CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

a Ledenbrief VNG 19 juni 2022 met bijlagen.pdf

Commissie Ruimte/AB 25 april 2023, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de 8e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Sluis22.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Ow een uitputtende regeling voor de in deze artikelen geregelde onderwerpen: over de beslistermijnen in de paragrafen 16.5.2 en 16.5 3 van de Ow, over het nakomen van de voorschriften in artikel 5.5 van de Ow (eventueel in samenhang met artikel 22.8 van de Ow en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit), voor wie de omgevingsvergunning geldt in artikel 5.37 van de Ow en over intrekking of wijziging van een omgevingsvergunning in paragraaf 5.1.5 van de Ow. Artikel I, onderdeel S In dit onderdeel wordt de definitie van consumentenvuurwerk aangepast in artikel 2:71. In artikel 5.43 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet wordt het Vuurwerkbesluit gewijzigd. De definitie van consumentenvuurwerk vervalt. Overal waar consumentenvuurwerk staat wordt dit in het Vuurwerkbesluit vervangen door 'vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik’. Voor de toepassing van de APV wordt het begrip consumentenvuurwerk gehandhaafd. De verwijzing naar het Vuurwerkbesluit wordt vervangen door bovengenoemde definitie.

Artikel I, onderdelen V en W Deze onderdelen strekken ertoe de bepalingen over het voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting binnen of vanuit inrichtingen te handhaven. Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen de artikelen 4:1 tot en met 4:5a van de APV uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden. Voor handhaving van de status quo moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Ow geldt, dus van toepassing blijven. Het gaat om de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zoals Bijlage 2/2 bij VNG nieuwsbericht, juli 2022

deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow. Omdat in verschillende artikelen wordt verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer is daarvan een definitie opgenomen in artikel 4:1. Voor de andere genoemde wet- en regelgeving is de toevoeging in het betreffende artikel opgenomen (in onderdeel V voor artikel 4;1 van de APV en in onderdeel W voor artikel 4:5 van de APV). Artikel I, onderdeel AA In dit onderdeel wordt artikel 4:15, tweede lid, aangepast. Het verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging. Artikel I, onderdeel AB In dit onderdeel wordt de definitie van kampeermiddel in artikel 4:17 aangepast. Door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, die gelijktijdig met de Ow in werking treedt, worden bouwwerken in gevolgklasse 1 vergunningvrij (bouwtechnisch deel). Grondgebonden recreatiewoningen vallen onder gevolgklasse 1 en zouden met alleen een aanpassing van de verwijzing in artikel 4:17 onder het begrip kampeermiddel komen te vallen. Dat is ongewenst. Het moet gaan om een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

Artikel II van het wijzigingsbesluit Het eerste lid voorziet erin dat de in dit besluit opgenomen technische wijzigingen eerst van toepassing zijn op het tijdstip dat de Ow in werking treedt. Het tweede lid wijkt hiervan af voor artikel I, onderdelen V en W. Zie de toelichting op die onderdelen. Artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet biedt overgangsrecht voor de op het moment van inwerkingtreding van de Ow van kracht zijnde APV-bepalingen over geluidhinder en hinder door verlichting (de artikelen 4:1 tot en met 4:5a APV). Omdat de artikelen 4:1 en 4:5 wel technisch wijzigen, is voor de zekerheid bepaald dat deze wijzigingen in werking treden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow.

Bijlage 2/2 bij VNG nieuwsbericht, juli 2022

Bijlage bij wijziging Model-APV zomer 2022 Technische aanpassing APV aan Omgevingswet Model Raadsbesluit wijziging Algemene plaatselijke verordening : Besluit van de raad van de gemeente [naam gemeente] tot wijziging van de Algemene plaatselijke i verordening [naam gemeente en eventueel jaartal] (Algemene plaatselijke verordening [naam gemeente i en eventueel jaartal]) ; De raad van de gemeente [naam gemeente]; i gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; i gelet op de artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 2.1 8, eerste lid, onder f en g, 2.21, eerste lid, i onder a en b, en 3.1 48, tweede lid, onder a, van het Activiteitenbesluit milieubeheer juncto artikel i 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, i artikel 3 van de Winkeltijdenwet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1 994; : gezien het advies van de [naam commissie]; i besluit: i Artikel I ; De [citeertitel Verordening Algemene plaatselijke verordening] wordt als volgt gewijzigd: i A

; Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: I 1. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd:

i - beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de ; Omgevingswet;

I 2. De definities van ‘bevoegd gezag’, ‘bouwwerk’ en ‘gebouw’ komen te luiden:

i - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een i omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; i - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; ! - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; [.

Ii Artikel 1:2, derde lid, komt te luiden: i

i 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. | C

i Aan artikel 1:4 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

; 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. | D i

i Voor de bestaande tekst van artikel 1:5 wordt de aanduiding ‘1geplaatst. Toegevoegd wordt een i nieuw lid, luidende:

I 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. | E I Voor de bestaande tekst van artikel 1:6 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd wordt een ■ nieuw lid, luidende: j 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. i i

f

i i i

Variant 1 (Algemene regel met ontheffingsmogelijkheid) i Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd: i

I 1. Het vijfde lid vervalt en de leden 6 en 7 worden vernummerd tot 5 en 6.

i 2. Het zesde lid (nieuw) komt te luiden: i j 6. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een I weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale i omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door i artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. i

Variant 2 (VergunningpUcht)

; Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd: i

i 1. Het tweede lid vervalt en de leden 3 tot en met 8 worden vernummerd tot 2 tot en met 7.

i 2. Het derde lid (nieuw), onder f, komt te luiden: • f. beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn i gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de i waterschapsverordening. i

; 3. In het vierde (nieuw) tot en met zesde lid (nieuw) wordt ‘bedoeld in het derde lid’ vervangen door ! ‘bedoeld in het tweede lid’.

i 4. Het zevende lid (nieuw) komt te luiden: ; 7. Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van ! de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

i Variant 3 (VergunningpHcht) i Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd: • 1. Het tweede lid vervalt en de leden 3 tot en met 8 worden vernummerd tot 2 tot en met 7.

i 2. In het derde lid (nieuw) wordt ‘krachtens het vijfde lid’ vervangen door ‘krachtens het vierde lid’. i

I 3. In het vierde lid (nieuw) wordt ‘bedoeld in het vierde lid’ vervangen door ‘bedoeld in het derde lid’.

i 4. Het vijfde lid (nieuw) komt te luiden: i i 5. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een ' weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale ’ omgevingsverordening of de waterschapsverordening. i 5. Het zevende lid (nieuw) komt te luiden:

= 7. Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van ! de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. | G i

I Artikel 2:11 wordt als volgt gewijzigd: i i

i 1. Het tweede en vijfde lid vervallen en de leden 3 en 4 worden vernummerd tot 2 en 3.

j i

i 2. Het derde lid (nieuw) komt te luiden: i

I 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een i weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale i i omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door i artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1 994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij ; of krachtens de Telecommunicatiewet.

L

i Variant 1 ; Artikel 2:12, vijfde lid, komt te luiden: i 5. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of i waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale ; omgevingsverordening of de waterschapsverordening.

Variant 2 i Artikel 2:12, derde lid, komt te luiden: i

i 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of I waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale i omgevingsverordening of de waterschapsverordening. ! f i i

! Artikel 2:14, derde Hd, komt te luiden: i

3. Het eerste Hd, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of i krachtens de Omgevingswet.] i IJ

i Artikel 2:21, tweede lid, komt te luiden: i i 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de ; Omgevingswet. j [K Artikel 2:23, tweede Hd, komt te luiden:

i

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van i Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.] i i

l

Ii Artikel 2:28, tweede lid, komt te luiden: i

i 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met | het omgevingsplan. ï M i Artikel 2:29, vijfde lid, komt te luiden:

; 5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de i Omgevingswet is voorzien.

L

; Artikel 2:39, derde lid, onder b, komt te luiden: ' b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.

i O I Artikel 2:46, tweede lid, komt te luiden:

i 2. Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of i waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale i omgevingsverordening of de waterschapsverordening. i i i p i i Artikel 2:60, eerste lid, aanhef, komt te luiden:

! 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de ! openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, i zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat i aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:

I” i

Artikel 2:63, derde Hd, komt te luiden:

i 3. Het eerste Hd is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de provinciale ! omgevingsverordening.]

I.. i

Artikel 2:64, derde Hd komt te luiden:

i !

3. Het verbod, bedoeld in het eerste Hd, aanhef en onder b, is niet van toepassing op

i beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens i de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.] | S

i Artikel 2:71 komt te luiden: ; Artikel 2:71 Definitie ; In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat ! op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking i mag worden gesteld voor particulier gebruik. i t

! Artikel 3:7, eerste lid, onder j, komt te luiden:

j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan [of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4\.

U Artikel 3:9, eerste lid, onder g, komt te luiden: g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan [of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4\.

V Artikel 4:1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd:

- Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; 2. De definitie van ‘inrichting’ komt te luiden:

- inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; W Artikel 4:5 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid, onder c, komt te luiden: c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

2. Het vierde lid komt te luiden: 4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing. [X Artikel 4:5b, vijfde Hd, komt te luiden:

5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omge vings verordening. ]

iY

! Artikel 4:6, derde lid, komt te luiden: i

i 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de | Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale : omgevingsverordening. ! Z i Artikel 4:1 3 wordt als volgt gewijzigd:

i •I 1. Het eerste lid, aanhef, komt te luiden: । 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter i voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid I aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde ! direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg i de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: ï 2. Het derde lid komt te luiden: i • 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de i Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. i i i AA i i ! Artikel 4:1 5, tweede lid, komt te luiden:

i 2. Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het i gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.

ï AB

। Artikel 4:1 7 komt te luiden:

; Artikel 4:1 7 Definitie | In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of i voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief i nachtverblijf.

i

AC

i Artikel 4:1 8, eerste lid, komt te luiden: 'l i 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst

! te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede • bestemd.

Ld

: Artikel 5:5, tweede lid, komt te luiden: i 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet i milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.

i“ ! Artikel 5:6, derde lid, komt te luiden: I

; 3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg ' waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.

|AF

; Artikel 5:18, tweede lid, komt te luiden: i 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. i AG i i ; Artikel 5:20, eerste lid, komt te luiden: j i i 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot i een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de i provinciale omgevingsverordening. i

i i AH I i i i

Variant 1 (VergunningpHcht) i Artikel 5:23, derde lid, komt te luiden: i i

i 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. i

Variant 2 (Meldingsplicht) | Artikel 5:23, eerste lid, onder a, komt te luiden: j j i a. wegens strijd met het omgevingsplan; j

|a, i

Variant 1 (Meldingsplicht) ! Artikel 5:24, vijfde lid, komt te luiden: I

i 5. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een i waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale I omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het i Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde i bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

i Variant 2 (VergunningpHcht) = Artikel 5:24, derde lid, komt te luiden: i 3. De verboden zijn niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een i waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale ; omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het ; Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde ■ bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

L

I Artikel 5:25, derde lid, komt te luiden: i

i 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een i waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale j omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het I Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet ■ milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement. i AK

I Artikel 5:28, tweede lid, komt te luiden: i

i 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van i Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening.

L

I i

! Artikel 5:30, tweede lid, komt te luiden: i i i 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het ! Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de i Omgevingswet.

| AM i

I Artikel 5:32, derde lid, komt te luiden: i 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, i afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie i sportmotoren.

I AN i

i Artikel 5:33, vierde lid, onder b, komt te luiden: ; b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten I aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. i AO

: Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd: i

! 1. Het eerste lid komt te luiden: ; 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de ; Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de i Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. i 2. Het vijfde lid komt te luiden:

; 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en i onder 1 ° of 3°, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel II ; 1. Dit besluit treedt in werking op het tijdstip dat de Omgevingswet in werking treedt. i 2. In afwijking van het eerste lid treden de onderdelen V en W van artikel I in werking op de dag direct ! voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. i

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum].

De voorzitter,

De griffier,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=0cca857e-79ff-4eaa-be6d-8c0fcdc57fe1