c. bijlage 8 aanvullend geluidadvies bij notitie zienswijzen
Tekst van het document
Brouwer Fout! De 1documentvariabele 5521 DK Eersel ontbreekt.
Notitie 20230165-1: Regiopark Oostburg Nadere beschouwing industrielawaai
T +31 (0) 618245726 E e.philippens@tecmap.nl www.tecmap.nl K.v.K 70589895 IBAN NL86 RABO 326 7949 99
Datum
Onze referentie
Uw referentie
Bijlagen
26 juli 2023
20230165-1
-
-
1
Inleiding
In opdracht van Van Kerkhoff Maatwerk in RO is een second opinion uitgevoerd op het hinderaspect industrielawaai voor het Regiopark Oostburg. Door Adviesbureau Kragten is in opdracht van Van Kerkhoff Maatwerk in RO reeds een uitgebreid akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd (kenmerk VKM0020001 d.d. 4 januari 2021). Naar aanleiding van dit onderzoek zijn enkele vragen gesteld. In de nu voorliggende notitie worden de vragen beantwoord. De notitie kan als aanvulling op het reeds uitgevoerde akoestische onderzoek worden gezien.
2
Algemeen
Ten eerste moet worden opgemerkt dat bij de beoordeling van industrielawaai onderscheid wordt gemaakt tussen een beoordeling binnen een ruimtelijk plan (het ruimtelijk spoor) en een beoordeling binnen vergunningverlening (het milieuspoor). Alhoewel het doel gelijkwaardig is in de vorm van het voorkomen van een hindersituatie achteraf en het creëren van een goed woon- en leefklimaat ter hoogte van geluidgevoelige bestemming zijn er wel verschillen. Hierbij moet bij de beoordeling een duidelijker onderscheid worden gemaakt. Het ruimtelijk spoor Zonering of afstand houden tussen milieugevoelige functies en milieubelastende functies is een belangrijk middel om te voorkomen dat er hinder ontstaat. Een belangrijk hulpmiddel hierin is de Handreiking bedrijven en milieuzonering opgesteld door de VNG. Als gevolg van jurisprudentie heeft de publicatie bijna de status van “pseudowetgeving” waarvan slechts gemotiveerd van kan worden afgeweken (ABRvS 13 mei 1997, BR 1997, 830 en ABRvS 3 april 2001, IM 2001, nr. 85). Er moet worden opgemerkt dat de handreiking slechts richtafstanden aangeeft behorende bij een gemiddeld bedrijf binnen een zekere milieucategorie. De richtafstanden gelden tot het gebiedstype “rustige woonwijk” waarbij in bepaalde gevallen gemotiveerd kan
Notitie 20230165-1
26 juli 2023 Pagina 1
worden afgeweken dat er geen sprake is van een “rustige woonwijk” maar een “gemengd gebied”. Deze afwijkende benadering heeft gevolgen voor de na te streven woon- en leefkwaliteit van een betreffend gebied. In opdracht van de initiatiefnemer is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd voor het regiopark Oostburg door het adviesbureau Kragten (kenmerk VKM002-0001 d.d. 4 januari 2021). In deze rapportage wordt binnen het toetsingskader uitgegaan van een “rustige woonwijk” wat ten goede komt aan de na te streven woon- en leefkwaliteit van de bestaande woningen. Voor functies tot milieucategorie 2 (horeca) wordt een richtafstand tot het bouwvlak waar woningbouw aanwezig is of is toegestaan aanbevolen van 30 meter. Binnen 30 meter van het vlak waar horeca is toegestaan is geen woonbestemming gelegen. Volgens de VNG publicatie wordt dan voldoende afstand gehouden tussen wonen en horeca en is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het milieuspoor Voor de meeste activiteiten zal binnen het milieuspoor de normstelling volgens het Activiteitenbesluit van toepassing zijn. Hier heeft de gemeente te bevoegdheid om in de vorm van maatwerkvoorschriften af te wijken van de standaard geluidnormen om bijvoorbeeld meer aansluiting te krijgen met de ambities zoals geformuleerd in het bestemmingsplan.
Uit bovenstaande blijkt dat de ambitie is om een rustige woonwijk te creëren waarmee met de invulling binnen het plan rekening mee moet worden gehouden. Deze ambitie betekent het streven naar een cumulatieve geluidbelasting van 45 dB(A) in de dagperiode, 40 dB(A) in de avondperiode en 35 dB(A) in de nachtperiode. Deze ambitie is 5 dB strenger dan de standaardwaarden die voor elke activiteit afzonderlijk binnen het Activiteitenbesluit van toepassing zijn. Daarnaast wordt binnen het ruimtelijk spoor rekening gehouden met alle geluid producerende activiteiten terwijl binnen het Activiteitenbesluit bepaalde lawaaibronnen worden uitgesloten van toetsing (o.a. stemgeluid). Om de ambities uit het bestemmingsplan te garanderen wordt aanbevolen in deze situatie maatwerkvoorschriften op te stellen. Hieraan wordt reeds deels gevolg aangegeven in de vorm van het gemeentelijk geluidbeleid (APV) wat betreft o.a. collectieve festiviteiten. Echter vanuit dit beleid wordt voor bijzondere omstandigheden juist meer geluid toegestaan dan volgens het Activiteitenbesluit van toepassing is. Omdat dit gemeentelijk geluidbeleid is dat na een zorgvuldig proces is vastgesteld, is dit toegestaan.
3
Vragen en opmerkingen
Uit de aangeleverde informatie blijkt dat op een aantal punten nog sprake is van onduidelijkheden. De vragen en opmerkingen hebben betrekking op een aantal specifieke onderwerpen die navolgend nader zijn toegelicht.
3.1
Luidsprekers
Geluidsystemen (speakers) stralen naar de voorzijde meer geluid uit dan naar de zij- en achterzijde. Tevens geldt dat hoe hoger de speakers worden geplaatst, hoe verder het geluid de omgeving in gaat. Het is daarom belangrijk op elke locatie de meest ideale speelrichting te zoeken. Doel daarbij is een zo laag mogelijke geluidbelasting op de omliggende woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen). De speelrichting van het Notitie 20230165-1
26 juli 20223 Pagina 2
geluidsysteem (podium) is een van de basale voorzieningen, waar in de praktijk niet altijd afdoende oog voor is. Bij de opstelling dient ook rekening gehouden te worden met zuidwesten wind als overwegende windrichting. In de richtlijn “Best Beschikbare Technieken voor geluid bij evenementen 2019 (Aquabest)” is een lijst opgenomen van bronvermogens voor verschillende podia die realistisch worden geacht met een marge van +/- 3 dB afhankelijk van de situatie (richting publiek). Tabel 3.1: Overzicht voorbeeld speakersystemen poppodia Type podium Groot podium met delay-arrays Middelgroot podium Klein podium
FOH gebied
Bronsterkte LW
(direct voor podium)
(richting publiek)
10.000 m2/20.000 personen
157 dB(C)
5.000 m2/10.000 personen
154 dB(C)
2.500 m2/5.000 personen
117 dB(C)
1.000 m2/2.000 personen
147 dB(C)
500 m2/1000 personen
144 dB(C)
250 m2/500 personen
141 dB(C)
Uit bovenstaande tabel blijkt dat sprake is van een grote variatie in bronsterkte onafhankelijk van de grootte van het podium. De aard van muziek en de gewenste beleving bepalen in belangrijke mate hoe luid de installatie moet produceren. Bovenstaand evenement is niet vergelijkbaar met de evenementen die men binnen het nu voorliggende plan voorziet. Middelgrote evenementen Dat sprake is van een grote spreiding blijkt ook uit geluidmetingen uitgevoerd door derden bij een ander evenement. Uit de geluidmetingen bij een klein poppodium (3 x 5 meter) met een monitorset en maximaal 4 speakers is een bronsterkte gebleken van 116 dB(A) aan de voorzijde en 108 dB(A) aan de achterzijde. Bij een groot poppodium (10 x 10 meter) bedroeg het bronvermogen aan de voorzijde 122 dB(A) en aan de achterzijde 114 dB(A). Bij het toepassen van een feesttent kan een bronsterkte van 121 dB(A) worden verwacht. Worden deze waarden vergeleken met de berekende hoogst toelaatbare voorwaarts gerichte bronvermogen zoals gerapporteerd door Kragten dan lijkt een middelgroot poppodium als vergunningplichtig evenement haalbaar op de genoemde drie locaties (bronvermogen van 123 dB(A) voor de dag-, avond- en nachtperiode). Binnen de gestelde randvoorwaarden (maximaal 70 dB(A) exclusief straffactor en 1,5 meter beoordelingshoogte) lijkt een middelgroot evenement uitvoerbaar en dus haalbaar.
Kleinschalige evenementen Zonder extra voorzieningen behoort een klein poppodium haalbaar binnen locatie 1 en 2 tijdens de dagperiode. Uit de beoordeling van de gemeente blijkt echter dat kleinschalige evenementen maximaal 1 dag mogen duren en versterkte muziek mogen hebben tot 21.00 uur. Dit betekent volgens de rapportage een maximaal toelaatbare bronsterkte van 109 dB(A) (podiumlocatie 3) tot 114 dB(A) (podiumlocatie 1).
Notitie 20230165-1
26 juli 20223 Pagina 3
Afbeelding 3.1 Beoordeelde podiumlocaties (bron rapport Kragten)
Uitgaande van deze bronsterkte ontstaat ter hoogte van woningen een geluidbelasting van 60 dB(A) etmaalwaarde zonder straffactor van 10 dB voor een geluidbijdrage met een herkenbaar muziek karakter. Door de RUD is geadviseerd om de geluidbijdrage van lichte evenementen te toetsen aan de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit. Dit heeft als gevolg dat, rekening houdend met de straffactor van 10 dB, de maximaal toelaatbare bronsterkte niet meer mag bedragen dan 89 dB(A) bij podiumlocatie 3 en 94 dB(A) bij podiumlocatie 1. Dit lijkt geen realistisch uitgangspunt en daarmee is versterkte muziek zonder voorzieningen op basis van het Activiteitenbesluit niet uitvoerbaar. Omroepinstallaties die tijdens kleinschalige evenementen de boodschap aan het publiek overbrengen, zijn wel mogelijk, mede omdat dan geen straffactor van 10 dB hoeft te worden toegepast. Op basis van het bovenstaande wordt geadviseerd versterkte muziek op buitenpodia tijdens kleinschalige evenementen niet toe te staan. Versterkt geluid (bijvoorbeeld omroepinstallaties) is wel toegestaan, en ook muziek op een podium binnen in de horecagelegenheid is uitvoerbaar.
3.2
Natura 2000 “Het Grote Gat”
In het geluidonderzoek van Kragten is de geluidbelasting inzichtelijk gemaakt in het Natura 2000 gebied “Het Grote Gat” bij een beoordelingshoogte van 0,5 meter. Dit Natura 2000 gebied is niet aangewezen als stiltegebied waardoor geen harde eisen gelden ten aanzien van geluid. Onduidelijk is of en zo ja bij welk geluidniveau sprake is van aantasting van de aanwezige habitats. Voor stiltegebieden wordt een norm van Notitie 20230165-1
26 juli 20223 Pagina 4
40 dB(A) aanbevolen als 24 uurs gemiddeld geluidniveau bij een waarneemhoogte van 1,5 meter. Uit de geluidrapportage blijkt het volgende (bij 0,5 meter beoordelingshoogte en zonder correctie muziekgeluid): - Onder representatieve bedrijfsomstandigheden is sprake van een L24 = 26 dB(A); - Tijdens kleinschalige evenementen is sprake van een L24 = 38 dB(A); - Tijdens middelgrote evenementen is sprake van een L24 = 48 dB(A); In hoeverre het Natura 2000 gebied wordt overbelast ten aanzien van geluid kan niet worden beoordeeld, omdat primair een overbelasting afhankelijk is van de voorkomende dierensoorten en de gevoeligheid voor geluid. Wanneer de normstelling voor stiltegebieden (geluidbeleving mens) wordt gehanteerd dan is alleen sprake van een “verstoring” tijdens de middelgrote evenementen.
3.3
Geluidwering woningen
In het algemeen wordt bij de beoordeling van geluid ten gevolge van evenementen aansluiting gezocht bij de Nota “Evenementen met een luidruchtig karakter” opgesteld door de Inspectie Milieuhygiëne Limburg (januari 1996). Hierin wordt gesteld dat in de woningen het geluidniveau niet meer mag bedragen dan 50 dB(A) tijdens de dag- en avondperiode en 45 dB(A) in de nachtperiode. Volgens het bouwbesluit dient bij iedere nieuwbouw de karakteristieke geluidwering van een woning minimaal 20 dB te bedragen. Bij een geluidbelasting van maximaal 70 dB(A) op de gevels betekent dit een geluidniveau van maximaal 50 dB(A) in de woonvertrekken tijdens de dag-, avond- en nachtperiode. In dit geval wordt de norm van 45 dB(A) in de nachtperiode overschreden waarvoor een geluidwering van minimaal 25 dB noodzakelijk is. Het Bouwbesluit is van 1992 zodat voor de woningen die vóór deze datum zijn gebouwd niet zondermeer kan worden gesteld dat wordt voldaan aan een minimale geluidwering van 20 dB. Uit afbeelding 3.1 blijkt dat dit bij meerdere woningen in de directe nabijheid van het plan het geval is. Wanneer de woningen goed is onderhouden en er energiebesparende maatregelen zijn getroffen bestaat er een reële kans dat de karakteristieke geluidwering in de orde van 25 dB zal bedragen. Onder deze voorwaarden wordt voldaan aan de normstelling volgens de Nota Evenementen met een luidruchtig karakter.
Notitie 20230165-1
26 juli 20223 Pagina 5
Afbeelding 3.1 Overzicht situatie met bouwjaar verschillende woningen
3.4
Bastonen en toepassing begrenzer
Om te voorkomen dat te veel hinder ontstaat vanwege een hoge bijdrage in de laagste frequenties wordt voorgesteld om bij middelgrote evenementen ook een grenswaarde te hanteren van 85 dB(C). Deze grenswaarde, die in meer gemeentelijke besluiten is terug te vinden, is voor deze situatie acceptabel. Uit de berekeningen blijkt dat uitgaande van de C-weging in plaats van de A-weging bij het gekozen muziekspectrum ook aan de norm van 85 dB(C) wordt voldaan. De geluidemissie aan de bron kan veelal met een mengpaneel op afstand worden begrensd op een zodanige wijze dat ter hoogte van woningen wordt voldaan aan de grenswaarde. Dit kan tijdens het soundchecken worden ingesteld. Het toepassen van verzegelde begrenzers wordt in deze niet aanbevolen. Voorgesteld wordt om bij middelgrote evenementen ook een grenswaarde te hanteren van 85 dB(C).
3.5
Op- en afbouw van evenementen
Op- en afbouw wordt ook toegestaan op andere dagen dan de dag waarop het evenement is. De geluidbelasting wordt op deze dagen uitsluitend bepaald door de op- en afbouwwerkzaamheden. De geluidbijdrage op deze dagen is wel aanmerkelijk lager dan tijdens het evenement omdat op deze geluidbronnen wel een bedrijfsduurcorrectie mag worden toegepast. Bij steigerbouw (10) en inzet van een (kleine) shovel of kraan zal de equivalente geluidemissie in de orde van 107 dB(A) bedragen. Uitgaande van deze bronsterkte wordt tijdens de dagperiode ter hoogte van woningen voldaan aan de normstelling volgens het Activiteitenbesluit (50 dB(A)). Om te voldoen aan de standaard normen van het Activiteitenbesluit, wordt voorgesteld de op- en afbouw die buiten de dagen van het evenement zelf worden uitgevoerd, alleen tijdens de dagperiode toe te staan.
Notitie 20230165-1
26 juli 20223 Pagina 6
3.6
Aanpassing rijsnelheid verkeer
In het geluidrapport is voor het optrekkende en afremmende verkeer een gemiddelde snelheid van 35 km/h aangehouden. Het verlagen van de snelheid resulteert bij voertuigen in een lagere geluidemissie maar omdat de bedrijfsduurcorrectieterm kleiner wordt (over dezelfde afstand is langer sprake van een passerend voertuig) is het totale effect op de geluidbelasting beperkt. Bij een berekende geluidbelasting van 49 dB(A) (zie geluidrapportage) zal het effect van de snelheidsaanpassing niet dermate groot zijn dat de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) wordt overschreden.
3.7
Verblijfsrecreatie
In het onderdeel verkeersaantrekkende werking (paragraaf 5.3 uit akoestische rapportage) is reeds rekening gehouden met het totale verkeer dat van en naar de verblijfsrecreatie zal rijden. Deze bijdrage is beoordeeld als indirecte hinder als gevolg van de mogelijke invulling van het plangebied. Het verkeer over het recreatieterrein zelf (van en naar het tijdelijk verblijf) is niet separaat beschouwd maar maakt onderdeel uit van de akoestische invulling van 48 dB(A) etmaalwaarde per vierkante meter bedrijfsterrein (milieucategorie 2). Een verdere detaillering van het rekenmodel zal niet tot nieuwe inzichten resulteren en wordt dan ook niet zinvol geacht.
4
Conclusie
Op basis van het bovenstaande wordt in afwijking van het rapport van Kragten geadviseerd: - versterkte muziek op buitenpodia tijdens kleinschalige evenementen niet toe te staan. Versterkt geluid (bijvoorbeeld omroepinstallaties) is wel toegestaan, en ook muziek op een podium binnen in de horecagelegenheid is uitvoerbaar. - bij middelgrote evenementen ook een grenswaarde te hanteren van 85 dB(C). - de op- en afbouwactiviteiten van evenementen die buiten de dagen van het evenement zelf worden uitgevoerd, alleen tijdens de dagperiode toe te staan.
TecMaP
Senior adviseur
Notitie 20230165-1
26 juli 20223 Pagina 7