bijlage c stb-2025-99 wijziging bado en bbv
Tekst van het document
In de jaarrekening zal voortaan ook een paragraaf betreffende de rechtmatigheidsverantwoording moeten worden opgenomen. In deze paragraaf zal een toelichting worden gegeven op de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties, inclusief de specifieke uitkeringen in de SiSa-bijlage. De rechtmatigheidsverantwoording bevat een overzicht van de rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid. De rechtmatigheidsverantwoording wordt samen met de overige onderdelen
Staatsblad 2025
99
23
van de jaarstukken vastgesteld door de gemeenteraad of de provinciale staten. De verantwoordingsgrens is ten hoogste 2% van de totale lasten, exclusief de toevoegingen aan de reserves. Een model voor de rechtmatigheidsverantwoording wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. Artikel III (Besluit financiële verhouding 2001) Dit artikel bevat een wijziging van het Besluit financiële verhouding 2001. Met dit wijzigingsbesluit is het grensbedrag voor de verzameluitkering verlaagd, vooruitlopend op een wijziging van de Fvw waarbij de verzameluitkering in haar geheel zal worden afgeschaft. Door de verlaging van het grensbedrag hoeven minder specifieke uitkeringen als verzameluitkering te worden vormgegeven. Om te voorkomen dat de verlaging permanent blijft gelden in het geval de wetswijziging onverhoopt niet zal worden aangenomen is de verlaging van het grensbedrag tijdelijk. Daarom is in het wijzigingsbesluit opgenomen dat met ingang van 1 januari 2024 het «oude» (hogere) grensbedrag weer geldt. Inmiddels is gebleken dat het herzieningstraject van de Fvw vertraging heeft opgelopen; naar nu blijkt treedt de wijziging van de Fvw dan ook op haar vroegst pas in 2026 in werking. Daarom dient de datum van 1 januari 2024 met terugwerkende kracht te worden gewijzigd in «1 januari 2027».
Artikel IV (Waterschapsbesluit) Onderdelen A, B, D, F en G In de onderdelen A, B, D, F en G zijn wijzigingen opgenomen die ervoor zorgen dat de bepalingen over de rechtmatigheidsverantwoording voor provincies, gemeenten en waterschappen gelijkluidend zijn. In onderdeel A worden daarnaast twee begripsomschrijvingen in artikel 4.1 van het Waterschapsbesluit aangepast. Bij nettokosten worden niet langer alleen de belastingopbrengsten (een dekkingsmiddel) uitgezonderd maar ook alle andere dekkingsmiddelen. De begripsomschrijving van nettoschuldquote wordt aangepast zodat deze weer aansluit bij de gewijzigde Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen.8 Daar is bepaald dat het gaat om de totale belastingopbrengsten en dus niet de totale opbrengsten waaronder bijvoorbeeld ook dividenden vallen. Onderdelen C en E Deze onderdelen voegen een paragraaf toe aan de begroting naar aanleiding van de Wet open overheid. Voor een toelichting wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij artikel II, onderdelen C en E Onderdeel H In onderdeel H vervalt hoofdstuk 5 van het Waterschapsbesluit en de daarbij behorende bijlagen. Dat hoofdstuk gaat over de accountantscontrole. Voor provincies en gemeenten zijn daarover in het Bado regels gesteld. Deze regels zijn gelijkluidend aan die voor de waterschappen.
Van de gelegenheid is daarom gebruik gemaakt om hoofdstuk 5 en de bijlagen
8
Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 19 november 2024, nr. IENW/ BSK-2024/176155, tot wijziging van de Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen in verband met het toevoegen van drie kengetallen en het actualiseren van de regels over beleidsvoorbereiding en verantwoording (Stcrt. 2024, 36736).
Staatsblad 2025
99
24
1 en 2 van het Waterschapsbesluit te laten vervallen en de reikwijdte van het Bado uit te breiden met de waterschappen. Artikel V De artikelen I en II en IV treden in werking op 1 januari 2025. Wanneer het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst wordt uitgegeven na 1 januari treden deze artikelen in werking de dag na uitgifte van het Staatsblad en werkt terug tot 1 januari 2025. Onderdeel III onderdeel A van dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2024. Artikel III, onderdeel B, treedt in werking met ingang van 1 januari 2027. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.J.M. Uitermark
Staatsblad 2025
99
25