brief bijlage__Wnb_AERIUS_nota_van_uitgangspunten.pdf
Tekst van het document
BIJLAGE 3 AERIUS WNB Nota van uitgangspunten
Postadres: Boxmeerseweg 9 5835 AB Beugen
+316 14 85 24 54 info@derks-advies.nl www.derks-advies.nl
kvk 74263552 NL16RABO0322772796 btw NL859829893B01
Uitdewilligen Agro Galgenstraat 1 4528 EV Sint Kruis
Titel : Bijlage 3 WNB Nota van uitgangspunten AERIUS calculator Versie : 1.3 Datum : 7 februari 2023
Pagina 2 van 38
Inhoud 1.
Gegevens inrichting ..................................................................................................................... 4 1.1
Inrichtinghouder en correspondentieadres ........................................................................ 4
1.2
Vestigingsadres bedrijf ......................................................................................................... 4
2.
Gegevens initiatief ........................................................................................................................ 4
3.
Gegevens verandering ................................................................................................................. 5
4.
Emissies tijdens de bouwfase ..................................................................................................... 5
5
6
4.1
Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer)...................................................... 6
4.2
Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen).................................... 7
Emissies na ingebruikname ......................................................................................................... 7 5.1
Bedrijfsactiviteiten bestaand ............................................................................................... 7
5.2
Beoogde situatie ................................................................................................................. 10
5.3
Emissiepunten vast opgestelde verbrandingsmotoren (stookinstallaties) .................... 11
5.4
Emissies van de dieren (ammoniakemissie) .................................................................... 11
Conclusie ..................................................................................................................................... 13
BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase ................................................................................................ 15 BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase ........................................................................................... 22
Pagina 3 van 38
1. Gegevens inrichting 1.1
Inrichtinghouder en correspondentieadres
Statutaire naam
: Uitdewilligen Agro
Adres
: Galgenstraat 1
Postcode
: 4528 EV
Telefoon
: 0117 – 350 407
Contactpersoon
: De heer M.J.C. (Marijn) Uitdewilligen
Mobiel
: 06 – 46 10 39 38
1.2
Plaats:
Sint Kruis Telefax: Mail:
Uitdewilligen.agro@gmail.com
Vestigingsadres bedrijf
Handelsnaam
: Uitdewilligen Agro
Adres
: Galgenstraat 1
Postcode
: 4528 EV
Vestigingsnr.
: 000003954331
Kadastrale ligging : Aardenburg
Plaats:
Sint Kruis KVK nr.:
59630833
Sectie:
N
Nr(s):
720, 721, 800 en 801
2. Gegevens initiatief Het betreft een locatie met een pluimveehouderij en akkerbouwbedrijf met frietverwerking. De nieuwe ontwikkeling op het bedrijf betreft het vervangen van de oudere pluimveestal voor een nieuwe stal, waarbij de dieraantallen op bedrijfsniveau gelijk blijven, maar de opzet volgens het sterrenconcept van de dierenbescherming wordt ontwikkeld. Het familiebedrijf zal daarnaast in de oude pluimveestal landbouwproducten opslaan. Het bedrijf beschikt over een Wnb vergunning van 18 februari 2016 met kenmerk (16002811/NB.15.103). Op het bedrijf vinden ten opzichte van deze vergunning per gebouw de volgende wijzigingen plaats: 1. Deze loods blijft ongewijzigd gehandhaafd in gebruik; 2. Deze loods heeft in de koelcel een proceslijn gebouwd om de eigen aardappelen te verwerken tot dagverse frieten, voor het overige blijft de loods ongewijzigd; 3. Deze stal wordt buiten gebruik gesteld voor pluimvee en in gebruik genomen voor het opslaan van landbouwproducten; 4. Deze stal is gesplitst uitgevoerd in twee stallen en in gebruik genomen voor minder dieren en schakelt om naar het welzijnsconcept van de dierenbescherming; 5. Deze stal is de afgesplitste stal welke in gebruik is genomen en eveneens omschakelt naar het welzijnsconcept van de dierenbescherming; 6. Deze nieuwe stal wordt gebouwd op een zelfde opzet als stal 4 en 5 met hetzelfde concept.
De emissies zullen hierdoor wijzigen en daarom is onder andere een onderzoek naar de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden nodig. Het bedrijf ligt op 5,4 km van Groote Gat, 1,3 km van de Polders Krekengebied, 9,1 km van de Poldercomplex en 9,6 km van Het Zwin. Pagina 4 van 38
Voor de locatie zijn de NOx en NH3 emissies van de huidige vergunde en na gewijzigde ingebruikname bepaald en daarmee het projecteffect opnieuw vastgesteld. In deze nota zijn de uitgangspunten en resultaten van de berekeningen van de stikstofdioxidedepositie en de ammoniakdepositie met AERIUS Calculator vastgelegd.
3. Gegevens verandering Het betreft een agrarische intensieve veehouderij waar een vergunning gevraagd wordt voor scharrelvleeskuikens en de bouw van een nieuwe stal ter vervanging van de oude. Ten opzichte van de vergunde situatie veranderen zowel de stalemissies als de emissies van de transporten welke worden berekend met AERIUS Calculator. Het vrachtverkeer en personenwagens blijven qua bezoek en eigen gebruik gelijk en ook de overige verbrandingsmotoren blijven gelijk, alleen de emissie van de dieren wijzigt door toepassen van betere stalsystemen. Voor de vergunde situatie zijn de bewegingen uit de vergunning gehanteerd en is een verschilberekening gemaakt in AERIUS Calculator. Binnen het bedrijf zijn drie tractoren, een combine, twee heftrucks, een aggregaat, beregeningsinstallatie, gasverwarming en een quad aanwezig. Verder zijn er twee duurzame biomassaketels voor de verwarming. De overige installaties zijn elektrisch aangedreven.
4. Emissies tijdens de bouwfase Sinds 1 juli 2021 is de Wet natuurbescherming gewijzigd. Hierin is in artikel 2.9a een partiële vrijstelling opgenomen voor bouwen en slopen van een bouwwerk en voor het aanleggen, veranderen en verwijderen van een werk. Hiermee wordt voor deze activiteit de vergunningplicht uit artikel 2.7, tweede lid uitgezonderd voor de gevolgen van stikstofdepositie door in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering activiteiten in de bouwsector aan te wijzen. Dit besluit wijzigt het Besluit natuurbescherming door daarin een nieuw artikel 2.5 op te nemen: "Als activiteiten van de bouwsector als bedoeld in artikel 2.9a van de wet worden aangewezen: 1. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen; 2. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen." De partiële bouwvrijstelling is met de Porthos-uitspraak (ECLI:NLRVS:2022:3159) wegens strijd met artikel 6 Habitatrichtlijn 1 op 2 november 2022 vernietigd. Nu aanleg en bouwen onlosmakelijk onderdeel uitmaken van het project, dient onderbouwd te worden wat de effecten zijn op omliggende Natura2000 gebieden tijdens de bouw.
Voor het bepalen van de depositieberekening in AERIUS is voor de emissies ingevolge de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator bij de bouw twee bronnen te onderscheiden. Een lijnbron van transport gelieerd aan de locatie en een vlak op de bouwplaats voor de r.o. 49. Op grond van het voorgaande kan de Afdeling niet anders dan tot de volgende conclusie komen: de bouwvrijstelling is gebaseerd op een niet toereikende generieke voortoets. Daarom moeten artikel 2.9a van de Wnb en artikel 2.5 van het Bnb, in onderling verband gelezen, wegens strijd met artikel 6 van de Habitatrichtlijn buiten toepassing worden gelaten.” 1
Pagina 5 van 38
activiteiten van het laden en lossen van producten en de aanwezige kraan of loader en verreiker. Tijdens de bouwfase vinden extra emissies plaats. De verwachte bouwtijd van de stal is 6 maanden (26 weken), omdat het een relatief eenvoudige constructie is van beton, stalen spanten en prefabwanden. Hierbij zal een kraan of loader eerst het grondwerk doen, waarbij in totaal 16 uur gemoeid is en een 20 vrachtwagens het terrein zullen aandoen voor de aan en afvoer van grond en zand. Daarna komen dagelijks maximaal 2 auto’s en 4 busjes met personeel die bouwwerkzaamheden verrichten. Bij de fundering (betonvloer en wanden) en de betonvloer (afstorten en vlinderen) wordt in twee etappes beton gestort. Nadat de poeren zijn gestort worden de spanten geplaatst en gesteld en nadat de vloer is gestort worden de interne wanden gemonteerd. Tenslotte worden de prefabwanden, met daarboven sandwichpanelen en het dak met golfplaten afgemonteerd. Tijdens de spanten plaatsen en panelen plaatsen zal een verreiker die dagen in werking zijn. In het totale project zal dit neerkomen op circa 80 uur. Gemiddeld komt elke week een vrachtwagen materiaal lossen of een container ophalen, waarbij pieken bestaan bij lossen van wapening en los daarvan zijn in het begin telkenmale bij de stort continue betonwagens aan het pendelen met 14 m3 beton.
De grootste stort is de betonvloer die ze in een keer doen bij de stal. Het gaat hier om een stort van 512 m3 (vloerplaat 2.560 m2 x 0,2 m dik) oftewel 37 vrachtwagens op die dag. De poeren onder de afwerkvloer zijn 30 cm dik en 1,20 bij 1,20 meter. Er zijn 17 spanten die worden aangebouwd en dus 34 poeren samen 15 m3 oftewel 2 vrachtwagen. Uitgaande van een gemiddelde laad- en lostijd van ongeveer driekwart uur zal gedurende de 6 maanden er 30 uur beton storten en 35 uur grond/zand en materialen/containers halen en brengen met een vrachtwagen op terrein stationair of met een lage snelheid mobiel over het terrein rijden. Op de locatie zelf zijn verder behalve de kraan, verreiker en vrachtwagens geen stikstof veroorzakende activiteiten.
4.1
Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer)
In de AERIUS-berekeningen zijn de rijdende voertuigen als volgt opgenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de bouwplaats komen in de aan te vragen situatie. Hierin zijn alle transportbewegingen van het gehele project van 26 weken meegenomen. Transportbewegingen ten behoeve van bouwmaterialen, afvalstromen en bouwvakkers. Tabel 1: aantal transportmiddelen (worst-case) van en naar de bouwplaats
Licht verkeer (personenauto’s) Middel zwaar (bestelbus) Zwaar verkeer bouwen
Bewegingen 2/werkdag 4/werkdag 20 grond + 1/week + 39 beton
Bewegingen bouwproject (26 weken) 104 autobewegingen 208 bestelbusbewegingen 170 vrachtwagenbewegingen
De bewegingen zijn gemodelleerd van de richting Wilhelminaweg via de Galgenstraat en de bedrijfsweg tot aan de bouwplaats. Op de Wilhelminaweg gaat het verkeer over in het overige heersende verkeer. Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht, middelzwaar en zwaar verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt. Door hierbij uit te gaan van 10% stagnerend verkeer is niet uitgegaan van een worst-case scenario, omdat deze Pagina 6 van 38
weg vanuit deze weg geen filevorming kent. Voor het wegverkeer is “buitenweg” aangehouden, omdat het hier een goed begaanbare en overzichtelijke weg in het buitengebied betreft. De emissiefactoren voor zwaar verkeer die zijn opgenomen in AERIUS Calculator zijn gebaseerd op het gemiddelde Nederlandse vrachtwagenpark en daarmee representatief.
4.2
Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen)
De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Uitgangspunt voor de berekeningen van de stationaire bronnen binnen het bouwproject zijn gebaseerd op de invoergegevens van AERIUS calculator. In tabel 2 hieronder is de emissies (in kg/jaar) weergegeven tijdens het totale bouwproject van 26 weken die zijn gebruikt in de berekeningen in AERIUS gebaseerd op machines die voldoen aan de emissienorm voor Stage Ill, die afhankelijk van het type en vermogen van de voertuigen geldt sinds ongeveer 2006. Door de aannemer is mondeling aangegeven dat gelet op het feit dat niet alle onderaannemers en daarmee de machines die het terrein opkomen al bekend zijn, maar de ervaring leert dat ongeveer een kwart van het machinepark van voor 2006 is en dat de rest nieuwer is. De emissies van nieuwere voertuigen zijn aanzienlijk lager dan die van Stage Ill, zodat onderstaande geen onderschatting zal zijn van de feitelijke emissies. Tabel 2: mobiele en stationaire bronnen op de projectlocatie Vermogen Brandstof Machine kW (ltr/jaar)
Bedrijfstijd (uur/jaar) *
Cilinderinhoud (liter) **
grond/zand/materiaal
300
911
35
15,0
Betonstorter
200
526
30
10,0
kraan/loader
125
178
16
6,3
verreiker/kraan zetwerk
60
450
80
3,0
* Volgens de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator draaien motoren ongeveer 30% van de volledige bedrijfsduur stationair gemiddeld genomen. De bedrijfstijd is de totale tijd van gebruik inclusief deze circa 30% stationair gebruik. ** De cilinderinhoud van de motor wordt in de regel uitgedrukt in liters of in cc (cubic centimer, 1.000 cc = 1 liter). Het gaat daarbij om totale motorinhoud waarbij alle cilinders worden opgeteld. Als de cilinderinhoud van het werktuig niet bekend is, dan kan deze voor werktuigen op diesel berekend worden met de volgende formule: CI (cilinderinhoud [ltr]) = V (totale motorvermogen [kW]) / 20
5 Emissies na ingebruikname In de huidige feitelijke en vergunde situatie betreft dit een agrarisch bedrijf met scharrelvleeskuikens. Ten opzichte van de vergunde situatie veranderen zowel de stalemissies als de emissies van de transporten welke worden berekend met AERIUS Calculator. Hieronder volgt een beschrijving van de huidige bedrijfsactiviteiten.
5.1
Bedrijfsactiviteiten bestaand
Er worden scharrelvleeskuikens gehouden in drie strooiselstallen. De dieren krijgen voer, dat bestaat uit krachtvoer (grondstof) van een veevoederfabriek. Het voer wordt automatisch verstrekt met voermachines, waarvan de motoren allen elektrisch aangedreven zijn. Daarnaast wordt er drinkwater verstrekt. De lucht komt via de zijkant van de stallen binnen en wordt via ventilatoren in de eindgevel afgezogen. Er worden aan het begin van de ronde eendagskuikens opgezet in de stallen, die worden voorverwarmd. Deze kuikens worden na 5 weken deels uit de stal gehaald (20%). De overige dieren blijven nog een week langer. Na 6/7 weken worden alle dieren uit de stallen gehaald en Pagina 7 van 38
worden de stallen ontmest, schoon gemaakt en ontsmet. Daarna wordt er weer strooisel in de stallen gebracht voor de opvang van nieuwe eendagskuikens. De kuikens worden gevoerd met pluimveevoer, welke wordt opgeslagen in de voersilo’s. Drinkwater wordt via nippels met lekcups er onder verstrekt. De stallen worden verwarmd met warmteheaters die in de stal hangen. De verwarmingsinstallatie is buiten de stal opgesteld in een aparte ruimte en bestaat uit twee duurzame biomassaketels. Hierin worden geperste houtkorrels (pellets) verbrand. De opslag van deze houtpellets (grondstof) vindt plaats in een silo. De relevante stikstofveroorzakende activiteiten zien er als volgt uit in de bestaande situatie: Zes of zeven dagen per jaar worden er kuikens aangevoerd. De kuikens worden in de dagperiode aangevoerd gedurende 10 uur. Het betreft hierbij in totaal 80 bewegingen per jaar. Tien keer per ronde wordt er bulkvoer gebracht. Het lossen van het bulkvoer duurt 1 uur per vracht en de vrachtwagen blijft daarbij stationair draaien. Het betreft hierbij in totaal 65 uur en 130 bewegingen per jaar. Bij kuikens kunnen circa 5.000 dieren op een vrachtwagen. Op een leeftijd van 6-8 weken worden de dieren weggeladen en afgevoerd naar de slachterij Hiervoor komen dan 20 vrachtwagens per ronde op het bedrijf.
Het pluimvee wordt handmatig uit de stallen verwijderd en in kratten en containers gedaan. De containers worden met een loader gedurende 10 uur op de vrachtwagens geladen. De vangploeg die hiervoor nodig is komt met 10 personenwagens gemiddeld. Het betreft hierbij in totaal 260 vrachtbewegingen en 260 personenautobewegingen per jaar en de loader is 65 uur aan het werk per jaar. De volgende dag wordt de droge mest uit de stal in de dagperiode verwijderd en direct met kiepwagens afgevoerd naar eigen landbouwgrond of meteen vrachtwagen naar grond van derden. De mest wordt met de loader met voorlader in de stal gedurende acht uur op een hoop geschoven en in een gereedstaande wagens gedeponeerd. De kiepkarren wordt door tractors van het terrein gereden. Totaal worden er circa 12 kiepkarren of 6 vrachtwagens afgevoerd. Het betreft hier 156 bewegingen met tractoren en 52 uur werk met de verreiker/loader per jaar. Ingeval mest met de vrachtwagen wordt afgevoerd zijn deze bewegingen minder en dus voor de berekening niet relevant. Daarna wordt een vernevelingsinstallatie gebruikt om de stallen in te weken. Na het inweken wordt de stal nat gereinigd met een hogedrukspuit en het spoelwater wordt opgevangen in een put die naast de stal ligt.
Hierna wordt de stal ontsmet, droog geventileerd, voorzien van nieuw strooisel en op temperatuur gebracht voor het opvangen van de nieuwe ronde kuikens. De hogedrukreiniger neemt de schoonmaakploeg zelf mee en kan zowel elektrisch als op een kleine aggregaat werken. Voor het reinigen is de aggregaat 4 uur per stal per ronde in werking, het strooisel wordt met een walkingfloor gebracht hiervoor worden 48 bewegingen per jaar aangehouden. Voor levering en afvoer van diverse producten komen er dagelijks enkele personenauto's en bestelwagens en, een enkele keer, een vrachtwagen op het terrein (bijvoorbeeld voor het leveren van diesel of reinigingsmiddelen en de afvoer van reinigingswater, afval of kadavers). Dit betreffen 2 personen/bestelwagens per dag en 1 vrachtwagen per week. De vrachtwagens worden gemiddeld genomen in een halfuur gelost. Op jaarbasis is dit 26 uur en 104 vrachtbewegingen en 1.248 personenautobewegingen. Voor de verwarming is er een biomassaketel aanwezig.
Pagina 8 van 38
Er zijn drie tractoren, een combine en twee dieselheftrucks binnen inrichting die gedurende gemiddeld 2 uur in werking zijn voor het inschuren met 450 tractorbewegingen van de geoogste producten en 160 vrachtwagens voor het uitschuren per jaar.
In de Beleidsregel natuurbescherming Zeeland zijn de voorwaarden beschreven die worden toegepast bij intern salderen. Hierbij wordt als referentie de toestemming voor de N-emissie veroorzakende activiteit gehanteerd in de referentiesituatie en die sindsdien onafgebroken aanwezig is geweest of nog kan zijn tot het moment van intrekking of wijziging van de toestemming, zodat hervatting van de activiteit mogelijk was zonder dat daarvoor een natuurvergunning of omgevingsvergunning, onderdeel bouwen, is vereist. Voor de beoordeling van de aanvraag om Wet natuurbeschermingsvergunning wordt deze referentiesituatie gehanteerd, voor zover de capaciteit aantoonbaar feitelijk is gerealiseerd. Het gaat hierbij niet alleen om de ammoniak van de dieren, maar ook de bijbehorende transporten en emissies van bijvoorbeeld stookinstallaties. Deze zijn immers inherent aan het project, zoals ook in jurisprudentie is bevestigd (ECLI:NL:RVS:2020:2760). De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Uitgangspunt voor de berekeningen van de stationaire bronnen binnen de inrichting zijn gebaseerd op de invoergegevens van AERIUS calculator. Tabel 3: mobiele en stationaire bronnen op de projectlocatie Verm ogen Brandstof Machine kW (ltr/jaar)
Bedrijfstijd (uur/jaar) *
Cilinderinhoud (liter) **
Voer lossen b ulkwag en
220
1.250
65
11,0
d ieren laden lo ader 2001
140
808
65
7,0
Vrachtwag en laden en lossen diversen
380
854
26
19,0
laden mest load er 2001
140
3.182
256
7,0
Tractor 1 2015
135
3.121
260
6,8
Tractor 2 2018
120
2.789
260
6,0
Tractor 3 2010
110
2.568
260
5,5
Combine 1 2007
180
4.116
260
9,0
Heftruck LPG 2011 ***
50
1.072
200
Heftruck diesel 1985 ***
50
696
200
Combine 2 1986
115
2.679
260
5,8
Tractor 4 1976
50
1.241
260
2,5
* Volgens de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator draaien motoren ongeveer 30% van de volledige bedrijfsduur stationair gemiddeld genomen. De bedrijfstijd is de totale tijd van gebruik inclusief deze circa 30% stationair gebruik. ** De cilinderinhoud van de motor wordt in de regel uitgedrukt in liters of in cc (cubic centimer, 1.000 cc = 1 liter). Het gaat daarbij om totale motorinhoud waarbij alle cilinders worden opgeteld. Als de cilinderinhoud van het werktuig niet bekend is, dan kan deze voor werktuigen op diesel berekend worden met de volgende formule: CI (cilinderinhoud [ltr]) = V (totale motorvermogen [kW]) / 20 *** hierbij wordt uitgegaan van 3,48 liter diesel of 5,36 liter LPG per uur, bron: https://edepot.wur.nl/302880
In tabel 3 zijn de mobiele bronnen weergegeven tijdens het project die zijn gebruikt in de berekeningen in AERIUS. Voor de niet eigen bronnen zijn deze gebaseerd op machines die voldoen aan de emissienorm voor Stage Ill, die afhankelijk van het type en vermogen van de Pagina 9 van 38
voertuigen geldt sinds ongeveer 2006. Door de inrichtinghouder is mondeling aangegeven dat gelet op het feit dat niet alle leveranciers en afnemers en daarmee de machines die het terrein opkomen al bekend zijn, maar de ervaring leert dat ongeveer een kwart van het machinepark van voor 2006 is en dat de rest nieuwer is. De emissies van nieuwere voertuigen zijn aanzienlijk lager dan die van Stage Ill, zodat onderstaande geen onderschatting zal zijn van de feitelijke emissies. Voor de werktuigen vanaf Stage IIIB wordt AdBue toegevoegd om de NOx te reduceren. Hiervoor is het TNO-rapport R12305 gehanteerd van 10 december 2021. Eén liter AdBlue kan 460 gram NOx omzetten, gegeven de chemische samenstelling. Bij bovenstaande berekening is uitgegaan van een gemiddelde 4 liter AdBlue toevoeging per 100 liter diesel. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de projectlocatie komen in de vergunde situatie. Hierin zijn de totale transportbewegingen van het gehele project jaarrond meegenomen in de berekeningen. Transportbewegingen ten behoeve van grondstoffen, materialen, eindproduct, afvalstromen en personeel zijn dubbel geteld omdat het een heen en retour betreft. Tabel 4: aantal transportmiddelen (worst-case) van en naar het bedrijf vergund
Licht verkeer (auto’s)
Zwaar verkeer
Voertuigen 10/keer 3/keer 8/dag 40/jaar 130/jaar 65/jaar 78/jaar 24/jaar 225/jaar 160/jaar 1/week
Voertuigenbewegingen project (jaar) 260 auto’s vangploeg 40 auto’s losploeg 5.840 bezoekers (bestel)auto’s 80 vrachtwagens dieren lossen 260 vrachtwagens dieren laden 130 vrachtwagens voer lossen 156 tractoren mest 48 vrachtwagens strooisel 450 tractoren akkerbouw 320 vrachtwagens akkerbouw 104 vrachtwagens diversen
De bewegingen zijn gemodelleerd als lijnbron van de richting Wilhelminaweg via de Galgenstraat en de bedrijfsweg tot aan het bedrijf. Op de kruising met Wilhelminaweg binnen de bebouwde kom gaat het verkeer over in het overige heersende verkeer. Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht, middelzwaar en zwaar verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt. Door hierbij uit te gaan van 10% stagnerend verkeer is niet uitgegaan van een worst-case scenario, omdat deze weg vanuit deze weg geen filevorming kent. Voor het wegverkeer is buitenwegen aangehouden, omdat het hier een goed begaanbare en overzichtelijke weg in het buitengebied betreft. De emissiefactoren voor zwaar verkeer die zijn opgenomen in AERIUS Calculator zijn gebaseerd op het gemiddelde Nederlandse vrachtwagenpark en daarmee representatief.
5.2
Beoogde situatie
In het onderzoek zijn de emissies ten gevolge van het wegverkeer van en naar de planlocatie beschouwd. In de nieuwe situatie is namelijk enkel het verkeer van het pluimveebedrijf wat in de nieuwe stal wordt geplaatst relevant. In het onderzoek zijn de emissies ten gevolge van het
Pagina 10 van 38
wegverkeer van en naar de planlocatie beschouwd. In de nieuwe situatie gaat deze niet wijzigen. Voor het bepalen van de depositie in de gebruiksfase wordt de op 18 februari 2016 vergunde situatie gehanteerd aangevuld met transport uit de vigerende omgevingsvergunning, daarom worden de activiteiten in de gebruiksfase beschouwd vanuit deze vergunning. De transporten blijven hierin exact gelijk. Enkel de emissiepunten wijzigen ten opzichte van de vergunning.
5.3
Emissiepunten vast opgestelde verbrandingsmotoren (stookinstallaties)
De aggregaat van de hogedrukreiniger van 20 kW wordt acht maal per jaar per stal gebruikt. Hiervoor wordt 96 uur aangehouden per jaar. Voor emissies van niet mobiele werktuigen (bijvoorbeeld aggregaten) kan volgens de instructie gegevensinvoer voor AERIUS het beste aangesloten worden op: https://www.dieselnet.com/standards/eu/nonroad.php. Hierin is opgenomen dat de aggregaat met een Stage V motor 0,4 g/kWh kan worden aangehouden, oftewel een jaaremissie van 0,768 kg NOx. De noodstroomaggregaten zijn verwaarloosbaar, doordat deze alleen jaarlijks worden getest gedurende een uur proefdraaien. De warmte uit de biomassakachels wordt in deze situatie ingezet voor verwarming van warmwater in plaats van de CV-ketels. Totaal vermogen is 2x251 kW > ((251/1.000) * 3.600) / 31,65 MJ/m3) 28,5 m3 aardgasequivalent * 11,55 m3 = 330 m3 rookgas per ketel per uur = 0,09 m3/s. De pijp is 0,25 m1 doorsnede > 0,1252 * pi = 0,05 m2 0,09 m3/s / 0,05 m2 = 1,8 m/s De emissie is maximaal 275 mg/Nm3 NOX volgens paragraaf 3.2.1. activiteitenbesluit (275 mg * 330 m3/uur * 3.000 uur) / 1.000.000 (mg>kg) = 272,25 kg/ketel/jaar
5.4
Emissies van de dieren (ammoniakemissie)
Voor de ammoniakemissie van de te houden dieren is gebruik gemaakt van de emissiefactoren uit Regeling ammoniak en veehouderij. Deze in de vergunden en beoogde situatie als volgt. Tabel 5: diertabel vergunde situatie
stal diercategorie stalsysteem BWL2010.13.V7 i.c.m. 4 vleeskuikens BWL 2011.02.V6 BWL2010.13.V7 i.c.m. 5 vleeskuikens BWL 2011.02.V6 Totaal
Rav dieren plaatsen NH3/dier kg NH3 E 5.11+ 44.000 44.000 0,021 924,00 E 7.7 E 5.11+ 55.000 55.000 0,021 1.155,00 E 7.7 2.079,00
Pagina 11 van 38
Tabel 6: diertabel beoogde situatie
stal diercategorie stalsysteem BWL2010.13.V7 i.c.m. 4 vleeskuikens BWL 2011.02.V6 BWL2010.13.V7 i.c.m. 5 vleeskuikens BWL 2011.02.V6 BWL2010.13.V7 i.c.m. 6 vleeskuikens BWL 2011.02.V6 Totaal
Rav dieren plaatsen NH3/dier kg NH3 E 5.11+ 33.000 33.000 0,021 693,00 E 7.6 E 5.11+ 33.000 33.000 0,021 693,00 E 7.6 E 5.11+ 33.000 33.000 0,021 693,00 E 7.6 2.079,00
Stal 3: De stal heeft zowel nokventilatie als lengte ventilatie. De gebruikershandleiding V-stacks vergunning geeft in paragraaf 3.7.1 aan hoe deze situatie beoordeeld moet worden. De coördinaten hangen af van het geometrische gemiddelde van alle aanwezige ventilatoren, hiervan is de x-y-coördinaat bepaald door het gewogen middelpunt te bepalen van zowel de gevelventilatoren als de nokventilatoren. Voor de hoogte van het emissiepunt is conform de gebruikershandleiding de geometrisch gemiddelde hoogte van de verticale plus de horizontale emissiepunten genomen. Deze is op 5,2 meter gesteld. De goothoogte van de stal is 2,30 meter en de nokhoogtes 6,391 meter, waarmee de gemiddelde gebouwhoogte 4,3 meter wordt. De emissiepunt diameter wordt fictief afgeleid van de gemiddelde oppervlakte van alle emissiepunten (ventilatoren). De twee gevelventilatoren aan de achterzijde van de stal zijn 1,5 meter doorsnede (straal r = 0,75 m) is: π x 0,752 = 1,767 m² x 2 ventilatoren = 3,53 m². De tien nokventilatoren hebben een diameter van 0,82 meter (straal r = 0,41 m) is: π x 0,412 = 0,528 m² x 10 ventilatoren = 5,28 m². Samen is dit dus 8,81 m2. (8,81 m² : π) x 2 = 3,35 m Ø
1
De emissiepunt uittreesnelheid is de standaardwaarde 0,4 m/sec voor horizontale uitstroming als alle of een deel van de ventilatoren of emissiepunten een horizontale uitstroming heeft. Stal 4, 5 en 6: De stallen 4 en 5 hebben allebei een warmtewisselaar naast de stal en centrale afzuiging achter de stal voorzien van een stuwbak die de lucht omhoog brengt. Ook de nieuwe stal 6 wordt als zodanig opgezet. In de praktijk draaien de warmtewisselaar (bijna) altijd, waarbij de ventilatiecapaciteit traploos geregeld wordt. De grote gevelventilatoren in de stuwbak worden door het cascade ventilatiesysteem automatisch ingeschakeld, afhankelijk van de staltemperatuur. Meestal op warme dagen of aan het eind van de groeicyclus. De gebruikershandleiding V-stacks vergunning geeft in paragraaf 3.7.1 aan dat deze ventilatiewijze niet als apart emissiepunt moet worden bepaald, maar als één emissiepunt. De coördinaten hangen af van het geometrische gemiddelde van alle aanwezige ventilatoren, hiervan is de x-y-coördinaat bepaald door het gewogen middelpunt te bepalen van zowel de gevelventilatoren (stuwbak) als de warmtewisselaar. Voor de hoogte van het emissiepunt is conform de gebruikershandleiding de geometrisch gemiddelde hoogte van de verticale emissiepunten genomen.
De stuwbak achter de stal met 7 ventilatoren stoot uit op een hoogte van 6,25 meter en de warmtewisselaar heeft twee kokers van elk 3,5 meter hoogte. De gemiddelde hoogte is daarmee 4,9 meter. De goothoogte van de stal is 2,92 meter en de nokhoogtes 7,813 meter, waarmee de gemiddelde gebouwhoogte 5,4 meter wordt. Pagina 12 van 38
De emissiepunt diameter wordt fictief afgeleid van de gemiddelde oppervlakte van alle emissiepunten (stuwbak en warmtewisselaar). De openingen van het stuwbak aan de achterzijde van de stal zijn 7,0 bij 4,0 meter = 28,0 m² en de twee ventilatoren hebben een diameter van 0,82 meter (straal r = 0,41 m) is: π x 0,412 = 0,528 m² x 2 ventilatoren = 1,06 m². Samen is dit dus 29,06 m2. (29,06 m² : π) x 2 = 6,08 m Ø 37.000 vleeskuikens x 2,4 m3/dier/uur = 88.800 uur 24,7 m3/sec. 24,67 m3/sec : 29,06 m2 = 0,85 m/sec. 33.000 vleeskuikens x 2,4 m3/dier/uur = 79.200 uur 22,0 m3/sec. 22,00 m3/sec : 29,06 m2 = 0,76 m/sec.
6 Conclusie Uit de AERIUS berekeningen blijkt dat bij de bouwfase het projecteffect niet relevant is. Bij de gebruiksfase neemt het projecteffect bij het beoogde gebruik op de Nederlandse gebieden niet toe door het wijzigen. Op de Belgische gebieden ontstaat een toename in stikstofdepositie op het Krekengebied als onderdeel van de Polders. België heeft hiervoor een eigen toetsingskader waar voor de stikstofdepositie een praktische wegwijzer is gemaakt. Vergunningplicht is van toepassing bij een betekenisvolle aantasting. Indien er wordt gesproken over een betekenisvolle aantasting of betekenisvol effect wordt hiermee bedoeld de betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de SBZ zoals omschreven in artikel 36 ter §3 van het Natuurdecreet 2 . Het habitatrichtlijngebied de Polders overlapt met de vogelrichtlijngebieden Poldercomplex, Krekengebied en Het Zwin. Volgens de Overschrijdingskaart vermestende depositie in 4.2 van het stappenplan zijn er een aantal gebieden die kwetsbaar zijn geel en oranje ingekleurd. In onderstaande figuur is dit weergegeven.
2
In de betekenis van de definitie zoals omschreven in het Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (21/10/1997 artikel 2 30°: betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone: een aantasting die meetbare en aantoonbare gevolgen heeft voor de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone, in de mate er meetbare en aantoonbare gevolgen zijn voor de staat van instandhouding van de soort(en) of de habitat(s) waarvoor de betreffende speciale beschermingszone is aangewezen of voor de staat van instandhouding van de soort(en) vermeld in bijlage III van dit decreet voor zover voorkomend in de betreffende speciale beschermingszone). Pagina 13 van 38
Uit de stikstofverschilberekening blijkt dat op dit punt geen toename plaatsvind in depositie en daarmee is deze wijziging ook als niet significant te beschouwen voor het Habitatgebied. Uit de berekening van de beoogde situatie van de wijziging blijkt de stikstofdepositie op omliggende Nederlandse gebieden afneemt en heeft daarmee ook geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten en daarom bestaat op basis van artikel 2.7, lid 2 van de Wet natuurbescherming geen vergunningplicht voor deze wijziging en uitbreiding.
Pagina 14 van 38
BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase
Pagina 15 van 38
Pagina 16 van 38
Pagina 17 van 38
Pagina 18 van 38
Pagina 19 van 38
Pagina 20 van 38
Pagina 21 van 38
BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase
Pagina 22 van 38
Pagina 23 van 38
Pagina 24 van 38
Pagina 25 van 38
Pagina 26 van 38
Pagina 27 van 38
Pagina 28 van 38
Pagina 29 van 38
Pagina 30 van 38
Pagina 31 van 38
Pagina 32 van 38
Pagina 33 van 38
Pagina 34 van 38
Pagina 35 van 38
Pagina 36 van 38
Pagina 37 van 38