CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

c(Brugsevaart 12 vaststellen bp) - Stikstofdepositie Aerieus-berekening.pdf

Commissie Ruimte/AB 25 april 2023, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van bestemmingsplan Brugsevaart 12 Oostburg.3.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE AERIUS Nota van uitgangspunten

Postadres: Boxmeerseweg 9 5835 AB Beugen

+316 14 85 24 54 info@derks-advies.nl www.derks-advies.nl

kvk 74263552 NL16RABO0322772796 btw NL859829893B01

Camping ‘De Paardenwei’ Brugsevaart 12 4501 NE Oostburg

Titel : Bijlage Nota van uitgangspunten AERIUS calculator Versie : 1.4 Datum : 24 februari 2023

Pagina 2 van 35

Inhoud 1.

Gegevens inrichting ..................................................................................................................... 4 1.1

Inrichtinghouder en correspondentieadres ........................................................................ 4

1.2

Vestigingsadres bedrijf ......................................................................................................... 4

2.

Gegevens locatie .......................................................................................................................... 4

3.

Gegevens verandering ................................................................................................................. 5

4.

Emissies tijdens de bouw ............................................................................................................ 5

5.

6.

4.1

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer) ...................................................... 6

4.2

Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen).................................... 6

Emissies na ingebruikname ......................................................................................................... 7 5.1

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer) ...................................................... 7

5.2

Transport naar de projectlocatie (na wijziging) ................................................................ 7

5.3

Activiteiten op de projectlocatie (mobiele en stationaire bronnen) ................................ 8

5.4

Emissiepunten vast opgestelde verbrandingsmotoren (stookinstallaties) ...................... 9

5.5

Emissies van de dieren (ammoniakemissie) ...................................................................... 9

5.6

Emissies van mest (ammoniakemissie) .............................................................................. 9

Conclusie en afweging............................................................................................................... 10

BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase ................................................................................................ 11 BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase ........................................................................................... 17 BIJLAGE: AERIUS-bestand verschilberekening ................................................................................ 23

Pagina 3 van 35

1. Gegevens inrichting 1.1

Inrichtinghouder en correspondentieadres

Statutaire naam

: Maatschap P. Nortier-Buijze

Adres

: Brugsevaart 12

Postcode

: 4501 NE

Contactpersoon

: De heer P. (Pieter) Nortier

Telefoon

: 0117 – 455 497

1.2

Plaats:

Oostburg Mail:

info@trekpaardenwereld.nl

Vestigingsadres bedrijf

Handelsnaam

: De Paardenwei

Adres

: Brugsevaart 12

Postcode

: 4501 NE

Telefoon

: 0117 – 455 497

Website:

www.trekpaardenwereld.nl

Vestigingsnr.

: 000014867605

KVK nr.:

21014996

Sectie:

T

Kadastrale ligging : Oostburg

Plaats:

Oostburg

Nr(s):

1726

2. Gegevens locatie Voor een bestemmingsplan en de omzetting van een landschapscamping/minicamping naar reguliere camping met extra plaatsen binnen de gemeente Sluis dienen de effecten van de bouw en het gebruik van een terrein voor een camping op de locatie in relatie tot het plan/project te worden onderzocht. Hiervoor is onder andere een onderzoek naar de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden nodig. In deze nota zijn de uitgangspunten en resultaten van de berekeningen van de stikstofdepositie met AERIUS Calculator vastgelegd. Het oorspronkelijke bedrijf is hier opgericht in 1974 met een bouwvergunning van de eerste paardenstal van 2 oktober 1973. Het bedrijf heeft voor de paardenmelkerij op 23 januari 2001 een oprichtingsvergunning verkregen voor “het fokken, houden, melken van paarden. Het markt klaar maken van knoflook. Telen landbouwproducten en opslaan en rondleidingen van toeristen op het bedrijf”. De vergunning was voor 80 volwassen paarden en 20 paarden in opfok. Dagelijks waren er 2 vrachtwagenbewegingen en 12 tractorbewegingen. De aanvraag zag op de uitbreiding van een nieuwe damwandloods voor de knoflookverwerking met een tweede en grotere koelcel voor bewaring van landbouwproducten.

Op 25 februari 2004 is een revisievergunning verleend om het bedrijf uit te breiden met een tentoonstelling van oude werktuigen en het optimaliseren van de ontvangst van toeristen. Het aantal tractorbewegingen is hierbij omlaag bijgesteld naar 8 tractorbewegingen. Op 26 februari 2004 is vervolgens een melding in het kader van het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer voor het plaatsen van een propaantank van 2,5 m3. Het betreft een locatie met een camping en chalets waarbij de camping wordt uitgebreid met 13 extra chalets, maar in totaal 17 chalets krijgt. Dit betekent dat de locatie zowel tijdens de Pagina 4 van 35

bouwfase als na ingebruikname in potentie emissies van NOx kan veroorzaken op omliggende beschermde Natura2000 gebieden.

3. Gegevens verandering Het betreft hier een gemengd bedrijf met een camping, akkerbouwbedrijf, een paardenmelkerij en een detailhandelneventak met 78 plaatsen voor kamperen en chalets aan de Brugsevaart 12 te Oostburg, waar een deel van de paardenweides wordt omgezet voor de camping met 13 extra plaatsen voor chalets. Daarnaast worden 4 chalets op bestaande plaatsen gerealiseerd.

4. Emissies tijdens de bouw Sinds 1 juli 2021 is de Wet natuurbescherming gewijzigd. Hierin is in artikel 2.9a een partiële vrijstelling opgenomen voor bouwen en slopen van een bouwwerk en voor het aanleggen, veranderen en verwijderen van een werk. Hiermee wordt voor deze activiteit de vergunningplicht uit artikel 2.7, tweede lid uitgezonderd voor de gevolgen van stikstofdepositie door in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering activiteiten in de bouwsector aan te wijzen. Dit besluit wijzigt het Besluit natuurbescherming door daarin een nieuw artikel 2.5 op te nemen: "Als activiteiten van de bouwsector als bedoeld in artikel 2.9a van de wet worden aangewezen: 1. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen; 2. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen." De partiële bouwvrijstelling is met de Porthos-uitspraak (ECLI:NLRVS:2022:3159) wegens strijd met artikel 6 Habitatrichtlijn 1 op 2 november 2022 vernietigd. Nu aanleg en bouwen onlosmakelijk onderdeel uitmaken van het project, dient onderbouwd te worden wat de effecten zijn op omliggende Natura2000 gebieden tijdens de bouw.

Voor het bepalen van de depositieberekening in AERIUS is voor de emissies ingevolge de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator bij de bouw twee bronnen te onderscheiden. Een lijnbron van transport gelieerd aan de locatie en een vlak op de bouwplaats voor de activiteiten van het laden en lossen van producten en de aanwezige kraan of loader. Het betreft een locatie met een camping en chalets waarbij de camping wordt uitgebreid met 13 extra chalets. De verwachte bouwtijd en aanleg bedraagt 1 maand. Eerst zal een kraan in de weide de infravoorzieningen aanleggen en daarna het grondwerk (zandbed) maken voor de bestrating en het fundament van de chalets, waarbij in totaal 40 werkuur voor de kraan gemoeid is en een twintigtal vrachtwagens het terrein zullen aandoen. De chalets worden met een dieplader

r.o. 49. Op grond van het voorgaande kan de Afdeling niet anders dan tot de volgende conclusie komen: de bouwvrijstelling is gebaseerd op een niet toereikende generieke voortoets. Daarom moeten artikel 2.9a van de Wnb en artikel 2.5 van het Bnb, in onderling verband gelezen, wegens strijd met artikel 6 van de Habitatrichtlijn buiten toepassing worden gelaten.” 1

Pagina 5 van 35

gebracht en ter plaatse op de juiste positie geplaatst. Verder komen dagelijks maximaal 2 auto’s en 1 busje met personeel die werkzaamheden verrichten. Uitgaande van een gemiddelde laad- en lostijd van ongeveer driekwart uur zal gedurende de 5 weken 25 uur overig een vrachtwagen op terrein stationair of met een lage snelheid mobiel over het terrein rijden. Op de locatie zelf zijn verder behalve de kraan en vrachtwagens geen stikstof veroorzakende activiteiten.

4.1

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer)

In de AERIUS-berekeningen zijn de rijdende voertuigen als volgt opgenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de bouwplaats komen in de aan te vragen situatie. Hierin zijn alle transportbewegingen van het gehele project van 5 weken meegenomen. Transportbewegingen ten behoeve van bouwmaterialen, afvalstromen en bouwvakkers. Tabel 1: aantal transportmiddelen (worst-case) van en naar de bouwplaats

Licht verkeer (personenauto’s) Middel zwaar (bestelbus) Zwaar verkeer grondwerk Zwaar verkeer dieplader

Bewegingen 4/werkdag 2/werkdag 20 vrachten 13 vrachten

Bewegingen bouwproject (5 weken) 100 50 40 26

De bewegingen zijn gemodelleerd van de Commerswerveweg via de Veerhoekpolderweg en Veerhoekdijk tot aan de bouwplaats. Op de Commerswerveweg gaat het verkeer over in het overige heersende verkeer. Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht, middelzwaar en zwaar verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt. Door hierbij uit te gaan van 10% stagnerend verkeer is niet uitgegaan van een worst-case scenario, omdat deze weg vanuit deze weg geen filevorming kent. Voor het wegverkeer is “buitenweg” aangehouden, omdat het hier een goed begaanbare en overzichtelijke weg in het buitengebied betreft. De emissiefactoren voor zwaar verkeer die zijn opgenomen in AERIUS Calculator zijn gebaseerd op het gemiddelde Nederlandse vrachtwagenpark en daarmee representatief.

4.2

Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen)

De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Uitgangspunt voor de berekeningen van de stationaire bronnen binnen het bouwproject zijn gebaseerd op de invoergegevens van AERIUS calculator. In tabel 2 hieronder is de emissies (in kg/jaar) weergegeven tijdens het totale bouwproject van 5 weken die zijn gebruikt in de berekeningen in AERIUS gebaseerd op machines die voldoen aan de emissienorm voor Stage Ill, die afhankelijk van het type en vermogen van de voertuigen geldt sinds ongeveer 2006. Door de aannemer is mondeling aangegeven dat gelet op het feit dat niet alle onderaannemers en daarmee de machines die het terrein opkomen al bekend zijn, maar de ervaring leert dat ongeveer een kwart van het machinepark van voor 2006 is en dat de rest nieuwer is. De emissies van nieuwere voertuigen zijn aanzienlijk lager dan die van Stage Ill, zodat onderstaande geen onderschatting zal zijn van de feitelijke emissies.

Pagina 6 van 35

Tabel 2: mobiele en stationaire bronnen op de projectlocatie Vermogen Brandstof Machine kW (ltr/jaar)

Bedrijfstijd (uur/jaar) *

Cilinderinhoud (liter) **

Vrachtwagen bouw

380

821

25

19,0

Kraan grondwerk

125

446

40

6,3

* Volgens de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator draaien motoren ongeveer 30% van de volledige bedrijfsduur stationair gemiddeld genomen. De bedrijfstijd is de totale tijd van gebruik inclusief deze circa 30% stationair gebruik. ** De cilinderinhoud van de motor wordt in de regel uitgedrukt in liters of in cc (cubic centimer, 1.000 cc = 1 liter). Het gaat daarbij om totale motorinhoud waarbij alle cilinders worden opgeteld. Als de cilinderinhoud van het werktuig niet bekend is, dan kan deze voor werktuigen op diesel berekend worden met de volgende formule: CI (cilinderinhoud [ltr]) = V (totale motorvermogen [kW]) / 20 *** hierbij wordt uitgegaan van 5,36 liter gas of 3,48 liter diesel per uur, bron: https://edepot.wur.nl/302880

5. Emissies na ingebruikname Voor het bepalen van de depositieberekening in AERIUS zijn voor de emissies ingevolge de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator drie bronnen te onderscheiden. Een puntbron voor directe emissies van vast opgestelde installaties of gebouwemissie, lijnbron van transport gelieerd aan de locatie en een vlak op de mobiele installaties binnen de inrichting voor de activiteiten van het laden en lossen van producten en overige mobiele activiteiten met machines.

5.1

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer)

In de AERIUS-berekeningen zijn de rijdende voertuigen als volgt opgenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de projectlocatie komen in de vergunde situatie. Hierin zijn de totale bewegingen van het gehele project jaarrond meegenomen in de berekeningen. Transportbewegingen ten behoeve van grondstoffen, materialen, eindproduct, afvalstromen en personeel zijn dubbel geteld omdat het een heen en retour betreft. Tabel 3: aantal transportmiddelen (worst-case) van en naar de projectlocatie

Licht verkeer (auto’s) Middel zwaar (bestelbus) Zwaar verkeer

Voertuigen 10/dag 2/werkdag 1/dag 4/dag

Voertuigenbewegingen project (etmaal) 20 bezoekers (bestel)auto’s 4 bestelbusbewegingen 2 vrachtwagens 8 tractoren

De bewegingen zijn net als bij het bouwproject gemodelleerd van de Commerswerveweg via de Veerhoekpolderweg en Veerhoekdijk tot aan de projectlocatie. Op de Commerswerveweg gaat het verkeer over in het overige heersende verkeer.

5.2

Transport naar de projectlocatie (na wijziging)

In het onderzoek zijn de emissies ten gevolge van het wegverkeer van en naar de planlocatie beschouwd. In de nieuwe situatie is namelijk enkel het verkeer van de recreanten nog relevant. Daar staat tegenover dat er weide verloren gaat waar natuur voor terug komt. Dit is echter verder buiten beschouwing gelaten.

Pagina 7 van 35

Voor het bepalen van de depositie in de nieuwe gebruiksfase is echter nog geen Wet natuurbeschermingsvergunning verleend, daarom worden de activiteiten bij de camping en chaletverhuur in deze beoogde gebruiksfase beschouwd. Voor wat betreft stikstof moet worden gekeken naar het effect van dit gehele bedrijf inclusief de voorgenomen uitbreiding van de camping. Dit kan in een Aerius-verschilberekening worden afgezet tegen de referentiesituatie (de vergunde situatie). Voor wat betreft het extra aantal verkeersbewegingen wordt er voor de camping aangehouden dat de 78 plaatsen straks per kampeerplaats dagelijks gemiddeld twee bewegingen plaatsvinden en daarmee over het jaar 56.940 bewegingen. Daarnaast komt er maandelijks een vrachtwagen de afvalcontainer legen en de recreatievoorziening bevoorraden. Deze 48 bewegingen per jaar zijn gemodelleerd in de vergunde dagelijkse twee bewegingen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de projectlocatie komen in de aan te vragen situatie. Hierin zijn de totale transportbewegingen van het gehele project jaarrond meegenomen in de berekeningen. Tabel 4: extra aantal transportmiddelen (worst-case) van en naar de projectlocatie

Licht verkeer (auto’s) Zwaar verkeer

Voertuigen 78/dag 2/maand

Voertuigenbewegingen project (etmaal) 156 bezoekers (bestel)auto’s 0 vrachtwagens

De bewegingen zijn net als de vergunde situatie gemodelleerd van de Commerswerveweg via de Veerhoekpolderweg en Veerhoekdijk tot aan de projectlocatie. Als rekenjaren is het jaar 2023 gehanteerd. Het geplande jaar van ingebruikname.

5.3

Activiteiten op de projectlocatie (mobiele en stationaire bronnen)

De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Uitgangspunt voor de berekeningen van de stationaire bronnen binnen de inrichting zijn gebaseerd op de invoergegevens van AERIUS calculator. Voor de tractoren in het bedrijf zijn in de vergunning aangegeven dat deze vier 630 uur in de dagperiode, 180 uur in de avondperiode en 90 uur in de nachtperiode in werking zijn. Verdeeld over de vier tractoren is dit 225 uur per tractor. Voor de vrachtwagen van derden die gemiddeld dagelijks 1 maal laad of lost is een half uur aangehouden. Tabel 5: mobiele en stationaire bronnen op de projectlocatie Vermogen Brandstof Machine kW (ltr/jaar)

Bedrijfstijd (uur/jaar) *

Cilinderinhoud (liter) **

Tractor 1998

30

691

225

1,5

Tractor 2001

60

1.265

225

3,0

Tractor 2006

100

2.031

225

5,0

Tractor 2012

120

2.414

225

6,0

Vrachtwagen lossen divers (dieren, mest, hooi, voer, e.d.)

380

5.978

182

19,0

Pagina 8 van 35

* Volgens de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator draaien motoren ongeveer 30% van de volledige bedrijfsduur stationair gemiddeld genomen. De bedrijfstijd is de totale tijd van gebruik inclusief deze circa 30% stationair gebruik. ** De cilinderinhoud van de motor wordt in de regel uitgedrukt in liters of in cc (cubic centimer, 1.000 cc = 1 liter). Het gaat daarbij om totale motorinhoud waarbij alle cilinders worden opgeteld. Als de cilinderinhoud van het werktuig niet bekend is, dan kan deze voor werktuigen op diesel berekend worden met de volgende formule: CI (cilinderinhoud [ltr]) = V (totale motorvermogen [kW]) / 20

In tabel 5 zijn de mobiele bronnen weergegeven tijdens het project die zijn gebruikt in de berekeningen in AERIUS. Voor de niet eigen bronnen zijn deze evenals de bouwfase gebaseerd op machines die voldoen aan de emissienorm voor Stage Ill.

5.4

Emissiepunten vast opgestelde verbrandingsmotoren (stookinstallaties)

CV-installatie In de instructie gegevensinvoer voor AERIUS wordt bij stookinstallaties waar de installatie niet is bemeten verwezen naar de ABees Excel-applicatie van Infomil om te bepalen wat de emissiekentallen zijn. Deze module verwijst naar de emissie-eisen op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Hierin is voor propaangas gestookte ketels een norm opgenomen van 140 mg/m3. Voor het bepalen van het rookgasdebiet kan ingevolge de Handleiding Meten van luchtemissies de volgende formule worden gehanteerd: ((P [kW] / 1.000) * 3.600) / 97,77 [MJ/m3] * 6,42 [m3 rookgas/m3 propaangas]. Waarbij P het vermogen van de ketel is. In de vergunning is aangegeven dat het propaan enkel voor het privégebruik is bij de HR-ketel in de woning. Het propaangasverbruik is circa 3.000 m3/jaar, wat gelijk staat 19.260 Nm3 rookgas en met bovenstaande flux bij een ketel van circa 25 kW uitkomt op 3.250 draaiuren met volvermogen en 2,70 kg NOx per jaar in de vergunde situatie.

5.5

Emissies van de dieren (ammoniakemissie)

Voor de ammoniakemissie van de te houden dieren is gebruik gemaakt van de emissiefactoren uit Regeling ammoniak en veehouderij. Deze blijft in de vergunde en gevraagde situatie gelijk. Tabel 6: diertabel vergunde situatie

stal diercategorie stalsysteem 1 paarden overige huisvesting 2 paarden

Rav dieren plaatsen NH3/dier kg NH3 K 1.100 50 50 5,00 250,00

overige huisvesting

K 1.100

30

30

5,00

150,00

3 opfokpaarden overige huisvesting

K 2.100

20

20

2,10

42,00

Totaal

442,00

De stallen worden natuurlijk geventileerd via de zijgevels en de emissie vindt zo diffuus plaats, dat ammoniak zich verspreidt rondom de hele stallen. Dit is het beste te modelleren als één emissiepunt (de bron) in het midden van de stal. Bij natuurlijke ventilatie wordt normaal gesproken de hoogte vanaf het maaiveld tot de ventilatieopening als emissiepunthoogte aangehouden, met een minimum van 1,5 meter. Als een natuurlijk geventileerde stal helemaal luchtdoorlatend is bij de stallen, zoals hier het geval is wordt de defaultwaarde van 1,5 meter als emissiepunthoogte aangehouden.

5.6

Emissies van mest (ammoniakemissie)

Op locatie is een mestvaalt van 150 m3 en een mestbassin van 120 m3 aanwezig. Het gaat hierbij, uitgaande van een soortelijk gewicht van 0,8 kg per liter om circa 120 ton vaste mest Pagina 9 van 35

en 96 ton drijfmest. Volgens paragraaf 6.3.2 van de instructie gegevensinvoer moet voor aanvullende opslag of opslag van bedrijven waar de dieren niet gehuisvest zijn. Uitgaande van de Forfaitaire-stikstof-en-fosfaatgehalten-in-dierlijke-mest-2018 uit het mestbeleid waar voor rundvee circa 4,8 kg stikstof per ton wordt aangehouden komt dit op 1.037 kg stikstof uit. Tabel B13.3 uit het WUR rapport “Emissies naar lucht uit de landbouw 1990-2018” geeft daarbij aan dat 2% hiervan bij graasdierenmest de ammoniakemissie bedraagt. Dit zou uitkomen op 20,7 kg. Voor bemesten en beregen van de akkers en weidegang zijn eveneens geen emissies aangehouden. Op 8 juni 2020 overhandigde het Adviescollege Remkes het eindrapport genaamd 'Niet alles kan overal', waarin de minister een advies heeft gekregen hoe hiermee om te gaan. 27 juni 2019 had de minister de kamer al schriftelijk geïnformeerd dat naar een generieke oplossing wordt gezocht om dit te legaliseren. Uit jurisprudentie (ECLI:NL:RBOVE:2021:3077) blijkt dat deze activiteit, ook al is deze onlosmakelijk verbonden aan de bedrijfslocatie niet tot hetzelfde project behoeft te worden toegerekend.

Daarnaast blijkt uit jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2022:2874) dat het weiden van vee een stikstof reducerend effect kan geven, welke anders in de stal vrij zal komen en deze bemesting kan worden weggestreept (intern salderen) tegen de afname van emissie van het uitrijden van mest (bemesten). Wanneer het planologisch mogelijk is om de gronden als beweiding toe te staan is er sprake van voortgezet gebruik en daarmee van intern salderen. Omdat de gronden buiten de grens van het bedrijf (akkerbouwgronden en graslanden) vanaf 10 juni 1994 (eerste aanwijzing Europese Vogelrichtlijn) een agrarische bestemming hebben gehad en dit gebruik ongewijzigd is voortgezet kan de bemesting en beweiding buiten beschouwing blijven.

6. Conclusie en afweging Uit de AERIUS berekeningen blijkt dat bij de bouwfase het projecteffect geen significant effect heeft. Omdat de bouw plaats vind buiten het seizoen als er geen bezoekers zijn op de camping is er per saldo geen toename van emissie. Bij de gebruiksfase neemt het projecteffect bij het beoogde gebruik niet toe ten opzichte van het vergunde en feitelijk aanwezige gebruik van de stikstofdepositie op omliggende gebieden en heeft daarmee ook geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden. Ten opzichte van de vigerende en tevens feitelijk gerealiseerde situatie, is voor deze wijziging en gelijkblijvende depositie geen negatieve effecten te verwachten en bestaat daarom op basis van artikel 2.7, lid 2 van de Wet natuurbescherming geen vergunningplicht voor deze wijziging en uitbreiding.

Pagina 10 van 35

BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase

Pagina 11 van 35

Pagina 12 van 35

Pagina 13 van 35

Pagina 14 van 35

Pagina 15 van 35

Pagina 16 van 35

BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase

Pagina 17 van 35

Pagina 18 van 35

Pagina 19 van 35

Pagina 20 van 35

Pagina 21 van 35

Pagina 22 van 35

BIJLAGE: AERIUS-bestand verschilberekening

Pagina 23 van 35

Pagina 24 van 35

Pagina 25 van 35

Pagina 26 van 35

Pagina 27 van 35

Pagina 28 van 35

Pagina 29 van 35

Pagina 30 van 35

Pagina 31 van 35

Pagina 32 van 35

Pagina 33 van 35

Pagina 34 van 35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=6f63a382-1e8a-4231-94df-4f5dd49f58ab