CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

c (Advies Aaz)

Raad 25 juni 2026, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot afgifte ontwerp - Verklaring van Geen Bedenkingen voor het realiseren van een overdekte uitloop en overkapping op het perceel Margarethaweg 1 te Oostburg.2.436 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AGRARISCHE ADVIESCOMMISSIE ZEELAND van de Stichting Advisering Landelijk Gebied Zeeland secretariaat: Postbus 1153 5200 BE ‘S-HERTOGENBOSCH info@agrarischeadviescommissie.nl

Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Sluis t.a.v. Mw. V. Dekker en Dhr. L. de Rooij Afdeling Externe Dienstverlening (verzonden per e-mail)

Uw kenmerk

Ons nummer

Datum

e-mail,

BAz1508

2 april 2026

Behandeld door

Onderwerp

H. Gerlings/TS

Geacht College, Naar aanleiding van uw schrijven van 17 maart 2026, inzake het verzoek van Temmerman vof, Margarethaweg 1 te Oostburg, delen wij u het volgende mede. De Agrarische Adviescommissie Zeeland heeft bij brief van 25 juli 2024 uw gemeente geadviseerd over de uitbreiding van het pluimveebedrijf aan de Margarethaweg 1 te Oostburg. Dit plan heeft in december 2024 ter inzage gelegen en inmiddels hebben, voorafgaand aan de vaststelling, aanpassingen aan het plan plaatsgevonden. Gelet op de aanpassingen die betrekking hebben op de pluimveehouderij legt uw gemeente voor of het aangepaste plan een significante bijdrage levert aan de verduurzaming van het bedrijf. In het kader van deze advisering heeft overleg plaatsgevonden met de heer D. Temmerman en met diens adviseur de heer R. Derks. Bedrijfsbeschrijving De heer D. Temmerman exploiteert in maatschap met zijn echtgenote I. Plasschaert een agrarisch bedrijf dat is ontstaan uit de samenvoeging van het ouderlijk bedrijf van Plasschaert en de akkerbouwtak van de heer D. Temmerman. Zodoende betreft het administratief de maatschap Temmerman pluimvee waarin vleeskuikens en akkerbouw zijn ondergebracht, en Temmerman Agro vof waarin akkerbouw-areaal is ondergebracht. Het bedrijf van de familie Plasschaert is in 1997 op de huidige locatie aan de Margarethaweg 1 te Oostburg gevestigd in het kader van een bedrijfsverplaatsing.

De bedrijfsbebouwing bestaat uit een woonhuis, een akkerbouwloods van ruim 1000 m2 en een pluimveestal van 18.40 x 110 meter en een uitloop van

BAz 1508 Blad 2

1438 m2. Voor de akkerbouw wordt op diverse locaties bedrijfsruimte gehuurd. Er is aan de Margarethaweg 1 een vergunning voor een bewaarloods van circa 30 x 60 meter verleend, en er is een plan voor het bouwen van een machineberging van circa 16½ x 35 meter. De akkerbouwtak omvat jaarlijks een enigszins variërend areaal van circa 200 ha cultuurgrond, hetgeen naast 15 ha eigendom hoofdzakelijk geliberaliseerde pacht, huurgrond en erfpachtgrond betreft. Het teeltplan bestaat jaarlijks in hoofdlijnen uit een zestigtal ha wintertarwe, een dertigtal ha suikerbieten, een vijftigtal ha consumptie aardappelen en enkele hectares eigen pootgoedteelt, een vijftig-/zestigtal ha uien en een tiental ha bruine bonen. De heer D. Temmerman beschikt over een vrij uitvoerige mechanisatie voor de uitvoering van de werkzaamheden. Vleeskuikens De pluimveestal is eertijds gebouwd voor 45.000 vleeskuikens op basis van de destijds gehanteerde hoge bezetting aan aantallen kuikens per vierkante meter. De stal is gebouwd met een bedrijfsvloeroppervlak voor intensieve veehouderij van 1975 m2. In de afgelopen decennia is deze bezetting verlaagd naar circa 40.000 kuikens in verband met de maximale bezetting van maximaal 42 kg aan vleeskuikens per vierkante meter zoals die geldt op basis van de generieke welzijnsregelgeving.

Sinds 2023 worden vleeskuikens gehouden op basis van het Beter Leven keurmerk met 1 ster. Het netto benutbaar staloppervlak voor de dieren bedraagt iets minder dan 2000 m2. In combinatie met een overdekte uitloop van 568 m2, die in 2024 is aangebouwd, is ruim 2500 m2 leefoppervlak voor de dieren beschikbaar. Per ronde worden circa 24.000 kuikens opgezet (circa 9.5 kuiken per m2). Daarmee kan voldaan worden aan de maximaal toegestane bezetting van 25 kg diergewicht per vierkante meter die geldt voor het Beter Leven Keurmerk. De vleeskuikens worden gedurende 8 weken afgemest tot een eindgewicht van 2600/2700 gram. De stal is uitgevoerd met nokventilatie. Bij hogere buitentemperaturen worden aan de achterzijde ventilatoren bijgeplaatst voor extra lengte ventilatie. De stal is uitgevoerd met een verwarmingssysteem met warmteheaters en recirculatieventilatoren voor het mengen van de verse lucht met de stallucht (E5.10 en stalsysteem BWL2009.14.V). Plan De ingediende aanvraag omvat het bouwen van een stal van 25 x 120 meter (circa 3000 m2). In totaal betreft het de uitbreiding tot 4975 m2 aan staloppervlak en de uitbreiding tot 1438,5 m2 aan overdekte uitlopen. In totaal betreft dit 6413 m2 aan leefoppervlak voor de dieren. In het kader van het Beter Leven keurmerk wordt de dierbezetting berekend over het leefoppervlak, hetgeen de stal inclusief de overdekte uitloop betreft.

In de vergunningaanvraag wordt uitgegaan van het iets verlagen van de vergunde bezetting in de bestaande stal van 45.000 vleeskuikens naar 42.213 vleeskuikens. Voor de nieuwbouwstal werd in 2024 uitgegaan van 40.000 vleeskuikens. In de gewijzigde aanvraag wordt uitgegaan van een bezetting van 64.120 vleeskuikens in de nieuwbouwstal. In 2024 betrof het op bedrijfsniveau een uitbreiding met 40.000 vleeskuikens van 45.000 naar 85.000 dieren. In de gewijzigde aanvraag betreft het een uitbreiding met 66.333 vleeskuikens, dus van 40.000 vleeskuikens naar 106.333 vleeskuikens. De nieuwbouwstal zal bouwkundig een uitvoering hebben die vergelijkbaar is met de huidige stal (wanden van grindachtige betonpanelen, damwandbekleding topgevels, en een golfplatendak). In vergelijking met de bestaande stal zal de nieuwbouwstal worden uitgevoerd met een volledige lengte-ventilatie van de stal, met een veel zwaarder isolatiepakket, en met inlaatventielen met meer sturingsmogelijkheden voor de aangevoerde buitenlucht. De bestaande stal zal worden omgeschakeld van nokventilatie naar lengteventilatie en aan de achterzijde van beide stallen zullen stoftorens worden gebouwd om de verspreiding van stof naar de omgeving te beperken.

BAz 1508 Blad 3

Beide stallen zullen, anders dan ten tijde van de aanvraag in 2024, worden uitgevoerd met luchtwassers als emissiebeperkend systeem. De emissie in de vergunde situatie met enkel de huidige stal bedraagt 14.850 odourunits, 1575 kg NH3 en 990 kg fijnstof (PM10). In 2024 betrof het een aanvraag voor 85.000 vleeskuikens. De emissies op basis van deze aanvraag bedroegen 28.050 odourunits, 1785 kg NH3 en 897,6 kg fijn stof (PM10). De huidige aanvraag betreft 106.333 vleeskuikens. De bijbehorende emissies op basis van het gebruik van de luchtwassers bedragen 24.457 odourunits, 1293 kg NH3 en 1488 kg fijn stof. Ionisatiedraden Met dit systeem worden Coronadraden (prikkeldraad) door de stal gespannen (BWL 2020.04V3). Door de elektrische spanning op de coronadraden worden negatieve ionen verspreid waardoor stofdeeltjes zich hechten aan het materiaal in de stal (zoals plafond en wanden). Hierdoor reduceert bij traditionele huisvesting de emissie aan fijn stof met 52% van 22 naar 11 gram per vleeskuiken. In de aanvraag van 2024 was het systeem met Ionisatiedraden opgenomen. Bij het gebruik van luchtwassers daalt de emissie aan fijn stof met 35% (14 gram i.p.v. 22 gram per vleeskuiken). Uit het overleg met de heer R. Derks blijkt dat om die reden de ionisatiedraden niet meer zijn opgenomen in de aanvraag.

Spiraflex Het Spiraflex systeem dat onderdeel uitmaakte van de aanvraag in 2024 blijft ongewijzigd gehandhaafd maar wordt niet meegenomen in de berekening van de mogelijk te behalen ammoniakreductie. Het Spiraflex systeem betreft de toepassing van ribbelbuizen voor de verwarming van de stal. Naast een positief effect op de emissie van ammoniak biedt een buizenverwarming voordelen voor het stalklimaat en de ontwikkeling van de jonge kuikens. Met een buizenverwarming kan meer adequaat worden gestuurd op het voorkomen van temperatuurschommelingen in de stal. De investering voor het Spiraflex systeem wordt ingeschat op € 58.000. Luchtwassers In de voorgestelde opzet worden beide stallen voorzien van een chemische luchtwasser. In de aangepaste aanvraag wordt uitgegaan van stalsysteem BWL 2005.01.V8 (RAV-code E 5.13) voor de bestaande stal, en van stalsysteem BWL 2013.08V3 (RAV-code E 5.4) voor de nieuwbouwstal. Deze systemen resulteren in een ammoniakreductie van respectievelijk 70% voor de bestaande stal en van 90% voor de nieuwbouwstal. Op geur geven deze luchtwassers een reductie van 30% en op fijnstof geven ze een reductie van 35%. Voor de luchtwassers is een investering opgenomen van € 125.000 per stuk en van € 250.000 in totaal. Landschappelijke inpassing Er is een plan opgesteld voor de landschappelijke inpassing van het bedrijf.

Dit betreft de aanleg van beplanting ter omzoming van de bedrijfsbebouwing. In samenhang hiermee zal met de aanleg van twee wadi’s de vereiste waterberging worden gecreëerd. Advies Op basis van de voorgaande bevindingen komt de Agrarische Adviescommissie Zeeland tot de volgende conclusie. Aan de Margarethaweg 1 te Oostburg wordt een agrarische bedrijfsvoering geëxploiteerd die bestaat uit de combinatie van een akkerbouwbedrijf en een vleeskuikenbedrijf. Het betreft een volwaardig agrarisch bedrijf. Het verzoek voor de uitbreiding van het bedrijfsvloeroppervlak voor de vleeskuikens is ongewijzigd. Dit betreft de uitbreiding van het staloppervlak tot 4975 m2 en de bouw van 1438,5 m2 aan overdekte uitlopen waardoor in totaal 6413 m2 aan leefoppervlak beschikbaar zal zijn voor de dieren. Er worden een aantal maatregelen voorgesteld ter verduurzaming van de bedrijfsvoering in samenhang met de uitbreiding van het bedrijfsvloeroppervlak voor de vleeskuikens.

BAz 1508 Blad 4

Omgevingsverordening Zeeland In de Omgevingsverordening Zeeland is voor de uitbreiding en de verduurzaming van intensieve veehouderijbedrijven het volgende opgenomen: “Een doelstelling voor bestaande hoofdtakken intensieve veehouderij is te 'verduurzamen'. Bij verduurzaming wordt maatwerk geleverd, waarbij de volgende criteria worden afgewogen: dierenwelzijn, milieuwinst, omgevingskwaliteiten, maatschappelijk verantwoord ondernemen en een vanuit bedrijfsvoering verantwoord ontwikkelingsperspectief. Niet op alle onderdelen hoeft er sprake te zijn van het toepassen van bovenwettelijke normen. Uit het gemeentelijk maatwerk moet blijken dat een significante bijdrage wordt geleverd aan de verduurzaming van het bedrijf met een belangrijke kwaliteitsimpuls voor de omgeving en dat het gaat om een ontwikkeling die meer betekent dan het voldoen aan wettelijke eisen. De provincie hecht waarde aan het treffen van maatregelen die leiden tot 'milieuwinst' (bijvoorbeeld het beperken van stankhinder en het verminderen van stikstofuitstoot) en het versterken van omgevingskwaliteiten (bijvoorbeeld een verbeterde landschappelijke inpassing).

Verduurzaming is uitgangspunt en de door gemeenten via maatwerk te verlenen uitbreidingsruimte is daaraan gerelateerd en daarvan afhankelijk.” Dieraantallen Bij de maximale bezetting op basis van het Beter Leven Keurmerk van 12 dieren per m2 kunnen bij een leefoppervlak van 6413 m2 (stallen en uitlopen) 76.956 vleeskuikens gehouden worden. Bij het zwaarder afmesten van de dieren, bijvoorbeedd tot 2600/2700 gram, zullen circa 9½ vleeskuikens per m2 kunnen worden gehouden, hetgeen op bedrijfsniveau 60.000 tot 61.000 vleeskuikens betreft. Op basis van de huidige vergunningaanvraag voor 6413 m2 en de deelname aan het Beter Leven Keurmerk (BLK) kan het aantal van 106.333 dieren niet worden gehouden. In de situatie dat niet zou worden deelgenomen aan het Beter Leven Keurmerk is maximaal 4975 m2 bedrijfsvloeroppervlak beschikbaar. Het aantal van 106.333 dieren resulteert in een bezetting van iets meer dan 21 vleeskuikens per vierkante meter. Een dergelijke bezetting is enkel mogelijk bij de huidige maximale ontheffing van 42 kg/m2 in combinatie met het eerder uitladen van een gedeelte van de dieren op jonge leeftijd (4-4½ weken) om de overige dieren voldoende ruimte te bieden.

Emissies De emissie bij de vergunde situatie met de huidige stal bedraagt 14.850 odourunits, 1575 kg NH3 en 990 kg fijnstof (PM10) De emissies op basis van deze aanvraag uit 2024 bedroegen 28.050 odourunits, 1785 kg NH3 en 897,6 kg fijn stof (PM10). De emissies op basis van de huidige aanvraag bedragen op basis van het gebruik van de luchtwassers 24.457 odourunits, 1293 kg NH3 en 1488 kg fijn stof. Ten opzichte van de vergunde situatie nemen de emissies aan geur en fijnstof toe en daalt de emissie aan NH3. Ten opzichte van het eerdere plan uit 2024 dalen de emissies aan geur en ammoniak, en neemt de emissie van fijnstof toe. Verduurzaming Aan het bedrijf aan de Margarethaweg 1 is in het vigerend bestemmingsplan een bedrijfsvloeroppervlak voor Intensieve Veehouderij toegekend van 4280 m2. Hierdoor kan aan het bedrijf een tweede vergelijkbare stal worden vergund, zonder dat nadere eisen kunnen worden gesteld in het kader van de verduurzaming van de bedrijfsvoering. Het bedrijf wil ontwikkelen naar een bedrijfsvloeroppervlak van 4975 m2, exclusief de uitlopen ten behoeve van de toepassing van het Beter Leven Keurmerk. In planologisch opzicht betreft het een relatief beperkte uitbreiding van het bedrijfsvloeroppervlak voor de intensieve veehouderij met 695 m2 van 4280 m2 naar 4975 m2 vanuit de verduurzaming van het bedrijf.

In het provinciaal beleid is aangegeven dat bij uitbreiding van het bedrijfsvloeroppervlak voor intensieve veehouderij verduurzaming het uitgangspunt is, en dat de uitbreidingsruimte daaraan is gerelateerd en daarvan afhankelijk is.

BAz 1508 Blad 5

Bij de huidige uitbreiding nemen de emissies aan geur en fijnstof toe en daalt de emissie aan NH3. De emissie aan geur is sterk gecorreleerd aan het aantal dieren, met dien verstande dat de luchtwassers de geuremissie per dier met 30% reduceren. De luchtwassers geven een reductie op fijnstof, waardoor de emissie aan fijnstof per dier met 35% daalt. Door de toename van het aantal dieren neemt op bedrijfsniveau de emissie aan fijnstof toe van 897,6 kg in de huidige situatie naar 1488 kg fijnstof na uitbreiding van het bedrijf. Ter beperking van de emissie aan fijnstof was in 2024 het ionisatiesysteem met coronadraden in de aanvraag opgenomen. In de huidige aanvraag is dit systeem niet meer opgenomen. Bij een luchtwasser vindt de reductie/reiniging van stallucht plaats nadat de ventilatielucht de stal heeft verlaten. Coronadraden binden stof in de stallen en halveren de fijnstofemissie doordat deze neerslaat in de stal. Door het binden van stof in de stal hebben coronadraden ook een positief effect op het stalklimaat. Op grond van vorenstaande is de Adviescommissie van oordeel dat de meerwaarde van het ionisatiesysteem met coronadraden, mede in verhouding tot de investering die hiermee gepaard gaat, zodanig is dat het ionisatiesysteem met coronadraden in het kader van de verduurzaming onderdeel van het plan dient te vormen.

Door het gebruik van coronadraden kan worden voorkomen dat de emissie aan fijnstof ten opzichte van de bestaande situatie toeneemt. Bij de uitbreiding tot 4975 m2 bedrijfsvloeroppervlak wordt door de aankoop van luchtwassers geïnvesteerd in een beter stalsysteem ter beperking van de ammoniakemissie (70% en 90% reductie) en ter beperking van de uitstoot aan geur (30% reductie) en fijnstof (35% reductie). Het installeren van luchtwassers en coronadraden maakt dat de emissies van het bedrijf bij de voorgestelde uitbreiding tot 4975 m2 bedrijfsvloeroppervlak lager zullen zijn dan bij de uitbreiding tot 4280 m2 bedrijfsvloeroppervlak in combinatie met systemen die zich beperken tot de wettelijk vereiste emissiereductie. Conclusie Samenvattend is de Agrarische Adviescommissie Zeeland van oordeel dat de uitbreiding van het bedrijf tot 4975 m2, in samenhang met de beschreven investeringen in luchtwassers en coronadraden, leidt tot een significante verduurzaming van de bedrijfsvoering in de pluimveehouderij. Graag ontvangen wij een kopie van de beslissing van de gemeente.

Hoogachtend, AGRARISCHE ADVIESCOMMISSIE ZEELAND

H.P. Gerlings secretaris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=1bb4c6f0-e3e7-4105-80b0-9e755410865d