b1 - BP Noordzee De Wielingen - toelichting - bijlage 3 natuurtoets 230131.pdf
Tekst van het document
Natuuronderzoek (Voortoets en Passende beoordeling) Wet Natuurbescherming – Bestemmingsplan Noordzee-De Wielingen in Cadzand-Bad 1. Inleiding
De hotels Noordzee en De Wielingen staan aan één van de twee toegangsroutes naar Cadzand-Bad. Het voornemen bestaat om op het bestaande hotel Noordzee een kap te zetten en met een knik naar het einde van de Noordzeestraat een uitbreiding te realiseren, zodat het hotel groeit van 64 naar 104 kamers. Hotel de Wielingen bestaat uit 31 hotelkamers en een restaurant. Daarnaast omvat het complex 15 recreatieappartementen. Het hotel met restaurant is in 2019 gesloten vooruitlopend op de voorgenomen herontwikkeling en thans niet meer in gebruik. De 15 appartementen zijn wel in gebruik. De eigenaar van de gronden en een groot deel van het gebouw De Wielingen (voormalige hotel met restaurant) wil bij voorkeur het complete bestaande gebouw slopen en een complex met 70 recreatieappartementen terug bouwen, waarvan 15 appartementen bedoeld zijn voor de huidige eigenaren van vervreemde appartementsrechten in het bestaande gebouw. Alternatief is dat een deel (12) van de bestaande appartementen met vervreemde appartementsrechten blijft staan en daar nieuwbouw in de vorm van 58 extra appartementen wordt gerealiseerd. Zie voor de ligging van het plangebied, Hotel Noordzee en De Wielingen de figuren 1 en 2 hieronder.
NoordzeeDe Wielingen
N Figuur 1. Ligging plangebied (Pdok, 2019)
Tussen de eigenaren van Noordzee en De Wielingen is een samenwerkingsovereenkomst gesloten, waarin geregeld wordt dat de bouw van appartementen op de locatie De Wielingen de onrendabele top van de bouw van alleen hotelkamers door Noordzee compenseert in ruil voor het gebruik van het recht van Noordzee om 55 nieuwbouwappartementen te realiseren. Onder de voorwaarden dat de beide uitbreidingsplannen in ruimtelijke zin op elkaar afgestemd zijn en dat er pas appartementen gerealiseerd kunnen worden als de uitbreiding van het hotel voldoende gestalte heeft gekregen, is de gemeente Sluis bereid medewerking te verlenen. Er is een procedure opgestart, waarin een nieuw
Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 1
bestemmingsplan voor het gehele plangebied op grond van artikel 3.30 Wro wordt gecoördineerd met de omgevingsvergunning voor het bouwen van de uitbreiding van hotel Noordzee.
N Figuur 2. Bestemmingsplangebied (Pdok, 2020)
Het integrale bestemmingsplan voorziet dan ook in een uitbreiding van het hotel Noordzee van 64 naar 104 kamers en de herontwikkeling van het bestaande complex De Wielingen naar 70 appartementen in totaal. Voor dit bestemmingsplan moet de plantoets als bedoeld in artikel 2.7 lid 1 en 2.8 Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) worden doorlopen. Het resultaat daarvan is neergelegd in dit onderzoek. Voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase is beoordeeld of het plan significante gevolgen kan hebben op de omliggende Natura 2000-gebieden, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen. Wanneer voor bepaalde verstoringsaspecten daar sprake van is, wordt beoordeeld of de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden worden aangetast. En daarmee of het plan in overeenstemming met artikel 2.8 lid 3 Wnb kan worden vastgesteld. Achtereenvolgens komen in dit Natuuronderzoek de volgende onderdelen aan bod: • Mogelijke storingsfactoren en de relevante Natura 2000-gebieden; • Natura 2000-gebied Zwin & Kievittepolder; • Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe; • Referentiesituatie;
Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 2
• • • • • •
Uitgangspunten voor de toekomstige gebruikssituatie; Uitgangspunten voor de realisatiefase; Uitgangspunten voor de fasering; Cumulatie; Resultaten van de AERIUSberekeningen; Conclusies. Vlakte van de Raan Westerschelde&Saeftinghe
Verdronken Zwarte Polder
ZeebruggeHeist
Zwin & Kievittepolder Duingebieden Groote Gat Polders
Figuur 3. Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden (EEA, Natura 2000 Network Viewer, 2020)
N
2. Mogelijke storingsfactoren en Natura 2000
Voordat de effectbepaling van het voornemen plaats kan vinden, is het eerst van belang om de verwachte storingsfactoren in beeld te brengen die de uitbreiding van hotel Noordzee en de herontwikkeling van hotel De Wielingen naar een gebouw met recreatieappartementen met zich meebrengen. In de nabijheid van het bestemmingsplangebied liggen de volgende Natura 2000 gebieden (figuur 3 waarbij de rode ster het plangebied aangeeft): • Zwin & Kievittepolder, aangrenzend; • Westerschelde & Saeftinghe op circa 300 meter met de Verdronken Zwarte Polder op circa 4 kilometer; • de Vlakte van de Raan op circa 1 kilometer; • Duingebieden (B) op circa 1,05 kilometer met als dichtstbijzijnde onderdeel het Zwin; • Polders (B) op circa 7,9 kilometer; • Groote Gat op circa 9,4 kilometer. Uit te sluiten storingsfactoren De selectie van de storingsfactoren is gebaseerd op de effectenindicator van het Ministerie van EZ. Deze effectenindicator onderscheidt 19 storingsfactoren. De volgende storingsfactoren zijn op voorhand uitgesloten in het plangebied: • Oppervlakteverlies en versnippering: de ontwikkeling vindt niet plaats in Natura 2000-gebied;
Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 3
• • • • •
Verzilting, verzoeting, verdroging en/of vernatting: de voorgenomen werkzaamheden hebben hier geen enkele relatie mee. Verontreiniging: uitgangspunt is dat verontreiniging via reguliere milieuwetgeving en handhaving in het gebied wordt voorkomen. Effecten als gevolg van een verandering van stroomsnelheid, een verandering van overstromingsfrequentie of een verandering in dynamiek substraat: niet aan de orde bij de voorgenomen activiteiten. Trilling: niet aan de orde bij de voorgenomen activiteiten, omdat er niet geheid wordt. Verandering in populatiedynamiek of een bewuste verandering in soortensamenstelling: niet aan de orde bij de voorgenomen activiteiten.
De onderstaande storingsfactoren die lokaal plaatsvinden, verdienen een nadere oriëntatie, omdat de uitbreiding van hotel Noordzee grenst aan Natura 2000-gebied. Vanuit de herontwikkeling van De Wielingen speelt dat niet, omdat de hemelsbrede afstand tot Natura 2000 minimaal 100 meter is en er sprake is van bestaand stedelijk gebied tussen plangebied en Natura 2000-gebied. Verstoring door mechanische effecten (betreding) Verstoring door mechanische effecten (betreding) zou op kunnen treden, wanneer op of nabij de locatie gerecreëerd wordt. De nieuwe gebruikers van de appartementen en de hotelgasten zullen gebruik maken van het strand en daar komen via de duinovergang in het verlengde van de Noordzeestraat of via het stelsel van paden voor De Wielingen. Deze routes liggen buiten het Natura 2000-gebied Zwin & Kievittepolder, zodat vanuit die optiek geen verstoring plaatsvindt. Het strand en de branding van de zee (bij eb) liggen buiten het Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe, zodat vanuit die optiek geen verstoring plaatsvindt. Directe betreding van Natura 2000 gebieden vindt alleen plaats via de (drukke) fietsroute over de duinen door de Zwin & Kievittepolder en het Zwin tussen Knokke en Cadzand-Bad en door gebruik van het strand westelijk van Noordzee-De Wielingen. Betreding buiten de bestaande paden is niet toegestaan.
De ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaand stedelijk gebied. De toegang van hotel Noordzee is gelegen aan de Noordzeestraat en geeft geen – zoals in de huidige situatie het geval is – directe toegang meer tot de duinen en strand. Gasten zullen derhalve kiezen voor een plek op het intensief benutte strand aan de andere zijde van de haven, van het sportstrand zoals dat schuin voor hotel Noordzee rond strandpaviljoen de Zeemeeuw is gesitueerd of wat meer de rust opzoeken in de richting van het Zwin. Het strand en de branding van de zee (bij eb) maken daarbij geen deel uit van het Natura 2000-gebied. De doorontwikkeling past in de beleidskeuze om recreatie en toerisme te concentreren in het stedelijk gebied van Cadzand-Bad en daarmee de omliggende gebieden, zoals Zwin & Kievittepolder, niet overmatig te belasten. Verstoring door licht, geluid en/of optische verstoring De buitenruimte van hotel Noordzee grenst aan de Noordzeestraat, op korte afstand van Zwin & Kievittepolder. In deze buitenruimte is nu de parkeervoorziening gelegen met verstoring door licht en geluid. Tijdens de realisatie van de uitbreiding van hotel Noordzee is het hotel grotendeels gesloten en is er overdag sprake van geluidbelasting en optische verstoring door de werkzaamheden.
Er is een periode van een half jaar met extra geluid, waarbij aangetekend wordt, dat in Cadzand-Bad al sinds 2009 continu sprake is van bouwwerkzaamheden, ook op korte afstand van het Natura 2000-gebied (aanleg kustversterking en jachthaven, bouw recreatieappartementen en hotels).
Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 4
In de nieuwe situatie wordt de parkeervoorziening gebouwd onder het duin gerealiseerd met één toegang aan het begin van de Noordzeestraat, waardoor de geluidbelasting en lichtuitstraling op het Natura 2000-gebied die er in de huidige situatie nog wel is door aankomende en vertrekkende auto’s, vermindert. De buitenruimte wordt ingericht als een duingebied. De bestaande bouwmassa wordt voorzien van een kap en een eenlaagse uitbreiding wordt gesitueerd in de richting van de Natura 2000 gebieden. De vergroting van het hotel leidt tot meer kamers waar licht aan gaat. Deze vergroting van de lichtuitstraling op het Natura 2000-gebied is niet groter dan de gelijktijdige vermindering van de lichtuitstraling doordat auto’s onder een duin geparkeerd worden. Per saldo is derhalve geen sprake van een grotere verstoring. Verzuring en vermesting door stikstofdepositie De enige mogelijke storingsfactor met een verder reikend effect is dan ook verzuring en vermesting door stikstofdepositie uit de lucht. De Vlakte van de Raan en het Groote Gat hebben geen stikstofgevoelige habitats en vallen derhalve verder buiten beschouwing van dit Natuuronderzoek. De betekenis van stikstofdepositie voor Vlaamse Natura 2000-gebieden De Vlaamse Natura 2000-gebieden Duingebieden en Polders liggen al op enige afstand, maar een effect vanuit stikstofdepositie is op voorhand niet uit te sluiten.
De specifieke natuurdoelen voor het gebied ‘Duingebieden‘ hebben logischerwijs betrekking op gelijksoortige habitattypen en kwalificerende soorten als in de Natura 2000-gebieden Zwin & Kievittepolder en Westerschelde & Saeftinghe. In veel gevallen is er sprake van een doelstelling om de oppervlakte te vergroten (bijlage 1). Deze doelstellingen gelden evenwel voor het gehele Natura 2000-gebied Duingebieden dat zich als een lang lint langs de 67 kilometer lange Belgische kust uitstrekt. Het Vlaamse beleid gaat uit van een aanpak van de stikstofneerslag die bestaat uit enerzijds brongerichte maatregelen en een herstelbeleid voor speciale beschermingszones. Bij de bronmaatregelen wordt verschil gemaakt naar type uitstoot. Wanneer de stikstof op grote hoogte wordt uitgestoten, zoals bij een industriële schoorsteen, dan zal de stikstof vaak verdund en op grote afstand van de bron neerslaan. Wanneer de stikstofbron laag is, zoals bij een stal of de uitlaat van een voertuig, dan zal de stikstof niet verdund en vaak kort bij de bron neerslaan. Het beleid is dan ook vooral gericht op herstructurering of verplaatsing van activiteiten met impact op landbouwbedrijven dicht bij speciale beschermingszones. Daarvoor is een impactscoretool ontwikkeld.
Het Vlaams beoordelingskader komt er op neer dat significante gevolgen zijn uitgesloten als de maximale bijdrage van de bedrijfsemissies aan de KDW onder de 5% blijft. Stikstofneerslag als gevolg van het bestemmingsplan Noordzee-De Wielingen is alleen afkomstig van lage bronnen (uitlaat van voertuigen), nu de verwarming van de nieuwe gebouwen van De Wielingen gasloos gebeurt en de impact van de gasgestookte verwarmingsketels van hotel Noordzee vermindert. De impact van het plan op Vlaamse Natura 2000-gebieden zal dan ook zeer beperkt zijn. De conclusies voor het tussenliggende Nederlandse Natura 2000-gebied Zwin & Kievittepolder zijn doorslaggevend. Nu het Vlaams beoordelingskader evenwel in strijd is geoordeeld met artikel 6 Habitatrichtlijn (zie RvVb 25 februari 2021, RvVb A‐2021‐0697), kan niet meer volstaan worden met een (kwalitatieve) toetsing aan het Vlaams beoordelingskader. In paragraaf 10 wordt om die reden ook afzonderlijk kwantitatief ingegaan op de berekende effecten van stikstof op de Vlaamse Natura 2000-gebieden Duingebieden en Polders. Hoewel AERIUS niet standaard rekent op stikstofgevoelige habitats in Vlaamse gebieden, kan met specifieke eigen rekenpunten toch de stikstofdepositie op de relevante
Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 5
punten inzichtelijk worden gemaakt. Daarmee wordt ook kwantitatief onderbouwd dat er geen sprake is van aantasting van natuurlijke kenmerken van Belgische Natura 2000-gebieden.
3. Natura 2000-gebied Zwin & Kievittepolder Ecologische beschrijving Het Zwin is een sluftergebied op de grens van Nederland en België. Ongeveer een derde deel van het gebied ligt in Nederland, het grootste deel in België. Het gebied is uniek in zijn landschappelijke en geomorfologische waarden die worden vertegenwoordigd door strand, schor en slikgebied dat doorloopt van duinen tot in de achterliggende polders. Het areaal schorren is sterk toegenomen door de toenemende verzanding. Het directe contact met de zee is vrij groot. Met uitzondering van de hogere helmduinen wordt het gebied gemiddeld 20 tot 30 keer per jaar door het zeewater overspoeld. In totaal heeft het gebied een oppervlakte van 213 hectare en is recent uitgebreid met 123 hectare, waarvan 10 hectare in Nederland. De uitbreiding heeft als doel om de verzanding en het verlies van belangrijke natuurwaarden tegen te gaan. Het gebied bestaat grotendeels uit duinen, strand, strandvlakten, schorren, slikken en geulen. Het Zwin bevat dynamische duinen en is één van de weinige gebieden in Zeeland met een zandig schor en bijbehorende vegetatie. De aangrenzende poldergebieden die in de begrenzing zijn opgenomen, bestaan uit reliëfrijke vochtige graslanden, gekenmerkt door zoet-zout-gradiënten. De bodem varieert van zandig (Zwinweide) tot kleiig (Oudelandse Polder).
De Kievittepolder heeft het karakter van een zandige inlaag en is deels met struweel begroeid. Het gebied wordt gekarakteriseerd door zoute kwel en een mozaïek van verschillende vegetatietypen. Naast de botanische waarden staat het gebied bekend om de grote verscheidenheid aan vogels. De aanwezige flora en fauna is rechtstreeks afhankelijk van de verscheidenheid aan open water, diepe en ondiepe geulen, slikken en schorren. Op de schorren in het Zwin groeien zout- en brakwater(getijde)planten. De laagdynamische slibrijke platen, slikken, schorren en brak/zoute binnenmeertjes zijn een foerageerplaats voor vogels (met name tureluur, kluut en scholekster). De zeereep, de strandvlakte en de hogere schorren vormden in het verleden een broedplaats voor kolonievogels (kokmeeuw, incidenteel zwartkopmeeuw). Ook in de struwelen en moerasvegetaties in het duingebied broeden veel bijzondere vogelsoorten (nachtegaal, Cetti’s zanger en graszanger). De schorkreken en de Zwingeul zelf zijn een kinderkamer en verblijfplaats voor jonge vissen en garnaal. Het gebied is van belang als pleistergebied voor een aantal niet-broedvogels: kolgans, smient, wulp, regenwulp, goudplevier, kemphaan en kluut. In de trektijd komen regelmatig lepelaars in het gebied voor. De natuur- en landschapswaarden in de Kievitte- en Oudelandse Polder worden grotendeels bepaald door het Zwin.
Een fijnmazig patroon van zoete en zoute kwel, een zandige of meer kleiige bodem, en afwisselingen tussen struwelen en schraalgraslanden met drinkputten vormen de basis voor hoge botanische waarden en een optimaal leefgebied voor diverse amfibiesoorten. De graslandvegetatie wordt plaatselijk gekenmerkt door soorten als zeekraal, lamsoor, zilte rus, zilt torkruid, en, overgaand naar het zoete milieu, heemst, addertong, echte koekoeksbloem en rietorchis. Voorkomende amfibieën zijn boomkikker, kamsalamander, kleine watersalamander, bruine kikker, gewone pad en incidenteel groene kikker. Daarnaast is in 2015 voor het eerst de alpenwatersalamander waargenomen in een van de poelen in de Oudelandse polder. Vanaf 2010 zijn de natuurwaarden van beide polders versterkt door onder meer maaiveldverlagingen, aanpassing van het waterpeil en een jaarronde begrazing met Schotse hooglanders. Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 6
Instandhoudingsdoelstellingen De instandhoudingsdoelstellingen hebben in dit Natura 2000-gebied betrekking op de habitattypen en leefgebieden van soorten die zijn opgenomen in figuur 4. Sinds het wijzigingsbesluit van 22 november 2022 ziet het overzicht er als volgt uit: Type/soort
Doel
H1140A Bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten (getijde) H1140B Bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten (Noordzee) H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal) H1320 Slijkgrasvelden H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) H2120 Witte duinen
Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit Behoud oppervlakte en kwaliteit
H2130A Grijze duinen kalkrijk H2160 Duindoornstruwelen H2180B Duinbossen (vochtig) H2180C Duinbossen (binnenduinrand) H2190A Vochtige duinvalleien (open water) H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk) H2190D Vochtige duinvalleien (hoge moerasplant) Nauwe korfslak (leefgebied)
Uitbreiding oppervlakte en behoud kwaliteit Behoud oppervlakte en kwaliteit Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit Behoud oppervlakte en kwaliteit
Huidige situatie Bijdrage Kwaliteitsoordeel (opp) staat instandhouding 9,5 ha Matig ongunstig 31,8 ha
Onbekend
2,9 ha
Matig ongunstig
1,4 ha 19,4 ha
Ongunstig Matig ongunstig
0,7 ha
Matig ongunstig
Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit Behoud oppervlakte en kwaliteit Behoud oppervlakte en kwaliteit Behoud oppervlakte en kwaliteit Behoud oppervlakte en kwaliteit
6,0 ha
Matig ongunstig
0,2 ha 13,9 ha 0,3 ha 2,5 ha
Ongunstig Gunstig Matig ongunstig Matig ongunstig
Behoud oppervlakte en kwaliteit
0,3 ha
Matig ongunstig
Behoud oppervlakte en kwaliteit
0,6 ha
Matig ongunstig
Behoud oppervlakte en kwaliteit
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied Kamsalamander (leefgebied) Uitbreiding omvang en verbetering kwaliteit leefgebied kleine zilverreiger (leefgebied) Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor een populatie van gemiddeld 9 vogels (seizoensmaximum) Figuur 4. Instandhoudingsdoelstellingen Zwin & Kievittepolder
Gunstig < 13,8 ha Ca 25 ha Ca 12,5 ha
Matig ongunstig Matig ongunstig Gunstig
Bron: Beheerplan Natura 2000-gebied Zwin en Kievittepolder 2017-2023 en Nota van toelichting bij het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden, november 2022
Het relatief belang vanuit Nederlands perspectief is weergegeven met kleuren: groen is matig groot, lichtblauw is gering, donkerblauw is zeer gering.
Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 7
Kritische depositiewaarden De kritische depositiewaarden voor de habitattypen aangewezen voor Natura 2000-gebied Zwin & Kievittepolder zijn opgenomen in figuur 5. Habitattype
Volledige omschrijving
KDW (mol/ha/jaar)
H1140A H1140B H1310A
Bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten (getijde) Bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten (Noordzee) Eenjarige pioniersvegetaties van slik- en zandgebieden met Salicornia spp. en andere zoutminnende planten H1320 Schorren met slijkgrasvegetatie (Spartinion maritimae) H1330A Atlantische schorren (Glauco-Puccinellietalia maritimae) buitendijks (subtype A) H1330B Atlantische schorren (Glauco-Puccinellietalia maritimae) binnendijks subtype B) H2120 Wandelende duinen op de strandwal met Ammophila arenaria (“witte duinen“) H2130 Vastgelegde kustduinen met kruidvegetatie (“grijze duinen“) H2160 Duinen met Hippophaë rhamnoides H2180B Duinbossen (vochtig) H2180C Duinbossen (binnenduinrand) H2190A Vochtige duinvalleien (open water) H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk) H2190D Vochtige duinvalleien (hoge moerasplant) Figuur 5. Kritische depositiewaarden van aangewezen habitattypen in Zwin & Kievittepolder
>2.400 >2.400 1.643 1.643 1.571 1.571 1.429 1.071 2.000 2.214 1.786 1.000 1.429 >2.400
Bron: AERIUS
De Nauwe korfslak lijkt een voorkeur voor vochtige kalkrijke zandbodems te hebben. De habitattypen duindoornstruwelen en niet te sterk beschaduwde duinbossen zijn relevante omgevingen voor de Nauwe korfslak. Deze habitattypen zijn gevoelig voor verzuring. De Kamsalamander maakt gebruik van het habitattype ‘Geïsoleerd meander en petgat’ en is daarmee gevoelig voor vermesting. De kritische depositiewaarden van deze soorten zijn in 2012 gedefinieerd door Van Dobben et al. (figuur 6). De kleine zilverreiger is niet gevoelig voor verzuring of vermesting. Nummer
Habitatsoort
Habitattype/leefgebied
KDW (mol/ha/jaar) H1014 Nauwe korfslak H2160 Duindoornstruwelen 2.000 Lg12 Zoom, mantel en droog struweel van de duinen 1.643 H1166 Kamsalamander Lg02 Geïsoleerde meander en petgat 1.643 Figuur 6. Kritische depositiewaarden van aangewezen habitatsoorten in Zwin & Kievittepolder Bron: Gebiedsanalyse Natura 2000-gebied Zwin en Kievittepolder 2017, Provincie Zeeland, 13-1-2017
Depositie als gevolg van autonome ontwikkelingen In de gebiedsanalyse Zwin & Kievittepolder (provincie Zeeland 2017) is de stikstofdepositie in 2014 weergegeven met een verwachte ontwikkeling in 2020 en 2030. Gemiddeld wordt de depositie in 2014 berekend op 1.089 mol/ha/jaar met een dalende lijn naar gemiddeld 1.056 mol/ha/jaar in 2020 en 984 mol/ha/jaar in 2030. In de analyse wordt geconcludeerd dat er (lokaal) alleen een overschrijding van de kritische depositiewaarde voor het habitattype H2130A (grijze duinen) voorkomt. Bij de overige habitattypen worden de kritische depositiewaarden in het geheel niet overschreden, zo luidt de conclusie in de gebiedsanalyse. In november 2022 is een wijzigingsbesluit genomen en is onder meer het habitattype H2190A (vochtige duinvalleien, open water) toegevoegd. Op dit habitattype is ook een overschrijding van toepassing.
Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 8
De AERIUS-versies die in de afgelopen jaren zijn verschenen, geven voor elk hexagoon, een zeshoekig gebied van 1 hectare, een gemiddelde achtergronddepositie. Binnen dat hexagoon wordt ook de gemiddelde toename (dus in het midden van dat hexagoon) berekend. Uit de analyse van de achtergronddepositie in de AERIUS-versies van 2019, 2020, 2021 en 2022 blijkt dat de gemiddelde achtergronddepositie tussen de 1.100 en 1.275 mol/ha/jaar ligt, afhankelijk van de AERIUS-versie. In alle vier de versies ligt het gemiddelde ruim onder de kritische depositiewaarden van alle habitattypen, met uitzondering van de habitattypen H2130A en H2190A. Uit de analyse blijkt ook dat de standaarddeviatie van de uitkomsten in dit voor Nederland excentrisch gelegen gebied extreem is. Verschillen boven de 400 mol tussen het ene en het andere jaar zijn geen uitzondering en er is geen sprake van een constant stijgende of constant dalende lijn. Dat kan niet verklaard worden door specifieke omstandigheden in en rond het Natura 2000-gebied, maar kan niet anders zijn dan een beperking van het Nederlandse model, waarbij aan de rand de invloed van het buitenland moeilijk in te schatten is. In bijlage 2 is het overzicht van hexagonen opgenomen, waarbij alle achtergronddeposities die in de vier versies van AERIUS hebben gestaan, zijn opgenomen. De voorgeschreven versie is de AERIUS 2022 versie.
Er zijn 14 hexagonen waar de achtergronddepositie dichtbij of hoger ligt dan de kritische depositiewaarden van een van de in dat hexagoon voorkomende habitats. Bij 11 hexagonen gaat het om de habitat H2190A Vochtige duinvalleien (open water) en bij 1 hexagoon om H2130A Grijze duinen. In deze 12 gevallen is de achtergronddepositie in alle vier AERIUS-versies in de buurt van of hoger dan de achtergrondwaarde. Op deze hexagonen zal in ieder geval getoetst moeten worden. Bij 2 hexagonen gaat het om de habitat H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks). Er is hier echter iets vreemds aan de hand, omdat deze twee hexagonen de enige twee zijn in het Natura 2000-gebied en daaromheen met een achtergrondwaarde ruim boven de 1.500 mol/ha/jaar. De in AERIUS aangegeven achtergrondwaarden in deze twee hexagonen bedragen maar liefst 1.709,45 respectievelijk 1.730,09 mol/ha/jaar, terwijl in aangrenzende hexagonen de achtergrondwaarden rond 1.200 mol/ha/jaar liggen. Er is in de hexagonen geen sprake van een activiteit van industriële, landbouwkundige of verkeerskundige aard, die de hogere achtergrondwaarde zou verklaren. Sterker nog de enige weg in de nabijheid gaat wel door de aangrenzende hexagonen met een lage achtergrondwaarde, maar niet door de hexagonen met een hoge achtergrondwaarde.
De enige denkbare verklaring ligt wellicht in de aanlegwerkzaamheden in de periode 2018-2019 die hebben geleid tot de vergroting van het direct aangrenzende Zwingebied, zowel in Nederland als in België. Dan zou echter ook in de afgelopen AERIUS-versies sprake moeten zijn van een hogere achtergrondwaarde. Dat is echter niet het geval. Hexagoon
Achtergronddepositie 2022 2021A 2020 2019A 2247691 1501,47 1.375,57 1.376,56 1.176,20 2246161 1501,47 Belgie, niet bekend Belgie, niet bekend Belgie, niet bekend 2246162 1197,00 1.267,18 1.269,81 1.111,72 2244633 1709,45 1.385,15 1.385,29 1.183,92 2243103 1501,47 Belgie, niet bekend Belgie, niet bekend Belgie, niet bekend 2243104 1198,58 1.262,50 1.264,59 1.109,94 2241575 1730,09 1.393,75 1.392,98 1.189,04 2240045 1501,47 Belgie, niet bekend Belgie, niet bekend Belgie, niet bekend 2240046 1501,47 1.263,56 1.265,10 1.108,59 2238517 1501,47 1.454,01 1.453,12 1.222,72 Figuur 7. Achtergrondwaarden in en rond hexagonen die in AERIUSversie 2022 overbelast lijken te zijn
Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 9
In figuur 7 is voor de bewuste hexagonen en de direct aangrenzende hexagonen de achtergrondwaarde in de vier AERIUS-versies in beeld gebracht. In figuur 8 staan de hexagonen op kaart met de nummering. Op deze kaart is aan de linkerzijde de in de afgelopen periode aangelegde uitbreiding van het Zwin te zien, in het midden de dijk rond het Zwin met aangrenzend de kanaalweg en het uitwateringskanaal en rechts een woonhuis in een landgoedachtige setting. Uit de figuur blijkt dat er blijkbaar is uitgegaan van een gemiddelde achtergrondwaarde van 1501,47 mol/ha/jaar. Dat is al een stuk hoger dan in de vorige AERIUS-versies waar geen hogere waarden zijn opgenomen dan 1.453,12 mol/ha/jaar, zo blijkt uit figuur 7. Er is geen enkele reden, waarom de achtergrondwaarde in de middelste hexagonen ruim 200 mol/ha/jaar hoger liggen en bij het uitwateringskanaal ruim 300 mol/ha/jaar lager. Er is hier sprake van een kennelijke verschrijving. Als we van de worstcase uitgaan en de waarden in de aangrenzende hexagonen van 1.501,47 mol/ha/jaar aannemen, dan is er geen sprake van een (naderende) overschrijding. De desbetreffende hexagonen hoeven dan ook niet getoetst te worden.
Figuur 8. Hexagonen met achtergrondwaarden als kennelijke verschrijving
Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 10
Conclusie is dat er in het Natura 2000-gebied Zwin & Kievittepolder wel degelijk sprake is van (naderende) overschrijdingen van kritische depositiewaarden. Reden waarom in het vervolg van dit natuuronderzoek wel kwantitatief wordt beoordeeld of door de toename van het plan de kritische depositiewaarde wordt overschreden. De resultaten van de AERIUS-berekeningen kunnen echter niet zonder nadere beschouwing worden overgenomen.
4. Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe Ecologische beschrijving De Westerschelde is de zuidelijke tak in het oorspronkelijke mondingsgebied van de rivier de Schelde. Het is de enige zeetak in de Delta waar nu nog sprake is van een estuarium met open verbinding naar zee. De Westerschelde is tevens één van de drukste vaarwegen van de wereld en wordt gebruikt door zeescheepvaart, binnenscheepvaart, veerdiensten, recreatievaart en dienst- en werkvaartuigen. De Westerschelde is een doorvaartroute naar de havens van Antwerpen, Gent, Vlissingen en Terneuzen. Met een oppervlakte van zo'n 35.000 ha, waarvan zo'n 7.000 ha in België, is het één van de grootste estuaria van Europa. Het Nederlandse deel van het estuarium valt onder de Westerschelde. Het Belgische deel staat bekend als de Zeeschelde en is eveneens onder Natura 2000 aangemeld. Het betreft een zeer dynamisch gebied, met een getijslag rond springtij van ongeveer 4,5 meter bij Vlissingen, oplopend tot meer dan 6 meter voorbij Antwerpen en dan weer afnemend tot 2,3 meter bij Gent. Binnendijks wordt langs de oever een klein aantal inlagen en kreekrestanten tot het gebied gerekend. Deze gebieden bestaan voornamelijk uit vochtige zilte graslanden en (brak/zout) open water. Hiertoe behoort ook de Herdijkte Zwarte Polder op circa 3,5 kilometer van het plangebied.
De sterke dynamiek met getijdenwerking en morfologische processen en een gradiënt van zoet naar zout zorgt buitendijks voor een schakering aan dynamische natuur met slikken en schorren, zilte pionierbegroeiingen, permanent overstroomde zandbanken en droogvallende platen. Onder de schorren langs de Westerschelde bevindt zich het Verdronken Land van Saeftinghe, een voor WestEuropa ongekende, uitgestrekte brakwater-wildernis van 36 vierkante kilometer. Dit ligt op meer dan 50 kilometer van het plangebied. Langs de randen van het gebied liggen op enkele locaties duinen in verschillende successiestadia. Van ‘embryonale duinen’ tot ‘duindoornstruwelen’. De schorren, hoge zandplaten, (schelpen) strandjes, dijkvakken en schaars begroeide gronden zijn zeer belangrijk broedgebied voor kustbroedvogels. Diverse trekvogels zijn afhankelijk van Westerschelde & Saeftinghe als overwinteringsgebied, als ruigebied of als tussenstop. Daarnaast is het intergetijdengebied belangrijk voor (vooral) steltlopers, waarbij de Hooge Platen bij Breskens op meer dan 15 kilometer van het plangebied een belangrijke hoogwatervluchtplaats is. Westerschelde & Saeftinghe bevat belangrijke rustgebieden voor gewone zeehonden. Het is voor zeeprik, rivierprik en fint vooral belangrijk als doortrekgebied, zodat een gezonde populatie in het Belgische deel kan bestaan.
Een populatie van de nauwe korfslak is aangetroffen in Cadzand en de Verdronken Zwarte Polder, een verzande slufter op circa 4 kilometer van het plangebied. Instandhoudingsdoelstellingen habitattypen en stikstofgevoelige soorten Op 26 oktober 2009 zijn in het aanwijzingsbesluit van Westerschelde & Saeftinghe 9 habitattypen, 6 habitatsoorten en 14 vogelsoorten beschermd op grond van artikel 4, eerste lid en 23 vogelsoorten beschermd op grond van artikel 4, tweede lid van Richtlijn 79/409/EEG. Door het Wijzigingsbeluit van 22 november 2022 zijn er 2 habitattypen en 2 habitatsoorten toegevoegd.
Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 11
Uit de gebiedsanalyse ‘Westerschelde en het Verdronken Land van Saeftinghe’(januari 2017) blijkt dat zich in het Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe 10 aangewezen stikstofgevoelige habitattypen bevinden. Uit de Leefgebiedenanalyse voor de Westerschelde blijkt dat er 2 habitatsoorten en 7 vogelrichtlijnsoorten zijn die mogelijk een relatie hebben met een stikstofgevoelig leefgebied. In figuur 9 zijn de instandhoudingsdoelstellingen van de habitattypen en stikstofgevoelige soorten opgenomen. Habitattype
Doel
H1110B Permanent overstroomde zandbanken H1130 Estuaria
Behoud oppervlakte en kwaliteit Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit Behoud oppervlakte en kwaliteit
Huidige situatie Minimale afstand Staat van tot plangebied instandhouding Niet stikstofgevoelig
H1140 Bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten H1310A Zilte pionierUitbreiding oppervlakte en begroeiingen (zeekraal) behoud kwaliteit H1310B Zilte pionierBehoud oppervlakte en kwaliteit begroeiingen (zeevetmuur) H1320 Slijkgrasvelden Behoud oppervlakte en kwaliteit H1330A Schorren en zilte Uitbreiding oppervlakte en graslanden (buitendijks) verbetering kwaliteit H1330B Schorren en zilte Behoud oppervlakte en kwaliteit graslanden (binnendijks) H2110 Embryonale duinen Behoud oppervlakte en kwaliteit H2120 Witte duinen Behoud oppervlakte en kwaliteit H2130A Grijze duinen Behoud oppervlakte en kwaliteit H2160 Duindoornstruwelen Behoud oppervlakte en kwaliteit H2190B Vochtige Behoud oppervlakte en kwaliteit duinvalleien (kalkrijk) Leefgebieden van stikstofgevoelige soorten H1014-Nauwe korfslak Behoud omvang en kwaliteit leefgebied H1903-Groenknolorchis Behoud omvang en kwaliteit leefgebied A081-Bruine kiekendief Behoud omvang en kwaliteit leefgebied
Niet stikstofgevoelig Niet stikstofgevoelig 3,65 km
Matig ongunstig
3,90 km
Gunstig
3,85 km 3,80 km
Ongunstig Matig ongunstig
3,40 km
Matig ongunstig
3,90 km 3,75 km 24,10 km 3,80 km 14,60 km
Gunstig Matig ongunstig Ongunstig Gunstig Matig ongunstig
3,9 km Matig ongunstig 14,60 km Ongunstig >15 Gunstig km A137-Bontbekplevier Behoud omvang en kwaliteit leefgebied >15 km Matig ongunstig A138-Strandplevier Behoud omvang en kwaliteit leefgebied >15 km Ongunstig A193-Visdief Behoud omvang en kwaliteit leefgebied >15 km Matig ongunstig A130-Scholekster Behoud omvang en kwaliteit leefgebied >15 km Ongunstig A142-Kievit Behoud omvang en kwaliteit leefgebied >15 km Matig ongunstig A162-Tureluur Behoud omvang en kwaliteit leefgebied >15 km Matig ongunstig Figuur 9. Instandhoudingsdoelstellingen habitattypen en stikstofgevoelige soorten Westerschelde & Saeftinghe
Bron: Beheerplan 2016-2022, Natura 2000 Deltawateren, Westerschelde & Saeftinghe, juni 2016 en Nota van toelichting bij het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden, november 2022
Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 12
Kritische depositiewaarden De kritische depositiewaarden voor de habitattypen aangewezen voor Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe zijn opgenomen in figuur 10. Habitattype
Volledige omschrijving
H1310A
Eenjarige pioniersvegetaties van slik- en zandgebieden met Salicornia spp. en andere zoutminnende planten (zeekraal) Eenjarige pioniersvegetaties van slik- en zandgebieden met Salicornia spp. en andere zoutminnende planten (zeevetmuur) Schorren met slijkgrasvegetatie (Spartinion maritimae) Atlantische schorren (Glauco-Puccinellietalia maritimae) buitendijks (subtype A) Atlantische schorren (Glauco-Puccinellietalia maritimae) binnendijks subtype B) Embryonale wandelende duinen Wandelende duinen op de strandwal met Ammophila arenaria (“witte duinen“) Vastgelegde kustduinen met kruidvegetatie (“grijze duinen“) Duinen met Hippophaë rhamnoides Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
H1310B H1320 H1330A H1330B H2110 H2120 H2130 H2160 H2190B
KDW (mol/ha/jaar) 1.643 1.500 1.643 1.571 1.571 1.429 1.429 1.071 2.000 1.429
Figuur 10. Kritische depositiewaarden van aangewezen habitattypen in Westerschelde & Saeftinghe Bron: AERIUS
AERIUS geeft voor elk hexagoon, een zeshoekig gebied van 1 hectare, een gemiddelde achtergronddepositie, zoals die in 2021 is berekend. In de zone in het Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe tussen Cadzand en de Herdijkte Zwarte Polder komen geen aangewezen habitats voor. Alle hexagonen die geheel of gedeeltelijk in de Herdijkte Zwarte Polder liggen, hebben een gemiddelde stikstofdepositie van 1.082 mol/ha/jaar. In bijlage 2 is het overzicht van hexagonen opgenomen. In alle gevallen is er nog ruimte tussen de achtergronddepositie en de kritische depositiewaarde van minimaal 337 mol/ha/jaar. Geconcludeerd kan worden dat er depositieruimte is in het relevante deel van het Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe van minimaal 337 mol/ha/jaar en dat berekeningen met AERIUS, gelet op de relatief beperkte omvang van het initiatief, niet kunnen leiden tot overschrijdingen.
5. Referentiesituatie Planspoor en projectspoor In de Wet natuurbescherming wordt onderscheid gemaakt tussen plannen en projecten, het planspoor en het projectspoor. Volgens vaste jurisprudentie geldt in het planspoor als hoofdregel de ‘feitelijke planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan’ als referentiesituatie. 1 Al dan niet verleende natuurvergunningen of milieutoestemmingen zijn voor de beoordeling van de referentiesituatie in het planspoor niet relevant. Deze zijn wel relevant in het projectspoor, in dit geval relevant voor de verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwen. Voor de omgevingsvergunning voor het bouwen van hotel Noordzee is een separate Natuurtoets uitgevoerd; deze Natuurtoets is uitsluitend gericht op het planspoor..
1
Zie o.a. ABRS 22 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:212 (Bergeijk). Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 13
Feitelijk bestaande planologisch legale situatie In figuur 2 is het bestemmingsplangebied in de bestaande situatie weergegeven. In het bestemmingsplangebied staan twee hotelgebouwen. Hotel Noordzee omvat thans 64 hotelkamers, 1 bedrijfswoning en algemene hotelruimten. Deze algemene hotelruimten zijn primair bedoeld voor hotelgasten, maar van met name de restauratieve ruimten wordt ook gebruik gemaakt door externe (strand)gasten. Het gaat daarbij om 250 m² grandcaféruimte, aansluitend daarop is een terras gerealiseerd. De Wielingen omvat thans een gebouw met 31 hotelkamers, 15 recreatieappartementen en algemene hotelruimten. Het hoteldeel is in 2019 gesloten, nadat de exploitant en voormalig eigenaar de gebouwen heeft verkocht. De nieuwe eigenaar is vervolgens in gesprek gegaan met hotel Noordzee over een gecombineerde ontwikkeling. De 15 recreatieappartementen zijn in gebruik.
N Figuur 11. Uitsnede bestemmingsplan Cadzand-Bad West, onderlegger voor de Beheersverordening
In figuur 11 is de vigerende planologische situatie weergegeven. Op de bestaande bebouwing is de Beheersverordening Cadzand-Bad, die op 8 november 2013 in werking is getreden, van toepassing. In deze beheersverordening zijn de bepalingen uit het daarvoor vigerende bestemmingsplan ‘CadzandBad West’, vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Oostburg op 19 april 2001 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten op 16 oktober 2001, met uitzondering van de wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten van toepassing verklaard. Ter plaatse van de bebouwing geldt de bestemming Horecadoeleinden (H).
Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 14
De gronden voor Horecadoeleinden zijn bestemd voor een ondergrondse parkeergarage, op de eerste en tweede bouwlaag horecabedrijven niet zijnde een discotheek of een bar/dancing, een nachtclub, een café en/of een zalencentrum, op de volgende lagen een hotel alsmede bijbehorende voorzieningen, waaronder fitness-ruimten, sauna’s en een zwembad. Ter plaatse van de subbestemming Ht (buiten de bebouwing) uitsluitend tuinen en terrassen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen en ter plaatse van de subbestemming Hp (buiten de bebouwing) uitsluitende parkeervoorzieningen, ontsluitingswegen en groenvoorzieningen. Langs de Noordzeestraat en de Kanaalweg is de bestemming Groenvoorzieningen (G) van toepassing. Er zijn specifieke bouwvlakken aangewezen met een diversiteit aan maximale hoogtes, variërend van 4,3 tot 19 meter. In 2006 is in afwijking van het vigerende bestemmingsplan een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van de nieuwe entree met het kenmerkende torentje en kamers aan de zuidzijde van hotel Noordzee. De hotels zijn in overeenstemming met het vigerend planologisch regime. Het bestaande gebruik maakt derhalve onderdeel uit van de te hanteren referentiesituatie in de plantoets.
In 2019 is besloten hotel De Wielingen tijdelijk te sluiten, om ruimte te hebben met de eigenaren van de recreatieappartementen, hotel Noordzee en de gemeente in gesprek te gaan over mogelijke herontwikkeling. Inmiddels is een overeenkomst met hotel Noordzee gesloten dat in de uiteindelijke situatie Noordzee hotel blijft en de Wielingen in de nieuwe vorm een appartementencomplex wordt. Het gebouw De Wielingen wordt pas afgebroken als de uitbreiding van hotel Noordzee (grotendeels) is gerealiseerd. In de referentiesituatie in het planspoor is hotel Noordzee derhalve vol in bedrijf. Het gebouw De Wielingen wordt in de referentiesituatie in het planspoor verwarmd en 15 recreatieappartementen zijn in gebruik. Hotelgasten in De Wielingen worden niet meegerekend, omdat daar in de feitelijke situatie ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geen sprake van is. Stikstofuitstoot in de referentiesituatie: ruimteverwarming De opstallen worden met brandstof verwarmd en zijn in de referentiesituatie niet energiezuinig. In tabel 9.1 in de instructie gegevensinvoer voor de AERIUS Calculator zijn emissiefactoren opgenomen die als kental gebruikt kunnen worden. De relevante emissiefactoren zijn opgenomen in figuur 12. Functie Appartement
Eenheid Per appartement
Type Nieuwbouw Oudere eenheden
Kantoren en winkels Per m2 bvo Figuur 12. Kentallen emissiewaarden (bron: AERIUS Calculator)
NOx in kg/jaar 1,11 1,25 0,16
NH3 in kg/jaar 0,0 0,47 0,0
Hotel Noordzee omvat in de referentiesituatie 4.435 m² bvo. Daarvan is 2.822 m² direct gerelateerd aan de hotelkamers alsmede aan het onderhoud van het hotel (cleaning, technische ruimten e.d); hiervoor wordt het kental per appartement (nieuwbouw) gebruikt. In de referentiesituatie wordt 1.613 m² gezien als ‘handelsruimte’. Daartoe behoren de voorzieningen zoals restaurant, zwembad, wellness en kantoorruimte; hiervoor wordt het kental van kantoren en winkels benut. De jaaruitstoot vanuit ruimteverwarming bedraagt volgens deze rekenmethode in de referentiesituatie 64 maal 1,11 plus 1.613 maal 0,16 ofwel 329,12 kg NOx voor hotel Noordzee. Deze uitstoot vindt plaats op het dak circa 17 meter boven het maaiveld. Omdat De Wielingen feitelijk alleen in gebruik is voor de 15 appartementen en niet voor de 31 hotelkamers en restaurant, worden alleen de appartementen (oudere eenheden) meegenomen. De jaaruitstoot vanuit ruimteverwarming bedraagt volgens deze rekenmethode in de referentiesituatie Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 15
15 maal 1,25 ofwel 18,75 kg NOx per jaar en 15 maal 0,47 ofwel 7,05 kg NH3 voor De Wielingen. Deze uitstoot vindt plaats op het dak circa 17 meter boven het maaiveld. Stikstofuitstoot in de referentiesituatie: verkeersbewegingen Er vinden verkeersbewegingen van en naar het plangebied plaats. Om de verkeersgeneratie te berekenen wordt gebruik gemaakt van kentallen die zijn afgeleid van kencijfers uit publicatie 381 van het CROW. Er is sprake van een niet stedelijke gemeente en een locatie die kan worden getypeerd als ‘rest bebouwde kom’. Zoals gebruikelijk in de gemeente Sluis, zijn de gemiddelden van het minimum en maximum in de kencijfers van het CROW aangehouden. Voor hotel Noordzee wordt gerekend met een mix van kentallen. In de CROW-publicatie wordt immers onderscheid gemaakt tussen 4 sterren- en 5 sterrenhotels. Hotel Noordzee is formeel een 4 sterren-hotel, maar wel met de uitstraling en dienstverlening van een 5 sterrenhotel. Er is niet gekozen om een 5 sterrenhotel te zijn, omdat er dan sprake moet zijn van 24 uurs-bewaking, hetgeen in een badplaats weinig toevoegt. Formeel mag worden gerekend met de lagere kentallen van een 4 sterrenhotel. Om toch de 5 sterrenuitstraling ook de in kentallen tot uitdrukking te laten komen is voor de gasten uitgegaan van de kencijfers van een 5-sterrenhotel en voor het personeel van een 4sterrenhotel.
De bedrijfswoning in het hotel wordt beschouwd als een appartement (koop, midden). Hotelsuites of recreatieappartementen in De Wielingen staan in de uitgave van het CROW niet genoemd. De twee meest gelijkende functies zijn bungalows in een recreatiepark en koopappartementen voor permanente bewoning. Koopappartementen lijken qua type het meest op het beoogde aanbod, maar er is sprake van een recreatieve omgeving. Een regulier autogebruik vanuit permanente bewoning past daar niet bij, omdat mensen veel meer geneigd zijn gebruik te maken van de horeca en de omgeving van de badplaats. Een gemiddelde tussen de twee kencijfers biedt daarmee een redelijke veronderstelling. Omdat er sprake is van appartementen op een toplocatie is wel gebruik gemaakt van de kencijfers van een duur koopappartement. Omdat Cadzand-Bad een eindbestemming is, zal de ruimte voor externe gasten alleen extra verkeersbewegingen vanuit personeel met zich mee brengen. Gasten in de ‘handelsruimte’ komen niet speciaal voor deze ruimtes naar Cadzand-Bad gereden. Het grootste deel van de externe gasten maakt gebruik van de horeca, die overdag dienst doet als een soort grandcafé. Het CROW heeft voor de functie café/bar/cafetaria geen kencijfers voor de verkeersgeneratie gegeven, alleen parkeerkencijfers. Daarbij is aangegeven dat 90% vanuit bezoekers komt.
Gelet op de beperkte functie voor externe gasten en de mogelijkheid om personeel uit te wisselen, wordt de extra verkeersgeneratie op 0 gesteld. Functie
Eenheid
Hotel 4 sterren Per 10 kamers Hotel 5 sterren Per 10 kamers Koop appartement duur Per appartement Bungalowpark Per woning Gebruikte kentallen Hotelkamers Noordzee Per 10 kamers Bedrijfswoning Noordzee Per woning Hotelkamers De Wielingen Per 10 kamers Appartementen De Wielingen Per appartement Figuur 13. Kentallen verkeersgeneratie (bron: CROW) *76% x 32,0 + 19% x 21,7 = 28,4
Percentage bezoekers 81% 76%
Minimum
Maximum
Gemiddeld
20,3 29,6 7,0 2,1
23,1 34,3 7,8 2,3
21,7 32,0 7,4 2,2 28,4* 6,0 21,7 4,8**
**(7,4 + 2,2)/2 = 4,8
Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 16
In figuur 13 zijn de gebruikte kencijfers uit de CROW-publicatie weergegeven alsmede de gebruikte kentallen op grond van bovenstaande onderbouwingen. De berekende verkeersgeneratie in de referentiesituatie wordt weergegeven in figuur 14. Type Aantal kental eenheid Bewegingen Hotelkamers 64 28,4 Per 10 kamers Bedrijfswoning 1 6,0 Per woning Hotel Noordzee Appartementen 15 4,8 Per appartement De Wielingen Figuur 14. Berekening verkeersgeneratie in de referentiesituatie (Van Kerkhoff Maatwerk, 2020)
182 6 188 72 72
De verkeersgeneratie in de referentiesituatie is berekend op 188 motorvoertuigen per etmaal voor hotel Noordzee en 72 motorvoertuigen per etmaal voor De Wielingen. Voor hotel Noordzee zijn twee bewegingen per dag toegerekend aan middelzwaar verkeer in verband met belevering. Dit komt overeen met gemiddeld één levering per hotel per dag, hetgeen consistent is met de feitelijke situatie over een jaar gerekend. Volgens opgave van de hoteliers in Cadzand-Bad kan beter gerekend worden met gemiddeld één motorvoertuigbeweging per etmaal. Immers een overnachter komt aan op een dag en vertrekt de volgende dag. Het grootste deel van de gasten blijft enkele dagen, waarbij een gast gemiddeld een maal per twee dagen een uitstapje maakt met de auto. De andere dag verblijft hij aan het strand of gaat fietsen in de omgeving. In de nieuwe situatie waarin de auto in een parkeergarage staat, neemt het gebruik van de auto door hotelgasten eerder nog verder af, omdat het eenvoudiger is te wandelen of te fietsen naar een bestemming in de badplaats. Daarenboven is de verhuur van elektrische fietsen en golfkarren de afgelopen jaren in Cadzand-Bad exponentieel gestegen.
In bestemmingplannen en ruimtelijke onderbouwingen die in Cadzand-Bad de afgelopen jaren zijn gemaakt wordt veiligheidshalve uitgegaan van 2 motorvoertuigbewegingen per etmaal per bezette hotelkamer en van 4 motorvoertuigbewegingen per etmaal per bezet recreatieappartement. In de bovenstaande berekening van de verkeersgeneratie is worst case – zowel in de referentiesituatie als in de beoogde situatie – uitgegaan van deze relatief hoge kentallen. Stikstofuitstoot in de referentiesituatie: routering De verkeersbewegingen voeren over twee routes de badplaats in en uit. Verkeer vanuit Nederland komt via de Westerscheldetunnel en Oostburg en vervolgens via Zuidzande en Cadzand over de Ringdijk Noord naar Cadzand-Bad en tenslotte over de Boulevard de Wielingen naar het plangebied. Verkeer vanuit België komt veelal via Brugge en Knokke en komt via de Hazegrasstraat en de Retranchementstraat Nederland binnen. Vervolgens voert de route via de Knokkeweg en de Kanaalweg de badplaats binnen en direct naar het plangebied. Deze route wordt veel gebruikt, maar is op grond van de bewegwijzering niet de aangewezen route. De aangewezen route naar CadzandBad vanuit grote delen van België loopt via Aardenburg en Oostburg. Omdat de route via de Hazegrasstraat veel gebruikt wordt, wordt daar in dit onderzoek rekening mee gehouden.
Verkeer binnen de badplaats met de auto vindt nauwelijks plaats, in een badplaats komen mensen juist voor ontspanning en beweging in de vorm van wandelen of fietsen (zie boven). Voor het bepalen van de relevante wegvakken die meegenomen moeten worden in de stikstofberekening, is gebruik gemaakt van de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2022, versie januari 2023 (hierna: ‘Instructie gegevensinvoer’), paragraaf 2.5.2. Beoordeeld is wanneer het verkeer is opgenomen in het heersend verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee
Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 17
hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen “tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer” (zie Instructie gegevensinvoer, p. 12).
Figuur 15. Routes
Vanuit Cadzand-Bad richting Oostburg gaat gelet op het vorenstaande het verkeer op in het heersend verkeersbeeld bij de rotonde ‘de Potjes’, de kruising van de N674 en de N675. Deze wordt vanuit het plangebied bereikt via de Boulevard de Wielingen, de Ringdijk Noord en de Zuidzandseweg. Na ‘de Potjes’ verspreidt het verkeer zich dusdanig, dat gelet op het bestaande verkeer de verkeersstromen afkomstig van en naar het plangebied is opgegaan in het heersend verkeersbeeld. Vanuit Cadzand-Bad richting België gaat gelet op het vorenstaande het verkeer op in het heersend verkeersbeeld bij de rotonde ‘Schapenbrug’, de aansluiting van de Hazegrasstraat met de N376, de Belgische hoofdweg van Brugge naar Sluis met een verkeersintensiteit van 8.592 motorvoertuigen per etmaal in 2009 (bron: Verkeerstellingen 2009, Dienst Mobiliteit). In figuur 15 zijn de twee routes vanuit het plangebied tot aan de punten ‘de Potjes’ en ‘Schapenbrug’ weergegeven. Op grond van ervaringen zijn de aangehouden verdelingen over de twee routes opgenomen in figuur 16. Route naar ‘de Potjes’ Route naar ‘Schapenbrug’ Gasten hotel Noordzee 25% 75% Personeel hotel Noordzee 75% 25% Hotel de Wielingen 50% 50% Belevering hotels 100% 0% Figuur 16. Routeverdeling in de referentiesituatie (Van Kerkhoff Maatwerk, 2020)
Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 18
6. Uitgangspunten voor de toekomstige gebruikssituatie
In de beoogde situatie bestaat hotel Noordzee uit 104 kamers en 1 bedrijfswoning. De algemene hotelvoorzieningen zijn dan niet meer in gebruik voor externe gasten. De filosofie van het hotel is dat de gasten van hotel Noordzee optimaal worden bediend en daar passen externe gasten (gasten die geen hotelkamer bezetten) niet bij. De 250 m² bestaande horeca wordt opgeheven en verplaatst naar De Wielingen. Los daarvan investeert de eigenaar van hotel Noordzee in voorzieningen in de badplaats, waar externe gasten ook gebruik van kunnen maken. Te denken valt aan de beach wellness en het jachthavenpaviljoen. Deze maken echter geen deel uit van het voorliggende plan en vinden niet plaats in het plangebied. In de nieuwbouw is geen toegang meer vanuit het strand naar de restauratieve ruimte. Ook is er geen terrasruimte meer aan de zeezijde. De drempel om in het hotel te gaan eten of drinken wordt daarmee aanmerkelijk vergroot. Immers de restauratieve ruimten zijn dan alleen te bereiken via de hoofdingang; dat betekent enerzijds een omloopbeweging van circa 150 meter en anderzijds een route waarop strandkleding niet gepast is. Wel komt er een recreatieve ruimte uitsluitend bedoeld voor de hotelgasten van Hotel Noordzee.
Uit ervaring bij onder meer collegahotel De Blanke Top blijkt ook dat de omloopbeweging in combinatie met de ‘dresscode’ voldoende drempel opwerpt waardoor strandgasten worden geweerd. De uitbreiding wordt aangegrepen om een verwarmingssysteem te installeren met warmtepompen die de gebouwverwarming voor het grootste deel voor hun rekening nemen. De bestaande gasketels blijven nog in gebruik, alleen om pieken in de verwarming en warmwater te kunnen opvangen. Berekeningen van de nieuwe opstelling lieten in 2020 zien dat ondanks het grotere areaal het gemiddelde gasverbruik per jaar en daarmee de gemiddelde uitstoot van stikstofdioxide per jaar met een derde zou dalen ten opzichte van de referentiesituatie. Daarbij was rekening gehouden met de staat van de gasketels in 2020. Inmiddels, in 2023 zijn de gasketels al weer drie jaar langer in gebruik en bij de ingebruikname in 2025 al weer 5 jaar. Met de ontwikkelingen in de wereld van installatietechniek, de verbetering van de mogelijkheden om te isoleren, is het nu mogelijk om het gemiddelde gasverbruik per jaar en daarmee de gemiddelde uitstoot van stikstofdioxide per jaar met de helft te laten dalen ten opzichte van de referentiesituatie. De uitstoothoogte gaat door de opbouw omhoog naar 21 meter. De nieuwe Wielingen bestaat uit 70 appartementen die grotendeels zullen vallen onder de vigeur van zogeheten ‘additionele migratie’.
Het gaat daarbij om appartementen die vooral zullen worden gekocht door mensen van buiten Zeeuws-Vlaanderen die extra inkomsten genereren voor ZeeuwsVlaanderen dat als gevolg van demografische krimp een kwetsbare economie heeft. In het provinciaal beleid is voor badplaatsen, waaronder Cadzand-Bad, de mogelijkheid geboden om appartementen aan te merken als een bijzondere categorie. Vanwege de locatie met uitzicht op zee en in de badplaats is het aannemelijk dat veruit het grootste deel van de appartementen onder de vigeur van additionele migratie valt. Er wordt in de nieuwe Wielingen rekening gehouden met een horecaruimte in de vorm van een grandcafé op de begane grond aan het duin met een omvang van 250 m² bvo. Dit betreft een verplaatsing van de bestaande horeca voor externe gasten uit Hotel De Noordzee; ten opzichte van de referentiesituatie is er derhalve geen sprake van een verandering. De bezoekers van dit grandcafé zijn overigens vooral langskomende fietsers, mensen die al in een appartement in Cadzand-Bad verblijven en mensen die gebruik maken van de grote parkeerplaatsen voor een dagje strand. Omdat Cadzand-Bad een eindbestemming is, wordt het grandcafé niet specifiek bezocht en brengt het om die reden ook geen extra verkeersgeneratie met zich mee. Kencijfers van het CROW geven ook geen getallen voor verkeersgeneratie vanuit de categorie ‘café/bar/cafetaria’.
Er wordt dan ook geen rekening gehouden met een extra verkeersgeneratie vanwege horeca. Het nieuwe complex met horeca en appartementen, wordt gasloos gebouwd. Met behulp van een goede isolerende schil en warmtepompen wordt een gebouw gerealiseerd, waarbij geen sprake meer is van stikstofuitstoot als Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 19
gevolg van ruimteverwarming. Uitgangspunt is dat dat ook het geval is als de 12 appartementen gehandhaafd blijven. De verkeersgeneratie wordt met dezelfde kentallen berekend als in de referentiesituatie. De verkeersgeneratie in de beoogde situatie is berekend op 301 motorvoertuigen per etmaal voor hotel Noordzee en 336 motorvoertuigen per etmaal voor De Wielingen (figuur 17). Gelet op de vergroting van de hotelcapaciteit wordt aangenomen dat het aantal bewegingen met middelzwaar verkeer in verband met belevering verdubbelt ten opzichte van de huidige situatie (van 2 naar 4 per dag). Dit is worst case, nu aannemelijk is dat de vrachtwagens weliswaar zwaarder worden beladen, maar qua tijdstippen niet veel vaker gaan rijden. Type Aantal kental eenheid Bewegingen Hotelkamers 104 28,4 Per 10 kamers Bedrijfswoning 1 6 Per woning Hotel Noordzee Appartementen 70 4,8 Per appartement De Wielingen Figuur 17. Berekening verkeersgeneratie in de beoogde situatie (Van Kerkhoff Maatwerk, 2020)
295 6 301 336 336
Een groot deel van de appartementen dat de laatste jaren in Cadzand-Bad is ontwikkeld, wordt als tweede woning gebruikt. In de jaren tussen 2013 en 2019 is het grootste deel van de appartement verkocht aan Belgische kopers. Mede als gevolg van de Covid pandemie geniet Zeeuws-Vlaanderen ook meer bekendheid in Nederland. Verwacht wordt dat de kopers van appartementen in De Wielingen een mix van Nederlanders en Belgen zal worden. Voor de routeverdeling wordt dan ook een 50-50-verdeling aangehouden. In de routeverdeling voor hotel Noordzee is geen verandering voorzien ten opzichte van de referentiesituatie (figuur 18). Route naar ‘de Potjes’ Route naar grens Gasten hotel Noordzee 25% 75% Personeel hotel Noordzee 75% 25% Appartementen De Wielingen 50% 50% Belevering 100% 0% Figuur 18. Routeverdeling in de beoogde situatie (Van Kerkhoff Maatwerk, 2022)
7. Uitgangspunten voor de realisatiefase
Stikstofuitstoot tijdens de realisatiefase komt voort uit mobiele werktuigen op de bouwplaats (in het plangebied), aanvoer van bouwmaterialen (zwaar vrachtverkeer) en bouwverkeer/ bestelwagens (licht verkeer). De wijze van bouwen, de inzet van elektrisch materieel en de logistiek van de bouwplaats leiden ertoe dat er een grote variatie is in de met de realisatie gepaard gaande stikstofuitstoot. Deze variatie wordt op korte termijn beperkt door een beperking in beschikbaar materieel, maar er is inmiddels een beweging ingezet, waardoor de gemiddelde uitstoot van de bouwplaats in de toekomst afneemt. In het kader van een bestemmingsplan dient op basis van kentallen wel inzicht gegeven te worden in de stikstofuitstoot in de realisatiefase. De ontwikkelaar-bouwer heeft in 2020 een berekening gemaakt van de stikstofuitstoot voor de realisatie van de uitbreiding van hotel Noordzee en de bouw van De Wielingen. Hotel Noordzee kiest voor een korte bouwtijd om zo kort mogelijk dicht te moeten. De bouw van De Wielingen volgt een meer regulier patroon. Qua fasering vindt de bouw van De Wielingen plaats na de verbouwing van hotel Noordzee.
Natuuronderzoek Noordzee-De Wielingen - 20
In figuur 19 en 20 zijn voor vijf fasen in de bouw, te weten sloop, damwand 2, fundering, ruwbouw en afbouw de totale emissie van stikstofdioxide voor beide projecten in worst case en best case weergegeven. De uitbreiding van hotel Noordzee is atypisch, omdat er in korte tijd gebouwd wordt en de afbouw vele malen zwaarder is als gevolg van de vele voorzieningen in een hotel in vergelijking met een appartementengebouw. Het verkeer van en naar de bouw is verdeeld in licht verkeer en zwaar verkeer. Het lichte verkeer is naar rato van bouwtijd per fase verdeeld over de fasen, het zwaar verkeer naar verhouding van de leveringen en afvoeren van zware materialen. Er is geen verschil gemaakt tussen de worst case en best case situatie, dat zou een schijnnauwkeurigheid zijn. Fase
Best case Worst case Kg NOx Kg NOx 1. Sloop 1,0 1,0 2. Damwand 33,0 33,0 3. Fundering 0,3 65,9 4. Ruwbouw 13,5 140,1 5. Afbouw 61,6 69,7 Totaal 109,4 309,8 Figuur 19. Totale emissie per bouwfase Noordzee ((Cordeel, 2020)
Licht verkeer # bewegingen 50 200 200 900 650 2.000
Zwaar verkeer #bewegingen 60 60 150 300 30 600
Fase
Licht verkeer # bewegingen 100 400 400 1.800 1.300 4.000
Zwaar verkeer #bewegingen 100 100 250 500 50 1.000
Best case Worst case Kg NOx Kg NOx 1. Sloop 0,6 0,6 2. Damwand 18,3 73,5 3. Fundering 13,7 31,2 4. Ruwbouw 12,8 76,7 5. Afbouw 8,4 40,8 Totaal 53,8 222,8 Figuur 20. Totale emissie per bouwfase De Wielingen (Cordeel, 2020)
Omdat de bouw vier tot vijf jaar later plaatsvindt dan destijds is aangenomen en het materieel inmiddels is verbeterd, mag ervan uitgegaan worden dat de best case situatie een betere weergave van de realisatiefase is. In AERIUS is dan ook de best case situatie ingevoerd, waarbij rekening wordt gehouden met een aannemelijke fasering zoals opgenomen in de volgende paragraaf. Beoordeeld wordt of door de toename van het plan in deze best case situatie de kritische depositiewaarden worden overschreden en in hoeverre zich dat verhoudt tot de gebruiksfase. Als er met de best case situatie geen sprake is van significant negatieve gevolgen voor enig Natura 2000-gebied, kan worden gesteld dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is. In de vergunning voor hotel Noordzee wordt dan nader ingegaan op de realisatie en worden zo nodig voorwaarden aan de uitstoot in de realisatiefase verbonden.