CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 Beleidsplan Wonen 2023-2024 - Vastgesteld 22 juni 2023

Commissie Ruimte/AB 2 september 2025, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot aanpassing en gedeeltelijke intrekking Beleidsplan Wonen36.228 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

landschap. Beeldbepalende panden zijn van belang voor de stedenbouwkundige of landschappelijke samenhang. Er kan ook de keuze gemaakt worden om bepaald waardevol leegstaand vastgoed buiten de groei- en transformatiekernen geen nieuwe invulling met wonen te geven, want de prioriteit ligt bij versterking van de groei- en transformatiegebieden.

Wanneer sprake is van het kunnen behouden van karakteristieke of beeldbepalende bebouwing kunnen intern extra wooneenheden worden gerealiseerd, indien: a. aangetoond wordt dat daarmee het pand kan worden behouden; b. de karakteristieke kenmerken van het pand blijven behouden; c. het aantal toe te voegen wooneenheden in verhouding staat met de omvang van het pand; d. het aantal eenheden wordt onderbouwd vanuit het oogpunt van behoud van het pand. 4.

Inbreiding voor uitbreiding. Nieuwe woningbouwontwikkeling concentreren we zoveel mogelijk binnen de bebouwde kom van een kern in de gemeente Sluis, aansluitend op de omschrijving van bestaand bebouwd gebied zoals deze in het Omgevingsplan van provincie Zeeland staat gedefinieerd.

5.

Voor locaties waar de woonbestemming (waar mogelijk) moet worden onttrokken maakt gemeente Sluis een afweging over het nieuw faciliteren van bebouwde bestemmingen. Gemeente Sluis baseert en behandelt de ‘herbestemming’ als zijnde een nieuw project. De procesboom dient dan te worden doorlopen.

WANNEER DIENT DE PROCESBOOM TE WORDEN DOORLOPEN? • • •

Bij elke aanvraag of wens. Zodra een initiatief vraagt om een intentieverklaring/bestemmingsplanprocedure/gebruikswijziging. In de procesboom veronderstellen we dat het niet voor zal komen dat er grootschalige woninginitiatieven buiten groei- en transformatiegebieden zullen zijn, in de geest van de hoofdprincipes van dit beleidsplan.

HOE WORDT EEN INITIATIEF BEOORDEELD? Initiatiefnemer werkt het onderstaande bespreekformat uit, en legt deze voor aan de gemeente • Beschrijving plan/initiatief. • Bestaande situatie (omvang, meerwaarde, voorzieningen, type wijk/gebied, et cetera). • Behoefte waarin het plan voorziet: op basis van basisprogramma uit huishoudens groei, o.b.v. het transformatieprogramma met koppeling aan transformatie van bestaande woningen en/of onttrekken van woningen aan de bestaande voorraad door herbestemming naar geregistreerde tweede woning en recreatief gebruik of o.b.v. het ambitieprogramma door het aantonen van groei door huishoudens van buiten gemeente. • Effectanalyse. • Aansluiting bij basisprincipes en spelregels. Tabel A2: Bespreekformat voor initiatiefnemers bij nieuwbouwprojecten Thema Locatie Inclusief kaart precieze afbakening Huidige planstatus in bestemmingsplan Huidige situatie (kwantitatief) • Omvang gebied in m²s • Omvang in aantal woningen

Toelichting • • •

38 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Huidige situatie (kwalitatief) • Compacte beschrijving • Onderscheidend vermogen • Indicatieve reikwijdte (trekkracht) gerelateerd aan ambitieprogramma met aantrekken va inwoners van buiten de gemeente/Nederland Beoogd plan/ambitie: Door gemeente gedragen voorstel met gewenst: • Label programma (basis, transformatie, ambitie) • Label gebied (groei, transformatie, balans). • Label wijk (zorgwijk, gezinswijk, buitengebied). • Aantal woningen • Productmarktcombinaties • Gebiedsafbakening op kaart • Saldering (plantitels, recreatie) Samenhang met beleid • OZ 2018 • Woonagenda Zeeland • Woondeal op grond van NWBA • Regiovisie Zeeuws-Vlaanderen • Regionale woonvisie ZeeuwsVlaanderen (2022) • Beleidsplan Wonen Belangen in plangebied • Afspraken • Participatie Neveneffecten • Kwantitatief • Kwalitatief

•

•

•

•

Afwegingskader voor prioritering van (bestaande en nieuwe) plannen De voorgaande criteria zijn harde eisen voor het in behandeling nemen van nieuwe woningbouwplannen. We verwachten echter dat verdere prioritering van locaties nodig en wenselijk is. Daarom werken we met het volgende afwegingskader, om de goede plannen op de juiste locaties in onze gemeente te kunnen prioriteren. Dit gaat in feite om plannen aan het eind van het stroomschema (het groene ‘prioriterings-vakje’ in figuur 1). Structuurversterking: juiste woningen op de juiste plekken Als gemeente vinden we het belangrijk dat we, daar waar nog ruimte is voor vernieuwing en kwaliteitsverbetering, dit doen op de meest wezenlijke plekken in onze kernen. Hiervoor hebben we in ons afwegingskader een harde eis: we werken in principe uitsluitend mee aan woningbouwontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied (volgens de Ladder voor Duurzame Verstedelijking), en breiden het ruimtebeslag in principe niet buiten de kernen uit. Daarnaast hebben we in het afwegingskader de volgende prioriteringsvoorwaarden opgenomen: • Nabijheid van voorzieningen: we werken mee aan woningbouwplannen in en om onze (dorps- en stads) centra. De eerste reden hiervoor is de vergrijzende bevolking: zodra inwoners minder vitaal worden, is het belangrijk dat zij hun dagelijkse voorzieningen zelfstandig (te voet) kunnen bereiken.

Woningen voor deze doelgroep dienen daarom nabij winkels en (waar mogelijk) zorgvoorzieningen gebouwd te worden in de vorm van zorgwijken. De tweede reden is de structuurversterking van onze kernen, ook bijvoorbeeld wanneer winkelgebieden naar de

39 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

•

toekomst toe soms compacter dienen te worden: woningen toevoegen rondom de centra draagt bij aan levendige kernen en meer draagvlak voor voorzieningen. In tegenstelling tot woningen toevoegen aan de randen: dat slaat als het ware gaten in de structuur van onze kernen. Structuurversterkende locatie: daarnaast kijken we naar de noodzaak tot revitalisering van een specifieke locatie of specifieke pand met een woonbestemming of een andere bestemming. We onderscheiden oplossen van problemen met incourante panden uit de bestaande voorraad, leegstand en behouden van een monument: o Bij incourante planden uit de bestaande voorraad of langdurige leegstand kunnen er negatieve effecten op de omgeving ontstaan. Daarom kijken we als gemeente of en hoe we medewerking kunnen verlenen aan de aanpak van structurele leegstand of een ‘rotte kies’, zeker op beeldbepalende plekken en rondom de (dorps)centra van de dorpen en steden binnen gemeente Sluis. Oplossen van leegstand of een rotte kies betreft maatwerk per situatie, en is geen garantie voor woningbouwontwikkeling o Daarnaast werken we als gemeente ook graag mee aan het behouden van monumentale objecten. In dit geval gaat het dus niet alleen om behouden en revitaliseren van de locatie, maar ook van het vastgoed zelf. Uitgangspunt hierbij is dat toevoeging van de woning noodzakelijk moet zijn voor het behoud van het monument.

Daarnaast moet het monument nabij voorzieningen staan (gezien de toenemende groep oudere huishoudens).

Tabel A3: afwegingskader voor prioritering van nieuwe woningbouwplannen Criterium Beoordeling van dit criterium Criterium 0: Kwantitatieve woningbehoefte Over welke Het plan past binnen de (resterende) behoefte aan kwantitatief toe te voegen woningen in aantallen hebben de gemeente Sluis, op basis van de groei die mogelijk wordt om het ambitieprogramma te we het? realiseren, de actuele transformatieopgave en bestaande harde plannen (aanbod). Criterium 1: Aansluiting op kwalitatieve woningbehoefte – HARDE EIS Welke woningtype Het plan past binnen de resterende behoefte aan kwalitatief toe te en welke aantallen? voegen woningen per dorp of stad. Op basis van de vraag per woningtype en het bestaande aanbod in harde plannen. Dus: als bestaande harde plannen al voorzien in de behoefte naar het betreffende woningtype (tabel 1), is er geen ruimte voor een nieuw plan. Gezien de vergrijzing die op de gemeente Sluis afkomt, en de tekorten aan levensloopgeschikte woningen in alle kernen, kiezen we alleen voor levensloopbestendige woonconcepten. Dit kunnen zowel appartementen als grondgebonden woningen zijn, geschikt voor gezinnen, starters of ouderen.

Criterium 2: Locatie betreft een groeigebied – HARDE EIS Waar is het plan We ontwikkelen uitsluitend binnen bestaand stedelijk gebied (volgens gelegen? Rekening de Ladder voor Duurzame Verstedelijking), en breiden onze kernen niet houdend met kern, uit wanneer er nog ruimte is binnen het bestaand stedelijk gebied. BSG We werken mee aan woningbouwplannen in de kernen met voorzieningen zoals een school en winkels, en ontmoetingsplekken zoals een dorpshuis. In de andere dorpen, steden en gehuchten/buurtschappen werken we alleen mee aan kleine toevoegingen – ‘accupunctuur’ – mits een grote meerwaarde voor de leefbaarheid of bestaande voorraad van de kernen is aangetoond. Let op: voor locaties buiten centrumkernen of zonder aantoonbare meerwaarde voor de leefbaarheid/woningvoorraad geldt: we werken hier uiteraard wel mee in het kader van

Aansluiting op de kwalitatieve behoefte is vereist voor ieder nieuw plan Levensloopbestendigheid is vereist voor ieder nieuw plan

Ligging binnen BSG is vereist, (tenzij er geen ruimte is binnen BSG)

Ligging in centrumkern is vereist, tenzij: Meerwaarde voor kern aangetoond.

40 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

revitalisering/transformatie/sloop-nieuwbouw, waarbij het aantal woningen niet uitgebreid wordt.

Of: er geen toevoeging van woningen plaatsvindt.

Criterium 3: transformatie of balansgebied -HARDE EIS Is sprake van een herstructurering of transformatie van bestaande bebouwing?

Als gemeente zetten we in op herstructurering en transformatie. Dit betekent dat we in principe alleen woningen toevoegen op herstructurering en transformatielocaties. Dit geldt voor alle kernen.

Prioritering: Structuurversterkende plek Ontwikkeling draagt bij aan structuurAanpak van rotte kies, structurele leegstand of beeldbepalende plek; versterkende En/of: hergebruik en behoud van waardevol monument. aspecten. Prioritering: Nabijheid van voorzieningen Ontwikkeling ligt nabij voorzieningen, De minimale loopafstand is minder dan 5 minuten / 500 meter; zoals winkels, Of: de minimale loopafstand is 5 tot 10 minuten / 500 tot 1.000 meter; huisarts en OV. Of: de minimale loopafstand is meer dan 10 minuten / 500 tot 1.000 meter.

Transformatie of herstructurering is vereist

Maatwerk +

++ 0 --

Prioritering: Vernieuwend woonconcept of bediening specifieke doelgroep Ontwikkeling is Innovatieve woonconcepten voegen iets toe dat complementair is aan vernieuwend of de bestaande woningvoorraad, dus niet ‘meer van hetzelfde’. bedient specifieke Voorbeelden zijn: middenhuur, tiny houses, hofjes of woondoelgroep. zorgconcepten (niet uitputtend). Het woonproduct is vernieuwend; Of: het woonproduct is niet vernieuwend.

+ 0

Het woonproduct bedient doelgroep ouderen of zorgbehoevenden. Of: het woonproduct bedient geen ouderen of zorgbehoevenden.

+ 0

WAT STILSTAAT VERGAAT We nemen in iedere afspraak met private partijen (bijvoorbeeld de Anterieure Overeenkomst, of het verkoopcontract van de grond) op dat oplevering van de woningen binnen 3 jaar na verlening van de omgevingsvergunning moet plaatsvinden. Wanneer dit niet gebeurt, wordt de overeenkomst ontbonden. Zo voorkomen we dat partijen de plantitels vasthouden zonder dat men voornemens is deze op korte termijn te bouwen. Hiermee houden we onze programmering adaptief en wendbaar. De gemeente kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van bouwen op structuurversterkende plekken Hoewel de gemeente Sluis primair inzet op bouwen op structuurversterkende plekken, zijn er uitzonderingssituaties denkbaar, waarin hiervan afgeweken kan worden. Bijvoorbeeld wanneer een plan past binnen de woningmarktstrategie voor een betreffende kern, en de gemeente het plan vanuit dat perspectief belangrijk vindt, maar het plan zich niet op een structuurversterkende plek bevindt en er geen alternatieve structuurversterkende plekken in de kern aanwezig zijn. Dan kan worden besloten om voor dat specifieke geval af te wijken van het principe van structuurversterking.

41 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Let wel: de afweging om gebruik te maken van deze afwijkingsgrond ligt bij de gemeente Sluis. Het college van B&W mag daarbij per geval zelf bepalen of gebruik wordt gemaakt van deze afwijkingsmogelijkheid. In principe wordt zo veel mogelijk gebouwd op structuurversterkende plekken, en wordt er zo min mogelijk van deze afwijkingsmogelijkheid gebruik gemaakt. Voorwaarden voor woningbouw in het buitengebied Buiten de kernen zijn mogelijkheden voor het toevoegen van woningen in beginsel beperkt. Buiten de kernen staan we in principe geen toevoeging van woningen aan de woningvoorraad toe. Herstructurering, vervanging of verplaatsing van woningen is mogelijk, zolang dit niet leidt tot uitbreiding van de woningvoorraad. Woonbestemmingen buiten de kernen (in bebouwing) respecteren we. Alleen bij structurele leegstand van minimaal drie jaar gaan we over tot wegbestemmen van de woonbestemming. De uitwerking hiervan vormt een belangrijk onderdeel van het uitvoeringsprogramma. Bij hoge uitzondering staan we het toevoegen van woningen toe buiten de bestaande kernen. Deze uitzonderingen zijn gericht op voorkoming van verpaupering en risico van ondermijnende activiteiten in leegstaande schuren. We reserveren hiervoor een aantal van 6 plantitels per twee jaar23.

Ten aanzien van vrijkomende agrarische bouwvlakken / bedrijven zijn er de volgende opties: 1) een perceel kan worden omgezet naar Wonen (1 woning) met behoud van de bestaande bijgebouwen. 2) bestaande schuren (bij een woonbestemming) kunnen worden benut conform de NED-regeling (kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten). 3) schuren die detonerend zijn en niet geschikt voor bovenstaande opties kunnen worden gesaneerd binnen de kaders van de ruimte voor ruimte regeling, mits voldaan aan de voorwaarden. Het primaire uitgangspunt is dat woningen die voortkomen uit toepassing van de ruimte voor ruimte- regeling gerealiseerd worden in de kern dan wel op het eigen terrein. Indien wordt aangetoond dat beide niet mogelijk is kan een bouwtitel worden verplaatst in het buitengebied. Hier werken we slechts met terughoudendheid aan mee.24 De op 29 april 2020 geamendeerd aangenomen beleidsnotitie “verplaatsing bouwtitels in het buitengebied” geldt daarbij als toetsingskader, waarbij wel geldt dat toe te voegen woningen enkel voor permanente bewoning mogen worden gebruikt.. Bij bouwen in het landelijk gebied geldt dat de nieuwe woning geen verslechtering mag betekenen voor de agrarische bedrijfsvoering in de omgeving. De nieuwe woning mag niet dichter bij een agrarisch bedrijf (en de daarbij horende planologische mogelijkheden) gevestigd zijn dan de dichtstbijzijnde bestaande woning.

23 Aansluitend bij de termijn van een tweejaarlijkse monitoring en evaluatie-cyclus. 24 De bestaande beleidsnotitie 'verplaatsen van bouwtitels in het buitengebied Sluis’ wordt overeenkomstig deze uitgangspunten

aangepast

42 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Bijlage B: Demografie en toelichting woningmarkt-onderzoek drie programma’s In deze bijlage brengen we de historische en verwachte demografische ontwikkelingen in de gemeente Sluis in beeld. Ook geven we een indicatie van de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte toegesneden op drie programma’s: het basisprogramma, het transformatieprogramma en het ambitie-programma. Voor de kwalitatieve vertaling van deze programma’s maken we voor het Beleidsplan Wonen gebruik van Stecmodellen die gebaseerd zijn op harde gegevens van het CBS, het WoON, de Lokale Monitor Wonen en de meest recente provinciale prognose Zeeland (2022). Belangrijk bij het lezen van deze resultaten is dat ze een uitgangspunt vormen. Het schetst de context waarbinnen woondoelen en -ambities uit voorliggend Beleidsplan Wonen vorm hebben gekregen en waarop voortgebouwd gaat worden. Dit hoofdstuk is dan ook geen blauwdruk voor de toekomst. Hoe de huishoudensontwikkeling en de ontwikkelingen op de woningmarkt zich daadwerkelijk gaan voortzetten in is niet met zekerheid te duiden. Het is zinvol om via monitoring de ontwikkeling van de woningvoorraad (kwantitatief- en kwalitatief) in de afgelopen tien jaren in beeld te brengen. Het is daarbij van belang ontwikkelingen te blijven monitoren om de ambities en doelen uit het Beleidsplan Wonen aan te laten sluiten op de praktijk en waar nodig tijdig bij te kunnen sturen.

B.1 Huishoudensontwikkeling beïnvloed door vergrijzing, verdunning en migratie Afgelopen tien jaar afname van het aantal inwoners en een toename van het aantal huishoudens Wanneer we terugkijken over de periode 2012 tot 2021, dan zien we dat de bevolking in de gemeente Sluis is afgenomen met circa 725 personen. Het aantal huishoudens is diezelfde periode daarentegen met zo’n 45 huishoudens licht toegenomen. In totaal wonen er daarmee circa 23.165 personen in de gemeente Sluis verdeeld over circa 11.275 huishoudens in 2021. Het aantal personen in de gemeente Sluis nam het sterkst af tussen 2017 en 2020. Deze afname vlakt vanaf 2020 enigszins af. De ontwikkeling van het aantal huishoudens laat een ander beeld zien. Het aantal huishoudens nam in de periode 2015 tot en met 2019 namelijk toe, waarna het vanaf 2019 stabiliseerde. Verder zien we dat er sprake van een lichte huishoudensverdunning de afgelopen jaren in de gemeente Sluis. De gemiddelde huishoudensomvang is namelijk gedaald van 2,1 in 2012 naar 2,04 in 2021. Zie onderstaande figuren.

43 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Figuur B1: Bevolkings- en huishoudensontwikkeling (links) en huishoudensomvang (rechts), gemeente Sluis Bron: CBS (2022), bewerking Stec Groep (2022). 25.000

2,12

12.000

2,1

Bevolking (personen)

24.500

23.500

11.500

23.000 11.250

22.500 22.000

Huishoudens

11.750

24.000

11.000 Bevolking

2,1

2,08 2,06 2,04 2,04 2,02 2

Huishoudens

Demografische groei vooral te verklaren door buitenlands migratieoverschot De ontwikkeling van het aantal huishoudens wordt bepaald door de ontwikkeling van het aantal personen en het verloop van de gemiddelde huishoudensomvang. Zoomen we in op de ontwikkeling van het aantal personen in de afgelopen jaren, dan valt op dat vooral het buitenlandse migratieoverschot een positieve invloed heeft gehad op de bevolkingsontwikkeling. Deze is de afgelopen jaren stabiel hoog geweest. Het binnenlands migratiesaldo was tot en met 2019 negatief en in 2020 positief, met uitzondering van het jaar 2016. In dat jaar was het binnenlandsmigratie saldo circa 0 was. De natuurlijke aanwas laat de afgelopen jaren een negatief saldo zien. Figuur B2: Ontwikkeling aantal personen per jaar, gemeente Sluis periode 2011-2020 300 200 100 0 -100 -200 -300 2011

2012

2013

2014

2015

Buitenlandse migratie (saldo) Natuurlijke groei (geboorte minus sterfte)

2016

2017

2018

2019

2020

Binnenlandse verhuizingen (saldo) Totaal personen

Bron: Stec Groep (2022), op basis van CBS (2020).

INVLOED CORONA OP DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN Uit het onderzoek van I&O Research en KAW in opdracht van de Provinciale Commissie Wonen Zeeland, genaamd ‘Invloed corona op verhuismotieven’ (mei 2021), blijkt dat de bevolking in de provincie Zeeland sinds 2015 toeneemt. Er is al jaren sprake van een positief buitenlands migratiesaldo en sinds 2016 (met uitzondering van 2019) ook sprake van een positief binnenlands migratiesaldo. Dit houdt in dat er meer mensen van buiten de provincie naar Zeeland zijn verhuisd dan er zijn vertrokken. Notie hierbij is wel dat deze verhuizingen deels administratief van aard zijn. Verschillende inschrijven zijn namelijk gedaan voor tweede woningen. Ingezoomd op relatie met buurland België: (licht) positief migratiesaldo afgelopen jaren Wanneer we inzoomen op de verhuizingen die plaatsvinden tussen inwoners van de gemeente Sluis en inwoners uit België, dan is het migratiesaldo de afgelopen jaren (licht) positief geweest.

44 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

In de periode 2014 tot en met 2020 zijn er dus meer mensen uit België verhuisd en gevestigd in de gemeente Sluis dan andersom. Te zien is dat het positieve migratiesaldo sinds 2016 vooral afvlakt en in 2021 een negatief saldo laat zien (14 personen). Figuur B3: Verhuizingen van en naar België, gemeente Sluis 2014-2021 250 150 50

Immigratie

-50

Emigratie Saldo

-150 -250 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Bron: Gemeente Sluis (2022) op basis van BRP, bewerking: Stec Groep (2022).

Meeste verhuizingen vinden binnen de gemeente plaats We zoomen in op de binnenlandse migratie. Een relatief groot deel van alle verhuizingen in Sluis vindt binnen de gemeente plaats (circa 70%). Het aandeel binnengemeentelijke verhuizingen in Sluis is daarmee vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde.25 Verder is er een relatief grote instroom vanuit omliggende gemeenten te zien zoals Terneuzen (circa 6%), Hulst (circa 1%) Vlissingen (circa 1%), en Middelburg (circa 1%). Ook vanuit gemeenten buiten de provincie Zeeland komen zijn relatief sterke inkomende verhuisstromen te herkennen, zoals Breda (circa 1%), Tilburg (circa 1%), Amsterdam (circa 1%) en Rotterdam (circa 1%). Belangrijkste vestigingsgemeenten vergelijkbaar met herkomstgemeenten Ook de uitgaande verhuisbewegingen lopen vooral naar buurgemeenten als Terneuzen, Hulst, Vlissingen en Middelburg. Daarnaast zijn er ook relatief sterke verhuisstromen met gemeenten buiten de provincie Zeeland te herkennen, vergelijkbaar met de ingaande verhuisbewegingen. Daarnaast valt op te merken dat Druten in de uitstroom (2%) een iets groter aandeel heeft dan in de instroom (1%). Figuur B4: Top herkomstgemeenten verhuisde personen naar (links) en uit (rechts) gemeente Sluis

Bron: CBS (2022), cijfers 2011-2021 op basis van beschikbare gegevens CBS. Bewerking Stec Groep (2022).

25 In het merendeel van de gemeenten in Nederland ligt het aandeel binnengemeentelijke verhuizingen, binnen het totaal aantal

inkomende verhuisbewegingen, ruim boven 50%.

45 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Grotere kernen kennen positief binnengemeentelijk verhuissaldo De kernen Breskens (circa +90 personen), IJzendijke (circa +75 personen), Oostburg (circa +170 personen) en Sluis (+15 personen) kennen een positief binnengemeentelijk migratiesaldo over de periode 2018 tot en met 2022. Hiermee hebben deze kernen vooral een aanzuigende werking van personen uit andere kernen binnen de gemeente Sluis. Het migratiesaldo in de andere kernen binnen de gemeente Sluis is daarmee per saldo negatief. Het valt op dat dit met name de groteren kernen in de gemeente zijn. Het hogere voorzieningenniveau en de nieuwbouwontwikkelingen in deze kernen dragen mogelijk bij aan deze verhoudingen. Figuur B5: Saldo binnengemeentelijke verhuizingen gemeente Sluis, periode 2018-2022 -200

-150

-100

-50

0

50

100

150

200

Aardenburg Breskens

Cadzand Eede Groede Hoofdplaat IJzendijke Nieuwvliet Oostburg Retranchement Schoondijke Sint Kruis Sluis Waterlandkerkje Zuidzande Aardenburg

Breskens

Cadzand

Eede

Groede

Hoofdplaat

IJzendijke

Nieuwvliet

Oostburg

Retranchement

Sint Kruis

Sluis

Waterlandkerkje

Zuidzande

Schoondijke Bron: Gemeente Sluis (2022).

Positieve instroom van inwoners tussen de 20 en 65 jaar, uitstroom jongeren en ouderen Wanneer we kijken naar de leeftijd van personen die de gemeente Sluis in- of uit verhuizen dan zien we dat tussen 2011 en 2021 per saldo een instroom van personen in de leeftijdscohorten 0 tot 5 jaar (circa +70 personen) en 20 tot 65 jaar (circa +200 personen). Daar tegenover staat een uitstroom van 15 tot 20-jarigen (circa -555 personen) en 65plussers (circa -180 personen). Jongeren verhuizen waarschijnlijk grotendeels vanwege studie. Ouderen willen wellicht liever in een kern wonen met een hoger (zorg)voorzieningenniveau.

46 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Figuur B6: In- en uitstroom en binnenlands migratiesaldo van personen naar leeftijd, gemeente Sluis 1.500 1.000 500 Gevestigd

-

Vertrokken -500

Saldo

-1.000 -1.500 0 tot 5 jaar

5 tot 10 10 tot 15 15 tot 20 20 tot 25 25 tot 30 30 tot 40 40 tot 50 50 tot 65 65 tot 85 85 jaar of jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar ouder

Bron: CBS (2022) over de periode 2011-2021. Bewerking Stec Groep (2022).

B.2 Huishoudensgroei verwacht, mate waarin afhankelijk van woonbeleid In deze paragraaf lichten we drie programma’s toe die de basis vormen voor het voorliggende beleidsplan Wonen: • Het basisprogramma: gebaseerd op de provinciale prognose 2022 • Het transformatieprogramma: waarin de bestaande infrastructuur van verpleeghuiszorg een transitie doormaakt waarin verpleeghuiszorg wordt getransformeerd naar nieuwbouw in de vorm van zorgwijken in de dorpen en een geclusterde wonen en zorgwoningen en voorzieningen in Oostburg en Breskens. Dit is een programma van onttrekking van bestaande voorzieningen en complexen en renovatie en nieuwbouw van geclusterde woonvormen aansluitend op de zorgbehoefte. Dit programma brengt een nieuwbouw van circa 210 wooneenheden in Sluis met zich mee, zonder dat netto sprake is van een uitbreiding: het gaat immers om het transformeren van bestaande zorginfrastructuur naar een nieuwe zorginfrastructuur. • Het ambitieprogramma: gebaseerd op de ambitie om de leefbaarheid en vitaliteit van de dorpen en steden in Sluis te behouden. Met dit doel is het nodig om te komen tot een forse nieuwbouw, zoals ook weergegeven in het Masterplan Oostburg.

Deze nieuwbouw wordt gebruikt om te komen tot integrale gebiedsontwikkeling en kwalitatieve verbetering van de woningvoorraad, om doorstroming op gang te brengen en ruimte te bieden voor aan te trekken huishoudens van buiten de gemeente. Met deze nieuwe huishoudens kan de leefbaarheid en vitaliteit van de kernen van gemeente Sluis op peil blijven.

47 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Tabel B7: Huishoudensontwikkeling gemeente Sluis, conform provinciale prognose Alleenstaanden en stellen tot 35 jaar Gezinnen Alleenstaanden en stellen 35-65 jaar Alleenstaanden en stellen 65-plus Overig Totaal

Stand 2022 870 3.065 2.970 4.370 35 11.310

Ontw. 2022-2031 -70 (-8%) tot +20 (+3%) -65 (-2%) tot +285 (+9%) -80 (-3%) tot tot +260 (+9%) +255 (+6%) tot +255 (+7%) +10 (+28%) tot +10 (+28%) +50 (0%) tot +835 (+7%)

Stand 2031 795 tot 890 3.000 tot 3.350 2.890 tot 3.215 4.625 tot 4.610 45 tot 45 11.360 tot 12.145

Bron: Provinciale prognose Zeeland (2022). Bewerking Stec Groep (2023). Afgerond op vijftallen en hele procenten.

Extra programma: nieuwbouw kan leiden tot +25% instroom van midden- en hoge inkomens Een extra ambitie die de gemeente Sluis zichzelf stelt is het verhogen van de instroom van huishoudens met een midden- of hoog inkomen. Om die reden hebben we ook een programma doorontwikkeld waarin de migratie-instroom door het ambitieprogramma voor 25% extra veroorzaakt wordt door midden- en hoge inkomens. Dit heeft geen gevolgen voor de huishoudensgroei naar doelgroepen, maar wel voor de kwalitatieve woningbehoefte. Dit hebben we hieronder uitgewerkt. Daarnaast komt nieuwbouw van gezinswoningen tot stand op basis van: • Uitstroom van woningen voor permanente bewoning naar tweede woningen • Ter vervanging van onttrekking van kwetsbare woningen, zie paragraaf 5 van deze bijlage

B.3 Nieuwbouwopgave met name in (grondgebonden en gestapeld) nultredensegment In deze paragraaf vertalen we de huishoudensontwikkeling naar specifieke doelgroepen, waarbij we ook rekening houden met het woonmilieu en inkomen van huishoudens. We geven de aantallen weer voor de provinciale prognose (basisprogramma) en het ambitieprogramma, waarbij we ook in beeld brengen wat een hogere instroom van middenen hoge inkomens te weeg brengt. We vertalen de demografische ontwikkeling, de verhuisgeneigdheid en het verhuisgedrag van doelgroepen naar woningbehoefte met behulp van ons Doorstroommodel. Zie onderstaande toelichting.

UITLEG STEC-DOORSTROOMMODEL Behoefte aan woningen op basis van doorstroommodel en verschillende doelgroepen Om de kwalitatieve woningbehoefte te bepalen gebruiken we ons eigen Stec-Doorstroommodel. Het doorstroommodel is een methode om de opgave in de woningmarkt te benaderen. Het is een dynamisch en vraaggestuurd model dat jaarlijks de vraag en het aanbod van woningen tegen elkaar afzet. We onderscheiden de hiervoor genoemde 25 doelgroepen. Vervolgens bepalen we de jaarlijkse opgave, waarbij het model rekening houdt met de bestaande voorraad, de gewenste woonsituatie, het verhuisgedrag en demografische ontwikkelingen van de doelgroepen in de gemeente. Omdat in onze gemeente een groot aantal woningen bovengemiddeld incourant zijn en behoren tot het kwetsbare deel van de bestaande woningvoorraad, zetten we er maximaal op in om kwetsbare woningen te vervangen door nieuwbouwwoningen. Het gaat daarbij overwegend om grondgebonden koopwoningen. Dit zijn echter ook woningen die we graag terugzien in de nieuwbouwprogrammering om hiermee de aantrekkelijkheid van het wonen in onze gemeente voor mensen van buiten de gemeente te bevorderen.

Door confrontatie van huidige woonsituatie met woonwensen en verhuisgedrag ontstaat opgave Door de ontwikkeling van deze doelgroepen te combineren met hun huidige woonsituatie (wat komt er aan woningen vrij bij huishoudensdaling/doorstroming?), verhuisgeneigdheid en kwalitatieve woonvoorkeuren (waar is behoefte aan bij huishoudensgroei/doorstroming?) simuleren we in het model de jaarlijkse in- en uitgaande verhuizingen. Zo ontstaat op basis van verhuis- en woonwensen en de samenstelling van de woningvoorraad een vraag-aanbodconfrontatie die per saldo een jaarlijkse kwantitatieve en kwalitatieve opgave op de woningmarkt oplevert.

48 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Het doorstroommodel is een theoretische benadering: het is een ideaalprogramma op basis van verhuis- en woonwensen in uw gemeente en volledige keuzevrijheid. De woningmarkt is een aanbodmarkt, waardoor huishoudens in de praktijk soms ander gedrag vertonen dan op basis van hun woonwensen verwacht wordt, bijvoorbeeld omdat gewenst aanbod ontbreekt of niet betaalbaar is. Daarom brengen we de woningbehoefte niet alleen in beeld op basis van woonvoorkeuren (telkens ‘blauw’ in de navolgende figuren), maar ook op basis van recent verhuisgedrag van doelgroepen (telkens ‘groen’ in de figuren). In bepaling van de behoefte houden we rekening met betaalbaarheid van de voorraad Daarnaast houden we in het woonbehoefteonderzoek rekening met de betaalbaarheid van de (koop)woningvoorraad, zodat we (vanuit het inkomen) onhaalbare wensen corrigeren. Zo dempen we de vraag naar koopwoningen vanuit lage en middeninkomens naar gelang de woningvoorraad in een gemeente duurder is. Dit resulteert erin dat huishoudens vaker aangewezen zijn op een huurwoning, omdat niet iedereen koopwensen kan realiseren.

Komende jaren sterke uitbreidingsbehoefte aan nultredenwoningen, en vervangingsbehoefte aan gezinswoningen (ter vervanging van kwetsbare gezinswoningen in de bestaande voorraad) Om huishoudens te behouden en aan te trekken in de gemeente Sluis is het nodig de woningvoorraad kwantitatief en kwalitatief aan te laten sluiten bij de wensen en behoeften van (toekomstige) inwoners. Vanuit de primaire woonvoorkeur en gerealiseerde verhuizingen (en daarmee de reguliere huishoudensontwikkeling) zien we voor de komende tien jaar een sterke behoefte aan nultredenwoningen in de gemeente Sluis. Deze behoefte komt vooral vanuit de groeiende groep 65-plussers die vanuit een grondgebonden (koop-)woning (willen) doorstromen naar een nultredenwoning. Dit leidt tot aanhoudende druk op het nultredensegment. De gerealiseerde verhuisbewegingen laten zien dat de groeiende vraag naar nultredenwoningen niet volledig kan worden gehuisvest. Dit resulteert erin dat mensen verhuizen naar een ‘tweede keus’: grondgebonden woningen in het sociale segment. Dit terwijl hier vanuit hun primaire woonvoorkeur niet de primaire behoefte zit. Het ambitieprogramma heeft met name gevolgen voor het reguliere grondgebonden koopsegment. De huishoudens die de gemeente Sluis extra wil aantrekken zijn met name op zoek naar dit type woning.

Het theoretische overschot dat verwacht wordt op basis van het basisprogramma zou daarmee fors teruggebracht kunnen worden. Ondanks dat zie we ook in dat geval nog een licht overschot aan dit type terug. Figuur B8: Kwalitatieve woningbehoefte gemeente Sluis tot 2031, o.b.v. trend- en ambitieprogramma -1.000

-800

-600

-400

-200

-

200

400

600

SH GGB VSH GGB KOOP GGB SH APP/NULT. VSH APP/NULT. KOOP APP/NULT.

Woonvoorkeuren trendscenario invloed ambitiescenario Verhuisgedrag trendscenario invloed ambitiescenario Bron: Provinciale prognose Zeeland (2022). WoOn2015, WoOn2018 & WoOn2021. Bewerking Stec Groep (2023).

49 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Instroom voor meer midden- en hoge inkomens leidt tot verder terugdringen overschotten, en resteert er alleen een kwalitatieve verbeterslag (sloop- en onttrekking ten faveure van nieuwbouw) De ambitie om ook extra in te zetten op het aantrekken van huishoudens met een midden- of hoog inkomen kan het theoretische overschot aan reguliere grondgebonden koopwoningen verder terugdringen. Dat betekent dat er dan weliswaar netto geen woningen in het grondgebonden segment te veel zijn, maar dat in dit woningsegment kwalitatieve verbeterslag nodig waarbij we grondgebonden nieuwbouw gezinswoningen toevoegen, om kwetsbare woningen in de bestaande voorraad te onttrekken. Op basis van de woonvoorkeuren (zie onderstaande figuur) kan het overschot dan zelfs teruggedrongen worden naar nul. Aan alle andere segmenten bestaat dan daarnaast een behoefte. Figuur B9: Kwalitatieve woningbehoefte gemeente Sluis tot 2031, o.b.v. trend- en ambitieprogramma’s en woonvoorkeur -800

-600

-400

-200 -65

SH GGB

-590

200

400

-55

15 10 0 365

SH NULT. VSH NULT.

170 185 185

KOOP NULT.

165 200 205 Woonvoorkeuren trendscenario

600

45 15 -15

VSH GGB KOOP GGB

0

440 415

Woonvoorkeuren ambitiescenario

Ambitie +25% midden- en hoge inkomens Bron: Provinciale prognose Zeeland (2022). WoOn2015, WoOn2018 & WoOn2021. Bewerking Stec Groep (2023).

We splitsen de kwalitatieve woningbehoefte voor de gemeente Sluis nog verder uit naar enkele prijsklassen. Dit doen we voor alle drie de programma’s (zie onderstaand figuur). Op basis hiervan valt op dat de behoefte met name fors is in het nultreden middenhuursegment (tot € 1.000). Aan dure huur is relatief weinig behoefte. In het koopsegment zien we een relatief forse vraag naar dure nultredenwoningen terug (> € 355.000). Dit komt met name doordat ouderen die nu in het bezit van een koopwoning zijn, relatief veel eigen vermogen hebben na de verkoop hiervan. Op basis van het ambitieprogramma met meer midden- en hoge inkomens zien we daarnaast terug dat ook de vraag naar dure reguliere grondgebonden koopwoningen positief uitslaat.

50 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Figuur B10: Uitgebreide kwalitatieve woningbehoefte gemeente Sluis tot 2031 -250

-200

-150

-100

-50

0

50

100

150

200

250

GGB SH - Tot aftoppingsgrens GGB SH - Aftopping tot liberalisatie GGB VSH - Liberalisatie tot € 1.000 GGB VSH - Meer dan € 1.000

GGB Koop - Tot € 250.000 GGB Koop - € 250.000 - € 355.000 GGB Koop - Meer dan € 355.000 Nult. SH - Tot aftoppingsgrens Nult. SH - Aftopping tot liberalisatie Nult. VSH - Liberalisatie tot € 1.000 Nult. VSH - Meer dan € 1.000 Nult. Koop - Tot € 250.000 Nult. Koop - € 250.000 - € 355.000 Nult. Koop - Meer dan € 355.000 Woonvoorkeuren trendscenario

Woonvoorkeuren ambitiescenario

Ambitie +25% midden- en hoge inkomens

Bron: Provinciale prognose Zeeland (2022). WoOn2015, WoOn2018 & WoOn2021. Bewerking Stec Groep (2023).

300

51 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Bijlage C: Visie op wonen, zorg en welzijn Vanuit het Nationale Woon- en Bouwprogramma is een achttal deelprogramma’s ontwikkeld. Eén daarvan is het Programma Langer Thuis. Dit programma regelt dat gemeenten in 2023 een zelfstandige Visie Wonen en Zorg vaststellen. De gemeente Sluis heeft in het kader van de Verkenning Vitaal West Zeeuws-Vlaanderen al in 2021 met een reeks van partijen gesprekken gevoerd. Zo zijn meerdere zorgpartijen toen al om input gevraagd voor het gemeentelijk beleid. In 2022 zijn voor het opstellen van het Beleidsplan Wonen opnieuw gesprekken gevoerd met meerdere stakeholders, waaronder de zorgpartijen. Daarmee voldoen we aan het vereiste van het Programma Langer Thuis. Het Beleidsplan Wonen is bedoeld als een ‘allesomvattend beleidsplan’. Daarom wordt de Visie Wonen en Zorg als zelfstandig onderdeel opgenomen in dit beleidsplan. In deze visie als onderdeel van het Beleidsplan Wonen staan de ambities centraal die bijdragen aan balans in de driehoek van wonen, zorg en ondersteuning in onze gemeente. Deze visie is mede tot stand gekomen op basis van de gesprekken met dorps- en stadsinwoners in gemeente Sluis die in 2022 en 2023 zijn gehouden in het kader van het Beleidsplan Wonen en andere bijeenkomsten die rond de thema’s wonen, zorg en welzijn hebben plaatsgevonden.

Ook heeft afstemming plaatsgevonden met zorgpartijen en corporaties (zie ook de hoofdtekst van het Beleidsplan Wonen). De driehoek Welzijn, zorg een wonen (hieronder weergegeven) reikt verder dan de harde factoren, zoals voldoende voorzieningen en woningen en gebouwen. Welzijn, zorg voor onze inwoners en de organisatie daarvan verdienen net zo zoveel aandacht. De optimale situatie is een balans binnen deze driehoek. De gemeente Sluis werkt met voorliggende visie toe naar deze balans. Figuur C2: De driehoek van wonen, zorg en welzijn

Bron: Stec Groep.

De eerste paragraaf (C.1) gaat in op de visie met drie ambities voor de gemeente Sluis. Vervolgens gaat de tweede paragraaf (C.2) in op de verwachte ontwikkelingen tot 2033 in de gemeente Sluis binnen wonen, zorg en ondersteuning. In C.3 en C4 staat achtergrond informatie, waaronder een toelichting op het wettelijk kader en de huidige en beoogde spreiding van zorgvoorzieningen.

52 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

C.1 Visie op wonen, zorg en ondersteuning We zien drie ambities in de opgave rondom wonen, zorg en ondersteuning in de aankomende jaren. We zetten in op: 1. het vergroten van de zelfredzaamheid in de eigen leefomgeving; 2. goed wonen voor iedereen door doorstroming op de woningmarkt; 3. (regionale) samenwerking. C.1.1 Ambitie 1: Vergroot de zelfredzaamheid in de eigen leefomgeving Gemeente Sluis wil de zorgkloof dichten door wonen, zorg en voorzieningen samen te brengen (zie ook paragraaf 4.3 van het beleidsplan).26 Hiervoor zet de gemeente in op 1) een integrale toegang tot zorg, 2) een integratie van de eerste, tweede en derde lijn en 3) aandacht voor opleiding en arbeidsmarkt. Daarmee wil de gemeente Sluis met minder mensen, meer zorg kunnen leveren en: zorgpersoneel kunnen aantrekken en behouden door de prettige werkomstandigheden; meer efficiency te bereiken: door clustering, slimme technologie en digitalisering. Dit leidt tot minder reisbewegingen en meer tijd voor patiënten; meer effectiviteit door integraal te werken. Dus van monodisciplinair naar multidisciplinair; en de nabijheid van zorg garanderen.27 Ook ruimtelijk wonen, zorg en voorzieningen samenbrengen Om dit te bereiken zet de gemeente Sluis in op de ruimtelijke clustering van wonen, zorg en voorzieningen. Hierbij wordt zwaardere zorg in de twee kernen Oostburg en Breskens onder gebracht.

Naar type zorgvraag vloeit het aanbod van zorg en ondersteuning verder uit over de kernen. Zie voor een toelichting op het zorgaanbod naar kern in de gemeente Sluis de tabel hieronder. Tabel C1: Ruimtelijke gevolgen voor de clustering van wonen, zorg en voorzieningen Woonzorgconcepten

Kernen in de gemeente Sluis

Thuis in de wijk

Alle kernen

Thuis in de zorgwijk

Aardenburg, Breskens, Sluis, IJzendijke en Oostburg

Centrum voor wonen en zorg

Oostburg en Breskens

Toelichting Voor alle kernen in de gemeente Sluis geldt dat zorg en ondersteuning in de wijk kan worden geboden. Het gaat daarbij vooral om zorg en ondersteuning op planbare momenten en is niet 24 uurs. De zorgwijk is een wijk waar mensen met én zonder zorgvraag door elkaar wonen en de omstandigheden zo zijn dat mensen die zorg nodig hebben er zo lang mogelijk (zelfstandig) kunnen blijven wonen. Centra van wonen en zorg met intensieve complexe verpleeghuiszorg (intramuraal). Hierbij is een specifieke omgeving en organisatie noodzakelijk om bewoners de juiste zorg te bieden.

Type zorgbehoefte

Vooral planbare thuiszorg (Zvw) en Wmo. Vooral Thuiszorg (Zvw), Wlz-zorg zonder behandeling (vpt), Wmo. Vooral Wlz-zorg met verblijf, Wmo en Zvw.

Bron: Bureau HHM, Zorginhoudelijke visie Vitaal West Zeeuws Vlaanderen (2021); Eindrapport conclusies en advies Vitaal WZV: verkenning en haalbaarheid.

Tabel C2: Specifieke kenmerken van een zorgwijk Kenmerk Zorg

Toelichting Zorg is 24 uur per dag in de nabijheid. Dit betekent dat zorgprofessionals adequaat moeten kunnen reageren op een hulpvraag en tijdig ter plaatse moeten kunnen zijn. Hierbij wordt rekening gehouden met kwalitatieve uitgangspunten die gelden voor veilige en verantwoorde zorg.

26 In de visie op de gebiedsontwikkeling gaat het behoud van kwalitatief hoogwaardige voorzieningen verder dan alleen zorg.

Concentratie is ook nodig voor onderwijs, sport en cultuur (bron: Conclusies en advies Vitaal WZV: verkenning en haalbaarheid). 27 Bron: Verkenning Vitaal West-Zeeuws Vlaanderen, 2021.

53 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Afmetingen

De diameter van een zorgwijk in combinatie met een Centrum voor Wonen en Zorg is maximaal 500 meter, waarbij de 10 minuten aanlooptijd randvoorwaardelijk zijn.

Voorzieningen

Een supermarkt bevindt zich op maximaal 200 meter van de zorgwijk, maar bevindt zich bij voorkeur in of tegen de rand van de zorgwijk. Hetzelfde geldt ook voor voorzieningen als een centraal afleverpunt, een buurtcentrum/multifunctioneel centrum en enige welzijnsvoorzieningen (bijvoorbeeld theater, muziekcentrum, dagvoorziening/besteding) en eetgelegenheden). Deze zijn bij voorkeur op loopafstand te bereiken.

Bereikbaarheid

Een toegankelijke aansluiting op het openbaar vervoer bevindt zich binnen 5 minuten lopen.

Omgeving

Daarnaast kenmerkt de directe woonomgeving zich als dementievriendelijke en autoluw.

Clustering

Als zorgwoningen in een zorgwijk een clustering hebben, is het belangrijk toevallige ontmoeting te faciliteren en stimuleren. Dit kan door bijvoorbeeld voordeuren uit te laten komen op een gezamenlijk hofje/pleintje. In het geval van appartementen kan worden gekozen voor kleine galerijen van maximaal 5 woningen. Om ontmoeting en participatie verder te stimuleren is het belangrijk dat in de zorgwijk ook mogelijkheden zijn voor kortdurend verblijf en dat complexen beschikken over gemeenschappelijke ruimtes. Om een tijdelijke intensieve zorgvraag te kunnen ondersteunen is kortdurend verblijf wenselijk. Om organisatorisch en bedrijfsmatig een zorgwijk draaiend te kunnen houden zijn er minimaal 64 woningen nodig waar zorg aan ouderen wordt geleverd. 28 Indien de zorg en benodigde zorginfrastructuur ook kan worden gecombineerd met andere kwetsbare doelgroepen, zoals bijvoorbeeld inwoners met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking of inwoners die te maken met psychosociale problematiek heeft dat een positief effect op de bedrijfsvoering en organisatorische inrichting van de zorgwijk.

Ontmoeting

Aantal woningen

Bron: Bureau HHM, Zorginhoudelijke visie Vitaal West Zeeuws Vlaanderen (2021).

Zie C 3 en C4 voor de ruimtelijke spreiding en capaciteit van de huidige en toekomstige situatie in kaart. Ontwikkelen van medisch- en gezondheidscentrum Om voldoende zorgaanbod te creëren in Oostburg en Breskens zijn hier specialistische centra beoogd. Volgens de visie van zorgverzekeraar CZ Groep is er in de gemeente ruimte voor 1,6 gezondheidscentra op basis van het vast inwonersaantal. Vanwege het grote aantal tijdelijke inwoners is gekozen om twee centra te ontwikkelen (bron: Eindrapport conclusies en advies Vitaal West Zeeuws-Vlaanderen). Tabel C3: Toelichting centra voor wonen en zorg in Oostburg en Breskens Type centrum

Gezondheidscentrum29

Beoogde voorzieningen

In een gezondheidscentrum werken de volgende functies en voorzieningen samen: geclusterde huisartsenpraktijken met ondersteuning, apotheek, wijkverpleging, sociaal domein en paramedische diensten.

Kern Locatie

Breskens Oostburg Een gezondheidscentrum bevindt zich bij voorkeur in of aan de rand van de zorgwijk.

Medisch centrum (met geïntegreerd gezondheidscentrum) Een medisch centrum bevat (tenminste) diagnostiek en multifunctionele (spreek)ruimte voor het poliklinische spreekuur van medisch specialisten (en mogelijk kleine, poliklinische ingrepen). Tevens is er een Huisartsenpost (HAP) gekoppeld aan het medisch centrum met geïntegreerd gezondheidscentrum in Oostburg.

Bron: Eindrapport conclusies en advies Vitaal WZV: verkenning en haalbaarheid (p. 14).

28 Dit is een minimale omvang vanuit organisatorisch en bedrijfsmatig oogpunt om zorg te organiseren in een zorgwijk. 29 Naar model en ontwikkelingen gezondheidscentra Vlissingen vanuit ’Wind in de zeilen’.

54 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Op dit moment zijn er drie knelpunten volgens het Project Vitaal West Zeeuws Vlaanderen. Bij voorkeur worden deze aangepakt voorafgaand aan de ontwikkeling van de centra: • Samenwerking tussen de 1e, 2e en 3e lijn • Ontbreken van één integrale toegang tot zorg • De groeiende zorgkloof. Toewerken naar preventie en een positieve gezondheid Tegelijkertijd hebben we naast curatieve zorg voldoende aandacht voor positieve gezondheid nodig voor alle inwoners. Positieve gezondheid werkt namelijk preventie in de hand. Vanuit een brede blik is er aandacht voor het bestaande sociale netwerk van de inwoner, het belang van eigen veerkracht en de term ‘een betekenisvol leven’ staat centraal.30 Figuur C3: Visie zorgwijk gemeente Sluis

Bron: Conclusies (en advies) Vitaal West Zeeuws Vlaanderen: verkenning naar haalbaarheid (p.9).

AANDACHTSPUNTEN VOOR VERVOLG We stimuleren de zelfredzaamheid van bewoners in de gemeente door aanvullend in te zetten op het behoud en versterken van sociale netwerken. Ook als mensen verhuizen naar een zorgwijk of centrum van wonen en zorg is dit van belang. Fysieke en (steden)bouwkundige overwegingen in de openbare ruimte en op niveau van woonzorgconcepten kunnen de nabijheid tot anderen stimuleren. We hebben een sterke afstemming binnen het ruimtelijke en sociale domein in de gemeente om de infrastructuur, het voorzieningenaanbod en het zorgaanbod en de invulling van de openbare ruimte te organiseren. We houden zicht op de capaciteit binnen de eerstelijnszorg (huisarts, tandarts, wijkverpleging) bij veranderingen in het aanbod, specifiek bij nieuwe woon- en zorginitiatieven.

30 Positieve gezondheid biedt een bredere kijk op gezondheid dan de afwezigheid van ziekte en klachten. Elementen als veerkracht,

zingeving en zelfmanagement staan centraal. Positieve gezondheid is bedacht door Machteld Huber die aan de hand van zes dimensies deze positieve gezondheid in beeld brengt. Deze dimensies zijn: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren. Lees hier meer over positieve gezondheid en de zes dimensies.

55 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

C.1.2 Ambitie 2: goed wonen voor iedereen door inzetten op doorstroming op de woningmarkt Transformatieprogramma zorgt voor huisvesting passend bij de vraag van nu Het transformatieprogramma zet in op de transitie van de bestaande infrastructuur van verpleeghuiszorg. Dit gebeurt door sloop-nieuwbouw of woningverbetering (zie ook paragraaf 4.3 van het beleidsplan). Zoals bij ambitie 2 is genoemd, leidt deze transformatieslag tot zorgwijken in de vijf grootste kernen en twee centra voor wonen en zorg. Dit programma brengt een nieuwbouw van circa 210 wooneenheden in Sluis met zich mee, zonder dat netto sprake is van een uitbreiding. Het gaat namelijk om het transformeren van bestaande zorginfrastructuur naar een nieuwe zorginfrastructuur. Inzetten op doorstroming door te bouwen voor ouderen Het realiseren van voldoende woningen waar huishoudens zo zelfstandig mogelijk oud kunnen worden is dus hard nodig. Dit is een majeure kwalitatieve opgave op de woningmarkt en essentieel voor het functioneren ervan. Het vergroot de doorstroomkansen voor (toekomstige) ouderen en draagt direct bij aan de beschikbaarheid van woningen voor jonge huishoudens die nu geen plek kunnen vinden op de woningmarkt. Dit zijn twee zijden van dezelfde medaille. Doorstroming heeft grote invloed op het kunnen realiseren van woonwensen.

Doorstroming zorgt er namelijk voor dat bestaande woningen vaker beschikbaar komen en dat de woningvoorraad efficiënter wordt benut. Meer huishoudens kunnen daardoor – wanneer slim wordt bijgebouwd – in kwalitatief gewenste en voor hen geschikte woningen wonen. Ter illustratie: nieuwbouwwoningen voor ouderen kunnen tot wel vijf verhuizingen leiden. Een starterswoning in de regel tot maximaal één. Bij een gemiddelde verhuisketen van circa 2,5 verhuisbeweging als gevolg van het toevoegen van één nieuwbouwwoning, is het effect van levensloopgeschikte woningen dubbel zo groot als wanneer een rijwoning wordt toegevoegd. Bovendien zit aan het einde van iedere verhuisketen weer een starterswoning. De impuls van levensloopgeschikte woningen toevoegen is dan ook kwantitatief en kwalitatief het meest gewenst. Figuur C4: Doorstroomketen: bouwen voor ouderen brengt doorstroming op gang

Bron: Stec Groep.

Bij nieuwbouw oog voor de eisen van een zorgwoning In het project Vitaal West Zeeuws Vlaanderen wordt specifiek bij nieuwbouw ingezet op zorgwoningen, naast de ambities uit het Coalitieakkoord gericht op betaalbare, onderscheidende en vernieuwende woonconcepten voor kansrijke groeien. Een zorgwoning is te vergelijken met een levensloopgeschikte woning en is gedefinieerd als: “een woning die zo gebouwd is dat de bewoners in principe kunnen blijven wonen als hun levensomstandigheden veranderen, bijvoorbeeld door ouderdom, ziekte of een handicap.” Zie de tabel hieronder met verdere specificaties voor een zorgwoning.

56 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Tabel C4: Kenmerken van een zorgwoning Kenmerk

Omvang Type woning

Ruimtes

Domotica

Zorg

Aanvullend bij een zware complexe zorgvraag

Toelichting Het betreft een woning voor minimaal 2 personen met een oppervlakte van (minimaal) 55 tot 60 m2 en beschikt over individuele buitenruimte.

De woning is gelijkvloers en bevat geen drempels. Deuren zijn dermate breed (90 tot 100cm) dat doorgang met een rolstoel mogelijk is. De woning bevat een inpandige opbergruimte voor hulpmiddelen, zoals een rolstoel. De woonkamer en de volwaardige keuken zijn met elkaar verbonden. De badkamer is zo opgezet dat ook inwoners met somatische beperking hier goed terecht kunnen. (o.a. voldoende ruimte om vanaf 2 zijden zorg te kunnen verlenen bij douche, toilet en wastafel, en draaicirkel rolstoel) De woning is gereed gemaakt voor de installatie van zorgtechnologie (alarmering, sensortechnologie, beeldzorg, etc.), domotica (bijvoorbeeld centrale bediening, beveiliging/toegang tot de woning, etc.) en fysieke woningaanpassingen (bijvoorbeeld handgrepen in sanitaire ruimtes). Bewoners wonen in de eerste plaats zelfstandig en ontvangen de zorg vanuit een indicatie voor de Wet langdurige zorg (Wlz), de Zorgverzekeringswet (Zvw) en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Indien er sprake is van Wlz-zorg kan de bewoner deze zorg ook verzilveren door middel van een zogeheten Volledig Pakket Thuis (vpt).31 Als er sprake is van bewoners met dementie is een dwaaldetectiecirkels (voor de woning, het complex/gebouw en de directe omgeving) noodzakelijk Als zorg voor mensen die bedlegerig zijn wenselijk is, is toegankelijkheid van ruimten met een verrijdbaar bed wenselijk.

Dit geldt dan zowel voor de woonruimte, eventueel gezamenlijke ruimten, liften, gangen etc.) Extra geluidwering van de woningen als bewoners luidruchtig kunnen zijn

Bron: Bureau HHM, Zorginhoudelijke visie Vitaal West Zeeuws Vlaanderen (2021).

AANDACHTSPUNTEN VOOR VERVOLG We moedigen particuliere eigenaren aan hun huis aan te passen en deze levensloopgeschikt te maken. Bijvoorbeeld door leningen te faciliteren of informatieavonden te organiseren. We werken nauw samen met Woongoed Zeeuws-Vlaanderen en Zorgsaam op het gebied van zorgvastgoed. Contacten en samenwerking met particulieren binnen het thema wonen en zorg zijn ook belangrijk. Bij de ontwikkeling van nieuwbouwwoningen zetten we in op aanvullende eisen volgens de definitie van een zorgwoning. We zorgen bij de nieuwbouwontwikkelingen voor clustering en betaalbaarheid van deze woningen zoals volgt uit het project Vitaal West Zeeuws-Vlaanderen. We zetten bij nieuwbouw in op het in gang zetten van een ‘doorstroomketen’.

C.1.3. Ambitie 3: Regionale samenwerking (nog meer) opzoeken Voor een goede levering van zorg en een passend woningaanbod is onderlinge afstemming tussen de verschillende belanghebbenden noodzakelijk. Afstemming is daarom vereist tussen de verschillende gemeenten, maar ook in samenspraak met zorgverzekeraars, zorgaanbieders en andere instellingen in de regio. Zorg overschrijdt immers de

31 Zie C3 en C4 voor een toelichting op de stelselwetten en specifieke vormen van de Wlz (zoals vpt).

57 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

gemeentegrenzen. Specifiek aangegeven in het project Vitaal West Zeeuws-Vlaanderen wordt de samenwerking benadrukt tussen de 1e, 2e en 3e lijns zorg in de gemeente Sluis. Regionale samenwerking is daarnaast interessant bij initiatieven en plannen die niet direct invulling geven aan de eigen lokale behoefte, maar wel voorzien in de regionale behoefte. Het Rijk en de VNG willen regionale samenwerking op het gebied van zorg verder formaliseren door een landelijke Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) vast te stellen. De NvO beschrijft randvoorwaarden voor goede samenwerking. 13F

AANDACHTSPUNTEN VOOR VERVOLG We zoeken samenwerking met andere gemeenten in Zeeuws-Vlaanderen bij woonzorginitiatieven die van regionaal belang zijn. We onderzoeken met regiogemeenten de mogelijkheid om een regionale woonzorgvisie op te stellen. Doel kan zijn om gezamenlijk specialistische zorg regionaal af te stemmen en te organiseren. N.B. Bij de inwerkingtreding van de Wet versterken regie volkshuisvesting is regionale afstemming van specialistische zorg verplicht.

C.2 Ontwikkeling zorgbehoefte aankomende tien jaar Het Nederlandse zorgstelsel Het Nederlandse zorgstelsel legt de basis voor de zorg in Nederland en biedt daarmee het kader waarnaar overheden en zorgaanbieders handelen. Ons zorgstelsel is gebaseerd op de principes: toegang tot zorg voor iedereen, solidariteit via een voor iedereen verplichte zorgverzekering en een goede kwaliteit van zorg. Dit wordt geregeld via de vier stelselwetten: de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo2015) en de Jeugdwet.32 Zie C.3 voor een verdieping op deze wetten. De paragrafen hierna gaan dieper op deze uitkomsten in. Wet langdurige zorg (Wlz) Zorg uit de Wlz kan in een instelling of thuis geleverd worden. We gaan in onderstaande paragrafen daarom in op zorg vanuit de 1) Wlz intramuraal, 2) Wlz extramuraal, 3) Verbijzondering van de Wlz: forensische zorg en 4) Jeugdwet. Wlz intramuraal (verblijf in een instelling) Onder intramurale zorg wordt 24-uurs zorg verstaan voor cliënten die in een (zorg-)instelling wonen of verblijven. Het wordt geregeld op basis van zorg in natura (het zorgkantoor contracteert zorgaanbieders) of een persoonsgebonden budget (de cliënt koopt zelf de zorg in).

INDICATIE (TOEKOMSTIG) INTRAMURAAL ZORGGEBRUIK Om een uitspraak te kunnen doen over de ontwikkeling van de zorgvraag in relatie tot de ontwikkeling van de bevolking maken we hierna gebruik van gegevens van het daadwerkelijke gebruik van zorg (en is daarmee beleidsarm). Dit doen we op de volgende wijze:

32 Er raken ook andere wetten aan het zorgstelsel zoals de Wet verplichte GGZ, Mededingingswet, Participatiewet alsook de

Kwaliteitswet zorginstellingen.

58 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Eerst bepalen we het huidige gebruik van zorg per leeftijdsklasse. Dit doen we aan de hand van CBS en de omvang van de (intramurale) bevolking per leeftijdsklasse in gemeente Sluis op basis van Primos2022. Vervolgens gebruiken we de verwachte ontwikkeling van de intramurale bevolking tot 2033 volgens Primos2022 om de toekomstige zorgbehoefte per leeftijdsklasse te bepalen. We gaan er hierbij vanuit dat het aandeel zorgindicaties per type per leeftijdsklasse gelijk blijft ten opzichte van het huidig gebruik. Veranderingen in het aantal cliënten zullen in deze behoefteraming dus alleen door demografische ontwikkelingen in de intramurale bevolking optreden. In deze raming is gekozen voor een doorkijk van tien jaar. Hierdoor kan vroegtijdig worden ingespeeld op lange termijnontwikkelingen. Reden om de doorkijk niet langer te maken is de onzekerheidsmarge: hoe groter de tijdshorizon is, hoe onzekerder de cijfers zullen zijn. Het regelmatig monitoren van de woon-zorgbehoefte is daarom noodzakelijk. Circa 210 intramurale Wlz-cliënten in 2023 in de gemeente Sluis We geven eerst inzicht in het aantal personen met een Wlz-indicatie die in gemeente Sluis in een instelling wonen. De tabel hieronder toont dat in de gemeente relatief veel ouderen met een Wlz-indicatie woonachtig zijn in een instelling.

Van alle intramurale cliënten is circa 70% ouder dan 55 jaar en circa 60% ouder dan 75 jaar. Onderscheid makende naar type zorgbehoefte toont dat de meeste van deze cliënten vanwege een psychogeriatrische aandoening zorg nodig heeft. Ook is het aandeel verstandelijk gehandicapte cliënten of somatische cliënten relatief hoog. Tabel C5: Intramurale Wlz-cliënten in gemeente Sluis in 2023, naar leeftijd (links) en type Wlz-indicatie (rechts) Leeftijdsgroep 0-15

Aantal 2023 3

Aandeel 2023 1%

15-25 25-35

13 20

6% 9%

35-45 45-55

17 11

8% 5%

55-65 65-75

6 16

3% 8%

75-85 85+

49 76

23% 36%

1% Somatisch (44)

27%

21%

Psychogeriatrisch (78) Psychiatrisch (13) Lichamelijk gehandicapt (17)

8% 37% 6%

Verstandelijk gehandicapt (57) Zintuiglijk gehandicapt (2)

Totaal 211 100% Bron links: Primos2022, bewerking Stec Groep (2023). Bron rechts: Primos2022, CBS (2022, cijfers 2021), bewerking Stec Groep (2023). Percentages op hele getallen. Tussen de haakjes is het aantal cliënten per zorgbehoefte opgenomen.

Prognose: aantal intramurale Wlz-cliënten groeit naar verwachting met circa 40 personen tot 2033 Op basis van Primos2022 verwachten we dat het totale aantal intramurale cliënten in de gemeente Sluis tot 2033 toeneemt met 41 personen, tot een totaal van 252 cliënten (zie tabel hieronder). Dit is een toename van ongeveer 20%. Als we vervolgens een onderscheid maken naar leeftijdsgroepen valt op dat in vrijwel alle leeftijdscategorieën het aantal personen toeneemt. Uitzondering hierop zijn de leeftijdscategorieën 0-tot 15, 55 tot 65 en 65 tot 75 jaar.

59 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Tabel C6: Intramurale Wlz-cliënten in gemeente Sluis in 2033, naar leeftijd (links) en type Wlz-indicatie (rechts) Leeftijdsgroep 0-15

Aantal 2023 3

Aandeel 2023 1%

Ontwikkeling 2023-2033 0

15-25 25-35

17 27

7% 11%

4 7

35-45 45-55

27 17

11% 7%

10 6

55-65 65-75

3 1

1% 0%

-3 -15

75-85 85+

52 105

21% 42%

3 29

Totaal

252

100%

41

1% Somatisch (53)

21%

28%

Psychogeriatrisch (92) Psychiatrisch (15)

7%

Lichamelijk gehandicapt (19)

36%

Verstandelijk gehandicapt (72)

6%

Bron links: Primos2022, bewerking Stec Groep (2023). Bron rechts: Primos2022, CBS (2022, cijfers 2021), bewerking Stec Groep (2023).

Percentages afgerond op hele getallen. Tussen de haakjes is het aantal cliënten per zorgbehoefte opgenomen. Door afronding in de prognose kan optelling afwijken.

Wanneer we deze zorgbehoefte uitsplitsen naar het type zorg zien we dat met name het aantal intramurale cliënten met een verstandelijke handicap (+15 personen), psychogeriatrische (+14 personen) of somatische aandoening (+9 personen) toeneemt. Zie ook de tabel hieronder. De zorgbehoefte vanuit deze aandoeningen (specifiek somatisch en psychogeriatrisch) ontstaat vaker vanuit een ouder wordende bevolking. Dit is daarmee in lijn met de verwachte ontwikkeling per leeftijdsgroep. Op basis van het woonzorgmodel kan geconcludeerd worden dat de zorgbehoefte vanuit het zorgprofiel zintuigelijk gehandicapt nauwelijks lijkt toe te nemen. Ook overige aandoeningen nemen naar verwachting toe de komende tien jaar in de gemeente Sluis. TabelC7: Ontwikkeling intramurale Wlz-cliënten 2023-2033 naar type zorg Somatisch

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=36771c1d-eb84-46df-90a6-f8eefedc7314