CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

c. bijlage 5 Natuuronderzoek bij notitie zienswijzen

Raad 2 november 2023, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Regiopark Oostburg1.922 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Natuuronderzoek Euregiotuinen Oostburg

Natuuronderzoek Euregiotuinen Oostburg

1

Natuuronderzoek Euregiotuinen Oostburg

Natuuronderzoek Euregiotuinen Oostburg

12 februari 2023 Adviesbureau Wieland Liniestraat 13 4561 ZS Hulst 0612352169

2

Natuuronderzoek Euregiotuinen Oostburg

Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 4 1

3

Methode .......................................................................................................................................... 7 2.1

Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................... 7

2.2

Kleine marterachtigen ............................................................................................................. 8

2.3

Vleermuizen............................................................................................................................. 9

2.4

Amfibieën ................................................................................................................................ 9

2.5

Broedvogels ............................................................................................................................. 9

Resultaten en advies ..................................................................................................................... 10 3.1

Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................. 10

3.2

Kleine marterachtigen ........................................................................................................... 10

3.3

Vleermuizen........................................................................................................................... 10

3.3.1

Gewone dwergvleermuis............................................................................................... 10

3.3.2

Ruige dwergvleermuis ................................................................................................... 11

3.3.3

Laatvlieger ..................................................................................................................... 11

3.3.4

Watervleermuis ............................................................................................................. 11

3.3.5

Gewone grootoorvleermuis .......................................................................................... 11

3.4 3.5

Amfibieën .............................................................................................................................. 11 Broedvogels ....................................................................................................................... 11

3

Natuuronderzoek Euregiotuinen Oostburg

Inleiding Op verzoek van de heer van Damme is in 2022 een natuuronderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde natuurwaarden in de voormalige Euregiotuinen in Oostburg. In 2019 is ook een natuuronderzoek uitgevoerd. Een natuuronderzoek is indien het biotoop en de omgeving niet veel veranderd zijn in principe 3 jaar geldig. In de voormalige Euregiotuinen komen diverse biotopen voor. Er zijn bloemrijke graslanden, voedselrijke graslanden, bomenrijen, dubbele bomenrijen (lanen), verwilderde tuinen, stenige biotopen, vijvers, oeverzones en natuurlijke waterpartijen. Door de extensieve betreding (in principe komt er niemand op het terrein) is het er zeer rustig, wat gunstig is voor ontwikkeling van bepaalde natuurwaarden. Ten opzichte van het onderzoek in 2019 is het terrein verder verruigd en verbost. Dit omdat er geen beheer is geweest. Dit heeft geleid tot een afname van bloemrijk biotoop en een toename van ruigtekruiden. Het onderzoek is gericht op soorten die beschermd zijn in het kader van de Wet Natuurbescherming en gezien het biotoop ook voor zouden kunnen komen in het gebied. Er is in een eerder stadium een zoneringskaart opgesteld naar aanleiding van een eerste inschatting van de aanwezige beschermde natuurwaarden. Aan de hand van de onderzoeksresultaten kan bepaald worden of deze zoneringskaart geschikt is voor de verdere planvorming.

4

Natuuronderzoek Euregiotuinen Oostburg

Foto 1. Kreekje.

Foto 2. Ruigterreinen.

5

Natuuronderzoek Euregiotuinen Oostburg Foto 3. Nest sperwer.

Foto 4. Laantje, foerageergebied vleermuizen.

6

Natuuronderzoek Euregiotuinen Oostburg

1

Methode

Het onderzoek is gericht op: • • • • • •

2.1

Grondgebonden zoogdieren Kleine marterachtigen Vleermuizen Amfibieën Broedvogels (met name roofvogels en uilen en vogels van bebouwing) Vaatplanten

Grondgebonden zoogdieren

Er zijn in de periode 23 september tot en met 28 september 2022, 30 lifetraps uitgezet verspreid over het terrein. In deze vallen kunnen muizen levend worden gevangen. Door de aanwezigheid van een leefruimte gevuld met hooi en voedsel kunnen muizen hier enige tijd in overleven. De vallen zijn geplaatst op 23 september en voorzien van lokvoer. De vallen zijn op scherp gezet 26 september en zijn 3 maal per etmaal gecontroleerd en op 28 september weer opgeruimd. Als lokvoer is gebruikt: muesli, wortelen, appel, pindakaas, meelwormen, kattenvoer. Een groot deel van de vallen is gezet in de oeverzone (waterspitsmuis) en ruigte (veldspitsmuis), zie figuur 2. Met behulp van een warmtebeeldcamera is het terrein afgezocht op aanwezigheid van konijn en haas. Dit is gedaan op de avonden dat ook vleermuisonderzoek is uitgevoerd, zie hoofdstuk 2.3.

7

Natuuronderzoek Euregiotuinen Oostburg

Figuur 2. Locaties geplaatste vallen.

2.2

Kleine marterachtigen

Er zijn verspreid over het terrein 3 marterboxen/wildcamera’s en buiscamera’s geplaatst, zie figuur 3. Dit is om indicatie aan te tonen of marterachtigen aanwezig zijn. De observatiemiddelen zijn geplaatst op 15 mei en opgehaald op 12 december. Als lokstoffen zijn sardientjes en valeriaanolie gebruikt. Figuur 3. Locaties marteronderzoek.

8

Natuuronderzoek Euregiotuinen Oostburg

2.3

Vleermuizen

Vleermuizen zijn geïnventariseerd met behulp van een Songmeter SM4bat en de batdetectoren Petterson D240x en D200. Daarnaast is gebruik gemaakt van een nachtcamera Pulsar. De inventarisatie zijn gericht op het aantonen van vliegroutes en indicatief op vaste rust- en verblijfplaatsen (dagverblijven). Op de volgende dagen heeft onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen plaatsgevonden: • • • • • • • •

2.4

15-16 mei 2022 2 juni 2022 14 -15 juli 2022 15 augustus 2022 25-26 augustus 2022 5-6 september 2022 29-30 september 2022 10 februari 2023

Amfibieën

De aanwezig waterpartijen zijn geïnventariseerd op 15 maart, 11 april, 15 mei en 2 juni. Hierbij is gebruik gemaakt van een schepnet. Daarnaast zijn er zichtwaarnemingen gedaan en is er geluisterd of er kooractiviteit was.

2.5

Broedvogels

In het broedseizoen is het terrein 7 keer bezocht. Hiervan waren 5 onderzoekrondes in de morgen en 2 in de avond. Het geluid (baltsroep van de steenuil en de ransuil is afgedraaid). Op de volgende data zijn inventarisaties uitgevoerd 12 februari, 6 maart, 15 maart, 11 april, 15 mei, 2 juni. 2 juli, 15 juli.

9

Natuuronderzoek Euregiotuinen Oostburg

3

Resultaten en advies

3.1

Grondgebonden zoogdieren

De volgende soorten zijn waargenomen: bosmuis, veldmuis, rosse woelmuis, huisspitsmuis, bosspitsmuis, egel Voor deze soorten geldt de zorgplicht. Bij de inrichting en toekomstig onderhoud. Ook de haas en het konijn zijn vastgesteld. Van deze soorten is het functionele leefgebied beschermd. Bij toekomstig beheer en inrichting dient nagegaan te worden of de geplande ingreep een negatief effect heeft op haas of konijn. De waterspitsmuis en veldspitsmuis zijn niet vastgesteld. In de vijvers is een dode verdronken egel aangetroffen. De vijvers vormen een ecologische val. Dieren kunnen hier invallen, maar kunnen er niet meer uit.

3.2

Kleine marterachtigen

De wezel is vastgesteld in het plangebied. Bij toekomstig beheer en inrichting dient nagegaan te worden of de geplande ingreep een negatief effect heeft op de wezel. Foto 5. Wezel in marterbox.

3.3

Vleermuizen

De volgende soorten zijn vastgesteld: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis, gewone grootoorvleermuis. 3.3.1 Gewone dwergvleermuis De functie van het gebied is foerageergebied en dagverblijf. De voorgenomen maatregelen hebben geen effect op de foerageerfunctie. Het onderzoek naar verblijfplaatsen in het gebouw was indicatief en niet conform het vleermuisprotocol 2021 uitgevoerd. Er is wel vastgesteld dat er een dagverblijf van 3 tot 6 gewone dwergvleermuizen in het gebouw is. Bij werkzaamheden aan het gebouw dient 10

Natuuronderzoek Euregiotuinen Oostburg een nader onderzoek uitgevoerd te worden. Het is afhankelijk van het type werkzaamheden dat uitgevoerd zal worden met betrekking tot het gebouw of er een negatief effect zal zijn. Bij sloop of verbouwing dient rekening gehouden te worden met deze soort. Indien vaste rust- of verblijfplaatsen verdwijnen dient er een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming aangevraagd te worden. 3.3.2 Ruige dwergvleermuis De functie van het gebied is foerageergebied. Deze soort is gevoelig voor lichtverstoring. Bij het aanbrengen van nieuwe verlichting dient vleermuisvriendelijke verlichting gebruikt te worden. Er zijn enkele bomen met holtes of loszittend schors. Deze zouden gebruikt kunnen worden als paarverblijf. Dit is tijdens het onderzoek echter niet vastgesteld. Het is raadzaam om bij het kappen van bomen rekening te houden met de aanwezigheid van gaten/holen of loszittend schors. Deze bomen dienen dan nader te geïnspecteerd te worden op functionaliteit voor Ruige dwergvleermuizen. 3.3.3 Laatvlieger De functie van het gebied is foerageergebied. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten van de voorgenomen werkzaamheden. 3.3.4 Watervleermuis De functie van het gebied is foerageergebied. Deze soort is gevoelig voor lichtverstoring. Bij het aanbrengen van nieuwe verlichting dient vleermuisvriendelijke verlichting gebruikt te worden.

3.3.5 Gewone grootoorvleermuis De functie is verblijfplaats (in het gebouw) en jachtgebied. Deze soort is gevoelig voor lichtverstoring.

3.4

Amfibieën

In de aanwezige vijver zijn de volgende amfibieën vastgesteld: bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Deze soorten zijn beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. De geplande activiteiten hoeven niet nadelig zijn indien er zorgvuldig gewerkt wordt (dempen waterpartijen in buiten de voortplantingsperiode van amfibieën). De huidige vijver is niet ideaal als voortplantingsbiotoop vanwege de steile oevers. Er dient voor gezorgd te worden dat er per vijver 1 of meerdere geschikte voortplantingsbiotopen voor amfibieën aanwezig blijven. Deze poelen dienen niet gebruikt te worden als zwemvijver (voor mensen of honden).

3.5 Broedvogels Er zijn diverse broedvogels vastgesteld. Wilde eend, Krakeend, Kuifeend, Waterhoen, Meerkoet, Dodaars, Fazant, Houtduif, Holenduif, Turkse Tortel, Ransuil, Groene specht, Grote Bonte Specht, Boomkruiper, Gaai, Ekster, Zwarte Kraai, Sperwer, Zanglijster, Merel, Winterkoning, Heggenmus, Groenling, Grasmus, Zwartkop, Tuinfluiter, Tjiftjaf, Vink, Putter, Kneu, Roodborst, Kleine karekiet, Koekoek, Rietgors, Bosrietzanger, Staartmees, Pimpelmees. Broedende vogels mogen niet verstoord worden. Bij activiteiten in het broedseizoen zouden broedvogels verstoord kunnen worden bij intensieve activiteiten (festivals). Enkele soorten zijn verstoringsgevoelig (waaronder de Dodaars die in de moeraszone broedt) en de ransuil en sperwer die in bosschage broeden . Indien het terrein de gehele broedperiode in gebruik is (bv kampeerterrein), is er een regelmatige verstoring en gaan 11

Natuuronderzoek Euregiotuinen Oostburg vogels broeden op terreinen met meer dekking. Er is dan geen kans op verstoring. De Ransuil was in 2019 broedvogel en is nog steeds als broedvogel aanwezig op het terrein. Er zijn uitgevlogen jongen vastgesteld. De sperwer was in 2022 broedvogel. Er zijn geen jongen vastgesteld. Het leefgebied van de ransuil en sperwer is jaarrond beschermd. Indien het terrein gebruikt zal worden hoeft dit in principe niet meteen nadelig te zijn voor deze soorten. Het is wel goed de ransuil te verleiden om in een rustig deel van het terrein te gaan broeden. Zo is de kans op eventuele verstoring kleiner. Dit kan door het aanbrengen van kunstnesten voor deze soort. Daarnaast past het aanbrengen van een zonering zoals reeds in een eerder plan is voorgesteld goed in dit beeld om te voorkomen dat deze soorten verstoord worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Dodaars in de moeraszone.

Figuur 4. Broedlocatie ransuil zwart en sperwer rood.

12

Natuuronderzoek Euregiotuinen Oostburg Conclusie beschermde soorten. De volgende soorten waarvan het functionele leefgebied beschermd is zijn aanwezig: Haas: enkele exemplaren op grasland, bij behoud grasland geen nadelig effect te verwachten. Konijn: wisselende populatie met verschillende burchten. Burchten dienen behouden te blijven, of een ontheffing aanvragen. Wezel: maakt gebruikt van het gebied als jachtgebied en er zijn voortplantingslocaties te verwachten in houtstapels of vervallen bebouwing. In dien deze behouden blijven dan dient geen ontheffing aangevraagd te worden. Vleermuizen: zijn aanwezig op het terrein. Het heeft een functie als foerageergebied voor verschillende soorten. Voorkomen van verstoring van deze functie door licht kan voorkomen dat er een ontheffing aangevraagd dient te worden. Gewone dwergvleermuizen en gewone grootoorvleermuizen maken gebruik van de bebouwing Indien deze gesloopt wordt, of gerenoveerd wordt, dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden conform het vleermuisprotocol 2021. Dit om vast te stellen wat de functie is van de bebouwing en waar de soorten zich exact bevinden. Ransuil: is als broedvogel aanwezig en er is ook een rustplaats buiten de broedperiode. Er zijn verschillende locaties (groenblijvende bomen) aanwezig die kunnen fungeren als rustplaats.

Door het plaatsen van ransuilbroedmanden kunnen ransuilen naar rustigere terreindelen gelokt worden. Indien de huidige broed- rustplaats verdwijnt dient een ontheffing aangevraagd worden.

Sperwer: was in 2022 als broedvogel aanwezig. Er zijn geen jongen vastgesteld. Voor deze soort is het belangrijk dat er rustige delen in het terrein zijn die geschikt zijn als broedplaats. Indien dit niet het geval kan zijn bij de huidige broedplaats dan dient een ontheffing aangevraagd te worden.

Amfibieën en grondgebonden zoogdieren Het is belangrijk om in de huidige vijvers uittrede mogelijkheden te maken. Er is hier een dode egel aangetroffen die niet meer uit de vijver kon vanwege de steile taluds.

De eerder opgestelde schets voor recreatie- en natuurdoelstellingen voldoet goed om de huidige aanwezige (beschermde) natuurwaarden te behouden in een terrein wat in de toekomst meer recreatief gebruikt zal worden. Er wordt hierbij vanuit gegaan dat er geen grootschalige kapwerkzaamheden plaats zullen vinden. Maatwerk op detailniveau bij de (her)inrichting is echter wel noodzakelijk. Dit dient voorafgaand aan de ontwikkelingen bepaald te worden.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=8145adb8-ef2d-45ff-831b-68d0fa48e255