CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

a. Ontwerpbestemmingsplan Ringdijk Zuid 7 Cadzand.pdf

Commissie Ruimte/AB 11 mei 2021, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Ringdijk Zuid 7 Cadzand6.246 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan Ringdijk Zuid 7 Cadzand

Toelichting Ringdijk Zuid 7 Cadzand

Opsteller: Verhage-Lemahieu A.B. (Bram) Verhage Rondweg 1 4524 JL Sluis E: bram@verhage-lemahieu.nl T: 0117-760160 Versie: 21 oktober 2020 Status: Ontwerp IMRO: NL.IMRO.1714.bpringdijkzuid7-ON01

Ringdijk Zuid 7 Cadzand

1

INHOUD

1. Inleiding ............................................................................................................ 3 1.1 Huidige situatie .................................................................................................. 3 1.2 Het plan ............................................................................................................ 4 1.3 Leeswijzer ......................................................................................................... 4 2. Planologisch beleidskader .................................................................................. 5 2.1 Rijksbeleid ......................................................................................................... 5 2.2 Provinciaal beleid ................................................................................................ 5 2.3 Gemeentelijk beleid ............................................................................................. 6 3. Sectorale aspecten ............................................................................................. 7 3.1 Natuur .............................................................................................................. 7 3.2 Cultuurhistorie....................................................................................................

7 3.3 Archeologie ........................................................................................................ 8 3.4 Mobiliteit en parkeren .......................................................................................... 9 3.5 Technische infrastructuur ..................................................................................... 9 3.6 Bodem .............................................................................................................. 9 3.7 Geluid ............................................................................................................. 10 3.8 Luchtkwaliteit ................................................................................................... 11 3.9 Externe veiligheid ............................................................................................. 11 3.10 Omliggende functies .......................................................................................... 12 3.11 Waterparagraaf ................................................................................................ 12 4. Juridisch .......................................................................................................... 15 4.1 Algemeen ........................................................................................................

15 4.2 Verbeelding ..................................................................................................... 15 4.3 Regels............................................................................................................. 15 5.

Economische uitvoerbaarheid ........................................................................... 16

6. Maatschappelijke haalbaarheid ......................................................................... 16 6.1 Procedure ........................................................................................................ 16 6.2 Conclusie ......................................................................................................... 16

Bijlage 1. Rapportage Natuurwetgeving (PM) Bijlage 2. Stikstofdepositie Aerius-berekening

Ringdijk Zuid 7 Cadzand

2

1. Inleiding Initiatiefnemer heeft aan de Ringdijk Zuid 7 een woning met bijgebouw in eigendom. De huidige bebouwing is sterk verouderd en dient (gedeeltelijk) gesloopt te worden. Initiatiefnemer zou graag een woning met bijgebouw realiseren welke voldoet aan de huidige eisen van deze tijd. Met andere woorden een woning welke voldoet aan de huidige wooneisen en standaard maatvoeringen zoals opgenomen in het bestemmingsplan Kom Cadzand. De nieuwbouw van een woning is al mogelijk op het perceel echter wil initiatiefnemer de woning realiseren op een andere locatie binnen het perceel, dit om het perceel optimaal in te kunnen richten. Om de woning te realiseren dient het bouwvlak te worden verlegd. Tevens dient te worden aangesloten bij de standaardregels behorend bij het bestemmingsplan Kom Cadzand. Initiatiefnemer heeft per brief het college van Burgemeester en Wethouders verzocht hieraan medewerking te verlenen. Het college heeft hier per brief positief op gereageerd (ED/U/202014771). Om het bouwvlak te verplaatsen en te vergroten, dient op basis van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening een partitiële herziening van het bestemmingsplan te worden opgesteld. Het bestemmingsplan dient aantoonbaar te maken dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

In onderhavige toelichting wordt een afweging gemaakt waarbij alle ruimtelijke relevante aspecten met betrekking tot het initiatief inzichtelijk gemaakt worden. Uit dit rapport zal blijken dat aan deze voorwaarden voldaan kan worden en dat er daardoor medewerking verleend kan worden.

1.1

Huidige situatie

De Ringdijk Zuid 7, kadastraal bekend gemeente Oostburg, sectie W nummers 508 en 894, is gelegen in de kern Cadzand. Op de locatie staat momenteel een oud woonhuis met bijgebouw. Het perceel is reeds gedeeltelijk ingepast in de groene omgeving. Zowel het aangrenzende perceel als het perceel Ringdijk Zuid 6 als Ringdijk Zuid 8 zijn bestemd met woondoeleinden. Het bedrijfsterrein van Gruva is gelegen op 105 meter van het plangebied.

Ringdijk Zuid 7 Cadzand

3

Figuur 1: Ringdijk Zuid 7 Cadzand (Kadastralekaart.com).

1.2

Het plan

Het initiatief is er op gericht om het bouwvlak te verplaatsen en te vergroten waardoor het mogelijk wordt de woning goed op het perceel te positioneren en een woning te realiseren die voldoet aan de huidige eisen van deze tijd. Van de bestaande woning zal een klein gedeelte behouden blijven, circa 2/3 zal worden afgebroken. De nieuwe woning zal qua inhoud en afmetingen aansluiten op de geldende regels behorende bij het bestemmingsplan Kom Cadzand. De geldende regelgeving behorend bij de bestemming Wonen beschrijft bouwmogelijkheden van een woonhuis met een goothoogte van 4 meter en een bouwhoogte van 8 meter. Tevens is een bijgebouw, gezien de totale oppervlakte van het perceel, van 90 m2 toegestaan. De woning zal worden gebruikt voor permanent gebruik en niet voor recreatieve verhuur. Recreatieve verhuur wordt tevens als verboden gebruik opgenomen in de regels.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden eerst de beleidskaders van het Rijk, de provincie Zeeland en de gemeente Sluis uiteengezet. In hoofdstuk 3 worden de sectorale aspecten zoals flora en fauna, cultuurhistorie, archeologie, Wetgeluidhinder, luchtkwaliteit en de waterparagraaf worden toegelicht. Hoofdstuk 4 geeft vervolgens de juridische componenten van het bestemmingsplan weer. Tenslotte wordt in hoofdstuk 5 de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 6 de procedure nader aangeduid.

Ringdijk Zuid 7 Cadzand

4

2.

Planologisch beleidskader

2.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijke- en mobiliteitsbeleid in Nederland en vervangt onder andere de Nota Ruimte. In deze Structuurvisie stelt het Rijk heldere ambities voor Nederland in 2040. Dit doet het Rijk op basis van de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven zowel bovengronds en ondergronds richting 2040 bepalen. Zo werkt het Rijk aan een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Deze waarden zijn vastgelegd in de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur (RHS). Deze RHS beslaat de gebieden in Nederland die een belangrijke functie vervullen op het gebied van economie, infrastructuur en verstedelijking, water, natuur en landschap. Ten aanzien van deze gebieden is beleid geformuleerd om de kwaliteiten ervan te behouden. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Rijk heeft in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) nationaal ruimtelijk beleid geborgd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Het Barro omvat 14 onderwerpen. De gewenste ontwikkeling is niet strijdig met een van deze 14 onderwerpen. De ontwikkeling wordt niet beperkt door nationaal ruimtelijk beleid.

2.2 Provinciaal beleid Omgevingsplan Zeeland 2018 Op 21 september 2018 hebben Provinciale Staten het Omgevingsplan Zeeland 2018 vastgesteld. In dit Omgevingsplan zijn de hoofdlijnen voor het provinciaal ruimtelijk beleid uiteengezet. De provincie zet in op een sterke economie, goed woon- en leefklimaat en kwaliteit van water en het landelijk gebied. Evenwichtig duurzaam en innovatief zijn de pijlers waar de provincie zich op richt. Woningbouw wordt in het Omgevingsplan met het volgende doel omschreven: ‘Een goed woonklimaat en een goed werkende woningmarkt in steden, dorpen en op het platteland en met voldoende omvang, kwaliteit en differentiatie van de woningvoorraad. Ruimtelijk staan bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik voorop’. De gewenste ontwikkeling betreft de verplaatsing en vergroting van een reeds bestaand bouwvlak bestemd voor wonen. De gronden waar de uitbreiding op plaats vindt zijn eveneens bestemd voor wonen. Er worden geen woningen toegevoegd. Het huidige bouwvlak biedt reeds de mogelijkheid voor de bouw van 1 woning, na deze bestemmingswijziging blijft dat er 1. Het plan past daarmee binnen de regionale woningmarktafspraken. De provincie Zeeland heeft geen specifieke regelgeving omtrent de oppervlakte van bouwvlakken.

Wel stelt zij dat zorgvuldig ruimtegebruik, zeker in het buitengebied, belangrijk is en dat landschappelijke waarden zoveel als mogelijk gerespecteerd moeten worden. Gezien de gestelde voorwaarden vanuit de gemeente Sluis, zijnde het niet verstoren van de huidige structuur, wordt tegemoetgekomen aan behoud van de landschappelijke waarden. Er is geen sprake van strijdigheid met provinciaal beleid.

Ringdijk Zuid 7 Cadzand

5

Verordening Ruimte Naast regelgeving omtrent bouwen in het buitengebied duidt de Verordening gebieden met een bijzondere verwachtingswaarde aan. Bij het opstellen van dit wijzigingsplan zijn de kaarten behorend bij de Verordening Ruimte geraadpleegd. De locatie is wel gelegen in de nabijheid van een gebied welke is aangeduid in de artikelen 2.23 tot en met 2.27 en de daarbij behorende kaartmaterialen. Echter betreft de Ringdijk Zuid een binnendijk waardoor de afwegingszone van 70 meter (artikel 2.27) niet van toepassing is. Aangaande de omgevingskwaliteiten worden in deze toelichting alle ruimtelijke factoren afgewogen. Geconcludeerd kan worden dat de gewenste ontwikkeling zich niet verzet tegen de omgevingskwaliteiten. De gewenste ontwikkeling is niet in strijd met provinciaal beleid.

2.3 Gemeentelijk beleid Bestemmingsplan Kom Cadzand Op de gronden van de woning aan de Ringdijk Zuid 7 is het bestemmingsplan Kom Cadzand (vastgesteld 25 januari 2018) van toepassing. In dit bestemmingsplan is de locatie gelegen binnen de bestemming “Wonen’ en beschikt over een bouwvlak. Op het perceel is tevens de dubbelbestemming Archeologie 2 en de gebiedsaanduiding vrijwaringszone molenbiotoop opgenomen. Specifiek zijn de aanduidingen maximale goothoogte 4 meter en bouwaanduiding vrijstaand opgenomen.

Figuur 3: Uitsnede bestemmingsplan Kom Cadzand

Ringdijk Zuid 7 Cadzand

6

Het perceel van initiatiefnemer heeft de mogelijkheid om één woning op het perceel te realiseren. Er is momenteel ook één woning binnen dit perceel aanwezig. Om een nieuwe woning op de locatie van het huidige bijgebouw te realiseren dient het huidige bouwvlak te worden verplaatst. 3. Sectorale aspecten

3.1

Natuur

De bescherming van de natuur in Nederland vindt plaats door Europese en nationale wetgeving. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortbescherming en gebiedsbescherming. Deze staan los van elkaar en hebben ieder hun eigen werking. Soortenbescherming Beschermde natuurwaarden dienen op basis van de Wet natuurbescherming te worden gerespecteerd. In dit kader wordt onderzoek uitgevoerd naar de te slopen bebouwing. PM Gebiedsbescherming De reikwijdte van de tijdelijke verstoring blijft beperkt tot het plangebied en enkele tientallen meters hier buiten. Beschermde natuurgebieden liggen op ruime afstand. Er is geen ruimtebeslag op deze gebieden. Het plangebied is geen Beschermd Natuurmonument of Natura 2000 gebied, zie bijlage 1. De afstand tot een Natura 2000 gebied bedraagt circa 2,6 kilometer. Dit betreft het Natura 2000 gebied Westerschelde & Saeftinghe. De geplande activiteiten worden uitgevoerd op geruime afstand van de Natura 2000 gebieden. De gewenste ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de kwalificerende waarden. Een berekening naar de uitstoot van stikstof is uitgevoerd en bijgevoegd (bijlage 2). Het plangebied ligt direct naast een gebied dat is begrensd in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland. Dit betreft het gebied Ringdijk Zuid. Het natuurdoel op deze dijk is kruiden- en faunarijk grasland.

De werkzaamheden hebben geen ruimtebeslag op het natuurnetwerk (bouwmaterialen worden opgeslagen op eigen terrein). Ze zijn relatief kleinschalig en er vinden geen grondwateronttrekkingen plaats. Er worden geen negatieve effecten verwacht op de kwaliteiten van het natuurnetwerk. Gezien de aard van het plan en gezien het huidige gebruik van de locatie, zijn er geen invloeden op de aanwezige vogelsoorten te verwachten. Compenserende of mitigerende maatregelen worden dan ook niet noodzakelijk geacht.

3.2 Cultuurhistorie Op 1 januari 2012 is door middel van aanpassing van het Besluit ruimtelijke ordening bepaald dat cultuurhistorische belangen moeten worden meegewogen bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen. Het waarborgen van cultuurhistorische belangen en het meewegen van deze belangen is belangrijk. Hiervoor is een omschrijving van het plangebied noodzakelijk. Het plangebied is gelegen in het Komplan Cadzand van de gemeente Sluis. De Ringdijk Zuid is een uitloper van het dorp Cadzand en is een kenmerkend landschappelijk element zie figuur 4. De karakteristieke lintbebouwingsstructuur is aan te merken als landschappelijk waardevol, maar heeft tevens een cultuurhistorische waarde in het gebied. De verplaatsing van het bouwvlak heeft een geringe impact, nu de afmetingen van de nieuw te bouwen woning nagenoeg dezelfde zijn als die

Ringdijk Zuid 7 Cadzand

7

van

de

naastgelegen

woningen

aan

de

Ringdijk

Zuid.

Hiermee

blijft

de

evenwichtige

bebouwingsstructuur zo goed mogelijk behouden. Daarmee blijft de ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorische waarde van de Ringdijk voldoende gewaarborgd. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door burgerwoningen. Het plangebied zelf is niet aangeduid als cultuurhistorisch waardevol of als Rijksmonument. In de omgeving is op circa 220 meter een cultuurhistorisch monument gelegen, een molen genaamd Nooit Gedacht. De molen is van het type Beltmolen en werd gebruikt voor het malen van koren. De molen wordt gekenmerkt door een eenvoudige baard, donkergroen geverfd, wit afgebiesd met opschrift 1898 tot 1976. Bij de bouw van de woning worden de bestaande toegestane bouwhoogtes gerespecteerd waardoor de molen geen hinder zal ondervinden van de bouw van de woning. Tevens zal initiatiefnemer geen hoge bomen aanplanten die windvang van de molen zou kunnen belemmeren.

Figuur 4: Uitsnede CHS-kaart geoweb

3.3

Archeologie

In 1992 is het Verdrag van Valletta (Malta) door de landen van de EU, waaronder Nederland, ondertekend. Dit verdrag verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden ex situ worden bewaard. Het verdrag van Valletta is doorvertaald in de Nederlandse wetgeving, thans de Erfgoedwet. De gemeente Sluis heeft haar archeologiebeleid vastgelegd, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 28 september 2017. Dit archeologiebeleid is vervolgens verwerkt in het bestemmingsplan Parapluplan archeologie. In dit bestemmingsplan is het plangebied aangeduid met de dubbelbestemming Archeologie-2, zie figuur 5. Grond-of graafwerkzaamheden dieper dan 0,40 meter tot een oppervlakte van 500 m² zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek. De bouwplannen welke ten grondslag liggen aan deze bestemmingsplanprocedure betreft het verplaatsen en vergroten van het bouwvlak voor de woning. De bodemverstoring dieper dan 40 cm zal bij de totale bouw kleiner zijn dan 500 m2. Of daadwerkelijk aan de vrijstellingsvoorwaarden wordt voldaan zal opnieuw worden beoordeeld tijdens de beoordeling van de omgevingsvergunning.

Ringdijk Zuid 7 Cadzand

8

In geval van toevalsvondsten bij de graafwerkzaamheden voor de nieuwbouw dient dit conform artikel 5.7 van de Erfgoedwet gemeld dienen te worden bij de minister dan wel het bevoegde gezag de gemeente Sluis.

Figuur 5: Uitsnede CHS-kaart geoweb

3.4 Mobiliteit en parkeren De ontsluiting van de locatie verloopt via de Ringdijk Zuid, een plaatselijke ontsluitingsweg, welke in westelijke richting uitkomt in Cadzand en in oostelijke richting Retranchement. De Ringdijk Zuid beschikt niet over een fysieke scheiding tussen fiets- en autoverkeer en kent enkel een functie voor bestemmingsverkeer. Het plan leidt niet tot een toename van verkeer aangezien het aantal wooneenheden gelijk blijft. De hoeveelheid verkeersbewegingen als gevolg van de realisatie van de woning zijn inpasbaar in het lokale verkeersbeeld. Op de locatie zelf zijn voldoende parkeervoorzieningen aanwezig en er is er zodoende geen overlast te verwachten voor parkeren op de openbare weg. Er is voldoende gelegenheid om parkeervoorzieningen te realiseren voor minimaal twee auto’s.

3.5

Technische infrastructuur

De omgeving is aangesloten op alle gangbare nutsvoorzieningen (riool, gas, water, elektra). Ten behoeve van de woning is de bestaande woning reeds aangesloten op deze aanwezige voorzieningen. Deze blijven ook behouden nu een gedeelte van de woning wordt verwerkt in de nieuwe woning.

3.6

Bodem

Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde nieuwe functie. De oppervlakte van het plangebied en de conclusie van het vooronderzoek (historisch onderzoek) zijn bepalend voor het uitvoeren van eventueel veld- en laboratoriumonderzoek. Bodemgebruiksfuncties nemen af naarmate bodemverontreinigingen en gerelateerde risico's toenemen. Sanerende maatregelen kunnen daardoor nodig zijn.

Ringdijk Zuid 7 Cadzand

9

In het onderliggende geval betreft dit de bouw van een woning op een reeds bestaande woonbestemming. In deze woning zijn dan ook permanent personen aanwezig. Op de bodemkwaliteitskaart Zeeland is de locatie aangeduid als wonen, zie figuur 6. Binnen het plangebied van initiatiefnemer zijn geen historische-milieuinformatie aanwezig en dient geconcludeerd te worden dat de bodem geschikt is voor deze woonfunctie. Grondafvoer moet worden uitgevoerd conform het Besluit Bodemkwaliteit.

Figuur 6: Uitsnede kaart Bodemkwaliteitskaart Zeeland (Geoweb 2018)

3.7 Geluid De mate waarin geluid, bijvoorbeeld veroorzaakt door het wegverkeer, het woonmilieu mag belasten is geregeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder (Wgh en Bgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige bestemmingen, worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving ten gevolge van wegverkeer, spoorweg en industrie. De wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige bestemmingen: 1. Woningen 2. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal) 3.

Ziekenhuizen

en

verzorgingstehuizen,

verpleeghuizen psychiatrische

en

daarmee

inrichtingen,

gelijk

medische

te

stellen

centra,

voorzieningen

poliklinieken,

zoals

medische

kleuterdagverblijven, etc. Het beschermen van bijvoorbeeld het woonmilieu gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Verder gaat deze wet onder meer ook in op de geluidwerende voorzieningen en geluidbelastingkaarten en actieplannen. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt na sloop van de bestaande woning een nieuwe burgerwoning opgericht. De gevelbelasting op een woning mag niet hoger zijn dan de wettelijke norm van 48 deciBell (dB). Tevens is een ontheffing mogelijk tot 53 dB. De Ringdijk Zuid is een straat binnen de bebouwde kom van Cadzand en er geldt een maximale snelheid van 30 kilometer per uur. Het aantal verkeersbewegingen zal bij de voorgenomen

Ringdijk Zuid 7 Cadzand

10

ontwikkeling niet toenemen. Tevens is een goede ontsluiting naar de openbare weg reeds gerealiseerd. Bij de voorgenomen ontwikkeling worden geen geluidsoverlast veroorzakende inrichtingen opgericht. Hiermee is er geen sprake van een toename van het eventueel veroorzaakte industrielawaai van de planlocatie aan de omgeving. Aan de gestelde norm van 48 dB kan worden voldaan.

3.8

Luchtkwaliteit

De Eerste Kamer heeft op 9 oktober 2007 het wetsvoorstel voor de wijziging van de ‘Wet milieubeheer’ goedgekeurd (Stb. 2007, 414). Vooral hoofdstuk 5 titel 2 uit genoemde wet is veranderd. Omdat titel 2 handelt over luchtkwaliteit, staat de nieuwe titel 2 bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Deze wet is op 15 november 2007 (Stb. 2007, 434) in werking getreden en vervangt het ‘Besluit luchtkwaliteit 2005’. De ‘Wet luchtkwaliteit’ voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak milieugevolgen.

zorgt

voor

een

flexibele

koppeling

tussen

ruimtelijke

activiteiten

en

Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. De grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM7) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM7 als NO2. Voor woningbouw geldt bijvoorbeeld dat bij één ontsluitingsweg een aantal van 500 nieuwe woningen niet in betekenende mate van invloed zijn op de luchtkwaliteit. Er dient met name gekeken te worden naar de emissie van fijnstof (PM7). Op grond van de Wet luchtkwaliteit gelden grenswaarden waaraan voldaan moet worden. De grenswaarden waaraan getoetst wordt zijn: 

jaargemiddelde concentratie: 40 µg/m3;

 

daggemiddelde concentratie: 50 µg/m3; aantal toegestane overschrijdingen daggemiddelde: 35 keer.

De verplaatsing en vergroting van het bouwvlak betreft een zeer kleinschalige ontwikkeling welke op basis van bovenstaande gegevens niet leidt tot een gewijzigde situatie aangaande de luchtkwaliteit.

3.9

Externe veiligheid

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient zorg gedragen te worden dat er een scheiding in acht genomen wordt tussen gevoelige objecten (zoals woningen) en risicoveroorzakende bedrijven en/of transportassen. De locatie is niet gelegen binnen de invloedsfeer van objecten waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt (zoals industrie vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen BEVI) volgens de Risicokaart van de Provincie Zeeland. Ook is er geen sprake van vervoer van gevaarlijke stoffen in de omgeving of buisleidingen met een toetsingszone.

Ringdijk Zuid 7 Cadzand

11

Geconcludeerd kan worden dat de bouw van de woning niet binnen de plaatsgebonden risicocontour en/of het invloedsgebied van het groepsrisico van een risicovolle activiteit is gelegen. Een verdere uitwerking van de veiligheidsparagraaf is dan ook niet noodzakelijk. In de directe omgeving zijn geen kabels of leidingen gelegen.

3.10

Omliggende functies

Bij realisering van nieuwe hindergevoelige functies, dient rekening te worden gehouden met eventuele hinder veroorzakende (bedrijfs-)activiteiten in de omgeving. Uitgangspunt daarbij is dat er ter plaatse van hindergevoelige functies sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Afstemming van bestaande en nieuwe functies is mogelijk door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de VNG (versie, 2009). Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met milieuaspecten als geur-, stof en geluidhinder. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. Uit jurisprudentie en de genoemde VNG-publicatie, blijkt dat in het geval van een gemengd gebied verkleinde richtafstanden gelden. Dichtstbijzijnde bedrijfslocatie is het bedrijf Gruva op het bedrijventerrein Cadzand-Bad op circa 105 meter. Op grond van het bestemmingsplan Bedrijventerreinen Sluis is dit bedrijf ingedeeld als milieucategorie 3.1. De VNG Handreiking geldt voor functies bij bedrijven die auto onderdelen vervaardigen (sbi-293) een richtafstand van 100 meter. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Ter plaatse van de nieuwe woning zal geen onacceptabele milieuhinder ontstaan.

Eveneens levert de woning geen beperking op voor de omliggende bedrijfsactiviteiten.

3.11

Waterparagraaf

Sinds 1 november 2003 is de zogenaamde Watertoets verplicht. Dat wil zeggen dat in elk ruimtelijk plan gemotiveerd moet worden aangegeven hoe met het water in het gebied wordt omgegaan en wat de ruimtelijke veranderingen voor het water betekenen. De watertabel is toegezonden aan Waterschap Scheldestromen en zal deze beoordelen.

Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en

Het plan heeft geen relatie met de primaire of

rekening houden met de daarvoor benodigde

secundaire waterkeringen.

ruimte.

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van

Ringdijk Zuid 7 Cadzand

12

klimaatverandering en de kans op extreme

huidige

na

weersituaties.

situatie

realisa tie

Dakopper vlak

93

126

1

0

0

2

0

0

3

0

0

4

dichte bodemver harding doorlaten de bodemver harding Wateropp ervlak

In de huidige situatie wordt hemelwater van de bestaande woning geloosd op het oppervlaktewater, deze woning wordt grotendeels gesloopt en er wordt een nieuwe woning van 90 m2 gerealiseerd. Tevens wordt een bijgebouw geplaatst van 36 m2. Hemelwater wat neervalt rondom de woning infiltreert. Extra waterberging is noodzakelijk voor de toevoeging van 33 m2 zijnde 33x0,147=4,85 m3. Aangrenzend op het terrein ligt een sloot die initiatiefnemer wil verbreden in overleg met het waterschap.

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem

Vuilwater vanuit de bestaande woning is aangesloten op de riolering. De nieuwe woning zal ook aangesloten worden op de woning.

en het beperken van overstorten.

Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast

De locatie is niet gelegen in een bufferzone rondom een natuurgebied. Er wordt geen grondwater onttrokken, schoon

en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen

hemelwater wordt door infiltratie toegevoegd aan het grondwater. Er is geen sprake van

van klimaatverandering. Beschermen van

grondwateroverlast. Het plangebied wordt gekenmerkt door goede infiltratiemogelijkheden.

infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

Ringdijk Zuid 7 Cadzand

13

Grondwaterkwaliteit Bij de bouw worden geen uitlogende materialen gebruikt.

Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de

Tijdens de bouw worden geen uitlogende materialen

veerkracht van het watersysteem. Toepassing

gebruikt.

van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de

De bestaande naastgelegen sloot zou iets verbreed kunnen worden indien noodzakelijk.

daarvoor benodigde ruimte.

Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Het plangebied is aangeduid als weinig zettingsgevoelig gebied. Extra maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk.

Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

In de directe omgeving is geen bestemming met de functie natte natuur. De Ringdijk Zuid is een dijk met dijkhuisjes aan één zijde van de dijk. De sloot aan de andere zijde blijft bereikbaar voor onderhoud. Aan de westzijde van het perceel is tevens een sloot gelegen. Deze sloot blijft vrij van bebouwing en zal tevens verbreed worden voor extra waterberging.

Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.

De locatie is niet gelegen in de directe omgeving van objecten van de waterbeheerder.

Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing)

Ja, ten tijde van de bouw van de woning zal tijdelijk transport plaatsvinden over de Ringdijk

* in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen?

bouwproducten.

* na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? * na realisatie: bereikbaarheid

Zuid. Deze transporten zijn echter beperkt en enkel noodzakelijk voor het afleveren van

Nee op dit moment is reeds een woonhuis aanwezig, deze wordt gedeeltelijk gesloopt en er wordt een woning voor teruggebouwd. De woning zal bereikt worden langs het Ringdijk Zuid. Er worden geen uitwegen gewijzigd.

Ringdijk Zuid 7 Cadzand

14

Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken.

Ja, er wordt op eigen terrein geparkeerd.

Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd?

De woning wordt binnen 20 meter van de weg gebouwd.

* na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

4.

Juridisch

4.1

Algemeen

Het bestemmingsplan kan, afhankelijk van het gevoerde beleid van de gemeente, een meer of minder globaal karakter dragen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een planologisch-juridische regeling gegeven. Voor de planlocatie is het noodzakelijk om aansluiting te zoeken bij de vigerende bebouwingsregels van het bestemmingsplan Kom Cadzand. De regels sluiten verder aan bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012.

4.2

Verbeelding

Het plangebied behoudt de bestemming ‘Wonen’ inclusief dubbelbestemming Archeologie 2, gebiedsaanduiding vrijwaringszone Molenbiotoop en binnen de bestemming de aanduiding bouwvlak met aanduiding vrijstaand en goothoogte 4 meter. Het bouwvlak wordt wel verplaatst en vergroot.

4.3

Regels

De regels zijn gebaseerd op de regels van het vigerende bestemmingsplan Kom Cadzand van de gemeente Sluis. De regels beschrijven de bestaande regelingen voor ‘Wonen’. Tevens bevatten zij regels met betrekking tot het bouwen en gebruiken van grond en gebouwen. De betreffende bestemmingsregels voor het plangebied zijn: Artikel 3 Wonen De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen met aan - huis - gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Artikel 4 Waarde - Archeologie - 2 De voor Waarde - Archeologie - 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

Ringdijk Zuid 7 Cadzand

15

5.

Economische uitvoerbaarheid

Het plan zal geheel in particuliere handen uitgevoerd worden. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Grondexploitatie Het exploitatieplan biedt de grondslag voor het publieksrechtelijk kostenverhaal. In artikel 6.12, eerste en tweede lid, Wro is bepaald in welke situatie een exploitatieplan gemaakt moet worden. In artikel 6.2.1. Bro worden de bouwplannen aangewezen waarvoor de gemeenteraad een exploitatieplan met vaststellen. Een exploitatieplan wordt gelijktijdig vastgesteld met het ruimtelijk plan of besluit waarop het betrekking heeft. Dat kan een bestemmingsplan, een wijzigingsplan, een projectbesluit en een buiten toepassingsverklaring van een beheersverordening zijn. Bij de realisatie van een of meer woningen is een exploitatieplan verplicht. Voor onderhavige situatie is een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten waardoor het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Hierdoor hoeft voor het planvoornemen geen exploitatieplan opgesteld te worden. 6.

Maatschappelijke haalbaarheid

6.1 Procedure Het bestemmingsplan wordt in het kader van vooroverleg aan de vooroverlegpartners toegezonden. De opmerkingen van de vooroverlegpartners worden vervolgens verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan zal overeenkomstig de wettelijke procedure zoals beschreven in de Wet ruimtelijke ordening, gedurende zes weken ter visie worden gelegd.

6.2

Conclusie

Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande niet leiden tot overwegende planologische bezwaren. De bestemmingswijziging betekent, na afweging van de verschillende belangen, een aanvaardbare invulling van het plangebied.

Ringdijk Zuid 7 Cadzand

16

W (e) 4

WR-A2

Plangebied Ringdijk Zuid 7, Cadzand

Enkelbestemmingen W

Wonen

Dubbelbestemmingen WR-A2

Waarde - Archeologie - 2

Gebiedsaanduidingen vrijwaringszone - molenbiotoop

Functieaanduidingen (e)

erf

Bouwvlakken bouwvlak

Maatvoeringen 4

maximum goothoogte (m)

Bestemmingsplan:

Schaal:

Datum:

Bestemmingsplan Ringdijk Zuid 7, Cadzand

1:200

21-10-2020

Formaat:

Versie:

A4

1

Gemeente:

Sluis IMRO code:

NL.IMRO.1714.bpRingdijkZuid7-ON01

ADROMI GROEP

BIJLAGE AERIUS WNB Nota van uitgangspunten

Postadres: Boxmeerseweg 9 5835 AB Beugen

+316 14 85 24 54 info@derks-advies.nl www.derks-advies.nl

kvk 74263552 NL16RABO0322772796 btw NL859829893B01

woningbouw Ringdijk Zuid 7 4506 HD Cadzand

Titel : Bijlage Nota van uitgangspunten Wnb AERIUS calculator Versie : 1.0 Datum : 8 september 2020 Pagina 2 van 20

Inhoud 1.

Gegevens inrichting ....................................................................................................................................... 4 1.1

Opdrachtgever ........................................................................................................................................ 4

1.2

Projectlocatie .......................................................................................................................................... 4

2.

Gegevens locatie ............................................................................................................................................. 4

3.

Gegevens project ............................................................................................................................................ 4

4.

Emissies tijdens de bouw ............................................................................................................................. 5

5.

Emissies na ingebruikname......................................................................................................................... 6

6.

Conclusie en afweging.................................................................................................................................. 7

BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase ................................................................................................................. 9 BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase ......................................................................................................... 14

Pagina 3 van 20

1. Gegevens inrichting 1.1

Opdrachtgever

Handelsnaam

: Verhage-Lemahieu B.V.

Adres

: Rondweg 1

Postcode

: 4524 JL

Telefoon

: 0117 – 760 160

1.2

Plaats:

Sluis Mail:

bram@verhage-lemahieu.nl

Projectlocatie

Adres

: Ringdijk Zuid 7

Postcode

: 4506 HD

Kadastrale ligging : Oostburg

Plaats:

Cadzand Sectie:

W

Nr(s):

508

2. Gegevens locatie Voor een bestemmingsplan voor het verschuiven van het bouwvlak en de bouw van een woning en bijgebouw binnen de Gemeente Sluis dienen de effecten van de bouw en het gebruik op de locatie in relatie tot het plan/project te worden onderzocht. Hiervoor is onder andere een onderzoek naar de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden nodig. In deze nota zijn de uitgangspunten en resultaten van de berekeningen van de stikstofdepositie met AERIUS Calculator vastgelegd. Het betreft hier een bouwlocatie aan de Ringdijk Zuid 7 te Cadzand tegen de bebouwde kom, waar de bouw van een vrijstaande woning en bijgebouw zijn gepland. Een bestaand gebouw wordt hiervoor gesloopt. Dit betekent dat de locatie zowel tijdens de bouwfase als na ingebruikname in potentie emissies van NOx kan veroorzaken op omliggende beschermde Natura2000 gebieden.

3. Gegevens project Het betreft een locatie waar woningbouw wordt gerealiseerd. De verwachte bouw- en slooptijd bedraagt 10 maanden. Eerst zal de sloop plaats vinden met een kraan die in 16 uur het huis afbreekt en zo veel mogelijk in gescheiden fracties in containers stort om af te voeren. Dit zullen 3 puincontainers zijn, 1 container met hout, een met staal en een met restafval. Deze worden met zes vrachtwagens afgevoerd. Vervolgens vind het grondwerk plaats met een kraan, waarbij in totaal 20 uur gemoeid is en een tien vrachtwagens het terrein zullen aandoen voor aanvullen met zand voor de fundering (verbeterd grondwerk) en eventueel afvoer van kleigrond. Daarna komen dagelijks maximaal 3 busjes per dag. Bij het leggen van een dek zal een kraan een dag aanwezig zijn gedurende 6 uur werkzaam en gemiddeld komt elke week een vrachtwagen materiaal lossen of een container ophalen, waarbij pieken bestaan bij lossen van wapening en los daarvan zijn in het begin telkenmale bij de stort continue betonwagens aan het pendelen Pagina 4 van 20

met 14 m3 beton. De grootste stort is de vloer die ze in een keer doen bij de bouw van het woonhuis en bijgebouw. Het gaat hier om een stort van 60 m3 oftewel 5 vrachtwagens op die dag. Uitgaande van een gemiddelde afwerkvloerdikte van 20 cm per dek en zo’n 300 m2 vloeroppervlak en bij 1 dek in de woning van 100 m2 totaal 83 m3 oftewel 6 vrachtwagens. Uitgaande van een gemiddelde laad- en lostijd van ongeveer driekwart uur zal gedurende de 10 maanden er 4,5 uur beton storten en 32 uur overig een vrachtwagen op terrein stationair of met een lage snelheid mobiel over het terrein rijden. Op de locatie zelf zijn verder behalve de kraan en vrachtwagens geen stikstof veroorzakende activiteiten.

4. Emissies tijdens de bouw Voor het bepalen van de depositieberekening in AERIUS is voor de emissies ingevolge de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator van januari 2018 twee bronnen te onderscheiden. Een lijnbron van transport gelieerd aan de locatie en een vlak op de bouwplaats voor de activiteiten van het laden en lossen van producten en de aanwezige kraan. Transport naar de bouwplaats (verkeer en vervoer) In de AERIUS-berekeningen zijn de rijdende voertuigen als volgt opgenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de bouwplaats komen in de aan te vragen situatie. Hierin zijn de totale transportbewegingen van het gehele project van 10 maanden meegenomen. Transportbewegingen ten behoeve van bouwmaterialen, afvalstromen en bouwvakkers. Tabel 1: aantal transportmiddelen (worst-case) van en naar het bouwproject

Licht verkeer (personenauto’s) Middel zwaar (bestelbus) Zwaar verkeer

Bewegingen Bewegingen project/jaar t.b.v. AERIUS calculator 4/werkdag 860 6/werkdag

1.290

12 sloop + 20 grond + 2/week + 12 beton

12 20 86 12

De bewegingen zijn gemodelleerd van de kruising met de Zuidzandseweg (N674) tot aan de bouwplaats. Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht, middelzwaar en zwaar verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt. Door hierbij uit te gaan van snelheden “binnen bebouwde kom” en 10% stagnerend verkeer is niet uitgegaan van een worst-case scenario, omdat deze weg geen filevorming kent. De emissiefactoren voor zwaar verkeer die zijn opgenomen in AERIUS Calculator zijn gebaseerd op het gemiddelde Nederlandse vrachtwagenpark en daarmee representatief. Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen) De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Uitgangspunt voor de berekeningen van de stationaire bronnen op de bouwplaats zijn gebaseerd op het TNOrapport "Emissiemodel Mobiele Machines gebaseerd op machineverkopen in combinatie met Pagina 5 van 20

brandstof Afzet (EMMA)", met het kenmerk TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML, november 2009 (te vinden op de website www.emissieregistratie.nl van de Rijksoverheid). Voor vrachtwagens kan worden uitgegaan van de "Invoergegevens luchtkwaliteit die jaarlijks door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat" (voorheen Infrastructuur en Milieu) bekend worden gemaakt. Tabel 2: mobiele en stationaire bronnen op het bouwproject Algemeen NOx Emissiefactor vermogen lastfactor* stage III* Activiteit kW % g/kWh

Aanvoer sloop vrachtwagen Aanvoer grond vrachtwagen Aanvoer vrachtwagen bouwmateriaal Afvoer containers Kraan sloop Kraan dekleggen Kraan grondwerk TOTAAL:

80 80 80

0,6 0,6 0,6

3,3 3,3 3,3

TAFEmissie factor* stage III % g/uur

1,05 1,05 1,05

Bedrijfsduur uur/jaar

Emissie stage III kg/jaar

108,75

5

0,54

108,75

7,5

0,82

108,75 108,75 166,32 166,32 166,32

14,5 12 16 6 20

1,58 1,31 2,66 1,00 3,33 11,23

*bron: het TNO-rapport 'Emissiemodel Mobiele Machines gebaseerd op machineverkopen in combinatie met brandstof Afzet (EMMA)', met het kenmerk TNO-034-UT-2 009-01 782_RPT-ML, november 2009

In tabel 2 is de emissies (in kg/jaar) weergegeven tijdens het bouwproject van 10 maanden die zijn gebruikt in de berekeningen in AERIUS gebaseerd op machines die voldoen aan de emissienorm voor Stage Ill, die afhankelijk van het type en vermogen van de voertuigen geldt sinds ongeveer 2006. Door de aannemer is mondeling aangegeven dat gelet op het feit dat niet alle onderaannemers en daarmee de machines die het terrein opkomen al bekend zijn, maar de ervaring leert dat ongeveer een kwart van het machinepark van voor 2006 is en dat de rest nieuwer is. De emissies van nieuwere voertuigen zijn aanzienlijk lager dan die van Stage Ill, zodat onderstaande geen onderschatting zal zijn van de feitelijke emissies. Voor zwaar vrachtverkeer is uitgegaan van de waarden van 2020 bij verkeer in stad, stagnerend, zoals opgenomen in de emissiefactoren voor niet-snelwegen. De bron van stationair aanwezige mobiele bronnen veroorzaakt een NOx-emissie van 11,23 kg/jaar.

5. Emissies na ingebruikname In het onderzoek zijn de emissies ten gevolge van het wegverkeer van en naar de planlocatie beschouwd. In de nieuwe situatie is namelijk enkel het verkeer nog relevant. De inrichting wordt duurzaam opgezet waarbij de gebouwen worden verwarmd met warmtepomp en zonnepanelen en ook van het aardgas afgekoppeld. Voor het bepalen van de depositie in de gebruiksfase wordt bij een vrijstaande woning uitgegaan van twee auto’s die dagelijks af- en aanrijden. Pagina 6 van 20

Voor de bepaling van de effecten van de vrijstaande woning op de stikstofdepositie is de beoogde situatie onderzocht. Ook hier wordt uitgegaan van een ontsluiting in de richting van de Zuidzandseweg (N674). Als rekenjaren is het jaar 2021 gehanteerd. Het geplande jaar van ingebruikname. Tabel 3: aantal transportmiddelen na in gebruik name

Licht verkeer (personenauto’s)

Bewegingen 2x2/dag

Bewegingen project (jaar) 1.460

6. Conclusie en afweging Voor een bestemmingswijziging is gekeken naar het effect van de bouwfase en gebruiksfase. Bij de gebruiksfase is gekeken naar situatie waarbij het beoogde project per saldo zelf niet leidt tot een significante toename van N-depositie binnen de begrenzing van het project of de locatie. Uit de AERIUS berekening blijkt dat het projecteffect op omliggende gebieden nihil is en daarmee ook geen effect heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden. Bij het beoogde gebruik is de depositie eveneens nihil op alle omliggende gebieden. Een Wet natuurbeschermingsvergunning is voor zowel de bouw- en aanlegfase als gebruiksfase dan ook niet noodzakelijk.

AERIUS berekening tijdens de bouwfase

Pagina 7 van 20

AERIUS berekening tijdens de gebruiksfase

Pagina 8 van 20

BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase

Pagina 9 van 20

Pagina 10 van 20

Pagina 11 van 20

Pagina 12 van 20

Pagina 13 van 20

BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase

Pagina 14 van 20

Pagina 15 van 20

Pagina 16 van 20

Pagina 17 van 20

Pagina 18 van 20

Pagina 19 van 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=6c423ad6-210b-4384-9168-586fda4fe119