b. Bijlage 2 Inspraakverslag
Tekst van het document
Hoofdstuk 1 Inleiding Tussen Vesting en Verbeelding; Cultuur- en erfgoedbeleid gemeente Sluis 2026-2032 geeft het kader voor de komende jaren om verder te bouwen aan ons cultuur- en erfgoedbestel. We willen samen met onze cultuur- en erfgoedorganisaties bouwen aan een sterk, samenhangend en toekomstbestendig cultuur- en erfgoedbestel in onze gemeente. Inspraakprocedure Voor de ontwikkeling van het cultuur- en erfgoedbeleid is een participatieve aanpak gevolgd, met werkconferenties en gesprekken met het veld, partners en stakeholders. De opgehaalde inzichten zijn verwerkt in een analyse en beleidsvoorstel, dat in een vervolgbijeenkomst is verdiept. Het conceptbeleid lag vervolgens van 26 maart tot en met 7 mei 2026 ter inzage, waarbij belanghebbenden de mogelijkheid hadden om een zienswijze in te dienen. Inspraakreacties Er zijn reacties ontvangen van de Fractie Groenlinks, Zeeuws Landschap, Bond Heemschut & Cuypersgenootschap, Stichting Bedaux en reacties van verschillende eigenaren van een gemeentelijk monument. In het volgende hoofdstuk gaan we in op deze reacties.
1
Hoofdstuk 2 Zienswijzen 2.1 Fractie Groenlinks Groenlinks is verheugd te merken dat het college serieus werk maakt van het behoud en versterking van de cultuursector in de gemeente Sluis. Voor zover wij kunnen waarnemen wordt in het ontwerp een vrij compleet beeld van deze sector in onze gemeente gegeven. 1.
Cultuureducatie • Het lijkt GroenLinks belangrijk dat nu een fors in de andere segmenten van de cultuur moet worden geïnvesteerd. Naar ons oordeel wordt daarbij te gemakkelijk ‘cultuur’ en ‘cultureel erfgoed’ in dezelfde adem genoemd. In onze definiëring gaat erfgoed vooral om ‘zaken, gebeurtenissen en materiële overblijfselen’. ‘Cultuur’ (in enge zin) gaat veeleer over ‘beleving en ervaring”. En dit laatste weer onder te verdelen in ‘passief en actief’. De betekenis van deze actieve cultuurbeleving wordt onderschat. De zogeheten cognitieve leervermogens worden in het onderwijs uitgebreid aangesproken, niet ten onrechte natuurlijk, maar de balans met ervaringsleren is zoek. GroenLinks ziet in het gestelde in de ontwerp Nota in dat opzicht geen verbetering. Deze laatste benadering wordt, onder andere, uitgevoerd door de Stichting Cultuureducatie Zeeuws-vlaanderen en het is deze benadering die GroenLinks de komende jaren graag verder ziet uitgebreid.
Reactie: We onderschrijven het belang van cultuureducatie en de beleving voor leerlingen/jongeren. We nemen uw suggestie mee in de verder uitwerking van de uitvoeringsagenda. Het “hoe” zien wij toepasbaar op verschillende manieren en volgt later. Op hoofdlijnen hebben we de tekst aangevuld in de nota. •
De, wat wij voor het gemak noemen, de Cultuurgarage in Oostburg, is op de schaal die het heeft een succes en verdient een stevige ondersteuning. Cultuureducatie in diverse vormen welke tegelijk kunnen worden uitgevoerd is, in dit gebouw in optima forma aanwezig. Het kan uitgroeien tot een geweldige voorziening voor jong en oud. De formule is relatief eenvoudig uit te breiden met workshops voor ouderen. Het kunnen benutten van dit gebouw heeft echter een fragiele basis.GroenLinks roept het college op tijdig naar een waardig alternatief om te zien en daarin stevig te investeren voor alle leeftijdgroepen en dit vast te leggen in de ontwerp Nota.
Reactie: In de nota is opgenomen: “We onderzoeken de mogelijkheden voor meer regionale samenwerking en de ideeën rondom een cultureel huis in Oostburg.”. De nadere uitwerking is onderdeel van de uitvoeringsagenda. •
Wij zien de meerwaarde van een ‘cultuurcoach’ zoals geopperd in de ontwerp Nota niet in. In de korte lijnen die de gemeente rijk is, is GroenLinks veel meer een voorstander van het extra, financieel investeren in culturele activiteiten, zoals met name de cultuureducatie zoals wij beschrijven in punt 1b. van deze zienswijze.
Reactie: Het toewerken naar een cultuurcoach is deels op verzoek van betrokkenen. Daarnaast is een cultuurcoach de bruggenbouwer tussen cultuur en andere domeinen, zoals onderwijs, zorg & welzijn en sport & bewegen. Zij werken lokaal in de wijken en zorgen ervoor dat cultuurdeelname voor iedereen toegankelijk is. Dit doen zij door deelname aan cultuur te stimuleren, cultuur te verbinden met andere domeinen en cultuuraanbieders te ondersteunen. Dat gaat breder dan alleen culturele activiteiten opstarten en uitvoeren. 2.
Groot publiekstrekkend evenement •
Een recent, particulier initiatief om de Watertoren meer toegankelijk te maken voor publiek en de vijf leegstaande waterbassins te voorzien van publiekgerichte objecten gerelateerd aan het zeer actuele en mondiale thema ‘water’ is helaas gesneuveld omdat er te weinig financiële
2
middelen konden worden aangetrokken. GroenLinks stelt u voor dit onderwerp expliciet in het ontwerp-Plan op te nemen. Reactie De hoofdlijn van het beleid is al in lijn met bovenstaande suggestie. •
In het ontwerp-Plan wordt de opstelling van een canon gesuggereerd. GroenLinks ondersteunt dit idee, maar wil graag dat deze niet alleen bestaat uit uit ‘historie’, maar ook uit ‘gebouwen, personen en natuurgebieden’.
Reactie Het opstellen van een canon staat niet concreet in het beleidsplan. De hoofdlijnen van het beleid bieden wel ruimte om dit later verder uit te werken in aparte plannen. 3.
Media Wijsheid •
GroenLinks ziet, naast de zegeningen van Artificial Intelligence ook de grote gevaren daarvan. Blindelings kunnen varen op AI is niet verstandig, terwijl AI, ook weer, een enorm beslag legt op de cognitie en niet, de eigen ervaring. GroenLinks wil in het ontwerp-Plan een paragraaf opgenomen zien waarin dit onderwerp wordt behandeld en waarin een krachtige impuls wordt beschreven met, minimaal een opdracht aan de Bibliotheek Zeeuwsvlaanderen voor de “Media-wijsheid” die dringend wordt geïnitieerd geïmplementeerd in het basis- en voortgezet onderwijs.
Reactie In het beleidsplan is een tekstuele paragraaf opgenomen over de samenhang met de vijf basisfunctionaliteiten van het bibliotheekwerk. We zien dit onderdeel als een mooie aanvulling bij de vernieuwing van het meerjarenbeleidsplan Bibliotheek.
3
2.2 Zeeuws Landschap Wij onderschrijven het uitgangspunt van het beleidsplan dat het landschap, van de duinen tot het achterliggende cultuurlandschap, een essentiële drager is van identiteit, beleving en leefkwaliteit, zowel voor inwoners als bezoekers Tegelijkertijd constateren wij dat het beleidsplan in zijn huidige vorm onvoldoende waarborging biedt voor de instandhouding van het cultuurlandschap en het agrarisch erfgoed, terwijl deze juist de fysieke context en samenhang vormen waarbinnen cultuur en erfgoed tot betekenis komen. 1. Op grond van artikel 5.130 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de Erfgoedwet (2016) zijn gemeenten verplicht: te inventariseren welke cultuurhistorische waarden, objecten en gebieden beschermenswaardig zijn; deze waarden te duiden en te vertalen naar bindende regels in het omgevingsplan;aantasting van monumenten én hun omgeving te voorkomen (verdrag van Granada).Wij verzoeken u de reikwijdte van het begrip cultureel erfgoed, waarin bovengenoemde punten meegenomen worden, nader uit te werken in dit plan. Reactie: Wij baseren ons op de definitie van cultureel erfgoed uit de Erfgoedwet. Daarbij gaat het onder meer om gebouwd erfgoed, cultuurlandschappen en immaterieel erfgoed. Deze onderdelen zijn ook beschreven in de verkenning van het veld, die onderdeel is van dit beleidsplan.
Hierbij is er aandacht voor cultuurhistorische waarden en de verschillende tijdlagen die in een gebied zichtbaar zijn. In de uitvoering werken wij dit verder uit. Een belangrijk onderdeel is het opstellen van een cultuurhistorische waardekaart op gebiedsniveau. Deze beleidskaart maakt de cultuurhistorische waarden en tijdlagen inzichtelijk en zorgt voor een goede afstemming met ruimtelijke plannen en opgaven. Hiermee geven wij invulling aan het verzoek. 2. In de beschrijving van het cultuurlandschap van Sluis als drager van de geschiedenis worden terecht meerdere tijdlagen onderscheiden. Hoe deze tijdlagen mede tot uitdrukking komen in het landschap blijft in het beleidsplan onderbelicht. Reactie: Zie reactie punt 1. 3. Ontwikkelingen dienen pas plaats te vinden nadat inventarisatie, waardestelling en planologische borging zijn afgerond. Hoe deze binnen de gemeente op elkaar afgestemd worden wordt onvoldoende uitgewerkt in dit concept beleidsplan. Zeker met het oog op de ambities uit de Economische Agenda van Sluis en overige (grote) ruimtelijke opgaven die een plek moeten krijgen binnen de gemeente. Reactie: Zie reactie punt 1. 4.
Wij herkennen de volgende zinsnede uit paragraaf 2,3, pag 8 onder cultuurlandschap niet: ‘Veel objecten, zoals restanten van forten of bunkers in dijklichamen, zijn aan het zicht onttrokken door begroeiing, liggen op niet-toegankelijk privé terrein of zijn landschappelijk onherkenbaar geworden, waardoor hun historische context lastig leesbaar is.’ Reactie: Wij kunnen ons vinden in deze opmerking en erkennen dat de genoemde passage als te algemeen kan worden opgevat. Met de tekst wordt bedoeld dat dit met name betrekking heeft op elementen die zijn aangewezen als gemeentelijk monument of die in voorbescherming zijn. Wij nemen deze opmerking mee in de aanpassing van het beleidsplan. De passage wordt verduidelijkt en verder gespecificeerd.
4
5. Zorg dat ook lokale partijen die betrokken zijn bij het cultuurlandschap betrokken worden bij (de uitwerking van) dit beleidsplan en beleidsmaatregelen op onderdelen die betrekking hebben op het (cultuur)landschap. In de verkenning van het veld en de gevoerde dialoog lijken deze tot nu toe te ontbreken. Reactie: Zie punt 1.
5
2.3 Bond Heemschut & Cuypersgenootschap De erfgoedorganisaties Bond Heemschut en het Cuypersgenootschap reageren zeer kritisch op de voorliggende nota, met name op de voorgestelde wijzigingen rond de gemeentelijke monumentenlijst. Zij vinden de huidige lijst passend en noodzakelijk, gezien de historische context van de gemeente. Daarnaast stellen zij dat zij niet betrokken zijn bij de totstandkoming van de plannen, ondanks een bestaande relatie met de gemeente. 1. Door de oorlogsgeschiedenis is er relatief weinig erfgoed als rijksmonument beschermd. Juist daarom is aanvullende bescherming op gemeentelijk niveau nodig. Reactie: Wij begrijpen de zorg dat aanvullende bescherming op gemeentelijk niveau belangrijk kan zijn. Tegelijk is er geen vaste norm voor het aantal monumenten dat een gemeente moet hebben. Binnen Zeeland heeft gemeente Sluis al relatief veel rijksmonumenten en staat zij op de vierde plaats, na Middelburg, Schouwen-Duiveland en Goes. Sluis en Goes hebben ongeveer een gelijk aantal rijksmonumenten. Daarmee neemt Sluis al een stevige positie in binnen de provincie. Ook wanneer dit wordt afgezet tegen de oppervlakte van gemeenten, geeft dit geen eenduidig beeld. Zo heeft Terneuzen, als een van de grootste gemeenten, in totaal minder monumenten. 2. Gelet op de omvang van de gemeente en het aantal inwoners is het aantal beschermde monumenten niet uitzonderlijk groot.
Reactie: Zie punt 1. 3. De stelling dat afstemming heeft plaatsgevonden wordt niet herkend. Bond Heemschut en Cuypersgenootschap zijn niet betrokken, terwijl er al jarenlang contact is met de gemeente. Reactie: Er is een participatietraject doorlopen, waarbij lokale en regionale stakeholders zijn benaderd om mee te denken over het beleidsplan. Voor andere belanghebbenden, waaronder nationale erfgoedorganisaties, is verwezen naar de periode van terinzagelegging. Dit is ook ambtelijk onder de aandacht gebracht. De inhoudelijke punten uit deze zienswijze worden in de verdere behandeling meegenomen. 4. Het is onzin om te denken dat dit idee de weg is naar een beter en slagvaardiger beleid. Het is beter om de beperkte ambtelijke capaciteit op andere manieren in te zetten. Reactie: Wij begrijpen dat er kritisch wordt gekeken naar de voorgestelde aanpak. Tegelijk is het lastig om op deze zienswijze in te gaan, omdat niet is aangegeven welke alternatieve manieren worden bedoeld. Samenwerking met andere gemeenten en ondersteuningsorganisaties vindt al plaats. Capaciteit is daarbij één van de aandachtspunten. Daarnaast spelen ook andere afwegingen een rol, zoals beschikbare financiële middelen, de beperkte zichtbaarheid en impact van bepaalde vormen van erfgoed en mogelijke gevolgen voor eigenaren.
Deze factoren samen maken dat wij gekozen hebben voor de aanpak zoals beschreven in het beleidsplan.
6
5. Wij kunnen niet anders dan adviseren om de nota in haar huidige vorm, vanwege de kwaliteit van de voorstellen aangaande de monumentenlijst, niet vast te stellen. Reactie: Wij nemen dit advies voor kennisgeving aan. De inhoudelijke argumenten uit de zienswijze worden zorgvuldig gewogen en kunnen aanleiding vormen om het beleidsplan al dan niet aan te passen. Het besluit over vaststelling van het beleidsplan ligt bij de gemeenteraad, die de bevoegdheid en taak heeft om te beoordelen of het plan in deze vorm kan worden vastgesteld.
7
2.4 Stichting Bedaux Bij toeval werden wij gewezen op de publicatie van het conceptbeleidsplan Cultuur en Erfgoed. Met verbijstering hebben we daar kennis van genomen. Mede daarom vinden wij het erg teleurstellend dat wij via andere hebben moeten horen van deze zeer ingrijpende beleidswijziging in het gemeentelijk monumentenbestand. 1. Allereerst zou je een oplossing moeten zoeken voor dit capaciteitsprobleem. Bij voorbeeld door het efficiënter maken van deze werkzaamheden, elders naar goede ervaringen te zoeken en werkzaamheden te stroomlijnen. Samenwerken met andere gemeenten kan verlichting bieden. Reactie: Wij begrijpen dat er kritisch wordt gekeken naar de voorgestelde aanpak. Tegelijk is het lastig om op deze zienswijze in te gaan, omdat niet is aangegeven welke alternatieve manieren worden bedoeld. Samenwerking met andere gemeenten en ondersteuningsorganisaties vindt al plaats. Capaciteit is daarbij één van de aandachtspunten. Daarnaast spelen ook andere afwegingen een rol, zoals beschikbare financiële middelen, de beperkte zichtbaarheid en impact van bepaalde vormen van erfgoed en mogelijke gevolgen voor eigenaren. 2. Het argument dat het aantal woonhuismonumenten kan worden teruggebracht vanwege de ruime vertegenwoordiging in het rijksmonumentenregister doet geen recht aan de feitelijke situatie.
Deze redenering is te eenzijdig en gaat voorbij aan de betekenis van erfgoed in zijn lokale context. De rijksmonumenten zijn bovendien ongelijk verdeeld en sterk geconcentreerd in enkele kernen, terwijl bijvoorbeeld Sluis door oorlogsschade nauwelijks woonhuizen op de rijkslijst heeft behouden. Juist daar vervult de gemeentelijke monumentenlijst een essentiële aanvullende rol. De aanwijzing van onder meer de wederopbouwarchitectuur, zoals de Bedaux-panden, is noodzakelijk om het historische stadsbeeld en de ruimtelijke kwaliteit van Sluis te beschermen. De rijkslijst biedt hiervoor geen toereikend alternatief. Reactie: Zie 2.3, punt 1 3. Door een minimumscore op 25 punten te stellen zou de beoogde vermindering van het aantal gemeentelijke woonhuismonumenten kunnen worden bereikt. Deze benadering lijkt objectief, maar komt ons arbitrair voor. De gehanteerde criteria zijn gemeengoed in de erfgoedbescherming, maar deze puntenscore is gevaarlijk en vergelijkt appels met peren. Concreet zou de voorgestelde benadering betekenen dat alle Bedaux-panden, die nu minder dan 25 punten ‘scoren’, uit de gemeentelijke monumentenlijst verdwijnen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn. Juist deze panden bepalen voor een groot deel het historisch beeld van Sluis. Reactie: Wij hebben bewust gekozen voor een objectieve benadering, met gebruik van criteria die gangbaar zijn binnen de monumentenzorg.
Binnen het beleid maken wij onderscheid tussen verschillende typen erfgoed, zoals woonhuizen, boerderijen en overig erfgoed. Daarbij maken wij per categorie een afweging. Voor woonhuizen en agrarisch erfgoed hanteren wij strengere criteria, om de redenen die in het beleidsplan zijn toegelicht. De genoemde Bedaux-panden vallen daarbij grotendeels onder de categorie woonhuizen. 4. Plaatsing van een pand op een gemeentelijke monumentenlijst wordt doorgaans al zeer beperkend ervaren. Dat lijkt ons een misverstand. Verduurzaming en kleine verbouwingen blijven goed mogelijk. Reactie: Verduurzaming en kleine verbouwingen blijven mogelijk. Deze vragen bij monumenten wel extra kosten en inspanning ten opzichte van niet-monumenten. Ons uitgangspunt is dat wij bij aanwijzing van monumenten voldoende ondersteuning willen bieden. Dit is mogelijk, zolang het aantal monumenten beheersbaar blijft.
8
5. Vanwege de cultuurhistorische betekenis van de panden moeten verduurzaming en kleine verbouwingen wel zorgvuldig gebeuren. Dan is een toetsing onontbeerlijk. Veel panden zijn particulier eigendom. Bij het volledig vrij laten van gewenste aanpassingen (kozijnen, dakkapellen, schilderwerk e.d.) kan het beeld van het pand en het ensemble al snel aangetast worden. Reactie: Voor veel ingrepen geldt een algemene vergunningsplicht, ook zonder monumentenstatus. Het beeld van het pand wordt daarbij beoordeeld door onze adviescommissie omgevingskwaliteit. In de welstandsnota zijn karakteristieke panden ook aangewezen. Daarmee kan de kwaliteit in zekere mate worden geborgd. 6. Mocht het onontkomelijk zijn het aantal gemeentelijke monumenten iets terug te brengen, dan vragen wij u dit zeer zorgvuldig te doen in goed overleg met betrokken instanties. Ook wij willen daar graag over meedenken. Reactie: In het beleidsplan is opgenomen dat wij voor overig erfgoed de bandbreedte bepalen in overleg met het erfgoedveld. Daarbij is enerzijds sprake van draagvlak om de grens te verruimen en anderzijds van de wens om terughoudend te zijn. Daarom is gekozen voor een middenweg, met een grens op 21 punten. Monumenten in de bandbreedte van 20 tot en met 22 punten beoordelen wij opnieuw volgens dezelfde methode.
Voor woonhuizen ligt de grens op 25 punten, met een bandbreedte van 23 tot en met 27 punten. Binnen deze bandbreedte is bij de nadere beoordeling ruimte om mee te denken en zorgvuldig af te wegen.
9
2.5 Eigenaar pand (ref. Uw kenmerk: 26.0000723) Wij spreken waardering uit voor het voornemen van de gemeente om te komen tot een meer overzichtelijk en werkbaar monumentenbestand. Het streven om te focussen op beeldbepalend en zichtbaar erfgoed is begrijpelijk en kan in beginsel worden gezien als een positieve ontwikkeling. Tegelijk vragen wij aandacht voor een zorgvuldige toepassing van deze uitgangspunten op individueel pandniveau. Wij verzoeken om bij de verdere uitwerking en toepassing van het beleid expliciet onderscheid te maken tussen de beeldbepalende en voor het straatbeeld relevante onderdelen van een pand, en de ondergeschikte, functionele achterzijde. Deze achterzijde levert geen wezenlijke bijdrage aan het straatbeeld, waardoor aanvullende erfgoedbeperkingen hier niet passend zijn. Reactie: Op basis van de Erfgoedwet en de gemeentelijke erfgoedverordening is een monument in zijn geheel beschermd, en niet alleen de voorgevel. Bij aanwijzing als gemeentelijk monument geldt daarom in principe dat het volledige pand is beschermd, tenzij in de omschrijving expliciet een beperking is opgenomen. Dit betekent dat er in de regel geen onderscheid wordt gemaakt tussen de voorzijde en de achterzijde van een pand. Omdat dit wettelijk is vastgelegd, kunnen wij dit niet via beleid aanpassen.
In andere instrumenten, zoals een beschermd stadsgezicht of de welstandsnota, kan dit onderscheid wel worden gemaakt.
10
2.6 Eigenaren Gemeentelijk Monument Van verschillende eigenaren van gemeentelijke monumenten zijn na de terinzagelegging van het beleidsplan zienswijzen ontvangen. Deze reacties zijn per brief of per e-mail ingediend. De reacties bevatten vooral het verzoek om deze panden niet aan te wijzen als gemeentelijk monument. Ook wordt gevraagd om de panden niet onder voorbescherming te plaatsen. Reactie: Het is belangrijk om te benadrukken dat dit document een beleidsplan is en geen aanwijzingsbesluit. In dit plan worden geen definitieve besluiten genomen over individuele panden. Daarom is het op dit moment niet mogelijk om bezwaar te maken tegen een mogelijke aanwijzing van een specifiek pand. Het beleidsplan sluit aan bij de ingediende verzoeken. De voorgestelde beleidsrichting betekent dat panden met een score onder de nieuwe grenswaarde niet worden aangewezen en niet onder voorbescherming worden geplaatst.
11
2.7 Koninklijke Muziekvereniging Veronica Koninklijke Muziekvereniging Veronica geeft in de zienswijze aan de reflectie te missen op het verleden en de afschaling van het aantal muziekverenigingen. Daarbij geven ze ook aan dat verenigingen moeite hebben met het op peil houden van het ledenbestand door de vergrijzing in de regio. De samenhang en verbinding tussen cultuur en erfgoed(locaties), ziet Koninklijke Muziekvereniging Veronica niet als positieve ontwikkeling. Zij zien het gebruik maken van diverse locaties, door gebrekkige akoestiek, niet als alternatief of kans. Ook vraagt Koninklijke Muziekvereniging Veronica aandacht voor de financiële gevolgen en ontwikkelingen voor de muziekverenigingen in de gemeente Sluis. De huidige subsidies zijn nadelig voor het behoud van de muziekgezelschappen in de regio. Reactie We hebben een reflectie van de huidige situatie aangevuld met uw toevoegingen. Uw suggesties met betrekking tot de subsidies worden meegenomen in het verder uitwerken van ons subsidiekader (gratis gebruik) en opstellen van regelingen. De nadere uitwerking van de conceptregelingen worden te zijner tijd nog met betrokkenen uit het cultuurveld besproken.
12
Ambtelijke tekstuele aanpassingen Pag. nr Pagina 2
Oud
Nieuw Tekst toegevoegd: Daarbij gaat het zowel over cultuur beleven als cultuur ervaren. Beide onderdelen vragen een andere benadering en aanpak
Pagina 7
Zo beschikt onze gemeente over zes verschillende muziekverenigingen, die regelmatig concerten geven, herdenkingen en feestdagen opluisteren en een belangrijke sociale rol vervullen in de dorpskernen.
Op dit moment beschikt onze gemeente (nog) over zes verschillende muziekverenigingen, die regelmatig concerten geven, herdenkingen en feestdagen opluisteren en een belangrijke sociale rol vervullen in de dorpskernen. De afgelopen jaren kost het moeite een vereniging zelfstandig te laten bestaan en zien we een vermindering van het aantal verenigingen. De huidige vergrijzing heeft impact op het in stand houden van het ledenbestand. Een andere aanpak (extra inzet op kwaliteit t.o.v. het ledenbestand) kan bijdragen aan het blijvend aantrekken van (nieuwe) leden.
Pag. 8
Daarbij is een aanzienlijk deel van het monumentenbestand momenteel niet of nauwelijks beleefbaar voor het publiek. Veel objecten, zoals restanten van forten of bunkers in dijklichamen, zijn aan het zicht onttrokken door begroeiing, liggen op niet-toegankelijk privé terrein of zijn landschappelijk onherkenbaar geworden, waardoor hun historische context lastig leesbaar is
Daarbij is een aanzienlijk deel van het gemeentelijk monumentenbestand momenteel niet of nauwelijks beleefbaar voor het publiek. Veel objecten, waaronder bijvoorbeeld restanten van bunkers, zijn aan het zicht onttrokken door begroeiing, liggen op niet-toegankelijk privé terrein of zijn landschappelijk onherkenbaar geworden, waardoor hun historische context lastig leesbaar is.
Pagina 9
Tekst toegevoegd: Cultuureducatie ZeeuwsVlaanderen is het regionaal steunpunt en adviescentrum voor cultuureducatie.
Pagina 18
Tekst toegevoegd: Op dit moment wordt cultuureducatie via twee sporen aangevlogen. Enerzijds via het aanbod van de cultuurmenu’s. Leerlingen maken door deze programma’s
13
kennis met verschillende kunsten cultuurdisciplines. Scholen worden ontzorgd en kunnen een samenhangend programma van culturele activiteiten (zoals voorstellingen, workshops en museumbezoeken) afnemen. Anderzijds wordt gewerkt aan cultuureducatie via het programma Cultuureducatie met Kwaliteit. Hierin worden leerkrachten opgeleid een regierol te vervullen door cultuureducatie doelgericht te integreren in het curriculum, het leerproces van leerlingen te begeleiden en samenwerking met culturele partners te borgen. Landelijk wordt gewerkt aan een duurzamere en simpelere beleidsaanpak rond cultuureducatie op school. We houden deze ontwikkelingen in de gaten. In de uitvoeringsagenda is cultuureducatie een belangrijk onderdeel. Pagina 19
Tekst toegevoegd: De bibliotheek vervult een vijftal maatschappelijke functies; • stelt kennis en informatie beschikbaar. • biedt mogelijkheden voor ontwikkeling en educatie • stimuleert mensen om te lezen • organiseert ontmoetingen en debatten. • laat mensen kennismaken met kunst en cultuur De gemeente zet in op het versterken van mediawijsheid en digitale geletterdheid van jeugdigen als integraal onderdeel van brede cultuureducatie. Hierbij wordt aangesloten bij de wettelijke basistaken van de openbare bibliotheek, in het bijzonder de ondersteuning van het onderwijs door het aanbieden van educatieve programma’s,
14
leesbevordering en het ontwikkelen van digitale vaardigheden. Ontwikkelingen zoals Artificial Intelligence raken het onderdeel mediawijsheid. We onderzoeken de mogelijkheden om dit onderdeel verder te borgen in het toekomstig bibliotheekbeleid. In samenhang hiermee draagt de bibliotheek bij aan culturele oriëntatie, creativiteitsontwikkeling en gelijke kansen voor alle kinderen en jongeren. Pag. 20
Pagina 24
Ook de overige gemeentelijke monumenten beoordelen we kritisch. We willen hier, na overleg met erfgoedorganisaties een nieuwe bandbreedte bepalen tussen de 20 en 22 punten. Ook hier maken we dus een heroverweging.
Ook de overige gemeentelijke monumenten beoordelen we kritisch. Hiervoor maken we een heroverweging. Op basis van signalen uit het erfgoedveld, waarbij enerzijds draagvlak bestaat om de grens te verleggen en anderzijds wordt gevraagd om terughoudendheid, is gekozen voor een middenweg en vastgesteld dat de grens op 21 punten ligt. Monumenten in de bandbreedte van 20 en 22 punten. Beoordelen we nogmaals volgens dezelfde methode. Tekst toegevoegd: In de uitvoeringsagenda: Uitwerken Bibliotheekbeleid; opnemen van een programmalijn mediawijsheid en digitale geletterdheid, gericht op jeugd en onderwijs, met concrete inzet op educatieve programma’s.
15