen bij de bebouwing op een natuurlijke manier over te laten lopen in het omliggende landschap. De tuinen lopen over in een open weide die vervolgens overgaat in het omliggende agrarische landschap. Hierdoor zal de omgeving en het gevoel van ruimte optimaal beleefbaar zijn.
A B
ijk
Braamd NOORD
Er wordt onderscheid gemaakt in noodzakelijke ingrepen en wenselijke ingrepen. Noodzakelijk zijn die ingrepen die privacy van de nieuwe percelen én van de bestaande woonkavels garanderen en de ingrepen die zorgen voor een zachte overgang naar het omliggende landschap. Wenselijk zijn extra ingrepen die de groene kwaliteit van het plangebied verder versterken.
bestaande bebouwing
knotwilgen
fruitbomen
voorgenomen nieuwbouw
poel met knotwilgen
weiland
solitaire bomen
privacy
akker
struweel met bomen
zichten
privacy en zichten Landschappelijke inpassing Platteweg 2 Terhofstede -29 september 2020
4
Noodzakelijke ingrepen Indien een fysieke afscheiding gewenst is naar de Platteweg is een haag van maximaal 1 meter hoog de aangewezen modus. Hierdoor ontstaat een duidelijke afbakening van het perceel maar blijft het visuele contact met de omgeving behouden.
eg ew ds an
C
Aan de oostzijde van het plangebied wordt het bestaande struweel versterkt en verbreed met diverse soorten struiken en enkele boomvormers. Het ontneemt dan het directe zicht vanuit oostelijke richting op de nieuwe bebouwing en biedt de gewenste privacy op perceel B.
l de Ou
g we tte a l P
A
Een soortgelijk struweel wordt eveneens toegepast tussen de percelen A en B. Hierdoor wordt de onderlinge privacy tussen perceel A en B gewaarborgd. Het struweel loopt in ieder geval door tot en met de achterzijde van het bijgebouw op perceel A.
B
ijk
Braamd
Op het erf van perceel A staan reeds enkele solitaire bomen en een aantal hoogstam fruitbomen. Waar mogelijk worden gezonde bomen behouden en deze vormen dan, aangevuld met enkele nieuwe bomen, de basis voor de tuin rondom de woning. De boomgaard vormt een zachte buffer tussen de tuin en de omliggende open weide. Aan de westzijde wordt de hoogstamboomgaard ruimtelijk gemarkeerd door een meidoornhaag.
NOORD
De bestaande weide tussen de percelen A en C blijft behouden. Het open grasland met poel en bomen vormt een karakteristiek en waardevol deel van het plangebied. Om echter wel de nodige privacy te waarborgen worden enkele losse struwelen toegepast. Deze liggen los in de weide en staan dus niet op de perceelsgrens. De struwelen vormen geen gesloten geheel maar bieden nog altijd zichtlijnen vanaf de omliggende bestaande woonkavels en nieuwe percelen op de open weide.
bestaande bebouwing
knotwilgen
fruitbomen
privacy
voorgenomen nieuwbouw
poel met knotwilgen
struweel
zichten
weiland
solitaire bomen
haag
akker
struweel met bomen
Perceel C grenst direct aan de achtertuinen van de omliggende kavels. Zoals reeds eerder vermeld is hier een gevarieerd beeld van erfafscheidingen aanwezig. Aan de zuid- en west zijde van het erf wordt een haag voorzien. Deze kan variëren in hoogte en mag maximaal 1,8 meter hoog zijn ter plaatse waar privacy gewenst is. Aan de oostzijde wordt een meidoornhaag , mogelijk met enkele onderbrekingen, voorzien die de overgang vormt tussen de weide en de private tuin van perceel C.
noodzakelijke ingrepen Landschappelijke inpassing Platteweg 2 Terhofstede -29 september 2020
5
Gewenste ingrepen Naast de hierboven beschreven ingrepen is het mogelijk om nog een aantal ingrepen toe te passen die het landschappelijke karakter versterken.
eg ew ds an
C
l de Ou
g we tte a l P
De belangrijkste ingreep is om het achterste deel van het plangebied dat nu nog als akker in gebruik is, als weide in te richten. Het open karakter blijft dan behouden maar zal nu een beleefbaar en toegankelijk onderdeel uitmaken van het bestaande ensemble. Om de beleving te vergroten kan hier een bloemenweide gecreëerd worden. Op oude kaarten is te zien dat er hier vroeger een poel heeft gelegen. Een of twee poelen kunnen opnieuw aangelegd worden en omzoomd door enkele knotwilgen. Zonder de openheid van de weide aan te tasten kunnen nog enkele kleine struwelen worden toegepast ten behoeve van de privacy. Ook kunnen er nog enkele solitaire bomen worden geplant verspreid in de open weide.
A B
ijk
Braamd
Aan de noodzijde van het plangebied zijn nu reeds enkele knotwilgen nabij de perceelsgrens aanwezig. Een versterking tot een continue lijn van knotwilgen kan dit deel van de Platteweg begeleiden zonder het zicht op de omliggende landschap te ontnemen. Maar de rij markeert ruimtelijk wel de overgang tussen de meer compacte bebouwing in het buurtschap en het volledig open doorzicht op de naastgelegen kavel nabij de Oudelandseweg. De knotwilgen filteren het zicht op de nieuwe bebouwing maar geven tevens voldoende ruimte om de nieuwe bebouwing op de Platteweg te oriënteren.
NOORD
Om de privacy te waarborgen op perceel B verdient het aanbeveling aan de achterzijde een hoogstam fruitboomgaard te voorzien die het zicht vanuit het buurtschap op het erf en vice versa filtert. Deze boomgaard kan wat doorlopen op perceel A om het zicht op de achterzijde van het bijgebouw te filteren.
bestaande bebouwing
knotwilgen
fruitbomen
privacy
voorgenomen nieuwbouw
poel met knotwilgen
struweel
zichten
weiland
solitaire bomen
haag
akker
struweel met bomen
gewenste ingrepen Landschappelijke inpassing Platteweg 2 Terhofstede -29 september 2020
6
eg ew ds an
C
l de Ou
g we tte a l P
A B
ijk
Braamd NOORD
C
bestaande bebouwing
knotwilgen
fruitbomen
voorgenomen nieuwbouw
poel met knotwilgen
struweel
weiland
solitaire bomen
haag
akker
struweel met bomen
landschappelijk inpassingsplan
variant woonperceel C Landschappelijke inpassing Platteweg 2 Terhofstede -29 september 2020
7
Meidoornhaag Meidoorn (Crataegus monogyna) heeft een landelijk karakter en wordt van oudsher gebruikt op boerenerven. De bladeren van de meidoornhaag hebben een charmante vorm en de haag bloeit met mooie witte bloemen. De eetbare bessen die daarna volgen zijn in trek bij vogels die vervolgens ook graag hun nesten in de haag bouwen. De uiteindelijke hoogte van de haag varieert tussen de 80 en 180 cm naargelang de ligging. Er worden 4 planten per strekkende meter voorzien en de haag wordt minstens 2 rijen breed (80cm). Nadat de planten aan de groei zijn, 2x per jaar snoeien. Hagen Ter bevordering van de privacy wordt er op diverse plaatsen op het perceel strak geschoren hagen aangeplant. De haag bestaat uit beuk (Fagus sylvatica), haagbeuk (Carpinus betulus) of meidoorn (Crataegus monogyna). De uiteindelijke hoogte varieert tussen 80 cm en 180 cm, dit hangt af van de specifieke plaats op het terrein. Er worden 4 planten per strekkende meter voorzien. Een haag is minstens 2 rijen breed (80cm). Nadat de planten aan de groei zijn, 2x per jaar snoeien.
Struweel Het struweel is een opgaande beplanting met een natuurlijk beeld en wordt ingevuld met streekeigensoorten zoals meidoorn (Crataegus monogyna), haagbeuk (Carpinus betulus), vlier (Sambucus nigra), gelderse roos (Viburnum opulus) en sleedoorn (Prunus spinosa). De breedte varieert van circa 3 tot 5 meter. De aanplant van soorten gebeurt in groepen van 3 tot 8 per soort, er is echter geen verband of ritme tussen de verschillende groepen, er wordt spontaan geplant teneinde een zo afwisselend en natuurlijk mogelijk beeld te krijgen. Drie jaar na aanplant een dunning voorzien en na het 6e jaar een tweede dunning toepassen. Het struweel wordt vervolgens eenmaal per 2 jaar aan de zijkanten gesnoeid. Het is dus geen strak gesnoeide haag maar een element dat ‘los’ gesnoeid wordt. Naast de ruimtelijke impact draagt het struweel bovendien bij aan de verhoging van de natuurwaarden i.v.m. huisvestingslocatie voor allerhande vogels, insecten en andere dieren.
Fruitbomen Er worden hoogstambomen toegepast om een zo ruimtelijk mogelijk effect op het terrein te behouden. De bomen worden aangeplant in een driehoeksverband. De afstand tussen de bomen is circa 8 meter, afhankelijk van de te kiezen soorten. De fruitbomen worden gekozen uit de sortimentslijst van ‘Stichting Landschapsbeheer Zeeland’. Appel (Malus domestica): Ananas reinette, Brabantse Bellefleur, Bramley’s Seedling, Court-Pendu, Dijkmanszoet, Dubbele Bellefleur, Glorie van Holland, Goudreinette, Jacques Lebel, Jasappel, Keiing, Keuleman, Laxtons superb, Lemoenappel, Lombards Calville, Notarisappel, Ossenkop, Rode Boskoop, Rode Jonathan, Santana, Sterappel, Yellow Transparant, Zigeunerin, Zoete Aagt, Zoete Bloemee, Zoete Ermgaard, Zoete Kroon, Zoete Oranje. Peer (Pyrus communis): Bergamot d'Esperen, Beurre Alexander Lucas, Beurre de Merode, Beurre Hardy, Bonne Louise d'Avranches, Brederode, Clapp's Favourite, Comtesse de Paris, Conference, Doyenne du Comice, Dubbele Jut, Emile d’Heyst, Gieser Wildeman, IJsbout, Jut, Kleipeer, Kriekepeer, Legipont, Nouveau Poiteau, Oomskinderen, Pitmaston Duchess, Pondspeer, Seigneur d’Esperen, St Remy, Triompe de Vienne, Winterrietpeer, Zwijndrechtse wijnpeer.
Knotwilg Een knotwilg is een boomsoort die veel voorkomt in de omgeving en prima gedijt in de kleigrond. De bomen worden enkele jaren na aanplant op circa 2 meter hoogte afgezaagd. Daarna wordt de boom iedere 2 tot 4 jaar geknot door de nieuwe uitgelopen takken weg te nemen. Bomen In het struweel worden enkele bomen voorzien en op het perceel kunnen enkele bomen, solitair of in kleine groepjes, worden aangeplant. De toe te passen soorten zijn o.a. gewone beuk (Fagus sylvatica), winterlinde (Tilia cordata), zomereik (Quercus robur) of zwarte els (Alnus glutinosa). Drie jaar na aanplant een begleidingssnoei voorzien om te komen tot een solide stam en een goed ontwikkelde kroon. De begleidingssnoei wordt ierdere 3 jaar herhaald totdat de bomen volwassen zijn. Voor volwassen bomen volstaat een onderhoudssnoei met een frequentie van eenmaal per 5 jaar.
Pruim (Prunus domestica): Bleue de Belgique, Czar, Dubbele Boerenwitte, Earley Laxton, Italiaanse Kwets, Mirabelle de Nancy, Opal, Reine Claude, d'Althan, Reine Claude d'Oullins, Reine Claude van Schouwen, Reine Claude Verte, Reine Victoria. Standaard beheer voor fruitbomen en afhankelijk van de soort de noodzakelijke snoei toepassen in het vroege voorjaar. De eerste 2 jaar na aanplant de fruitbomen in droge periodes van voldoende water voorzien.
Landschappelijke inpassing Platteweg 2 Terhofstede -29 september 2020
8
Bijlage 2. Beoordeling relevante regelingen in het bestemmingsplan Buitengebied Van Kerkhoff Maatwerk, januari 2020
Onderstaand zijn de bestaande regelingen uit het bestemmingsplan Buitengebied opgenomen. In een groene kleur is aangegeven waar met het ontwerp en het gebruik van the Barn aan voldaan kan worden, met een rode kleur is aangegeven waar de bestaande regeling tekort schiet. Artikel 28.1 De voor Wonen - 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen met aan - huis - gebonden beroepen, en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, en de opslag van agrarische machines en aanverwante materialen en producten op voormalige agrarische bedrijfslocaties alsmede voor bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water. Artikel 28.2 Lid a, b en c. Op deze gronden mogen hoofdgebouwen (woningen) met bijbehorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Per bestemmingsvlak is ten hoogste één woning toegestaan. Op bestemmingsvlakken waar tevens een bouwvlak is aangegeven worden gebouwen en overkappingen binnen bouwvlakken gebouwd. Lid g, h en j. De afstand van gebouwen tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 3 m. Indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van tenminste 3 m. De afstand van gebouwen en overkappingen tot de bestemming Verkeer van de overige wegen bedraagt tenminste 20 m. Lid l.
De maximale goothoogte van een hoofgebouw bedraagt 6 meter, de maximale bouwhoogte bedraagt 10 meter. De oppervlakte beslaat maximaal 40% van het bouwperceel. Het volume van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 1.000 m³. Lid l. De maximale goothoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt 4 meter, de maximale bouwhoogte bedraagt 8 meter. De oppervlakte beslaat maximaal 40% van het zij- en achtererf met een maximum van 120 m². Lid m. Bijgebouwen mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd. Artikel 28.3.2 Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 28.2 voor het vervangend nieuw bouwen van een gebouw ten behoeve van een NED per woning, met inachtneming van het volgende: a. de omgevingsvergunning wordt verleend voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van één NED waarbij het vloeroppervlak niet meer bedraagt dan ten hoogste 250 m²; c. nieuwe gebouwen worden binnen het bestemmingsvlak gebouwd; d. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien tenminste eenzelfde oppervlak bestaande gebouwen op het betreffende bouwvlak of op een ander bouwvlak elders in het plangebied wordt gesloopt;
Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 39
e. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien ook toepassing is of wordt gegeven aan het bepaalde in lid 28.5.1. Artikel 28.4 Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. de vloeroppervlakte ten behoeve van aan - huis - gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten bedraagt ten hoogste 25 % van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 50 m²; b. het aanbieden van meer dan 3 kamers ten behoeve van logies met ontbijt per woning is niet toegestaan; c. het aanbieden van overnachtingsmogelijkheden is uitsluitend toegestaan indien aangetoond wordt dat er op het betreffende perceel voldoende toezicht wordt gehouden en in noodgevallen snel kan worden ingegrepen. Artikel 28.5.1 Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 28.1 voor een NED, met inachtneming van het volgende: a. de omgevingsvergunning wordt verleend voor: 1. een NED die voorkomt in de positieve lijst Nieuwe Economische Dragers zoals opgenomen in bijlage 2, met dien verstande dat een manege uitsluitend in de nabijheid van woonkernen is toegestaan; 2. overige bedrijfsactiviteiten, die naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de NED's zoals vermeld in bijlage 2; b. de oppervlakte van een NED bedraagt ten hoogste de in bijlage 2 genoemde omvang; c.
tenzij toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in lid 28.3.2, vindt de NED plaats in bestaande gebouwen op het bestemmingsvlak; d. de NED of NED's zijn niet toegestaan in de woning; e. de NED, of alle NED's tezamen op een bestemmingsvlak, wordt of worden uitgeoefend in een kleinschalige omvang, hetgeen blijkt uit: 1. de ruimtelijke uitstraling; 2. de verkeersaantrekkende werking, waarbij verlening van de omgevingsvergunning niet tot een onevenredige toename leidt van de automobiliteit; 3. de categorie uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten waartoe de activiteit behoort, waarbij geldt dat: 1. de bedrijfsactiviteit ten hoogste tot categorie 2 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten behoort; 2. de bedrijfsactiviteit ten hoogste tot categorie 3 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten behoort, mits is aangetoond dat daardoor geen milieuhinder voor aangrenzende percelen ontstaat; alvorens de omgevingsvergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag hierover schriftelijk advies van de milieudeskundige; 4. de omvang van verblijfsrecreatie waarbij geldt dat maximaal 5 verblijfseenheden (appartementen, hotelkamers) binnen het gebouw gerealiseerd mogen worden; f. het gebruik ten behoeve van verblijfseenheden (appartementen, hotelkamers) uitsluitend is toegestaan indien op het perceel tevens wordt gewoond; g. de verkeersveiligheid wordt niet negatief beïnvloed; h.
op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; i. opslag van goederen ten behoeve van de NED buiten gebouwen is niet toegestaan; j. nieuwe bouwwerken, geen gebouwen zijnde, lichtmasten en lichtbakken voor reclamedoeleinden daaronder begrepen zijn niet toegestaan; Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 40
k. ter plaatse van de uitbreiding wordt voorzien in een adequate landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van tenminste 10 m; op basis van een landschapsplan, opgesteld door een gecertificeerde landschapsarchitect of goedgekeurd door de landschaps- en natuurdeskundige, kan volstaan worden met een landschappelijke inpassing waarbij voldaan wordt aan de 'Richtlijn landschappelijke inpassing gemeente Sluis' zoals opgenomen in Bijlage 7; l. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; m. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend als zorg wordt gedragen voor ruimtelijke kwaliteitswinst in de vorm van landschaps- of natuurontwikkeling of het verbeteren van de inrichting van het erf; n. medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing en de ruimtelijke kwaliteitswinst. Bijlage Toegestane relevante functies bij Wonen-2: Functies Groepsaccommodatie Appartementenverhuur Restaurant Eethuis Ijssalon Theeschenkerij Atelier Overige aan huis gebonden beroepen Cursuscentrum Adviesbureau Imkerij
Milieucategorie Maximale bedrijfsvloeroppervlakte M2 bebouwing Bestaand gebouw 2/3 -Gebouw 2/3 -Gebouw 2 -Gebouw 2 -Gebouw 1 -Gebouw 1 -Gebouw -Gebouw -Gebouw 2/3 -Gebouw 2 -Gebouw 2 -Gebouw
Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 41
Bijlage 3. Milieukundig bodem- en asbest in grondonderzoek Platteweg 2a Mitec, mei 2020
Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 42
MILIEUKUNDIG BODEM- EN ASBEST IN GRONDONDERZOEK Locatie Platteweg 2a Retranchement
Opdrachtgever: Projectnummer: Status rapport: Datum:
KVproject BV Schuitvlotstraat 32 4331 SZ Middelburg 19MIT678.10 definitief v.01 6 mei 2020
Autorisatie: (Mede)auteur Naam: Dhr. J.A. Booij Paraaf:
Projectleider: Naam: Dhr. A.P.L.A.M. Steenbergen MSc Paraaf:
Datum: 6 mei 2020
Datum: 6 mei 2020
INHOUD 1
INLEIDING
3
2
VOORONDERZOEK
4
2.1
Huidige situatie
4
2.2
Boven- en ondergrondse tanks en verdachte bedrijfsactiviteiten
5
2.3
Asbest
5
2.4
Bodemkwaliteitskaart
5
2.5
Boomgaardenkaart
6
2.6
Eerdere onderzoeken
6
2.7
Conclusie vooronderzoek
6
2.8
Onderzoeksstrategie
7
3
VERRICHTE WERKZAAMHEDEN
9
3.1
Veldwerkzaamheden bodemonderzoek
9
3.2
Veldwerkzaamheden asbest in puinonderzoek
9
3.3
Zintuiglijke waarnemingen en metingen grondwater
9
3.4
Laboratoriumonderzoek
10
4
RESULTATEN
12
4.1
Toetsingskader bodem
12
4.2
Toetsingskader asbest
12
4.3
Toetsing bodem
13
4.4
Nader onderzoek dieseltanks
14
4.5
Toetsing asbest
14
5
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
15
5.1
Samenvatting en conclusies
15
5.2
Advies
16
6
RESTRISICO EN BETROUWBAARHEID
17
6.1
Restrisico
17
6.2
Betrouwbaarheid
17
BIJLAGEN: 1: Kadastrale situatie 2: Situatietekening met boringen en peilbuizen 3: Foto’s 4: Profielbeschrijvingen grondboringen 5: Analyseresultaten 6: Toetsingsresultaten
Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl
2
190MIT678.10
1
INLEIDING In opdracht van KVproject BV heeft Mitec Advies B.V. in maart-mei 2020 een verkennend en nader bodemonderzoek volgens de NEN 5740 en een verkennend asbest in puinonderzoek volgens de NEN 5897 uitgevoerd ter plaatse van de Platteweg 2a te Retranchement. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Sluis, sectie L, nummer 1351, zie Bijlage 1. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging naar wonen. Op de locatie is momenteel een agrarische loods aanwezig, die zal worden gesloopt. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de milieukundige kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor de bestemmingswijziging en omgevingsvergunning. Doel van het verkennend asbest in puinonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op een verontreiniging met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte. Het veldwerk is uitgevoerd door dhr. J.A. Booij en dhr. S.P. Rijk, gecertificeerde en erkende veldwerkers van Mitec Advies B.V. Dit alles conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek), inclusief de onderliggende protocollen 2001, 2002 en 2018. Het procescertificaat van Mitec Advies B.V.
en het daarbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Als referentiekader bij de beoordeling van de analyseresultaten wordt het laatst aangepaste toetsingskader van het Ministerie van VROM gebruikt (Circulaire Bodemsanering d.d. 1 juli 2013). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Mitec Advies B.V. of gerelateerde zusterbedrijven. Hierdoor is de wettelijk voorgeschreven functiescheiding geborgd.
Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl
3
190MIT678.10
2
VOORONDERZOEK Voor het historisch onderzoek volgens de NEN 5725:2017 is gebruik gemaakt van gegevens verkregen uit: - Kadastrale en topografische kaarten - Terreinverkenning - Geoloket Zeeuws Bodemvenster - Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Sluis - Bodemloket - Nazca-i provincie Zeeland - Eerdere bodemonderzoeken - Informatie van de opdrachtgever
2.1
Huidige situatie De onderzoekslocatie is gelegen in het buurtschap Terhofstede in het buitengebied bij Retranchement en betreft perceel Sluis L 1352 met agrarische schuren/loodsen en het omliggende terrein. Dit ligt naast het perceel waarop de woning nr. 2 met tuin is gesitueerd; deze woning is bij dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Op de locatie was in het verleden een loonbedrijf gevestigd. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 2.805 m².
Figuur 1: Luchtfoto onderzoekslocatie, oranje gearceerd (Bron: Google maps)
Voor het perceel is een herbestemming gepland van de agrarische loodsen naar de bestemming wonen. Hierbij wordt de bestaande bouw gesloopt. Inpandig zijn de loodsen verhard met beton; buiten is deels betonverharding aanwezig, deels halfverharding met grind en deels groen. Er is geen historische informatie aanwezig of onder de betonverharding een fundatieverharding is aangebracht. Uit informatie van de eigenaar en de boorprofielen van eerder onderzoek kan worden afgeleid dat alleen uitpandig (deels) fundatie aanwezig is en dat het beton inpandig is gefundeerd op zand.
Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl
4
190MIT678.10
2.2
Boven- en ondergrondse tanks en verdachte bedrijfsactiviteiten Door de opdrachtgever zijn onder andere een inventariserend BSB onderzoek uit 2000 en een aanvullend/nader onderzoek uit 2008 aangeleverd, die zijn uitgevoerd door Grond, Gewas en Milieulaboratorium ‘Zeeuws Vlaanderen’ B.V. (projectnummers 4648 en 08A0638). Hierin is de historie beschreven. Tevens is in januari 2020 een terreinverkenning uitgevoerd. Uit de eerdere onderzoeken, informatie van de opdrachtgever en de terreinverkenning blijkt dat op de locatie de volgende verdachte deellocaties zijn te onderscheiden, zie de situatietekening in Bijlage 2: - Voormalige boven- en ondergrondse dieseltank; - Wasplaats; - Werkplaats en machineberging; - Opslag motorolie/hydrauliekolie; - Voormalige bestrijdingsmiddelengroothandel. De voormalige tanks en de bestrijdingsmiddelengroothandel worden hieronder nader besproken onder ‘eerder onderzoek’ en ‘boomgaardenkaart’. Aan de achterzijde van de loodsen is een deel van het terrein gebruikt als wasplaats, waar landbouwmachines zijn afgespoten. Deze deellocatie is verdacht voor de aanwezigheid van minerale olie en bestrijdingsmiddelen (OCB’s). Tijdens de terreinverkenning bleek dat in de loods tegen de muur aan de oostzijde een opslagvoorziening voor olieproducten (motorolie/hydrauliekolie) aanwezig is.
Ter plaatse van de overige terreindelen zijn tijdens de terreinverkenning geen bijzonderheden aangetroffen en worden op dit moment geen specifieke verontreinigingen verwacht. Met uitzondering van de bovengenoemde voormalige tanks is er verder geen informatie bekend of momenteel nog boven- of ondergrondse brandstof- of dieseltanks op de locatie aanwezig zijn. Tijdens de terreinverkenning zijn geen aanwijzingen (aflever-, vul- en ontluchtingspunten) hiervoor waargenomen. De foto’s van de locatie zijn opgenomen in Bijlage 3.
2.3
Asbest Er zijn voor de locatie geen directe aanwijzingen dat door stortingen en/of toepassing van asbesthoudende materialen asbest in de bodem kan zijn gekomen. Ook tijdens de terreinverkenning zijn geen asbestverdachte plaatmaterialen of objecten waargenomen. Onder de uitpandige betonverharding is puinfundatie aanwezig. Omdat de ouderdom en herkomst van de fundatie niet bekend zijn, dient deze fundatie te worden onderzocht op asbest.
2.4
Bodemkwaliteitskaart Volgens de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Sluis heeft zowel de boven- als de ondergrond de ontgravingsklasse ‘AW2000 (landbouw/natuur)’. De bodemfunctie is ‘overig’.
Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl
5
190MIT678.10
2.5
Boomgaardenkaart Uit de boomgaardenkaart blijkt dat de onderzoekslocatie niet is gelegen in een voormalig boomgaardengebied. Echter volgens Bodemloket en Nazca-i provincie Zeeland is op de locatie een bestrijdingsmiddelengroothandel aanwezig geweest, waardoor de locatie in principe verdacht is voor bestrijdingsmiddelen (OCB’s).
2.6
Eerdere onderzoeken Uit informatie van Bodemloket, Nazca-i provincie Zeeland en van de opdrachtgever blijkt dat op de locatie in het verleden de volgende onderzoeken zijn uitgevoerd: - Inventariserend BSB-onderzoek Platteweg 2 te Retranchement, Grond-, Gewasen Milieulaboratorium ‘Zeeuws-Vlaanderen’ b.v., d.d. 07-08-2000. Projectnr. 4648. - Aanvullend / nader bodemonderzoek Platteweg 2 te Retranchement, Grond-, Gewas- en Milieulaboratorium ‘Zeeuws-Vlaanderen’ b.v., d.d. 11-12-2008. Projectnr. 08A0638. Deze onderzoeken zijn uitgevoerd ter plaatse van de voormalige boven- en ondergrondse dieseltanks, die waren gelegen tussen de Platteweg en de loods. Verder is onderzoek uitgevoerd bij de werkplaats aan de oostzijde van de loods en bij de wasplaats. Voormalige tanks Hier is in een mengmonster van de bovengrond een sterk verhoogd gehalte minerale olie aangetroffen; in de ondergrond (2,0 - 2,5 m-mv) is een matig verhoogd gehalte aangetoond. In het grondwater is eveneens een sterk verhoogde concentratie minerale olie gemeten. Uit het aanvullend onderzoek van 2008 blijkt dat in de 2 separate monsters van de bovengrond hooguit nog licht verhoogde gehalten minerale olie zijn aangetoond. Uit de verticale uitkartering van het matig verhoogde gehalte minerale olie in de ondergrond blijkt dat in de onderliggende grondlaag van 2,5 tot 3,0 m-mv nog een sterk verhoogd gehalte aanwezig is.
De verontreiniging is in de grond zodoende verticaal nog niet uitgekarteerd; de grens loopt vanaf circa 1,5 m-mv tot minimaal 3,0 m-mv. In het grondwater is tot 3,3 m-mv een matig verhoogde concentratie minerale olie gemeten. Uit de horizontale uitkartering blijkt dat geen of alleen licht verhoogde gehalten zijn aangetoond in de grond en het grondwater, waardoor de verontreiniging horizontaal is afgeperkt. Wasplaats Hier is in het grondwater een sterk verhoogde concentratie arseen aangetoond. Deze verhoging kan worden beschouwd als een natuurlijk verhoogde achtergrondconcentratie en is niet te relateren aan de activiteiten. Verder zijn lichte verhogingen aan cadmium en minerale olie in het grondwater aangetoond. Opgemerkt dient te worden dat ter plaatse van de wasplaats niet op bestrijdingsmiddelen is geanalyseerd. Werkplaats Hier is in de bovengrond een licht verhoogd gehalte minerale olie gemeten.