bijlage 3 Tijdreis door Sluis (1)
Tekst van het document
Tijdreis door Sluis Verhaallijn voor de musea in de gemeente Sluis
Inhistory | Jeanine Dekker november 2025
Inhoud Vooraf
3
1. Opdracht en aanpak
4
2. Verhaallijn
6
3. Overzicht van de musea in de Tijdreis door Sluis
18
4. Voorbeelden van koppelkansen
25
5. Aansluiting bij andere erfgoedlijnen
30
6. Verder lezen
32
Colofon
35
Dit document is opgesteld door Inhistory. De (auteurs)rechten met betrekking tot de opzet en inhoud van dit document berusten bij Inhistory. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van Inhistory.
Tijdreis door Sluis | 2
Vooraf De Stichting Gastvrij Zeeuws-Vlaanderen ontwikkelt in overleg met de Vereniging Zeeuwse Musea een meerjarig project: Tijdreis door Sluis. Dit concept biedt een samenhangende presentatie van het verhaal van West-Zeeuws-Vlaanderen en verbindt de elf musea die dit verhaal vertellen. Zo vormen deze musea tezamen een netwerkmuseum, waarin elk museum een stukje van het grote verhaal presenteert. De Tijdreis door Sluis is bedoeld om als zelfstandig concept in de markt te worden gezet. Het publiek wordt uitgenodigd deze reis door de tijd te maken en de verschillende musea aan te doen. Dit rapport presenteert de verhaallijn die het fundament vormt voor de Tijdreis door Sluis. Allereerst belicht ik hoe ik de ontwikkeling van deze verhaallijn heb aangepakt. Daarna volgt in hoofdstuk 2 de verhaallijn zelf. In zeven tijdvakken volgen we de geschiedenis van West-Zeeuws-Vlaanderen vanaf de prehistorie tot heden. Bij elk tijdvak is aangegeven welke musea het verhaal van dat tijdvak vertellen. In hoofdstuk 3 volgt dan nog een overzicht van de musea en hun positie binnen de Tijdreis door Sluis. Binnen de chronologische opzet worden diverse thema’s gepresenteerd. Deze thema’s zijn onderscheidend én complementair, waardoor het unieke karakter van elk museum geborgd is en er tegelijkertijd koppelkansen ontstaan.
In hoofdstuk 4 geef ik een aantal voorbeelden van mogelijke koppelingen tussen verschillende musea rond een bepaald thema. Ten slotte laat ik in hoofdstuk 5 zien bij welke bovenregionale erfgoedlijnen de onderdelen van de Tijdreis door Sluis aansluiten. Met veel plezier legde ik zelf in de afgelopen weken alvast de tijdreis langs de musea af. Daarbij heb ik overal waardevolle informatie opgedaan. Ik dank de medewerkers van de musea, die mij steeds heel vriendelijk hebben ontvangen en rondgeleid. Ook dank ik Ilse de Smit en Robert Jan Calon van de Stichting Gastvrij Zeeuws-Vlaanderen voor de prettige samenwerking. Ik hoop dat met deze verhaallijn verder gebouwd kan worden aan een boeiende Tijdreis door Sluis.
Jeanine Dekker, 15 november 2025
Tijdreis door Sluis | 3
1. Opdracht en aanpak
Tijdreis door Sluis | 4
1. Opdracht en aanpak
Het doel van de opdracht is om tot een toekomstbestendige verhaallijn te komen die als basis kan dienen voor een samenhangende presentatie van het verhaal van West-ZeeuwsVlaanderen. De vijf kernmusea in de gemeente Sluis vormen de pijlers onder deze verhaallijn en ook voor elk van de zes andere musea zijn hierin een of meer ‘haakjes’ te vinden om hun verhaal te laten aansluiten. Op dit moment is het museale veld binnen de gemeente Sluis sterk in beweging. Zowel organisatorisch als inhoudelijk gaan er de komende jaren dingen veranderen. Het Visserijmuseum in Breskens wordt volledig vernieuwd en zal naar verwachting in het voorjaar van 2026 de deuren openen. Het Vlaemsche Erfgoed in Groede is door de gemeente geadviseerd om stappen te zetten voor opname in het Museumregister. Het Belfort in Sluis wordt verzelfstandigd, mogelijk via de Stichting Cultuurforum Aardenburg, en er zijn plannen voor vernieuwing van het
Beleidsplan Musea Sluis 2025-2028 wordt een eerste aanzet gegeven door de vijf kernmusea te koppelen aan een bepaalde periode of een bepaald thema uit de geschiedenis van West-Zeeuws-Vlaanderen (p. 14). Op deze aanzet heb ik verder gebouwd. Een voorstel voor een chronologische lijn met een indeling in tijdvakken is voorgelegd in de tussenrapportage d.d. 1 oktober 2025. In vergelijking met de thema’s die in het beleidsplan worden onderscheiden, was in dit voorstel de periodisering verlengd en verbreed. Aan de voorkant is de prehistorie toegevoegd, een verhaal dat in het nieuwe Visserijmuseum verteld gaat worden. De bloeiperiode in de late middeleeuwen, verbonden met Het Belfort, is uitgebreid tot een verhaal over de hele middeleeuwen. Dit mede met het oog op de voorziene uitbreiding van Cultuurforum Aardenburg. Aldus komt een verhaallijn tot stand die de complete geschiedenis van West-ZeeuwsVlaanderen dekt, vanaf de prehistorie tot de moderne tijd. Op dit voorstel is op 21 oktober 2025 een ‘go’ ontvangen van de opdrachtgever, waarna de verhaallijn verder inhoudelijk geladen kon worden.
middeleeuwse verhaal op de tweede verdieping en een upgrade van het taalmuseum op de derde verdieping. Cultuurforum Aardenburg heeft
De chronologische verhaallijn bestaat uit zeven tijdvakken. Elk van die
plannen voor een uitbreiding met een beleving rond het middeleeuwse
tijdvakken heeft een hoofdthema. Het hoofdthema wordt ‘gedragen’ door
Aardenburg. Om tot een duurzame verhaallijn te komen is het belangrijk
een of meer musea, waaronder altijd een kernmuseum. Het kernmuseum
om hierin alle ontwikkelingen mee te nemen die op dit moment voor
fungeert als pijler voor dat onderdeel van de verhaallijn en er zijn
de nabije toekomst te voorzien zijn. Dat betekent dat in de verhaallijn
voldoende ‘haakjes’ voor andere musea om aan te sluiten. Op deze
geanticipeerd wordt op het feit dat ook (een gecertificeerd) Het
manier komen alle musea met hun eigen profiel tot hun recht. Sommige
Vlaemsche Erfgoed door de gemeente Sluis wordt aangewezen als
musea zijn aan meer dan één tijdvak gekoppeld.
kernmuseum, dat voor het Visserijmuseum het nieuwe museumconcept als uitgangspunt is genomen en ten slotte dat de uitbreiding van
Museumcafé Het Koekoeksnest in Nieuwvliet is op verzoek van de
Cultuurforum Aardenburg wordt geïntegreerd in het verhaal.
opdrachtgever in deze verhaallijn buiten beschouwing gelaten, omdat het geen specifiek onderdeel vertegenwoordigt van de Tijdreis door Sluis.
De uitdaging bij het maken van een chronologische verhaallijn, een ‘reis door de tijd’, is om de thema’s die de musea presenteren en die soms
Deze verhaallijn is opgesteld op basis van historisch onderzoek in
dwars door de tijd heen gaan, daarin een logische plek te geven. In het
vakliteratuur en bezoeken aan en informatie van de musea.
Tijdreis door Sluis | 5
2. Verhaallijn
Tijdreis door Sluis | 6
2. Verhaallijn
De verhaallijn van de Tijdreis door Sluis begint in de
verzamelaars. De Neanderthalers leven niet op een vaste plek,
prehistorie en eindigt in de moderne tijd. Hij bestaat uit
maar trekken rond. Ze gebruiken eenvoudige gereedschappen
zeven tijdvakken.
die ze maken van vuursteen. Op het strand van Cadzand bij het Zwin zijn een vuistbijl, schrabbers en afslagen gevonden
• • • • • • •
Haaien en mammoeten Romeinen aan de Noordzee Wereldsteden aan het Zwin Wallen, forten en linies Rond het boerenerf In de vuurlinie Kust en kor
van ongeveer 100.000-150.000 jaar oud. Het zijn de oudste sporen die de mens heeft nagelaten in wat nu West-ZeeuwsVlaanderen is. Met schrabbers worden onder meer huiden, hout en plantaardig materiaal bewerkt. Afslagen zijn scherven die van een stuk vuursteen zijn afgeslagen om er een werktuigje van te maken. In de Oude Steentijd lopen in dit gebied grote dieren rond, zoals wolharige mammoeten, wolharige neushoorns, steppewisenten, reuzenherten en rendieren. Vissers uit Breskens vissen later botten van deze dieren op.
Haaien en mammoeten
Zo’n 35.000 tot 40.000 jaar geleden maken de Neanderthalers plaats voor een ander menstype, de voorloper van de moderne mens. Ook zij leven nog als jagers en
30 miljoen jaar geleden
We beginnen de Tijdreis door Sluis 30 miljoen jaar geleden. Op
verzamelaars. Er zijn vuurstenen werktuigen van hen gevonden
de plek van het huidige West-Zeeuws-Vlaanderen ligt dan een
in het zuidelijke dekzandgebied van Zeeuws-Vlaanderen en –
subtropische zee. Daarin zwemmen haaien, hun tanden kun je
opnieuw – op het strand bij Cadzand.
nu nog op het strand van Cadzand vinden. Zo’n 2,5 miljoen jaar geleden begint de zee zich terug te trekken. Er ontstaat een kustvlakte, waarin rivieren uitmonden. We vervolgen onze reis door de ijstijden. De omgeving ziet
10.000 v.C.
Rond 10.000 v.C. begint het klimaat op te warmen en smelten de ijskappen. De kustvlakte wordt natter; er ontstaat hier een gebied met veen en bossen. De Noordzee vormt zich en dringt door geulen het land binnen. De mensen die dit gebied
er heel anders uit dan tegenwoordig. Het is nauwelijks voor te
bevolken, leven nog steeds van de jacht. Ze jagen op elanden,
stellen maar in het koudste deel van de laatste ijstijd (zo’n 18.000
wilde zwijnen, edelherten en reeën, want de grote zoogdieren
jaar geleden) is hier nog geen zee en kun je over land bij wijze
uit het pleistoceen zijn uitgestorven. Nu het gebied natter is
van spreken naar Engeland lopen. In die tijd ontstaan grote
geworden, komen er ook vis, schelpdieren en vruchten op het
dekzandruggen; het zuiden van het huidige Zeeuws-Vlaanderen
menu. Omdat er veel verschillend voedsel voorhanden is, kunnen
ligt op de uitlopers ervan.
de mensen langer op één plek blijven. De hoge delen van de
In deze tijd – de Oude Steentijd – wordt wat nu West-ZeeuwsVlaanderen is, bevolkt door Neanderthalers. Zij zijn jagers en
dekzandruggen in het zuiden blijken een uitstekende locatie voor dergelijke jachtkampen. Vuurstenen voorwerpen uit zulke
Tijdreis door Sluis | 7
2. Verhaallijn
kampjes van rond 5500 v.C. zijn gevonden in Heille, Sint Kruis
het begin van de jaartelling) – is voor West-Zeeuws-Vlaanderen
en Aardenburg. Opgravingen hebben in Aardenburg op maar
weinig bekend, omdat er nauwelijks archeologische vondsten
liefst vier plekken sporen van jachtkampementjes uit de Midden-
uit die tijd zijn. Het gebied wordt in de Late IJzertijd bevolkt door
Steentijd aan het licht gebracht.
de Menapiërs. Zij wonen op boerenerven die verspreid in het
Intussen heeft ook de rivier de Schelde zich een weg naar deze contreien gebaand. Tijdens de ijstijden loopt de Oude
landschap liggen. De bebouwing bestaat vermoedelijk uit niet veel meer dan een schuur waarin ook wordt gewoond.
Schelde via de Vlaamse Vallei (tussen Maldegem en Stekene) naar de droge Noordzeevlakte. Doordat de dekzandrug tussen
Dit verhaal wordt verteld in het Visserijmuseum.
Maldegem en Stekene aangroeit, wordt de rivier gedwongen zijn loop naar het noorden te verleggen. Vanaf dat moment stroomt hij langs het huidige Antwerpen. Zo’n 5400 tot 4300 jaar
Romeinen aan de Noordzee
v.C. komt ten westen van Bergen op Zoom een verbinding tot
50 v.C.
stand tussen de Schelde en de Noordzee. Dit is het begin van
Met de Menapiërs stappen we de Romeinse tijd binnen. In
de Oosterschelde. Op de Westerschelde moeten we dan nog
de eerste eeuw voor het begin van onze jaartelling bereiken
duizenden jaren wachten.
de Romeinen het gebied dat nu West-Zeeuws-Vlaanderen
Vanaf 3700 v.C. stijgt de zeespiegel minder hard. Nu
is. Gelegen aan de Noordzeekust is dit gebied van groot
ontwikkelen zich in het huidige West-Zeeuws-Vlaanderen
strategisch belang. De inheemse bevolking neemt de Romeinse
op grote schaal slikken en schorren. Langs de kust vormen
cultuur en gewoonten over, al blijven in het dagelijks leven ook
zich strandwallen, die het gebied erachter afsluiten. Op
voorromeinse elementen bewaard. We noemen de bewoners van
de strandwallen verrijzen de eerste duinen. Wanneer de
deze streek dan ook Gallo-Romeinen.
strandwallen vanaf 3000 v.C. aangroeien, vormt zich in het gebied
Het gebied wordt verder geschikt gemaakt voor de
erachter op grote schaal veen. In die tijd laat de mens het jagers-
landbouw. In de kuststreek wordt zout gewonnen, een belangrijk
en verzamelaarsbestaan achter zich. Hij legt zich toe op de
product omdat voedsel er langer houdbaar mee kan worden
landbouw en vestigt zich op een vaste plek. Veel aanwijzingen
gemaakt. Daartoe wordt het zoute water verhit tot het helemaal
voor boerennederzettingen uit die tijd – de Nieuwe Steentijd –
verdampt is en alleen het zout overblijft. Er is een grote vraag
zijn er in West-Zeeuws-Vlaanderen niet, wel zijn er bij Cadzand
naar zout voor het Romeinse leger. De Romeinse staat heeft dan
(Wielingen), Aardenburg en Sint Kruis vuurstenen pijlpunten en
ook een monopolie op de zoutwinning. Er zijn zelfs speciale
bijlen uit die tijd gevonden. De mens van toen gebruikt de bijlen
ambtenaren (salinatores) om de aanvoer van zout aan het
waarschijnlijk om bomen te kappen.
Romeinse leger te regelen. Zout wordt als belasting geïnd.
Ook over de twee tijdvakken die op de Steentijd volgen – de Bronstijd (in Zeeland 2000-800 v.C.) en de IJzertijd (800 v.C. tot
Het resterende zout wordt verhandeld. Zout is samen met schelpdieren en kleine vis tevens de grondstof voor vissaus
Tijdreis door Sluis | 8
2. Verhaallijn
(allec). Ook daarin bestaat een levendige handel. Ook de vis en
dit kampdorp aan de oppervlakte gebracht. Ze vertellen ons veel
schelpdieren zelf, evenals kalk zijn producten uit dit gebied die
over het dagelijks leven in Rodanum, niet alleen over de huizen,
worden verhandeld. Met deze handel wordt de lokale economie,
maar bijvoorbeeld ook over kleding, lichaamsverzorging en het
die gebaseerd is op ruilhandel, gekoppeld aan de Romeinse
bewaren van voedsel. Er is ook een badhuis in Rodanum. Behalve
markteconomie, die op geld draait. De handelsrelaties van dit
een plek voor hygiënische verzorging is dat een ontmoetingspunt
gebied strekken zich uit tot andere delen van het Romeinse Rijk,
in het sociale leven.
zoals Engeland, Duitsland, Frankrijk en zelfs Zuid-Spanje. De luxeproducten die uit deze gebieden worden aangevoerd, zoals
godsdienstige rituelen. Op wij-altaren, vaak van steen in de
luxeaardewerk uit Duitsland en olijfolie uit Spanje en Portugal,
vorm van een Romeins altaar, brengen mensen brandoffers om
zijn vooral voor de Romeinse officieren bedoeld. Tot in de tweede
een gelofte aan een god in te lossen. In Aardenburg zijn verder
eeuw bloeit de handelseconomie en neemt de bevolking toe.
bronzen en terracotta beeldjes van Romeinse goden gevonden.
Aardenburg is in de Romeinse tijd een belangrijke
Ten westen van het castellum zijn ook graven aangetroffen. In
nederzetting. Het is via een inbraakgeul vanaf de Noordzee
de Romeinse tijd cremeert men eerst de dode, daarna begraaft
bereikbaar en ligt bovendien relatief hoog op een dekzandrug.
men de resten, eventueel met andere grafgiften, in een sacrale
Ook over land is er een belangrijke verbindingsweg. Vanwege
grafkuil.
de strategische ligging besluiten de Romeinse heersers hier
150 n.C.
Het dagelijks leven is bovendien doortrokken van
Rond het jaar 260 nemen de militaire activiteiten in het
een castellum aan te leggen. Het fort wordt omstreeks het jaar
castellum toe. Maar niet voor lang. Na 285 wordt het fort
150 gebouwd en opgetrokken uit hout en aarde. Daarna wordt
opgegeven. De bewoners van het gebied kampen dan al met
het verscheidene malen verbouwd en uitgebreid. Het castellum
grote problemen. Na het midden van de derde eeuw doen
ontwikkelt zich tot een fort met een stenen muur met torens en
Germaanse stammen hier massaal invallen. Ook wordt het
poorten en een brede gracht. Op het terrein staan onder meer
veengebied steeds natter en zijn er geregeld overstromingen.
het hoofdkwartier (‘principia’), soldatenbarakken, stallen en een
Al deze omstandigheden leiden ertoe dat een groot deel van de
tempeltje. Het garnizoen bestaat uit enkele honderden soldaten,
bevolking wegtrekt. Het Romeins gezag blijft nog tot rond het jaar
cavalerie en infanterie, die zijn ondergebracht in barakken.
400 gelden.
Resten van hun wapens en paardentuig zijn gevonden bij opgravingen. Bij het castellum ontstaat een kampdorp (‘vicus’), dat
Dit verhaal wordt verteld in Cultuurforum Aardenburg en Het Bolwerk.
vermoedelijk Rodanum heet. Hier komen de militaire en burgerlijke wereld bij elkaar. De huizen zijn opgetrokken uit hout
400 n.C.
en leem, het dak is van stro en riet. Mensen wonen er samen met hun dieren. Archeologische opgravingen hebben voorwerpen uit
Tijdreis door Sluis | 9
2. Verhaallijn
Wereldsteden aan het Zwin
Na het midden van de negende eeuw wint de graaf van Vlaanderen aan gezag in het westen van Zeeuws-Vlaanderen.
In de eerste eeuwen na de Romeinse tijd wonen in wat nu het
Om zich te verdedigen tegen invallen en plundertochten
westen van Zeeuws-Vlaanderen is maar weinig mensen. De
van Vikingen laat de graaf ringwalburgen aanleggen. Zo’n
zee doorbreekt op verschillende plaatsen de strandwal voor
ringwalburg komt er bij Oostburg.
de kust. Het water loopt via geulen het land binnen tot aan
van groei die tot de dertiende eeuw aanhoudt. Vanaf de tiende
de oude duinen ontstaan getijdenkreken. Het veen wordt
eeuw worden er kreken afgedamd en vanaf de elfde eeuw
weggeslagen of bedekt met een laag klei. Zeeland krijgt zijn
dijkjes aangelegd, eerst als bescherming tegen het water, maar
eilandenstructuur.
allengs ook om grond in te polderen en daarop te gaan wonen.
Aardenburg, dat wat hoger aan de rand van de kustvlakte
900
Schorgronden worden vruchtbare akkers en weilanden. De
ligt en waar wel mensen blijven wonen, wordt het centrum van
bevolking leeft van de landbouw, schapenteelt en visserij. De
een administratief district in het Frankische rijk. Rond 900 laten
producten worden verkocht op de markten in grotere plaatsen.
de eerste graven van Vlaanderen het Romeinse fort verbouwen
Daar vinden we ook ambachtelijke bedrijfjes. Verder wordt zout
tot een burcht. Daar ontstaat ook een nederzetting die goed
en turf gewonnen. Daarvoor wordt het zoute veen onder de klei
bereikbaar is over land én water. Er is dan een marktplaats en
afgegraven. Als gevolg daarvan daalt de bodem en wordt het
waarschijnlijk ook een haven. Rond het midden van de tiende
gebied gevoeliger voor overstromingen.
eeuw worden de muren van het oude Romeinse fort afgebroken. In diezelfde tijd krijgt de Sint-Baafsabdij uit Gent delen van het
1200
Wanneer het Viking-gevaar is geweken, begint een periode
de zandgronden in het zuiden. In het veenlandschap achter
De dreiging van het water is nooit ver weg. Stormvloeden blijven het gebied teisteren en vagen soms complete dorpen
centrum in bezit, inclusief een kerk en een kapel. Monniken van
en eilanden van de kaart. Bij een grote stormvloed in 1375 komt
de abdij stichten er midden tiende eeuw de Sint-Baafskerk.
het zeewater diep het land in. Groede, dat vanaf het midden van
Vanaf de late zevende eeuw zijn ook elders weer mensen
de dertiende eeuw uit een bedijking is ontstaan, moet helemaal
komen wonen. Ze vestigen zich op de hoger gelegen gronden,
opnieuw beginnen nu het dorp met kerk en al door het water
waar ze schapen houden. Grote delen van het land zijn dan
wordt verzwolgen. De nieuwe kerk die daarna wordt gebouwd,
in bezit van de Frankische koningen en Vlaamse abdijen. Zij
vormt de basis voor de huidige kerk. Hij zal uitgroeien tot een
beginnen met het ontginnen van de schorgebieden. Er komen
van de rijkste en voornaamste in de streek.
boerderijtjes en kleine nederzettingen. Met de koningen,
De zeearm het Zwin is door een stormvloed in 1134 groter
abdijen en nieuwe bewoners doet ook het christendom zijn
geworden en reikt bijna helemaal tot Brugge. Dat ontwikkelt
intrede. Eligius, bisschop van Noyon en Doornik, verricht hier als
zich dankzij die verbinding met de Noordzee tot een bloeiende
eerste zendingswerk, maar houdt alleen invloed in de omgeving
handelsstad. In de loop van de tijd verzandt het Zwin. Een
van Aardenburg.
uitgebreid systeem van voorhavens ontstaat, waar de goederen
Tijdreis door Sluis | 10
2. Verhaallijn
1400
worden overgeladen op kleinere schepen om naar Brugge te
Engelse wol voor de Vlaamse lakenindustrie. Aardenburg en
worden vervoerd. Onder deze voorhavens zijn Mude (Sint Anna
Sluis worden ook lid van de Duitse Hanze, die zich toelegt op de
ter Muiden) en Sluis, die elk op een oever van het Zwin liggen.
handel met het Oostzeegebied.
Mede omdat andere voorhavens steeds moeilijker bereikbaar
In de vijftiende eeuw raakt de handelsvaart over het Zwin
worden door de verdere verzanding van het Zwin, groeit Sluis
in het slop, onder andere omdat het water dichtslibt. Inmiddels
in de veertiende en vijftiende eeuw uit tot de grootste en
heeft een stad aan de Schelde zich gemeld voor de hoofdrol:
belangrijkste voorhaven van Brugge. Het maakt deel uit van
Antwerpen. In de dertiende eeuw is een verbinding ontstaan
een internationaal handelsnetwerk dat zich uitstrekt tot Noord-
tussen de Noordzee en de Schelde. De Westerschelde is dan
en Zuid-Europa. Er worden de meest exotische producten
nog een kronkelige rivier en voor grote schepen niet te bevaren.
aangevoerd. Kooplieden en zeelieden uit tal van Europese
Door overstromingen in de vijftiende eeuw krijgt hij echter meer
landen doen de stad aan. Het welvarende Sluis krijgt stedelijke
ruimte en schuurt hij dieper uit. De scheepvaart langs deze
en Bourgondische allure met onder meer een belfort (eind
route neemt toe en de Westerschelde wordt de hoofdloop van de
veertiende eeuw) – tegenwoordig het enige belfort in
Schelde.
Nederland –, kerken en luxueuze woonhuizen. Als handelsstad aan het Zwin is Sluis ook een militair-
Dit verhaal wordt verteld in Het Belfort, de Grote
strategische plek. In 1340 raken de Franse en Engelse zeevloot er
Kerk in Groede en na de voorziene uitbreiding ook in
met elkaar slaags. Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, laat in
Cultuurforum Aardenburg.
1384 bij Sluis een imposant kasteel bouwen om de monding van het Zwin te verdedigen. Hertog Jan zonder Vrees volgt in 1405
Desgewenst kan dit tijdvak in tweeën worden gesplitst:
met een versterkte toren aan de overkant van het Zwin. Tussen
één over de vroege middeleeuwen, dat zich concentreert
beide verdedigingswerken kan het water met een ketting worden
op Aardenburg (kernmuseum: Cultuurforum), en één over
afgesloten om vijandelijke schepen de doorgang te beletten.
de volle en late middeleeuwen, waarin met name Sluis
Ook andere plaatsen in West-Zeeuws-Vlaanderen maken
centraal staat (kernmuseum: Het Belfort).
deel uit van internationale handelsnetwerken. Aardenburg heeft via de Ee een verbinding met het Zwin en richt zich met name op de wol- en lakennijverheid. In de veertiende eeuw treedt hier het verval in. De stad is dan tevens al een belangrijke bedevaartstad
Wallen, forten en linies
geworden. Oostburg staat via een haven in verbinding met het
1550
Zwin. Aardenburg, Sluis, IJzendijke, Sint Anna ter Muiden en
Op onze Tijdreis door Sluis komen we aan in een roerige
Oostburg sluiten zich in de dertiende eeuw aan bij de Vlaamse
periode. Wanneer de Spaanse koning Filips II, die ook over de
Hanze van Londen, die zich voornamelijk richt op de import van
Nederlanden heerst, na het midden van de zestiende eeuw
Tijdreis door Sluis | 11
2. Verhaallijn
steeds meer macht naar zich toe trekt en protestanten hard laat
het door de Spanjaarden belegerde Oostende te ontzetten. Hij
vervolgen, breekt onder leiding van Willem van Oranje in de
wil eerst Sluis veroveren, maar wijzigt zijn plan als hij op felle
Nederlanden een opstand uit tegen het Spaanse gezag. Terwijl
tegenstand stuit. Eerst neemt hij fort IJzendijke in. Dat is in 1590
het katholieke zuiden de Spaanse koning trouw blijft, vormen
door de Spanjaarden ten zuidwesten van het verdronken oud-
de opstandige gewesten in het noorden uiteindelijk een eigen
IJzendijke gebouwd. Het wordt na de verovering door Maurits
republiek. Zeeuws-Vlaanderen is in de strijd een frontgebied.
uitgebreid en zal tot 1794 een Staatse garnizoensstad blijven,
Filips II stuurt Alexander Farnese, hertog van Parma,
waar overigens ook burgers wonen. Na de verovering van
eropuit om de opstand neer te slaan. Tussen 1581 en 1586
IJzendijke trekken de troepen van Maurits naar Aardenburg,
brengt Farnese bijna het hele gebied onder de grote rivieren
dat inmiddels door de soldaten en inwoners is verlaten. Daarna
weer onder Spaans gezag. De Staatse troepen verdedigen
neemt hij ook Oostburg in. Ten slotte slaat Maurits beleg om Sluis.
zich in Zeeuws-Vlaanderen door grote gebieden te inunderen.
Het daar aanwezige Spaanse garnizoen wordt gesteund door
Tevergeefs. Met uitzondering van Biervliet, Sluis en Terneuzen
de Spaanse bevelhebber Ambrogio Spinola, die van buiten de
maakt Farnese zich in 1583 meester van heel Zeeuws-
Staatsen aanvalt. Maar Spinola kan de zaak niet keren. Na een
Vlaanderen. Vier jaar later verovert hij Sluis alsnog, tijdens zijn
beleg van enkele maanden geven de Spaanse soldaten in Sluis
voorbereidingen voor een invasie van Engeland.
zich over. Oostende, waar het Maurits om te doen is, is dan al in
Na de moord op Willem van Oranje in 1584 volgt zijn
1604
1648
Staatse handen gevallen.
zoon Maurits hem op als stadhouder en opperbevelhebber
Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) worden de
van het leger. Maurits is een slimme strateeg en samen met
beschadigde vestingwerken hersteld en verbeterd en wordt een
vestingbouwkundige Simon Stevin moderniseert hij het leger.
begin gemaakt met het bedijken van geïnundeerde gebieden.
Stevin ontwikkelt ook het Oud-Hollandse vestingstelsel. Voor
De nieuwe dijken worden eveneens voorzien van schansen en
de aanleg van de verdedigingswerken gebruikt men wat ter
redoutes. In 1621 starten de werkzaamheden voor de bouw van
plekke voorhanden is: aarde en water. De vestingwerken krijgen
het vestingwerk Retranchement. Als de strijd in dat jaar weer
vijfhoekige flankerende bastions. Steden, zoals Aardenburg
losbarst, is Maurits sterk verzwakt. De Spanjaarden kampen
en Sluis, ontdoen zich van hun stadsmuren en leggen zulke
echter met financiële problemen en raken verder verzwakt door
stervormige vestingwerken aan. Ervoor komen brede natte
een verbond tussen de Republiek en Frankrijk. De oorlog eindigt
grachten om de vijandelijke kanonnen op grote afstand te
in 1648 als de Vrede van Münster wordt gesloten. Afgesproken
houden. Buiten de steden worden forten, schansen en redouten
wordt dat het zuidelijke deel van de Nederlanden Spaans gebied
aangelegd, die door dijken worden verbonden en zo hele
blijft en het noorden de onafhankelijke Republiek der Zeven
verdedigingslinies vormen.
Verenigde Nederlanden. Nu ontstaat in Zeeuws-Vlaanderen de
Begin zeventiende eeuw komt het westen van ZeeuwsVlaanderen in Staatse handen. In 1604 gaat Maurits op weg om
grens tussen Nederland en het latere België. De Republiek krijgt de controle over de scheepvaart over de Schelde.
Tijdreis door Sluis | 12
2. Verhaallijn
1700
Maar hier stopt het verhaal niet, want ook in de eeuwen
er weinig mensen meer. Maar al snel begint men het verloren
daarna kampt Zeeuws-Vlaanderen regelmatig met vijandelijke
land weer terug te winnen. Veel Zeeuwse regenten investeren in
invallen of met de dreiging daarvan. Als bufferzone die
inpolderingen, wat overigens niet zonder financieel risico is. De
de kern van de Republiek (Holland, Zeeland en Utrecht)
bekende staatsman, rechtsgeleerde en dichter Jacob Cats is een
beschermt, is Zeeuws-Vlaanderen feitelijk de kern van het
van de eersten. Samen met zijn broer Cornelis laat hij in 1612 in
verdedigingssysteem van de Republiek. Dwars door het gebied
de omgeving van Groede polders indijken.
komt een stelsel van zogeheten linies van communicatie,
De nieuwe gronden trekken nieuwe bewoners aan. Eerst
een reeks vestingwerken die met elkaar zijn verbonden. Met
zijn zij afkomstig uit de kuststrook langs de Noordzee, vanaf
inundatiesluizen in dijken kan bij een militaire dreiging het land
de Zuid-Hollandse eilanden tot Noord-Frankrijk. Ze worden
snel onder water worden gezet. En nu de Westerschelde een
aangetrokken door de mogelijkheden om hier een voor die
belangrijke vaarroute is geworden, wordt ook aan beide kanten
tijd modern landbouwbedrijf op te zetten. Daarna vestigen zich
van het water de verdediging op orde gebracht.
nieuwkomers die om politieke en geloofsredenen zijn gevlucht.
In 1794 valt Frankrijk Zeeuws-Vlaanderen binnen. Het gebied
Na de opheffing van het Edict van Nantes in 1685, waardoor er
wordt ingelijfd bij het rijk van Napoleon. Deze laat de monding
in Frankrijk een einde komt aan de godsdienstvrijheid, strijken
van de Westerschelde versterken. Bij Breskens komt een linie
hugenoten neer. In veel Zeeuws-Vlaamse familienamen herken
met forten en batterijen. Als de Franse legers vertrekken, gaat
je nog de Franse oorsprong. De Hullu bijvoorbeeld, die teruggaat
Zeeuws-Vlaanderen deel uitmaken van het Verenigd Koninkrijk
op een hugenoot die naar het noorden vluchtte en de stamvader
der Nederlanden. Nadat België zich in 1830 van Nederland
wordt van een welvarende landbouwersfamilie. Vanaf ongeveer
afscheidt, stellen de landen in 1843 de officiële grens vast en
1730 komt er een nieuwe groep migranten naar deze streek:
wordt Zeeuws-Vlaanderen weer een grensstreek.
Lutheranen uit Salzburg. In Groede wordt voor hen een aparte kerk gebouwd. Hoewel de gereformeerde kerk de bevoorrechte
Dit verhaal wordt verteld in Het Bolwerk en Het Belfort.
kerk is, kunnen ook andere gelovigen, zoals doopsgezinden en lutheranen, hun religie belijden. Door de aanwezigheid van garnizoenssoldaten en Vlaamse landarbeiders zijn er hier ook
Rond het boerenerf
relatief veel katholieken. Zelfs zij kunnen hun geloof belijden, al mag dat niet in het openbaar en zijn zij dus aangewezen op schuilkerken.
Voor onze volgende stop op de tijdreis stappen we even terug
Landbouw is de kurk waarop de economie van dit gebied
naar het begin van de zeventiende eeuw. Als gevolg van de
drijft. De in de zeventiende eeuw opnieuw ingedijkte polders zijn
militaire inundaties in de Tachtigjarige Oorlog staat dan het
daar heel geschikt voor. Ze zijn voorzien van een laag vruchtbare
overgrote deel van Zeeuws-Vlaanderen onder water en wonen
jonge zeeklei en ingericht met kaarsrechte wegen en percelen,
Tijdreis door Sluis | 13
2. Verhaallijn
waardoor er efficiënt geboerd kan worden. Er ontstaat een nieuw
van omwoeld ijzerdraad. Ook de lange mantel met rokken,
type boerderij met losse, grote schuren waarin het graan wordt
aanvankelijk kleurrijk maar daarna donker, zijn karakteristiek
opgeslagen en de paarden en koeien worden gestald. Om de
voor deze dracht. Het mannenkostuum onderscheidt zich
zware kleigrond te kunnen bewerken, heeft een boer een span
door de faas, een hoed die in Vlaanderen wordt gedragen. De
van minstens drie paarden nodig. Dat is alleen rendabel als hij
sieraden, accessoires en stoffen en ook de omvang van de
een groot bedrijf heeft.
garderobe vertellen veel over hoe rijk iemand is. De Cadzandse
Behalve tarwe, dat in de achttiende eeuw het belangrijkste
1800
gewas wordt, verbouwen de boeren ook vlas, maar dat dient
negentiende eeuw. De vrouwendracht sterft uit vanaf de jaren
vooral voor het eigen huishouden en de plaatselijke markt.
1920. De laatste draagsters van de Cadzandse dracht overlijden
Ook voor eigen gebruik worden al in de zeventiende eeuw
rond 1980.
aardappelen verbouwd. De verbouwde gewassen vinden hun
Op de grote landbouwbedrijven zijn veel arbeiders nodig
weg naar de Vlaamse, Zeeuwse en Hollandse steden, waar graan
en die leiden een aanmerkelijk minder luxueus bestaan. De
nodig is om de bevolking te voeden. West-Zeeuws-Vlaanderen
goedkoopste krachten zijn de trekarbeiders uit Vlaanderen en
ligt heel gunstig, centraal tussen deze steden.
Wallonië, die alleen in het hoogseizoen komen werken. Ze slapen
Een groep grote, rijke boeren profiteert van de hoge
dan in een speciale keet op het boerenerf. De vaste arbeiders
graanprijzen aan het eind van de zeventiende eeuw en begint
uit de streek hebben het rond het midden van de achttiende
grond te kopen. Zo ontstaat op het platteland een elite van zeer
eeuw nog lang niet slecht, maar gaandeweg verslechteren
rijke boeren die niet langer grond pachten, maar zelf grond
de arbeidsomstandigheden. Er komen veel dagloners bij.
bezitten. Hun succes kun je aflezen aan de grote boerenschuren
Zij hebben geen vast werk en zitten in ieder geval in de
en -huizen uit die tijd. Voor andere blijft het bestaan als
winter zonder inkomen. Vooral na de Tweede Wereldoorlog
pachtboer. West-Zeeuws-Vlaanderen dankt er zijn ‘paptaarten’
verandert de landbouw sterk van karakter, mede als gevolg van
aan. Dit gebak krijgen de boeren van de grondeigenaren
mechanisatie.
aangeboden als zij op 1 oktober van elk jaar de pacht komen betalen. De boerenelite is een ware trendsetter op leefstijlgebied,
1920
mannendracht verdwijnt relatief vroeg, vanaf het midden van de
De landbouw brengt ook veel toeleverende bedrijvigheid met zich mee. Er is werk in allerlei ambachten, van wagenmakers tot hoefsmeden, van timmerlieden tot dakdekkers. Ook voor
zowel wat betreft culturele ontplooiing, als wat betreft de
het maken en verkopen van levensmiddelen en andere
inrichting van hun huizen en hun kleedstijl. In de vroege
benodigdheden zijn talloze ambachtslieden en winkeliers in
negentiende eeuw ontstaat de Cadzandse dracht, die relatief
touw, van bakkers tot slagers, van kleermakers tot schoenmakers.
dicht tegen de burgermode aanleunt. Kenmerkend voor het
Groede ontwikkelt zich tot een verzorgingscentrum voor de
vrouwenkostuum zijn de witte muts met een kanten rand
streek met tientallen winkeltjes en ambachtelijke bedrijfjes. Het
die in vorm wordt gehouden door een ingenaaid karkas
Tijdreis door Sluis | 14
2. Verhaallijn
traditionele kleine middenstandsbedrijf verdwijnt na de Tweede
plunderingen en vernielingen door Belgische militairen. De
Wereldoorlog.
Belgische troepen trekken zich allengs verder naar het zuiden terug. Op hun terugtocht maken ze essentiële infrastructuur
Dit verhaal wordt verteld in Het Vlaemsche Erfgoed, Het
onklaar. In de eerste week van juni bezetten de Duitse troepen de
Klinket, MuseumHuis 1912 en de Grote Kerk in Groede.
laatste plaatsen in West-Zeeuws-Vlaanderen. In 1942 begint de Duitse bezetter met de aanleg van de Atlantikwall, een verdedigingslinie langs de westkust van het
In de vuurlinie
Europese vasteland. Aan de West-Zeeuws-Vlaamse kust worden kust- en divisiebatterijen opgetrokken. In Breskens komt een logistiek commandocentrum, in het oude fort Frederik Hendrik
1940
We zijn in de twintigste eeuw beland. Die heeft voor WestZeeuws-Vlaanderen een paar gitzwarte bladzijden. Er zijn maar
uiteindelijk meer dan twintig verdedigingswerken te staan. De
weinig plaatsen waar de Tweede Wereldoorlog zo verwoestend
bunkers worden zo gecamoufleerd dat het hier op een dorpje
uitpakt, als in dit gebied.
lijkt met huizen, winkels en straten. Het bunkerdorp, waar zo’n
Vanwege zijn strategische ligging aan de grens en aan de Westerschelde – de route naar Antwerpen – is Zeeuws-
1944
een bunker met pantserkoepel. In Stützpunkt Groede komen
250 militairen gelegerd zijn, ligt even buiten Groede, dat zelf in het najaar van 1944 een Rode-Kruisdorp is.
Vlaanderen door de eeuwen heen vaak het toneel van oorlog en
In september 1944 gaat de bevrijding van start. De Slag om
strijd. Ook in de Tweede Wereldoorlog is het gebied het terrein
de Schelde, zoals deze strijd wordt genoemd, draait om de haven
van zware gevechten. Het krijgt in die eerste oorlogsdagen een
van Antwerpen. Die moet veroverd worden om de geallieerde
groot aantal vluchtelingen te verwerken, maar als de Duitsers
legers te kunnen bevoorraden. Daarom moeten de geallieerden
oprukken, moet de bevolking zelf worden geëvacueerd. Een
controle krijgen over de Westerschelde met zijn beide oevers. Na
week na hun inval in Nederland hebben de Duitsers de
de val van Antwerpen op 4 september trekken de Duitse troepen
noordoever van de Westerschelde in handen. De Franse
zich via Zeeuws-Vlaanderen terug naar de Zeeuwse eilanden.
verdedigers trekken zich verslagen naar het zuiden terug. De
De geallieerden proberen de Duitse aftocht te verhinderen door
resterende Nederlandse eenheden worden onder Belgisch
onder meer de veerhaven van Breskens te bombarderen. Daarbij
commando geplaatst. Na de bezetting van Oost-Zeeuws-
wordt op 11 september het dorp Breskens zeer zwaar getroffen.
Vlaanderen en de capitulatie van België op 28 mei marcheren
Meer dan tweehonderd burgers komen om, terwijl de Duitse
de Duitsers West-Zeeuws-Vlaanderen binnen. Gevochten
manschappen via de nog steeds functionerende veerhaven
wordt er nauwelijks, al zijn er wel luchtbombardementen en
weten weg te komen.
artilleriebeschietingen, waarbij ook onder de burgerbevolking slachtoffers vallen. Die heeft bovendien te kampen met
De geallieerden trekken vanuit het veroverde Oost-ZeeuwsVlaanderen naar het westen. Met amfibievoertuigen steken
Tijdreis door Sluis | 15
2. Verhaallijn
ze de Braakman over. Vanuit België rukken Canadese troepen
Kust en kor
op. De strijd om ‘Breskens Pocket’ krijgt van de Canadezen de codenaam ‘Switchback’. Hitler heeft West-Zeeuws-Vlaanderen tot
We zitten inmiddels al ver in de twintigste eeuw en zijn
Festung Schelde-Süd uitgeroepen en dat betekent dat het gebied
aangekomen op het laatste onderdeel van de Tijdreis door
ten koste van alles verdedigd moet worden. De gevechten zijn
Sluis. De twintigste eeuw kenmerkt zich behalve door twee
dan ook zeer hevig en de verwoestingen enorm. Dorpen en
wereldoorlogen ook door een ingrijpend moderniseringsproces
steden zijn het doelwit van bombardementen en artillerie- en
dat alle aspecten van het bestaan raakt. Het is een eeuw
luchtbeschietingen. De bevolking zoekt dekking in kelders of
van technische vooruitgang en welvaart, maar ook van
in schuren van boerderijen. Sluis, waar nauwelijks nog Duitsers
crisis en armoede, een eeuw van schaalvergroting en
zijn, wordt grotendeels in de as gelegd. Op een boerderij bij
massacommunicatie, maar ook van verlies van tradities en
IJzendijke explodeert een tank met een voorraad nitroglycerine,
bestaanszekerheid.
die de Britten daar hebben opgeslagen om mijnenvelden te
1950
Aan de visserij in Breskens lees je dit verhaal zonder meer
ruimen. Tientallen militairen worden gedood, van de boerderij is
af. Al eeuwenlang wordt er vanuit Zeeuws-Vlaanderen voor de
weinig meer over. Het is het grootste ongeluk met explosieven
kust gevist op mosselen, oesters, garnalen en platvis. Een echte
tijdens de geallieerde veldtocht in West-Europa. De Canadese
beroepsvisserij krijgt Breskens pas begin twintigste eeuw. De
en Britse militairen veroveren uiteindelijk dorp voor dorp op
visgronden van de Bressiaanse beroepsvissers liggen vooral in
de Duitsers. Eede en Aardenburg worden als eerste bevrijd, op
de monding van de Westerschelde en voor de Walcherse kust. Ze
19 oktober door de Schotten en Canadezen. De bevrijding van
vissen hoofdzakelijk op garnalen met als bijvangst schol, schar,
Breskens op 22 oktober is van cruciaal belang. Nu de haven in
tong en bot. Na de Tweede Wereldoorlog is de haringvangst
handen van de geallieerden is, kunnen zij deze gebruiken om
vanuit Breskens enige tijd bijzonder lucratief.
hun troepen over te zetten om Walcheren te helpen bevrijden.
In de twintigste eeuw maakt de modernisering van de
Op 2 november is heel West-Zeeuws-Vlaanderen bevrijd. Bijna
vissersvloot reuzensprongen. Aan het begin van die eeuw varen
zevenhonderd burgers vinden bij de bevrijding de dood.
de vissers nog uit met houten platbodems met zeilen. In de jaren twintig en dertig wordt de vissersvloot gemotoriseerd, wat de
Dit verhaal wordt verteld in Switchback, Speel- en
vissers minder afhankelijk maakt van wind en weer. Ook worden
Bunkerpark Groede Podium, Het Bolwerk en het
de schepen groter. Vissers met grote schepen kunnen verder
Visserijmuseum.
de zee op, waar zij een deel van het jaar op tong en andere platvis vissen. Op de grotere schepen is het aan boord wel comfortabeler, maar een leven als visserman blijft een hard en zwaar bestaan. In de jaren zestig stappen de vissers over op stalen
Tijdreis door Sluis | 16
2. Verhaallijn
1975
kotters, waarmee zij de boomkorvisserij beoefenen. Het
de vaargeul Wielingen. De toren naar het ontwerp van Quirinus
motorvermogen van de schepen neemt toe, er komt moderne
Harder wordt in 1868 in gebruik genomen en is nu de oudste
navigatie- en opsporingsapparatuur en elektronica doet zijn
nog bestaande gietijzeren vuurtoren. In 1906 krijgt hij een
intrede op de schepen. De visverwerking aan boord gaat steeds
toentertijd modern ‘bliksemlicht’. Zijn typerende zwart-witte
geavanceerder, met transportbanden en koel- en vriesinstallaties.
banen heeft hij sinds 1960. De vuurtoren krijgt in 1883 ook de
Is armoede lange tijd troef in de Bressiaanse vissersgezinnen,
functie van kustwachtstation. Na de komst van de marifoon is
in deze jaren breken gouden tijden aan. Die duren echter
de stormseininrichting aan de vuurtoren overbodig. Hij wordt
maar kort. Vanaf het midden van de jaren zeventig gaat het
in 1976 ontmanteld. De vuurtoren zelf behoudt nog tot 2011 zijn
bergafwaarts. Veel Bressiaanse vissers staken hun bedrijf.
nut voor de scheepvaart. Dan is ook hij ingehaald door de tijd en
Daarmee komt na dik een eeuw beroepsvisserij een einde aan
worden de lichten gedoofd.
een bedrijfstak met eeuwenoude wortels. De mensen aan de West-Zeeuws-Vlaamse kust worden al eeuwen direct geconfronteerd met de gevaren van de zee.
Dit verhaal wordt verteld in het Visserijmuseum en de Vuurtoren van Breskens.
Dankzij technische én politieke ontwikkelingen kan dat gevaar met steeds meer succes worden afgewend. In het verdrag dat zij na de Belgische Afscheiding opstellen, maken Nederland en België afspraken over het toezicht op de vaart over de Westerschelde. België verzekert zich van een veilige toegang tot de haven van Antwerpen. Er komen regels over de bebakening. Over de verlichting is aanvankelijk niets opgenomen, maar juist aan een regeling daarover is grote behoefte nadat in 1863 de Scheldetol wordt afgeschaft en de scheepvaart over de Westerschelde als gevolg daarvan hand over hand toeneemt. Ook komen er steeds meer stoomschepen en wordt het gebruikelijker om ook ’s nachts te varen. Op aandringen van België komt het daarom al snel tot afspraken over een stelsel van verlichting langs de hele Westerschelde. Het gaat om
2000
lichtschepen, vuurtorens, bakens en boeien. De vuurtoren bij Breskens vloeit rechtstreeks uit die afspraken voort. Samen met een lichtopstand (het lage licht) en een verklikker een eindje verderop, vormt hij een lichtenlijn over het midden van
Tijdreis door Sluis | 17
3. Overzicht van de musea in de Tijdreis door Sluis
Tijdreis door Sluis | 18
3. Overzicht van de musea in de Tijdreis door Sluis
De musea zijn de hubs op de tijdreis die bezoekers door de
Het Belfort, Sluis
gemeente Sluis maken. De vijf door de gemeente aangewezen kernmusea zijn de pijlers onder de verhaallijn. Hierna volgt op
Het Belfort in Sluis is het enige belfort in Nederland. Het werd eind
alfabetische volgorde een korte beschrijving van het verhaal dat
veertiende eeuw gebouwd, bij de bevrijding in 1944 verwoest en in
elk museum vertelt en waar dit is ingepast in de Tijdreis door
de jaren vijftig weer opgebouwd. Nu is het een rijksmonument. Het
Sluis. Daarna volgen de zes andere musea op identieke wijze.
gebouw met de raadszaal, raadskelder en burgemeesterskamer is op zichzelf al bezienswaardig. De expositie op de tweede verdieping vertelt het geschiedenisverhaal van Sluis. De nadruk ligt daarbij op de Bourgondische tijd, met het drukke internationale handelsverkeer in de haven, de culturele bloei in de stad en de kastelen op de Zwinoevers. Ook is er aandacht voor de Tachtigjarige Oorlog en voor Sluis in de eeuwen daarna. Op de bovenverdieping is een expositie over taal ingericht rond de uit Sluis afkomstige woordenboekmaker Johan Hendrik van Dale. Het is de bedoeling om in de nabije toekomst het middeleeuwse verhaal te vernieuwen en het Taalmuseum een update te geven. D Wereldsteden aan het Zwin D Wallen, forten en linies
Tijdreis door Sluis | 19
3. Overzicht van de musea in de Tijdreis door Sluis
Het Bolwerk, IJzendijke
Cultuurforum Aardenburg
Museum Het Bolwerk laat zien hoe West-Zeeuws-Vlaanderen door de
In museum Cultuurforum Aardenburg maakt de bezoeker kennis
tijd heen met grote regelmaat tot strijdtoneel werd. De nadruk ligt op de
met het Romeinse verleden van deze streek. Het is het verhaal
Staats-Spaanse Linies, de verdedigingslinies die vanaf de Tachtigjarige
over het castellum van Aardenburg, onderdeel van de Romeinse
Oorlog tot de Franse inval in 1794 vorm kregen. Er is aandacht voor de
kustverdedigingslinie, en over het dagelijks leven in het kampdorp. Aan
militaire hoofdrolspelers in de Opstand: prins Maurits van Nassau, onder
de hand van bodemvondsten, zoals munten, toiletartikelen, sieraden,
wiens leiding in 1604 de West-Zeeuws-Vlaamse steden werden veroverd,
potten, kruiken, godenbeeldjes en onderdelen van paardentuig, komt
en de bevelhebbers van de Spaanse troepen Alexander Farnese en
Romeins Aardenburg tot leven. Van een keuken en een stookruimte onder
Ambrogio Spinola. Het verhaal van Het Bolwerk bestrijkt evenwel het
het badhuis zijn replica’s gebouwd. Er zijn plannen om het museum uit
volledige tijdsbestek vanaf het Romeinse castellum in Aardenburg, via
te breiden met een expositie over middeleeuws Aardenburg, vanaf de
onder meer ringwalburgen, mottekastelen en het Kasteel van Sluis, tot de
Franken in de vijfde eeuw, via de eerste graaf van Vlaanderen, de groei en
bunkers uit de Tweede Wereldoorlog.
bloei van de handelsstad, tot het verval daarna. Ook aan Aardenburg als bedevaartstad zal dan aandacht worden besteed.
D Romeinen aan de Noordzee D Wallen, forten en linies
D Romeinen aan de Noordzee
D In de vuurlinie
D Wereldsteden aan het Zwin (na uitbreiding)
Tijdreis door Sluis | 20
3. Overzicht van de musea in de Tijdreis door Sluis
Visserijmuseum, Breskens
Het Vlaemsche Erfgoed, Groede
Het Visserijmuseum vertelt het verhaal over de visserij in Breskens.
Het Vlaemsche Erfgoed bevindt zich in de historische Slijkstraat in
Hoewel er al sinds mensenheugenis in de wateren langs de kust en op
Groede. Omdat Groede in 1944 een Rode-Kruisdorp was, is het bij de
zee werd gevist, is de beroepsvisserij in Breskens een verhaal van de
Slag om de Schelde gespaard gebleven. Groede heeft daardoor zijn
late negentiende en twintigste eeuw. Het museum wordt momenteel
historische karakter en stratenstructuur behouden. Het museum toont
vernieuwd. Het opent in 2026 in een nieuw gebouw en krijgt een volledig
in winkeltjes en werkplaatsen het leven in een landbouwdorp in de
nieuwe presentatie. Het zal het verhaal vertellen van de visserij als bron
eerste helft van de twintigste eeuw. Zo zijn er een timmerwerkplaats,
van bestaan in Breskens. De bezoekers komen van alles te weten over de
schilderswinkel, smidse met travalje, schoenmakerij, bakkerij en
visserij en de daarmee verbonden bedrijvigheid in de haven en het dorp.
grutterswinkel. Het gaat om levend erfgoed; in sommige werkplaatsen
Ook ervaren zij in een immersieve beleving hoe de Noordzee, Zeeland en
zijn beoefenaren van ambachten en kunstnijverheid aan het werk. Ook de
de Westerschelde zijn ontstaan. Er is ook aandacht voor de prehistorische
Lutherse kerk in Groede maakt deel uit van Het Vlaemsche Erfgoed. Deze
dieren die in deze omgeving rondliepen en waarvan vissers vele eeuwen
kerk werd in 1741 gebouwd voor de Salzburgse lutheranen die vanwege
later de botten opvisten.
geloofsvervolging naar Groede kwamen. In de kerk zijn filmpresentaties te zien over de geschiedenis van Groede en de migranten die hier door
D Haaien en mammoeten
de eeuwen heen neerstreken.
D In de vuurlinie D Kust en kor
D Rond het boerenerf
Tijdreis door Sluis | 21
3. Overzicht van de musea in de Tijdreis door Sluis
Grote Kerk, Groede
Het Klinket, Schoondijke
De Grote Kerk in Groede is een rijksmonument. Nadat de oorspronkelijke
Landbouwmuseum Het Klinket toont een uitgebreide collectie
kerk uit de late dertiende of vroege veertiende eeuw bij een stormvloed
landbouwwerktuigen, -machines en -gereedschappen, die hoofdzakelijk
in 1375 was verwoest, werd op dezelfde plek een nieuwe gebouwd.
dateren vanaf het eind van de negentiende eeuw. Zo zijn er combines en
Deze kerk werd in de Tachtigjarige Oorlog grotendeels verwoest, maar
tractoren van net na de Tweede Wereldoorlog te zien, maar ook oudere
daarna weer opgebouwd. In het kerkgebouw kunnen bezoekers nu VR-
boerenwagens en een sjees. Ook staat er een bijzondere walenploeg
presentaties of een film bekijken waarin historische personages vertellen
uit de achttiende eeuw. Verder worden objecten getoond uit de
over episodes uit de geschiedenis van de streek. Je leest het verleden ook
huisnijverheid en aan de landbouw gerelateerde ambachten. Bijzonder is
af aan het kerkinterieur. Dat bevat tevens een fragment van een romaans
voorts een vooroorlogse broedmachine voor het uitbroeden van eieren.
doopvont uit de kerk van het verdronken dorp Nieuwerkerke. D Rond het boerenerf D Wereldsteden aan het Zwin D Rond het boerenerf
Tijdreis door Sluis | 22
3. Overzicht van de musea in de Tijdreis door Sluis
MuseumHuis 1912, Nieuwvliet In het MuseumHuis 1912 stapt de bezoeker het leven van Pieter de
Oorlogsmuseum Switchback, Oostburg
Hullu en Saartje Brakman binnen. Hier wordt het verhaal verteld van hun
Oorlogsmuseum Switchback vertelt het verhaal van de Tweede
dagelijks leven aan het begin van de twintigste eeuw. In de kamers en
Wereldoorlog in West-Zeeuws-Vlaanderen. Het museum ontleent zijn
keuken staan gebruiksvoorwerpen en is streekdrachtkleding te zien. In
naam aan de codenaam die aan de Canadese militaire operatie werd
en aan het huis zijn tal van authentieke elementen bewaard gebleven.
gegeven waarmee West-Zeeuws-Vlaanderen in oktober 1944 werd
Er zijn plannen om de presentatie uit te breiden met het verhaal over
bevrijd. De collectie bestaat uit militaire objecten van zowel de Duitse
de stamvader De Hullu, een hugenoot die in de zeventiende eeuw naar
bezetter als de Canadese bevrijders. Gereconstrueerde scènes, foto’s
Zeeuws-Vlaanderen vluchtte.
en andere documenten illustreren de bevrijdingsoperatie van de geallieerden.
D Rond het boerenerf D In de vuurlinie
Tijdreis door Sluis | 23
3. Overzicht van de musea in de Tijdreis door Sluis
Speel- en Bunkerpark Groede Podium
Vuurtoren Breskens
Ten noordwesten van Groede, op de plek waar in de Tweede
lichtenlijn voor de vaargeul Wielingen werd in 1868 ontstoken en is de
Wereldoorlog door de Duitse bezetter een bunkerdorp werd
oudste nog bestaande gietijzeren vuurtoren in Nederland. Binnen zijn
De vuurtoren van Breskens is een rijksmonument. Dit hoge licht van de
opgetrokken, is nu Speel- en Bunkerpark Groede Podium. Hier ervaren
vitrines met nautische erfgoedobjecten te zien, evenals bouwtekeningen
bezoekers hoe de Duitse soldaten leefden die hier gelegerd waren.
van de vuurtoren en een kunstexpositie. Vlakbij de vuurtoren staat op
De meeste bunkers zijn vrij toegankelijk en sommige hebben aan de
de dijk de zwart-gele kardinale boei ‘Frans Mol’, een voorbeeld van de
buitenkant nog de schilderingen die destijds als camouflage dienden.
betonning op de Westerschelde en de Noordzee.
In de voormalige Gewondenverzorgingsbunker is een expositie van bodemvondsten uit Stützpunkt Groede ingericht.
D Kust en kor
D In de vuurlinie
Tijdreis door Sluis | 24
4. Voorbeelden van koppelkansen
Tijdreis door Sluis | 25
4. Voorbeelden van koppelkansen
Binnen de chronologie van de Tijdreis door Sluis zijn ook
Als aanknopingspunt kan een thema worden gekozen dat een
tijdreizen te maken op basis van thema’s die in verschil-
kenmerkende factor uit de geschiedenis van West-Zeeuws-
lende musea terugkeren. Door zulke verhalen eruit te
Vlaanderen uitlicht. Zo heeft het gebied een rijk verleden op het
lichten en ze als vliegwiel te gebruiken voor het grotere
gebied van migratie en culturele uitwisseling. Ook is oorlog door
geschiedenisverhaal kunnen bezoekers van de streek
de eeuwen heen een terugkerend element in de historie van
geënthousiasmeerd worden om verschillende musea aan
de streek, evenals de dreiging van het water. Als een belangrijk
te doen.
gebied voor voedselproductie biedt ook het thema ‘eten en drinken’ kansen, of meer specifiek het thema zout (winning, handel, conservering, smaakversterker). Ook rond onderwerpen als wonen en kleding is in verschillende musea veel te vinden. Hierna werk ik de thema’s ‘nieuwkomers’, ‘strijdtoneel’ en ‘eten en drinken’ verder uit. In de marge staan de musea aangegeven die het betreffende onderdeel van het verhaal vertellen. Dit is indicatief, mogelijk zien meer musea op basis van hun collectie kansen om bij thema’s aan te sluiten. Ook de getoonde afbeeldingen zijn indicatief. Deze voorbeelden zijn vingeroefeningen, bedoeld als inspiratie voor de volgende fase in dit project.
Tijdreis door Sluis | 26
4. Voorbeelden van koppelkansen
Nieuwkomers Wanneer er kort voor het begin van de jaartelling Romeinse soldaten arriveren, wonen op de plek van het huidige West-
Cultuurforum
Zeeuws-Vlaanderen Menapiërs. Het gebied wordt onder Romeins gezag gebracht, er ontstaat een Gallo-Romeinse cultuur, waarin delen van de inheemse cultuur en de nieuwe Romeinse cultuur samensmelten. Ook voeren de Romeinen muntgeld in waarmee in het hele Romeinse Rijk betaald kan worden. Afgezien van de jagers/verzamelaars die in vroegere tijden als nomaden door het gebied trokken, zijn de Romeinen de eerste
Het Belfort
nieuwkomers in de Tijdreis door Sluis. Ook het vijftiende-eeuwse Sluis verwelkomt talloze vreemdelingen in de persoon van kooplieden en schippers uit het noorden, westen en zuiden van Europa. Een andere groep vreemdelingen doet in die tijden ook Aardenburg aan. Devote bedevaartgangers vereren er tussen de dertiende en zestiende eeuw Maria. Na de Tachtigjarige Oorlog, waarin veel land onder water wordt gezet en het grootste deel van de inwoners wegtrekt, vestigen zich hier migranten uit de kuststrook vanaf de Zuid-Hollandse eilanden tot Noord-Frankrijk.
Het Vlaemsche Erfgoed Grote Kerk Groede MuseumHuis 1912
Ook voor hugenoten en geloofsvluchtelingen uit Salzburg is West-Zeeuws-Vlaanderen een toevluchtsoord. Hun familienamen en tradities zijn nog altijd herkenbaar in de streek. Vlaamse landarbeiders vinden werk op de grote boerenbedrijven. Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1951 worden in vier woonoorden in West-Zeeuws-Vlaanderen Molukse militairen met hun gezinnen ondergebracht. In diezelfde tijd belandt nog
Visserijmuseum
een andere groep vreemdelingen in Breskens. Vissers van Texel,
Van boven naar beneden:
Wieringen en Urk komen op haring vissen in de Noordzee.
Bronzen as of dupondius van Tiberius (Cultuurforum)
Sommige wonen maandenlang met hun gezin in het dorp.
Kan uit Italië (Het Belfort) Lutherse kerk in Groede
Tijdreis door Sluis | 27
4. Voorbeelden van koppelkansen
Strijdtoneel West-Zeeuws-Vlaanderen is in het verleden veelvuldig het
Cultuurforum Het Belfort Het Bolwerk
toneel van krijgsgeweld. Je kunt een lange lijn trekken vanaf de Romeinse tijd en de invallen van Germaanse stammen, via Vikingaanvallen, de Zeeslag bij Sluis (1340), de Opstand tegen de Spaanse koning (1568-1648), verscheidene Franse invallen in de eeuwen daarna – met onder meer de Berenning van Aardenburg in 1672 –, de Franse inval in 1794 en daaropvolgende inlijving, de Belgische Opstand, naar ten slotte de Tweede
Visserijmuseum Switchback
Wereldoorlog. De streek kampt al die tijd met de gevolgen van zijn strategische ligging aan zee en de Westerschelde – de vaarroute naar de belangrijke havenstad Antwerpen – en het feit dat hij eeuwenlang als bufferzone van de Republiek dan wel grensstreek fungeerde. Vanwege de strategische ligging wordt het gebied uitgerust met belangrijke verdedigingswerken, zoals het castellum in de Romeinse tijd, de middeleeuwse kastelen
Groede Podium
aan het Zwin, de vestingsteden, de Staats-Spaanse Linies en de Atlantikwall.
Van boven naar beneden: Model van een Romeinse soldaat (Cultuurforum) Spaanse helm (Het Bolwerk) Munitiebunker Stützpunkt Groede (Groede Podium)
Tijdreis door Sluis | 28
4. Voorbeelden van koppelkansen
Eten en drinken West-Zeeuws-Vlaanderen heeft een rijke geschiedenis als het gaat om eetcultuur en de productie van en handel in etenswaren. Terwijl er al kleinschalig landbouw wordt beoefend en vis wordt gevangen, worden vanaf de Romeinse tijd in de
Cultuurforum
handelsknooppunten Aardenburg en later ook Sluis talloze producten van elders uit Europa aangevoerd. De Romeinen introduceren granen, groenten, kruiden, fruit en dieren als kippen en konijnen. Door contacten met andere regio’s belanden hier bijvoorbeeld ook olijven, amandelen, wijn en rozijnen. Omgekeerd brengt het gebied zelf vissaus (garum en allec) en Menapische hammen voort, waarvan tot in Rome wordt gesmuld.
Het Belfort
Ook de zoutproductie is dan belangrijk. De middeleeuwse keuken in het welvarende Sluis bevat evenzeer exotische vruchten, zoete wijn en specerijen. Dit geldt overigens voor de
Het Vlaemsche Erfgoed Het Klinket MuseumHuis 1912
keuken van de welgestelden, want de gewone bevolking eet een veel eenvoudiger maaltijd. In de zeventiende eeuw groeit West-Zeeuws-Vlaanderen uit tot een modern akkerbouwgebied en wordt er veel tarwe verbouwd. Ook wordt op de boerderijen boter gemaakt. Terwijl er langs de kust al eeuwen kleinschalig wordt gevist, komt aan het eind van de negentiende eeuw in
Visserijmuseum
Breskens de beroepsvisserij tot ontwikkeling. Aanvankelijk wordt er voornamelijk op garnalen gevist.
Van boven naar beneden: Bakkerij (Het Vlaemsche Erfgoed) Aan tafel (MuseumHuis 1912) Schaalmodel van Bressiaans vissersschip BR 1 (Visserijmuseum)
Tijdreis door Sluis | 29
5. Aansluiting bij andere erfgoedlijnen
Tijdreis door Sluis | 30
5. Aansluiting bij andere erfgoedlijnen
De verhaallijn voor Tijdreis door Sluis sluit op alle onderdelen
Wereldsteden aan het Zwin
aan bij de reeds ontwikkelde Zeeuwse Erfgoedlijnen (2019) en
Zeeland: Poort naar de wereld + Heren en kerken
de verhaallijnen voor het Unesco Geopark Schelde Delta (2021).
Geopark: Poort naar de wereld
Onderling zijn deze erfgoed-/verhaallijnen eveneens met elkaar
In de lijn ‘Heren en kerken’ staan religie en macht centraal, met name de
verbonden. Daarmee ontstaan kansen om met het verhaal van
invloed van kerk en wereldlijk bestuur.
West-Zeeuws-Vlaanderen aan te sluiten bij een netwerk van provinciale en interregionale/internationale verhaallijnen. Enerzijds
Wallen, forten en linies
vormt de Tijdreis door Sluis een verdieping van deze lijnen op
Zeeland: Sterk Zeeland + Strijd tegen het water
regionale schaal, anderzijds versterkt de Tijdreis het onderschei-
Geopark: Bestreden gebied
dend karakter van deze regio binnen het netwerk.
De lijn ‘Strijd tegen het water’ gaat niet alleen over de rampzalige gevolgen van stormvloeden, maar ook over wat de mens zelf door
Hieronder volgt een overzicht op welke andere erfgoedlijnen de hubs van
militaire inundaties heeft aangericht.
de Tijdreis door Sluis aansluiten. Rond het boerenerf Haaien en mammoeten
Zeeland: Zwarte schuren en stoere paarden
Zeeland: Schorren, slikken en polders
Geopark: Bestaan en werken
Geopark: Tussen oerland en mensenhand
De lijnen ‘Zwarte schuren en stoere paarden’ en ‘Bestaan en werken’ gaan
Beide lijnen gaan over de ontstaansgeschiedenis van het landschap van
over het leven en werken op het platteland, in het bijzonder de landbouw.
respectievelijk Zeeland en het Schelde-estuarium. In de vuurlinie Romeinen aan de Noordzee
Zeeland: Sterk Zeeland
Zeeland: Poort naar de wereld + Sterk Zeeland
Geopark: Bestreden gebied
Geopark: Poort naar de wereld + Bestreden gebied De lijn ‘Poort naar de wereld’ kijkt naar respectievelijk Zeeland en het
Kust en kor
Schelde-estuarium als een gebied van verbindingen, met name als
Zeeland: Zilt en zoet + Nieuw Zeeland
knooppunten van handel en culturele uitwisseling.
Geopark: Zilt en zoet
De lijnen ‘Sterk Zeeland’ en ‘Bestreden gebied’ zoomen met name in
De lijnen ‘Zilt en zoet’ gaan over het culinaire verleden en belichten hoe
op de strategische betekenis van de ligging aan de Noordzee en het
respectievelijk Zeeland en het Scheldegebied functioneerden als een
mondingsgebied van de Schelde, de reden waarom er in het verleden
productiegebied van eten en drinken.
vaak zo hard is gevochten om dit gebied.
De lijn ‘Nieuw Zeeland’ verhaalt over de moderne bedrijvigheid in het veranderende Zeeuwse landschap.
Tijdreis door Sluis | 31
6. Verder lezen
Tijdreis door Sluis | 32
6. Verder lezen
Literatuur
Lo van Driel, De Franse vluchtelingen in West-Zeeuws-Vlaanderen; hun assimilatie en taalgebruik, in: Archief KZGW 2011, p. 53-72.
De publicaties van de Heemkundige Kring West-Zeeuws-Vlaanderen zijn een rijke bron voor informatie over alle aspecten van de geschiedenis
Tobias van Gent en Hans Sakkers, Slag om de Schelde 1944. De beslissing