CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

a. voorgestelde toelichting

Raad 2 november 2023, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot afwijzing verzoek tot herziening van het bestemmingsplan 'Buitengebied Sluis (2de herziening) voor het perceel Kanaalweg ong. te Retranchement'.14.431 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de nieuwbouwlocatie dient in eerste instantie onderzocht te worden of de nieuwbouwwoningen gerealiseerd kunnen worden op een inbreidingslocatie binnen het bestaand bebouwd gebied, een bebouwingsconcentratie of een bestaande lintbebouwing. Mocht het niet mogelijk blijken om de bouwtitel te realiseren binnen een inbreidingslocatie binnen de kernen, bebouwingsconcentratie of lintbebouwing, dient onderzocht te worden of deze gerealiseerd kan worden aansluitend aan de kern, bebouwingsconcentratie of lintbebouwing. Op deze wijze wordt de bebouwing geconcentreerd en wordt de leefbaarheid van de kernen bevorderd. Op grond van het voorgestelde gemeentelijke beleid is het niet mogelijk om solitaire bebouwing op te richten. 3. Omvang nieuwbouwwoning Het is niet wenselijk dat een kleine woning wordt gesaneerd en dat in ruil hiervoor een aanzienlijk grotere woning wordt gerealiseerd. De omvang van de te slopen woning en de omvang van de nieuwbouwwoning dienen in verhouding met elkaar te staan. In het voorgestelde beleid worden drie categorieën aangewezen. Hierbij is de omvang van de bestaande woning bepalend. Naar mate de te saneren woning groter wordt, worden er meer mogelijkheden geboden voor de omvang van de nieuwbouwwoning.

Onderstaande staffel kan worden gehanterend voor de maximale omvang (aangegeven in kubieke meter) van de nieuwbouwwoning: Bestaande omvang woning Categorie tot 250m³ Categorie 250m³ tot 500m³ Categorie 500m³ tot 1.000m³

-

Maximale omvang nieuwbouwwoning Omvang bestaande woning x 1,5 Omvang bestaande woning x 2 Omvang maximaal 1.000m³

Toetsing De bestaande woning, de vervallen bedrijfsgebouwen en verhardingen aan het Dijkske worden wegbestemd en geamoveerd zodat het niet langer toegelaten zal zijn om deze bebouwing terug te bouwen. Nieuwbouw van woningen aan de Kanaalweg wordt afhankelijk gemaakt van de voorwaarde dat de bebouwing Dijkske is gesloopt hier natuurontwikkeling zal plaatsvinden. De bebouwing aan de Bonteweg 5 is reeds gesloopt. De bijzondere geschiktheid van de locatie Kanaalweg ten opzichte van het Dijkske is reeds aan de orde geweest in paragraaf 3.3.2. Er is geen sprake van aantasting van het open landschap, aangezien ter

Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 31 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

plaatse langs de Kanaalweg sprake is van dichte opgaande begroeiing welke ook gehandhaafd zal blijven. Er is verder geen sprake van het oprichten van solitaire bebouwing, maar aansluiting op de kern Retranchement waarbij de woningen onderdeel zullen uitmaken van het bestaande bebouwingscluster. De beoogde nieuwbouwlocatie Kanaalweg bevindt zich immers aan de rand van de kern van Retranchement, waarbij het aansluit op de zuidelijke percelen, waarop reeds woningen aanwezig zijn, en zal functioneren als onderdeel van het bebouwingscluster. De bebouwing zal kortom op een juiste wijze worden geconcentreerd conform de gestelde voorwaarde onder 2. Tot slot wordt voldaan aan de gestelde maximale omvang van de beoogde woningen in relatie tot de bestaande woningen. Al met al wordt voldaan aan de beleidsnotitie ‘Verplaatsen bouwtitel in het buitengebied’.

Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 32 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Water Strategienota 2019-2023 – Klaar voor de toekomst Het waterschapsprogramma 2019-2023 van het Waterschap Scheldestromen geeft de bestuurlijke kaders en ambities aan die de komende vier jaar leidend zijn voor de uitvoering van de taken van het waterschap. In de strategienota wordt het waterschapsprogramma op hoofdlijnen uitgewerkt in een strategie om de ambities te bereiken. Het waterschap heeft per thema haar ambities geformuleerd: Waterveiligheid • Mensen en economische waarden zijn beschermd volgens de wettelijke normen. We beperken de risico’s op een overstroming zoveel mogelijk. Nu en in de toekomst. Primaire keringen in stand houden • We voldoen aan het wettelijk kader zorgplicht en daarmee zijn we aantoonbaar continu in control op onze kerntaak waterveiligheid. Regionale waterkeringen en noodvoorzieningen op orde brengen/houden • We leveren actieve inbreng voor de herziening van de normen voor het stelsel voor de regionale waterkeringen, zodat de Provincie Zeeland in 2020 de normen kan vaststellen. • We starten met het inspecteren van de regionale keringen en brengen in beeld wat nodig is om aan de nieuwe normen te voldoen. Regionale waterkeringen en noodvoorzieningen op orde brengen/houden • We leveren actieve inbreng voor de herziening van de normen voor het stelsel voor de regionale waterkeringen, zodat de Provincie Zeeland in 2020 de normen kan vaststellen.

• We starten met het inspecteren van de regionale keringen en brengen in beeld wat nodig is om aan de nieuwe normen te voldoen. Gezond water • Het watersysteem is ecologisch gezond. Zo draagt het bij aan een goede omgeving voor mens (wonen, werken, recreëren) en dier. • We streven naar ecologisch gezond water, onder meer door te werken aan de KRW-opgaven voor 2027 en het uitvoeren van maatregelen. Daarvoor gaan we een goede inrichting en chemische waterkwaliteit in stand houden en waar mogelijk verbeteren. Met focus op effectieve maatregelen. Toetsing Ten aanzien van bovengenoemde ambities van het Waterschap kan worden gesteld dat onderhavige ontwikkeling hierin geen belemmering vormt. Watertoets Elke ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op water. Niet alleen bouwen nabij of op een waterkering, maar ook een toename van verhard oppervlak. Een ruimtelijke ontwikkeling moet minimaal voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding mag ontstaan. In het kader van het Watertoetsproces moeten de gemeente en het waterschap zoeken naar kansen om het watersysteem te verbeteren en duurzaam in te richten. Voor elke toename van verharding van meer dan 500 m2 in stedelijk gebied en 1.000 m2 in landelijk gebied is een Watervergunning nodig.

Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 33 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Aan de noordoostzijde van het perceel ligt aan de overzijde van de Kanaalweg het Uitwateringskanaal naar de Wielingen, welke een primaire waterkering is. Tevens bevindt zich op de noordwestzijde van het perceel een oppervlaktewaterlichaam.

Afbeelding 17: Plangebied in nabijheid van waterkeringen (bron: Waterschap Scheldestromen)

Ter onderbouwing van deze ontwikkeling is het aanmeldformulier watertoets waterschap Scheldestromen ingevuld, welke als bijlage 11 is toegevoegd aan dit document. Toetsing In de bestaande situatie bestaat het plangebied volledig uit grasland, wat betekent dat de ontwikkeling in elk scenario per saldo extra verharding oplevert. Per woning wordt als uitgangspunt genomen dat deze 200 m2 beslaat. Ieder bijgebouw beslaat daarnaast 90 m2 per woning. Per saldo komt dit neer op 290 m2 x 3 = 870 m2 aan verhard oppervlak voor de realisatie van de bebouwing. Verder wordt rekening gehouden met circa 200 m2 verharding bij de woningen in de vorm van oprit, terras en dergelijke. Oppervlakteverharding zal evenwel niet afwateren, maar hemelwater zal infiltreren op eigen terrein. Van belang is verder dat aan het Dijkske 1 in Eede sprake zal zijn van sloop en verwijdering van verhardingen waardoor aldaar het afwaterend vermogen zal verbeteren. In de beoogde situatie zal door de aanplanting van bos en struwelen, bestaande uit inheemse, streekeigen soorten als meidoorn, hondsroos, vlier, hazelaar, grauwe wilg, vuildoorn en veldesdoorn het watervasthoudend vermogen van het plangebied toenemen. Aanvullend worden gewone beuken, winterlindes, zomereiken, zwarte Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 34 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

elzen, lijsterbessen en gewonnen okkernoten geplant op het perceel. Tot slot worden aan de westzijde van het perceel knotwilgen aangeplant. Door deze vergroening wordt er meer water vastgehouden en opgenomen in de vegetatie waarna eventueel surplus geleidelijk wordt afgevoerd. Doordat er in de beoogde ontwikkeling sprake is van een toename in afwaterend oppervlak, zijn water compenserende maatregelen vereist. Hierom wordt aan de noordoostzijde (voorzijde) van het terrein de bestaande sloot doorgetrokken. Daarnaast is aan de zuidzijde voorzien in een paddenpoel. Verwezen wordt naar bijlage 1. Afvalwater Voor de afvoer van afvalwater kan gebruik worden gemaakt van de aanwezige gemeentelijke riolering. Deze riolering en de ontvangende afvalwaterzuiveringsinstallatie zijn van afdoende capaciteit om dit water te transporteren en te verwerken. De uitgangspunten hiervoor zijn als volgt: • • • •

Er wordt een gescheiden riool aangelegd naar de voorzijde van de Kanaalweg conform het NEN3215. Voor de rioolaansluiting zal een vergunningaanvraag worden ingediend met een tekening van het ontwerp voor het riool. Het rioleringsgebouw steekt tot 60-70 cm beneden het maaiveld uit. De gemeente sluit boven op het riool aan (diameter van 160 mm).

Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 35 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Sectorale milieuaspecten Ecologie Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van toepassing. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In de Wet natuurbescherming is onder andere de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn opgenomen. Onderdeel van de wet is dat er beschermde gebieden worden aangewezen (netwerk van de zogenaamde Natura 2000-gebieden en de Beschermde natuurmonumenten) gericht op de bescherming van ongeveer 500 soorten in het wild voorkomende planten en dieren. Op provinciaal niveau hebben bepaalde natuurgebieden eveneens een beschermingsniveau toegewezen gekregen, in de vorm van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Stikstofdepositie In verband met de Wet natuurbescherming dient de stikstofdepositie vanwege de activiteiten van de gebruiksfase van deze ontwikkeling op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden inzichtelijk te worden gemaakt. Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Zwin & Kievittepolder’ bevindt zich op circa 130 meter ten westen van het plangebied. Verwezen wordt naar afbeelding 18.

Toetsing In het kader van een ontwikkeling aan de Kanaalweg te Retranchement is relevant dat de transformatie naar wonen gepaard zal gaan met een afname van de te verwachten stikstofdepositie. De ontwikkeling betreft de realisatie van drie woningen met bijgebouwen. De te verwachten stikstofemissie van die nieuwe functies is vele malen lager dan de emissie uitgaande van het huidige gebruik voor agrarische doeleinden, waarbij onder meer bemesting plaatsvindt. Los hiervan is op de beide slooplocaties ook sprake van een afname van te verwachten stikstofemissie. Ter nadere onderbouwing is een berekening uitgevoerd waaruit blijkt dat de natuuraanleg alsook de bouw van de nieuwe woningen en het gebruik daarvan niet leidt tot een significante depositie5. Hiermee is voldoende aangetoond dat er geen mogelijke significante effecten vanwege de stikstofemissies van de ontwikkeling op de natuurgebieden zijn. De stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden staat de realisatie van de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

5

Adromi, Stikstofonderzoek Natuurontwikkeling aan Het Dijkske, 16 februari 2023, bijlage 9 en Stikstofonderzoek Natuurontwikkeling en woningbouw te Retranchement, bijlage 10

Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 36 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Afbeelding 18: locatie nieuwe woningen (indicatief met rode omlijning weergegeven) ten opzichte van het Natura-200 gebied. (Bron: Natura2000.nl/gebieden/zeeland)

Ecologie Dijkske Eede In verband met de sloop van bebouwing aan het Dijkske kunnen negatieve effecten optreden bij beschermde dier- en plantensoorten, welke momenteel mogelijk aanwezig zijn in en op deze bebouwing. Daarom is een quickscan ecologie uitgevoerd in het plangebied6. Uit deze quickscan kan geconcludeerd worden dat in principe sprake is van geschikt leefgebied voor grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Daarnaast zijn er eventueel leefgebied aanwezig van jaarrond beschermde vogels. Concreet betreft dit kleine marterachtigen, vleermuizen en huismus, kerkuil, ransuil en steenuil. Op dit vlak heeft dan ook nader onderzoek plaatsgevonden7. Er zijn geen beschermde soorten aangetroffen. Kanaalweg Retranchement Op de beoogde bouwlocatie aan de Kanaalweg is geen sprake van ecologische waarden, nu dit perceel in gebruik is als agrarisch productiegebied, met bijbehorende grondbewerkingen. Verwezen wordt naar de ecologische quick-scan die is opgesteld voor de Kanaalweg8. Bij de nieuwbouw zal uiteraard wel rekening worden gehouden met de algemene voorzorgmaatregelen in verband met het broedseizoen, verlichting van de bouwplaats e.d.. Verder zullen de woonpercelen groen worden ingebed, verwezen wordt naar het volgende deel van deze paragraaf. Bonteweg Sluiskil Aan de Bonteweg te Sluiskil zijn geen veranderingen beoogd welke ecologisch relevant zijn.

Per slot van rekening is de betreffende bebouwing reeds gesloopt. 6

Ecomark Advies en Beheer, Quickscan natuurwetgeving project Sloop bebouwing het Dijkske 1 te Eede, 30 september 2021, bijlage 4 7 Bureau Wieland, Nader onderzoek sloop bebouwing het Dijkske 1 Eede, 12 januari 2023, bijlage 8. 8 Ecomark Advies en Beheer, Quickscan natuurwetgeving bouw woningen Kanaalweg te Retranchement, 1 september 2021, bijlage 3

Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 37 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Aanleg nieuwe natuur Voor de inrichting van het Dijkske en de Kanaalweg zijn een landschappelijke inpassingsplannen opgesteld9. De nieuwe kavels aan de Kanaalweg krijgen een groen karakter met streekeigen elementen zoals weergegeven in de landschappelijke inpassingsschets. Het zal zowel de nieuwe kavels als de bestaande naastgelegen kavels met bebouwing inbedden in de omgeving. Verder is ten noorden en ten zuiden van de woningen voorzien in nieuwe natuur. Verwezen wordt naar figuur 14 en naar bijlage 1. Het perceel aan de Kanaalweg wordt momenteel op één plaats ontsloten, om de drie nieuwe woningen goed te ontsluiten wordt voorzien in één nieuwe ontsluiting, waardoor er dus in totaal sprake zal zijn van twee ontsluitingen voor de drie woningen. Tussen het fietspad en het perceel is reeds een smalle strook groen aanwezig bestaande uit diverse struiken en enkele bomen. Deze strook ontneemt al gedeeltelijk het zicht op het lagergelegen perceel. Nabij de inrit van de nieuwe woonkavels wordt parkeergelegenheid voorzien zodat er voldoende ruimte is om op eigen terrein te parkeren. Door struwelen worden deze functionele ruimtes landschappelijk ingepast en wordt het zicht vanaf de Kanaalweg hierop ontnomen. Tussen de percelen wordt eveneens een struweel voorzien met inheemse, streekeigen soorten.

Ten noorden en zuiden zal sprake zijn van de aanleg van nieuwe natuur, waaronder een poel welke geschikt is voor amfibieën. Tevens wordt aan de achterzijde van het bijgebouw een struweel voorzien. Aan de westzijde van het nieuwe woonpercelen wordt een rij knotwilgen geplant die de overgang naar het open landschap markeert. De toe te passen elementen om tot een goede landschappelijke inpassing te komen, zijn dus struwelen, solitaire bomen en knotwilgen. Elementen die streekeigen zijn en aansluiten bij het aanwezige groene kader in de omgeving. Door de toepassing van verschillende elementen oogt het geheel minder statisch en voegen de natuurlijke elementen een seizoensgebonden dynamiek toe. Bovendien biedt het schuil- en huisvestingsplaatse aan vogels en diverse insecten. Aan het Dijkske te Eede zal de nieuwe natuur bestaan uit inheemse bomen en struiken, zoals meidoorn, hondsroos, vlier, hazelaar, grauwe wilg, vuildoorn en veldesdoorn en verder gewone beuken, winterlindes, zomereiken, zwarte elzen, lijsterbessen en gewonnen okkernoten. In principe is ook hier voorzien in de aanleg van een poel. Verwezen wordt naar afbeelding 9 en bijlage 2. Door de beoogde natuuraanleg zullen de natuurwaarden van de beide percelen worden versterkt (zie ook paragraaf 3.4.2 en 4.2.2).

Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. Vóór 2016 waren er verschillende wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed. Sinds juli 2016 zijn die allemaal samengegaan in één wet. In een bestemmingsplan dient vanuit dit perspectief aandacht te worden besteed aan archeologische aspecten. Het gemeentelijk archeologiebeleid is vastgelegd in ‘Archeologiebeleid & Onderzoeksagenda Sluis 2017’. Toetsing Onderstaand is een uitsnede van de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart opgenomen. Het plangebied is aangeduid als ‘6 – Lage verwachting’. Ten aanzien van dit gebied geldt een lage 9

Omna & Adviesbureau Wieland, inpassing Kanaalweg en Dijkske, 21 augustus 2022 en 1 februari 2023 bijlagen 1 en 2.

Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 38 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

archeologische verwachting voor vindplaatsen. Voor deze gebieden is in het Parapluplan Archeologie, gemeente Sluis (vastgesteld op 31 januari 2019) een volledige vrijstelling opgenomen van bodemingrepen. Dat wil zeggen dat er geen maximale vrijgestelde oppervlakten en diepten gelden.

Afbeelding 19: Uitsnede archeologische beleidsadvieskaart, planlocatie rood omlijnd (Bron: ‘Archeologiebeleid & Onderzoeksagenda Sluis 2017’)

Om die reden is onderhavige ontwikkeling niet in strijd met archeologisch beleid. Cultuurhistorie Als er gesproken wordt over cultuurhistorie in relatie tot ruimtelijke ordening wordt vaak een onderscheid gemaakt in historische geografie en historische bouwkunst. Historische geografie gaat over landschappelijke en stedenbouwkundige elementen en structuren zoals dijken, slotenpatronen, stratenpatronen en verkavelingen. Historische bouwkunst heeft betrekking op bebouwing en architectuur. Toetsing Het plangebied is voor een klein deel (een smalle strook in het oosten) gelegen in gebied wat als cultuurhistorisch relevant is aangeduid omdat dit gebied gelegen is binnen de contour van de molen in het centrum van Retranchement. Omwille hiervan is deze strook in het vigerende bestemmingsplan aangeduid met de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie – 2’. Conform de bouwregels uit artikel 38.2 van het bestemmingsplan geldt in deze strook een maximale bouwhoogte van 10,6 meter. In deze strook zal binnen onderhavige ontwikkeling echter niet worden gebouwd, daar de woningen en gebouwen centraler op het perceel zullen worden gerealiseerd. Derhalve vormt de contour, en daarmee de cultuurhistorische waarde van de molen geen belemmering voor de ontwikkeling. Daarnaast is de Cultuurhistorische kaart van de provincie Zeeland geraadpleegd.

Hieruit kwam naar voren dat er ook verder geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn op of nabij onderhavig plangebied welke enigerwijs belemmerend zouden zijn voor onderhavige ontwikkeling. Vanuit archeologie en cultuurhistorie zijn er geen aspecten die zich verzetten tegen totstandkoming van dit bestemmingsplan.

Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 39 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Milieu Mer-beoordeling Voor stedelijke ontwikkelingsprojecten dient te worden beoordeeld of voor de betreffende ontwikkeling een milieueffectrapportage nodig is. Het Besluit m.e.r. bevat verschillende onderdelen waarin criteria voor ontwikkelingen en activiteiten zijn opgenomen. Een belangrijk onderscheid wordt gemaakt tussen onderdeel C en D. Voor activiteiten die voldoen aan diverse criteria uit onderdeel C geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D zijn activiteiten opgenomen waarvoor een beoordeling uitgevoerd moet worden om te bepalen of er voor de betreffende activiteiten een m.e.r.-plicht geldt. De m.e.r.-beoordelingsplicht treedt in werking wanneer er sprake is van stedelijke ontwikkelingsprojecten als genoemd bijlage onder D categorie 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Dit heeft betrekking op het aanleggen, wijzigen of uitbreiden van een stedelijk ontwikkelingsproject. In deze context dient verder te worden beoordeeld of de onderhavige ontwikkeling moet worden beschouwd als een zogenaamd ‘plan of programma’ als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a, van de Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2011 (hierna ook: de SMB richtlijn). Immers artikel 7.2, lid 1, lid 2 en lid 5 van de Wet milieubeheer jo.

artikel 3, lid 3, van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (hierna ook: het Besluit mer) strekken mede ter uitvoering van het bepaalde in artikel 3, lid 2, aanhef en onder a, van de SMB-richtlijn. In kolom 3 van de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit mer zijn op plannen benoemd waarvoor in het Nederlandse recht voor de uitvoering van het bepaalde in artikel 3, lid 2, aanhef en onder a, van de SMB-richtlijn een milieueffectrapportageplicht kan gelden. Toetsing De raad van de gemeente Sluis heeft besloten dat de realisatie van 11 of minder woningen vrijgesteld is van de MER-beoordelingsregel. Deze beoordelingsplicht is voor dit bestemmingsplan dus niet aan de orde, omdat dit bestemmingsplan uitsluitend toeziet op het oprichten van drie woningen en bijgebouwen. Hierdoor wordt het plan niet gezien al vallend onder een van de categorieën van het Besluit m.e.r.. De met onderhavige bestemmingsregeling door te voeren planologische toestemming voor drie woningen kan verder worden beschouwd als kleine wijzigingen in de zin van artikel 2, lid 3 van de SMB-richtlijn welke verder geen relevant milieueffect heeft. Geluid Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met de geluidbelasting als gevolg van eventueel verkeerslawaai en industrielawaai op de geluidgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient daarnaast te worden beoordeeld of los van dit wettelijk kader een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden bereikt. Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder (artikel 74) zijn onder andere voor wegen in zowel binnenstedelijk als buitenstedelijk gebied formele zones met betrekking tot geluidhinder als gevolg van wegverkeerslawaai opgenomen. Voor het stedelijk gebied bedraagt deze zone 200 meter vanaf een weg met een of twee rijstroken en 350 meter van een weg met drie of meer rijstroken. Toetsing Op de Kanaalweg geldt een snelheidslimiet van 60 km/uur wat betekent dat hier een geluidszone voor geldt. Ook de Zwinstraat is relevant om in de beschouwing te betrekken. In de beoogde situatie is sprake van de beoogde oprichting van drie nieuwe woningen. Een woning wordt aangemerkt als een (te beschermen) geluidgevoelig object. De woningen zijn gelegen binnen de geluidszone van de Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 40 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Kanaalweg. In het kader van voorliggend bestemmingsplan heeft een akoestisch onderzoek plaatsgevonden voor het aspect wegverkeerslawaai10. Uit de rapportage akoestisch onderzoek blijkt dat hogere waarden dienen te worden aangevraagd vanwege de geluidbelasting van de Kanaalweg. De geluidbelasting van deze weg, inclusief aftrek Wgh, is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (maar lager dan de maximaal vast te stellen hogere waarde van 53 dB). Maatregelen om de geluidbelasting te reduceren stuiten op bezwaren van onder andere verkeerskundige, stedenbouwkundige en financiële aard. De gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle beschouwde wegen (zonder aftrek Wgh) op het bouwplan varieert tussen 52 – 58 dB. Dit kan worden beschouwd als een voor dit gebied gebruikelijk akoestisch klimaat. Gelet op voorstaande kan het geheel van het akoestisch klimaat rond de nieuw te bouwen woningen dan ook als aanvaardbaar worden beschouwd. In samenhang met onderhavig bestemmingsplan wordt een besluit hogere waarden genomen. Spoorweglawaai Tevens dient rekening te worden gehouden met de geluidbelasting als gevolg van eventueel spoorweglawaai. Op grond van artikel 1 Wgh hebben spoorwegen een zone. Toetsing Op circa 6,5 kilometer afstand van het plangebied bevindt zich het station Knokke-Heist (België), waar de spoorlijn Brugge – Knokke eindigt.

De maximale geluidzone van een spoor bedraagt circa 1.200 meter, waardoor de te realiseren woningen aan de Kanaalweg niet binnen een geluidzone van een spoor gelegen is. Raillawaai heeft dus geen invloed heeft op het plangebied. Industrielawaai Op grond van artikel 40 van de Wgh kunnen industrieterreinen een geluidzone hebben. In de nabijheid van het plangebied waar deze bestemmingsplanherziening betrekking op heeft is géén geluidgezoneerd industrieterrein gelegen. Voor bedrijven die niet zijn gelegen op geluidgezoneerd industrieterrein dient aandacht te worden besteed aan de individuele geluidvoorschriften die gelden op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer of een aan het bedrijf verleende omgevingsvergunning milieu. Toetsing De woning is niet gelegen in de directe omgeving van bedrijvigheid en valt buiten een bestemde ‘geluidzone – industrie’ waarbinnen moet worden getoetst aan de Wgh. In de directe omgeving van de beoogde woning bevinden zich enkel woningen die planologisch ook zijn bestemd in woonbestemmingen en agrarische gronden. Het is zonder planologische afwijking niet mogelijk voor een bedrijf zich hier te vestigen. Van geluidbelasting afkomstig van omliggende bedrijven is dus geen sprake. Geconcludeerd kan worden dat er ten aanzien van het aspect geluid geen aspecten zijn die zich verzetten tegen de komst van een extra woningen aan de Kanaalweg.

10

Adromi, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Kanaalweg Retranchement, 22 oktober 2022, bijlage 6

Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 41 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Luchtkwaliteit Indien mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid. Daarom moet bij ruimtelijke planvorming rekening worden gehouden met de effecten van de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wet milieubeheer, hierna ook: Wm) stelt dat een ruimtelijke plan of project doorgang kan vinden indien een plan niet tot het overschrijden van een grenswaarde leidt, de luchtkwaliteit ten gevolge van het plan (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft, een plan “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van relevante stoffen in de buitenlucht of een plan is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Zie tabel 1 voor de grenswaarden. Tabel 1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm

stof

toetsing van

grenswaarde

stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10)

1)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³ 40 µg/m³

24-uurgemiddelde concentratie max. 35 keer per jaar meer dan 50 µg/m³ fijn stof (PM2,5)

jaargemiddelde concentratie

25 µg/m³

Toetsing In de huidige situatie bevindt zich op het perceel enkel grasland. In de beoogde situatie worden drie woningen en een dito aantal bijgebouwen gerealiseerd. Dit is een dermate geringe ontwikkeling dat het project ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van relevante stoffen in de buitenlucht. In onderstaande afbeelding 20 is een uitsnede opgenomen van de NLS-monitoringsviewer. Hieruit blijkt dat het dichtstbijzijnde meetpunt gelegen is op 11,3 kilometer van het plangebied. Dichterbij zijn geen rekenpunten bekend. Op dit meetpunt worden de grenswaarden van maatgevende stoffen geen van allen overtreden. Daar er in de nabije omgeving van het plangebied geen noemenswaardige wegen lopen of bedrijven aanwezig zijn welke de uitstoot vergroten, kan worden uitgegaan van de resultaten van het meetpunt. De omgeving van het plangebied kent dus een goede luchtkwaliteit en kan dus gesproken worden van een goede ruimtelijke ordening.

Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 42 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Afbeelding 20: Uitsnede NSL-monitoringstool en plangebied (indicatief voorzien van rode stip) (Bron: https://www.nslmonitoring.nl/viewer/)

Geconcludeerd kan worden dat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen zijn voor de totstandkoming van het plan. Geur Bij het oprichten van geurgevoelige objecten dient in bepaalde gevallen rekening te worden gehouden met de geurhinder van eventueel aanwezige veehouderijbedrijven. Voor vergunningplichtige veehouderijen gelden de geurregels uit de Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit. Hierin zijn naast normen voor geur, ook afstandseisen gesteld. Voor wat betreft geurhinder wordt een normafstand van 50 meter aangehouden vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt tot de dichtstbijzijnde geurgevoelige objecten buiten stedelijk gebied. Krachtens gemeentelijk beleid mag deze afstand worden gereduceerd. Toetsing De beoogde woning wordt beschouwd als geurgevoelig object. Omdat in de directe omgeving geen sprake is van bedrijvigheid is geen geurhinder te verwachten. In de omgeving bevinden zich geen bedrijven met een geurcirkel die over het perceel aan de Kanaalweg vallen. Geconcludeerd kan worden dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de totstandkoming van dit plan. Bodem Mede op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied.

Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de milieukundige bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat deze kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren).

Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 43 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Uit de bodemtoepassingskaart van de provincie Zeeland (uitsnede in afbeelding 14) komt naar voren dat onderhavige locatie voldoet aan de kwaliteitswaarden voor de functie wonen, daar het de achtergrondwaarden heeft. In het kader van voorliggend bestemmingsplan heeft desalniettemin een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden11. Hieruit volgt dat de bodem geschikt is voor het beoogde woongebruik.

Afbeelding 21: Uitsnede bodemkwaliteitskaart, planlocatie indicatief rood omlijnd (Bron: Geoloket: Zeeuws Bodemvenster)

Externe veiligheid Algemeen juridisch kader Doel van het externe veiligheidsbeleid is om de kans op overlijden van mensen in de omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen, binnen aanvaardbare grenzen te houden. Deze risicobenadering kent een tweetal begrippen om het risiconiveau weer te geven, het plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is een maat voor het overlijdensrisico op een bepaalde plaats. Bij het plaatsgebonden risico gaat het om de kans per jaar dat een gemiddelde persoon op een bepaalde geografische plaats in de omgeving van een transportroute of industriële risicobron overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen op deze transportroute, er van uitgaande dat die persoon onbeschermd en permanent op die plaats aanwezig is. Anders gezegd, het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het plaatsgebonden risico kan worden weergegeven door een lijn op een kaart die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt (zogeheten

11

MCG Zuidwest, Verkennend bodem- en asbestonderzoek Kanaalweg ong. Retranchement, 12MCG346.10, 12 september 2021, bijlage 7

Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 44 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

risicocontour). Dergelijke contouren zijn van belang bij de beoordeling of een risicovolle activiteit of een risicovolle bestemming op een bepaalde plaats kan worden toegelaten. Voor het plaatsgebonden risico is door de rijksoverheid voor nieuwe situaties een grenswaarde vastgesteld van 10 -6 per jaar. (De norm van 10-6 per jaar betekent dat de kans op een dodelijke situatie door een ongeval met gevaarlijke stoffen binnen de 10-6 begrenzing/plek = 1:1.000.000, 10-5 = kans van 1:100.000). Het groepsrisico drukt de kans uit per jaar dat een groep mensen van minimale omvang overlijdt als direct gevolg van één ongeval op de transportroute waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Het groepsrisico is te beschouwen als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een incident. Dit risico laat zich niet in de vorm van een risicocontour op een kaart weergeven, maar kan wel worden vertaald in een dichtheid van personen per hectare. Hoe meer personen per hectare in het schadegebied van een hier bedoeld ongeval aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is. Het groepsrisico is in tegenstelling tot het plaatsgebonden risico een oriënterende waarde.

Voor wat betreft het groepsrisico spelen ook andere aspecten een rol, zoals de afstand van de ontwikkeling tot aan de risicobron, de snelheid waarmee een calamiteit zich kan ontwikkelen alsook de duur van een calamiteit, de toename van het groepsrisico t.o.v. de bestaande situatie, het nut en de noodzaak van de beoogde ontwikkeling, de aanwezigheid van bouwwerken die kunnen worden gebruikt om te schuilen, de voorhanden of te realiseren infrastructuur welke dienst kan doen als vluchtroute en de mate waarin de aanwezige personen zelfredzaam zijn (in staat om zichzelf en anderen te helpen en te (helpen) vluchten). Vanuit de rijksoverheid wordt daarbij het belang van voldoende zelfredzaamheid benadrukt. Tot slot speelt ook de aard van het risico (waaronder de beheersbaarheid in geval van een incident) en de responstijd van de hulpdiensten een rol. Risicobronnen, kabels en leidingen en transportroutes Toetsing De te realiseren woningen aan de Kanaalweg worden aangemerkt als kwetsbaar objecten in het kader van de externe veiligheid. Voor dit plan is een inventarisatie uitgevoerd van mogelijke risicobronnen in de omgeving door risicokaart.nl te raadplegen. Wat betreft overige risicovolle inrichtingen, transport en overige risicobronnen kan aan de hand van bijgevoegde risicokaart (afbeelding 22) geconcludeerd worden dat deze niet in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn.

Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 45 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Afbeelding 22: Risicobronnen in de omgeving van de Kanaalweg. Planlocatie is indicatief in het rood weergegeven. (Bron: www.risicokaart.nl)

Bedrijven en milieuzonering Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). Bedrijven en Milieuzonering geeft richtafstanden per categorie en per type bedrijvigheid aan. Binnen deze richtafstanden is bij een gemiddelde bedrijfsvoering hinder van bedrijven te verwachten. De gegeven afstanden zijn richtafstanden en geen harde afstandsnormen en dienen als handvat om concrete situaties maatwerk te kunnen leveren. Hierbij wordt gekeken naar nieuwe milieugevoelige bestemmingen ten opzichte van bestaande bedrijven/inrichtingen of nieuwe bedrijven/inrichtingen ten opzichte van bestaande milieugevoelige bestemmingen. Deze beoordeling is met name gebaseerd op de Wet Milieubeheer en het bijbehorende Activiteitenbesluit milieubeheer. Daarnaast zal moeten worden meegewogen of ter plaatse van de nieuwe milieugevoelige functies bij eventuele vestiging van een nieuw bedrijf op het bestaande bedrijfsperceel een probleemsituatie ontstaat.

Deze afweging vindt met name plaats op basis van Bedrijven en Milieuzonering. Toetsing De afstand tussen het plangebied en de inrichtingen in de omgeving is voldoende groot en vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het plan. De aanwezige inrichtingen worden met de komst van de nieuwe woningen niet in hun functioneren belemmerd. Algehele conclusie milieu Ten aanzien van milieu, zoals in dit hoofdstuk behandeld, zijn er op het gebied van geluid, geurhinder, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, externe veiligheid en bedrijven en milieuzonering geen aspecten die de oprichting van nieuwe woningen in de weg staan.

Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 46 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Voor wat betreft de invloed op het omliggende gebied heeft de aanwezigheid van de woningen ter geen beperkende werking op nabijgelegen woningen.

Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 47 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Juridische planopzet Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat de verbeelding en regels te allen tijde in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover er regels aan deze aanduidingen zijn gekoppeld. Soms heeft een aanduiding dus juridisch gezien geen enkele betekenis en is deze uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van de bestemmingsplanherziening. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken.

Voor de regels en verbeelding in dit bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de regeling zoals die voor de omliggende gronden geldt in het bestemmingsplan ‘2e herziening Buitengebied’. De enkelbestemming 'Wonen-1' wordt van toepassing en de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie – 2’ blijft van toepassing. Tevens is de gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 2’ weer opgenomen. Een bouwvlak is ingetekend voor de oprichting van drie vrijstaande woningen en bijgebouwen. De regeling uit het bestemmingsplan ‘2e herziening Buitengebied’ is - voor zover van toepassing - integraal overgenomen. In de regeling wordt tevens de voorwaardelijke verplichting opgenomen dat de bestaande woningen eerst gesloopt worden voordat de nieuwbouwwoningen gerealiseerd morgen worden. Toelichting De toelichting heeft géén juridisch bindende werking, maar vervult een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot het toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter geen rechtstreeks bindende werking voor burgers.

Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 48 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid In artikel 3.1.6, sub i van het Besluit ruimtelijke ordening is vastgelegd dat inzicht gegeven moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkeling die concreet mogelijk wordt gemaakt met dit plan moet (economisch) uitvoerbaar zijn en kunnen worden gerealiseerd. Op grond van artikel 6.12, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) moet voor een bestemmingsplan een exploitatieplan worden vastgesteld indien er sprake is van een 'bouwplan'. Artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschrijft wat een 'bouwplan' is. Als alternatief hiervoor kan een exploitatieovereenkomst worden afgesloten en daar is in onderhavige situatie voor gekozen. Het onderhavige plan betreft een particuliere ontwikkeling op eigen grond van de initiatiefnemer. De uitvoering komt niet ten laste van de publieke middelen. Er zijn geen gemeentelijke kosten aan verbonden. Vanuit dit oogpunt bezien wordt het plan economisch uitvoerbaar geacht. Overige gemeentelijke kosten kunnen in rekening worden gebracht via een anterieure overeenkomst en op grond van de Legesverordening. Vooralsnog wordt geen rekening gehouden met een planschaderisico. Eventuele planschade voortvloeiend uit de realisering van onderhavig plan, zal door middel van het sluiten van een overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer van het plan worden afgedekt.

Zo er planologisch nadeel aanwezig is, zal dit door middel van een dergelijke overeenkomst onder de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer worden gebracht. Hiermee is voldoende verzekerd dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Initiatiefnemer heeft van alle omwonenden een getekende bouwtekening verkregen en deze ingeleverd bij de gemeente. Op basis hiervan heeft de gemeente besloten af te zien van ter inzage legging voor inspraak. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan wordt zes weken ter visie gelegd. Het ontwerp bestemmingsplan heeft van XXX tot en met XXX zes weken ter visie gelegen. Bekendmaking heeft plaatsgevonden via de Staatscourant, de gemeentelijke website en de lokale nieuwskrant.

Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 49 van 50

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Bijlagen Bijlage 1 – Landschappelijke inpassing Kanaalweg Retranchement Bijlage 2 – Landschappelijke inpassing Dijkske 1 Eede Bijlage 3 – Quickscan ecologie Kanaalweg Retranchement Bijlage 4 – Quickscan ecologie Dijkske 1 Eede Bijlage 5 – Stedenbouwkundige beoordeling Bijlage 6 – Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 7 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 8 – Nader ecologisch onderzoek Dijkske Eede Bijlage 9 – Stikstofonderzoek Dijkske Eede Bijlage 10 – Stikstofonderzoek Kanaalweg Retranchement Bijlage 11 – Formulier watertoets Bijlage 12 – Besluit hogere waarden wegverkeerslawaai

Adromi B.V.

wil/R202159/2101h

Pagina 50 van 50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=09d2f40b-4599-4663-b295-8b81d9d10e55