CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

c voorgestelde notitie beantwoording zienswijzen inspraakreacties.pdf

Commissie Ruimte/AB 7 september 2021, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het paraplubestemmingsplan 'parkeernormen gemeente Sluis' (onderdeel parapluplan 'parkeernormen gemeente Sluis)6.746 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie beantwoording zienswijzen en ambtshalve aanpassingen ten behoeve van het parapluplan ‘parkeernormenbeleid gemeente Sluis’ behorend bij het besluit van de gemeenteraad van Sluis d.d. 23 september 2021

Pagina 1 van 19

Inhoud 1. Inleiding ............................................................................................................................3 2. Overzicht ingediende zienswijzen ....................................................................................4 3. Samenvatting zienswijzen ................................................................................................5 4. Beantwoording inspraakreacties en zienswijzen..............................................................9 5. Ambtshalve aanpassingen .............................................................................................17

Pagina 2 van 19

1. Inleiding Door gewijzigde wet- en regelgeving dienen de parkeernormen die gehanteerd worden voor nieuwe ontwikkelingen geborgd worden in een (overkoepelend) bestemmingsplan. Hiertoe is het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’ opgesteld die bestaat uit parkeernormenbeleid en een paraplubestemmingsplan/ beheersverordening die deze parkeernormen van toepassing verklaard. In het parkeernormenbeleid worden de parkeernormen uit de CROW-publicatie 381, toekomstbestendig parkeren, gehanteerd en worden deze keuzes hoe deze parkeernormen worden toegepast vastgelegd. Om te komen tot een integrale afweging inzake het parkeernormenbeleid en het paraplubestemmingsplan en paraplu-beheersverordening ‘parkeernormen gemeente Sluis’ worden de ingediende inspraakreacties en zienswijzen op al deze ontwerp-stukken in een notitie ‘beantwoording zienswijzen en ambtshalve aanpassingen’ beantwoord. Deze notitie maakt onderdeel van de raadsbesluiten tot vaststelling van het parkeernormenbeleid, het paraplubestemmingsplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’ en de paraplubeheersverordening ‘parkeernormen gemeente Sluis’.

Pagina 3 van 19

2. Overzicht ingediende zienswijzen Naar aanleiding van de ter inzage legging van de stukken die onderdeel uitmaken van het ontwerpparapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’ zijn zeven zienswijzen ingediend. Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming is het niet toegestaan de persoonsgegevens (NAW-gegevens) van natuurlijke personen te verwerken zonder bijvoorbeeld een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de betreffende personen. In dit overzicht van beantwoording worden indieners van zienswijzen daarom niet met naam genoemd, met uitzondering van de gegevens van rechtspersonen en de overlegpartners van de gemeente. Reclamant 1

Naam

Datum ontvangst

Boiten ingenieurs

26 oktober 2020 (ons kenmerk: 20.15118)

2

21 oktober 2020 (ons kenmerk: E20.3898)

3

Gezamenlijke ondernemersverenigingen Sluis Reclamant 3

4

Reclamant 4

28 oktober 2020 (ons kenmerk: E20.3989)

5

Kyone holding b.v.

28 oktober 2020 (ons kenmerk: E20.3988)

6

Reclamant 6

27 oktober 2020 (ons kenmerk: E20.3993)

7

Reclamant 7

30 oktober 2020 (ons kenmerk: 20.15269)

27 oktober 2020 (ons kenmerk: 20.15140)

Het ontwerp-parkeernormenbeleid gemeente Sluis heeft van 17 september 2020 tot en met 28 oktober 2020 ter inzage gelegen. Het ontwerpbestemmingsplan ‘parkeernormenbeleid Sluis’ (met kenmerk: NL.IMRO.1714.ppparkeren-ON01) en de ontwerp-beheersverordening ‘parkeernormenbeleid Sluis’ (met kenmerk: NL.IMRO.1714.phbparkeren-ON01) hebben van 24 september 2020 tot en met 4 november 2020 ter inzage gelegen. Op grond van dit criterium zijn de zienswijzen/ inspraakreacties dan ook ontvankelijk. Hersteltermijn Niet alle ingediende inspraakreacties/ zienswijzen voldoen aan de wettelijke indieningsvereisten volgend uit de Algemene wet bestuursrecht. De volgende reacties voldeden niet aan de wettelijke indieningsvereisten: Reclamant 2: pro forma zienswijze. Reclamant 3: pro forma zienswijze. Reclamant 4: pro forma zienswijze en niet schriftelijk dan wel mondeling ingediend. Reclamant 5: pro forma zienswijze en niet schriftelijk dan wel mondeling ingediend. Reclamant 6: niet schriftelijk dan wel mondeling ingediend. Reclamant 7: pro forma zienswijze. Conform het bepaalde in artikel 4:5 Awb is een hersteltermijn geboden aan deze reclamanten om de gebreken te herstellen. Hiervoor is termijn van 4 weken gegeven.

Reclamant 3 en reclamant 6 hebben geen gebruik gemaakt van de hersteltermijn die geboden is om hun zienswijze/ inspraakreactie te herstellen zodat deze voldoet aan de indieningsvereisten volgend uit de Algemene wet bestuursrecht. Hierop lettende hebben wij besloten om deze zienswijzen/ inspraakreacties buiten behandeling te stellen op grond van artikel 4:5 lid 1 Awb. De overige reclamanten hebben tijdig en op een correcte wijze de gebreken hersteld en de inspraakreacties/ zienswijzen worden zodoende in behandeling genomen. Pagina 4 van 19

3. Samenvatting zienswijzen In deze paragraaf worden de ingediende zienswijzen en inspraakreacties samengevat weergegeven. Per reclamant wordt aangegeven op welke onderdelen van het parapluplan de ingediende reactie betrekking heeft. Reclamant 1 * de ingediende reactie ziet toe op het ontwerp-parkeernormenbeleid en het ontwerpbestemmingsplan 'parapluherziening Parkeren gemeente Sluis’. 1) De zienswijze wordt ingediend door een (te ontwikkelen) verblijfsrecreatieterrein in de kustregio. Het uitgangspunt bij het (te ontwikkelen) verblijfsrecreatieterrein is dat het parkeren plaatsvindt op het eigen terrein en dat niet extern wordt geparkeerd. Hiertoe worden parkeerplaatsen gerealiseerd ter plaatse van de vakantiewoningen voor de recreanten en eventuele bezoekers kunnen bij de vakantiewoning parkeren of bij de centrale parkeervoorziening bij de receptie van het verblijfsrecreatiepark. Hierop lettende concludeert de reclamant dat het parkeren op een verblijfsrecreatieterrein een geheel eigen parkeerdynamiek heeft en dat dit wezenlijk andere dynamiek heeft dan het parkeren in een woonwijk. 2) Door de reclamant wordt gewezen op de opgenomen parkeernorm voor vakantiewoningen in het parkeernormenbeleid. In het parkeernormenbeleid is een norm opgenomen van 0,1 per vakantiewoning met een bandbreedte van 2,1. Volgens de reclamant klopt dit niet en verzoekt om dit aan te passen.

Reclamant 2 * De ingediende reactie ziet toe op alle onderdelen van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. 1) Door de reclamant wordt gewezen op het voorstel dat geagendeerd stond bij de vergadering van de raadscommissie Ruimte/ AB (d.d. 8 september 2020) met betrekking tot het uitspreken van het beleidsvoornemen om te komen tot een paraplubestemmingsplan ‘één woning per bouwperceel’. Door de reclamant wordt aangegeven dat alle beleidsvoornemens in samenhang beoordeeld dienen te worden of dit daadwerkelijk een bijdrage levert aan het gewenste toekomstige beleid. 2) Door de reclamant wordt gewezen op (op moment van schrijven van de zienswijze) ontwerp visiedocument ‘Krachtig Verbonden 2021’. Volgens de reclamant staat het voorgenomen parkeernormenbeleid in schril contrast met dit visiedocument dat volgens de reclamant sterke uitgangspunten heeft. 3) Door de reclamant wordt gewezen dat de regio van de gemeente Sluis sterk afwijkt van het landelijke gemiddelde en de reclamant vraagt zich af in welke mate het dan past om de landelijke CROW-normen aan te sluiten. Door de reclamant wordt bepleit om te komen tot op regionale inzichten gebaseerde normen, mede in acht nemende dat er behoudens de kernen Sluis en Cadzand-Bad geen parkeerproblemen zijn.

4) Door de reclamant wordt de vrees uitgesproken dat de toepassing van de voorgestelde normen inbreidingsplannen voor woonprojecten onbetaalbaar maken. 5) Door de reclamant wordt voorgesteld de volgende beleidsdoelstelling te hanteren in het kader van wonen, leefomgeving en mobiliteit: 1) Het creëren van een aantrekkelijk woonklimaat in een woonomgeving, waar je niet zonder een of twee auto’s kan, omdat het openbare vervoer onvoldoende kan inspelen op gevarieerde mobiliteitsbehoefte. Pagina 5 van 19

2) De beleidsdoelstelling moet zijn het zo min mogelijk belasten van autogebruik. 3) Geen financiële lasten toerekenen (door verhogen parkeernormen) voor inbreidingsplannen in verschillende kernen. Particuliere projecten voor inbreidingsplannen worden daarmee nagenoeg onmogelijk gemaakt en daarmee zal het voorgenomen beleid om in 2040 een kwalitatieve en kwantitatieve balans in de woningvoorraad te realiseren. 6) Door de reclamant wordt gewezen op het parkeernormenbeleid dat in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld zou zijn. In 2012 was deze eerder terugverwezen naar het college van B&W door de raad om te komen tot maatwerk voor de kernen. Enkel voor de kern Cadzand-Bad is gekomen tot specifiek parkeernormenbeleid. 7) Door de reclamant wordt gewezen op het feit dat in Krachtig Verbonden 2021 is opgenomen dat deze regio sterk afwijkt met betrekking tot mobiliteit ten aanzien van de landelijke gemiddelde. Hierdoor stellen zij de vraag of het dan past om de landelijke CROWnormen van toepassing te verklaren. Het wordt bepleit om regionale normen te hanteren. mede omdat er enkel parkeerproblemen zijn bij de kernen van Sluis en Cadzand-Bad. 8) Daarnaast wijst de reclamant op dat de normen voor bedrijven ten opzichte van de beleidsnotitie parkeernormen uit 2013 flink naar boven worden bijgesteld.

9) Door de reclamant wordt gewezen op de oude en nieuwe situatie ten aanzien van de financiële bijdrage om het tekort aan parkeerplaatsen af te kopen bij een nieuwe ontwikkeling. Hierbij stelt de reclamant dat in de oude situatie een ondernemer €2.500 betaalt per parkeerplaats, waarbij de gemeente dan een inspanningsverplichting heeft om binnen 10 jaar extra parkeerplaatsen aan te leggen en indien deze niet aangelegd werden wordt het bedrag terugbetaald. De reclamant omschrijft dit als vooruitbetalen en dan maar zien wat er gebeurd met de parkeerdruk. In de nieuwe situatie stelt de reclamant dat de ondernemer wordt aangeslagen door de gemeente voor het tekort aan parkeerplaatsen. Hierbij verplicht de gemeente zich om binnen 5 jaar te investeren in bereikbaarheids- en mobiliteitsverbeteringen. De reclamant is van mening dat hiermee niet het tekort aan parkeerplaatsen wordt opgelost en dat de genoemde inspanningsverplichting niet transparant is. 10) Door de reclamant wordt opgemerkt dat voor alle kernen (m.u.v. de kern Cadzand-Bad) de regel geldt dat per nieuwe woning 2,2 parkeerplaatsen aangelegd dient te worden. Een parkeergarage op eigen grond telt als 0,4 nu deze vaak anders wordt gebruikt.

11) Door de reclamant wordt aangegeven dat de stukken terug moeten naar de tekentafel en op basis van goede burgerparticipatie met ondernemers er een maatwerkvisie wordt opgesteld in lijn met Krachtig Verbonden 2021. Reclamant 3 1) Door de reclamant is een pro forma zienswijze ingediend die niet binnen de gestelde termijn is hersteld en zodoende buiten behandeling is gesteld. Reclamant 4 * De ingediende reactie ziet toe op alle onderdelen van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. 1) Reclamant is van mening dat de parkeernormen niet moeten gelden ten aanzien van vervangende nieuwbouw. Daarbij is verwezen naar een aantal uitspraken van de afdeling Pagina 6 van 19

bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt aangegeven dat een bestaand tekort buiten beschouwing kan worden gelaten en alleen rekening moet worden gehouden met de toename als gevolg van het plan ten opzichte van de al bestaande parkeerbehoefte vanwege het bestaande pand. Leegstand van een pand wil niet zeggen dat daaraan geen parkeerbehoefte kan worden toegekend. 2) Ten aanzien van de parkeernorm van appartementen is niet inzichtelijk wanneer sprake is van een ‘duur’, ‘midden’ of ‘goedkoop’ appartement. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. 3) Niet duidelijk is waarom er in Cadzand-Bad een andere, voor de ontwikkeling van appartementencomplexen veel gunstigere parkeernorm wordt gehanteerd dan bijvoorbeeld voor de kern Breskens. 4) Gevraagd wordt waarom er niet gedifferentieerd wordt omdat er in de kernen een andere dynamiek speelt. Verwezen wordt naar de gemeente Terneuzen die wel onderscheid maakt in ‘centrum’, ‘schil centrum’, ‘rest bebouwde kom’ en het ‘buitengebied’. 5) Er is sprake van willekeur. Er moet een nadere onderbouwing komen van de getalsmatige invulling van de parkeernormen. Realisatie van ontwikkelingen wordt ernstig beperkt door de voorgenomen zware parkeernormen die generiek gaan gelden, met uitzondering van de kern Cadzand-Bad. Reclamant 5 * De ingediende reactie ziet toe op alle onderdelen van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’.

1) Reclamant is van mening dat de parkeernormen niet moeten gelden ten aanzien van vervangende nieuwbouw. Daarbij is verwezen naar een aantal uitspraken van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt aangegeven dat een bestaand tekort buiten beschouwing kan worden gelaten en alleen rekening moet worden gehouden met de toename als gevolg van het plan ten opzichte van de al bestaande parkeerbehoefte vanwege het bestaande pand. Leegstand van een pand wil niet zeggen dat daaraan geen parkeerbehoefte kan worden toegekend. 2) Ten aanzien van de parkeernorm van appartementen is niet inzichtelijk wanneer sprake is van een ‘duur’, ‘midden’ of ‘goedkoop’ appartement. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. 3) Niet duidelijk is waarom er in Cadzand-Bad een andere, voor de ontwikkeling van appartementencomplexen veel gunstigere parkeernorm wordt gehanteerd dan bijvoorbeeld voor de kern Breskens. 4) Gevraagd wordt waarom er niet gedifferentieerd wordt omdat er in de kernen een andere dynamiek speelt. Verwezen wordt naar de gemeente Terneuzen die wel onderscheid maakt in ‘centrum’, ‘schil centrum’, ‘rest bebouwde kom’ en het ‘buitengebied’. 5) Er is sprake van willekeur. Er moet een nadere onderbouwing komen van de getalsmatige invulling van de parkeernormen.

Realisatie van ontwikkelingen wordt ernstig beperkt door de voorgenomen zware parkeernormen die generiek gaan gelden, met uitzondering van de kern Cadzand-Bad. Reclamant 6 1) Door de reclamant is een pro forma zienswijze ingediend die niet binnen de gestelde termijn is hersteld en zodoende buiten behandeling is gesteld.

Pagina 7 van 19

Reclamant 7 * De ingediende reactie ziet toe op alle onderdelen van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. 1) De ingediende zienswijze is ingediend namens de ontwikkelaars van een appartementencomplex in Sluis. Door de reclamant wordt aangegeven dat de zienswijze wordt ingetrokken nadat overeenstemming is bereikt over de bouwplannen. 2) Op basis van een zinssnede op bladzijde 4 van het ontwerp-parkeernormenbeleid concludeert de reclamant dat er momenteel geen parkeernormen gelden. 3) Op grond van de derde alinea op bladzijde 4 concludeert de reclamant dat het parkeernormenbeleid niet geldt voor hun ontwikkeling nu deze passend is binnen het geldende planologische regime. 4) De reclamant is van mening dat de gebiedsaanduiding ‘rest bebouwde kom’ niet klopt voor de drukkere kernen. Zij zijn van mening dat voor de centrumgebieden een lichtere norm dient te gelden. 5) De reclamant is van mening dat de parkeernormen voor appartementen te hoog zijn. Hierbij wordt niet gemotiveerd dat deze normen noodzakelijk zijn voor een betere ruimtelijke indeling. Hierbij is het, het verzoek om de laagst mogelijke norm te hanteren. 6) Door de reclamant wordt aangegeven dat garageboxen meetellen als 0,5 parkeerplaats. De reclamant verzoekt om de factor op 1 te zetten, omdat het bij garageboxen bij appartementen in het centrum wel aannemelijk is dat deze gebruikt worden als parkeerplaats.

7) Door de reclamant wordt aangegeven dat zij het als positief ervaren dat er een afwijkbevoegdheid opgenomen wordt voor het college van B&W om af te kunnen wijken van het parkeernormenbeleid. Zij vinden wel dat echte duidelijkheid ontbreekt wanneer deze toegepast kan worden.

Pagina 8 van 19

4. Beantwoording inspraakreacties en zienswijzen Reclamant 1 1) Wij onderschrijven het standpunt van de reclamant dat het parkeren op een verblijfsrecreatieterrein een andere dynamiek kent dan het parkeren in een woonwijk. Hierop lettende worden in het parkeernormenbeleid ook specifieke normen opgenomen voor vakantiewoningen. Dit onderdeel leidt zodoende niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. 2) Door de reclamant wordt terecht gewezen op de discrepantie in de opgenomen parkeernormen voor vakantiewoningen zoals opgenomen in het ontwerpparkeernormenbeleid. De opgenomen parkeernormen opgenomen in bijlage 2 van het parkeernormenbeleid wijken af van hetgeen opgenomen is in paragraaf 3 Recreatievoorziening van het parkeernormenbeleid waar een andere norm is opgenomen voor vakantiewoningen. Hierbij is hetgeen opgenomen in paragraaf 3 het juiste en dit dient gewijzigd te worden in bijlage 2. Zodoende wordt de parkeernorm voor vakantiewoningen in bijlage 2 overeenkomstig hetgeen opgenomen in paragraaf 3 onderdeel Recreatievoorziening aangepast. Hierdoor wordt het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’ op de volgende onderdelen gewijzigd: 1. In het parkeernormenbeleid wordt in bijlage 2 parkeernormen de parkeernorm voor vakantiewoning overeenkomstig paragraaf 3 onderdeel recreatiewoning opgenomen.

Reclamant 2 1) Voor zover de reactie toeziet op het raadsvoorstel tot het uitspreken van een beleidsvoornemen om te komen tot het bestemmingsplan ‘één woning per bouwperceel’ wordt in deze notitie ‘beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ niet ingegaan. Dit betreft een losstaand beleidstraject dat losstaat van de procedure om te komen tot een parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. Dit onderdeel leidt zodoende niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. 2) Ten tijde van het schrijven van de reactie had het ontwerp-visiedocument ‘Krachtig Verbonden 2021’ ter inzage gelegen. Op 25 februari 2021 hebben wij het visiedocument ‘Krachtig Verbonden 2021’ gewijzigd vastgesteld. Zoals opgenomen in de inleiding van het visiedocument wordt in het visiedocument per beleidsterrein een beleidskoers uitgezet. Bij de vaststelling van ons visiedocument hebben wij er voor gekozen om de uitwerking van hoe we onze beleidsdoelen wensen te bereiken op te nemen in concrete beleidsstukken die een nadere uitwerking vormen van het visiedocument. In paragraaf 1.3 VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT van het visiedocument is het thema parkeren opgenomen (paragraaf 1.3.2 parkeren). Hierbij hebben wij geconstateerd dat momenteel duidelijke regelgeving omtrent parkeren bij nieuwbouw ontbreekt (vijfde bolletje onder ‘Waar hebben we mee te maken’ bij de thema parkeren).

Bij het gedeelte ‘Wat willen we bereiken’ bij de thema parkeren hebben wij ons als doel gesteld dat: “juridisch kloppend en goed uitvoerbaar (praktisch) parkeerbeleid bij nieuwbouw” wordt opgesteld. Het parkeernormenbeleid vormt zodoende een uitwerking van dit beleidsdoel opgenomen in ons visiedocument ‘Krachtig Verbonden 2021’. De overige onderdelen van het parapluplan Pagina 9 van 19

‘parkeernormen gemeente Sluis’ zien toe op de juridische borging van dit parkeernormenbeleid. In het parkeernormenbeleid en het bestemmingsplan en de beheersverordening worden wel de juridische aspecten toegelicht, maar de verhouding tot ons visiedocument is nog niet nader toegelicht. Nu het visiedocument ‘Krachtig Verbonden 2021’ vastgesteld en gepubliceerd is wordt in de inleiding op het parkeernormenbeleid een nieuwe paragraaf toegevoegd waarin een nadere toelichting wordt gegeven op de verhouding tussen het parkeernormenbeleid en het visiedocument. Dit onderdeel van de inspraakreactie leidt tot aanpassing van het aanpassen van het parkeernormenbeleid: 1. Aan het parkeernormenbeleid wordt paragraaf 1.2 ‘Krachtig Verbonden 2021’ toegevoegd. Hierbij wordt toegelicht wat de verhouding is tussen beide beleidsstukken overeenkomstig hetgeen hierboven opgenomen is. 3) Het parkeernormenbeleid voor de gemeente Sluis is gebaseerd op de kencijfers opgenomen in de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. In de paragraaf 1.3.3 Mobiliteit wordt op een aantal onderdelen geconcludeerd dat de gemeente Sluis afwijkt van een aantal landelijke gemiddeldes ten aanzien van autogebruik. Hiervoor wordt verwezen naar de paragraaf ‘Waar hebben we mee te maken’ bij deze paragraaf.

4) Bij de beantwoording van dit onderdeel wordt een onderscheid gemaakt tussen de categorieën van de realisatie van een woning die planologisch al geregeld is en een woning waar nog een planologische procedure voor doorlopen dient te worden. Vooropgesteld wordt in de zienswijze door de reclamant niet nader gemotiveerd hoe het parapluplan ‘parkeren gemeente Sluis’ inbreidingsplannen ten behoeve van woningbouw onbetaalbaar zouden maken. Wanneer er sprake is van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de realisatie van een nieuwbouwwoning, welke toegestaan is op grond van het bestemmingsplan, wordt op grond van artikel 3 lid a van het bestemmingsplan of beheersverordening bij de beoordeling van de aanvraag beoordeelt of er voldoende parkeergelegenheden worden aangelegd. Bij deze beoordeling wordt toepassing gegeven aan artikel 3 van het bestemmingsplan of beheersverordening. Op grond van artikel 3 lid a van het bestemmingsplan of beheersverordening mag enkel een nieuw bouwwerk worden opgericht wanneer in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien.

Op grond van artikel 3 lid b van het bestemmingsplan of beheersverordening wordt aan de hand van het parkeernormenbeleid bepaald wat de parkeerbehoefte is van een nieuwe ontwikkeling en op grond van artikel 3 lid c van het bestemmingsplan of beheersverordening dienen de benodigde parkeerplaatsen aangelegd te worden op eigen terrein. In het parkeernormenbeleid worden de kaders vastgelegd hoe de parkeerbehoefte wordt vastgesteld voor een nieuwe ontwikkeling. In hoofdstuk 2 van het parkeernormenbeleid zijn de uitgangspunten opgenomen ten aanzien van de toepassing van de parkeernormen en in bijlage 2 van het parkeernormenbeleid zijn de parkeernormen per categorie opgenomen. Slechts in de gevallen dat het gaat om een nieuwbouwwoning op een locatie waar eerder nog geen woning gestaan heeft zullen binnen het kader van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’ nieuwe parkeerplaatsen aangelegd moeten worden. In paragraaf 2.2.3. ‘Verbouw en vervangende nieuwbouw’ is als uitgangspunt opgenomen dat bij vervangende nieuwbouw de oude parkeervraag van de huidige functie in mindering worden gebracht op de parkeervraag van de nieuwe functie. Enkel indien uit deze berekening blijkt dat er een Pagina 10 van 19

tekort is aan parkeerplaatsen dienen deze extra plaatsen aangelegd te worden en enkel voor zover dit saldo groter is dan 2,1 parkeerplaats. Bij vervangende nieuwbouw van een woning wordt een woning gesloopt en komt hiervoor een woning terug. Hierdoor zal het saldo nul blijven door deze verrekening en hoeven er geen additionele parkeerplaatsen aangelegd te worden. Voor zover een woning op grond van het geldende bestemmingsplan nog niet toegestaan is dient hiervoor eerst een planologische procedure (dan wel een bestemmingsplanprocedure of een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan (uitgebreid)) doorlopen te worden. In deze procedure dient aangetoond te worden dat voldaan wordt aan de eisen die een goede ruimtelijke ordening stelt aan deze ontwikkeling. Onder dit paraplubegrip valt tevens dat aangetoond dient te worden dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid voor deze nieuwe ontwikkeling. Om dit aan te tonen kan het parkeernormenbeleid worden toegepast. Voor de vaststelling van dit parkeernormenbeleid werden tevens de CROWkengetallen gehanteerd op grond van ons voorgaand visiedocument ‘Krachtig Verbonden 2016 – 2020’. Hierdoor wordt met de vaststelling van het parkeernormenbeleid slechts de juridische basis waarop de CROW-kengetallen toegepast worden, aangepast en wordt nader uitgewerkt hoe we deze uitleggen.

Lettende op het bovenstaande kunnen wij ons niet vinden in de stelling dat het voorliggend parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’ inbreidingsplannen ten behoeve van woningbouw onbetaalbaar zouden maken en dit onderdeel leidt zodoende niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. 5) Naar aanleiding van de ingediende zienswijze zijn een aantal overleggen gevoerd met de reclamant om te komen tot een gedragen parkeernormenbeleid voor de gemeente Sluis. Het centrale uitgangspunt hierbij is de toepassing van de CROW-kengetallen uit publicatie 381, toekomstbestendig parkeren voor ‘rest bebouwde kom’ nu dit het beste aansluit bij de gemeente Sluis. Zodoende blijft het uitgangspunt van het parkeernormenbeleid de CROWkengetallen. In voorgaande trajecten om te komen tot parkeernormenbeleid voor de gemeente Sluis was het, het uitgangspunt dat een vrijstelling opgenomen zou worden voor de aangewezen centrumgebieden van de grotere kernen (zijnde Oostburg, Sluis, IJzendijke, Breskens en Aardenburg). In de vigerende bestemmingsplannen voor deze kernen is een centrumgebied aangewezen. In het ontwerp-parkeernormenbeleid is deze vrijstelling niet opgenomen voor de centrumgebieden. Het doel van het parkeernormenbeleid is het voorkomen van parkeeroverlast door de toevoeging van een nieuwe functie of een uitbreiding van een bestaande functie.

Hierbij dient rekening gehouden te worden met het belang van ondernemers van kleinschalige bedrijven om niet onevenredig belemmerd te worden bij hun bedrijfsvoering in de centrumgebieden. Daarnaast is het beleidsmatig het doel om kleinschalige bedrijvigheid (zijnde detailhandel en horeca) te centreren in deze centrumgebieden. Hierop lettende achten wij het wenselijk om voor deze centrumgebieden alsnog een vrijstelling op te nemen voor de aangewezen centrumgebieden van de genoemde kernen. De aangeduide centrumgebieden zijn als bijlage 1 opgenomen bij deze notitie. Deze vrijstelling is bedoeld voor kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in de centrumgebieden. Ter voorkoming dat deze vrijstelling tot onevenredige parkeerdruk leidt door grootschalige ontwikkelingen in de centrumgebieden worden de volgende beperkingen opgenomen ten aanzien van deze vrijstelling: 1. Deze vrijstelling geldt niet voor de realisatie van appartementencomplexen binnen het centrumgebied.

Pagina 11 van 19

2. Deze vrijstelling geldt niet voor detailhandels- of horeca-activiteiten met een bedrijfsvloeroppervlakte van 500m² of meer. 3. Deze vrijstelling geldt niet voor volumineuze detailhandelsactiviteiten als een supermarkt of bouwmarkt. Hierdoor wordt het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’ op de volgende onderdelen gewijzigd: 1. In het parkeernormenbeleid wordt een vrijstelling opgenomen voor de aangewezen centrumgebieden zoals opgenomen in bijlage 1 van deze notitie ten aanzien van de parkeernormen zoals opgenomen in het parkeernormenbeleid, tenzij dit valt onder een van de aangewezen categorieën van grootschalige ontwikkelingen. 6) Zoals onder de beantwoording van grond 5 is opgenomen is gekozen om de CROWkengetallen uit publicatie 381, toekomstbestendig parkeren als uitgangspunt te hanteren, met dien verstande dat bestaand parkeernormenbeleid voor specifieke deelgebieden gehandhaafd wordt. Door een uniforme norm te hanteren wordt duidelijkheid geboden welke normen gelden voor nieuwe ontwikkelingen. Dit onderdeel leidt zodoende niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. 7) Het doel van het parkeernormenbeleid is het juridisch vastleggen van de parkeernormen bij nieuwe ontwikkelingen.

Voor zover de inspraakreactie ingaat op bredere beleidsdoelen wordt hier niet nader op ingegaan Dit onderdeel leidt zodoende niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. 8) Door de reclamant wordt gewezen op parkeernormen die opgenomen waren in een ontwerp-parkeernormenbeleid die in 2013 zijn voorgelegd aan de gemeenteraad ter vaststelling. Dit parkeernormenbeleid is nooit vastgesteld door de raad, waardoor dit niet als referentiekader gebruikt kan worden. Daarnaast kan door gewijzigde inzichten dan wel door gewijzigd beleid gekomen worden tot andere parkeernormen dan hetgeen een aantal jaar terug voorgelegd is aan de raad. Dit onderdeel leidt zodoende niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. 9) In de inspraakreactie wordt een beeld geschetst van hoe het oude situatie voor de vaststelling van het parkeernormenbeleid zou werken en hoe dit onder het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’ zou werken. Door de reclamant wordt gewezen op de oude situatie waarbij de ondernemer €2.500,-betaald die de gemeente dan zou investeren in parkeergelegenheden. Dit betreft een regeling die in een aantal concrete gevallen is toegepast, maar dit betreft geen regeling die opgenomen is in vastgesteld gemeentelijk beleid.

Ter borging van een uniforme toepassing en het creëren van een juridische basis voor de toepassing van deze regeling is de regeling voor de financiële bijdrage opgenomen in het parkeernormenbeleid. In artikel 3 lid c van zowel het bestemmingsplan ‘parapluherziening parkeren’ en de beheersverordening ‘parapluherziening parkeren’ is de hoofdregel opgenomen dat de benodigde omgevingsvergunning voor de nieuwe ontwikkeling slechts wordt verleend indien op eigen terrein wordt voorzien in de benodigde parkeergelegenheid.

Pagina 12 van 19

In artikel 4 van zowel het bestemmingsplan ‘parapluherziening parkeren’ en de beheersverordening ‘parapluherziening parkeren’ zijn de afwijkingsbevoegdheden voor het college van B&W opgenomen indien het niet mogelijk is om voldoende parkeergelegenheden aan te leggen op eigen terrein. In artikel 4 lid e van deze afwijkingsbevoegdheden is de regeling opgenomen dat bij een nieuwe ontwikkeling afgeweken kan worden van het aantal aan te leggen parkeerplaatsen middels een financiële bijdrage voor de aanleg en verbetering van parkeervoorzieningen elders. Het wordt opgemerkt dat op grond van artikel 4 van zowel het bestemmingsplan als de beheersverordening eerst beoordeeld wordt of de andere mogelijkheden tot afwijken van de parkeerbehoefte benut kunnen worden zoals opgenomen in artikel 4 lid 1 tot en met lid d van beide stukken. Pas als de parkeerplaatsen niet op eigen terrein aangelegd kunnen worden en dat de mogelijkheden in artikel 4 lid a tot en met lid d geen oplossing bieden komt de mogelijkheid tot het afkopen van de parkeerplaatsen in aanmerking op grond van artikel 4 lid e van het bestemmingsplan en beheersverordening.

Ten aanzien van het verschil van toepassing van de regeling waarbij de initiatiefnemer de aanleg van de parkeerplaatsen afkoopt bij de gemeente wordt niet inzichtelijk gemaakt hoe dit een nadelig effect heeft ten aanzien van het te dienen beleidsdoel dat voldoende parkeergelegenheden worden geboden bij een nieuwe ontwikkeling. In het parkeernormenbeleid is het volgende opgenomen: “Dergelijke bijdrage kan de gemeente dan investeren in (grootschalige) parkeergelegenheid, bereikbaarheid en overige modaliteiten om de gegenereerde parkeerdruk te compenseren. De bijdragen worden door het college zo snel mogelijk (uiterlijk binnen 5 jaar) aantoonbaar geïnvesteerd in bereikbaarheids – en mobiliteitsverbeteringen.” Door deze regeling wordt de mogelijkheid geboden om de aanleg van de benodigde parkeerplaatsen af te kopen bij de gemeente. Binnen de gestelde doelen dient de gemeente binnen 5 jaar te investeren in bereikbaarheids- en mobiliteitsverbeteringen om de gegenereerde parkeerdruk te compenseren. Dit kan dus onder meer door de aanleg van extra parkeerplaatsen, maar ook met andere oplossingen die de gegenereerde parkeerdruk compenseert.

Hierop lettende zijn wij van mening dat de regeling omtrent het afkopen van de parkeerplaatsen voldoende waarborgen bestaan dat de ontvangen financiële bijdragen geïnvesteerd worden in maatregelen om de gegenereerde parkeerdruk door een nieuwe ontwikkeling te compenseren. Binnen het wettelijk kader volgend uit de Algemene wet bestuursrecht kan het college van B&W beleidsregels opstellen ten aanzien van de uitvoering van deze bevoegdheid. Dit onderdeel leidt zodoende niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. 10) Voor de beantwoording van dit onderdeel wordt verwezen naar de beantwoording van onderdeel 3 en 4 van deze reactie. Dit onderdeel leidt zodoende niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. 11) Dit beleidskader is conform de geldende Inspraakverordening gemeente Sluis ter inzage gelegd voor inspraak van bewoners en andere betrokkenen. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze is er een aantal maal constructief overleg gevoerd en dit heeft geleid tot aanpassingen van het voorliggend beleidskader. Hierbij zijn de inzichten vanuit het maatschappelijk speelveld meegenomen. Hierop lettende achten wij het niet noodzakelijk om het ontwerpkader terug te nemen en kan deze vastgesteld worden.

Pagina 13 van 19

Dit onderdeel leidt zodoende niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. Reclamant 3 1) Door de reclamant is een pro forma zienswijze ingediend die niet binnen de gestelde termijn is hersteld en zodoende buiten behandeling is gesteld. Reclamant 4 1) In beginsel geldt de toetsing aan de parkeernormen voor alle bouwplannen. Ook voor vervangende nieuwbouw. Indien er sprake is van een 1 op 1 vervangende nieuwbouw waarbij er geen vergroting of functieverandering plaatsvindt dan is er geen wijziging in de parkeerbehoefte. Indien er ook geen wijziging in de parkeersituatie optreedt (bestaande parkeerplaatsen blijven in hetzelfde aantal beschikbaar) dan is er geen aanleiding om extra parkeerplaatsen te eisen. Het is inderdaad niet de bedoeling om een parkeerprobleem op te lossen bij 1 op 1 vervangende nieuwbouw, hoewel dat vanuit ruimtelijk oogpunt wel wenselijk kan zijn. Daarvoor is dan niet primair de aanvrager verantwoordelijk. Anders ligt het als er sprake is van functieverandering, vergroting of bijvoorbeeld het wijzigen van woningtypologieën. Van belang daarbij is dat de wijziging niet mag leiden tot een onevenredige parkeerdruk in de omgeving wat leidt tot overlast. In alle gevallen is sprake van maatwerk. Dit onderdeel van de reactie leidt niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’.

2) Met de indeling in goedkoop, midden en duur worden voor koop- en huurwoningen andere prijscategorieën bedoeld. Goedkoop, midden en duur verwijzen naar de prijs van de woning in verhouding tot de als gemiddelde of normaal beschouwde prijs van koop- of huurwoningen en dus niet de prijs van alle woningen tezamen. Omdat er regionaal, maar ook lokaal grote verschillen zijn, is er in het beleid geen prijssegment of gebruiksoppervlak gekoppeld aan de normen. Hiermee ontstaat ook flexibiliteit en kan maximaal ingespeeld worden op de doelgroep die wordt beoogd voor nieuwbouw. Dit onderdeel van de reactie leidt niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. 3) Het ontwikkelingsplan voor Cadzand-Bad is vastgesteld in 2010. De norm die daarin is vastgesteld is het minimum aantal parkeerplaatsen dat nodig is voor een ontwikkeling. Daarbij is er geen ruimte om gemotiveerd af te wijken daarvan en er is ook als uitgangspunt gehanteerd (veel strikter dan in dit nieuwe beleid) dat parkeren op eigen terrein moet plaatsvinden. Op dit moment wordt er juist voor gekozen om een norm op te nemen waarbij er een bandbreedte is. De normen zijn dus niet strikt vastgelegd, maar op basis van een motivatie van de specifieke situatie wordt er invulling aan gegeven.

Op die manier worden er parkeerplaatsen naar behoefte gerealiseerd, hetgeen de kwaliteit van de ontwikkeling en ook de kwaliteit van de leefomgeving ten goede komt. Omdat het ontwikkelingsplan voor Cadzand-Bad destijds met veel partijen zorgvuldig tot stand is gekomen is ervoor gekozen om aan die regels voor parkeren nu niet te tornen. Dit onderdeel van de reactie leidt niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. 4) Verwezen is naar de situatie in de gemeente Terneuzen. De gemeente Terneuzen heeft ook parkeernormenbeleid vastgesteld. Daar is uitsluitend voor de stad Terneuzen een differentiatie naar gebiedstype gemaakt. Dat heeft met name te maken met de omvang van de stad. De parkeersituatie in de stad is echt anders dan in overige kernen. Zo zijn er Pagina 14 van 19

bijvoorbeeld ook grote openbare parkeergarages die winkelend publiek en bezoekers van binnenstadbewoners en kantoren faciliteren. Het parkeergedrag in de binnenstad is anders dan in andere kernen. Ook voor alle overige kernen van Terneuzen is er geen differentiatie naar gebiedstype toegepast. Voor alle kernen geldt ‘rest bebouwde kom’ en voor het buitengebied geldt ‘buitengebied’. 5) De parkeernormen zijn gebaseerd op de CROW-publicatie 381, toekomstbestendig parkeren, welke in 2018 is herzien. De kengetallen die in de CROW-publicatie zijn opgenomen zijn gedifferentieerd naar stedelijkheidsgraad en per gebiedstype en gebaseerd op praktijk- of literatuurgegevens. In het Beleid parkeernormen is het gemiddelde van de bandbreedte van de kengetallen opgenomen als ‘norm’ waarbij er de mogelijkheid is om naar boven of naar beneden af te wijken indien daartoe aanleiding is. Er is geen sprake van toepassing van ‘zware’ parkeernormen, immers de getallen die zijn gebruikt zijn gebaseerd op het gebiedstype dat van toepassing is. Overigens maakt de gemeente Sluis nu ook al gebruik van de CROW-kengetallen en kan op dit moment ook reeds maatwerk worden geleverd. Met een goede motivatie kan op dit moment ook worden afgeweken van het kengetallen (behalve in Cadzand-Bad).

Het doel van het beleid is te voorkomen dat er ongewenste situaties ontstaan waarbij de omgeving overlast ervaart door een hoge parkeerdruk, of waardoor – in het geval van woningen – een bewoner geen parkeerplekje kan vinden bij thuiskomst. Een goede parkeerbalans draagt bij aan een goed woon- en leefklimaat hetgeen de verkoopbaarheid van woningen verhoogd of waardoor er bijvoorbeeld sprake is van een aangenaam bezoek aan een winkel, horecagelegenheid of ander bedrijf. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning zal telkens kritisch gekeken moeten worden naar de specifieke situatie. Het is ook niet de bedoeling dat parkeerplaatsen voor leegstand worden gerealiseerd. Indien in een omgeving veel parkeerplaatsen in de openbare ruimte beschikbaar zijn en de parkeerdruk daarvan het toelaat is het in sommige gevallen niet doelmatig om dan parkeerplaatsen op eigen terrein te eisen. In het kader van zorgvuldig ruimtegebruik kan het dan beter zijn om af te wijken van de basisregel dat parkeren in beginsel op eigen terrein moet worden opgelost. Het beleid en het bestemmingsplan bieden daartoe de mogelijkheid. Op die manier kan er een goede balans worden gevonden in het gebied waarbij sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit onderdeel van de reactie leidt niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’.

Reclamant 5 1) De zienswijze van reclamant 5 is identiek aan de zienswijze van reclamant 4. Voor de beantwoording van de zienswijze van reclamant 5 wordt integraal verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van reclamant 4. Reclamant 6 1) Door de reclamant is een pro forma zienswijze ingediend die niet binnen de gestelde termijn is hersteld en zodoende buiten behandeling is gesteld. Reclamant 7 1) Hiervan wordt kennisgenomen nu de aanvraag voor de benodigde omgevingsvergunning momenteel (moment van vaststelling van het parapluplan parkeren) ingediend is en beoordeeld wordt door het college van B&W. Dit onderdeel van de reactie leidt niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. 2) De veronderstelling van de reclamant is onjuist. Op grond van het voorgaande visiedocument ‘Krachtig Verbonden Sluis’ werden de CROW-kengetallen al gebruikt als toetsingsgrond ten aanzien van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen. Het college Pagina 15 van 19

van B&W hanteerde deze dan ook op basis van hun vaste gebruik. Hierdoor zijn bij alle ontwikkelingen getoetst aan de CROW-kengetallen. Het doel van het parapluplan ‘parkeernormen Sluis’ is dan ook het vastleggen van deze parkeernormen zodat deze beter raadpleegbaar zijn. Dit onderdeel van de reactie leidt niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. 3) Deze veronderstelling is onjuist. Zoals opgenomen in het parkeernormenbeleid geldt de parkeernormen voor nieuwbouw of vergroting, uitbreiding, splitsing of vervangende nieuwbouw van een bestaand object. Hierbij is het niet van belang of de functie rechtstreeks is toegestaan op grond van het geldende planologische regime. Dit onderdeel van de reactie leidt niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. 4) In het parkeernormenbeleid wordt in paragraaf 2.1 Gebiedsafbakening gemotiveerd hoe gekomen is tot de kwalificatie van de kernen tot ‘rest bebouwde kom’. Hierbij spelen verschillende factoren een rol. Hierbij is gekeken naar de stedelijkheidsgraad, de adressendichtheid en mobiliteitsalternatieven. Hiernaast is door de omvang van de woongebieden geen sprake van verschil in het bereikbaarheidprofiel tussen de centrumgebieden en de randen van de kernen.

In de zienswijze worden geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit blijkt dat we niet op basis van deze factoren konden komen tot de gebiedskwalificatie van ‘rest bebouwde kom’ voor de kernen binnen de gemeente Sluis. Volledigheidshalve wordt hierbij nog wel gewezen op de beantwoording van grond 5 van reclamant 2 ten aanzien van de centrumgebieden. Dit onderdeel van de reactie leidt niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. 5) Voor de beantwoording van deze grond wordt verwezen naar de beantwoording van grond 5 van reclamant 4. 6) De mogelijkheid om op eigen terrein te parkeren wordt in woongebieden niet altijd benut. Vaak worden garageboxen gebruikt voor andere doeleinden dan parkeren. Hierbij kan worden gedacht aan het gebruik voor opslag. Hierdoor kan, ondanks de aanleg van voldoende garageboxen, alsnog een parkeerprobleem optreden. Om die reden gebruiken we een berekeningsgetal die gehanteerd wordt in de CROW-kengetallen voor garageboxen. Hierbij worden geen redenen gezien om verschillende normen te gaan hanteren voor de locatie van een appartementencomplex.

Hierbij nemen we in ogenschouw dat de realisatie van een appartementencomplex kan leiden tot een grotere parkeerdruk in de bestaande situatie en dat het parkeren zodoende goed geregeld dient te worden ter voorkoming dat de realisatie van een appartementencomplex zal leiden tot parkeeroverlast in de buurt. Dit onderdeel van de reactie leidt niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. 7) In het parkeernormenbeleid wordt uitgewerkt welke alternatieven er zijn voor de aanleg van parkeerplaatsen op eigen terrein (zijnde de hoofdregel) en wat onder deze alternatieven verstaan wordt. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 2.3 Alternatieven van het parkeernormenbeleid. Deze alternatieven zijn opgenomen in het paraplubestemmingsplan en beheersverordening als afwijkbevoegdheid. Hierbij wordt per alternatief de voorwaarden opgenomen waaraan voldaan dient te worden. Hierop lettende kunnen wij ons niet vinden dat dit onduidelijk is. Op grond van de hoofdregel dient het parkeren op eigen terrein geregeld te worden en in de gevallen dat dit niet mogelijk is kan aan de hand van de Pagina 16 van 19

alternatieven worden gekeken of dit op een andere wijze geregeld kan worden (mits voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden). Nu in de zienswijze ook niet nader aangegeven wordt wat precies onduidelijk is wordt geen aanleiding gezien om de afwijkbevoegdheid in het paraplubestemmingsplan of beheersverordening aan te passen. Dit onderdeel van de reactie leidt niet tot aanpassing van het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’.

Pagina 17 van 19

5. Ambtshalve aanpassingen Het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’ wordt op de volgende onderdelen ambtshalve aangepast: Van toepassing verklaren beleidsregels ‘parkeren kern Oostburg’ Een van de uitgangspunten van het parkeernormenbeleid van de gemeente Sluis is dat bestaand parkeernormenbeleid zoveel mogelijk wordt gehandhaafd en slechts voor de gebieden waar nog geen parkeernormenbeleid geldt het nieuwe parkeernormenbeleid van toepassing te verklaren. In het ontwerp-parapluplan ‘parkeernormen Sluis’ is opgenomen dat de volgende gebieden niet onder het nieuwe parkeernormenbeleid gemeente Sluis vallen: 1. Plangebied ‘bestemmingsplan Havengebied Breskens’ 2. Plangebied ‘Beheersverordening Cadzand-Bad’ Daarnaast maakt het plangebied van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Sluis’ geen onderdeel uit van noch het bestemmingsplan ‘parapluherziening parkeren’ of de beheersverordening ‘parapluherziening parkeren’ nu in het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Sluis’ het gemeentelijke parkeernormenbeleid al van toepassing wordt verklaard wanneer dit vastgesteld zou worden. Op 12 september 2017 heeft het college van B&W van de gemeente Sluis de beleidsregels ‘parkeren kern Oostburg’ vastgesteld.

Dit betreft een uitwerking van het visiedocument ‘Krachtig Verbonden 2016 – 2020’ en is vastgesteld in het kader van het planologische traject om te komen tot een vierde supermarkt in de kern Oostburg. Lettende op het uitgangspunt dat bestaand parkeernormenbeleid zoveel mogelijk het bestaande parkeernormenbeleid gerespecteerd wordt, wordt de beleidsregels ‘parkeren kern Oostburg’ opgenomen in het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’. Hierdoor wordt het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’ op de volgende onderdelen gewijzigd: 1) De verbeelding van de beheersverordening ‘parapluherziening parkeren’ wordt voor het plangebied van de beheersverordening ‘Kern Oostburg’ een nieuw bestemmingsvlak ‘parkeren Oostburg’ opgenomen. 2) In de regels van de beheersverordening ‘parapluherziening parkeren’ wordt opgenomen dat ter plaatse van het bestemmingsvlak ‘parkeren Oostburg’ de parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de beleidsregels ‘parkeren kern Oostburg’. 3) De beleidsregels ‘parkeren kern Sluis’ wordt als bijlage bijgevoegd bij de beheersverordening ‘parapluherziening parkeren’. Update paragraaf 4.2 maatschappelijke uitvoerbaarheid Tijdens het wettelijke vooroverleg is het plan zowel voorgelegd aan de Provincie Zeeland en het Waterschap Scheldestromen.

Van beide hebben wij een vooroverlegreactie ontvangen dat het voorgelegde voorontwerpbestemmingsplan de aan hun toegekende belangen niet trof en dat zodoende geen vooroverlegreactie wordt ingediend op het voorontwerp. De omschrijving van het verloop van het wettelijk vooroverleg is abusievelijk niet opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Ter bevordering van de transparantie nemen wij dit alsnog op in het vastgestelde bestemmingsplan ‘parapluherziening parkeren’ en beheersverordening ‘parapluherziening parkeren’.

Pagina 18 van 19

Hierdoor wordt het parapluplan ‘parkeernormen gemeente Sluis’ op de volgende onderdelen gewijzigd: 1) Paragraaf 4.2 van het bestemmingsplan ‘parapluherziening parkeren’ wordt overeenkomstig het bovenstaande gewijzigd. 2) Paragraaf 4.2 van het bestemmingsplan ‘parapluherziening parkeren’ wordt overeenkomstig het bovenstaande gewijzigd.

Pagina 19 van 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=75cdf87c-5fff-4be0-ac35-d3cc01c4054f