c. bijlage ruimtelijke onderbouwing stikstofrapportage)
Tekst van het document
BIJLAGE Stikstofrapportage
Postadres: Boxmeerseweg 9 5835 AB Beugen
+316 14 85 24 54 info@derks-advies.nl www.derks-advies.nl
kvk 74263552 NL16RABO0322772796 btw NL859829893B01
Omgevingsvergunning Markt 2, Dorpsstraat 2 4525 AH Retranchement
Titel : Bijlage Stikstofberekening Versie : 1.2 Datum : 24 juni 2025 Pagina 2 van 29
Inhoud 1.
Gegevens project.......................................................................................................................... 4 1.1
Opdrachtgever ...................................................................................................................... 4
1.2
Locatienaam ......................................................................................................................... 4
2.
Gegevens locatie .......................................................................................................................... 4
3.
Gegevens verandering ................................................................................................................. 4
4.
Emissies tijdens de bouwfase ..................................................................................................... 5 4.1
Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer) ...................................................... 6
4.2
Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen).................................... 6
5.
Emissies na ingebruikname ......................................................................................................... 7
6.
Conclusie en afweging................................................................................................................. 8
BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase ................................................................................................ 11 BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase ........................................................................................... 19
Pagina 3 van 29
1. Gegevens project 1.1
Opdrachtgever
Statutaire naam
: Vlaming & De Zeeuw
Adres
: Boulevard de Wielingen 33
Postcode
: 4506 JJ
Contactpersoon
: De heer A.B. (Bram) Verhage
Telefoon
: 0117 – 700 550
1.2
Plaats:
Cadzand Mail:
info@vlamingendezeeuw.nl
Locatienaam
Naam
: Bouwen hotel/restaurant
Adres
: Markt 2, Dorpsstraat 2
Postcode
: 4525 AH
Plaats:
Kadastrale ligging : Sluis
Retranchement Sectie:
K
Nr(s):
545, 803
2. Gegevens locatie Voor de bouw van een hotel met restaurant op de hoek Markt en Dorpsstraat in Retranchement binnen de gemeente Sluis dienen de effecten van de bouw en het gebruik van het gebouw op de locatie in relatie tot het plan/project te worden onderzocht. Hiervoor is onder andere een onderzoek naar de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden nodig. In deze nota zijn de uitgangspunten en resultaten van de berekeningen van de stikstofdepositie met AERIUS Calculator vastgelegd. Het braak liggende terrein is gelegen in het centrum van de kern Retranchement. Dit betekent dat de locatie zowel tijdens de bouwfase als na ingebruikname in potentie emissies van NOx kan veroorzaken op omliggende beschermde Natura2000 gebieden. Op 560 meter ten westen van de locatie ligt het Natura2000 gebied “Zwin & Kievittepolder” en ten noorden ligt “Westerschelde & Saeftinghe” op 3,1 km. Verder ligt ten westen van de inrichting op 520 meter het Belgische gebied “Polders”.
3. Gegevens verandering De ontwikkeling voorziet in een restaurant met 22 hotelkamers. Op het achterterrein worden 14 parkeerplaatsen gerealiseerd. In de huidige situatie was er sprake van een woonhuis met bakkerij en een woonhuis met restaurant/café, maar deze zijn reeds gesloopt. In dit document wordt onderbouwd dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, in relatie tot de stikstofbelasting vanuit het initiatief. Het gebruik als restaurant wijzigt niet in deze situatie, maar er komen wel hotelkamers bij in plaats van de bakkerij- en caféfunctie. Onderhavige rapportage ziet daarom zowel op de gebruiksfase als op de bouwfase.
Pagina 4 van 29
4. Emissies tijdens de bouwfase De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2.44 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Voor een Natura 2000-activiteit is meestal een omgevingsvergunning nodig (artikel 5.1, 1e lid, sub e, Omgevingswet). De uitgebreide voorbereidingsprocedure is van toepassing (artikel 10.24, 1e lid, Omgevingsbesluit). Op grond van artikel 4.11 is de provincie het bevoegd gezag en artikel 5.29 geeft aan dat de stikstofruimte bepalend is voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Voorheen was dit in de Wet natuurbescherming geregeld. Hierin was in artikel 2.9a een partiële vrijstelling opgenomen voor bouwen en slopen van een bouwwerk en voor het aanleggen, veranderen en verwijderen van een werk. Deze partiële bouwvrijstelling is met de Porthos-uitspraak (ECLI:NLRVS:2022:3159) wegens strijd met artikel 6 Habitatrichtlijn1 op 2 november 2022 vernietigd.
Nu aanleg en bouwen onlosmakelijk onderdeel uitmaken van het project, dient onderbouwd te worden wat de effecten zijn op omliggende Natura2000 gebieden tijdens de bouw. In de Omgevingswet is dit in artikel 16.53c opgenomen. Een passende beoordeling is nodig als er bij een nieuwe of wezenlijk wijziging de kans bestaat dat een significant effect plaatsvind die de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten in het gebied een negatief beïnvloeden. Voor het bepalen van de depositieberekening in AERIUS is voor de emissies ingevolge de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator bij de bouw twee bronnen te onderscheiden. Een lijnbron van transport gelieerd aan de locatie en een vlak op de bouwplaats voor de activiteiten van het laden en lossen van producten. Tijdens de bouwfase van het gebouw en bijbehorende voorzieningen vinden extra emissies plaats. De verwachte renovatietijd bedraagt 12 maanden (52 weken). Eerst zal het grondwerk plaatsvinden met een wielkraan, waarbij in totaal 4 uur gemoeid is en een 4 trekkers in een kwartier het terrein zullen aandoen voor de aan- en afvoer van grond en granulaat en/of zand. Daarna komen dagelijks gemiddeld 3 (bestel)auto’s met personeel die bouwwerkzaamheden verrichten. Bij de fundering en begane grondvloer wordt beton gestort. Nadat de begane grond is gestort en opgemetseld worden dekplaten gelegd.
Tijdens dekleggen en ook bij de dakplaten (isolatieplaten) plaatsen zal een kraan die dag in werking zijn. In het totale project zal dit neerkomen op circa 16 uur. Gemiddeld genomen komt elke week een vrachtwagen gedurende een kwartier materiaal lossen of een container ophalen en los daarvan komt bij de stort een betonwagen de vloeren storten. Uitgaande van een betonwagen van 14 m3 en gemiddelde laad- en lostijd van een ongeveer 0,75 uur zal er 12 uur beton worden gestort en met betonwagens op het terrein worden gereden. Voor het laden lossen van overige vrachtwagens welke een kwartier nodig hebben is dit 12,5 uur overige. Op de locatie zelf zijn verder behalve de kraan en vrachtwagens geen stikstof veroorzakende activiteiten. r.o. 49. Op grond van het voorgaande kan de Afdeling niet anders dan tot de volgende conclusie komen: de bouwvrijstelling is gebaseerd op een niet toereikende generieke voortoets. Daarom moeten artikel 2.9a van de Wnb en artikel 2.5 van het Bnb, in onderling verband gelezen, wegens strijd met artikel 6 van de Habitatrichtlijn buiten toepassing worden gelaten.” 1
Pagina 5 van 29
4.1
Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer)
In de AERIUS-berekeningen zijn de rijdende voertuigen als volgt opgenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de bouwplaats komen in de aan te vragen situatie. Hierin zijn alle transportbewegingen van het gehele project van 52 weken meegenomen. Transportbewegingen ten behoeve van bouwmaterialen, afvalstromen en bouwvakkers. Tabel 1: aantal transportmiddelen (worst-case) van en naar het bouwproject
Licht verkeer (personenauto’s) Zwaar verkeer dieplader
voertuigen 2/werkdag 4 grond 1/week 16 beton
Bewegingen bouwproject (52 weken) 260 8 trekker met gronddumpers 100 vrachtwagen bouwmaterialen 32 betonstorters
De bewegingen zijn als lijnbron gemodelleerd van de projectlocatie via de Markt, Molenstraat en de Retranchementseweg tot de Mariastraat (N674) en gaat daar op in het overige verkeer. Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht en zwaar verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt. Door hierbij uit te gaan van snelheden “binnen bebouwde kom” en 10% stagnerend verkeer is niet uitgegaan van een worst-case scenario, omdat deze weg geen filevorming kent. De emissiefactoren voor zwaar verkeer die zijn opgenomen in AERIUS Calculator zijn gebaseerd op het gemiddelde Nederlandse vrachtwagenpark en daarmee representatief. Voor de koude start is op locatie uitgegaan van het feit dat de 2 auto’s die dagelijks een koude start hebben bij het vetrekken van de bouwlocatie. Het zwaar verkeer wat komt lossen en laden is warm als het de locaties bezoekt en zal geen koud start hebben.
4.2
Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen)
De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Uitgangspunt voor de berekeningen van de stationaire bronnen binnen het bouwproject zijn gebaseerd op de invoergegevens van AERIUS calculator. In tabel 2 hieronder is de emissies (in kg/jaar) weergegeven tijdens het totale bouwproject van 52 weken die zijn gebruikt in de berekeningen in AERIUS gebaseerd op machines die voldoen aan de emissienorm voor Stage Ill, die afhankelijk van het type en vermogen van de voertuigen geldt sinds ongeveer 2006. Door de aannemer is mondeling aangegeven dat gelet op het feit dat niet alle onderaannemers en daarmee de machines die het terrein opkomen al bekend zijn, maar de ervaring leert dat ongeveer een kwart van het machinepark van voor 2006 is en dat de rest nieuwer is. De emissies van nieuwere voertuigen zijn aanzienlijk lager dan die van Stage Ill, zodat onderstaande geen onderschatting zal zijn van de feitelijke emissies.
Pagina 6 van 29
Tabel 2: mobiele en stationaire bronnen op het bouwproject Vermogen Brandstof Machine kW (ltr/jaar) *
Bedrijfstijd (uur/jaar) **
Cilinderinhoud (liter) ***
Wielkraan grondwerk
125
45
4
6,3
Trekker met gronddumper
140
13
1
7,0
Kraan stelwerk
80
116
16
4,0
Betonstorter
200
217
12
10,0
Vrachtwagen bouw
380
430
12,5
19,0
* Volgens TNO rapport 2021 R12305 wordt de volgende formule gehanteerd: Brandstofverbruik [liter/uur] = 0,25*(A*Pmax[kW] + Pmotor[kW]) waarbij de motorlast 35% is bij vollast en 4% interne verliezen bij stationair draaien. ** Volgens de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator draaien motoren ongeveer 30% van de volledige bedrijfsduur stationair gemiddeld genomen. De bedrijfstijd is de totale tijd van gebruik inclusief deze circa 30% stationair gebruik. *** De cilinderinhoud van de motor wordt in de regel uitgedrukt in liters of in cc (cubic centimer, 1.000 cc = 1 liter). Het gaat daarbij om totale motorinhoud waarbij alle cilinders worden opgeteld. Als de cilinderinhoud van het werktuig niet bekend is, dan kan deze voor werktuigen op diesel berekend worden met de volgende formule: CI (cilinderinhoud [ltr]) = V (totale motorvermogen [kW]) / 20
5. Emissies na ingebruikname In de AERIUS-berekeningen zijn de rijdende voertuigen als volgt opgenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de projectlocatie gaan in de aan te vragen situatie. In het onderzoek zijn de emissies ten gevolge van het wegverkeer van en naar de projectlocatie beschouwd. In de nieuwe situatie is hier namelijk enkel het verkeer van en naar het hotel en restaurant nog relevant. Voor het bepalen van de depositie in de gebruiksfase wordt bij het gewijzigde gebruik uitgegaan van de bestemming. Voor de wijziging van bakkerij en café/restaurant naar hotel/restaurant wordt berekend op basis van het CROW (publicatie 381, Toekomstbestendig parkeren). Het projectgebied ligt in een niet stedelijk gemeente en rest bebouwde kom. Voor de functies restaurant en hotel zijn geen verkeersgeneratiekengetallen beschikbaar. De hoeveelheid verkeersbewegingen als gevolg van het omzetten naar hotel resulteert met name in een toename van het autoverkeer. Zoals uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt zijn 58 parkeerplaatsen nodig en hierin wordt deels voorzien op eigen terrein, deels en deels via de centrale parkeerplaats net buiten het dorp nabij de Kanaalweg. Voor het hotel zijn volgens de ruimtelijke onderbouwing vanuit het vergunde recht 32 parkeerplaatsen in de openbare ruimte.
Daarnaast maakt het bedrijf op eigen terrein 14 parkeerplaatsen. Totaal komen we hiermee op 58 – 32 - 14 = 12 parkeerplaatsen bij de openbare ruimte buiten Retranchement op de openbare parkeerplaats. Wanneer naar de verkeersbewegingen wordt gekeken zijn er drie stromen te onderscheiden: 1. Midweek en seminaries: Tijdens de week verblijven de gasten doorgaans in eenpersoonskamers, wat betekent dat het maximale aantal personen op 22 ligt en daarmee ook slechts 44 bewegingen per dag in de midweek. 2. Weekendverblijf: In het weekend blijven gasten meestal twee nachten. Omdat families gezamenlijk komen en over het algemeen met de fiets de omgeving bekijken wordt hierbij uitgegaan van maximaal 4 bewegingen per kamer per weekend en daarmee 88 bewegingen per weekend.
Pagina 7 van 29
3. Gebruik van de eetzaal: Er is geen restaurant voor externe klanten. De eetzaal is uitsluitend bedoeld voor het ontbijt en voor groepsmaaltijden van de hotelgasten. Dit betekent geen extra bewegingen. Voor de bepaling van de effecten van het hotel en het restaurant op de stikstofdepositie is het projecteffect onderzocht met de worst-case situatie van de gemiddeld 44 bewegingen per dag en uitgaande van het feit dat deze allen niet elektrisch, maar op brandstof rijden en ook allen op de parkeerplaats staan aan de Kanaalweg nabij de Natura2000 gebieden. Als rekenjaren is het jaar 2026 gehanteerd. Het geplande jaar van verkrijgen van de oplevering van het hotel. De locatie wordt via de parkeervoorziening buiten het dorp ontsloten in vier richtingen met richting noord en zuid beide 4 bewegingen en oost en west beide 4 bewegingen en trekt in circa 250 meter op tot de snelheid van het overige verkeer. De 14 parkeerplaatsen bij het hotel rijden met de overige 28 bewegingen oostelijk en ook de parkeerplaatsen in de openbare ruimte valt onder deze bewegingen en zijn op dezelfde route geprojecteerd. Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt. Door hierbij uit te gaan van snelheden “buitenweg” is niet uitgegaan van een worst-case scenario, omdat deze weg geen filevorming kent.
Voor de koude start is hiervoor al aangegeven dat de midweek er 22 auto’s een koude start maken. Bij de weekendgasten is dit 2 maal per week en daarmee totaal maximaal 66 auto’s. Evenredig verdeeld over de locaties zijn dat er 22 op het afgekochte terrein voor 12 plaatsen buiten Retranchement met een koude start maken. Voor de auto’s op eigen terrein bij de 14 parkeerplaatsen zijn dat er 22. Tenslotte worden in de openbare ruimte van het centrum wekelijks 22 maal de overige 32 parkeerplaatsen gebruikt met een koude start. Afgerond zijn dit er per etmaal 3 per parkeerplaats.
6. Conclusie en afweging Uit de AERIUS berekeningen blijkt dat bij de bouwfase het projecteffect een significant effect heeft op Zwin & Kievittepolder. Dit betreft slechts 0,01mol/ha/jaar op één hexagoon met een achtergronddepositie van 1.602,74 mol/ha/jaar en een kritische depositiewaarde (KDW) van 1.643 mol/ha/jaar vanwege de aanwezige natuurwaarde, zoals hieronder is weergegeven. Gelet op de tijdelijkheid en gelet op het feit dat de KDW niet overschreden wordt, vormt dit geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De tijdelijke situatie is vergunbaar.
Pagina 8 van 29
Bij de gebruiksfase neemt het projecteffect bij het beoogde gebruik weliswaar toe, omdat de voormalige bakkerij en café/restaurant immers zijn gesloopt en daarmee kan niet worden uitgegaan van een vergund recht. In stikstofdepositie blijft rekenkundig het effect onder de 0,00 mol/ha/jr op omliggende gebieden en heeft daarmee ook geen potentieel negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden. Het projecteffect is worstcase nihil. Er is voor het gebruik geen omgevingsvergunning als bedoelt in artikel 5.1, 1e lid, sub e van de Omgevingswet voor deze fase noodzakelijk. België heeft hiervoor een eigen toetsingskader waar voor de stikstofdepositie een praktische wegwijzer is gemaakt. Vergunningplicht is van toepassing bij een betekenisvolle aantasting. Indien er wordt gesproken over een betekenisvolle aantasting of betekenisvol effect wordt hiermee bedoeld de betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de SBZ zoals omschreven in artikel 36 ter §3 van het Natuurdecreet2.
2
In de betekenis van de definitie zoals omschreven in het Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (21/10/1997 artikel 2 30°: betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone: een aantasting die meetbare en aantoonbare gevolgen heeft voor de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone, in de mate er meetbare en aantoonbare gevolgen zijn voor de staat van instandhouding van de soort(en) of de habitat(s) waarvoor de betreffende speciale beschermingszone is aangewezen of voor de staat van instandhouding van de soort(en) vermeld in bijlage III van dit decreet voor zover voorkomend in de betreffende speciale beschermingszone). Pagina 9 van 29
Het habitatrichtlijngebied de Polders overlapt met de vogelrichtlijngebieden Poldercomplex, Krekengebied en Het Zwin. Volgens de Overschrijdingskaart vermestende depositie vind geen overschrijding plaats van de minimale waarde van de kritische depositiewaarde (KDWeutrofiëring). Op bovenstaande kaart is te zien waar natuurwaarden en eventuele overschrijding zich bevinden. Het dichtstbijgelegen punt ligt op 750 meter ten westen van de inrichting, zoals hieronder in de figuur met groen is aangegeven. De drie toetspunten zijn met paars aangeven. Aangezien de berekende depositie op punt 2 en 3 al 0,00 mol is versus 0,02 mol op rekenpunt 1 is met zekerheid te stellen dat op de punten met kwetsbare natuur de depositie niet toeneemt en is daarmee als niet significant te beschouwen voor het Habitatgebied de Polders.
Pagina 10 van 29
BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase
Pagina 11 van 29
Pagina 12 van 29
Pagina 13 van 29
Pagina 14 van 29
Pagina 15 van 29
Pagina 16 van 29
Pagina 17 van 29
Pagina 18 van 29
BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase
Pagina 19 van 29
Pagina 20 van 29
Pagina 21 van 29
Pagina 22 van 29
Pagina 23 van 29
Pagina 24 van 29
Pagina 25 van 29
Pagina 26 van 29
Pagina 27 van 29
Pagina 28 van 29