CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

a. (TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis) - ontwerp TAM OP Bedrijventerreinen Sluis_overige bijlagen

Raad 25 juni 2026, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het TAM-omgevingsplan ‘Bedrijventerreinen Sluis’22.420 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERKEERSONDERZOEK UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN DE VLASCHAARD, EEDE Steller: G. Foesenek Datum: 6 juni 2024 Versie: concept

INLEIDING Het bedrijventerrein De Vlaschaard nabij Eede wordt in de toekomst uitgebreid. Het waterschap heeft zorgen geuit over de gevolgen van deze uitbreiding voor wegen in de directe omgeving. Daarnaast heeft de gemeente Sluis in het verleden meldingen ontvangen van bewoners die overlast ervaren door vrachtverkeer wat door de kern Eede naar het bedrijventerrein rijdt. Om een goed beeld te vormen van de gevolgen van de uitbreiding van het bedrijventerrein wil de gemeente meer inzicht in de bestaande en toekomstige verkeersstromen van en naar het bedrijventerrein. De gemeente Sluis wil middels een verkeersonderzoek antwoord te geven op een vijftal deelvragen. De onderstaande deelvragen zijn in overleg met de gemeente Sluis samengesteld. 1. Welke toeleidende routes richting het bedrijventerrein zijn er, en zijn deze routes geschikt voor vrachtverkeer? 2. Wat is de huidige verdeling en hoeveelheid vrachtverkeer over de bestaande toegangswegen richting bedrijventerrein De Vlaschaard? 3. Hoe groot is de verwachte toename van het vrachtverkeer op toeleidende wegen rekening houdend met de geplande uitbreiding van bedrijventerrein De Vlaschaard en leidt dit tot knelpunten? 4. Hoeveel vrachtverkeer rijdt er via de Brieversstraat, Verlorendorpweg of Scheidingsstraat/Dorpsplein door het centrum van Eede richting het bedrijventerrein en leidt dit tot knelpunten? 5.

Welke maatregelen kunnen genomen worden om, binnen korte en langere termijn, knelpunten met betrekking tot bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid te verbeteren op de toegangswegen richting het bedrijventerrein en in de kern van Eede? Voordat antwoord gegeven kan worden op de bovenstaande vragen wordt er een uitgebreide inventarisatie van het onderzoeksgebied uitgevoerd. In figuur 1 is de ligging van bedrijventerrein De Vlaschaard, ten opzichte van de omgeving, weergegeven.

Verkeersonderzoek uitbreiding bedrijventerrein De Vlaschaard, Eede Concept | 6 juni 2024

Figuur 1 | Locatie bedrijventerrein De Vlaschaard ten opzichte van omgeving en kern Eede.

OPZET VERKEERSONDERZOEK Om objectief antwoord op de deelvragen te krijgen zijn met behulp van telslangen en cameraregistratie de bestaande verkeersstromen (van vrachtverkeer) in beeld gebracht. In figuur 2 zijn de acht tellocaties weergegeven waar de verkeersintensiteit, rijrichting en voertuigcategorie geregistreerd zijn. Deze tellingen zijn uitgevoerd tussen 9 en 24 januari 2024.

Figuur 2 | Locaties telslangen in en rond Eede.

Verkeersonderzoek uitbreiding bedrijventerrein De Vlaschaard, Eede Concept | 6 juni 2024

In tabel 1 zijn de corresponderende straatnamen weergegeven. Tellocatie 1 2 3 4 5 6 7 8

Straatnaam Oude Eedeweg Dopersweg Hazewegeling Vlasstraat Zwaanstraat Verlorendorpweg Brieversstraat Scheidingsstraat

Tussen Dopersweg en Praatweg Oude Eedeweg en N251 Oude Eedeweg en N251 Oude Eedeweg en Nieuweweg Hazewegeling en Brieversstraat Zwaanstraat en Nieuweweg Zwaanstraat en N251 Brieversstraat en grens België

Tabel 1 | Tellocaties met straatnamen. Naast de zogenoemde slangentellingen is met behulp van een camera op het kruispunt Brieversstraat, Zwaanstraat, Verlorendorpweg en Dorpsplein de rijrichting van passerend verkeer in beeld gebracht. In figuur 2 is deze locatie in rood weergegeven. Deze cameraregistraties hebben plaatsgevonden op 9 en 11 januari 2024. Hierbij is ook onderscheid gemaakt in voertuigklassen.

INVENTARISATIE In deze paragraaf is relevante informatie over uitbreiding van het bedrijventerrein, de bestaande wegenstructuur voor zowel langzaam- als gemotoriseerd verkeer in beeld gebracht. Aan de hand van deze informatie brengen we in beeld welke ontwikkelingen in het gebied mogelijk zijn en wat de verwachte gevolgen van de uitbreiding van het bedrijventerrein zijn.

UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN Het bedrijventerrein De Vlaschaard wordt aan de noordwestelijke zijde uitgebreid. Het gaat om een uitbreiding van 38.925 m2. Er is hier ruimte voor een mix aan bedrijven. Denk aan arbeidsextensieve en bezoekersextensieve percelen als loodsen voor opslag en transportbedrijven. Er is ook ruimte voor arbiedsintensieve bedrijven die productiewerk op locatie uitvoeren. In mindere mate worden bezoekersintensieve bedrijven verwacht, zoals een groothandel met showroom. In figuur 3 is de locatie van de uitbreiding weergegeven.

Figuur 3 | Uitbreiding bedrijventerrein De Vlaschaard.

Verkeersonderzoek uitbreiding bedrijventerrein De Vlaschaard, Eede Concept | 6 juni 2024

WEGENSTRUCTUUR Langs de kern Eede en bedrijventerrein de Vlaschaard is de N251 gelegen. Deze weg vormt de hoofdontsluiting voor de omgeving. Aan de Belgische kant van de grens gaat de weg over in de N410. In figuur 4 is deze weg weergegeven.

Figuur 4 | Wegenstructuur grote schaal. Op een hoger detailniveau zien we verschillende verbindingswegen tussen de N251, Eede en De Vlaschaard. In figuur 5 is deze wegenstructuur weergegeven. De Dopersweg, Hazewegeling en Brieversstraat vormen vanuit de Vlaschaard en Eede de verbindingen met de N251. De inrichting en omgeving van oost-west verbindingen wijkt sterk van elkaar af. De Brieversstraat heeft de kenmerken van een woonstraat (ETW 30). De Hazewegeling en Dopersweg zijn daarentegen gelegen buiten de bebouwde kom en hebben de kenmerken van een erftoegangsweg type II (polderweg) buiten de bebouwde kom. Daarbij heeft de Dopersweg een grotere capaciteit omdat de verhardingsbreedte groter is dan de Hazewegeling. Kijkend naar de ligging van De Vlaschaard ten opzichte van de N251 vormen de Hazewegeling en Dopersweg de meest directe routes van en naar het bedrijventerrein. Daarbij is de Dopersweg hiervoor het meest geschikt ingericht en is er ter hoogte van de N251 ook sprake van een rotonde. Dit is daarom ook de meest verkeersveilige aansluiting. Ter hoogte van de aansluiting Hazewegeling en is sprake van voorrangskruispunten buiten de bebouwde kom, waardoor het snelheidsverschil van oprijdend en afslaand verkeer groot is ten opzichte van doorgaand verkeer op de N251.

Verkeersonderzoek uitbreiding bedrijventerrein De Vlaschaard, Eede Concept | 6 juni 2024

Figuur 5 | Wegenstructuur omgeving Eede en De Vlaschaard.

FIETSPADEN In figuur 6 is de locatie van de vrijliggende fietspaden in de omgeving weergegeven met de zwarte kleur. Het fietsknooppuntennetwerk (recreatieve routes) is weergegeven met de groene kleur.

Figuur 6 | Fietsnetwerk in de omgeving van Eede. Op de Oude Eedeweg houdt het vrijliggend fietspad halverwege het bedrijventerrein op, waarna fietsers worden geacht om op de rijbaan te fietsen. Op overige wegen in de omgeving is er ook sprake van gemengd verkeer. In combinatie met (een toename van) vrachtverkeer, kan dit een risico vormen. Het fietsknooppuntennetwerk loopt door de kern van Eede over de Verlorendorpweg en Brieversstraat. In de kern komen fietsers enkel in contact met vrachtverkeer dat ook door de kern rijdt

Verkeersonderzoek uitbreiding bedrijventerrein De Vlaschaard, Eede Concept | 6 juni 2024

of hier een bestemming heeft. Resultaten van het verkeersonderzoek brengen in beeld in welke mate hier sprake van is.

OVERIGE BEVINDINGEN Het uitroepteken in figuur 6 geeft een gevaarlijke situatie weer. Hier kruist het vrijliggende fietspad de Dopersweg, waarbij gemotoriseerd verkeer voorrang heeft. Deze situatie kan als verwarrend worden ervaren om dat er in veel van dit soort gevallen fietsers (rechtdoor) voorrang hebben. Door de bochtverbreding is daarnaast de oversteekafstand erg lang. Door de afbuiging in de noord-zuidrichting is het daarnaast mogelijk dat autoverkeer vanuit het zuiden de markering van het fietspad overschrijden, waardoor conflicten ontstaan. In figuur 7 is de situatie weergegeven.

Figuur 7 | Kruispunt Dopersweg – Oude Eedeweg.

RESULTATEN VERKEERSTELLINGEN In tabel 2 zijn per tellocatie de verkeerssnelheid (V85) en het aandeel vrachtverkeer in beeld gebracht. Het aandeel vrachtverkeer van het totaal geeft een eerste inzicht in de (overmatige) aanwezigheid van vrachtverkeer op een bepaald wegvak. Tellocatie

Straatnaam

Etmaalintensiteit

1 2 3 4 5 6 7 8

Oude Eedeweg Dopersweg Hazewegeling Vlasstraat Zwaanstraat Verlorendorpweg Brieversstraat Scheidingsstraat

Dopersweg en Praatweg Oude Eedeweg en N251 Oude Eedeweg en N251 Oude Eedeweg en Nieuweweg Hazewegeling en Brieversstraat Zwaanstraat en Nieuweweg Zwaanstraat en N251 Brieversstraat en grens België

Intensiteit (mvt/etmaal) 972 967 663 396 580 302 529 449

Verkeerssnelheid (V85, km/u) 67 70 73 59 47 48 40 44

Aandeel zwaar verkeer (%) 2,0% 8,2% 7,3% 3,5% 1,5% 0,8% 1,8% 1,2%

Tabel 2 | Resultaten verkeerstellingen. Op basis van bovenstaande telresultaten stellen we vast dat op geen van de wegen in en rond Eede en De Vlaschaard sprake is van intensiteiten die aansluiten bij de inrichting van de wegen. Daarnaast is er op de wegen door de kern Eede, sprake van een laag aandeel zwaar verkeer (<2%). In de bestaande situatie is er, verkeerskundig gezien, geen sprake van een intensiteits- of zwaar verkeer knelpunt. We gaan hier bij de beantwoording van de deelvragen verder op in.

Verkeersonderzoek uitbreiding bedrijventerrein De Vlaschaard, Eede Concept | 6 juni 2024

BEANTWOORDING DEELVRAGEN In deze paragraaf beantwoorden we de vooraf bepaalde deelvragen binnen het onderzoek. 1. Welke toeleidende routes richting het bedrijventerrein zijn er, en zijn deze routes geschikt voor vrachtverkeer? In de huidige situatie kan vrachtverkeer het bedrijventerrein op een aantal manieren bereiken. De nabijheid van de N251 zorgt ervoor vrachtverkeer nagenoeg altijd via deze hoofdontsluiting het gebied in- en uitrijdt. Het bedrijventerrein is op de N251 aangegeven met behulp van bewegwijzering. Als het verkeer deze route volgt, rijdt het verkeer over de Dopersweg naar het bedrijventerrein. Vanaf de N251 zijn er naast de aangegeven route via de Dopersweg een aantal andere inprikkers richting het bedrijventerrein, namelijk de Hazewegeling en de Brieversstraat. Om inzichtelijk te maken welke routes geschikt zijn voor vrachtverkeer beschouwen we de inrichtingskenmerken van de wegen. In tabel 3 zijn de inrichtingskenmerken per route weergegeven. Wegvak

Bubeko/bibeko

Snelheidslimiet

Verhardingsbreedte

Verhardingstype

Markering

Aansluiting N251

Dopersweg

Bubeko

60 km/u

6,20 meter

Asfalt

Onderbroken kantmarkering

Rotonde

Hazewegeling

Bubeko

60 km/u

5,20 meter

Asfalt

Geen markering

Voorrangskruispunt

Brieversstraat

Bibeko

30 km/u

6,00 meter

Elementen

Geen markering

Voorrangskruispunt

Tabel 3 | Inrichtingskenmerken routes naar bedrijventerrein. Een vrachtwagen heeft bij een snelheid van 30 kilometer per uur een verkeersruimte van 3,00 meter. Bij een conflict tussen twee vrachtwagens is er daardoor enkel via de Dopersweg voldoende passeerruimte op de verharding beschikbaar. Bijkomend voordeel van de Dopersweg is dat vrachtwagens afkomstig van de N251 de rotonde kunnen gebruiken om af te slaan. Dit is zowel bij het afslaan als oprijden van de N251, verkeersveiliger. De Hazewegeling is te smal voor twee vrachtwagens, waardoor er bermschade kan ontstaan bij het passeren. Verkeer dat vanuit het zuiden de Hazewegeling in wil draaien, moet op de rijbaan wachten tot er overgestoken kan worden. De Brieversstraat is een weg binnen de kom van Eede, waar vele huizen aan staan. Onnodig en doorgaand vrachtverkeer is hier daarom ongewenst. De rijbaan is 6,00 meter breed, maar er staan voertuigen op de rijbaan geparkeerd, waardoor de effectieve breedte maximaal 4,00 meter is. Over de Brieversstraat loopt ook het landelijke fietsknooppuntenroute, waardoor meer conflicten met fietsverkeer te verwachten zijn. Van de drie mogelijke routes is de Dopersweg het meest geschikt voor vrachtverkeer. De weg blijft buiten de bebouwde kom, is voldoende breed voor vrachtwagens en de aansluiting met de N251 is veilig.

De Hazewegeling is niet voldoende breed voor vrachtwagens en op de Brieversstraat is vrachtverkeer ongewenst omdat hier sneller sprake is van overlast en conflicten met kwetsbare verkeersdeelnemers. In figuur 8 zijn de drie routes schematisch weergegeven. De meest wenselijke route via de Dopersweg in groen, de iets minder geschikte route Hazewegeling in oranje en de minst gewenste route via de kern van Eede in rood.

Verkeersonderzoek uitbreiding bedrijventerrein De Vlaschaard, Eede Concept | 6 juni 2024

Figuur 8 | Mogelijke aanrijroutes vrachtverkeer Vlaschaard.

Verkeersonderzoek uitbreiding bedrijventerrein De Vlaschaard, Eede Concept | 6 juni 2024

2. Wat is de huidige verdeling en hoeveelheid van vrachtverkeer over de bestaande toegangswegen richting bedrijventerrein De Vlaschaard? Op basis van de uitgevoerde verkeerstellingen hebben we inzicht in de hoeveelheid vrachtverkeer op de wegen in de omgeving van het bedrijventerrein. In figuur 9 is een overzicht weergegeven met daarin per tellocatie het aantal vrachtwagens en het aandeel vrachtverkeer van het totale verkeer.

Figuur 9 | Overzicht hoeveelheid vrachtverkeer rond bedrijventerrein De Vlaschaard. Op tellocaties 2 (Dopersweg) en 3 (Hazewegeling) rijdt het meeste vrachtverkeer. Het aandeel ten opzichte van het totaal ligt hier ook hoger dan op alle overige wegen. We concluderen dat een groot deel van het vrachtverkeer in de omgeving de meeste geschikte route (Dopersweg) gebruikt. Ook de Hazewegeling heeft een relatief hoge concentratie vrachtverkeer. In de bestaande situatie wordt de kern Eede ontlast. De hoeveelheid vrachtverkeer die hier geregistreerd wordt, is verkeerskundig gezien, beperkt en acceptabel.

3. Hoe groot is de verwachte toename van het vrachtverkeer op toeleidende wegen rekening houdend met de geplande uitbreiding van bedrijventerrein De Vlaschaard en leidt dit tot knelpunten? In de toelichting van het voorontwerp bestemmingsplan is een berekening gemaakt betreft de verwachtte verkeersgeneratie in de toekomst. Op basis van een bebouwd oppervlakte van 31.140 m2 en een ‘worst-case’ kencijfer van 8,3 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo, genereert het nieuwe deel bedrijventerrein in totaal 2.585 verkeersbewegingen per etmaal. Er wordt de aanname gedaan dat 20% daarvan zwaar verkeer is. Dit staat gelijk aan 2.585/5 = 517 verkeersbewegingen door zwaar verkeer per etmaal. In de huidige situatie rijden er dagelijks in totaal gemiddeld 188 vrachtwagens op alle toeleidende wegen in de omgeving. Volgens de aannames in het voorontwerpbestemmingsplan zorgt de

Verkeersonderzoek uitbreiding bedrijventerrein De Vlaschaard, Eede Concept | 6 juni 2024

uitbreiding van het bedrijventerrein voor een toename van 517 verkeersbewegingen door zwaar verkeer. We achten de verwachte toename van 517 zware verkeersbewegingen niet realistisch. De toename zware verkeersbewegingen zou bijna een verdrievoudiging van het huidige zware verkeer betekenen. De uitbreiding van het bedrijventerrein bedraagt ‘slechts’ 33% ten opzichte van de huidige situatie, kijkend naar het te bebouwen grondoppervlakte. Ervan uitgaande dat het type bedrijven in de uitbreiding veelal gelijk is aan de bedrijven die er al gevestigd zijn, kunnen we een aanname doen op basis van de uitbreiding. Een uitbreiding van 33% zou dan gelijk staan aan een toename van het zwaar verkeer van 33%. De totale hoeveelheid zwaar verkeer (188 vrachtwagens per dag) stijgt dan naar 188 * 1,33 = 250 vrachtwagens per dag. In tabel 4 is op basis van de verwachte toename een inschatting van de verdeling van het vrachtverkeer gemaakt. Tellocatie Straatnaam Etmaalintensiteit 1 Oude Eedeweg Dopersweg en Praatweg 2 Dopersweg Oude Eedeweg en N251 3 Hazewegeling Oude Eedeweg en N251 4 Vlasstraat Oude Eedeweg en Nieuweweg 5 Zwaanstraat Hazewegeling en Brieversstraat 6 Verlorendorpweg Zwaanstraat en Nieuweweg 7 Brieversstraat Zwaanstraat en N251 8 Scheidingsstraat Brieversstraat en grens België

Huidig intensiteit zwaar verkeer 19 80 48 14 9 3 10 5

Toekomstige intensiteit zwaar verkeer 25 106 64 19 12 4 13 7

Tabel 4 | Toekomstige intensiteit zwaar verkeer. Bovenstaande inschatting is tot stand gekomen door de toename van het vrachtverkeer in de toekomst gelijkmatig te verdelen op het netwerk. Het betreft voor de kern Eede daarmee een ‘worst case’ scenario. In de bestaande situatie kan namelijk een deel van het vrachtverkeer ook een bestemming in de kern hebben, omdat de aantallen relatief laag zijn. Een toename door de kern, als gevolg van de uitbreiding van het bedrijventerrein, is dan niet in deze mate te verwachten.

Verkeersonderzoek uitbreiding bedrijventerrein De Vlaschaard, Eede Concept | 6 juni 2024

4. Hoeveel vrachtverkeer rijdt er via de Brieversstraat, Verlorendorpweg of Scheidingsstraat/Dorpsplein door het centrum van Eede richting het bedrijventerrein en leidt dit tot knelpunten? Als onderdeel van het verkeersonderzoek is op het kruispunt tussen de Brieversstraat, Zwaanstraat, Verlorendorpweg en Dorpsplein een kruispuntmeting uitgevoerd met een camera, waarbij de richting van het verkeer geregistreerd werd. Deze tellingen zijn uitgevoerd op 9 en 11 januari tussen 06:00 en 18:00 uur. Uit de resultaten blijkt dat de aantallen vrachtverkeer door de kern vergelijkbaar (of zelfs lager) zijn met de geregistreerde vrachtwagens uit de slangentellingen. In figuur 10 zijn de vrachtwagenbewegingen richting De Vlaschaard op 9 en 11 januari weergegeven. In figuur 11 gaat het om de richting vanaf De Vlaschaard.

Figuur 10 | Resultaten cameratelling, richting bedrijventerrein De Vlaschaard.

Figuur 11 | Resultaten cameratelling, vanaf bedrijventerrein De Vlaschaard. Op basis van het geregistreerd aantal vrachtwagens en de rijrichtingen ervan, concluderen we dat er, verkeerskundig gezien, geen sprake is van een knelpunt voor de kern Eede. Ook de uitbreiding van het bedrijventerrein zorgt, naar verwachting niet tot een toename die leidt tot knelpunten.

Verkeersonderzoek uitbreiding bedrijventerrein De Vlaschaard, Eede Concept | 6 juni 2024

5. Welke maatregelen kunnen genomen worden om, binnen korte en langere termijn, knelpunten met betrekking tot bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid te verbeteren op de toegangswegen richting het bedrijventerrein en in de kern van Eede? De resultaten van het verkeersonderzoek geven, verkeerskundig gezien, geen aanleiding om aanvullende maatregelen te nemen. De hoeveelheid vrachtverkeer is en blijft in de toekomst zeer beperkt. Daarnaast rijdt het overgrote deel van het vrachtverkeer al via de meest gewenste route (N251 – Dopersweg – De Vlaschaard en vice versa). Ook rijdt nog een behoorlijk deel via de Hazewegeling. De Dopersweg is voldoende breed om vrachtwagens op de verharding elkaar te laten passeren met een gepaste snelheid. Voor de Hazewegeling geldt dat de verhardingsbreedte onvoldoende is. We adviseren op de Hazewegeling weg aandacht te hebben voor het mogelijk ontstaan van bermschade en dit, waar nodig, tijdig te herstellen of te kiezen voor bermverharding. Omdat de Dopersweg in de toekomstige situatie de grootste toename van vrachtverkeer te verwerken krijgt adviseren we tot slot om het kruispunt Dopersweg – Oude Eedeweg in combinatie met het vrijliggend fietspad te herzien. De inrichting van het kruispunt is niet gangbaar omdat een fietser hier, onterecht, kan concluderen dat hij voorrang heeft of verkeer van en naar de Dopersweg.

Vrijliggende fietspaden in combinatie met gelijkwaardige kruispunten kunnen daardoor voor twijfelgedrag zorgen. Dit wil je bij een conflict tussen fiets- en vrachtverkeer ten alle tijden voorkomen. We adviseren dit kruispunt te beschouwen op locatie en een afweging op basis van het huidig gebruik te maken, of maatregelen gewenst zijn.

CONCLUSIE WATERSCHAPSWEGEN De Hazewegeling en Dopersweg zijn in beheer en eigendom van het waterschap. Deze wegen vormen ook in de toekomst de belangrijkste verbindingen tussen het bedrijventerrein en de N251. Voor de Dopersweg en Oude Eedeweg (beide 6,2 meter breed) geldt dat de beperkte toename van vrachtverkeer geen gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid of onderhoudsstaat van de weg. Vrachtverkeer kan elkaar zonder, gebruik van bermen met gepaste snelheid (30 kilometer per uur) passeren. Voor de Hazewegeling (5,2 meter breed) geldt dat de toename van vrachtverkeer mogelijk tot extra bermschade leidt. Monitoring is nodig om vast te stellen of maatregelen daadwerkelijk nodig zijn. Tot slot concluderen we dat de inrichting van het kruispunt Dopersweg – Oude Eedeweg niet overeenkomt met inrichtingskenmerken omdat een fietser hier, onterecht, kan concluderen dat hij voorrang heeft of verkeer van en naar de Dopersweg. Dit kan tot twijfelgedrag en daarmee verkeersonveiligheid leiden.

ADVIES WATERSCHAPSWEGEN We adviseren, na uitbreiding van het bedrijventerrein Vlaschaard, te monitoren of maatregelen aan de bermen in de Hazewegeling nodig zijn. Daarnaast adviseren we de inrichting van het kruispunt Dopersweg – Oude Eedeweg te herzien en daarbij rekening te houden met inrichtingskenmerken die horen bij dit type kruispunt.

Verkeersonderzoek uitbreiding bedrijventerrein De Vlaschaard, Eede Concept | 6 juni 2024

BIJLAGEN Drukste uur 9 januari 2024 07:30-08:30 uur 0

16

Drukste uur 9 januari 2024 17:00-18:00 uur

7

1

4

1

3

5

8

4

6

7

8

6

12 1

3

21

8 10

2 4

21

4

4 2

17

2 5

5

7

4

Aantal voertuigen in de drukste periodes op 9 januari.

Drukste uur 11 januari 2024 07:30-08:30 uur 0

23

Drukste uur 11 januari 2024 16:30-17:30 uur

5

1

4

1

3

4

5

0

4

5

6

6

7 1

3

17

2 7

Aantal voertuigen in de drukste periodes op 11 januari.

14 7

2 5

19

4

4 3

23

6

12

7

Huidige watergang 5.62

+1.45

+1.30

+1.00

Onderhoudsstrook 5.00

Bosschage 8.00

Berm 2.00

Perceelsgrens

Berm 2.00

Perceelsgrens

Perceelsgrens

+1.00

Bosschage 8.00

Onderhoudsstrook 5.00

Perceelsgrens

Nieuwe watergang (Watergang 1) 7.70

+1.45

+1.00

+1.10

T100 = +0.60

T100 = +0.80

1:2

1:2

Zomerpeil = -0.20 N.A.P. Zomerpeil = -0.20 N.A.P. Winterpeil = -0.35 N.A.P.

-0.60

Profiel D-D Schaal 1:50

Profiel A-A Schaal 1:50

Huidige watergang 9.10

+1.70

Bosschage 8.00

Nieuwe watergang (Watergang 2) 14.47

Onderhoudsstrook 5.00

Berm 7.50

Huidige rijbaan 6.50

Perceelsgrens

Berm 2.00

+1.55 +1.30

+1.30

T100 = +0.80

1:2 1:2

Zomerpeil = -0.20 N.A.P. Winterpeil = -0.35 N.A.P.

-1.00

+1.70

Rijbaan 6.50

Nieuwe watergang (Watergang 3) 7.50

Berm 1.00

Berm 2.00

Bosschage 8.00

Berm 2.00

Perceelsgrens

Berm 2.00

-1.00

+1.45 +1.30

+1.30

Perceelsgrens

Profiel B-B Schaal 1:50

Berm 2.00

Rijbaan 6.50

Berm 4.75

Greppel 3.25

1:2

+1.70

Perceelsgrens

T100 = +0.80

1:2

Profiel C-C Schaal 1:50

+1.70

+1.61

Zomerpeil = -0.20 N.A.P. Winterpeil = -0.35 N.A.P.

+1.57 +1.42

Profiel E-E Schaal 1:50

-1.00

A

Streefpeil zomer: -0,20 mNAP Streefpeil winter: -0,35 mNAP

Streefpeil zomer: -0,20 mNAP Streefpeil winter: -0,35 mNAP

Te handhaven watergang

7.70

7.70

Watergang 1

5.00

5.00

20.00

8.00

5.00

3.00

8.00

8.00

2.00

2.00

Watergang 2

A

Oppervlakte: 9390 m2

8 8

14 14

22 22

Te handhaven watergang

20 20

24 24

10

12

6

10

12

4

6

4

E 2.00

6.50

6.50

Duiker BT Ø600

2.00

Wervenweg

Wervenweg

Wervenweg

8.00

8.00

E

1 1

D

D

5

mNAP Streefpeil zomer: -0,20 mNAP Streefpeil winter: -0,50

3 3

Streefpeil zomer: -0,20 mNAP Streefpeil winter: -0,35 mNAP

8.00

2.00

7.95

6.50

Oppervlakte: 18136 m2

2.00

2.00

8.00

5.00

14.50

7.50

Bermen (gras)

tsweg

5.17

Ambachtsweg

6.70

Percelen (terrein)

AmA bacm htsweg bach

Oppervlakte: 6208 m2

Rijbaan van asfalt

6 6

Bosschage (groenstrook)

Zomerpeil (nat oppervlakte water)

Watergang 3

Talud watergang incusief beschoeiing

Huidige watergang

4 4

Nieuwe boom Gedeelte verharding komt te vervallen i.v.m. versmallen rijbaan

Nieuwe perceelsgrenzen

Duiker BTØ500

3 3

Nieuw aan te brengen duikers

2

C 6.50 1.00

Watergang 4

8.00

Ambachtsweg

0

2

4

6

8m

N

Ambachtsweg

Uitbreiding Vlaschaard Eede

Datum: Tekeningnummer: Papierformaat: Schaal:

2.00

Voorlopig Ontwerp - Watercompensatie

7.50

Streefpeil zomer: -0,20 mNAP Streefpeil winter: -0,35 mNAP

WATERCOMPENSATIE

2.00

C

Duiker BT Ø500

2.00

Omdat morgen mooier mag

2

14-10-2025 001058_T1-06 A0 841x1260mm 1:500

Oude Ee Oud de w e e g E e d eweg

Legenda

5

B

B

Stikstofdepositieonderzoek Bedrijventerrein De Vlaschaard te Eede in het kader van een planologische wijziging

Stikstofdepositieonderzoek in het kader van een planologische wijziging

Adromi B.V. Reeweg 146 3343 AP Hendrik-Ido-Ambacht T 078 – 684 55 55 F 078 – 684 55 59 info@adromi.nl www.adromi.nl K.v.K. 230.825.46 te Rotterdam BTW: 8050.63.286.B.01 IBAN: NL75RABO0385477481

Projectnummer: Versie: Status: Datum: Auteur: Gecontroleerd:

R202530 2501a Definitief 8 oktober 2025 Y. Hidskes V. Kroon

Stikstofdepositieonderzoek

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 4

2.

Wet- en regelgeving......................................................................................................................... 5

3.

4.

5.

2.1.

Natura 2000-gebieden in de Omgevingswet .......................................................................... 5

2.2.

Huidige wet- en regelgeving ................................................................................................... 6

2.3.

Toetsing van effecten op buitenlandse Natura 2000-gebieden ............................................. 8

Gebruiksfase .................................................................................................................................. 10 3.1.

Algemeen ............................................................................................................................. 10

3.2.

Bedrijfsvoering ..................................................................................................................... 11

3.3.

Invoergegevens rekenmodel ................................................................................................ 13

Bouwfase ....................................................................................................................................... 15 4.1.

Algemeen ............................................................................................................................. 15

4.2.

Uitgangspunten en invoergegevens ..................................................................................... 15

Resultaten – bouw- en gebruiksfase .............................................................................................. 18 5.1.

Beoordeling Nederlandse Natura 2000-gebieden ................................................................ 18

5.2.

Beoordeling Belgische Natura 2000-gebieden ..................................................................... 18

5.3.

Conclusie .............................................................................................................................. 18

Bijlage 1 Invoergegevens en resultaten AERIUS..................................................................................... 19

Adromi B.V.

Pagina 3 van 19

Stikstofdepositieonderzoek

1.

Inleiding

Het is de bedoeling om bedrijventerrein De Vlaschaard in Eede uit te breiden in westelijke richting met een bruto oppervlak van circa 3,9 ha voor bedrijvigheid uit maximaal milieucategorie 3.2. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, dient het planologische regime te worden gewijzigd. In verband met deze planologische wijziging, heeft de gemeente Sluis een stikstofdepositieonderzoek laten uitvoeren. Hierin zijn de stikstofemissies ten gevolge van de beoogde invulling van het bedrijventerrein (beoogde bedrijfsvoering; gebruiksfase) alsmede de realisatie van de het bedrijventerrein (bouwfase) met de daaraan gekoppelde gevolgen voor de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden onderzocht. Met behulp van modelberekeningen zijn de bijdragen aan de stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden bepaald ten gevolge van de emissies van stikstof(di)oxide en ammoniak die ontstaan in de beoogde situatie. Naast de bijdrage van de activiteiten binnen het bedrijventerrein zelf, is ook de bijdrage aan de stikstofdepositie ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking van het bedrijventerrein bepaald. Het betreft hier verkeer op de wegen buiten de grenzen van het bedrijventerrein. In deze rapportage wordt verslag gedaan van de uitgevoerde berekeningen en gehanteerde uitgangspunten.

Adromi B.V.

Pagina 4 van 19

Stikstofdepositieonderzoek

2.

Wet- en regelgeving

2.1. Natura 2000-gebieden in de Omgevingswet In de Omgevingswet (artikel 2.44) zijn natuurgebieden aangewezen die beschermd zijn. Het gaat daarbij onder andere om Natura 2000-gebieden, geclassificeerd als Habitatrichtlijn- en/of Vogelrichtlijngebieden. Hieronder zijn de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden in kaart gebracht. Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Nederlandse Natura 2000-gebied ‘Groote Gat’ ligt op circa 8,2 kilometer ten noorden van het bedrijventerrein. Daarnaast liggen de Nederlandse Natura 2000-gebieden ‘Zwin & Kievittepolder’ en ‘Westerschelde & Saeftinghe’ binnen een straal van 15 kilometer vanaf het bedrijventerrein. Naast de voornoemde Nederlandse Natura 2000-gebieden, liggen er ook meerdere Belgische Natura 2000-gebieden nabij het bedrijventerrein, waaronder onder andere ‘Het Zwin’, ‘Poldercomplex’ en ‘Krekengebied’. In onderstaande figuur is de ligging van het bedrijventerrein ten opzichte van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.

Figuur 2.1: Weergave van de ligging van het bedrijventerrein te Eede (“1”) t.o.v. Natura 2000-gebieden

Op grond van de Omgevingswet is het verboden om projecten, plannen of andere handelingen uit te voeren die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van de habitats in de aangewezen gebieden kunnen verslechteren of die een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen ten opzichte van de situatie op het moment dat de natuurgebieden zijn aangewezen als Habitatrichtlijn- en/of Vogelrichtlijngebieden. Zodoende is een onderzoek naar de stikstofdepositie ten gevolge van de maximale invulling van de beoogde bedrijfsvoering binnen de uitbreiding van het bedrijventerrein uitgevoerd.

Adromi B.V.

Pagina 5 van 19

Stikstofdepositieonderzoek

2.2. Huidige wet- en regelgeving Het huidige beleid omtrent stikstofdepositie stelt dat er geen relevante depositie mag plaatsvinden op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van het uitvoeren van een plan. Indien geen depositie plaatsvindt, kan het plan doorgang vinden. Er vindt geen relevante depositie plaats wanneer deze kleiner is dan 0,00 mol/ha/jaar. Significant negatieve effecten als gevolg van stikstofemissie kunnen in dat geval worden uitgesloten, ook van eventuele cumulatie met andere plannen welke evenmin een relevante stikstofemissie hebben. Indien blijkt dat er (een toename van) depositie plaatsvindt (> 0,00 mol/ha/jaar), dan kunnen significant negatieve gevolgen niet worden uitgesloten. Dit geldt uitsluitend voor gebieden die thans overbelast of naderend overbelast zijn. Wanneer significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, zijn er in eerste instantie twee opties om te komen tot een situatie waarin het plan doorgang kan vinden zonder vergunning voor een Natura 2000-activiteit. Deze twee opties zijn aanpassingen aan het plan en een ecologische voortoets en kunnen zowel afzonderlijk als in combinatie worden ingezet.

In het geval dat bovenstaande (vergunningsvrije) opties geen uitkomst bieden (er vindt depositie plaats met inachtneming van deze opties), blijft de waarschijnlijkheid of het risico bestaan dat het plan significant negatieve gevolgen heeft voor één dan wel meerdere Natura 2000-gebieden. Er moet dan een passende beoordeling worden gemaakt, waarin er verschillende opties zijn om tot een vergunbare situatie te komen. Een vergunning voor een Natura 2000-activiteit is hierbij een vereiste. In een passende beoordeling komen verschillende opties aan de orde. Hierbij kan worden gedacht aan mitigerende maatregelen (waaronder (tijdelijk) intern en extern salderen) en/of een ADC-toets. Intern salderen is met de uitspraak van de Raad van State van 18 december 2024 (opnieuw) vergunningplichtig. Intern salderen Bij ‘intern salderen’ leidt de nieuwe, beoogde situatie niet tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de (juiste) referentiesituatie. Om te bepalen of de nieuwe situatie tot een toename van stikstofdepositie leidt, wordt een verschilberekening gemaakt tussen deze beoogde situatie en de vergunde en gerealiseerde stikstofdepositie in de referentiesituatie. Het gaat hierbij expliciet om activiteiten binnen dezelfde (bedrijfs)grenzen.

Indien er door intern salderen netto geen toename is van stikstofdepositie binnen het plan, dan kunnen significante effecten worden uitgesloten. Extern salderen Het is ook mogelijk om de negatieve effecten van een plan te salderen met de positieve effecten van het (gedeeltelijk) intrekken van de vergunning van een ander plan of project (andere locatie). Omdat hier de vergunning voor een activiteit buiten het plan wordt betrokken, wordt dit betiteld als ‘extern salderen’. Additionaliteit De mitigerende maatregelen moeten enerzijds van dien aard zijn dat de positieve effecten hiervan vaststaan en anderzijds moeten de maatregelen additioneel zijn. Dit tweede aspect wordt het Adromi B.V.

Pagina 6 van 19

Stikstofdepositieonderzoek

additionaliteitsvereiste genoemd en dit houdt in dat de vrijgekomen stikstofruimte niet nodig is om verslechtering van de beschermde natuur binnen het Natura 2000-gebied te voorkomen. Mitigerende maatregelen kunnen namelijk naast het mitigeren ook worden ingezet als natuurmaatregelen: instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Het additionaliteitsvereiste stelt dat moet worden onderbouwd dat voor het Natura 2000-gebied voldoende natuurmaatregelen zijn of op korte termijn worden getroffen om de instandhoudingsdoelstellingen te behalen. Met andere woorden: de mitigerende maatregelen zijn niet nodig als passende maatregel. Beleidsregel salderen In de ‘Beleidsregels natuurbescherming Zeeland 2022’ (versie geldend vanaf 1 januari 2025) is opgenomen aan welke voorwaarden extern salderen moet voldoen. Tevens is in de beleidsregel aangegeven dat de stikstofdepositie moet worden berekend met de meest recente versie van de AERIUS Calculator. Met oog op de recent ingetreden vergunningplicht voor intern salderen, wordt ook voor intern salderen aangesloten bij deze beleidsregel. Ecologische beoordeling(en) Als significant negatieve effecten door stikstofdepositie niet kunnen worden uitgesloten, moet er getoetst worden of de kans bestaat op aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden.

Hierbij moet beoordeeld worden of de stikstofdepositie een risico vormt voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen zoals deze voor elk Natura 2000-gebied zijn bepaald. Hiervoor wordt een ecologische voortoets opgesteld. De ecologische voortoets is een beoordeling waarin het voorkomen van habitattypen of soorten in een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van habitattypen of de staat van instandhouding van habitattypen of soorten worden beoordeeld. In principe is deze beoordeling vergunningsvrij. Als de uitkomst van de ecologische voortoets is dat er geen risico bestaat op aantasting van natuurwaarden, kan er toestemmingverlening door het bevoegd gezag worden gegeven (al dan niet in de vorm van een natuurvergunning). ADC-toets Als schade aan kwetsbare Natura 2000-gebieden en habitattypen niet kan worden voorkomen, is er voor sommige plannen en projecten de mogelijkheid van het succesvol doorlopen van de ADC-toets. Er moet dan sprake zijn van: − Het ontbreken van alternatieven; − Het bestaan van een dwingende reden van groot openbaar belang om het plan of project doorgang te verlenen (werkgelegenheid, volkshuisvesting, volksgezondheid, nationale economische belangen, verkeersveiligheid, duurzaamheid); − De schade aan kwetsbare habitattypen moet gecompenseerd worden door de aanleg van nieuwe natuur binnen of buiten de huidige Natura 2000-gebieden.

Bij het succesvol doorlopen van de ADC-toets kan de natuurvergunning worden verleend.

Adromi B.V.

Pagina 7 van 19

Stikstofdepositieonderzoek

Referentiesituatie Indien er gebruik wordt gemaakt van salderen, dan moet worden gesaldeerd met de referentiesituatie. Indien er sprake is van een verleende vigerende en onherroepelijke natuurvergunning of een omgevingsvergunning met verklaring van geen bedenkingen (vvgb) geldt dit als referentiesituatie. Het is daarbij niet relevant of de volledige ruimte binnen hetgeen dat toegestaan is ook volledig gerealiseerd is: het gaat om de vergunde situatie. Als geen sprake is van dergelijke toestemmingen, geldt een op de referentiedatum aanwezige toestemming/vergunning. De referentiesituatie bij plannen, welke voor het aspect milieu zijn toegestaan, betreft de huidige feitelijk aanwezige, planologische legale. 2.3. Toetsing van effecten op buitenlandse Natura 2000-gebieden De onder de Habitatrichtlijn en/of Vogelrichtlijn aangewezen Natura 2000-gebieden zijn beschermd op Europees niveau. Dit betekent dat ook de mogelijke effecten van stikstofdepositie op buitenlandse Natura 2000-gebieden moeten worden beschouwd. Er gelden echter afwijkende toetsingskaders voor de buitenlandse Natura 2000-gebieden. De toetsingskaders uit de betreffende landen moeten worden gehanteerd, ook bij activiteiten die binnen Nederland plaatsvinden.

Binnen de rekenafstand van 25 kilometer vanaf het bedrijventerrein, bevinden zich met oog op buitenlandse Natura 2000-gebieden uitsluitend Belgische Natura 2000-gebieden. Er zullen dus uitsluitend de mogelijke effecten van stikstofdepositie op Belgische Natura 2000-gebieden worden beschouwd, waarbij de Belgische beoordelingssystematiek zal worden aangehouden. Belgische wet- en regelgeving Op 10 maart 2023 heeft de Vlaamse Regering de Progammatische Aanpak Stikstof (PAS) vastgesteld. In deze PAS zijn diverse reductiedoelstellingen vastgelegd, alsook drempelwaarden voor vergunningplichtige activiteiten en een overgangsregeling met milderende maatregelen, waaronder innovatiesteun en uitkoopregelingen. Middels het Stikstofdecreet, welke door het Vlaamse Parlement op 24 januari 2024 is vastgesteld, is de PAS nu juridisch bindend. Dit is het leidende document voor de Belgische wet- en regelgeving omtrent stikstof(depositie). De hierboven beschreven drempelwaarden zijn in de context van dit stikstofdepositieonderzoek relevant. Op basis van dit Stikstofdecreet, waarbij als worst-case scenario wordt aangenomen dat er sprake is van een Ingedeelde Inrichting of Activiteit (IIOA: een activiteit die gevaarlijk kan zijn voor mens en milieu en waarvoor een vergunning nodig is), geldt het beoordelingskader voor mobiliteit en/of stationaire bronnen.

Uit dit beleid volgt een impactscore, welke gelezen dient te worden drempelwaarde. Deze drempelwaarde is 1% van de kritische depositiewaarde (KDW) van het meest gevoelige betrokken habitattype in het relevante Natura 2000-gebied. Met andere woorden: het gaat om de laagste KDW binnen de betrokken Natura 2000-gebieden. De betrokken Natura 2000-gebieden zijn, op basis van de ligging als weergegeven in figuur 2.1, Poldercomplex, Krekengebied, Polders, Bossen en heiden van zandig Vlaanderen: oostelijk deel, Het Zwin, Duingebieden inclusief IJzermonding en Zwin, Bossen, heiden en valleigebieden van zandig Vlaanderen: westelijk deel, SBZ 3 / ZPS 3, Kustbroedvogels te Zeebrugge-Heist en Vlakte van de Raan. Het laagste KDW binnen al deze Natura 2000-gebieden bedraagt 7 kg N/ha/jaar. De drempelwaarde Adromi B.V.

Pagina 8 van 19

Stikstofdepositieonderzoek

komt dus neer op 0,07 kg N/ha/jaar. Eén kilogram stikstof is gelijk aan ongeveer 70 mol1. De gehanteerde drempelwaarde komt hiermee overeen met 4,9 mol/ha/jaar.

1 Leeswijzer Bijlage Eigen gebruik AERIUS Calculator, versie 1.3, d.d. december 2015

Adromi B.V.

Pagina 9 van 19

Stikstofdepositieonderzoek

3.

Gebruiksfase

3.1. Algemeen De beoogde uitbreiding is gesitueerd ten westen van het bestaande bedrijventerrein ‘De Vlaschaard’ te Eede (gemeente Sluis). In figuur 3.1 is de ligging ten opzichte van de directe omgeving opgenomen.

Figuur 3.1: Ligging van het plangebied, indicatief rood omlijnd (bron: Google Maps, bewerkt)

Binnen het plangebied zullen meerdere (typen) bedrijven zich vestigen op maximaal circa 3,9 hectare. Hierbij wordt rekening gehouden met bedrijvigheid van maximaal milieucategorie 3.2, waarbij ruimte geboden wordt aan een mix aan bedrijven uit de toe te laten categorieën. Hieronder vallen arbeidsextensieve en bezoekersextensieve percelen (loodsen voor opslag en transportbedrijven), arbiedsintensieve bedrijven (bijvoorbeeld productiewerk op locatie) en in mindere mate bezoekersintensieve bedrijven (zoals een groothandel met showroom). Dit is vergelijkbaar met het bestaande bedrijventerrein. Verder zal ook de nodige infrastructuur (wegen, kabels en leidingen) worden gerealiseerd. Onderstaande figuur geeft een schematisch overzicht van het plan.

Adromi B.V.

Pagina 10 van 19

Stikstofdepositieonderzoek

Figuur 3.2: Invulling van het plangebied (bron: Voorlopig Ontwerp, Juust)

De bedrijfsvoering (gebruiksfase) is gebaseerd op informatie vanuit de gemeente Sluis. 3.2. Bedrijfsvoering Er wordt rekening gehouden met een bedrijfsvoering die zes dagen per week gedurende 52 weken per jaar plaatsvindt (312 dagen per jaar). In deze beoogde gebruiksfase zijn verkeersbewegingen binnen en buiten het plangebied (licht, middelzwaar en zwaar wegverkeer), de inzet van mobiele werktuigen en het gebruik van stookinstallaties relevant. 3.2.1. Wegverkeer binnen het plangebied De hoeveelheid verkeer dat als gevolg van het plan zal ontstaan is gebaseerd op gegevens van het uitgevoerde verkeersonderzoek voor deze ontwikkeling2. In dit verkeersonderzoek wordt er op basis van tellingen in de directe omgeving een inschatting gemaakt van de feitelijke verkeersgeneratie van het thans aanwezige bedrijventerrein. Deze verkeerscijfers worden vervolgens geëxtrapoleerd naar de uitbreiding met de verwachting dat deze qua aard en omvang van bedrijfsactiviteiten vergelijkbaar zal zijn. De prognose van het onderzoek luidt dat er per dag 56 vrachtwagens van en naar de uitbreiding van de Vlaschaard rijden. Op basis van de verhouding tussen middelzware en zware vrachtwagens uit tabel 8 van het kennisdocument “Parkeerkencijfers 2024 – Basis voor parkeernormering” van het CROW, gaat het hierbij om 23 middelzware vrachtwagens (41%) en 33 zware vrachtwagens (59%) voor het 2

Verkeersonderzoek – Uitbreiding bedrijventerrein de Vlaschaard, d.d. 6-6-2024

Adromi B.V.

Pagina 11 van 19

Stikstofdepositieonderzoek

werkmilieu “gemengd terrein”. Vervolgens wordt op basis van de verhouding tussen personenauto en vrachtauto uit tabel 7 van deze publicatie bepaald dat er per dag 239 lichte voertuigen van en naar het plangebied rijden. In de onderstaande tabel 3.1 is een overzicht gegeven van de verschillende voertuigen met bijbehorende verkeersaantallen. Tabel 3.1: Overzicht voertuigen en verkeersbewegingen per jaar in de beoogde situatie Aantal bewegingen

Aantal dagen

Aantal voertuigen

Aantal verkeersbewegingen

per dag

per jaar

per jaar

per jaar

Licht verkeer

239

312

74.547

149.094

Middelzwaar verkeer

23

312

7.164

14.327

Zwaar verkeer

33

312

10.308

20.617

Voor het verkeer binnen het plangebied zijn twee rijroutes aangehouden, namelijk één per ontsluitingsweg. De noordelijke rijroute loopt vanaf de Wervenweg (waar de uitbreiding op zal worden ontsloten) naar het doodlopende einde van de beoogde wegen binnen het plangebied. De zuidelijke rijroute loopt vanaf de Wervenweg tot aan de uiterste locatie waar de toekomstige bedrijven op zullen ontsluiten (tot circa halverwege het zuidwestelijke deelgebied). Het verkeer is gelijkwaardig verdeeld over beide rijroutes. 3.2.2. Verkeersaantrekkende werking Naast het wegverkeer binnen de begrenzing van de uitbreiding, zijn in het onderzoek tevens de emissies ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking meegenomen. Het gaat hierbij om dezelfde verkeersaantallen als weergegeven in tabel 3.1. Voor de verkeersaantrekkende werking is ook rekening gehouden met twee rijroutes. Deze rijroutes lopen vanaf respectievelijk de noordelijke en de zuidelijke ontsluiting van de uitbreiding, via de Wervenweg, de Oude-Eedeweg en de Dopersweg naar de Rijksweg. Ter hoogte van de Rijksweg wordt het verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld als hoofdontsluitingsweg van de regio. De aangehouden rijroutes zijn weergegeven in bijlage 1. 3.2.3. Koude starts Er wordt aangehouden dat alle lichte voertuigen en 25% van de vrachtwagens een koude start zal hebben binnen het plangebied.

Dit wordt gerechtvaardigd vanuit het gegeven dat personenwagens veelal door medewerkers zullen worden benut die 8 uur per dag aanwezig zijn. Voor wat betreft de vrachtwagens geldt dat (deels) sprake zal zijn van bezorging en/of ophalen van goederen door derden, met andere woorden vrachtverkeer dat niet zijn uitvalsbasis heeft op het nieuwe bedrijfsterrein. 3.2.4. Stookinstallaties, mobiele werktuigen en overige emissiebronnen Binnen het plangebied zal in de beoogde situatie sprake zijn van de inzet van aardgasgestookte installaties en mobiele werktuigen alsmede van overige (kleine) emissiebronnen, zoals lassen. De emissies vanuit deze activiteiten zijn berekend op basis van berekende emissiekengetallen voor de te verwachten bedrijvigheid, doordat er vooralsnog geen specifieke bedrijfssituaties bekend zijn.

Adromi B.V.

Pagina 12 van 19

Stikstofdepositieonderzoek

De emissiekengetallen voor NOx zijn in 2006 door Arcadis vastgesteld voor het Regionaal Bedrijventerrein Twente te Almelo3, waarna deze methodiek is goedgekeurd door de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB). De gehanteerde emissiekengetallen, welke op basis van CBS gegevens betreffende bedrijfsgebonden emissies zijn bepaald, zijn vervolgens geactualiseerd en gehanteerd in het Luchtkwaliteit onderzoek Bedrijventerrein Distriport4. Deze berekeningsmethodiek voor het berekenen van de NOx-emissiekengetallen is vervolgens in het kader van dit onderzoek op de meest actuele gegevens van het CBS van 2023 toegepast om een NOx-emissiekengetal te berekenen. Dit geeft emissiekengetal voor een gemiddeld bedrijventerrein in Nederland (35,2 kg NOx/ha terrein). Er kan voor deze uitbreiding worden aangenomen dat de mobiele werktuigen moderner zijn dan gemiddeld. Dit komt neer op Stage IV of hoger. De samenstelling van werktuigen op bestaande, gemiddelde bedrijventerreinen in Nederland betreft (vereenvoudigd) circa 40% Stage IIIB en 60% Stage IV. De uitbreiding zal voor 100% bestaan uit Stage IV werktuigen. Dit betekent dat de uitbreiding ongeveer een kwart van de emissie kent van een gemiddeld bedrijventerrein (1,56 g/kWh t.o.v. 0,4 g/kWh). Dit komt neer op een emissiekengetal van 9,0 kg NOx/ha terrein.

De emissie van NH3 bedraagt bij de inzet van mobiele werktuigen ongeveer 4% van de emissie van NOx. Het emissiekengetal van NH3 bedraagt hiermee 0,4 kg NH3/ha terrein. Dit is een worst-case benadering, omdat de inzet van stookinstallaties en/of lassen geen NH3-emissies kennen. De emissiekengetallen zijn vervolgens gecombineerd met de beoogde (netto) oppervlakten van het plangebied. Onderstaande tabel 3.2 geeft een overzicht van de berekende emissies. Tabel 3.2: Berekende stikstofemissies per bebouwd deel van het plan Emissiekengetallen

Oppervlakte

Emissies

kg NOx/ha/jaar

kg NH3/ha/jaar

ha

kg NOx/jaar

kg NH3/jaar

Noordelijke terreindeel

9,0

0,4

0,985

8,88

0,39

Zuidoostelijke terreindeel

9,0

0,4

1,895

17,08

0,75

Zuidwestelijke terreindeel

9,0

0,4

0,622

5,61

0,25

3.3. Invoergegevens rekenmodel In deze paragraaf worden de gegevens toegelicht die gebruikt zijn voor de relevante bronnen, zoals toegepast voor modellering van de stikstofemissies voor de gebruiksfase. 3.3.1. Verkeer De emissies vanuit het verkeer zijn ingevoerd als twee lijnbronnen in de sectorgroep ‘wegverkeer’ onder sector ‘rijdend verkeer’ met wegtype ‘binnen bebouwde kom’ voor het verkeer binnen het plangebied en wegtype ‘buitenweg’ voor de verkeersaantrekkende werking. Er is voor beide lijnbronnen uitgegaan van type hoogteligging ‘normaal’ met weghoogte ‘0’ en een rijrichting van ‘beide richtingen’. In de lijnbronnen is het aantal verkeersbewegingen (aantal voertuigen maal twee) ingevoerd. Er is een filepercentage van 10% aangehouden voor al het verkeer binnen het plangebied 3

Luchtkwaliteit onderzoek Regionaal Bedrijventerrein Twente te Almelo d.d. 20 november 2006, 110623/CE6/ 262/000556 4 Luchtkwaliteit onderzoek Bedrijventerrein Distriport Grontmij, 24 augustus 2009, (RvS uitspraak 201004316/1/R1, 4 april 2012)

Adromi B.V.

Pagina 13 van 19

Stikstofdepositieonderzoek

om rekening te houden met manoeuvreren en stationair draaien. Er is een filepercentage van 0% aangehouden voor de verkeersaantrekkende werking. De AERIUS Calculator berekent met deze invoergegevens de NOx- en NH3-emissies in kg/jaar. 3.3.2. Koude starts De koude starts zijn ingevoerd als vlakbron in de sectorgroep ‘wegverkeer’ onder sector ‘koude starts: overig’ over het gehele plangebied, omdat deze in principe binnen het gehele plangebied zullen kunnen voorkomen. 3.3.3. Stookinstallaties, mobiele werktuigen en overige emissiebronnen De berekende emissies vanuit de inzet van stookinstallaties en mobiele werktuigen, alsmede vanuit overige emissiebronnen, zoals beschreven in paragraaf 3.2.3 zijn ingevoerd als drie vlakbronnen over de drie bebouwde delen van het plangebied. Deze vlakbronnen zijn ingevoerd in de sector ‘Anders’ met als temporele variatie ‘Standaard Profiel Industrie’. Hierbij is een uittreedhoogte gehanteerd van 5 meter met een spreiding van 5 meter. Dit is de helft van de maximale bouwhoogte5 van het bestaande bedrijventerrein en wordt als representatief beschouwd voor de uitbreiding. Gezien de beoogde activiteiten binnen het plangebied (niet energie-intensief), wordt een warmte-inhoud van 0 MW aangehouden.

Het rekenen zonder warmte-inhoud is een worst-case scenario, omdat de berekende stikstofdepositie dan hoger zal zijn, zowel nabij als ver weg van de bron, ten opzichte van een berekening met een beperkte/hogere warmte-inhoud. 3.3.4. Versie en rekenjaar Als rekenjaar is 2026 aangehouden. De berekeningen zijn uitgevoerd met de AERIUS Calculator 2025.0.1.

5

Emissiekentallen NOx en NH3 voor PAS / AERIUS, Tauw, 2018, Berend Hoekstra, Luc Verhees, Albert Brouwer & Rianne Dröge, TAUW rapport #R001- 1265262BWH-V01-aqb-NL.

Adromi B.V.

Pagina 14 van 19

Stikstofdepositieonderzoek

4.

Bouwfase

4.1. Algemeen De definitieve invulling van het plangebied, met oog op het aantal percelen alsmede de te realiseren bedrijfsbebouwing binnen deze percelen, is in het huidige stadium onbekend. Om toch te komen met een redelijkerwijs te verwachte bouwfaseberekening, is invulling gegeven aan het plangebied op basis van de bestaande en omliggende bebouwing. Zoals weergegeven in tabel 3.2, is er sprake van een netto oppervlakte van circa 3,5 hectare. Verwacht wordt dat circa 80% van deze oppervlakte zal worden bebouwd met bedrijfsbebouwing. In totaal zal hiermee circa 2,8 hectare aan bebouwing worden gerealiseerd. De bouwfase bestaat uit het bouwrijp maken van de grond en de realisatie van de bedrijfsgebouwen. Tijdens de bouwfase zullen er diverse stikstofemissiebronnen zijn. De volgende emissiebronnen zijn relevant: − Verkeersbewegingen ten behoeve van bouwpersoneel, -materiaal- en -materieel; − Diverse mobiele dieselwerktuigen; − Diverse vrachtwagenactiviteiten. In aanvulling op bovenstaande dieselwerktuigen, kan er eveneens sprake zijn van de inzet van elektrische werktuigen. Daar deze elektrische werktuigen geen stikstofemissies hebben, zijn deze in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Specifieke gegevens over het gebruik van mobiele werktuigen en verkeersbewegingen zijn gebaseerd op kentallen en referentiegegevens die reeds bij het adviesbureau bekend zijn.

Hierbij wordt een te bebouwen oppervlakte van 2,8 hectare gehanteerd. Er wordt een maatgevend (lees: maximaal) jaar aan bouwactiviteiten inzichtelijk gemaakt. 4.2. Uitgangspunten en invoergegevens 4.2.1. Verkeer Zwaar verkeer Verwacht wordt dat er maximaal 1.100 vrachtwagens van en naar het plangebied rijden voor de aanvoer van bouwmateriaal- en materieel en de afvoer van bouwafval/grond. Van deze 1.100 vrachtwagens zijn er maximaal 550 truckmixers met beton. Licht verkeer Er wordt van uitgegaan dat maximaal 5.000 lichte voertuigen van en naar het plangebied rijden ten behoeve van vervoer van personeel voor de bouw (en eventueel kleinschalige aanvoer van materiaal). Verkeer binnen het plangebied Voor het verkeer binnen het plangebied wordt dezelfde rijroute aangehouden als voor de gebruiksfase. Het verkeer binnen de begrenzing is dan ook op dezelfde wijze ingevoerd als beschreven in paragraaf 3.3.1.

Adromi B.V.

Pagina 15 van 19

Stikstofdepositieonderzoek

Verkeersaantrekkende werking Ook voor de verkeersaantrekkende werking wordt aangesloten bij de gebruiksfase, voor zowel de rijroute als de invoer. Verwezen wordt naar paragraaf 3.3.1. Onderstaande tabel toont een overzicht van de aangehouden verkeersaantallen voor de bouwfase. Tabel 4.1: Overzicht van de voertuigen in de bouwfase Emissiebron Vrachtwagens

Voertuigen aantal per jaar 1.100

Verkeersbewegingen aantal per jaar 2.200

Personen- en bestelwagens

6.500

13.000

Koude starts In de bouwfase hebben uitsluitend de lichte voertuigen koude starts. Het zware verkeer is binnen twee uur vertrokken vanuit het plangebied. Er wordt voor de invoer aangesloten bij de gebruiksfase, zie paragraaf 3.3.2. 4.2.2. Mobiele werktuigen Er wordt van uitgegaan dat gedurende de bouwfase een diversiteit aan mobiele werktuigen in gebruik zal zijn. Voor het storten van beton wordt rekening gehouden met stationair draaiende truckmixers. Op basis van de tabellen bij rapport TNO 2021 R123056, is het brandstofverbruik van de werktuigen bepaald bij gemiddeld gebruik. Hierbij is eveneens de gemiddelde belasting van dit TNO-rapport aangehouden. Onderstaande tabel toont de aangehouden uitgangspunten voor de werktuigen. Er wordt uitgegaan van werktuigen die voldoen aan stageklasse IV (bouwjaar van 2014 tot en met 2018), waarbij deze Stage IV werktuigen een AdBlue-verbruik hebben van 6% van het dieselverbruik. Tabel 4.2: Overzicht van de werktuigen in de bouwfase Werktuig Vermogen Stageklasse kW

Belasting %

Bedrijfs duur uur/jaar

Diesel verbruik liter/uur

Diesel verbruik liter/jaar

Shovel Graafmachine Bouwkraan, groot Bouwkraan, klein Heistelling Betonpomp

140 140 280 200 280 260

Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV

36,7 36,7 36,7 36,7 36,7 38,0

736 440 720 400 160 150

14,7 14,7 28,8 20,7 28,8 27,7

10.792 6.452 20.725 8.286 4.605 4.150

Heftruck Hoogwerker Overige machines groot Overige machines klein

60 40 140 20

Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV

36,7 36,7 29,9 36,7

360 1.400 200 600

6,6 4,6 12,1 2,6

2.374 6.409 2.427 1.557

AdBlue verbruik liter/jaar 648 387 1.243 497 276 249 142 n.v.t. 146 n.v.t.

6

Ligterink, N. E., Dellaert, S., & Van Mensch, P. (10 december 2021). AUB (AdBlue verbruik, Uren en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen. TNO 2021 R12305.

Adromi B.V.

Pagina 16 van 19

Stikstofdepositieonderzoek

Naast emissies vanuit de mobiele werktuigen, zijn er ook emissies vanuit vrachtwagenactiviteiten, namelijk lossende truckmixers. Per lossing wordt een bedrijfsduur van een half uur aangehouden. In totaal lossen de truckmixers hiermee circa 150 uur. De vrachtwagenactiviteiten worden hierbij geclassificeerd als ‘Zware utiliteitsvoertuigen (meer dan 6L cilinderinhoud) op diesel’ (ZUT). De mobiele werktuigen en vrachtwagenactiviteiten zijn ingevoerd in de sectorgroep ‘mobiele werktuigen’ als vlakbron over het plangebied, omdat de activiteiten in principe uitsluitend binnen het plangebied uitgevoerd zullen worden. Het brandstofverbruik op jaarbasis, de bedrijfsduur op jaarbasis en, indien relevant, het AdBlue verbruik op jaarbasis zijn voor de werktuigen >75 kW en <56 kW en tussen 56 en 75 kW gesommeerd ingevoerd. Voor de vrachtwagenactiviteiten zijn uitsluitend de totale bedrijfsduren ingevoerd. Er wordt aangesloten bij de default bronkenmerken van iedere categorie. De AERIUS Calculator berekent hierbij de NOx- en NH3-emissies in kg/jaar. 4.2.3. Fasering Aangenomen wordt dat de realisatie van het industrieterrein tenminste twee jaar zal duren. Zoals thans beschreven in paragraaf 4.1, gaat deze paragraaf in op het maatgevende (eerste) jaar aan bouwactiviteiten. Het tweede jaar zullen de emissies dan ook lager liggen dan in het eerste jaar. 4.2.4.

Versie en rekenjaar De berekeningen zijn uitgevoerd met AERIUS Calculator 2025.0.1 (de meest recente versie op de in de notitie vermelde datum). Als rekenjaar voor het maatgevende jaar van de bouw is 2026 aangehouden.

Adromi B.V.

Pagina 17 van 19

Stikstofdepositieonderzoek

5.

Resultaten – bouw- en gebruiksfase

Met de in de voorgaande hoofdstukken vermelde gegevens zijn berekeningen uitgevoerd naar het effect op de stikstofdepositie vanwege de beoogde uitbreiding van bedrijventerrein De Vlaschaard. Hierbij is rekening gehouden met zowel de bouwfase als de gebruiksfase. Uit de berekening met de AERIUS Calculator volgt dat er vanuit zowel de bouw- als de gebruiksfase geen stikstofdepositie optreedt op Nederlandse Natura 2000-gebieden. Er vindt daarentegen wel stikstofdepositie plaats op twee Belgische Natura 2000-gebieden (middels eigen rekenpunten). 5.1. Beoordeling Nederlandse Natura 2000-gebieden Uit de berekening met de AERIUS Calculator volgt dat er vanuit zowel de bouw- als de gebruiksfase geen stikstofdepositie optreedt op Nederlandse Natura 2000-gebieden. 5.2. Beoordeling Belgische Natura 2000-gebieden Uit de berekening met de AERIUS Calculator volgt dat er vanuit zowel de bouw- als de gebruiksfase stikstofdepositie optreedt op Belgische Natura 2000-gebieden. Deze stikstofdepositie bedraagt maximaal 0,01 mol/ha/jaar op een enkele Natura 2000-gebieden (“Polders”,“Krekengebied”, “Poldercomplex”, “Het Zwin” en “Bossen, heiden en valleigebieden van zandig Vlaanderen: westelijk deel”).

Deze stikstofdepositie op de Belgische Natura-2000 gebieden wordt op basis van de in paragraaf 2.3 beschreven regelgeving beschouwd als niet significant en zal niet leiden tot een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de Belgische Natura 2000-gebieden. 5.3. Conclusie Het aspect stikstofdepositie staat de bouw en het gebruik van het plangebied in de beoogde situatie niet in de weg. Er is geen sprake van een Natura 2000-activiteit.

Adromi B.V.

Pagina 18 van 19

Stikstofdepositieonderzoek

Bijlage 1 Invoergegevens en resultaten AERIUS Bouwfase: − AERIUS_projectberekening_20251008100918_Raq2rjkTBZts_Bouwfase − AERIUS_extra_beoordeling_20251008100918_Raq2rjkTBZts_Bouwfase Beoogde situatie: − AERIUS_projectberekening_20251008100928_RY9p6WoTSC6k_Beoogdesituatie − AERIUS_extra_beoordeling_20251008100928_RY9p6WoTSC6k_Beoogdesituatie

Adromi B.V.

R202530

Pagina 19 van 19

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Detailgegevens per emissiebron Resultaten Samenvatting situaties Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Gemeente Sluis Wervenweg/ Ambachtweg, 4529PM Ede Stikstofonderzoek Bouwfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Raq2rjkTBZts 08 oktober 2025, 10:09 OwN2000-rekengrid incl. eigen rekenpunten

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Bouwfase - Beoogd Bouwfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

Raq2rjkTBZts (08 oktober 2025)

2026 -

15,4 kg/j

556,3 kg/j

2/9

Projectberekening

Bouwfase (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 1 4

Verkeer | Koude start: overig | Koude starts - bouwverkeer Mobiele werktuigen | Mobiele werktuigen Verkeersnetwerk

Raq2rjkTBZts (08 oktober 2025)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,3 kg/j 14,6 kg/j 0,5 kg/j

1,7 kg/j 538,4 kg/j 16,2 kg/j

3/9

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=cbe73123-36e2-4379-98a5-5a0e5813af41