Bijlage 3 Nota subsidiebeleid gemeente Sluis 2015.doc
Tekst van het document
Nota subsidiebeleid gemeente Sluis 2015 Leefbaarheid door Verbinden 1. Inleiding. Iedere gemeente in Nederland heeft zijn specifieke eigenschappen. Daarom is het subsidiebeleid per gemeente ook zo verschillend. Onze gemeente bestaat uit een groot aantal kernen, die allemaal een uitgebreid verenigingsleven hebben die de leefbaarheid in de kernen versterken. De gemeente beschikt daarnaast over een, in relatie tot het aantal inwoners, hoog voorzieningenniveau*. Daartoe behoren o.a. onderwijsvoorzieningen, culturele voorzieningen, dorpshuizen, peuterspeelzaalwerk, recreatievoorzieningen en sportvoorzieningen. Al deze voorzieningen worden voor een (vaak zeer) groot deel in standgehouden met behulp van gemeentelijke subsidie en andere vormen van financiële ondersteuning, deskundige professionals en de inzet van talloze vrijwilligers. Binnen onze gemeente zijn een groot aantal organisaties actief die met vrijwilligers een veelvoud aan activiteiten organiseren voor enerzijds de eigen inwoners, maar anderzijds ook voor de vele toeristen die onze gemeente ieder jaar bezoeken. Deze activiteiten lopen uiteen van jeugd en jongerenwerk, amateurkunst, cultuur- en sportevenementen, jaarmarkten, belangenbehartiging tot dorpshuizen. Het zijn stuk voor stuk activiteiten die van groot belang zijn voor de leefbaarheid in de gemeente.
Ondanks de inzet van talrijke vrijwilligers zien we ook in onze gemeente dat de beschikbaarheid van vrijwilligers onder druk staat. Dat betekent dat vrijwilligers extra aandacht verdienen. Vrijwilligerswerk is van essentieel belang voor de samenleving en dient gestimuleerd te worden. Binnen de keten van zelfzorg tot professionele zorg spelen vrijwillige inzet en mantelzorg een grote rol. De gemeente Sluis wil ook in de komende jaren de beschikbare subsidiemiddelen zo efficiënt en effectief mogelijk inzetten om de leefbaarheid in de kernen te behouden. Iedere kern heeft zijn eigen identiteit, maar alleen door samenwerking, een grotere participatie van de inwoners zelf en verbindingen te zoeken kan het voorzieningenniveau kwalitatief op niveau blijven, kunnen activiteiten blijven doorgaan en kunnen vrijwilligers blijvend worden ondersteund. De stads- en dorpsraden krijgen een grotere rol en verantwoordelijkheid bij het (verder) leefbaar houden van hun kern. 1.1. Naar een nieuw subsidiebeleid Subsidies zijn bedoeld om inhoudelijk beleid van de gemeente Sluis te realiseren. Het gaat om collectieve activiteiten waaraan behoefte is bij de Sluisse burgers, die de gemeente niet zelf wil of kan uitvoeren.
Subsidies hebben als doel een financiële bijdrage te geven aan activiteiten die volgens de gemeentelijke beleidskaders, maatschappelijk gezien van belang zijn en waarvoor maatschappelijke organisaties en georganiseerde burgers verantwoordelijkheid willen nemen. Op dit moment worden veel subsidies verstrekt op basis van historie. Er wordt subsidie aan een organisatie verstrekt omdat in het jaar daarvoor ook subsidie is verstrekt. In veel gevallen is echter niet meer te herleiden waarom er voor bepaalde activiteiten wel (en andere geen) subsidie wordt verstrekt. Ook dient de vraag te worden gesteld of de subsidie (nog) aansluit bij het gestelde doel en/of deze subsidieverstrekking de beste wijze is om het beleidsdoel te realiseren. In het Wmo beleidsplan "Samen Leven" is daarom opgenomen dat de gemeente tot een heroverweging van de subsidies wil komen. Uitgangspunt hierbij is dat inwoners en maatschappelijke organisaties primair zelf verantwoordelijkheid worden voor het uitvoeren van en/of deelnemen aan activiteiten. De gemeente zal (in de uitvoerende sfeer) minder zaken als vanzelfsprekend zelf voor haar rekening nemen, * Masterplan voorzieningen Zeeuws-Vlaanderen, juni 2011.
1
maar zorgt ervoor dat mensen zelf, of in samenwerking met elkaar, de controle hebben (of krijgen) over hun eigen leven en zelf verantwoordelijkheid dragen voor het opstarten en organiseren van lokale en regionale activiteiten en voorzieningen. In het coalitieakkoord "Sluis Verbindt" is dit uitgangspunt nog eens bevestigd. Het Wmo beleidsplan is een kadernota. De uitwerking vindt plaats in beleidsnota's, verordeningen en prestatieafspraken. Met deze nota subsidiebeleid wordt daarin deels inhoudelijk voorzien. Met deze beleidsnota beschikt de gemeente over een beleidsdocument die als basis kan dienen voor het verstrekken van subsidie op tal van beleidsterreinen. Er is voor gekozen om de subsidieverlening uit de Wmo verordening te halen. Hierdoor vallen nu ook, de niet Wmo-gerelateerde subsidies, onder de reikwijdte van de nieuwe subsidieverordening. Door deze maatregel kan er ook binnen de Wmo-verordening ook makkelijker worden ingespeeld op de toekomstige wetswijzigingen. Naast deze inhoudelijke basis is ook de juridische basis noodzakelijk. In het verlengde van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is dat op gemeentelijk niveau de (nieuwe) Algemene subsidieverordening gemeente Sluis 2015. Daarin zijn de juridische criteria en procedures opgenomen. 2. Subsidiekaders van de gemeente Sluis. 2.1 Algemene voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen.
Onder subsidie wordt verstaan: de aanspraak op financiële middelen, door de gemeente verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten en prestaties van de aanvrager, anders dan als betaling voor geleverde goederen of diensten. Het krijgen van subsidie is geen ‘recht hebben op zonder meer’ maar een recht dat ontstaat als aan een aantal ‘harde voorwaarden’ wordt voldaan. Er is daarom voor gekozen om een aantal algemene kaders vast te stellen die van toepassing zijn op alle subsidieverlening. Deze zijn in dit hoofdstuk opgenomen. In de Subsidieregeling gemeente Sluis zullen daarnaast nog een aantal inhoudelijke criteria worden opgenomen die gelden voor specifieke beleidsterreinen. 2.1.1. Subsidieontvangers. De gesubsidieerde activiteiten of prestaties moeten direct of indirect ten goede komen aan de inwoners van de gemeente Sluis. Subsidieverstrekking boven de € 1.500 vindt uitsluitend plaats aan rechtspersonen. Subsidies tot € 1.500 kunnen ook worden verstrekt aan natuurlijke personen. Toelichting. Dit artikel begrenst de subsidieverstrekking. In het verleden werd soms subsidie verstrekt aan activiteiten buiten de gemeente, waarbij het niet duidelijk was welke effecten de subsidie heeft voor de inwoners van de eigen gemeente.
Uitzondering blijven subsidies die toegekend worden voor een toeristische of culturele activiteit dat wordt geacht een effect te hebben op de Sluise gemeenschap, danwel bezoekers trekt uit bv. de hele regio Zeeuws Vlaanderen. De grens van maximaal € 1.500 voor subsidiering aan natuurlijke personen is gesteld om als gemeente meer zekerheid te hebben en om risico's voor de subsidieaanvrager te beperken. 2.1.2 Doelgericht. De activiteiten of prestaties dienen een aantoonbare bijdrage te leveren aan één of meerdere door de raad vastgestelde beleidsdoelen, welke verwoord zijn in de vastgestelde beleidskaders. Toelichting. Subsidie is een middel om maatschappelijke doelen te bereiken. Omdat de meeste beleidsdoelen eenmaal per vier jaar worden bijgesteld, is het belangrijk dat de subsidieverstrekking daarbij aansluit. Vermeden moet worden dat subsidies worden verstrekt omdat deze ooit in het verleden werden verstrekt. In de beschikking moet duidelijk komen te staan: • Een heldere omschrijving binnen welk beleid de subsidie past;
2
• • •
Voor welke activiteit of prestatie het toegekende subsidiebedrag wordt verstrekt; De periode waarover het bedrag wordt verstrekt; De daaraan verbonden voorschriften en overige vereisten.
2.1.3 Soorten subsidies. Subsidieverstrekking vindt plaats via één van onderstaande subsidievormen. Subsidieverlening kan daarbij zowel eenmalig, jaarlijks als meerjarig plaatsvinden. 1. Activiteitensubsidie: Een subsidie voor activiteiten die bijdragen aan de gestelde beleidsdoelen en uitgevoerd worden door rechtspersonen of natuurlijke personen. 2. Budgetsubsidie: Een subsidie aan een (professionele) rechtspersoon gericht op uitvoering van gemeentelijk beleid waarbij de subsidieontvanger de uitvoering ter hand neemt. De uitvoering is uitgewerkt in te behalen doelstellingen en prestaties en kan worden vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst. 3. Projectsubsidie: Een subsidie voor een vooraf gedefinieerde activiteit, afgebakend in tijd en middelen, waarvoor specifieke nader regels zij opgenomen. Toelichting. Voorheen waren er ook subsidiesoorten zoals exploitatiesubsidie en waarderingssubsidie, waarmee feitelijk het bestaan van verenigingen of instellingen werd gesubsidieerd. De bovenstaande soorten subsidies leiden tot een meer doelgerichte subsidieverstrekking. 2.1.4 Binnen de begroting. Subsidie wordt verstrekt met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen. Per programma zal er een subsidieplafond worden ingesteld. Het college is bevoegd om binnen de subsidieplafonds subsidie te verstrekken.
De programma's en de huidige subsidieplafonds per programma zijn als bijlage bijgevoegd. Toelichting. Bij het verlenen van de subsidies zijn niet de gevraagde subsidiebedragen leidend maar het door de raad vastgestelde subsidieplafond. Binnen deze subsidieplafonds moeten vervolgens de individuele subsidies worden verstrekt. De raad kan jaarlijks bij de begrotingsbehandeling prioriteiten stellen ten aanzien van de subsidieverdeling door middel van het verhogen of verlagen van de subsidieplafonds. 2.1.5. Subsidiegrondslagen. De subsidiegrondslagen worden door het college in de Subsidieregeling gemeente Sluis vastgesteld. Uitgangspunt hierbij zal zijn dat verenigingen niet automatisch meer subsidie zullen ontvangen, maar dat ze (extra) subsidie kunnen krijgen door activiteiten te organiseren die betrekking hebben op maatschappelijke participatie en/of specifieke doelen. Toelichting Het vaststellen van de subsidiegrondslagen is op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening een bevoegdheid van het college. De door de raad vastgestelde (subsidie)kaders zijn hierbij leidend. 2.1.6 Doelmatig. Voorwaarde is een realistische verhouding tussen de verwachte resultaten en de gevraagde gemeentelijke bijdrage. De gemeentelijke bijdrage bij activiteiten- en/of projectsubsidies zal nooit hoger zijn dan 50% van de totale subsidiabele kosten.
Activiteiten die door "de markt" worden, gerealiseerd komen niet voor subsidie in aanmerking.
3
Toelichting Van organisaties mag worden verwacht dat zij een subsidiebijdrage vragen die in verhouding staat tot het resultaat. Naast een gemeentelijke subsidie verwachten wij daarom dat subsidieaanvrager zelf ook bijdraagt in de kosten door middel van eigen middelen, zelfwerkzaamheid of sponsorbijdragen. Een uitzondering kan worden gemaakt voor activiteiten in de vorm van evenementen, voorstellingen, uitvoeringen en exposities die naar het oordeel van het college een grote culturele waarde en/of toeristische waarde hebben voor de inwoners en die geen of beperkte eigen inkomsten kunnen genereren en voor stads- en dorpsraden. 2.1.7 Klantvriendelijk. Deregulering en Lean-management is een belangrijke ontwikkeling binnen de gemeente Sluis. Ook het aanvragen van subsidie proberen we zo makkelijk mogelijk te maken. Dit houdt onder meer in dat: • Voor subsidieaanvragen is er een digitaal standaard aanvraagformulier beschikbaar.
We streven er naar om het aanvraagproces te digitaliseren; • De doorlooptijden voor de subsidieverlening zijn verkort; • Voor subsidieaanvragen tot € 1.500 hoeft geen verantwoording te worden overlegd; • Subsidies voor vier jaar kunnen worden vastgesteld; De gemeente houdt zich wel het recht voor de toekenning van een dergelijke subsidie op basis van steekproeven te onderwerpen aan een reguliere controle; • Pas bij subsidies boven de € 100.000 er een volledige accountantsverklaring dient te worden overlegd. Toelichting. Met dit artikel wordt gestreefd om het aanvragen van subsidie gemakkelijker te maken. Per slot van rekening moet de energie van de uitvoerders niet gaan zitten in het aanvragen of verantwoorden van subsidie, maar in het bedenken, uitvoeren en evalueren van activiteiten of projecten. 2.1.8.
Meerjarige subsidieaanvragen Het college stelt een subsidie in principe vast voor de periode van 4 jaar voor rechtspersonen die gedurende meerdere jaren een subsidie ontvangen en voldoen aan onderstaande voorwaarden: De aanvrager dient eenmaal per vier jaar zijn aanvraag in (inclusief meerjarenbegroting en activiteitenplan); - De aanvrager dient eenmaal per vier jaar een verantwoording in (inhoudelijke en financieel verslag); - Bij eventuele wijzigingen dient de aanvrager jaarlijks een eenvoudig formulier in te vullen; - Na 2 jaar dient de aanvrager een tussentijdse, beperkte verantwoording, op een door ons ontwikkeld formulier, af te leggen. Toelichting. Dit kader is een verdere uitwerking om het aanvragen van subsidie zo gemakkelijk mogelijk te maken. De tussentijdse verantwoording maakt inzichtelijk of de gemaakte afspraken zijn/worden nagekomen en kunnen waar nodig worden aangepast. 2.1.9 Subsidietrap. Gemeenten bereiden zich voor op een groot aantal nieuwe taken in het sociaal domein. Centraal uitgangspunt in deze transities is de nadruk die er wordt gelegd op de eigen verantwoordelijkheid van burgers. Deze eigen verantwoordelijkheid willen we ook toepassen op de subsidieverlening. De subsidietrap kan hierbij een hulpmiddel zijn. Daar waar (georganiseerde) burgers en maatschappelijke organisaties zichzelf kunnen redden, heeft de gemeente een terughoudende rol.
Naarmate (georganiseerde) burgers en maatschappelijke organisaties meer in gedrang komen, zal de gemeente een meer actieve opstelling kennen. Door de prioritering van beleidsdoelen en daarop gebaseerde subsidies kan de subsidietrap ook een hulpmiddel zijn bij het uitvoeren van bezuinigingen.
4
De subsidietrap kent vier treden: Trede 1: Eigen verantwoordelijkheid van de Burger, mensen zorgen voor zichzelf en hun eigendommen (intermediair/informatief). Subsidierelatie: doorzetten van eenmalige impulsgelden van provincie, rijk en Europa. Trede 2: Mensen zorgen voor elkaar en hun omgeving. (wenselijke subsidies). Subsidierelatie: de gemeente faciliteert een initiatief indien een extra stimulans gewenst is met een (eenmalige) subsidie, beleidsarm en vraag gestuurd. Trede 3: Noodzakelijke collectieve voorzieningen. Subsidierelatie: hier liggen duidelijke beleidsdoelen die de gemeente proactief wil realiseren in samenwerking met maatschappelijke partners. Trede 4: De professionele inzet van voorzieningen als achtervang en sluitstuk (subsidie voor wettelijke verplichte taken). Subsidierelatie: middelen worden ingezet voor het uitvoeren van wettelijke taken en het bieden van een specifiek aanbod voor individuele burgers die (tijdelijk) extra individuele ondersteuning nodig hebben. Toelichting Met de treden van de subsidietrap wordt aangegeven dat de basis ligt bij de zelfredzaamheid van de (georganiseerde) burgers. Per slot van rekening is het merendeel van de burgers goed in staat voor zichzelf, familie en eigendommen te zorgen.
Voor de gemeente resteert een informerende rol naar faciliteiten of buitengemeentelijke subsidies om deze zorg indien gewenst te ondersteunen (trede 1). Bijvoorbeeld dorps- en wijkverenigingen attenderen op subsidiemogelijkheid bij bv. het Oranjefonds. In onze gemeente, zijn veel burgers betrokken bij hun leefomgeving. Zij zetten zich in voor de sport- of muziekvereniging, voor natuur en milieu, zijn actief in de informele zorg of ze houden het cultureel erfgoed draaiend. Door hun grote inzet worden met relatief weinig middelen goed functionerende netwerken van voorzieningen gecreëerd (trede 2). Bijvoorbeeld in het kader van leefbaarheidbeleid activiteiten subsidiëren die de leefomgeving verbeteren of de sociale cohesie vergroten. De 3e trede bestaat uit subsidies die wanneer ze niet verstrekt worden consequenties kunnen hebben voor de omgeving. Te denken valt aan het subsidiëren van de bibliotheek. De 4e trede vormt de basis voor de wettelijke verplichtingen zoals het in stand houden van een antidiscriminatievoorziening, dierenwelzijn, het AMHK, etc. Vanuit de rijksoverheid heeft de gemeente de taak opgedragen gekregen dit uit te voeren. Bij wettelijke subsidies/voorzieningen is de grens tussen subsidie en inkopen van diensten vaak klein. Zoals vermeld kan de subsidietrap een hulpmiddel zijn bij het prioriteren van subsidies.
Dat wil niet automatisch zeggen dat de onderste of trede 2 geschrapt moeten worden. Soms is het meer doelgericht om juist te investeren in preventieve maatregelen, -activiteiten of netwerken en daarmee latere kostbare interventies te vermijden. 2.1.10 Overige. De activiteiten moeten voor alle (tijdelijke) inwoners toegankelijk zijn. Einddoel is een inclusieve samenleving waarin iedereen meedoet en mee kan doen. Iedereen draagt daarbij verantwoordelijkheid voor kwaliteit van de samenleving en wat daarin gebeurd. Subsidieontvangers dienen in al hun communicatiemiddelen de gemeente Sluis als subsidiegever te vermelden, waar mogelijk met vermelding van het logo. Er worden geen subsidies toegekend lager dan € 500,--. 2.1.11 Uitzonderingen. Subsidies die worden verstrekt op grond van een gemeenschappelijke regeling en afhankelijk zijn van besluitvorming door de meerderheid van het algemeen bestuur vallen buiten de werking van deze nota.
5
3. Advies Rmdo. Door de raad voor maatschappelijke en demografische ontwikkeling is een advies uitgebracht over de subsidieverdeelsleutels. Het advies heeft vooral betrekking op een meer evenwichtige en transparante verdeling van de subsidies. We hebben dit advies vertaald in voorliggende beleidsnota en zal verder worden uitgewerkt in de Subsidieregeling gemeente Sluis 2016. Onze reactie op dit advies is als bijlage bijgevoegd. 4. Implementatie, monitoring en evaluatie. Na het vaststellen van deze nota subsidiebeleid gelden de algemene subsidiekaders gemeentebreed als randvoorwaarden/uitgangspunten voor het te formuleren subsidiebeleid op alle beleidsterreinen. De inhoudelijke kaders zijn meegenomen bij het opstellen van de Algemene subsidieverordening gemeente Sluis 2015. De nieuwe uitgangspunten voor het subsidiebeleid zullen van toepassing zijn op de structurele subsidieaanvragen over het jaar 2016 en de incidentele subsidieaanvragen vanaf 1 september 2015. De uitvoering van de subsidieverlening zal periodiek worden gemonitord. Deze algemene nota subsidiebeleid zal na vier jaar worden geëvalueerd.
6
Bijlage 1. Huidige en nieuwe subsidieplafonds per programma. Programma Lokale economie Ruimtelijk beheer Ruimtelijke ontwikkeling Sociaal domein
Bestuur en veiligheid Totaal
1
Speerpunten 1. Toerisme als economische motor 2. Het buitengebied is pure beleving 3. De kracht van karakteristieke kernen 4. Wonen naar wens
Categorie Toerisme
5. Onderwijs legt stevige basis 6. Sociale en maatschappelijke voorzieningen
Oud 217. 917
Nieuw 225.000
Natuur
16.000
Wonen
1.667
2.000
a. Peuterspeelzaalwerk b. Schoolbegeleiding c. Gymnastiekonderwijs
294.000 100.000 31.000
294.000 100.000 31.000
a. Leefbaarheid leefbaarheidsfonds b. Voorzieningen, cultuur en sport c. Zorg
131.547 50.000 911.668
231.000 50.000 1 815.000
81.839 15.275
88.000 15.000
1.850.913
1.851.000
7. Krachtig en dienstbaar bestuur
Onder voorbehoud van evaluatie fonds nieuwe initiatieven. 7
Bijlage 2. Reactie op het Advies subsidieverdeelsleutels van de Raad voor maatschappelijke en demografische ontwikkeling. Door de raad voor maatschappelijke en demografische ontwikkeling is een advies uitgebracht over de subsidieverdeelsleutels. Dit advies heeft vooral betrekking op een meer evenwichtige en transparante verdeling van de subsidies. Dit advies hebben we vertaald in voorliggende beleidsnota en zal verder worden uitgewerkt in de Subsidieregeling gemeente Sluis 2016. Onze reactie op dit advies treft u hieronder aan. Advies 1. De RMDO adviseert dat op de jaarlijkse openbare “den Hoekzak” bijeenkomsten van de RMDO tijd wordt ingeruimd voor verklaring en toelichting op (delen van) het subsidiebeleid, criteria en verdeelsleutels in relatie tot het gemeentelijk (cultuur)beleid en de betreffende ambtenaren van de gemeente Sluis op te roepen aan deze bijeenkomsten medewerking te verlenen. Voorliggende nota subsidiebeleid zal voor vier jaar worden vastgesteld. Dit betekent dat er, uitzonderingen daargelaten, geen jaarlijkse wijzigingen zullen plaatsvinden. Bij meer dan marginale wijzigingen van het subsidiebeleid zal er altijd een inspraakprocedure volgen. We zijn altijd bereid om aan bijeenkomsten van de Rmdo onze medewerking te verlenen. Advies 2.
De RMDO adviseert om uitsluitend de begrippen ‘resultaatsubsidie’ en ‘prestatiesubsidie’ in te voeren waarin: • Een resultaatsubsidie wordt verstrekt aan een in de beleidsnota genoemde instelling die uitvoering geeft aan gemeentelijke beleidsdoelstellingen, gedurende maximaal de geldigheidsduur van de beleidsnota; • Een prestatiesubsidie wordt verstrekt aan een in de beleidsnota genoemde instelling die uitvoering geeft aan een gemeentelijke beleidsdoelstelling tegen vooraf geformuleerde prestatienormen en voor de duur waarvoor deze prestatienormen worden gesteld. De Rmdo wijkt in dit advies af van hun eerdere advies waarin ze adviseerden om terug te gaan tot twee subsidievormen, namelijk budgetsubsidies en waarderingsubsidies. We hebben het advies over genomen om terug te gaan in het aantal subsidievormen, maar houden vast aan de benamingen zoals die in deze nota zijn opgenomen. Advies 3. De RMDO adviseert om de subsidieverdeelsleutel voor de kunst en cultuursector op te delen in basissubsidies en projectsubsidies. Deze laatste categorie kan worden gefinancierd uit kortingen op de basissubsidies of uit het opheffen van subsidies voor niet prioritair of achterhaalde kunst en cultuursectoren zoals beschreven in het bijgevoegde werkgroep verslag, hoofdstukken 1 tot en met 23.
De vrijgekomen fondsen worden verzameld in een cultuurfonds en subsidies alleen toegekend aan goed onderbouwde projectaanvragen. Dit advies zal worden meegenomen bij de verdere uitwerking van de subsidieregeling gemeente Sluis 2015. Het idee van een basis- en een extrasubsidie bij bepaalde prestaties en doelen willen we gedeeltelijk overnemen. Advies 4. De RMDO adviseert om de inzet van de door de gemeente beschermde instituten voor kunst en cultuur ondersteunende activiteiten te korten in gemeentelijke subsidiëring en de daaruit vrijgemaakte fondsen te benutten voor projectsubsidies of mogelijke ondersteuning van verenigingen die een aantoonbaar actief jeugdbeleid voor deze sector bedrijven.
8
Dit advies hangt heel sterk samen met het advies "Cultuurbeleid en organisatie". We zullen dit deeladvies meenemen bij de behandeling van het advies cultuurbeleid en organisatie. Advies 5. RMDO adviseert dat de aanbevelingen in paragraaf 22 van het bijgevoegde verslag onverkort worden doorgevoerd ten einde Porthos effectief uit te rusten voor haar toekomstige werkzaamheden. Dit advies zal worden meegenomen in het procesplan Sociaal domein en de verdere inrichting van de toegangorganisatie. Het advies van de Rmdo past binnen de door u vastgestelde kaders voor het sociaal domein. Advies 6 De RMDO adviseert een directe koppeling te maken tussen het Porthos beleid en het “Dorpshuizen nieuwe Stijl” advies dat in de zomer 2013 zal worden gepubliceerd. Over het advies "Dorpshuizen nieuwe stijl" is inmiddels al separaat een reactie door ons uitgebracht. Dit is verder toegelicht in een gesprek. Advies 7. De RMDO adviseert om bij de toepassing van subsidietoewijzingen de lokale belangen en de waarde van gesubsidieerde activiteiten voor het imago van de gemeente Sluis altijd te wegen en, zo nodig, het cultuurfonds te gebruiken om de opwaardering van de gemeente Sluis zeker te stellen. We willen dit advies overnemen. We zullen hiervoor alleen het leefbaarheidsfonds gebruiken i.p.v. het cultuurfonds. Dit is mede afhankelijk van het advies "Cultuurbeleid en organisatie".
Advies 8 De RMDO adviseert deze individuele aanbevelingen ongewijzigd over te nemen. Deze aanbevelingen zullen worden meegenomen bij de verdere uitwerking van de subsidieregeling gemeente Sluis 2016.
9