a. Ontwerpkadernota recreatief verblijf
Tekst van het document
Daarnaast wordt, gelet op de recreatieparadox, beleidsmatig ingestoken op een gevarieerd toeristisch-recreatief product. Het doel is niet om meer eenheden te realiseren, maar een uniek product. Handreiking bebouwingsplan Zeeuws-Vlaanderen kenmerkt zich door een uitgestrekt, vrij open polderlandschap, onderbroken door dijken, dorpen en boerderijen. Kenmerkend in het landschap zijn de boerderijensembles. Het
25
boerenhuis aan de straat verwelkomt de passant op het erf en is vaak uitgevoerd in zandkleurige of witte baksteen. Maar ook de wit gepleisterde gevel is herkenbaar. De Zeeuwse schuur op het achtererf ontsnapt door zijn afmeting onmogelijk aan het zicht en heeft zich daardoor als herkenbaar element in het landschap gepositioneerd. De houten schuren hebben de kenmerkende zwarte gevelbekleding met daarin de grote opendraaiende mendeuren. Het grote dakvlak van de schuur wordt bedekt met riet maar ook de oranje of donkere dakpan wordt toegepast. De erfclusteringen van de boerderij ensembles vormen een belangrijke inspiratiebron voor de stedenbouwkundige structuur in plannen en hebben vaak ook een grote invloed op de beoogde beeldkwaliteit en architectuur van de vakantiewoningen. De gemeente bouwt in aansluiting op de landelijke en provinciale ontwikkeling mee aan een circulaire economie. Producten en grondstoffen worden hergebruikt en zo min mogelijk vernietigd. Dit betekent dat ook in de toeristische sector zoveel mogelijk gebruik gemaakt wordt van herbruikbaar materiaal. Een voorbeeld hiervan is het toepassen van meer houtskeletbouw. Op deze manier wordt er minder CO2 geproduceerd. Ook kunnen de levenscycli en economische levenscycli van recreatieve eenheden beter op elkaar worden afgestemd.
Voor recreatiewoningen en andere toeristische nachtverblijven wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van natuurlijk materiaal. Hierbij bestaat een voorkeur voor het gebruik van hout. Handreiking kleuren De ligging van Zeeland, de invloed van het land in de zee en de wisseling van de natuur onderscheidt Zeeland van alle andere regio’s in dit deel van West-Europa. De onderscheidende kwaliteiten van Zeeland moeten zoveel mogelijk worden benadrukt, versterkt en gebruikt. Om het Zeeuwse DNA ook in het landschap zichtbaar te maken, is aangesloten bij de kleurenwaaier die de provincie Zeeland heeft opgesteld. De bouwwerken voor recreatief nachtverblijf moeten worden gerealiseerd in natuurlijke en lichte kleuren. Dit geldt voor zowel de gevel als de dakvlakken. Door dit kleurgebruik vallen de bouwwerken weg in het landschap en zijn ze niet dominant aanwezig. Het kleurenpalet van Zeeuws-Vlaanderen kent een breed spectrum aan natuurlijke kleuren: - Aardetinten: in de bebouwde omgeving zien we aardetinten terug in de rieten daken, oranje dakpannen, stenen muren en in de kades in de haven. In de natuur zijn de aardetinten ook rijk vertegenwoordigd, bijvoorbeeld in het zand van de duinen en de klei. In het open agrarisch landschap zijn ook de vlassen en andere gewassen zichtbaar.
- Zwart en wit: De Zeeuwse schuur maar ook andere houten bijgebouwen worden veelal gekenmerkt door het gebruik van grote zwarte vlakken waarbinnen sparing worden omkaderd met witte kozijnen net als de windveren en daklijsten. De schuren zijn niet altijd zwart. Andere kleuren die gebruikt werden zijn grijs-blauw, geel, groen en rood. Groen en blauw: Het weidse landschap maakt dat de hemel altijd onderdeel is van het beeld. Daarnaast is de zee onlosmakelijk verbonden met de locatie. Het zeelicht, de streken van het zonlicht over de zee en de lucht zorgen voor een breed spectrum aan blauwtinten. De Zeeuwse haag, de bremstruwelen, het helmgras van de duinen en het rijke kruidenlandschap verrijken het pallet met groentinten. Daarnaast zijn er ook fijne kleuraccenten van violet en purper te herkennen door onder andere het Zeeuws knoopje.
26
Handreiking landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing van kampeer- en recreatiewoningterreinen is belangrijk gelet op het open en kwetsbare (agrarische) buitengebied. Daarnaast kan landschappelijke inpassing (in combinatie met een interne groenstructuur) een bijdrage leveren aan de kwaliteit en beleving van kampeer- en recreatiewoningterreinen. Om die reden wordt deze handreiking voor landschappelijke inpassing gedaan. Terreinen die uitbreiden moeten voorzien in adequate landschappelijke inpassing. De handreiking kan gebruikt worden voor het geven van invulling aan deze verplichting. Voor bestaande terreinen is het geldende bestemmingsplan en/of gemaakte afspraken bepalend voor de vorm en uitvoering van randbeplanting. Bestaande situaties kunnen in overleg met de gemeente aangepast worden op basis van deze handreiking. Een plan gericht op landschappelijke inpassing en de interne groenstructuur van een terrein kan worden vorm gegeven op basis van één, enkele of een mix van onderstaande criteria: De kernkwaliteiten van het gebied (o.a. landschap, bodem, ecologie, cultuurhistorie); - Impuls voor flora en fauna; - Klimaatadaptatie; - Recreatief medegebruik Deze criteria zijn nader uitgewerkt in bijlage 1 Natuurinclusieve kampeerterreinen in Zeeland en bijlage 2 Suggesties opbouw beplanting en streekeigen soorten.
Beide bijlagen kunnen gebruikt worden als inspiratiekader voor het opstellen van een plan gericht op landschappelijke inpassing. Een plan gericht op landschappelijke inpassing en de interne groenstructuur van een terrein moet in ieder geval aan de volgende voorwaarden voldoen: - Voorzien zijn van een beheerplan. De landschappelijke inpassing dient duurzaam in stand te worden gehouden volgens een beheerplan (bijvoorbeeld terugsnoeihoogte); - Voorzien zijn van duidelijke maatgeving (breedte en hoogte, maatgeving voor plantmateriaal voor aanplant), inzicht in te gebruiken plantsoorten en plantdichtheid in de vorm van tekening en bijbehorende onderbouwing. Handreiking recreatienatuur Recreatienatuur is nieuwe of bestaande natuur waarin extensieve recreatie kan plaatsvinden. Primair is het natuurgebied, maar wel zo ingericht dat bewoners en recreanten in contact komen met natuur, ervan kan genieten en leren. Er is een onderscheid te maken in landschapstypen (zoals duinlandschap, grasland en kreeklandschap met moeraslandschap en rietland), agrarische beleving, extensieve recreatie en intensieve recreatie. Om van extra waarde te zijn in Zeeuws-Vlaanderen is het belangrijk dat verschillende gebieden met elkaar samenhangen en aan elkaar gekoppeld zijn. Door de structuur robuust te maken worden de gebieden minder kwetsbaar en wordt het landschap aantrekkelijk voor recreatie.
De toegankelijkheid moet op een logische manier geregeld zijn; bij voorkeur maken de paden deel uit van een netwerk. De aanleg van recreatienatuur wordt financieel op twee manieren mogelijk gemaakt, namelijk door: - Een afdracht van €34.000,- per hectare verblijfsrecreatieve uitbreiding en/of; - Zelfrealisatie van recreatienatuur à € 34.000,- per hectare verblijfsrecreatieve uitbreiding.
27
Deze handreiking kan gebruikt worden voor het geven van invulling van nieuwe recreatienatuur of opwaardering/verbetering van bestaande recreatienatuur. Beide ontwikkelingen kunnen gekoppeld aan een uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein uitgevoerd worden. Voor bestaande terreinen is het geldende bestemmingsplan en/of gemaakte afspraken bepalend voor de vorm en uitvoering van recreatienatuur. Bestaande situaties kunnen in overleg met de gemeente aangepast worden op basis van deze handreiking. Een plan gericht op de aanleg van recreatienatuur kan worden vormgegeven op basis van in ieder geval de volgende criteria: - Recreatienatuur dient onderdeel te zijn van een breder landschapsbeeld of routestructuur. De recreatienatuur moet passend zijn binnen de omgeving en logisch aansluiten op bestaande routestructuren. Hierdoor komt niet ieder perceel in aanmerking voor de aanleg van recreatienatuur. - Een goede verhouding tussen landschapsverfraaiing enerzijds en versterking van ecologische en natuurlijke waarden anderzijds. - Recreatief medegebruik in de vorm van openbare toegankelijkheid, beleefbaarheid, uitkijkpunten, speeltoestellen, bankjes etc.. - Een goede verhouding tussen natuurwaarden en recreatief medegebruik.
Deze criteria zijn nader uitgewerkt in het rapport ‘Kansen voor recreatienatuur’ (bijlage 3) Dit rapport sluit aan op het inspiratiekader voor beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing en kan gebruikt worden als inspiratiekader voor het opstellen van een plan gericht op de realisatie van nieuwe recreatienatuur of opwaardering/ verbetering van bestaande recreatienatuur. Een plan gericht op de aanleg van recreatienatuur moet in ieder geval aan de voorwaarden voldoen zoals deze zijn opgenomen in de toetsingscriteria voor zelfrealisatie van recreatienatuur (vastgesteld 29 januari 2019): - Recreatienatuur dient openbaar toegankelijk en ook als zodanig beleefbaar te zijn. De zelfrealisatie gaat uit van het toevoegen van recreatieve elementen (o.a. uitkijkpunten, speeltoestellen, bankjes etc.) aan de toegankelijke natuur waardoor deze op een aantrekkelijke manier beleefbaar is. - Zelfrealisatie kan toezien op zowel het toevoegen van recreatienatuur als het geven van een kwaliteitsimpuls aan bestaande recreatienatuur. - De zelfrealisatie dient onderdeel te zijn van een breder landschapsbeeld of routestructuur, passend binnen de vigerende visies en beleidskaders. De voorgenomen zelfrealisatie moet passend zijn binnen de omgeving en logisch aantakken op bestaande routestructuren. Kortom, niet elk perceel komt in aanmerking voor zelfrealisatie.
- Uitgangspunt is dat er geïnvesteerd wordt in landschapsverfraaiing en/of in versterking van ecologische/natuurlijke waarden. In de praktijk kan blijken dat wanneer er sterk ingezet wordt op 1 van deze 2 elementen dat dit een verminderde focus op het andere element betekent. Dit is acceptabel zolang het plan ruim voldoende wordt beoordeeld op het andere aspect en er voldoende basiskwaliteit aanwezig is op het andere element.
28
-
-
-
-
Er mag multifunctioneel gebruik gekoppeld worden binnen het plan. Het mag echter niet zo zijn dat het multifunctionele gebruik (mountainbikeroutes, trimroutes etc.) een beperkende werking heeft op de invulling van de recreatienatuur. Het bedrag van de investering dient inzichtelijk gemaakt te worden. Hierdoor kan een koppeling gelegd worden tussen de verblijfsrecreatieve uitbreiding en de investering in rood voor groen. De grondcomponent telt niet mee in de investering. Beheer en onderhoud dient geborgd te worden en contractueel vastgelegd te worden. Recreatienatuur is toegankelijk voor voetgangers en mogelijk fietsers. Gemotoriseerd verkeer verkrijgt geen toegang. Specifieke uitzonderingen t.b.v. beheer en onderhoud daargelaten. De toe te voegen recreatienatuur dient planologisch de Natuur-bestemming te krijgen.
Met het vastleggen van de voorwaarden voor zelfrealisatie in deze kadernota worden de eerder vastgestelde toetsingscriteria hierdoor vervangen. Toepassing handreikingen De handreiking beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing geldt als een verplichting wanneer verblijfsrecreatieterreinen een kwaliteitsslag maken. Wanneer op basis van het omgevingsplan ruimere mogelijkheden geboden worden aan de verdere ontwikkeling van een verblijfsrecreatieterrein dan in het bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen Sluis’ was toegestaan, dan is bovengenoemde beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing een handreiking bij het benutten van deze mogelijkheden. 4.3.4. DUURZAAMHEID Ook op verblijfsrecreatieterreinen zal duurzaamheid de komende jaren een steeds grotere rol spelen. Consumenten worden zich steeds bewuster van de gevolgen van hun gedrag op het klimaat en zullen naar verwachting hun gedrag hierop aanpassen. Nu al blijkt dat consumenten aandacht voor mens en milieu bij de keuze van een bestemming in toenemende mate doorslaggevend vinden. Uit onderzoek is gebleken dat twee derde van de reizigers hun reis duurzaam en authentiek willen inrichten. Zij zijn zelfs bereid om minstens 5 procent extra te betalen om de milieu-impact zo laag mogelijk te houden (ABN-AMRO, 2018). Op dit moment zijn al steeds meer verblijfsaccommodaties bewust bezig met duurzaamheid.
Nieuwe vakantiewoningen en hotels zijn bijvoorbeeld al steeds vaker zelfvoorzienend in energie. Maar ook op bestaande terreinen worden investeringen op dit gebied gedaan. Het ligt voor de hand dat ondernemers binnen de sector steeds meer rekening moeten houden met dit veranderende gedrag en duurzaamheid moeten meenemen in hun strategie. Overigens niet alleen vanuit het perspectief van toenemende vraag van consumenten maar ook vanwege het toenemende belang van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Als inspiratiekader voor ondernemers wordt aan de volgende mogelijkheden/maatregelen gedacht. Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie is het proces waarbij de samenleving zich aanpast aan het veranderende klimaat. En de schadelijke gevolgen ervan probeert te beperken.
29
In Nederland is het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie opgesteld. Hierin is opgenomen dat Nederland in 2050 klimaatrobuust moet zijn ingericht. Op het moment van schrijven wordt er in het kader van dit Deltaplan een Handelingskader opgestemd met een bijbehorende strategie om uiteindelijk met uitvoeringsplannen ruimtelijke ontwikkelingen zo te realiseren dat deze klimaatrobuuster zijn. Dat het klimaat verandert komt door de grote hoeveelheid broeikasgassen die de mens sinds de industriële revolutie uitstoot. In Nederland merken we dat aan de gemiddeld warmere temperaturen. Daarnaast regent het vaker en hebben we vaker te maken met extreem weer. Denk hierbij aan aanhoudende droogte of hevige regenval. In het Deltaplan wordt daarom ingestoken op vier verschillende thema’s, namelijk hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen. Mogelijke maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie: - Beperken van verharding; - Creëren van wateropvang; - Creëren van meer biodiversiteit. Door verharding te beperken kan water sneller infiltreren in de bodem, dat is gunstig bij veel regenval. Meer wateropvang realiseren kan eveneens wateroverlast beperken bij meer regenval door extreme regenval of langdurige buien. Wanneer verharde oppervlakten (gedeeltelijk) worden vervangen door planten kan het water bij hevige buien sneller in de bodem zakken.
Door de toename van planten ontstaan nieuwe leefgebieden voor kleine diersoorten. Hierdoor neemt de biodiversiteit (diversiteit aan levende soorten) toe. Als er meer verschillende planten en dieren voorkomen neemt de biodiversiteit toe. Door deze toename ontstaat een beter ecosysteem dat eenvoudiger kan inspelen op de nieuwe (klimaats)omstandigheden. Energietransitie De energietransitie is de transitie van het gebruik van het gebruik van fossiele brandstoffen naar het gebruik van duurzame energiebronnen. Hiermee wordt de oorzaak van klimaatverandering (de uitstoot van broeikasgassen) vermeden. Mogelijke maatregelen om invulling te geven aan de energietransitie zijn: - Gasloos bouwen; - Zelf energie opwekken; In dit kader wordt ook verwezen naar bijlage 1 Natuurinclusieve kampeerterreinen in Zeeland. Duurzame bedrijfsvoering Het verduurzamen van de bedrijfsvoering kan op verschillende manieren.
Maatregelen om op het gebied van verduurzamen van de bedrijfsvoering kunnen zijn: - Afvalscheiding (hergebruik van producten, plasticreductie, compostering); - Waterverbruik optimaliseren (waterbesparende douches en toiletten, waterterugwininstallaties); - Geen/minder gebruik van chemische bestrijdings- of schoonmaakmiddelen; - Gebruiken van elektrische voertuigen; - Gebruik natuurlijke materialen; - Toepassen thermische isolatie; - Circulair bouwen (hergebruik bouwmaterialen bij nieuwbouw).
30
Maatregelen op het gebied van duurzaamheid en energietransitie zijn voorwaarden bij uitbreiding van bestaande verblijfsrecreatieterreinen. Afspraken over daadwerkelijke realisatie hiervan worden vastgelegd.
31
5. Controle en handhaving Tegen activiteiten die in strijd zijn met het bestemmingsplan zal het gemeentebestuur administratiefrechtelijk optreden, op grond van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor een aanvaardbaar handhavingsbeleid wordt in de eerste plaats gestreefd naar een voldoende draagvlak voor het bestemmingsplan en de daarin opgenomen regels. Een bestemmingsplan met weinig draagvlak houdt immers het risico in dat het slecht wordt nageleefd en is dan weinig zinvol. In verband hiermee streven we er naar om het Omgevingsplan zodanig op te zetten dat het voor zoveel mogelijk betrokkenen een duidelijke, toegankelijke en op de hedendaagse behoeften en eisen afgestemde regeling bevat. Om hieraan invulling te kunnen geven wordt dit beleidskader opgesteld en ter inzage gelegd voor inspraak. Het beleidskader dient als basis voor de omschakeling van bestemmingsplan naar omgevingsplan voor wat betreft de verblijfsrecreatieterreinen. Voldoende handhaving en toezicht op verblijfsrecreatieterreinen zijn belangrijk om situaties van overlast en onveiligheid te voorkomen. Maar ook bijvoorbeeld het uitgangspunt van centrale bedrijfsmatige exploitatie te controleren. Ook hiervoor is een goed (ruimtelijk) beleidskader een belangrijke basis. De gemeente zal haar handhavingsbeleid minimaal richten op niet-vergunde situaties en overlastsituaties.
Dit conform de huidige lijn zoals vastgesteld in het handhavingsuitvoeringsprogramma.
32
6. Juridisch-planologische keuzes Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de keuzes, zodat in één oogopslag helder is hoe de kadernota verder zal worden uitgewerkt in het omgevingsplan. Onderwerp Dienstwoningen
Ontsluiting
Externe veiligheid
Parkeren
Brandveilig gebruik
Huisvesting personeel Camperplaatsen
Nieuwvestiging
Regeling in omgevingsplan - Eén dienstwoning met een maximum inhoud van 1.000m³ per kampeerterrein is toegestaan, en indien er al meerder aanwezig zijn zullen deze als zodanig worden bestemd. - Slechts onder strikte voorwaarden eventueel een tweede dienstwoning toegestaan: o In bijzondere situaties, op grond van de omvang en kenmerken van het specifieke terrein; o én indien de noodzaak in het kader van de bedrijfsvoering voor een tweede woning kan worden aangetoond. - verkeersveilige ontsluiting van verblijfsrecreatieterreinen bevorderen bij kwaliteitsverbetering van bestaande en nieuwe terreinen. - De breedte van de ontsluiting moet voldoende zijn voor omvangrijkere kampeermiddelen. - In de toekomst zal in een breder kader gekeken worden naar een optimale ontsluiting en verkeersafwikkeling van recreatiebedrijven in het kustgebied. - Veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit aanhouden van propaantanks tot objecten op het eigen verblijfsrecreatieterrein. - Rekening houden met invloedsgebied groepsrisico transport Westerschelde. - Ieder kampeerterrein dient op eigen terrein voldoende parkeerplaatsen te hebben voor eigen gasten en bezoekers. - Voor de parkeernorm wordt gekeken naar het aantal slaapplaatsen per vakantiewoning. - Verblijfsrecreatieterreinen dienen te voldoen aan het Besluit brandveilig gebruik overige plaatsen en basishulpverlening.
- De minimale afstand voor hoofdgebouwen en bijgebouwen onderling bedraagt minimaal 3 meter. - Binnen de bouw- en gebruiksmogelijkheden is huisvesting van personeel met een arbeidsrelatie tot het bedrijf toegestaan. - Permanente bewoning is niet toegestaan. - Voor camperaars zijn voldoende overnachtingsmogelijkheden op campings en kleinschalige kampeerterreinen. Er worden geen aparte camperplaatsen toegestaan. - Nieuwvestiging van verblijfsrecreatieterreinen wordt niet meer toegestaan
33
Uitponden
Permanente bewoning recreatiewoningen Omvang recreatiewoningen
-
-
Omvang bijgebouwen
-
Sanitaire voorzieningen
-
-
Uitbreiding in oppervlakte en eenheden
-
Gebouwen voor centrale voorzieningen
-
-
Het beleid is en blijft gericht tegen de gevolgen van uitponden van standplaatsen op verblijfsrecreatieterreinen. Een centrale bedrijfsmatige exploitatie blijft verplicht. Permanente bewoning van recreatiewoningen is in zijn geheel niet toegestaan. Er wordt een vraag naar recreatiewoningen met een grotere omvang geconstateerd. Afhankelijk van het terrein en de locatie is het toegestaan om grotere woningen te plaatsen met een maximum oppervlakte van 250m² en een maximum inhoud van 1150m³. Het plaatsen van één bijgebouw met een oppervlakte van 15m² op een standplaats op bestaande terreinen is toegestaan. Op nieuwe verblijfsrecreatieterreinen, of bij een kwaliteitsslag, worden geen nieuwe bijgebouwen toegestaan. Inpandige bijgebouwen binnen de maximale maatvoering van recreatiewoningen zijn toegestaan. Per verblijfsrecreatieterrein zijn collectieve sanitaire voorzieningen toegestaan voor zover deze binnen het vigerende plan zijn toegestaan. Per standplaats is maximaal één unit voor privésanitair toegestaan met een maximum van 6m². Units mogen geclusterd worden op het snijvlak van meerdere standplaatsen, met een maximum van 4 gebouwen. Er wordt een onderscheid aangebracht tussen het kustgebied en het achterland. In het kustgebied dient voldaan te worden aan de eisen die gesteld zijn in de Zeeuwse Kustvisie.
In het achterland geldt dat maatwerk mogelijk is door met een aantal voorwaarden uit de Kustvisie te variëren. Binnen een periode van 10 jaar na het afronden van een kwaliteitsslag worden er geen gesprekken opgestart over een nieuwe kwaliteitsslag. Centrale voorzieningen dienen een toegevoegde waarde te hebben voor de regio, de directe omgeving en/of inwoners van de streek. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van complementerende voorzieningen. Lichte horeca tot categorie 1b blijft toegestaan. Negatieve effecten op de omgeving (aantasting landschap, overlast en hinder) moeten voorkomen worden. De oppervlakte van gebouwen voor centrale voorzieningen mag maximaal 15% van het bouwvlak bedragen. Dit percentage blijft gehandhaafd.
34
Beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing
-
-
Duurzaamheid
-
Controle en handhaving
-
Voor de gewenste beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing zijn een aantal kernkwaliteiten benoemd die in een inspiratiekader worden meegegeven. Deze gelden als een verplichting wanneer een kwaliteitsslag gemaakt wordt. Terreinen die uitbreiden moeten voorzien in een adequate landschappelijke inpassing. Ook voor de interne groenstructuur moet aandacht zijn. Voor de aanleg van recreatienatuur zijn aanvullende criteria opgesteld. Duurzaamheid zal ook op verblijfsrecreatieterreinen een steeds grotere rol gaan spelen. Aan ondernemers wordt een inspiratiekader meegegeven waarin aandacht is voor onder andere klimaatadaptatie, energietransitie en een duurzame bedrijfsvoering. Situaties van overlast en onveiligheid moeten zoveel mogelijk voorkomen worden. Het handhavingsbeleid richt zich minimaal op niet-vergunde situaties en overlastsituaties. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij het handhavingsuitvoeringsprogramma.
35
Bronvermelding Aan de slag met de Omgevingswet. (2020). Klimaatadaptatie. Opgehaald van https://www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl/thema/maatschappelijkeopgaven/klimaatadaptatie/ CBS. (2018). Trendrapport toerisme, recreatie en vrije tijd 2018. Utrecht: CBS. Compendium voor de Leefomgeving. (2019, maart 19). Nationaal Landschap West ZeeuwsVlaanderen (Zuidwest Zeeland). Opgehaald van https://www.clo.nl/indicatoren/nl150601west-zeeuws-vlaanderen-zuidwest-zeeland Gemeente Wierden. (2009). Beleid inzake permanente bewoning van recreatiewoningen Gemeente Wierden. Klerx, J. (2018). Horeca en recreatie update januari 2018. Opgehaald van Rabobank: https://www.rabobank.nl/bedrijven/cijfers-en-trends/horeca-en-recreatie/horeca-recreatieupdate-januari/ Kusttoerisme, K. (2019). Toerisme in de gemeente Sluis 2018 - omvang en economisch belang. Vlissingen. Marketing, N. -H. (2018). Perspectief Bestemming Nederland 2030. NRIT. (2020, mei). Kennisbank. Opgehaald van https://www.nritmedia.nl/kennisbank Online Kenniscentrum Duurzaam Ondernemen. (2020, mei). Opgehaald van https://www.duurzaamondernemen.nl/ Pretwerk.nl. (2020). Opgehaald van https://pretwerk.nl/opinie Stichting De Groene Koepel, te gast in de natuur. (2020). Duurzaamheid. Opgehaald van https://www.degroenekoepel.nl/projecten/duurzaamheid Voort, F. v. (2019, maart 16). Dit is waarom steeds meer toeristen Zeeland bezoeken.
Opgehaald van Verkeersbureaus.info: https://verkeersbureaus.info/nieuws/2019/03/16/133819-dit-iswaarom-steeds-meer-toeristen-zeeland-bezoeken/ Werkhoven, P. (2019, november 25). Gelderland verslaat Zeeland als zomerse vakantiebestemming: Veluwse natuur en Hanzesteden ideale combinatie. Opgehaald van Algemeen Dagblad: https://www.destentor.nl/veluwe/gelderland-verslaat-zeeland-als-zomersevakantiebestemming-veluwse-natuur-en-hanzesteden-ideale-combinatie~ab16a68e/
36
Bijlagen 1. Natuurinclusieve kampeerterreinen in Zeeland 2. Suggesties opbouw beplanting en streekeigen soorten 3. Kansen voor recreatienatuur
37
Bijlage 2 Suggesties opbouw beplanting en streekeigen soorten Grofweg is de gemeente Sluis onder te verdelen in drie deelgebieden. Het gaat hierbij om het kleilandschap, het kustlandschap en pleistoceen dekzand. In deze verschillende gebieden komen van oudsher verschillende beplantingssoorten voor. Factoren die hierbij een rol spelen zijn de grondsoort (zand, klei) en bijvoorbeeld dat dicht tegen de kust rekening gehouden moet worden met windgevoeligheid en zoute zeewind. In de tabel hieronder is weergegeven welke beplantingssoorten het best gedijen in de verschillende deelgebieden. In de tabel is tevens voor verschillende beplantingstypen aangegeven welke beplantingssoorten gebruikt kunnen worden. Het gaat om de volgende beplantingstypen: solitairen, lanen, boomgroepjes e.d. op erven, groengordels in landschappelijk gebied, dijken, kleine bosjes, beplanting van natuurgebieden en typisch Zeeuwse beplantingseenheden als Zeeuwse hagen. Hierbij heeft een groepsgewijze menging van soorten, voor een gunstig eindbeeld, de voorkeur. Deze groepsgewijze mening kan er als volgt uitzien:
38
Tabel beplantingssoorten:
39
40