Beantwoording vragen Begroting 2022 en 2e Berap 2021.docx
Tekst van het document
Raadsbrede Commissie S/M 19-10-2021; Beantwoording voorafgestelde vragen
Groen links 2de Berap 2021 Progr. 1: Ruimte en Beheer 1.1.2 Wonen en bouwen - In juli 2021 heeft de Raad ingestemd met het voorstel ‘processstappen Woondossier’. In Q3 zou een Afwegingskader nieuwe plannen’ en een ‘Regionale Woonvisie ZwsVl’ vastgesteld worden. Dat is nog niet gebeurd. We zijn bezorgd over de voortgang. ‘Afwegingskader nieuwe plannen” en “Regionale Woonvisie ZVL” zijn in het schema in het raadsvoorstel opgenomen in Q4. Bij de toelichting op het schema is onder ad 4 gewezen op de noodzakelijke samenhang met andere processen waardoor mogelijk de planning moet worden aangepast. Een belangrijk deel van de input vormt de rapportage Verkenning Vitaal WZV. Niet alle onderdelen zijn nu al beschikbaar. Begroting 2022 Blz 8 1.1.2 Wonen en bouwen - Genoemd worden het plan van aanpak Plancapaciteit, herziening regionale woonvisie, regionale woningmarktafspraken en prestatieafspraken met Woongoed. Wat we missen is de regulering van de particuliere woningvoorraad, i.e. een ‘Afwegingskader nieuwe plannen’. Graag verwijzen we u naar het antwoord hierboven bij de 2e Berap. Blz 10 1.2.1 Omgevingswet - Er is nog een hele waslijst aan actiepunten van VNG. Gaat de gemeente dat voor elkaar krijgen vòòr 1 juli 2022? De planning voor de Omgevingswet is er volledig op gericht dat we op de datum van inwerkingtreding (1 juli ’22) gereed zijn om er mee te werken.
Intern zijn de benodigde oefensessies in deze planning opgenomen. Daarnaast zijn we afhankelijk van een aantal factoren. De belangrijkste factoren zijn de software voor het vergunningentraject en de software voor de plansoftware en vragenbomen. Een en ander hangt samen met levering van de softwareleveranciers – de producten zijn nog volop in (door-) ontwikkeling - en de verder ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), dat geleverd wordt vanuit het Rijk. Blz 11 1.4.1 Parkeren - Het project ‘digitaal betaald parkeren’ was wat moeilijkheden tegengekomen en de aanschaf van een scan-auto werd uitgesteld. Is dit heroverwogen en zijn de kosten nu opgenomen in de begroting 2022? De kosten voor een scanauto zijn niet opgenomen in de begroting 2022 en verder. Het budget wat hiervoor gereserveerd was, is ingezet voor het verbeteren van de huidige parkeerautomaten. Verderop in het proces zal heroverwogen worden of overgegaan moet worden tot inzet van een scanauto.
Blz 17 Economie algemeen - We missen een programatische uitwerking van de sector Landbouw, zoals verwoord is in KV. In het beleidsplan Economische agenda wordt de sector landbouw uitgewerkt. Blz 37 5: algemene dekkingsmiddelen - Tweede tabel, post 011-5 van €2.660. Ik begrijp de boekhoudkunde hiervan niet. Een korte uitleg? Het resultaat van rekeningen van baten en lasten € 2.660 (1.000) is het resultaat van de baten en lasten per programma inclusief mutaties reserve zoals vermeld in de tabel op p.44. Blz 68 lijkbezorgingsrechten - Als ik het goed heb heeft de Raad de vereiste dekkingsgraad vastgesteld op minder dan 100%. Was dat 63%? Tijdens het vaststellen van de Visie op de begraafplaatsen en het Uitvoeringsplan begraven zijn de nieuwe tarieven vastgesteld waarbij de wensen van de Raad als kader zijn gesteld. Hierbij was de wens maximaal 66% kostendekkendheid. In de Kadernota 2022-2025 is vastgelegd dat in de begroting 2022 en meerjarencijfers 2023-2025 de inflatiepercentages (1,6%, met uitzondering van 2023: 1,9%) zullen worden toegepast bij de indexering van de budgetten en de berekening van de tarieven en de belastingopbrengst. De tarieven 2022 hebben als basis de in april goedgekeurde tarieven 2021 welke daarna geïndexeerd zijn met 1,6%. Blz 119, Bijlage 4: Indicatoren - 2.
Restafval - Het restafval per inwoner neemt toe van 190 kg (begroting 2021) naar 291 kg (begroting 2022). Kan dit toegelicht worden? De getallen in bijlage 4 zijn afkomstig van www.waarstaatjegemeente.nl. Per abuis zijn bij het onderdeel restafval de verkeerde getallen ingevuld. Het restafval per inwoner was 291 kg in het jaar 2019. Voor de jaren 2020-2022 zijn nog geen cijfers bekend. Uit actuele cijfers van O.L.A.Z. is bekend geworden dat het huishoudelijk afval in 2020 347 kg per inwoner per jaar was en dat in de periode januari – juni 2021 reeds 113,3 kg per inwoner is ingezameld. Het hogere aantal kilo’s in 2020 is te verklaren aan de hand van de opruimwoede tijdens de eerste periode COVID-19 (Q2-2020). Blz 119, Bijlage 4: Indicatoren - 3. Woonlasten De getallen zijn bedragen voor huishoudens die in een eigen woning wonen. Wat ontbreekt zijn de woonlasten voor huishoudens die in een huurwoning wonen. Vergelijking van deze woonlasten in Sluis met die in de rest van Nederland geeft het volgende beeld: Woonlasten, euro/jaar (bron Coelo 2021) Categorie
Sluis
In eigen woning · éénpersoonshuishoud 719 en · meerpersoonshuishou 796 den In huurwoning
Nederland
Verschil
gemiddeld
Sluis - NL
737
-18
811
-15
· éénpersoonshuishoud 482 en · meerpersoonshuishou 559 den
•
• • • •
326
+156
411
+148
Terwijl de woonlasten voor huishoudens in Sluis met een eigen woning iets onder het landelijk gemiddelde liggen, zijn de woonlasten voor huishoudens in een huurwoning aanzienlijk hoger dan het landelijk gemiddelde. In slecht 10% van de Nederlandse gemeenten zijn de woonlasten voor deze categorie hoger dan in Sluis. De woonlasten van huishoudens in een huurwoning bestaan uit afvalstoffenheffing en rioolheffing. Vooral de rioolheffing is in Sluis aanzienlijk hoger dan het gemiddelde in Nederland (zie Coelo). De woonlasten van huishoudens met een eigen woning bestaan uit dezelfde afvalstoffenen rioolheffing plus onroerendzaakbelasting (OZB). OZB in Sluis is lager dan het gemiddelde in Nederland, vooral de OZB van niet-woningen (Coelo). Het lijkt ons wenselijk om de woonlasten in Sluis voor huishoudens in huurwoningen meer in lijn te brengen met het landelijk gemiddelde. Kan het College onderzoeken wat de mogelijkheden zijn van zo’n nivellering? Bijvoorbeeld door een aantal jaren geen indexering van afvalstoffen- en rioolheffing toe te passen en de OZB te verhogen op zo’n manier dat de totale gemeentelijke inkomsten uit deze belastingen gelijk blijven.
Wat gevraagd wordt, is of het mogelijk is om de afvalstoffenheffing en/of de rioolheffing te verlagen, eventueel gevolgd door een verhoging van de OZB voor woningen (eigendom) met als doel de gemeentelijke belastingdruk voor huurders te verlagen. De afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn op dit moment nagenoeg kostendekkend conform de raadsbesluiten die hieromtrent zijn genomen. Meer dan 100% kostendekkendheid is niet toegestaan, lager wel. Dus het gelijkhouden of verlagen van deze heffingen is mogelijk. Ook kent de afvalstoffenheffing en de rioolheffing geen differentiatie tussen eigenaren en gebruikers van woningen dus gelijkblijvende opbrengst of een verlaging van de opbrengst zal voor alle inwoners zijn. Verder is er geen wettelijke beperking om het OZB-tarief sterk te verhogen of te verlagen. Sluis is dus vrij om de tarieven van de OZB met meer dan de jaarlijkse indexering van 1,6% te doen stijgen. . In de Coalitieakkoord is echter vastgelegd dat alleen het inflatiepercentage op de totale OZB-opbrengst mag worden toegepast. Het coalitieakkoord verzet zich daarom tegen het verzoek dat Groenlinks doet. Als u, afwijkend van het coalitieakkoord, als Raad dit toch wil onderzoeken, kan dit in de komende tijd onderzocht worden in samenwerking met Sabewa.
Wel betekent dit dat bij een gelijkblijvende totale leges- en belastingenopbrengst het wegvallen van belastingdruk voor huurders, deze ten laste komt van woningeigenaren. Hoe sterk dat effect gaat zijn voor woningeigenaren zal nader onderzocht moeten worden. Samenvattend bestaat de mogelijkheid dus inderdaad om te nivelleren zoals Groen Links dit vraagt maar zal dit leiden tot een relatief grotere stijging van de OZB voor woningeigenaren en zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing niet langer kostendekkend.
Document gaat verder op de volgende bladzijde
Onafhankelijk West Snippergroen, Fase 3 is ingegaan. 1) Wat betekent dit concreet? Het project wordt kern voor kern afgehandeld. We hebben de kernen verdeeld in 5 geografische gebieden. Deze gebieden bepalen de fase. Fase 1 was bijvoorbeeld Breskens inclusief Schoneveld. We zitten nu in fase3. Dat betekent dat de kernen Sluis, Aardenburg, Eede en Sint Kruis aan de beurt zijn. Als de meeste dossiers van een fase afgehandeld zijn, start een volgend geografisch gebied (fase 4). 2) Hoeveel procent van de inwoners kopen het stukje snippergroen werkelijk? Een cijfermatig overzicht wordt op een later moment ter beschikking gesteld aan de commissie S/M. 3) Zijn er knelpunten, bij onderhandelingen? Over het algemeen zijn er weinig knelpunten bij de behandeling van de dossiers. Het oneigenlijk gebruik kan goed aangetoond worden door een luchtfoto met kadastrale grenzen. Hierover is meestal geen discussie. De bewoners krijgen de mogelijkheid aankopen, ontruimen of verjaring aan te tonen. Met name bij het aantonen van verjaring ontstaat soms een juridische strijd. Men moet immers aan alle voorwaarden voldoen om hiervoor in aanmerking te kunnen komen. Het eigendom is in de wetgeving redelijk goed beschermd, wat dat betreft. Verjaring is sterk feitelijk en aan de hand van jurisprudentie kan meestal tot een oplossing gekomen worden.
Het is wel aan de bewoners zelf om te bewijzen dat er sprake is van verjaring. Met name die bewijslast is wel lastig omdat men over geschikt gedateerd beeldmateriaal moet beschikken waarmee men kan aantonen dat er al meer dan 20 jaar sprake is van bezit. Als men voldoet aan alle voorwaarden en verjaring wordt bewezen, wordt altijd tot erkenning van verjaring overgegaan.