CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

a. toelichting bestemmingsplan.pdf

Commissie Ruimte/AB 10 mei 2022, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigde vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan 'Platteweg 2 Retranchement'.13.071 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Eenheid

Koop, huis, vrijstaand Loods, opslag BESTAANDE SITUATIE

woning 100 m² bvo

Aantal eenheden 1 12 TOTAAL

minimaal 7,8 3,9

Kencijfer maximaal gebruikt 8,6 5,7

8 4

Aantal bewegingen

8 48 56

In de beoogde situatie is op termijn sprake van drie huishoudens. Voor de drie woningen kan conform het bovenstaande kental uitgegaan worden van 24 verkeersbewegingen per etmaal. Op termijn – als het beoogde pand op het oostelijke adres een woning is geworden – is er dus sprake van een vermindering van het aantal verkeersbewegingen van 56 naar 24. In de tussenliggende periode wordt het oostelijke adres niet gebruikt als woning, maar als thuisbasis en voor het ontvangen van gasten. In de kencijfers van de CROW is geen relevant type voor deze activiteiten beschikbaar op grond waarvan de verkeersgeneratie bepaald kan worden. Voor restaurants, waarvan hier overigens geen sprake is, is wel een parkeerkental maar geen kental voor de verkeersgeneratie beschikbaar. Uitgaande van de beschreven bezetting worden de volgende aannames gedaan: • Maximaal 5 mensen op de locatie aan het werk zijn voor de thuisbasis, hetgeen leidt tot maximaal 20 verkeersbewegingen per etmaal (ieder twee keer op en neer); • Er zijn tijdens lunch en diner maximaal 20 couverts beschikbaar; omdat veelal stellen worden uitgenodigd is er sprake van 10 auto’s ofwel 20 verkeersbewegingen per couvert; omdat er sprake kan zijn van een lunch en een diner, is er op een drukke dag sprake van 40 verkeersbewegingen door gasten.

• Voor het bereiden en serveren van de couverts zijn nog eens 5 mensen op de locatie aanwezig, hetgeen leidt tot maximaal 20 verkeersbewegingen per etmaal (ieder twee keer op en neer). • Omdat de uitnodigingen gelden voor maximaal 10 dagen per maand, zijn er 10 dagen met maximaal 80 verkeersbewegingen en 20 dagen met maximaal 20 verkeersbewegingen (alleen de thuisbasis); • Gemiddeld gaat het derhalve om 40 verkeersbewegingen per etmaal. Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 28

•

Samen met de huishoudens op het westelijke en het middelste adres (16 verkeersbewegingen) is er in de tussenliggende periode sprake van 56 verkeersbewegingen per etmaal.

Geconcludeerd kan worden dat het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de bestaande situatie gelijk blijft en op het moment dat het beoogde pand op het oostelijke adres een woning is geworden, daalt. Wel is het zo dat er in de tussenliggende periode piekdagen zijn met 96 verkeersbewegingen per etmaal in plaats van 56. Het zijn evenwel geen aantallen die leiden tot een problematische verkeersafwikkeling op de Platteweg of op de Braamdijk. Immers vanaf de Platteweg vrijwel alle verkeer richting de Braamdijk afwikkelen, maar op de kruising zal een deel richting Retranchement en een deel richting Sluis/Oostburg de weg vervolgen. Op de Braamdijk is de extra belasting van de verkeersafwikkeling derhalve kleiner dan op de Platteweg. Parkeren Parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein. In het beleid parkeernormen is een gebiedsindeling opgenomen, waarbij het plangebied grenst aan de bebouwde kom van Terhofstede, maar er in ieder geval voor een deel buiten ligt. Getoetst wordt voorzichtigheidshalve aan de getallen voor het buitengebied. De norm voor het parkeren bij vrijstaande koophuizen ligt op 2,4 met een bandbreedte van 0,4. Bij de woningen op het middelste en westelijke adres is voldoende ruimte om 3 auto’s op eigen terrein te parkeren. De activiteiten op het oostelijke adres zijn niet te koppelen aan de activiteiten die in het beleid parkeernormen zijn opgenomen.

Uitgaande van de beschreven bezetting in de tussenliggende periode dient rekening gehouden te worden met maximaal 20 auto’s die tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn (5 mensen thuisbasis, 10 auto’s gasten, 5 mensen bereiden en serveren). In het ontwerp van the Barn is op het afgesloten voorterrein aan de Platteweg ruimte voor 21 parkeerplaatsen (figuur 15). De rij het dichtst bij het gebouw staat onder een palissade; deze is voor de duidelijkheid niet in figuur 15 afgebeeld. De capaciteit is ruim voldoende om ook de piekdrukte op te vangen.

Figuur 15. Parkeren the Barn (Coussee en Goris, 2019)

Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 29

Conclusie Verkeer en parkeren is op voorhand afdoende georganiseerd en vormt geen belemmering voor de planvorming.

4.8 Ecologie Wettelijk kader en beleid De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. alle van nature in Nederland in het wild levende vogels worden beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn; 2. soorten beschermd volgens de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. Tot deze streng beschermde soorten behoren onder meer alle vleermuissoorten, boomkikker, heikikker, poelkikker, rugstreeppad, kamsalamander, gladde slang, drijvende waterweegbree, bever, noordse woelmuis, pimpernelblauwtje, gevlekte witsnuitlibel, groene glazenmaker en de platte schijfkoren. 3. ‘andere soorten’: soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Voor alle beschermde diersoorten geldt dat het verboden is ze te doden of te vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Voor de eerste twee categorieën geldt bovendien dat het verboden is eieren te rapen of opzettelijk te vernielen en de dieren opzettelijk te verstoren. Voor de beschermde plantensoorten geldt dat het verboden is ze in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

De Wet natuurbescherming ziet tevens op de bescherming van Natura 2000-gebieden. Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door 'externe werking') op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. In het provinciaal beleid zijn verder gebieden aangewezen die behoren tot het Natuurnetwerk, een netwerk dat ervoor moet zorgen dat natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied verbonden zijn, waardoor een groot aantal soorten en ecosystemen kunnen voortbestaan. Gebiedsbescherming rondom het plangebied Het plangebied is geen Beschermd Natuurmonument of Natura 2000 gebied. De afstand tot het zuidelijkste puntje van het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied, Zwin & Kievittepolder bedraagt circa 1,6 kilometer. Andere Natura 2000-gebieden in de omgeving liggen op grotere afstand, te weten Westerschelde &Saeftinghe op minimaal 4,3 kilometer en Groote Gat op minimaal 6,7 kilometer. Op dergelijke afstanden zou alleen externe werking door stikstofdepositie (door de lucht) aan de orde kunnen zijn.

Op 29 mei 2019 heeft de hoogste bestuursrechter (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) beslist dat de Programmatische Aanpak Stikstof niet ten grondslag mag worden gelegd aan de toestemmingverlening voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Voor nieuwe bestemmingsplannen geldt de verplichting voor de gemeenteraad om te beoordelen of als gevolg van de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen relevante stikstofdeposities kunnen optreden ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden.

Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 30

In dit geval komt extra stikstofuitstoot voort uit verkeersbewegingen en bouwwerkzaamheden. De drie woningen worden gasloos gebouwd, zodat er geen sprake kan zijn van stikstofdepositie door ruimteverwarming. Het aantal motorvoertuigbewegingen is in paragraaf 4.7 geraamd op 56 per etmaal in de gebruikssituatie. Er is een Aeriusberekening gemaakt (bijlage 5) uitgaande van 56 motorvoertuigbewegingen per etmaal tussen het plangebied en de locatie waar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Dit is in dit geval daar waar de Braamdijk op de provinciale weg komt. Uit de berekening blijkt dat er geen sprake is van enig significant negatief effect op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000gebieden. Er hoeft geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Voor de bouw van de nieuwe woningen worden tijdelijk bouwwerkzaamheden verricht die leiden tot een tijdelijke toename van stikstofuitstoot door vervoer van en naar de bouwlocatie en door het gebruik van materieel op de bouwlocatie. De bouwwerkzaamheden duren zeker minder dan twee jaar, zodat er sprake is van een tijdelijk effect. Op grond van de Wet tot wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) mag de stikstofuitstoot in de realisatiefase van het project achterwege gelaten worden.

Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuur Netwerk Zeeland (figuur 16). In de omgeving op een afstand van meer dan 500 meter liggen wel diverse gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk, zoals de Noordmansweg (1), de Zwinpolder (2), Fort Berchem (3) en de Wallen van Retranchement (4). Het leefgebied open akker zijn de bruin gekleurde gebieden in figuur 16. De locatie wordt omgeven door dijken met betekenis voor de natuur: bloemdijk (rood), faunadijk (geel) of landschapsdijk (groen). Het initiatief heeft geen invloed op de betekenis van deze dijken.

4

3

1

2 Figuur 16. Natuur Netwerk (Provincie Zeeland, 2020)

Soorten in het plangebied Het plangebied heeft betrekking op gronden die in gebruik zijn als loods en woonhuis. Bomen in het plangebied blijven gehandhaafd; er verandert ter plaatse niets aan de situatie. Op het erf worden de loods en het bestaande woonhuis gesloopt op basis van een sloopmelding. Er is een quick scan uitgevoerd die is opgenomen in bijlage 6. Geconcludeerd wordt dat het plangebied mogelijk een essentiële betekenis voor beschermde soorten heeft. Daartoe is aanvullend onderzoek in uitvoering naar de aan- of afwezigheid van gebouwbewonende vleermuizen. Van een essentiële vliegroute en/of foerageergebied is evenwel geen sprake. Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 31

Mogelijk komt de boomkikker sporadisch voor op de planlocatie, de planlocatie is tevens mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Voor deze soorten dienen in het kader van de Algemene zorgplicht maatregelen getroffen te worden. Op basis van de quick scan is er geen reden om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen, mits de juiste maatregelen worden getroffen, er sprake is van een gedegen alternatievenafweging en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen zouden kunnen worden. Conclusie Uit het bovenstaande kunnen de volgende conclusies getrokken worden: • Er is een berekening uitgevoerd naar stikstofdepositie waaruit blijkt dat er geen sprake is van enig significant negatief effect op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. • Op overige delen van het Natuur Netwerk is geen sprake van enig effect. • Er zijn enkele beschermde soorten in het plangebied vastgesteld, maar doordat beplanting blijft bestaan en nieuwe beplanting wordt aangebracht, verbetert voor de meeste soorten de situatie. • Er is een vervolgonderzoek naar vleermuizen in gang gezet. Als er gebouwbewonende vleermuizen worden aangetroffen, wordt voorzien in een vervangende locatie in het plangebied.

4.9 Milieuzonering Beleid Op grond van de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering” editie 2009, kunnen de richtafstand tussen belastende (onder meer bedrijvigheid) en gevoelige activiteiten (onder meer woningen) worden bepaald. Dit is een hulpmiddel in de ruimtelijke ordening om te bepalen wanneer bedrijfsmatige activiteiten en woningen elkaar beïnvloeden. Binnen de richtafstand is nader onderzoek nodig naar de daadwerkelijke milieubelasting. De richtafstand wordt bepaald door vier soorten emissies: stof, geur, geluid en gevaar. Situatie in het plangebied In de beoogde situatie is in de tussenliggende periode sprake van een thuisbasis voor een topkok en voor het ontvangen van gasten. De bedrijfsactiviteiten die daarmee het meeste overeenkomen zijn ‘hotels en pensions met keuken’, ‘restaurants’ en ‘kantoren’. De minimaal aan te houden afstand bij al deze activiteiten bedraagt 10 meter. Aan die afstand wordt ruimschoots voldaan, nu de nieuw te bouwen woning op het middelste adres meer dan 20 meter bedraagt en de afstand tot de dichtstbijzijnde woning van derden meer dan 90 meter. Er worden ook drie woningen vervangen dan wel toegevoegd. Dichtstbijzijnde bedrijfsactiviteiten in de omgeving zijn gekoppeld aan een agrarisch bouwblok op 530 meter afstand.

De minimaal aan te houden afstand tot agrarische bouwblokken bedraagt 200 meter, zodat er geen sprake van kan zijn dat bedrijfsactiviteiten in de omgeving worden beperkt door de beoogde ontwikkeling. Los daarvan is er op het middelste en oostelijke adres nu als sprake van een woonbestemming. Conclusie Milieuzonering vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 32

4.10 Verkeerslawaai Wettelijk kader Op grond van de Wet geluidhinder hebben alle wegen een zone, behalve woonerven en 30 km/uur wegen. Binnen een zone moet voor nieuwe woningen of wegen worden getoetst of de geluidbelasting (Lden) ter plaatse van geluidsgevoelige bestemmingen voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Voor nieuwe woningen buiten de bebouwde kom is een ontheffing van deze grenswaarde mogelijk tot maximaal 53 dB, zolang het binnenniveau (geluidsniveau in de woningen) van 33 dB is gegarandeerd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet ook de geluidsbelasting vanwege 30 km/uur wegen worden beoordeeld. In het algemeen wordt hierbij aangesloten bij de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Voor fysieke wijzigingen aan een weg geldt een apart regime. Hierbij is het bijvoorbeeld van belang of er akoestisch gesproken sprake is van een reconstructie van een weg. Dit is het geval als de geluidbelasting ten gevolge van de wijziging toeneemt met 2 dB of meer. Dit is gebaseerd op het feit dat een toename kleiner dan 2 dB niet herkenbaar is voor het menselijk oor. Geluidbelasting in het plangebied De geluidbelasting op grond van verkeerslawaai is afkomstig van de Platteweg (60 km per uur) en de Braamdijk (30 kilometer per uur). In het plangebied wordt drie geluidgevoelige functies mogelijk gemaakt in de vorm van woningen.

Voor de Platteweg zijn geen verkeersintensiteiten bekend bij de gemeente Sluis. Daarom is op basis van de karakteristieken van de weg en de omliggende functies een inschatting gemaakt van de verkeersintensiteiten. Gezien de verblijfsfunctie van het gebied is uitgegaan van een verkeersintensiteit van 250 motorvoertuigen per weekdagetmaal in het jaar 2030. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat bij een woning op 20 meter van een weg met worstcase aannames voor wegdekverharding en snelheid en een dergelijke lage intensiteit de maximale geluidbelasting op de gevel minder dan 48 dB bedraagt. De gemeente Sluis hanteert in het bestemmingsplan Buitengebied voor woonbebouwing ook een afstand van minimaal 20 meter tot de aangrenzende wegen. Alleen voor grotere wegen, zoals de Provinciale weg, geldt een afstand van minimaal 40 meter. Omdat de nieuwe woningen allemaal op een afstand van minimaal 20 meter tot het midden van de Platteweg liggen, kan met zekerheid gesteld worden dat de geluidbelasting op de geprojecteerde woningen in het plangebied lager is dan 48 dB. Conclusie De beoogde woningen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Wegverkeerslawaai vormt geen belemmering.

4.11 Luchtkwaliteit Wettelijk kader Elke ruimtelijke ontwikkeling dient te voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in de Wet luchtkwaliteit (titel 5.2 uit de Wet Milieubeheer) zijn opgenomen voor luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Met name de stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof worden beleidsmatig relevant geacht. Eventueel onderzoek beperkt zich dan ook veelal tot deze twee stoffen. Het bestemmingsplan kan worden vastgesteld indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: • door de vaststelling (van het bestemmingsplan), al dan niet in combinatie met maatregelen, de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechtert (maximaal 1,2 μg/m³), ofwel dat;

Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 33

de luchtkwaliteit door de vaststelling (van het bestemmingsplan), al dan niet in combinatie met de maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft, ofwel dat; • bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de vaststelling (van het bestemmingsplan), de luchtkwaliteit in een gebied rondom het plangebied per saldo verbetert, ofwel dat; • er geen grenswaarden worden overschreden. In het Besluit en de Regeling ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Hierin is bepaald dat de concentratiebijdragen voor NO2 en fijn stof (PM10) als NIBM mogen worden beschouwd wanneer deze jaargemiddeld maximaal 1,2 μg/m3 bedragen. •

Luchtkwaliteit als gevolg van de ontwikkeling Het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het plan kan per dag wisselen. In paragraaf 4.7 is worst case uitgegaan van 96 voertuigbewegingen op een etmaal. Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie 2022 Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) 96 Aandeel vrachtverkeer 1,0% Maximale bijdrage extra verkeer NO2 in μg/m3 0,07 PM10 in μg/m3 0,01 Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3 1,2 Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Figuur 17. Resultaat NIBM-tool (NIBM-tool, versie 28-03-2019)

Gebruik makend van de NIBM-tool (figuur 17) blijkt dat zelfs bij dat aantal het project niet “in betekenende mate” bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Toetsing aan de grenswaarden kan dus achterwege kan blijven. Conclusie Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de planvorming.

4.12 Externe veiligheid Wettelijk kader Externe veiligheid betreft de beheersing van de risico's en richt zich op het gebruik, de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen. Voor bedrijven is het Besluit externe veiligheid inrichtingen van belang. In dit besluit wordt externe veiligheid in artikel 1 omschreven als "de kans om buiten een inrichting te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen de inrichting waar een gevaarlijke stof betrokken is". Voor transport is de Wet vervoer gevaarlijke stoffen van belang, samen met het Besluit Externe Veiligheid Transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. Hierin is het basisnet van hoofd(vaar/spoor) wegen vastgelegd waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Daarnaast is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing op onder andere aardgastransportleidingen. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen gelden bovenstaande kaders om veiligheidsafstanden tussen risicobronnen en personen of (beperkt) kwetsbare objecten te bepalen en daarmee het veiligheidsrisico zo laag mogelijk te houden. De te hanteren afstanden worden gebaseerd op het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon, die zich

Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 34

continu onbeschermd op een zekere afstand van de risicovolle activiteit bevindt, komt te overlijden als gevolg van die activiteit. De wettelijke norm voor het plaatsgebonden risico bedraagt 10-6. Het groepsrisico (GR) geeft de kans per jaar dat een groep mensen van een zekere omvang (10, 100 of 1.000 mensen) binnen het invloedsgebied tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval. Hiermee is het een maat voor de maatschappelijke ontwrichting in het geval dat er zich een ramp voordoet. Het groepsrisico wordt weergegeven in een curve waarin het aantal personen is afgezet tegen de kans per jaar op (gelijktijdig) overlijden. Ten aanzien van het groepsrisico bestaat er voor gemeenten een verantwoordingsplicht . Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten staan gedefinieerd in Bevi artikel 1. Woningen zijn gedefinieerd als kwetsbaar object. Veiligheidsrisico’s voor het plangebied In de directe omgeving van het plangebied zijn op de risicokaart geen risicobronnen te vinden. Er zijn evenmin planologisch relevante kabels en leidingen die een belemmering kunnen vormen voor de beoogde ontwikkeling. Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de planvorming.

Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 35

H5. Juridische vormgeving 5.1 Plansystematiek

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vormen het wettelijk kader voor het bestemmingsplan. Nieuwe ruimtelijke plannen moeten digitaal, uitwisselbaar en vergelijkbaar zijn. Tevens worden deze plannen en verordeningen digitaal beschikbaar gesteld voor burgers, bedrijven en medeoverheden. In het Bro is verankerd dat een vergelijkbaar ruimtelijk plan is opgebouwd volgens de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan is opgebouwd en vormgegeven conform de bindende afspraken van de SVBP 2012. Op de verbeelding is aangegeven welke bestemming geldt voor de betreffende gronden en waar bebouwing is toegestaan. Door middel van hoofdletters wordt de bestemming aangeduid. Op het renvooi wordt de betekenis aangegeven van de bestemmingen en de aanduidingen. Tevens wordt in een onderhoek op de analoge verbeelding de naam van het bestemmingsplan aangegeven, de datum van terinzagelegging, vaststelling en (eventueel) van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook is het identificatienummer van het bestemmingsplan en het kaartblad aangegeven. De analoge verbeelding bestaat uit 1 kaartblad en renvooi op een schaal van 1:1.000.

Overeenkomstig SVBP2012 kent de indeling in hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen de volgende vaste volgorde: • In hoofdstuk 1 (inleidende regels) worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd, en wordt de wijze van meten bepaald. • In hoofdstuk 2 (bestemmingsregels) worden alfabetisch de regels gegeven waarmee de bestemmingen die op de verbeelding voorkomen nader worden omschreven. • Hoofdstuk 3 (algemene regels) bevat een aantal regels die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelregel, een procedureregel, dan wel regels die voor de nodige flexibiliteit kunnen zorgen, zoals algemene afwijkingsregel of wijzigingsbevoegdheden. • Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels) ten slotte geeft overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2, Bestemmingsregels) wordt als volgt opgebouwd: • bestemmingsomschrijving; • bouwregels (onderverdeeld in toelaatbaarheid van bouwwerken en bouwhoogte, oppervlakte en inhoud); • afwijken van de bouwregels; • specifieke gebruiksregels; • afwijken van de gebruiksregels; • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; • wijzigingsbevoegdheden. Een bestemmingsartikel behoeft niet alle elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming.

Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels.

Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 36

5.2 Gehanteerde bestemmingen Inleidende regels (hoofdstuk 1) Hoofdstuk 1 bestaat uit begripsbepalingen en de wijze van meten. Voor de begripsbepalingen is waar mogelijk gebruik gemaakt van de standaardbepalingen uit de SVBP2012. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd die van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Hoofdbestemmingen (hoofdstuk 2) In het plangebied zijn twee hoofdbestemmingen van toepassing, te weten Wonen en Agrarisch met waarden – Landschapswaarden -1 . De bestemming Wonen is van toepassing op de drie erven en de regels zijn afgeleid van de regels voor Wonen in het bestemmingsplan Kleine Kernen. Aan de bestemming Wonen is een voorwaardelijke verplichting gekoppeld om het landschappelijk inpassingsplan (zowel de noodzakelijke als de gewenste ingrepen) uit te voeren en in stand te houden. De bestemming Agrarisch met waarden is van toepassing op de landschapstuin en de regels zijn afgeleid van de regels in het bestemmingsplan Buitengebied Sluis 2e herziening. Dubbelbestemmingen (hoofdstuk 2) In het gehele plangebied is de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 3A’ uit het Parapluplan Archeologie overgenomen.

Algemene regels (hoofdstuk 3) In dit hoofdstuk zijn algemene regels opgenomen. Artikel 6 bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Deze bepaling is conform artikel 3.2.4 van het Bro in het bestemmingsplan opgenomen. De volgende artikelen bieden duidelijkheid over de bestaande maten en het gebruik, alsmede de ruimte voor afwijking en wijziging. Overgangs- en slotbepalingen (hoofdstuk 4) In dit hoofdstuk is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het bestemmingsplan geregeld. Hierin is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken en de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. Het overgangsrecht mag, in geval van onbillijkheid, buiten toepassing gelaten worden. Het laatste artikel geeft aan dat dit bestemmingsplan kan worden aangehaald als ‘Platteweg 2 Terhofstede’.

Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 37

H6. Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid

Wanneer met een juridisch-planologisch plan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In dit geval wordt de bouw van twee extra woningen mogelijk gemaakt. Hiertoe wordt het kostenverhaal vastgelegd in een anterieure-overeenkomst. Derhalve is het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk. De initiatiefnemer gebruikt eigen middelen om het bouwplan te financieren. In de anterieure overeenkomst is het risico van planschade bij de initiatiefnemer neergelegd. Daarmee is de economische uitvoerbaarheid in voldoende mate verzekerd.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op basis van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bestemmingsplan in vooroverleg gezonden naar de provincie Zeeland, het waterschap Scheldestromen en Evides. Tegelijkertijd is het voorontwerp bestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd, zodat een ieder de gelegenheid heeft op de plannen te reageren. De vooroverlegreacties en de inspraakreacties zijn beoordeeld. De beoordeling is opgenomen in bijlage 8. De in de bijlage opgenomen aanpassingen zijn doorgevoerd in het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter visie gelegd.

Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=5aa931d1-35d8-41ff-96a6-e86207bd553d