CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

b. Ruimtelijke onderbouwing

Raad 3 juli 2025, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het afgeven van een ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van twee nieuwe pluimveestallen en een opslagloods op het perceel Kleine Boomdijk 2 te Sint Kruis.6.324 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

Ruimtelijke onderbouwing Uitbreiding bedrijfsgebouwen

Opsteller Contactgegevens: A.B. (Bram) Verhage Boulevard de Wielingen 33 4506 JJ Cadzand T: 0117-700550 E info@vlamingendezeeuw.nl Versie: 7 april 2024 Status: Ontwerp

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

1

INHOUD

1. 1.1 1.2 1.3

Inleiding ................................................................................................................ 3 Aanleiding ............................................................................................................... 3 Huidige situatie ........................................................................................................ 3 Het plan .................................................................................................................. 5

2. 2.1 2.2

Planologisch beleidskader ...................................................................................... 7 Rijksbeleid .............................................................................................................. 7 Gemeentelijk beleid .................................................................................................. 9

3. Ruimtelijke aspecten ............................................................................................ 13 3.1 Natuur ................................................................................................................... 13 3.2 Cultuurhistorie ........................................................................................................ 15 3.3 Archeologie ............................................................................................................ 16 3.4 Mobiliteit en parkeren .............................................................................................. 18 3.5 Technische infrastructuur ......................................................................................... 18 3.6 Bodem ................................................................................................................... 18 3.7 Geluid .................................................................................................................... 18 3.8 Luchtkwaliteit ......................................................................................................... 18 3.9 Externe veiligheid.................................................................................................... 19 3.10 Milieuzonering.........................................................................................................

19 3.11 Waterparagraaf ....................................................................................................... 20 4. Afwegingen ................................................................................................................ 23 5. Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................... 23 Bijlage 1. Plan Landschappelijke Inpassing Bijlage 2. AAZ Bijlage 3. Ontvangstbevestiging aanvraag Wet natuurbescherming Bijlage 4. Akoestisch onderzoek

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

2

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Op de locatie aan de Kleine Boomdijk 2 exploiteert initiatiefnemer een gemengd bedrijf met akkerbouw en een pluimveehouderij voor het houden van vleeskuikens. Het bedrijf beschikt over de mogelijkheid voor het houden van in totaal 110.300 vleeskuikens in twee stallen. De totale bedrijfsvloeroppervlakte intensieve veehouderij bedraagt 4.800 m2. Naast de pluimveestallen zijn bewaarloodsen en werktuigenberging aanwezig. Initiatiefnemer wil graag de twee bestaande stallen voorzien van inpandige uitlopen en twee nieuwe stallen bijbouwen om hetzelfde aantal dieren te kunnen huisvesten op basis van het Beter Leven Keurmerk. Het totaal aantal dieren blijft gelijk en neemt niet toe. Voor de akkerbouw wordt een nieuwe opslagloods en werktuigenberging gerealiseerd. De gronden waar de uitbreiding wordt gerealiseerd zijn bestemd met de bestemming ‘Agrarisch’ en de dubbelbestemming Archeologie 2. Op deze gronden ontbreekt echter de aanduiding bouwvlak. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verbiedt in artikel 2.1 lid 1 sub c een project zonder omgevingsvergunning uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het bouwen van een bouwwerk en/of het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met zowel het bouwen als het opheffen van de strijdigheid met het bestemmingsplan.

Volgens artikel 2.12 lid 1 sub 3 van de Wabo kan een omgevingsvergunning voor het bouwen worden verleend, indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Voorliggend document vormt de ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat de ontwikkeling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

Deze

ruimtelijke

onderbouwing

maakt

deel

uit

van

de

aanvraag

voor

een

omgevingsvergunning.

1.2

Huidige situatie

Het plangebied aan de Kleine Boomdijk is gelegen in het buitengebied van de gemeente Sluis. Het agrarisch bouwvlak met de aanduiding intensieve veehouder is gelegen op circa 125 meter van de bebouwde kom van Sint Kruis. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Aardenburg, sectie O, nummers 148, 584, 858, 862 en 863. De meest nabij gelegen woning (Dorpsstraat 1) ligt op een afstand van circa 20 meter van de grens van de inrichting. Dit is eveneens het meest nabij gelegen geurgevoelige object.

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

3

Figuur 1: Luchtfoto planlocatie (Ruimtelijkeplannen.nl)

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

4

Figuur 2: Locatie plangebied (Google Maps 2023)

1.3

Het plan

Het initiatief is erop gericht om twee nieuwe pluimveestallen een opslagloods en werktuigenberging te realiseren. Daarnaast worden de twee bestaande stallen voorzien van een inpandige uitloop. Pluimveehouderij Initiatiefnemer is voornemens om zijn huidige bedrijfsvoering volledig te richten op het Beter Leven Keurmerk (1 ster). Om het huidige vergund aantal dieren te kunnen behouden dient er in dat geval meer stal en uitloop gerealiseerd te worden. Bij een reguliere bedrijfsvoering kan het bedrijf opteren voor het opzetten van vleeskuikens in een hoge bezetting (in dit geval 23 kuikens/m2 ) en het vroegtijdig uitladen van een gedeelte van de kuikens om daarmee te voldoen aan de generieke welzijnsregelgeving. Bij de omschakeling van het bedrijf naar het Beter Leven keurmerk met 1 ster dient de dierbezetting te worden verlaagd van 42 kg/m2 naar 25 kg/m2 . Daarnaast dient het bedrijf de dierbezetting te verlagen naar 12 vleeskuikens/m2 en vervalt de mogelijkheid om tussentijds een gedeelte van de vleeskuikens uit te laden. Bij deze wijziging in de bedrijfsvoering is de verlaging van de dierbezetting tot 12 vleeskuikens/m2 op een leeftijd van 22 dagen, en het vervallen van de mogelijkheid van tussentijds uitladen van dieren, een gevolg van het toepassen van het Beter Leven keurmerk.

Dat betekent dat bij de omschakeling van een bedrijfsvoering die gebruik maakt van het tussentijds uitladen en het deels leveren van lichte kuikens, de maximale dierbezetting van 12 vleeskuikens/m2 leidend is. Bij de omschakeling van een dergelijke bedrijfsvoering kan het benodigde leefoppervlak worden berekend door het aantal vleeskuikens te delen door de maximale bezetting van 12 dieren/m2 hetgeen bij 110.300 vleeskuikens resulteert in 9.192 m2 bedrijfsvloeroppervlak. Om het maximaal vergund aantal dieren te kunnen huisvesten onder het Beter Leven Keurmerk dan is 9.192 m 2 noodzakelijk. De huidige stallen hebben een gezamenlijk oppervlak van 4.800 m2 leefoppervlak voor de kippen.

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

5

Het huidige vergund aantal dieren van 110.300 wordt verdeeld over de twee bestaande stallen (Stal 1 en 2) en twee nieuwe pluimveestallen (stal 3 en 4). Hierbij is de voorwaarde maximaal 12 dieren per vierkantemeter conform het Beter Leven keurmerk.

Figuur 3: Overzicht dieraantallen en oppervlaktes

De akkerbouwtak bewerkt een 250 hectare in een straal van circa 10 kilometer rond Sint Kruis. Het bouwplan bestaat uit verschillende gewassen en ziet er als volgt uit 65 hectare pootaardappelen, 10 hectare consumptieaardappelen, 32 hectare zaaiuien, 10 hectare plantuien 2e jaars, 65 hectare wintertarwe, 25 hectare graszaad, 10 hectare wortelen, 20 hectare bruine bonen, 20 hectare suikerbieten en 4 hectare natuurland. De huidige opslagcapaciteit voor product en werktuigenberging in niet toereikend waardoor twee nieuwe loodsen van 78x40 en 45x17 gewenst zijn.

Figuur 3. Locatie 2 nieuwe stallen(blauwe vierkant) en nieuwe opslagloods en werktuigenberging (rode vierkant)

Het plan is verder vorm gegeven en uitgewerkt in het landschappelijke inpassingsplan welke is bijgevoegd als bijlage 1 en tevens in figuur 4. De uitgewerkte plannen zijn opgesteld door OMNA

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

6

Ontwerper van de Buitenruimte. De aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing is voorwaardelijk opgenomen in een overeenkomst.

Figuur 4: Landschappelijke inpassing (OMNA Ontwerper van de Buitenruimte 8 april 2025)

2.

Planologisch beleidskader

2.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie De Nationale omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de Omgevingswet. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Bovenstaande vergt een goed samenspel tussen Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten, maar ook tussen overheden en bedrijven, maatschappelijke instellingen en burgers Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. We spreken hier over ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1) Combinaties van functies gaan voor

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

7

enkelvoudige functies, 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. Beoordeling Het project betreft de bouw van een agrarische bewaarloods, werktuigenberging en twee pluimeestallen in landelijk gebied. Voorliggend project is te kleinschalig om van invloed te zijn op het beleid genoemd in de NOVI. Provinciaal beleid Omgevingsvisie Zeeland 2025 Op 13 december 2024 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Zeeland 2025 vastgesteld. In dit Omgevingsplan zijn de hoofdlijnen voor het provinciaal ruimtelijk beleid uiteengezet. In de Omgevingsvisie zet de provincie Zeeland in op grondgebonden en biologische landbouw. Voor deze vormen van landbouw worden ruime ontwikkelingsmogelijkheden geboden. Voor de nietgrondgebonden

landbouw

(intensieve

veehouderij

en

glastuinbouw;

ref)

zijn

de

ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. Het streven is naar behoud van omgevingskwaliteit, behoud van biodiversiteit, beperken milieubelasting, minder uitstoot van broeikasgassen en levering van grondstoffen voor de biobased industrie. Het ruimtelijk beleid voor de landbouw is gebaseerd op het onderscheid in grondgebondenheid en niet-grondgebondenheid.

De

provincie

hanteert

geen

maximale

oppervlaktematen

voor

grondgebonden agrarisch bouwvlakken. Initiatiefnemer exploiteert een bestaand volwaardig grondgebonden agrarisch bedrijf en volwaardige hoofdtak intensieve veehouderij. Voor de (biologisch) grondgebonden landbouw wil de Provincie Zeeland zoveel als mogelijk de 'eigenschaligheid' van agrarische ondernemers bevorderen. Onder eigenschaligheid wordt verstaan dat agrarische ondernemers inzetten op een verdere ontwikkeling van het agrarisch bedrijf die het beste aansluit bij de ondernemer, de omgeving, de afzetmarkt en de toegevoegde waarde die bij het desbetreffende bedrijf kan worden gerealiseerd. Afhankelijk van de bestaande bedrijfsstructuur zijn daarbij aspecten als schaalvergroting, verbreding, deeltijdlandbouw of combinaties daarvan aan de orde. Voor wat betreft de intensieve veehouderij zijn de kaders helder en is enkel ontwikkeling mogelijk in het kader van verduurzaming of specifieke houderij systemen. De maximale oppervlakte bedraagt 5.000 m2 of indien deze oppervlakte reeds is bereikt een uitbreiding van 20% of maximaal 8.000 m 2. In het onderhavige geval is er sprake van uitbreiding van het bedrijfsvloeroppervlak intensieve veehouderij in het kader van het concept Beter Leven.

De uitbreiding van het bedrijfsvloeroppervlak op basis van het Beter Leven Keurmerk en het toepassen van zorgvuldig ruimtegebruik voldoen aan de uitgangspunten van eigenschaligheid en is niet in strijd met provinciaal beleid Omgevingsverordening Zeeland In artikel 5.34 zijn voorwaarden opgenomen voor intensieve veehouderijbedrijven. Voor bedrijven die reeds de 5.000 m2 bedrijfsvloeroppervlakte omvat, zoals die van inititiatiefnemer zijn bij een uitbreiding de leden 6 t/m 10 van toepassing. Inititiatiefnemer verzoekt een uitbreiding in het kader

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

8

van het Beter Leven Keurmerk (1 ster). Lid 10 van artikel 5.34 van de Omgevingsverordening is dan van toepassing. 10. Indien het toepassen van het Beter Leven Keurmerk (1 ster) ten aanzien van dierenwelzijn een groter bedrijfsvloeroppervlak vergt, is het bepaalde omtrent bedrijfsvloeroppervlak in het vijfde tot en met het zevende lid niet van toepassing. Deze regel is uitsluitend van toepassing indien en voorzover een bedrijf bij toepassing van genoemd keurmerk minder dieren zou mogen houden dan in de huidige planologisch vergunde situatie. Het vergund dieraantal van 110.300 blijft gelijk. De dieren worden nu verdeeld over de twee bestaande stallen en twee nieuwe stallen.

Naast regelgeving omtrent uitbreiding van bouwen in het buitengebied duidt de Verordening gebieden

aan

met

een

bijzondere

verwachtingswaarde

aan.

Bij

het

opstellen

van

dit

bestemmingsplan zijn de kaarten behorend bij de Verordening geraadpleegd en beoordeeld of de gewenste ontwikkeling van invloed is op gebieden met een bijzondere verwachtingswaarde. De locatie is gelegen in of in de nabijheid van een gebied welke is aangeduid op de kaarten behorend bij de verordening, en benoemd in de artikelen 5.41 tot en met 5.45, echter betreft dit een binnendijk. Nadere toelichting volgt in hoofdstuk 3.1. Aangaande de omgevingskwaliteiten worden in deze toelichting alle ruimtelijke factoren afgewogen. Geconcludeerd

kan

worden

dat

de

gewenste

ontwikkeling

zich

niet

verzet

tegen

de

omgevingskwaliteiten. De gewenste ontwikkeling is niet in strijd met provinciaal beleid.

2.2

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Krachtig Verbonden 2021-2025 De Structuurvisie, vastgesteld 28 februari 2021, is een visie op hoofdlijnen waarmee de gemeente Sluis op hooflijnen de koers bepaalt ten aanzien van het ruimtelijk-economisch en sociaalmaatschappelijk beleid. Het document vormt een 'Structuurvisie' zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. De hoofdlijnen van het ruimtelijk-economisch en sociaal-maatschappelijk beleid worden vastgelegd, geven richting en vormen het uitgangspunt en de basis voor verdere uitwerking in deelvisies, bestemmingsplannen en projecten. De agrarische sector is hierin eveneens expliciet benoemd. Uitgangspunt is het behouden van een uit bedrijfseconomisch oogpunt gezien gezonde agrarische sector. Schaalvergroting is hierbij een ontwikkeling die zichtbaar is. Voorwaarde bij de ontwikkeling van agrarische bedrijven is de verplichting tot het voorzien in een goede landschappelijke inpassing. De gewenste uitbreiding past binnen deze visie en voldoet aan de voorwaarden. Bestemmingsplan Buitengebied 2e herziening Op de gronden is het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2e herziening’ van de gemeente Sluis van kracht (vastgesteld door de Raad d.d. 28-05-2015). Na het bestemmingsplan ‘buitengebied 2e

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

9

herziening’ is het bestemmingsplan ‘3e herziening Buitengebied’ vastgesteld. De 3e herziening heeft geen directe link met het projectgebied of planvoornemen en verwijst qua regels naar de 2e herziening. Hierom wordt getoetst aan de 2e herziening. Het

bestaande

functieaanduiding

agrarische

bouwvlak is

intensieve

bestemd met

veehouderij.

Tevens

is

de

bestemming

‘Agrarisch’‘ en

de

gebiedsaanduiding

de

wro-zone

–

wijzigingsbevoegdheid 1 opgenomen, deze is echter met de 2e herziening geschrapt. Agrarische activiteiten zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan toegestaan. Het bestemmingsplan staat agrarische bedrijfsgebouwen en overige bouwwerken alleen toe in daarvoor aangewezen agrarische bouwvlakken. Het huidige bouwvlak is hieronder weergegeven in figuur 5. Hiernaast gelden tevens paraplubestemmingsplannen voor archeologie en parkeren. In paragraaf 4.3 en 4.4 worden deze aspecten onderbouwd.

Figuur 5: Uitsnede Bestemmingsplan Kleine Boomdijk 2

Om het initiatief mogelijk te maken is het noodzakelijk om een omgevingsvergunning afwijkend gebruik aan te vragen. Bij deze omgevingsverguning zal het plan voor landschappelijke inpassing als voorwaardelijke verplichting bij het omgevingsvergunning worden opgenomen. Tevens zal een overeenkomst worden opgesteld waarin de afspraken tussen gemeente en initiatiefnemer worden vastgelegd. Het bestemmingsplan Buitengebied heeft in artikel 3.6.3. wel voorwaarden opgenomen voor het wijzigen van het bouwvlak voor een intensieve veehouderij. Ondanks dat de wijzigingsbevoegdheid niet rechtstreeks kan worden toegepast dient wel getoetst te worden aan dit beleid. Het artikel omschrijft deze voorwaarden als volgt: Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen ten behoeve van de vergroting en / of vormverandering van een bouwvlak ten behoeve van grondgebonden activiteiten op een

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

10

bouwvlak met de aanduiding 'intensieve veehouderij' of ten behoeve van een intensieve veehouderij, met inachtneming van het volgende: a.

wijziging leidt niet tot een toename van de maximaal toelaatbare bedrijfsvloeroppervlakte intensieve veehouderij zoals genoemd in bijlage 1; Het bedrijfsvloeroppervlak zal op basis van het concept Beter Leven wel worden uitgebreid. Hierdoor is een omgevingsvergunning afwijkend gebruik noodzakelijk in plaats van een wijzigingsbevoegdheid.

b.

het bouwvlak mag worden vergroot; 1. tot een oppervlakte van ten hoogste 1,5 ha; 2. of tot een oppervlakte van ten hoogste 2 ha waarbij het bouwvlak met ten hoogste 70 % mag worden bebouwd; Het bouwvlak wordt niet vergroot echter er wordt wel bebouwing toegestaan buiten het huidige agrarische bouwvlak waardoor een omgevingsvergunning afwijkend gebruik noodzakelijk is.

c.

wijziging wordt slechts toegepast voor een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf en indien dit voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering noodzakelijk is; alvorens wijziging toe te passen vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de agrarisch deskundige; De Agrarische Adviescommissie Zeeland heeft positief geadviseerd op het verzoek op uitbreiding. In het geval de maximale bezettingsgraad wordt gehanteerd is bij het vergund dierenaantal in combinatie met het Beter Leven Keurmerk een totale oppervlakte van 9.192 m2 noodzakelijk om alle dieren te behouden. Tevens heeft het bedrijf voldoende landbouwareaal

waardoor

extra

opslagcapaciteit

voor

agrarisch

product

eveneens

noodzakelijk is. Voor het advies zie bijlage 2.

d.

ter plaatse van de uitbreiding wordt voorzien in een adequate landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van tenminste 10 m; op basis van een landschapsplan, opgesteld door een gecertificeerde landschapsarchitect of goedgekeurd door de landschaps- en natuurdeskundige, kan volstaan worden met een landschappelijke inpassing waarbij voldaan wordt aan de ‘Richtlijn landschappelijke inpassing gemeente Sluis’ zoals opgenomen in Bijlage 7; In bijlage 1 is het plan voor landschappelijke inpassing toegevoegd welke voldoet aan de gestelde richtlijnen en genoemde soorten. Aan de voorwaarde wordt voldaan.

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

11

e.

medewerking wordt slechts verleend als een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing; Tussen initiatiefnemer en gemeente wordt een overeenkomst gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing.

f.

wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van de omgevingskwaliteit en van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; De wijziging leidt tot een aantasting van de situatie richting omwonenden en omgeving. De stal wordt namelijk verder van de omliggende burgerwoningen afgebouwd en de dieren wordt verdeeld waardoor de uitstoot afneemt. Daarnaast voldoet de wijziging aan de gestelde wettelijke milieunormen, zie de omgevingsvergunning milieu. In hoofdstuk 3.10 wordt nog nader ingegaan op deze vraag. De wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van de omgevingskwaliteit.

g.

indien de afstand tot gronden met de bestemming Natuur minder dan 100 m bedraagt wordt medewerking uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting van de landschapsof natuurwaarden van het natuurgebied plaatsvindt; De naastgelegen dijk, Kleine Boomdijk, is gelegen aangrenzend aan het plangebied en is in het Natuurnetwerk Zeeland 2023 opgenomen als bestaande natuur dijken, binnendijken nieuw. In de Omgevingsverordening van de provincie Zeeland artikel 2.27 is opgenomen dat de afwegingszone van 100 meter niet van toepassing is voor binnendijken. Andere gronden met de bestemming Natuur zijn niet gelegen binnen 100 meter.

h. wijziging leidt niet tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer; burgemeester en wethouders vragen hierover schriftelijk advies van de waterbeheerder alvorens de wijziging toe te passen. In hoofdstuk 4 is de watertabel toegevoegd welke beoordeeld zal worden door de waterbeheerder. Afgezien van de toename van het bedrijfsvloeroppervlakte en de oppervlakte voor het bouwvlak wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden uit artikel 3.6.3. Overige en genoemde aspecten zoals bodem, flora en fauna, archeologie, cultuurhistorie, watertoets, milieu en externe veiligheid zullen in het kader van een goede ruimtelijke ordening in de volgende hoofdstukken nader worden behandeld.

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

12

3.

Ruimtelijke aspecten

3.1

Natuur

De bescherming van de natuur in Nederland vindt plaats door Europese en nationale wetgeving. In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen aangewezen Vogel- en Habitatrichtlijngebieden of Natura2000 gebieden. Het meest nabij gelegen beschermde Natura2000 gebied is het Groote Gat op een afstand van circa 7 kilometer. In het kader van de gewenste ontwikkeling is een separate aanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming ingediend bij de provincie Zeeland, zie bijlage 3. Het plangebied is gelegen in of in de nabijheid van het Natuurnetwerk Zeeland. De naastgelegen dijk is gelegen aangrenzend aan het plangebied en is in het Natuurnetwerk Zeeland 2023 opgenomen als Bestaande natuur zijnde dijken, binnendijken nieuw. In de Omgevingsverordening van de provincie Zeeland artikel 5.44 is opgenomen dat de afwegingszone van 100 meter niet van toepassing is voor binnendijken. Andere gronden met de bestemming Natuur zijn niet gelegen binnen 100 meter.

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

13

Figuur 6. Uitsnede kaart landschap en natuur (Geoweb)

Soortbescherming Voor het initiatief worden geen bomen of struiken verwijderd. De locatie van de twee nieuwe stallen en de bewaarloods ligt in agrarisch gebied, wat meerdere keren per jaar bewerkt wordt. Op basis van de Besi (Beschermde soortenindicatie) zou in de omgeving of binnen het plangebied Huismus, kauw, roodborsttapuit, steenuil, boombewonende vleermuizen, boomkikker, kamsalamander, buine kikker, egel, gewone pad, haas, kleine watersalamander, kleine wolfsmelk en ree aanwezig kunnen zijn. Het plangebied zelf is voor hazen geschikt. Ze hebben voldoende alternatief leefgebied. Om te voorkomen dat jonge hazen gedood worden kunnen maatregelen getroffen worden. Het ontgraven kan plaatsvinden buiten de kwetsbare periode 1 maart – 1 augustus. Indien de werkzaamheden toch

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

14

in deze periode uitgevoerd worden dan kan het terrein afgezocht worden met warmtebeeldcamera. Deze acties dienen uitgevoerd te worden onder begeleiding van een ecologisch deskundige. Er dient hiervan verslag gelegd worden in een ecologisch veldformulier. Het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen (hazenleger) van deze soort is verboden. Het plangebied is voor de ree niet geschikt om langdurig te verblijven. Voor de ree zal het beperkte stukje land wat wordt onttrokken aan de akkerbouw niet van invloed zijn leefomgeving. Het plangebied zelf is voor de huismus, kauw, roodborsttapuit niet geschikt nu het plangebied niet beschikt over bossages of locaties om te nestelen. Bomen worden er niet gerooid waardoor boombewonende vleermuizen niet worden verstoord. Om bij de werkzaamheden voor de aanleg van het bassin geen potentiële verstoring te veroorzaken voor de Boomkikker, Gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander zal de realisatie van het gebouwen starten in het najaar. In het natuurgebied ten oosten van het plangebied zijn voortplantingswateren van de genoemde soorten aanwezig. Voor wat betreft de mogelijke aanwezigheid van de Kleine wolfsmelk betekent de bouw van de bedrijfsgebouwen het onttrekken van een klein stukje agrarisch gebied (1%) van het totale bedrijf wat onttrokken wordt als akkerland.

Omliggend akkerland biedt voldoende ruimte voor het plantje om zich te vestigen. Gezien de aard van het plan en met name aangaande het huidige gebruik van de locatie zijn er geen invloeden op de aanwezige soorten te verwachten. Compenserende of mitigerende maatregelen worden dan ook niet noodzakelijk geacht.

3.2

Cultuurhistorie

Op 1 januari 2012 is door middel van aanpassing van het Besluit ruimtelijke ordening bepaald dat cultuurhistorische belangen moeten worden meegewogen bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen. Het waarborgen van cultuurhistorische belangen en het meewegen van deze belangen is belangrijk. De Erfgoedverordening van de gemeente Sluis, vastgesteld op 17 november 2015, verwijst naar de plantoelichting van bestemmingsplannen. Hiervoor is een omschrijving van het plangebied noodzakelijk. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Sluis. De omgeving wordt gekenmerkt door het agrarische landschap en is niet gelegen in of nabij een gebied welke is aangeduid in de provinciale ruimtelijke verordening, thema landschap en erfgoed. De Kleine Boomdijk is een dijk welke in 1672 is aangelegd en is een duidelijk landschappelijk element. De locatie zelf is niet aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol. Dichtstbijzijnde cultuurhistorische waardevolle bebouwing betreft op circa 200 meter de historische boederij (aangemerkt als categorie B) aan de Roeselaerestraat 1. Op de onderdelen historische stedenbouw, Staats-Spaanse Linies en Waterstaat kwamen aanwijzingen tevoorschijn. Figuur 7 geeft de weergave uit de Cultuurhistorische Waardenkaart.

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

15

Figuur 7: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart provincie Zeeland

De uitbreiding betreft een noodzakelijke uitbreiding van een bestaand agrarisch bedrijf waarbij de inpassing van de bebouwing extra aandacht krijgt. Van nadelige gevolgen van de cultuurhistorische waarden in het plangebied of zijn omgeving is geen sprake.

3.3

Archeologie

In 1992 is het Verdrag van Valletta (Malta) door de landen van de EU, waaronder Nederland, ondertekend. Dit verdrag verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden ex situ worden bewaard. Het verdrag van Valletta is doorvertaald in de Nederlandse wetgeving, thans de Erfgoedwet. De gemeente Sluis heeft haar archeologiebeleid vastgelegd, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 28 september 2017. Het archeologiebeleid is vervolgens geïmplementeerd in het bestemmingsplan Sluis, Parapluplan archeologie. Voor het plangebied is een aanduiding Archeologie-2 opgenomen.

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

16

Voor deze zone geldt een vrijstelling tot het uitvoeren van archeologisch onderzoek dieper dan 40 centimeter tot 500 m2.

Figuur 8: Uitsnede Parapluplan Archeologie

De bouwplannen welke ten grondslag liggen aan dit bestemmingsplan betreffen de bouw van een stal en een werktuigenberging. De bodemverstoring dieper dan 40 cm is bedraagt bij de totale bouw minder dan 500 m2. Stal 1 In totaal 34 poeren met een oppervlak van 2,25 m2 en 8 poeren met een oppervlakte van elk 1 m2. Totale verstoring bedraagt 84,5 m2

Stal 2 In totaal 34 poeren met een oppervlak van 2,25 m2 en 8 poeren van 1 m2. Daarnaast een vorstrand van in totaliteit 37,5 m2. In totaliteit een verstoring van 122 m2. Bewaarloods In totaal 34 poeren met een oppervlakte van 2,25 m2 en 15 poeren van 1 m2. In totaliteit een verstoring van 76,5 m2. Werktuigenberging In totaal 20 poeren met een oppervlatke van 1,44 m2 en 4 poeren van 1 m2. In totaliteit een verstoring van 32,8 m2. De drie gebouwen bij elkaar verstoren 84,5+122+76,5+32,5=315,5 m2. Dit is nog ruim binnen de norm van 500 m2. Archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk.

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

17

3.4

Mobiliteit en parkeren

De ontsluiting van de locatie verloopt via de Kleine Boomdijk en vervolgens de Sint Pietersdijk. Dit is een lokale ontsluitingsweg. Er is fysieke scheiding tussen fiets- en autoverkeer. Het profiel van de wegen bestaat uit asfalt en grasbermen. De weg kent een matige verkeersintensiteit. Het vrachtverkeer en personenwagens blijven qua bezoek en eigen gebruik gelijk en ook de overige verbrandingsmotoren blijven gelijk, alleen de emissie van de dieren wijzigt door toepassen van andere stalsystemen en het huisvesten van meer dieren. Voor de vergunde situatie zijn de bewegingen uit de vergunning gehanteerd en is een verschilberekening gemaakt in AERIUS Calculator. De vergroting van het bouwvlak leid niet tot meer dieren of meer opslag van product. De bestaande uitritten zijn hiervoor voldoende.

3.5

Technische infrastructuur

De omgeving is aangesloten op alle gangbare technische infrastructuur en andere nutsvoorzieningen (gas, water, elektra). Ten behoeve van het plan hoeven hiervoor geen structurele aanpassingen plaats te vinden.

3.6

Bodem

Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde nieuwe functie. De oppervlakte van het plangebied en de conclusie van het vooronderzoek (historisch onderzoek) zijn bepalend voor het uitvoeren van eventueel veld- en laboratoriumonderzoek. Bodemgebruiksfuncties nemen af naarmate bodemverontreinigingen en gerelateerde risico's toenemen. Sanerende maatregelen kunnen daardoor nodig zijn. In het onderliggende geval betreft dit de bouw van een stal en een werktuigenberging. In de bedrijfsgebouwen zijn dan ook niet permanent personen aanwezig waardoor een bodemonderzoek niet noodzakelijk is.

3.7

Geluid

De geluidproductie van het bedrijf zelf (bedrijfsactiviteiten en verkeersbewegingen) is in de omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu verbonden aan de gangbare voorschriften en geldende voorschriften van de vergunning. Het akoestisch onderzoek is bijgevoegd als bijlage bij de aanvraag omgevingsvergunning.

3.8

Luchtkwaliteit

De Eerste Kamer heeft op 9 oktober 2007 het wetsvoorstel voor de wijziging van de ‘Wet milieubeheer’ goedgekeurd (Stb. 2007, 414). Vooral hoofdstuk 5 titel 2 uit genoemde wet is veranderd. Omdat titel 2 handelt over luchtkwaliteit staat de nieuwe titel 2 bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Deze wet is op 15 november 2007 (Stb. 2007, 434) in werking getreden en vervangt het ‘Besluit luchtkwaliteit 2005’. De ‘Wet luchtkwaliteit’ voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak

zorgt

voor

een

flexibele

koppeling

tussen

ruimtelijke

activiteiten

en

milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

18

voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. De grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Voor woningbouw geldt bijvoorbeeld dat bij één ontsluitingsweg een aantal van 500 nieuwe woningen niet in betekenende mate van invloed zijn op de luchtkwaliteit. Er dient met name gekeken te worden naar de emissie van fijnstof (PM10). Op grond van de Wet luchtkwaliteit gelden grenswaarden waaraan voldaan moet worden. De grenswaarden waaraan getoetst wordt zijn: •

jaargemiddelde concentratie: 40 µg/m3;

•

daggemiddelde concentratie: 50 µg/m3;

•

aantal toegestane overschrijdingen daggemiddelde: 35 keer.

De bouw van de twee nieuwe stallen leidt niet tot een toename van fijnstof. Het dieraantal blijft gelijk en ongewijzigd. De dieren worden enkel verder van bestaande woningen geplaatst wat een positief effect zal hebben op de uitstoot op die adressen.

3.9

Externe veiligheid

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient zorg gedragen te worden dat er een scheiding in acht genomen wordt tussen gevoelige objecten (zoals woningen) en risicoveroorzakende bedrijven en/of transportassen. De locatie is niet gelegen binnen de invloedsfeer van objecten waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt (zoals industrie vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen BEVI) volgens de Risicokaart van de Provincie Zeeland. Ook is er geen sprake van vervoer van gevaarlijke stoffen in de omgeving of buisleidingen met een toetsingszone. Geconcludeerd kan worden dat de uitbreiding met een opslagloods en twee pluimveestallen niet binnen de plaatsgebonden risicocontour en/of het invloedsgebied van het groepsrisico van een risicovolle activiteit is gelegen. Een verdere uitwerking van de veiligheidsparagraaf is dan ook niet noodzakelijk.

3.10

Milieuzonering

Om tussen bedrijven en woningen een goede ruimtelijke afstemming te borgen, wordt in de ruimtelijke ordening veelal een milieuzonering gehanteerd. Deze dient ervoor te zorgen dat door het inachtnemen van voldoende afstand tussen bedrijven milieugevoelige objecten (zoals woningen) geen overlast, hinder of schade ontstaat. Deze ruimtelijke zonering is gebaseerd op het inachtnemen van voldoende fysieke afstand. Afhankelijk van het bedrijfstype en sector gelden verschillende afstanden. De vermelde afstanden zijn richtafstanden. Deze richtafstanden zijn opgenomen in de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG. In de omgeving van het plangebied bevindt zich een akkerbouwbedrijf aan de Molenweg 1 op circa 460 meter. In de nabije omgeving zijn is de bebouwde kom van Sint Kruis gelegen. Op circa 20 meter is (Dorpsstraat 1) een burgerwoning gelegen. De uitbreiding vindt plaats bij een reeds gevestigd bedrijf en is daarmee verbonden aan de specifieke wet- en regelgeving welke van toepassing is voor vergunningsplichtige bedrijven. De huidige situatie

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

19

is vergund en de nieuwe situatie zal ook aan alle wettelijke eisen voldoen welke gesteld worden aan de omgevingsvergunning milieu.

3.11

Waterparagraaf

Sinds 1 november 2003 is de zogenaamde Watertoets verplicht. Dat wil zeggen dat in elk ruimtelijk plan gemotiveerd moet worden aangegeven hoe met het water in het gebied wordt omgegaan en wat de ruimtelijke veranderingen voor het water betekenen. Aangaande de aspecten omtrent water zal een watertoets worden opgesteld en worden toegezonden aan Waterschap Scheldestromen.

Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en

Het plan heeft geen relatie met de primaire

rekening houden met de daarvoor benodigde

of secundaire waterkeringen.

ruimte. Het hemelwater van de nieuwe stal met terreinverharding wordt via bodeminfiltratie afgevoerd. Dit gebeurt door middel van de verlenging van de sloot aan de noordzijde van het bouwvlak en het verbreden van de sloot aan de Zuidweg (Aardenburg, sectie N

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

nummer 306). Geadviseerd wordt deze te dimensioneren op de volledige tiendaagse T=100 neerslaggebeurtenis van 147 mm. Dit betekent volgens de tabel een opgave van 12.855 m2 x 0,075 mm = 1890 m3. Voor de aanleg van waterberging in of in open verbinding met het oppervlaktewatersysteem is een watervergunning benodigd. De waterbergingsopgave is hierbij 75 mm/m2 verhard oppervlak. De benodigde m2 wordt bepaald door de T=100 waterbergingshoogte in het gebied. In het geval van open verbinding betreft dit een capaciteit van 12.855 x 0,075 = 965 m3

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

20

huidige

na

situatie

realisa tie

dakopper vlak

0

8100

1

0

4755

2

0

0

3

0

0

4

dichte bodemver harding doorlaten de bodemver harding wateropp ervlak

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem

Hemelwater zal worden opgevangen en worden afgevoerd naar de sloot. In de omgevingsvergunning wordt een voorwaarde opgenomen voor het creeeren van extra waterberging. Vuilwater vanuit de bedrijfswoning is aangesloten op de riolering.

en het beperken van overstorten.

Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking De locatie is niet gelegen in een bufferzone

Grondwaterkwantiteit en verdroging

rondom een natuurgebied met

Voorkomen en tegengaan van

zoetwatervoorkomen. Er wordt geen

grondwateroverlast

grondwater onttrokken, schoon hemelwater

en -tekort. Rekening houdend met de

wordt door infiltratie toegevoegd aan het

gevolgen

grondwater. Er is geen sprake van

van klimaatverandering. Beschermen van

grondwateroverlast. Het plangebied wordt

infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

gekenmerkt door geringe infiltratiemogelijkheden.

Hemelwater zal via de waterberging infiltreren in de bodem. De waterberging

Grondwaterkwaliteit

zal in de zomerperiode droog kunnen staan.

Behoud of realisatie van een goede

Gezien de omvang van de poel is een

grondwaterkwaliteit. Denk aan

overloop naar de sloot niet noodzakelijk.

grondwaterbeschermingsgebieden.

Bij de bouw worden geen uitlogende materialen gebruikt. De waterberging dient zonder overstort gedimensioneerd te worden.

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

21

Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede

Tijdens de bouw worden geen uitlogende

oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de

materialen gebruikt. Hemelwater zal

veerkracht van het watersysteem. Toepassing

bovendien infiltreren.

van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de

Nvt.

daarvoor benodigde ruimte.

Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra)

Het plangebied is aangeduid als matig

maaiveldsdalingen in zettinggevoelige

zettingsgevoelig gebied.

gebieden kunnen veroorzaken.

Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke

In de directe omgeving is geen bestemming

gevarieerde en natuurlijk karakteristieke

met de functie natte natuur.

aquatische natuur. De onderhoudswerkzaamheden aan oppervlaktewateren kunnen blijven

Onderhoud oppervlaktewater

plaatsvinden. Het plan dient te passen binnen

Oppervlaktewater moet adequaat

het vergunningenbeleid van het waterschap.

onderhouden

Het nader uitgewerkte plan dient vooraf ter

worden. Rekening houden met obstakelvrije

toetsing aan het waterschap te worden

onderhoudsstroken vrij van bebouwing en

voorgelegd. Idem, met betrekking tot de aan

opgaande (hout)beplanting.

te leggen infiltratievijver en/of waterberging in of in open verbinding met het oppervlaktewaterstelsel.

Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing) * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer?

De locatie is niet gelegen in de directe omgeving van objecten van de waterbeheerder.

Ja, ten tijde van de bouw van de gebouwen zal tijdelijk transport plaatsvinden over de Kleine Boomdijk. Deze transporten zijn echter beperkt en enkel noodzakelijk voor het afleveren van bouwproducten. Het aantal verkeersbewegingen zal niet toenemen.

* na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en

Het bedrijf blijft bereikbaar door middel van

voetgangers uw plan kunnen bereiken.

de reeds aanwezige oprit

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

22

Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd?

Ja, er wordt op eigen terrein geparkeerd.

* na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

De bedrijfsgebouwen worden niet binnen 20 meter van de weg gebouwd.

4. Afwegingen Ten aanzien van de vergroting van het agrarisch bouwvlak van initiatiefnemer kan de volgende afweging gemaakt worden: •

de bouw van de opslagloods en de twee pluimveestallen past binnen de ruimtelijke beleidskaders van de provincie (Omgevingsplan en Omgevingsverordening). Bijgedragen wordt aan de gewenste en noodzakelijke vernieuwing en verbreding van het landelijke gebied waarbij tevens voor het agrarische bedrijf de economische basis verbreed kan worden;

•

het bedrijf betreft een volwaardig agrarisch bedrijf;

•

vanuit de omgeving zijn er geen belemmeringen vanuit natuur, landschap, cultuurhistorie, waterhuishouding of milieu die de vergroting van het agrarisch bouwvlak op deze locatie in de weg staan;

•

voor omliggende (agrarische) bedrijven vormt het agrarisch bedrijf geen belemmering;

•

de te verwachten verkeerseffecten zijn zeer beperkt en passen in het lokale verkeersbeeld.

Geconcludeerd kan worden dat het plan ruimtelijk inpasbaar is in de omgeving. 5. Economische uitvoerbaarheid In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan worden besloten om geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is en er kort gezegd- ook voor wat betreft fasering of andere bijzondere omstandigheden geen exploitatieplan nodig is. Er is sprake van een aangewezen bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Hiernaast is geen sprake van fasering. Een ander aspect dat in het kader van de economische uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld, is de vraag of er aanleiding bestaat voor planschade. Een planschadeovereenkomst als bedoeld in artikel 6.4a, lid 1 van de Wro wordt met de initiatiefnemer afgesloten middels een anterieure overeenkomst. Voor het in behandeling nemen van de aanvraag is de legesverordening van toepassing. 6.2. Maatschappelijke haalbaarheid Op basis van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt de ruimtelijke onderbouwing in vooroverleg gezonden naar de wettelijke overlegpartners.

Na het toetsen van de complete aanvraag (inclusief alle benodigde vergunningen) wordt het ontwerpbesluit gedurende 6 weken ter visie gelegd, waarbij een ieder in de gelegenheid wordt gesteld een zienswijze in te dienen. Na deze

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

23

periode van terinzagelegging zijn er geen zienswijzen ontvangen waardoor de aanvraag ongewijzigd wordt vastgesteld. Na vaststelling wordt de aanvraag opnieuw gedurende 6 weken ter visie gelegd. In het kader van de te volgen procedure zal het ontwerpbesluit ter visie worden gelegd. Hierbij wordt eenieder in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op het project.

Ruimtelijke onderbouwing Kleine Boomdijk 2 Sint Kruis

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=35f26e2d-c6ee-4575-94f6-88549e33d545