c 01 (vierhonderdpolderdijk 9 en nieuwe havenweg ong) bestemmingsplan Bijlage 4.pdf
Tekst van het document
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
Quickscan beschermde natuurwaarden Project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
Datum: 14 november 2021 Ecomark Advies en Beheer Churchillweg 19 Hulst
© Niets uit deze rapportage mag gekopieerd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur.
1
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
INHOUD
1
Inleiding ...................................................................................................................................... 3 1.1
Aanleiding en doel onderzoek .............................................................................................. 3
1.2
Kader ................................................................................................................................... 3
1.3
Afbakening plangebied en werkwijze ................................................................................... 7
1.4
Opzet beoordeling ................................................................................................................ 7
2
Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten ........................................................... 8
3
Soortenbescherming ................................................................................................................. 12 3.1
Zoogdieren......................................................................................................................... 12
3.2
Vogels ................................................................................................................................ 12
3.2.1 Broedvogels ..................................................................................................................... 12 3.2.2 Watervogels ..................................................................................................................... 13 3.3
Reptielen en Amfibieën ...................................................................................................... 14
3.4
Vissen ................................................................................................................................ 14
3.5
Ongewervelden .................................................................................................................. 15
3.6
Vaatplanten........................................................................................................................ 15
4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) ................................................................................................................................. 16 5
Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering ....................................................................... 17 Bijlage 1 Kaart Natuurbeheerplan, Natura 2000 Bijlage 2 Informatie Wet natuurbescherming
2
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
1
Inleiding
1.1 Aanleiding en doel onderzoek De opdrachtgever wil op de locatie Vierrhonderdpolderijk 3 landbouwschuren slopen. Er komt geen nieuwbouw voor in de plaats. Voor deze sloopwerkzaamheden geldt een onderzoeksplicht in het kader van beschermde natuurwaarden. Deze rapportage bevat de resultaten van een voorstudie van beschikbare kennis op het gebied van beschermde natuurwaarden. Op basis van de gevonden resultaten kan op voorhand bepaald worden of significante effecten op de huidige (beschermde) natuurwaarden al dan niet uit te sluiten zijn en wat eventueel nog nader onderzocht dient te worden. In deze beoordeling worden dan ook de volgende vragen, voor zover mogelijk, beantwoord: • • • • •
Tot welke (mogelijke) effecten leidt de sloop van bebouwing op beschermde natuurwaarden? Wat is de reikwijdte van de mogelijke effecten? Hoe beïnvloeden de effecten de jaarrond beschermde soorten en de kwalificerende natuurwaarden, gelet op de instandhoudingsdoelen? Zijn mogelijke negatieve effecten significant? Al of niet in combinatie met andere projecten in de omgeving? Op welke wijze kunnen negatieve effecten voorkomen of gemitigeerd worden?
1.2 Kader Soortbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking. Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen en projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield.
Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord. Beschermde planten mogen niet opzettelijk van hun groeiplaats worden verwijderd of vernield. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) staan vernoemd in onderstaand kader. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb)
3
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
Bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken
De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft de beschermde soorten overal in Nederland bescherming. In o.a. artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbeschermingswet worden de ontheffingsen vrijstellingsmogelijkheden weergegeven. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing- of vrijstelling (zoals werken met een goedgekeurde gedragscode) hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. Beschermde soorten – met (Provinciale) vrijstelling: Voor deze soorten geldt een vrijstelling van een of meerdere verbodsbepalingen (zoals bijvoorbeeld het vangen van dieren en/of het vernielen van vaste verblijfsplaatsen. Voor deze soorten is derhalve in veel gevallen geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Wet natuurbescherming uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft over het algemeen (en dus per Provincie verschillend) onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en spitsmuizen, de woelrat, de egel, konijn, ree en vos, algemene amfibiesoorten, waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.
Overige ‘nationaal beschermde’ soorten: Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer een mogelijkheid voor ontheffing, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Voor deze soorten is derhalve een ontheffing nodig of kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode.
4
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals das, boommarter, algemene amfibieën en reptielen alpenwatersalamander, hazelworm, flora als schubvaren en bokkenorchis en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Habitatrichtlijnsoorten: Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Tot dit beschermingsregime horen o.a. alle vleermuissoorten, de bever, otter, noordse woelmuis, verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander. Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd. Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling ook geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht.
Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn.
Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar probleemloos worden gewerkt. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien.
5
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
Gebiedenbescherming Natura 2000 De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd. De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszones (SBZ’s) in het kader van de EU Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Deze gebieden samen vormen het omvangrijke Europese netwerk Natura 2000. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa. De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Wet natuurbescherming (Wnb) overgenomen. Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn belangrijke bepalingen overgenomen. Eén van die bepalingen is het afwegingskader, incl. compenserende maatregelen, zoals dat in artikel 6 van de Habitatrichtlijn staat. Het afwegingskader geeft aan op welke wijze besluitvorming plaats moet vinden voor plannen en projecten met mogelijke gevolgen voor beschermde natuurgebieden. Binnen Nederland zijn er, in de periode 1986-2005, 79 belangrijke vogelgebieden als speciale beschermingszone (SBZ) van de Vogelrichtlijn aangewezen. In het kader van de Habitatrichtlijn zijn in 2003 141 gebieden aangemeld bij de Europese Commissie.
Ongeveer 87% van het oppervlak van deze Habitatrichtlijngebieden heeft overlap met de gebieden die als Vogelrichtlijngebied zijn aangewezen. In Aanwijzingsbesluiten wordt door de minister van EZ de bescherming van de Natura 2000-gebieden juridisch vastgelegd. Centraal in de Aanwijzingsbesluiten staan de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van leefgebieden, natuurlijke Habitats en populaties van in het wild levende plant- en diersoorten, waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. Het toetsingskader van de Wet natuurbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1. Er is zeker geen kans op effecten: geen vergunningplicht; 2. Er een kans op effecten, maar zeker niet significant: vergunningaanvraag via een verstoringstoets/ verslechteringstoets; 3. Er is een kans op significante effecten: vergunningaanvraag via Passende Beoordeling (alternatieventoets + dwingende redenen van groot openbaar belang). Het referentiekader voor de toetsing wordt gevormd door de instandhoudingsdoelen voor de habitats en soorten waarvoor het Natura 2000gebied is aangewezen. Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Zeeland, vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Zeeuwse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het maakt onderdeel uit van het Nederlandse netwerk.
In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden.
6
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. 1.3 Afbakening plangebied en werkwijze Het plangebied is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is het gebied waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden (rood aangegeven). Figuur 1. Plangebied (rood) en studiegebied (blauw), in het rode gebied worden de maatregelen uitgevoerd.
Het plangebied is bezocht op 9 oktober 2021. Daarnaast zijn lokale verspreidingsatlassen geraadpleegd, zijn gegevens opgevraagd en zijn openbare websites geraadpleegd. 1.4 Opzet beoordeling De opzet van deze beoordeling is als volgt. In hoofdstuk 2 is een korte beschrijving gegeven van het studiegebied, het plangebied en de voorgenomen activiteit. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de te verwachten en de aangetroffen natuurwaarden in het gebied. Deze gegevens zijn vervolgens geïnterpreteerd en beoordeeld in relatie tot de voorgenomen activiteit.
7
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de huidige situatie. Het plangebied waar deze beoordeling op van toepassing is, is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is gelegen op de locatie Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand. Het betreft een drietal schuren die staan op een erf. Op het erf staat ook een woning, er is en drinkput en een hoogstamboomgaard. De schuren zijn enkel steens. Ze zijn op figuur 2 genummerd. De geplande werkzaamheden bestaan uit het slopen van landbouwschuren. Foto 1. Te slopen bebouwing, gebouw 1.
8
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
Foto 2. Te slopen bebouwing, gebouw 1 binnenzijde.
Foto 3. Te slopen bebouwing, gebouw 2.
9
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
Foto 4. Binnenzijde gebouw 2.
Foto 5. Buitenzijde gebouw 3.
10
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied.
11
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
3
Soortenbescherming
Hieronder worden soorten vernoemd die in en nabij het plangebied voorkomen. Vervolgens wordt uitgewerkt of er eventueel nadelige effecten te verwachten zijn.
3.1
Zoogdieren
Huisspitsmuis, egel, vos, ree, bosmuis, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, dwergmuis. Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Gewone grootoorvleermuis, Watervleermuis, Wezel, Hermelijn, Bunzing, Steenmarter, konijn, haas. Voorkomen / functie van het plangebied: Bron: Bekker 2009, Zoogdieren in Zeeland, verspreidingsatlas.nl, NDFF versie 2 nov 2021 en veldbezoek Grondgebonden soorten komen sporadisch voor in het plangebied. Het terrein is geheel verhard. Er is veel verstoring (huisdieren en menselijke activiteiten). Vleermuizen komen voor in het plangebied. In een deel van de te slopen bebouwing (gebouw 2) zijn mogelijkheden voor dagverblijven achter de gevelbeplating en tussen spanten. Uit te voeren maatregelen: slopen van bebouwing. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Nog niet te bepalen. Er dient nader onderzocht te worden of er vleermuizen voorkomen en wat de functie van de bebouwing 2 is. Mitigerende maatregelen / Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Nog niet te bepalen. Er dient nader onderzocht te worden of er vleermuizen voorkomen en wat de functie is. Conclusie: Voor grondgebonden zoogdieren is de te slopen bebouwing ongeschikt. Er zijn wel mogelijkheden voor dagverblijven voor vleermuizen in bebouwing 2.
Deze dagverblijven zouden met de sloop vernietigd kunnen worden en bij onzorgvuldig handelen zouden er vleermuizen gedood kunnen worden. Er dient nader onderzocht te worden of vleermuizen aanwezig zijn en wat dan de functie is van de bebouwing.
3.2
Vogels
3.2.1 Broedvogels De volgende broedvogels zijn in de omgeving van het plangebied vastgesteld: Wilde eend, Krakeend, Kuifeend, Waterhoen, Meerkoet, Fuut, Dodaars, Kleine karekiet, Bosrietzanger, Rietgors, Blauwborst, Houtduif, Holenduif, Fazant, Ekster, Zwarte kraai, Kauw, Winterkoning, Heggenmus, Putter, Groenling, Vink, Merel, Koolmees, Zwartkop, Zanglijster, Grote Lijster, Pimpelmees, Staartmees, Wilde eend, Turkse Tortel, Holenduif, Houtduif, Zomertortel, Spreeuw, Grote bonte specht, Groene specht, Boerenzwaluw, Zwarte roodstaart, Boomkruiper, Tjiftjaf, Kerkuil, Steenuil, Ransuil, Ringmus, Huismus. Vetgedrukt zijn soorten waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is.
12
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
Voorkomen / functie van het plangebied: Vogelatlas van Nederland, NDFF versie 2 nov 2021. De genoemde soorten komen voor in de omgeving en mogelijk deels in het plangebied. Er zijn geen mogelijkheden voor de huismus om te broeden. Er zijn ook geen mogelijkheden waar steenuil en kerkuil kunnen broeden in de bebouwing. In de gebouwen kunnen witte kwikstaart, holenduif, zwarte roodstaart en boerenzwaluw broeden. Uit te voeren maatregelen: slopen van bebouwing. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): De bebouwing is niet geschikt voor broedvogels. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Het plangebied is geschikt voor broedvogels als boerenzwaluw, holenduif, zwarte roodstaart en witte kwikstaart. Met sloop van bebouwing dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen.
3.2.2 Watervogels Er komen geen watervogels voor in het plangebied. Het is gelegen op een erf. De dichtstbijzijnde gebieden voor watervogels bevinden zich op meer dan 100 meter afstand. Dit betreft weilanden van het natuurgebied de Knokkert. Hier komen overwinterende ganzen voor (grauwe gans, kolgans, brandgans. Daarnaast komen er smient en slobeend voor. Trekvogels en watervogels Voorkomen / functie van het plangebied: (Ministerie van Verkeer en Waterstaat e.a., Deltavogelatlas, atlas van vogelconcentraties en vliegbewegingen in het Deltagebied, digitale versie 2 nov 2021; SOVON Vogelonderzoek Nederland & Ganzenwerkgroep Zeeland.2019; In het plangebied zelf komen geen watervogels voor. Er is geen water aanwezig en het terrein is verhard en er is veel menselijke verstoring. Uit te voeren maatregelen: slopen van bebouwing. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet te verwachten. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: In het plangebied zelf komen geen watervogels voor. Het is gelegen in de bebouwde kom. De Dichtstbijzijnde watervogelgebieden liggen op 100 meter afstand. De afstand tussen het plangebied en het watervogelgebied is van voldoende afstand.
13
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
3.3
Reptielen en Amfibieën
Boomkikker, Kamsalamander, Kleine watersalamander, Groene kikker, Bruine kikker, Gewone pad. Er komen geen reptielen voor in het plangebied of directe omgeving. Voorkomen en functie van het plangebied: Bron: website www.ravon.nl versie 2 nov 2021, NDFF versie 2 nov 2021. In het plangebied zijn geen voortplantingswateren en er is geen geschikt landbiotoop aanwezig. De terreinen zijn grotendeels verhard, er is veel verstoring en predatie (katten en honden) en er is geen dekking. Er wordt geen beplanting gekapt. Reptielen en amfibieën zijn dan ook niet te verwachten. Uit te voeren maatregelen: slopen van bebouwing. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: geen nadelige effecten te verwachten.
3.4 Vissen In het plangebied komen geen vissen voor. Voorkomen en functie van het plangebied: (Website Ravon versie 2 nov 2021). Er is geen water in het plangebied. Het biotoop is ongeschikt. Uit te voeren maatregelen: slopen van bebouwing. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen negatieve effecten te verwachten.
14
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
3.5
Ongewervelden
Voorkomen en functie van het plangebied: Vlinder- en Libellenwerkgroep 2003; Geene et. al. 2007; Wagenaar 2007. NDDF versie 22 nov 2020. www.verspreidingsatlas.nl versie 22 nov 2020 In het plangebied komen geen dagvlinders, nachtvlinders, libellen, sprinkhanen en overige ongewervelde voor die beschermd worden door de Wet natuurbescherming. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom. Het plangebied is grotendeels verhard. Er komen geen beschermde soorten voor binnen 500 meter van het plangebied. Uit te voeren maatregelen: slopen van bebouwing en realiseren van nieuwbouw. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen negatieve effecten te verwachten.
3.6 Vaatplanten In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Voorkomen en functie van het plangebied: In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Bron veldbezoek en Flora Zeelandica. Het plangebied is geheel verhard en gelegen in de bebouwde kom. Er zijn geen geschikte biotopen (voedselarme akkers, schraalgraslanden of moerassen) waar beschermde soorten voor kunnen komen. Uit te voeren maatregelen: slopen van bebouwing en realiseren van nieuwbouw. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Er komen geen beschermde soorten voor in het plangebied.
15
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Natura 2000/Natuurbeschermingswet Het plangebied is geen Beschermd Natuurmonument of Natura 2000 gebied, zie bijlage 1. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Westerschelde & Saeftinghe. Dit is gelegen op circa 2,3 kilometer afstand. De afstand tussen het plangebied en het Natura 2000 gebied is groot genoeg om geen negatieve effecten van trilling, geluid of optische verstoring te verwachten. De instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden worden niet aangetast.
Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Het plangebied is niet begrensd in het kader van de Natuurnetwerk Zeeland (NNZ, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), zie bijlage 1. Op circa 50 meter afstand ligt het natuurgebied Strijdersgatpolder. Het beheertype is vochtig schraalgrasland. Op 100 meter ligt de Vierhonderdpolderdijk. Het beheertype is haagbeuken, essenbos. De maatregelen zijn kleinschalig. De afstand tussen het plangebied en de natuurgebieden is voldoende groot. Er is geen negatief effect op beschermde gebieden. Het gebied is niet gelegen binnen de bebouwde kom. Er wordt geen beplanting gekapt. Het onderdeel houtopstanden in de Wet natuurbescherming is niet van toepassing. Conclusie: Er is geen negatief effect te verwachten op een Natura 2000 gebied. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op gebieden die zijn aangewezen in het kader van het NNZ. De gebieden zijn op voldoende afstand gelegen en de maatregelen zijn kleinschalig van aard. Er wordt geen beplanting gekapt. Het onderdeel bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming is niet van toepassing.
16
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
5
Conclusies en aanbevelingen m.b.t. de uitvoering
Op de locatie Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand staan 3 landbouwschuren die gesloopt kunnen worden. De voorgenomen maatregel bestaat uit het slopen van een deel van de bebouwing. Er komt geen nieuwbouw voor in de plaats. In alle gebouwen dient rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van broedvogels. Deze zijn te verwachten in de periode 1 maart – 1 september. In gebouw 2 zijn mogelijkheden voor dagverblijven voor vleermuizen. Er dient onderzocht te worden of vleermuizen gebruik maken van het plangebied, welke soorten het betreft en wat de functie is van de bebouwing. Gebouw 1 en gebouw 3 dienen niet nader onderzocht te worden op aanwezigheid van vleermuizen. Voor grondgebonden zoogdieren zijn de te slopen schuren niet geschikt. Hiervoor is te veel menselijke verstoring. Er zijn ook geen schuilplaatsen aanwezig. In en nabij de te slopen bebouwing zijn broedvogels te verwachten. Hiermee dient rekening gehouden te worden met de sloop. Voor andere beschermde soorten is het plangebied ongeschikt. Ze komen niet voor in de directe omgeving of het biotoop in het plangebied is ongeschikt. Gebiedsbescherming De reikwijdte van de tijdelijke verstoring blijft beperkt tot enkele tientallen meters van de te slopen bebouwing. Beschermde gebieden zijn gelegen op voldoende afstand. De werkzaamheden vinden plaats op een kleine oppervlakte en hebben een kort tijdsbeslag.
Na afloop van de werkzaamheden is er geen effect. Grondlagen en (grond)waterstromingen worden niet verstoord. Er is dus geen significante verstoring op beschermde natuurwaarden.
17
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
Bijlage 1 Natuurnetwerk (voorheen Ecologische Hoofdstructuur).
Natura 2000.(rode pijl is plangebied).
18
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
Bijlage 2 Informatie Wet natuurbescherming Zeeland
19
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
20
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
21
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
22
Quickscan beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Vierhonderdpolderdijk 9 te Cadzand
23