CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

a. Ontwerpbestemmingsplan

Raad 6 februari 2025, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan J.H. van Dalestraat Breskens20.596 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

37/284

Aanduidingen Ten slotte worden op de verbeelding ook een maatvoeringsaanduiding gebruikt, de maximaal toegestane goothoogte. Bij het toekennen van aanduidingen is zo veel mogelijk aangesloten bij de standaard (en verplichte) aanduidingen uit SVBP2012. In het renvooi zijn alle gebruikte aanduidingen opgenomen. Opzet planregels De regels zijn opgedeeld in hoofdstukken, volgens de bepalingen uit SBVP2012: hoofdstuk 1 (Inleidende regels): hierin worden de in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald; hoofdstuk 2 (Bestemmingsregels): hierin worden alfabetisch de regels gegeven waarmee de bestemmingen die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven; hoofdstuk 3 (Algemene regels): dit hoofdstuk bevat regels die voor alle bestemmingen gelden, zoals algemene afwijkingsregels of wijzigingsbevoegdheden, de anti-dubbeltelbepaling etcetera; hoofdstuk 4 (Overgangs- en slotregel): dit hoofdstuk is het overgangsrecht opgenomen zoals dat in het Besluit ruimtelijke ordening vast is voorgeschreven en de titel van het plan.

De artikelen in hoofdstuk 2 Bestemmingsregels zijn als volgt opgebouwd: bestemmingsomschrijving: hier wordt aangegeven welk gebruik binnen de bestemming is toegestaan; bouwregels: deze zijn onderverdeeld in de toelaatbaarheid van bouwwerken, bouwhoogte, oppervlakte en inhoud; specifieke gebruiksregels om bepaalde zaken binnen een bestemming nader of specifiek te regelen. Niet ieder bestemmingsartikel hoeft al deze elementen te bevatten. Dat is afhankelijk van de aard van de bestemming. Alle bestemmingsartikelen bevatten in ieder geval een bestemmingsomschrijving en bouwregels.

5.3

Gehanteerde bestemmingen

In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de gehanteerde bestemmingen en wat binnen deze bestemmingen is toegestaan met betrekking tot bouwen en gebruik. Groen (Artikel 3) Alle structurele groenvoorzieningen in het plangebied zijn bestemd als Groen. In de bestemming Groen zijn groen, beplanting en plantsoenen en deze bestemming behorende voorzieningen, zoals voet- en fietspaden, speelvoorzieningen en voorzieningen voor de waterhuishouding toegestaan, waaronder waterberging. Maatschappelijk (Artikel 4) Gronden met de bestemming Maatschappelijk zijn bestemd voor gezondheidszorg en voorzieningen inzake zorg en welzijn en de hierbij horende voorzieningen zoals groen en parkeren. Er zijn aanduidingen opgenomen voor de maximale goot- en bouwhoogte en het maximale bebouwingspercentage. Verkeer (Artikel 5) De openbare weg in het plangebied zijn bestemd tot Verkeer. Binnen deze bestemming zijn groenvoorzieningen

38/284

en voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling en van de waterhuishouding eveneens mogelijk. Wonen (Artikel 6) De gronden met de bestemming Wonen zijn bestemd voor woningen en de bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, toegangs- en achterpaden, parkeervoorzieningen Verder wordt geregeld welke afstanden tot perceelsgrenzen dienen te worden aangehouden. De goot- en bouwhoogte worden op de kaart geregeld. In de specifieke gebruiksregels is geregeld dat aan-huis-gebonden beroepen zijn toegestaan tot een oppervlakte van 50 m². Verder is het verlenen van logies met ontbijt voor 3 slaapplaatsen toegestaan. In onderhavig bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de wet biedt om een voorwaardelijke verplichting in de regels op te nemen, namelijk een verplichting om een passende en uniforme erfafscheiding langs het openbare gebied te bewerkstelligen. Een voorwaardelijke verplichting is een regel in het bestemmingsplan waarmee bijvoorbeeld wordt bepaald dat een nieuwe functie wel is toegestaan of dat een bepaald gebouw mag worden gebruikt, maar alleen als óók de benodigde maatregelen worden getroffen en deze maatregelen in stand worden gelaten. De voorwaardelijke verplichtingen zijn middelen om afspraken tussen de gemeente en de ontwikkelende partij(en) planologisch te borgen.

Omdat deze afspraken door gebruikmaking van een publiekrechtelijk regeling kunnen worden vastgelegd, behoeven en kunnen deze niet via privaatrechtelijke weg worden vastgelegd. Een voordeel van een voorwaardelijke verplichting is dat er geen nader toetsingsmoment aan te pas komt. Er is ook geen nadere besluitvorming door het bevoegd gezag (veelal het college van burgemeester en wethouders) nodig.

39/284

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoeringsaspecten

Financiële uitvoerbaarheid

De gemeente Sluis zal in een anterieure overeenkomst de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan vastleggen. De initiatiefnemer van de woonzorgappartementen zal deze ontwikkeling volledig bekostigen. Hiervoor zijn voldoende middelen beschikbaar. Het overige deel van de ontwikkeling zal in beheer van de gemeente Sluis ontwikkeld worden. Conclusie De gemeente Sluis acht de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan op grond van het voorgaande afdoende gewaarborgd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient inzicht te worden gegeven in de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het gaat daarbij zowel om de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de planvoorbereiding zijn betrokken alsook om de resultaten van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro Inspraak Op grond van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening worden ingezetenen van de gemeente en in de gemeente belanghebbende natuurlijke en rechtspersonen bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan betrokken. Het voorontwerpbestemmingsplan zal ter inzage worden gelegd bij het Klanten Contact Centrum (KCC) van de gemeente Sluis, Nieuwstraat 22 te Oostburg, en is tevens op de website www.ruimtelijkeplannen.nl in te zien. Gedurende deze termijn van terinzagelegging kunnen inspraakreacties mondeling of schriftelijk naar voren worden gebracht. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro Tijdens de inspraaktermijn is het voorontwerpbestemmingsplan verstuurd voor het overleg ex artikel 3.1.1. Bro. Van de provincie Zeeland is een reactie ontvangen. De opmerkingen zijn verwerkt in de toelichting van dit bestemmingsplan.

40/284

Bijlagen bij toelichting

41/284

42/284

Bijlage 1

43/284

Vooroverlegreactie provincie

21.0010759 Inkomende documenten Gemeente Sluis

vgjļjiWļľ Provincie

^Zeeland

Abdij 6 4331BK Middelburg Postbus 6001'4330 LA Middelburg +31 118631011 IBAN NL08 BNGH 0285010557

Gemeente Sluis

Gemeente Sluis Postbus 27 4500 AA OOSTBURG

Onderwerp

Zaaknummer

Vooroverleg 76562 bestemmingsplan JH van Dalestraat Breskens van de gemeente Sluis

'^gekomen

0 AÍIS, 202I

Uw kenmerk

Behandeld door

R.J. Swiers +31 6 28904145

Verzonden

8 S AäB. 2921

Middelburg, 9 augustus 2021

Geacht college, Op 14 juli 2021 hebben wij van u het "Vooroverleg bestemmingsplan JH van Dalestraat Breskens van de gemeente Sluis” ontvangen in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Wij hebben naar aanleiding van het voorontwerp bestemmingsplan de volgende opmerkingen. Ten aanzien van wonen: Samen met uw gemeente wordt gewerkt aan het opstellen van een Plan van aanpak om te komen tot het terugdringen van de harde plancapaciteit en niet langer gewenste plannen, waarbij het tevens mogelijk is om onder voorwaarden wel gewenste plannen mogelijk te maken. Dit plan staat niet op de lijst van harde plannen. De vier ‘reguliere’ woningen zijn nu niet goed onderbouwd. Er wordt verwezen naar een regionale planningslijst: die hanteren we echter al járen niet meer. Het belangrijkste punt is dat er geen ladderruimte is om nieuwe woningbouwplannen hard te kunnen maken. We hebben een uitzondering gecreëerd voor specifieke woningbouwprojecten via het Plan van aanpak. In dit geval zou het alleen te onderbouwen zijn door de woningen levensloopbestendig te maken met een woonprogramma (woon/bad/slaapkamer) op de begane grond. U kunt dit eisen bij de verkoop, omdat het eigen grond is. In dat geval is het mogelijk te maken, met verwijzing naar het Plan van aanpak. Zoals het er nu staat, is het uitvoeren van dit plan niet mogelijk.

Ten aanzien van archeologie: Breskens is voor archeologie een vrijgestelde kern. In de toets zit echter wel een achterhaalde handeling. De IKAW en AMK zijn juridisch niet meer van toepassing en niet opgenomen in het beleid van de gemeente Sluis. Deze mogen worden geschrapt.

Mocht u naar aanleiding van deze brief vragen hebben dan verzoeken wij u contact op te nemen met de behandelend ambtenaar: Swiers R.J. (Robbert Jan). Deze is te bereiken op het in het briefhoofd genoemde telefoonnummer of per e-mail: rj.swiers@zeeland.nl. Met vriendelijke groet, Gedeputeerde Staten, namens dezen,

Ab Lourense, Wnd. Afdelingsmanager Personeel, Omgeving en Juridische Zaken.

U wordt verzocht om in uw correspondentie steeds het zaaknummer te vermelden.

Behoort bij brief met zaaknummer: 76562

2

46/284

Bijlage 2

47/284

Memo wegverkeerslawaai

memo

Postbus 150. 3000 AD Rotterdam Tel: 010-201 85 55 E-mail: info@rho.nl

Onderwerp:

Akoestisch onderzoek J.H. van Dalestraat

Datum:

9 maart 2018

Referte:

ing. R. Meijs

Aanleiding De ontwikkeling bestaat uit het mogelijk maken van 12 (zorg)woningen met gemeenschappelijke ruimte en maximaal 4 reguliere woningen. De ontwikkeling vindt plaats op de locatie van de voormalige basisschool aan de J.H. van Dalestraat in Breskens. Nieuwe woningen, ook zorgwoningen, zijn geluidgevoelige functies volgens de Wet geluidhinder (Wgh) waarvoor het akoestisch klimaat aannemelijk dient worden gemaakt. Akoestisch onderzoek is noodzakelijk indien de nieuwe woningen zijn gelegen binnen de geluidzone van een gezoneerde weg (50 km/u of hoger). De woningen worden mogelijk gemaakt binnen de bebouwde kom van Breskens, waar een 30 km-zone van toepassing is. Op basis van jurisprudentie wordt, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, akoestisch onderzoek uitgevoerd ten gevolge van het verkeer op de omliggende 30 km/u wegen.

Toetsingskader Normstelling Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/u-wegen en woonerven - bevinden zich op grond van de Wgh geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidzone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging. De geluidbelasting wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat L den (L day-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Nieuwe situaties Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidszone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde in onderhavig situatie bedraagt 63 dB (binnenstedelijk gelegen woningen). De geluidswaarde binnen de geluidgevoelige bestemming (binnenwaarde) dient in alle gevallen te voldoen aan de in het Bouwbesluit neergelegde norm van 33 dB. Krachtens artikel 110g van de Wet geluidhinder mag het berekende geluidniveau van het wegverkeer worden gecorrigeerd in verband met de verwachting dat motorvoertuigen in de toekomst stiller zullen worden.

Van de aftrek conform artikel 3.4 uit het Reken- en Meetvoorschrift 2012 is gebruik gemaakt. Voor wegen met een maximum snelheid van 70 km/u of meer is deze aftrek 2 dB. De aftrek voor de andere wegen is 5 dB. 30 km/u wegen Zoals aangegeven zijn wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u of lager op basis van de Wgh niet-gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de uiterste grenswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de uiterste grenswaarde als maximaal aanvaardbare waarde. Omdat voor 30 km/u-wegen dezelfde benaderingswijze wordt gehanteerd als voor gezoneerde wegen, wordt ook hier een correctie toegepast op basis van artikel 110g Wgh.

Deze aftrek is gelijk aan de aftrek bij gezoneerde wegen met een maximum snelheid tot 70 km/u (5 dB). blz. 1

Onderzoek De nieuwe woningen zijn niet gelegen in de geluidzone van gezoneerde wegen. Akoestisch onderzoek is wettelijk gezien, volgens de Wgh, niet noodzakelijk. De woningen worden wel mogelijk gemaakt in de nabijheid van enkele nietgezoneerde wegen met een maximum snelheid van 30 km/u. In het kader van een goede ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie wordt de akoestische situatie berekend ten gevolge van deze wegen. De geluidbelasting op de nieuwe woningen wordt berekend ten gevolge van het verkeer op de J.H. van Dalestraat, Nijverheidstraat, Molenwater en Hoofdplaatseweg. Rekenmethodiek en invoergegevens Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd volgens Standaard Rekenmethode I (SRM I) conform het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012. De berekeningen zijn opgenomen in bijlage 1. Invoergegevens Maatgevend voor het akoestisch onderzoek is een jaargemiddelde verkeersintensiteit van een weekdag. De gemeente Sluis heeft geen intensiteiten van de te onderzoeken wegen beschikbaar. De Hoofdplaatseweg ontsluit met name bestemmingsverkeer van aangelegen percelen, de weg gaat buiten de bebouwde kom over in een plattelandsweg. De Molenwater ontsluit het verkeer van de plaatselijke wijk naar de ontsluitingswegen van Breskens. De J.H. van Dalestraat ontsluit met name aangelegen woningen in de buurt en dient als buurtontsluitingsweg.

De Nijverheidstraat ontsluit vooral de aangelegen woningen. Het verkeer van de Hoofdplaatseweg, Nijverheidsstraat en de J.H. van Dalestraat ontsluit deels op de Molenwater. Op basis van deze benaderingen zijn aannames gedaan voor de benodigde intensiteiten van het prognosejaar 2028, 10 jaar na planvoornemen. De aannames zijn opgenomen in tabel 1. Tabel 1 Invoergegevens Bron Intensiteit 2028 (weekdag) Hoofdplaatseweg 200 mvt/etmaal

Snelheidsregime

Wegdekverharding

30 km/u

Dicht asfaltbeton (referentiewegdek)

Molenwater

2.000 mvt/etmaal

30 km/u

Dicht asfaltbeton (referentiewegdek)

J.H. van Dalestraat

400 mvt/etmaal

30 km/u

Elementenverharding in keperverband

Nijverheidstraat

200 mvt/etmaal

30 km/u

Elementenverharding in keperverband

De voertuig- en etmaalverdeling van de wegen zijn gebaseerd op de standaardverdeling van een erftoegangsweg met verblijfsfunctie, zie tabel 2. Tabel 2 Voertuig- en etmaalverdeling Licht verkeer Middel verkeer Zwaar verkeer etmaalverdeling

dag

avond

nacht

94,59% 4,76% 0,65%

94,59% 4,76% 0,65%

94,59% 4,76% 0,65%

6,54%

3,76%

0,81%

Voorts is de afstand van de as van de weg tot de rand van het bouwvlak bepaald aan de hand van de verbeelding, zie tabel 3. In het rekenmodel is daarnaast, op basis van de wegbreedte en een trottoir, worst-case uitgegaan van een volledige verhardingsbreedte. In worst case-scenario is voor alle bronnen uitgegaan van een volledige zichthoek. Tabel 3 Afstand bouwvlak tot as van de weg Bron Afstand tot bouwvlak Hoofdplaatseweg 15 meter Molenwater 10 meter J.H. van Dalestraat 8 meter Nijverheidstraat 4 meter blz. 2

Resultaten In tabel 4 is de geluidbelasting op de dichtstbijzijnde randen van het bouwvlak weergeven. Gerekend is op 2 bouwlagen +1,5 meter en +4,5 meter. De rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 1. Tabel 4 Geluidbelasting nieuwe woningen (inclusief aftrek art. 110 Wgh) Bron Bouwlaag 1 Bouwlaag 2 Hoofdplaatseweg Molenwater J.H. van Dalestraat Nijverheidsstraat

38 dB 50 dB 46 dB 46 dB

39 dB 50 dB 46 dB 45 dB

Op basis van tabel 4 blijkt dat de richtwaarde van 48 dB ten gevolge van de omliggende wegen alleen wordt overschreden ten gevolge van het verkeer op de Molenwater. De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 50 dB, de maximaal aanvaardbare waarde van 63 dB wordt niet overschreden.

Maatregelen De geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de Molenwater overschrijdt de richtwaarde van 48 dB. In de Wgh is in dit geval een onderzoeks- en verantwoordingsplicht opgenomen naar geluidreducerende maatregelen als het gaat om gezoneerde wegen. Voorliggend plan heeft betrekking op niet gezoneerde wegen. Echter wordt bij gebrek aan wettelijke normen voor niet gezoneerde wegen, aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Daarom wordt in eerste instantie gekeken naar bronmaatregelen, vervolgens naar overdrachtsmaatregelen. Bronmaatregelen Hieronder vallen bijvoorbeeld het verlagen van de maximum snelheid, het terugdringen van het verkeersaanbod en aanpassen van het wegdektype. De Molenwater behoort reeds tot de laagste wegcategorie met een maximum snelheid van 30 km/u. Daarnaast heeft het reeds een asfaltverharding, wat meer geluid reduceert dan een klinkerverharding. De kosten van het aanbrengen van een stille deklaag weegt daarnaast niet op tegen de baten. Maatregelen aan het overdrachtsgebied Overdrachtsmaatregelen zijn het toepassen van geluidsschermen of het vergroten van de afstand tussen de geluidsbron en de gevel van de woning. Bij toepassing van geluidschermen zijn hoge kosten verbonden en deze zijn vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk.

Het vergroten van de afstand tussen de geluidsbron en de gevel van de woning is niet mogelijk door beperkte ruimte op het perceel en stuit tevens tegen bezwaren van stedenbouwkundige aard.

Conclusie De nieuwe woningen zijn niet gelegen binnen de geluidzone van gezoneerde wegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie is de akoestische situatie berekend ten gevolge van het verkeer op de J.H. van Dalestraat, Nijverheidstraat, Molenwater en Hoofdplaatseweg. Hieruit blijkt dat de richtwaarde van 48 dB alleen wordt overschreden ten gevolge van het verkeer op de Molenwater. De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 50 dB, de maximaal aanvaardbare waarde van 63 dB wordt niet overschreden. Maatregelen om de geluidbelasting ten gevolge van deze overschrijding te reduceren stuiten op bezwaren van stedenbouwkundige, financiële en verkeerskundige aard. Aangezien de maximaal aanvaardbare waarde niet wordt overschreden, worden de woningen mogelijk gemaakt in een acceptabel akoestisch woon- en leefklimaat.

blz. 3

Bijlage 1 Uitvoer geluidberekeningen

blz. 4

J.H. van Dalestraat

20161793

Ontvanger

: bouwlaag 1

Rijlijn

: Hoofdplaatseweg

Wegdekhoogte [m] Verhardingsbreedte [m] Bodemfactor [-] Objectfractie [-] Zichthoek [grad] Wegdektype [-]

: 0,00 : 15,00 : 0,00 : 0,00 : 127 : 0 - Referentiewegdek

Waarneemhoogte [m]

Afstand horizontaal [m] Afstand schuin [m] Afstand kruispunt [m] Afstand obstakel [m]

:

: : : :

Q_etmaal % Daguur % Avonduur % Nachtuur

Emissiegegevens distributie per voertuigcategorie per periode in dB(A) m Categorie Dag[%] Avond[%] Nacht[%] km/u C_wegdek 1 Motorrijwielen 0,00 0,00 0,00 50 0,00 2 Lichte Motorvoertuigen 94,59 94,59 94,59 30 0,00 3 Middelzware Motorvoert... 4,76 4,76 4,76 30 0,00 4 Zware Motorvoertuigen 0,65 0,65 0,65 30 0,00 5 Bromfietsen 0,00 0,00 0,00 50 0,00 Totaal 100,00 100,00 100,00 C_optrek Resultaten in dB(A) C_reflectie C_zichthoek D_afstand D_lucht D_bodem D_meteo

: : : : : :

Standaard rekenmethode 1 V2.00

0,00 0,00 11,77 0,11 0,00 0,82

LAeq, dag LAeq, avond LAeq, nacht Aftrek Art.110g [dB] Lden, excl. Art.110g [dB] Lden, incl. Art.110g [dB]

1,5

15,00 15,02 0,00 0,00

: : : : E_dag E_avond 0,00 0,00 53,46 51,06 49,38 46,98 43,94 41,53 0,00 0,00 55,23 52,82 ---

: : : : : :

200,00 6,54 3,76 0,81 E_nacht 0,00 44,39 40,31 34,87 0,00 46,16 --

42,53 40,12 33,46 5 43 38

9-3-2018 08:29:12, blz. 1

J.H. van Dalestraat

20161793

Rijlijn

: Molenwater

Wegdekhoogte [m] Verhardingsbreedte [m] Bodemfactor [-] Objectfractie [-] Zichthoek [grad] Wegdektype [-]

: 0,00 : 10,00 : 0,00 : 0,00 : 127 : 0 - Referentiewegdek

Afstand horizontaal [m] Afstand schuin [m] Afstand kruispunt [m] Afstand obstakel [m]

: : : :

Q_etmaal % Daguur % Avonduur % Nachtuur

Emissiegegevens distributie per voertuigcategorie per periode in dB(A) m Categorie Dag[%] Avond[%] Nacht[%] km/u C_wegdek 1 Motorrijwielen 0,00 0,00 0,00 50 0,00 2 Lichte Motorvoertuigen 94,59 94,59 94,59 30 0,00 3 Middelzware Motorvoert... 4,76 4,76 4,76 30 0,00 4 Zware Motorvoertuigen 0,65 0,65 0,65 30 0,00 5 Bromfietsen 0,00 0,00 0,00 50 0,00 Totaal 100,00 100,00 100,00 C_optrek Resultaten in dB(A) C_reflectie C_zichthoek D_afstand D_lucht D_bodem D_meteo

: : : : : :

Standaard rekenmethode 1 V2.00

0,00 0,00 10,01 0,08 0,00 0,57

LAeq, dag LAeq, avond LAeq, nacht Aftrek Art.110g [dB] Lden, excl. Art.110g [dB] Lden, incl. Art.110g [dB]

10,00 10,03 0,00 0,00

: : : : E_dag E_avond 0,00 0,00 63,46 61,06 59,38 56,98 53,94 51,53 0,00 0,00 65,23 62,82 ---

: : : : : :

2000,00 6,54 3,76 0,81 E_nacht 0,00 54,39 50,31 44,87 0,00 56,16 --

54,56 52,16 45,49 5 55 50

9-3-2018 08:29:12, blz. 2

J.H. van Dalestraat

20161793

Rijlijn

: J.H. van Dalestraat

Wegdekhoogte [m] Verhardingsbreedte [m] Bodemfactor [-] Objectfractie [-] Zichthoek [grad] Wegdektype [-]

: 0,00 Afstand horizontaal [m] : 8,00 Afstand schuin [m] : 0,00 Afstand kruispunt [m] : 0,00 Afstand obstakel [m] : 127 : 9a - Elementenverharding in keperverband

: : : :

Q_etmaal % Daguur % Avonduur % Nachtuur

Emissiegegevens distributie per voertuigcategorie per periode in dB(A) m Categorie Dag[%] Avond[%] Nacht[%] km/u C_wegdek 1 Motorrijwielen 0,00 0,00 0,00 50 0,00 2 Lichte Motorvoertuigen 94,59 94,59 94,59 30 1,34 3 Middelzware Motorvoert... 4,76 4,76 4,76 30 2,58 4 Zware Motorvoertuigen 0,65 0,65 0,65 30 2,58 5 Bromfietsen 0,00 0,00 0,00 50 0,00 Totaal 100,00 100,00 100,00 C_optrek Resultaten in dB(A) C_reflectie C_zichthoek D_afstand D_lucht D_bodem D_meteo

: : : : : :

Standaard rekenmethode 1 V2.00

0,00 0,00 9,05 0,07 0,00 0,47

LAeq, dag LAeq, avond LAeq, nacht Aftrek Art.110g [dB] Lden, excl. Art.110g [dB] Lden, incl. Art.110g [dB]

8,00 8,04 0,00 0,00

: : : : E_dag E_avond 0,00 0,00 57,80 55,40 54,97 52,57 49,53 47,12 0,00 0,00 60,03 57,63 ---

: : : : : :

400,00 6,54 3,76 0,81 E_nacht 0,00 48,73 45,90 40,46 0,00 50,96 --

50,45 48,04 41,38 5 51 46

9-3-2018 08:29:12, blz. 3

J.H. van Dalestraat

20161793

Rijlijn

: Nijverheidstraat

Wegdekhoogte [m] Verhardingsbreedte [m] Bodemfactor [-] Objectfractie [-] Zichthoek [grad] Wegdektype [-]

: 0,00 Afstand horizontaal [m] : 4,00 Afstand schuin [m] : 0,00 Afstand kruispunt [m] : 0,00 Afstand obstakel [m] : 127 : 9a - Elementenverharding in keperverband

: : : :

Q_etmaal % Daguur % Avonduur % Nachtuur

Emissiegegevens distributie per voertuigcategorie per periode in dB(A) m Categorie Dag[%] Avond[%] Nacht[%] km/u C_wegdek 1 Motorrijwielen 0,00 0,00 0,00 50 0,00 2 Lichte Motorvoertuigen 94,59 94,59 94,59 30 1,34 3 Middelzware Motorvoert... 4,76 4,76 4,76 30 2,58 4 Zware Motorvoertuigen 0,65 0,65 0,65 30 2,58 5 Bromfietsen 0,00 0,00 0,00 50 0,00 Totaal 100,00 100,00 100,00 C_optrek Resultaten in dB(A) C_reflectie C_zichthoek D_afstand D_lucht D_bodem D_meteo

: : : : : :

Standaard rekenmethode 1 V2.00

0,00 0,00 6,10 0,04 0,00 0,24

LAeq, dag LAeq, avond LAeq, nacht Aftrek Art.110g [dB] Lden, excl. Art.110g [dB] Lden, incl. Art.110g [dB]

4,00 4,07 0,00 0,00

: : : :

200,00 6,54 3,76 0,81

E_dag E_avond E_nacht 0,00 0,00 0,00 54,79 52,39 45,72 51,96 49,56 42,89 46,52 44,11 37,45 0,00 0,00 0,00 57,02 54,62 47,95 ----

: : : : : :

50,64 48,24 41,57 5 51 46

9-3-2018 08:29:12, blz. 4

J.H. van Dalestraat

20161793

Ontvanger

: bouwlaag 2

Rijlijn

: Hoofdplaatseweg

Wegdekhoogte [m] Verhardingsbreedte [m] Bodemfactor [-] Objectfractie [-] Zichthoek [grad] Wegdektype [-]

: 0,00 : 15,00 : 0,00 : 0,00 : 127 : 0 - Referentiewegdek

Waarneemhoogte [m]

Afstand horizontaal [m] Afstand schuin [m] Afstand kruispunt [m] Afstand obstakel [m]

:

: : : :

Q_etmaal % Daguur % Avonduur % Nachtuur

Emissiegegevens distributie per voertuigcategorie per periode in dB(A) m Categorie Dag[%] Avond[%] Nacht[%] km/u C_wegdek 1 Motorrijwielen 0,00 0,00 0,00 50 0,00 2 Lichte Motorvoertuigen 94,59 94,59 94,59 30 0,00 3 Middelzware Motorvoert... 4,76 4,76 4,76 30 0,00 4 Zware Motorvoertuigen 0,65 0,65 0,65 30 0,00 5 Bromfietsen 0,00 0,00 0,00 50 0,00 Totaal 100,00 100,00 100,00 C_optrek Resultaten in dB(A) C_reflectie C_zichthoek D_afstand D_lucht D_bodem D_meteo

: : : : : :

Standaard rekenmethode 1 V2.00

0,00 0,00 11,89 0,12 0,00 0,39

LAeq, dag LAeq, avond LAeq, nacht Aftrek Art.110g [dB] Lden, excl. Art.110g [dB] Lden, incl. Art.110g [dB]

4,5

15,00 15,46 0,00 0,00

: : : : E_dag E_avond 0,00 0,00 53,46 51,06 49,38 46,98 43,94 41,53 0,00 0,00 55,23 52,82 ---

: : : : : :

200,00 6,54 3,76 0,81 E_nacht 0,00 44,39 40,31 34,87 0,00 46,16 --

42,83 40,43 33,76 5 44 39

9-3-2018 08:29:12, blz. 5

J.H. van Dalestraat

20161793

Rijlijn

: Molenwater

Wegdekhoogte [m] Verhardingsbreedte [m] Bodemfactor [-] Objectfractie [-] Zichthoek [grad] Wegdektype [-]

: 0,00 : 10,00 : 0,00 : 0,00 : 127 : 0 - Referentiewegdek

Afstand horizontaal [m] Afstand schuin [m] Afstand kruispunt [m] Afstand obstakel [m]

: : : :

Q_etmaal % Daguur % Avonduur % Nachtuur

Emissiegegevens distributie per voertuigcategorie per periode in dB(A) m Categorie Dag[%] Avond[%] Nacht[%] km/u C_wegdek 1 Motorrijwielen 0,00 0,00 0,00 50 0,00 2 Lichte Motorvoertuigen 94,59 94,59 94,59 30 0,00 3 Middelzware Motorvoert... 4,76 4,76 4,76 30 0,00 4 Zware Motorvoertuigen 0,65 0,65 0,65 30 0,00 5 Bromfietsen 0,00 0,00 0,00 50 0,00 Totaal 100,00 100,00 100,00 C_optrek Resultaten in dB(A) C_reflectie C_zichthoek D_afstand D_lucht D_bodem D_meteo

: : : : : :

Standaard rekenmethode 1 V2.00

0,00 0,00 10,29 0,08 0,00 0,27

LAeq, dag LAeq, avond LAeq, nacht Aftrek Art.110g [dB] Lden, excl. Art.110g [dB] Lden, incl. Art.110g [dB]

10,00 10,68 0,00 0,00

: : : : E_dag E_avond 0,00 0,00 63,46 61,06 59,38 56,98 53,94 51,53 0,00 0,00 65,23 62,82 ---

: : : : : :

2000,00 6,54 3,76 0,81 E_nacht 0,00 54,39 50,31 44,87 0,00 56,16 --

54,58 52,18 45,51 5 55 50

9-3-2018 08:29:12, blz. 6

J.H. van Dalestraat

20161793

Rijlijn

: J.H. van Dalestraat

Wegdekhoogte [m] Verhardingsbreedte [m] Bodemfactor [-] Objectfractie [-] Zichthoek [grad] Wegdektype [-]

: 0,00 Afstand horizontaal [m] : 8,00 Afstand schuin [m] : 0,00 Afstand kruispunt [m] : 0,00 Afstand obstakel [m] : 127 : 9a - Elementenverharding in keperverband

: : : :

Q_etmaal % Daguur % Avonduur % Nachtuur

Emissiegegevens distributie per voertuigcategorie per periode in dB(A) m Categorie Dag[%] Avond[%] Nacht[%] km/u C_wegdek 1 Motorrijwielen 0,00 0,00 0,00 50 0,00 2 Lichte Motorvoertuigen 94,59 94,59 94,59 30 1,34 3 Middelzware Motorvoert... 4,76 4,76 4,76 30 2,58 4 Zware Motorvoertuigen 0,65 0,65 0,65 30 2,58 5 Bromfietsen 0,00 0,00 0,00 50 0,00 Totaal 100,00 100,00 100,00 C_optrek Resultaten in dB(A) C_reflectie C_zichthoek D_afstand D_lucht D_bodem D_meteo

: : : : : :

Standaard rekenmethode 1 V2.00

0,00 0,00 9,46 0,07 0,00 0,23

LAeq, dag LAeq, avond LAeq, nacht Aftrek Art.110g [dB] Lden, excl. Art.110g [dB] Lden, incl. Art.110g [dB]

8,00 8,84 0,00 0,00

: : : : E_dag E_avond 0,00 0,00 57,80 55,40 54,97 52,57 49,53 47,12 0,00 0,00 60,03 57,63 ---

: : : : : :

400,00 6,54 3,76 0,81 E_nacht 0,00 48,73 45,90 40,46 0,00 50,96 --

50,27 47,86 41,20 5 51 46

9-3-2018 08:29:12, blz. 7

J.H. van Dalestraat

20161793

Rijlijn

: Nijverheidstraat

Wegdekhoogte [m] Verhardingsbreedte [m] Bodemfactor [-] Objectfractie [-] Zichthoek [grad] Wegdektype [-]

: 0,00 Afstand horizontaal [m] : 4,00 Afstand schuin [m] : 0,00 Afstand kruispunt [m] : 0,00 Afstand obstakel [m] : 127 : 9a - Elementenverharding in keperverband

: : : :

Q_etmaal % Daguur % Avonduur % Nachtuur

Emissiegegevens distributie per voertuigcategorie per periode in dB(A) m Categorie Dag[%] Avond[%] Nacht[%] km/u C_wegdek 1 Motorrijwielen 0,00 0,00 0,00 50 0,00 2 Lichte Motorvoertuigen 94,59 94,59 94,59 30 1,34 3 Middelzware Motorvoert... 4,76 4,76 4,76 30 2,58 4 Zware Motorvoertuigen 0,65 0,65 0,65 30 2,58 5 Bromfietsen 0,00 0,00 0,00 50 0,00 Totaal 100,00 100,00 100,00 C_optrek Resultaten in dB(A) C_reflectie C_zichthoek D_afstand D_lucht D_bodem D_meteo

: : : : : :

Standaard rekenmethode 1 V2.00

0,00 0,00 7,39 0,05 0,00 0,14

LAeq, dag LAeq, avond LAeq, nacht Aftrek Art.110g [dB] Lden, excl. Art.110g [dB] Lden, incl. Art.110g [dB]

4,00 5,48 0,00 0,00

: : : :

200,00 6,54 3,76 0,81

E_dag E_avond E_nacht 0,00 0,00 0,00 54,79 52,39 45,72 51,96 49,56 42,89 46,52 44,11 37,45 0,00 0,00 0,00 57,02 54,62 47,95 ----

: : : : : :

49,44 47,04 40,37 5 50 45

9-3-2018 08:29:12, blz. 8

60/284

Bijlage 3

61/284

Watertoets

Aanmeldformulier watertoets De watertoets geeft inzicht in de waterhuishoudkundige consequenties van uw plan. Voorafgaand aan het overleg stuurt u ons een zo volledig mogelijk ingevuld aanmeldformulier. Dit formulier is de agenda voor ons gesprek met u. Na dit gesprek vult u het aanmeldformulier verder aan. De ingevulde watertoetstabel kan in een ruimtelijke onderbouwing worden ingevoegd als water-paragraaf. Het ruimtelijk plan vormt de basis voor ruimtelijke besluitvorming en vergunningverlening.

Uw gegevens Naam: Organisatie: Adres: Postcode + plaats: E-mailadres: Telefoonnummer: Datum aanvraag:

Gegevens initiatiefnemer (particulier/bedrijf)

Woongoed Zeeuws-Vlaanderen Postbus 269 4530 AG Terneuzen info@woongoedzvl.nl 0115 - 636 000 06-04-2018

Gegevens van het plan

Wat is de (concept)plannaam: Waar is het plan gelegen:

Formulier ingevuld door

(werkend voor initiatiefnemer, b.v. adviesbureau)

Lotte ten Braak Rho Adviseurs voor leefruimte Segeersingel 6

Van Dalestraat Breskens

(adres en kadastrale gegevens, voeg ook een kaart toe)

Beknopte planomschrijving

Ter plaatse van de voormalige basisschool wordt een woongebouw met 12 appartementen gerealiseerd. Daarnaast is er ruimte voor groen met een waterberging voorzien.

2

Watertoetstabel

De watertoetstabel ondersteunt de onderbouwing van de wateraspecten in een ruimtelijk plan. Thema en water(beheer)doelstelling

Veiligheid waterkeringen

Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Uitwerking Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van een waterkering. Vermeld de totale oppervlakken (in m2) van: huidige situatie

dakoppervlak

Voorkomen overlast door oppervlaktewater

dichte bodemverharding doorlatende bodemverharding (klinkers)

Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

wateroppervlak

•

•

-

na realisatie 600 (Maatschappelijk) + 400 (wonen) Totaal 1000

1

-

-

2

-

60

3

170

170

4

Er is op basis van het schetsontwerp een inschatting gemaakt van de toename verhard oppervlakte ten opzichte van de huidige situatie. In het verleden is het oppervlak grotendeels verhard geweest, ten opzichte van die situatie neemt de verharding af. Toename verhard oppervlak ten opzichte van de huidige situatie bedraagt 1.060 m². bij een waterbergingseis van 75 mm per m² betekent dit een waterbergingsopgave van 79,5 m³.

3

•

In de groene ruimte wordt een waterberging voorzien in de vorm van een wad en die (vertraagd) af te koppelen op het bestaande wateroppervlak. Daarnaast bestaan wordt de mogelijkheid om het bestaande wateroppervlak uit te breiden en af te koppelen op de sloot aan de andere kant van het Molenwater onderzocht.

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

De ontwikkeling wordt aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel. Er is een gemengd systeem aanwezig. Het hemelwater wordt indien mogelijk opgevangen en afgevoerd op het oppervlaktewater.

Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Grondwaterkwantiteit en verdroging

Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

Grondwaterkwaliteit

Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

Oppervlaktewaterkwaliteit

Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

Er wordt geen grondwater onttrokken.

De grondwaterkwaliteit wordt niet aangetast. Alleen het hemelwater wordt geloosd op het oppervlaktewater. Zowel tijdens de bouwfase als tijdens de gebruiksfase worden geen uitloogbare materialen gebruikt.

Volksgezondheid

Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.

Bodemdaling

Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Natte natuur

Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

Onderhoud oppervlaktewater

Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder

Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.

n.v.t.

De peilen worden niet aangetast. Bodemdaling zal niet optreden. Er worden geen zettingen verwacht. De bestaande sloten en waterpartij wordt behouden met de bestaande oevers. Zoals in de bestaande situatie zal ook in de nieuwe situatie de onderhoudswerkzaamheden op reguliere wijze plaatsvinden.

Er bevinden zich in de nabijheid van de beoogde ontwikkeling geen objecten waarvan de werking belemmerd kan worden.

4

Scheepvaart en/of wegbeheer

Goede bereikbaarheid en in stand houden van veilige vaarwegen en wegen in beheer en onderhoud bij Rijkswaterstaat, de provincie en/of het waterschap.

Tot slot

Ten opzicht van de voormalige basisschool zal de verkeerssituatie verbeteren. Parkeren zal op eigen terrein voorzien worden.

Wij verzoeken u het formulier zo volledig mogelijk in te vullen en met een overzichtskaart van het plan te mailen naar waterschap Scheldestromen: info@scheldestromen.nl of postbus 1000, 4330 ZW Middelburg. Het waterschap coördineert de watertoets ook voor Rijkswaterstaat als die betrokken is.

66/284

Bijlage 4

67/284

Memo stikstof

- MEMO DATUM 15‐03-2021 KENMERK 20210747 VAN B.J. Versteeg

PROJECT J.H. van Dalestraat Breskens OPDRACHTGEVER Woongoed Zeeuws‐Vlaanderen

STIKSTOF

1. INLEIDING

Woongoed Zeeuws‐Vlaanderen is voornemens om op het terrein van de voormalige basisschool aan de J.H. van Dalestraat in Breskens een aantal zorgappartementen te bouwen. Naast de zorgappartementen zal aan de zuidwestzijde ruimte zijn voor een aantal woningen. Aan de oostzijde van het plangebied wordt een parkachtige omgeving aangelegd. De realisatie van de nieuwe woningen en daarmee gepaard gaande verkeersgeneratie zouden kunnen leiden tot een toe‐ name van stikstofdepositie in Natura 2000‐gebieden in de omgeving. In deze memo zijn de uitgangspunten, resultaten en conclusies van de stikstofberekening beschreven. Figuur 1 laat de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000‐netwerk zien.

Figuur 1 Ligging plangebied t.o.v. omliggende Natura 2000‐gebieden

Het meest nabijgelegen gebied met verzuringsgevoelige habitats betreft het Natura 2000‐gebied “Westerschelde & Saef‐ tinghe”. De minimale afstand van dit Natura 2000‐gebied tot het plangebied bedraagt circa 600 meter. Met het rekenmo‐ del Aerius (versie 2020) is een berekening uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepo‐ sitie binnen Natura 2000 in beeld te brengen, daarbij is alleen ingegaan op de gebruiksfase. In deze notitie wordt achter‐ eenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer‐ en uitvoergegevens vanuit Aerius zijn opgenomen in de bijlage van deze notitie.

2. TOETSINGSKADER Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming: ‐ Verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel‐ en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving. ‐ Vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen. ‐ Legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies. Voor Natura 2000‐gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen. ‐ De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. ‐ Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzon‐ derlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast.

‐ Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk. Spoedwet aanpak stikstof Begin 2020 is de spoedwet aanpak stikstof in werking getreden. Deze spoedwet biedt mogelijkheden voor het invoeren van een drempelwaarde voor bepaalde categorieën projecten. Ook wordt de mogelijkheid geboden om een stikstofregistratie‐ systeem in te stellen waarin depositieruimte wordt opgenomen die ontstaat door het treffen van bronmaatregelen. Deze ruimte kan vervolgens weer aan nieuwe activiteiten worden toebedeeld. Vanaf 24 maart 2020 kan een natuurvergunning worden aangevraagd op basis van het stikstofregistratiesysteem.

Dit geldt in eerste instantie voor de woningbouw en zeven MIRT projecten.

3. BEREKENINGSUITGANGSPUNTEN Gevolgen ontwikkeling in de gebruiksfase De zorgappartementen en de woningen zijn geheel gasloos, derhalve is er geen sprake van gebouwemissies. De enige stikstofemissies zijn afkomstig van het verkeer. De verkeergeneratie wordt bepaald aan de hand van CROW‐publicatie 317 (kencijfers parkeren en verkeersgeneratie). Voor het bepalen van de juiste kencijfers als basis voor de verkeersgeneratie wordt een aantal uitgangspunten gehanteerd. De gemeente Sluis heeft een niet‐stedelijk karakter. Het plangebied ligt in het restgebied van de bebouwde kom. Binnen de bandbreedte van het kencijfer wordt het gemiddelde gehanteerd. Voor de zorgwoningen bedraagt de verkeersgeneratie 2,6 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal) en voor de maximaal 4 twee‐onder‐één‐kap woningen 7,8 mvt/etmaal. De totale verkeersgeneratie bedraagt hierdoor 62 mvt/etmaal op basis van een gemiddelde weekdag. Daarbij is er vanuit gegaan dat het verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld op de Rijksweg (N676). Dit is het geval op het moment dat het aan‐ en afrijdende verkeer zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Op grond van jurisprudentie worden de gevolgen voor het milieu van het af‐ en aanrijdend ver‐ keer niet meer aan het in werking zijn van de inrichting toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opge‐ nomen.

4. RESULTATEN EN CONCLUSIE Uit berekeningen voor de gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van stikstofdeposities die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jr op Natura 2000‐gebied. Voor projecten die niet leiden tot een toename van depositie is geen vergunning conform de Wet natuurbescherming nodig. De uitkomsten van de berekening dienen 5 jaar te worden bewaard, zodat bij controle kan wor‐ den aangetoond dat dit aspect is onderzocht. Bijlage: 1. Aerius berekening gebruiksfase

Bijlage 5

71/284

Aerius stikstofberekening gebruiksfase

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Rho adviseurs -, - Breskens J.H. van Dalestraat Breskens Gebruiksfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RNgUs72orAsP 15 maart 2022, 13:11 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2022

Situatie 1 - Beoogd

Resultaten

Emissie NH3 0,7 kg/j

Hoogste depositie Hexagon Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j

RNgUs72orAsP (15 maart 2022)

Emissie NOx 9,6 kg/j Gebied

2/6

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen  Verkeersnetwerk

RNgUs72orAsP (15 maart 2022)

Emissie NH3 0,7 kg/j

Emissie NOx 9,6 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RNgUs72orAsP (15 maart 2022)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal

RNgUs72orAsP (15 maart 2022)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

0,00

0,00

0,00

0,00

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

0,00

0,00

5/6

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.4_20220217_5a8b67b7c6 Database versie 2021.0.4_5a8b67b7c6 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RNgUs72orAsP (15 maart 2022)

6/6

78/284

Bijlage 6

79/284

Verkennend bodemonderzoek

VERKENNEND BODEMONDERZOEK J.H. VAN DALESTRAAT TE BRESKENS

Rapportage verkennend bodemonderzoek J.H. van Dalestraat te Breskens Opdrachtgever

Rho Adviseurs voor leefruimte Segeerssingel 6 4337 LG Middelburg

Rapportnummer Versienummer

6084.001 D2

Status

Eindrapportage

Datum

23 maart 2018

Vestiging

Zuid-Holland Max Euwelaan 21-29 3062 MA Rotterdam 010 - 7640828 rotterdam@econsultancy.nl

Opsteller

J.R.P. Vermeulen, BSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

ir. F.F.J.M. Top

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2008. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.

In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

VOORONDERZOEK................................................................................................................... 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11

Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 1 Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek ................................................................. 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Calamiteiten ...................................................................................................................... 2 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 2 Belendende percelen/terreindelen.................................................................................... 3 Terreininspectie ................................................................................................................ 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 3 Bodemopbouw .................................................................................................................. 4 Geohydrologie .................................................................................................................. 4

3

CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET) ................................................. 4

4

VELDWERK ................................................................................................................................ 4 4.1 4.2

4.3

5

LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 7 5.1 5.2 5.3

6

Algemeen.......................................................................................................................... 4 Grondonderzoek ............................................................................................................... 5 4.2.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 5 4.2.2 Zintuiglijke waarnemingen .................................................................................. 5 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 6 4.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 6 4.3.2 Bemonstering ..................................................................................................... 6

Uitvoering analyses .......................................................................................................... 7 Toetsingskader ................................................................................................................. 8 Resultaten grond- en grondwatermonsters ...................................................................... 9

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 10

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3. 4a. 4b. 5. 6.

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Geraadpleegde bronnen 6084.001

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Rho Adviseurs voor leefruimte opdracht gekregen voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de J.H. van Dalestraat te Breskens. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor een bestemmingsplanwijziging. Het vooronderzoek is verricht conform de NEN 5725:2009 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001 en 2002. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000.

In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.

2 2.1

VOORONDERZOEK Geraadpleegde bronnen

De informatie over de onderzoekslocatie is gebaseerd op de bij de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Zeeland aanwezige informatie (contactpersoon de heer R. de Witte), informatie verkregen van de gemeente Sluis (contactpersoon de heer J. Scherbeijn), informatie verkregen van de huidige opdrachtgever (contactpersoon mevrouw L. ten Braak) en informatie verkregen uit de op 5 februari 2018 uitgevoerde terreininspectie. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over:     

het historische, huidige en toekomstige gebruik; eventuele calamiteiten; eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken; de bodemopbouw en geohydrologie; verhardingen, kabels en leidingen.

Bijlage 6 geeft een overzicht van de geraadpleegde bronnen.

Rapport 6084.001 versie D2

Pagina 1 van 10

2.2

Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek

Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 6.800 m²) ligt aan de J.H. van Dalestraat, circa 1 kilometer ten zuiden van de kern van Breskens (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend gemeente Oostburg, sectie EB, nummers 2833, 2832 en 2830 (ged.), 2831 (ged.), 2834 (ged.). Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van de onderzoekslocatie X = 27.874, Y = 379.801. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (www.ahn.nl) op een hoogte van circa 1,6 m +NAP. 2.3

Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie

Volgens historisch kaartmateriaal uit de periode 1900-1949 was de locatie, alsmede de omgeving ervan, destijds in gebruik als poldergebied en werd extensief bewoond. Omstreeks 1949 is er op de onderzoekslocatie bebouwing gerealiseerd. Circa 1962 is de bebouwing veranderd en vergroot. Vermoedelijk was dit het schoolgebouw wat recent is gesloopt. De onderzoekslocatie is op dit moment grotendeels braakliggend. Plaatselijk is de onderzoekslocatie verhard met tegels. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. Voor zover bij de opdrachtgever, de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland (RUD Zeeland) en de gemeente Sluis bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Ook zijn er geen gegevens bekend omtrent overige potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. Uit bestudering van luchtfoto's en historisch kaartmateriaal blijkt dat de verkaveling sinds 1962 niet significant veranderd is. Verder blijkt uit de geraadpleegde bronnen geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. 2.4

Calamiteiten

Voor zover bij de opdrachtgever en de RUD Zeeland bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Oostburg blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 2.5

Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie

Op het noordelijke deel van de huidige onderzoekslocatie zijn in het verleden diverse onderzoeken uitgevoerd in eerste instantie naar aanleiding van het aantreffen van asbesthoudend materiaal op het maaiveld:    

verkennend onderzoek asbest in bodem, SMA milieu en ruimte, rapportnummer: 23150199, d.d. 19 november 2015; nader onderzoek asbest in bodem, SMA milieu en ruimte, rapportnummer: 23160063, d.d. 29 april 2016; BUS-melding, SMA Zeeland, projectnummer: 23164016, d.d. 26 mei 2016; BUS-evaluatie, SMA Zeeland, projectnummer: 23164026, d.d. 29 september 2016;

Rapport 6084.001 versie D2

Pagina 2 van 10

De in de bodem aangetoonde verontreiniging met asbest is tijdens de uitvoering van de bodemsanering volledig verwijderd. Hierbij is circa 154 ton sterk met asbest verontreinigde grond afgegraven en afgevoerd naar een erkende verwerker. 2.6

Belendende percelen/terreindelen

In bijlage 6 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en belendende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:    

aan de noordzijde bevindt zich de Nijverheidstraat, met aanliggend een woonwijk van rijtjeshuizen met bijbehorende siertuinen; aan de oostzijde bevindt zich een groenstrook met aanliggend de straat Molenwater; aan de zuidzijde bevindt zich een groenstrook met aanliggend de straat Molenwater; aan de westzijde bevindt zich de J.H. van Dalestraat met aanliggend een woonwijk met rijtjeshuizen met bijbehorende siertuinen.

Op het perceel dat in noordelijke richting aan de onderzoekslocatie grenst is in 2008 door DHV een actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd (rapportnummer 08A0853, d.d. 3 december 2008). Dit onderzoek werd uitgevoerd in aanvulling op een nader onderzoek (rapportnummer ET60215, d.d. 3 mei 1994) waaruit saneringsnoodzaak bleek. Destijds is er een sterke PAK verontreinigingen aangetroffen. In het rapport van DHV uit 2008 blijkt de sanering niet meer noodzakelijk te zijn. De PAK verontreiniging bevond zich niet meer op de voormalige locatie en aan de hand van de toenmalige situering van de uitgevoerde boringen werd niet verwacht dat er nog een PAK verontreiniging aanwe3 zig zou zijn boven de interventiewaarden met een omvang van 25 m . Uit de verzamelde informatie blijkt dat er op de aangrenzende percelen geen bodemverontreinigingen zijn te verwachten. 2.7

Terreininspectie

Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 2.3. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. 2.8

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer heeft voorgenomen de onderzoekslocatie te ontwikkelen met woningen en een park. 2.9

Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten

Voor de onderzoekslocatie is in opdracht van de gemeente Sluis, een ontgravingskaart opgesteld (projectnummer: P07-18, d.d.: 2 januari 2009). De bodem van de onderzoekslocatie is geclassificeerd als Wonen voor zowel boven- als ondergrond.

Rapport 6084.001 versie D2

Pagina 3 van 10

2.10 Bodemopbouw De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland (schaal 1:50.000), in een nietgekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een kalkrijke poldervaaggrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit lichte klei. 2.11 Geohydrologie De grondwaterstand is door SMA milieu en ruimte (rapportnummer 23130228, d.d. 11 februari 2014) vastgesteld op ± 1,70 m -mv. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt in zuidelijke richting. Het is niet bekend of er pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie liggen die van invloed kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. Tevens is het onbekend of de onderzoekslocatie in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied ligt.

3

CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET)

Uit het vooronderzoek blijkt dat er geen sprake is van bodembelasting, anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de landelijk of regionaal geldende achtergrondwaarde voor grond en/of de streefwaarde voor grondwater. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is.

4

VELDWERK

4.1

Algemeen

Het veldwerk van het verkennend bodemonderzoek omvat het zintuiglijk beoordelen van aanwezige bodemlagen door middel van het handmatig opboren van bodemmateriaal. De aanwezige bodemlagen worden hierbij nauwkeurig beschreven en de posities van de betreffende monstername-punten worden op kaart vastgelegd. Dit is beschreven in paragraaf 4.2. De zintuiglijke beoordeling van de grond vormt de basis van de keuzes bij de inzet van de chemische analyse, zoals beschreven in hoofdstuk 5. Voor de bemonstering van grondwater, ten behoeve van chemische analyse, wordt gebruik gemaakt van te plaatsen peilbuizen. De wijze waarop de grondwatermonsters worden verkregen is beschreven in paragraaf 4.3. Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het vooronderzoek en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuizen. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=8f7a8db9-df5c-49f1-b587-af15926f8454