A (Galgenstraat 1 Sint Kruis) - Bijlage 4. Quickscan.pdf
Tekst van het document
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
Quickscan natuurwetgeving project Sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
1
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
Quickscan natuurwetgeving project Sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
Opdrachtgever: Datum: 1 oktober 2021 Uitgevoerd en opgesteld door: Ecomark Advies en Beheer
© Niets uit deze rapportage mag gekopieerd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur.
2
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
INHOUD 1
Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel onderzoek ................................................................................ 4 1.2 Kader ..................................................................................................................... 4 1.3 Afbakening plangebied en werkwijze ..................................................................... 8 1.4 Opzet beoordeling.................................................................................................. 9 2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten.............................................10 3 Soortenbescherming.....................................................................................................13 3.1 Zoogdieren...................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3.2 Vogels ............................................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3.2.1 Broedvogels ................................................ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3.2.2 Watervogels ................................................ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3.3 Reptielen en Amfibieën ................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
3.4 Vissen ...................................................................................................................16 3.5 Ongewervelden .....................................................................................................16 3.6 Vaatplanten...........................................................................................................16 4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland (NNZ)..............................................................................................18 5 Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering ...........................................................19
Bijlage 1 Bijlage 2
Kaart Natuurbeheerplan, Natura 2000 Informatie Wet natuurbescherming Zeeland
Bijlage 3
Informatie over het project
3
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel onderzoek
Gepland is om op de locatie Galgenstraat 1 te Sint Kruis bebouwing te slopen. Het betreft een stal waar dieren in worden gehouden. Voor deze ingreep is een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming Zeeland en overige natuurwetgeving noodzakelijk. Voor deze werkzaamheden geldt een onderzoek plicht in het kader van beschermde natuurwaarden. Deze rapportage bevat de resultaten van een voorstudie van beschikbare kennis op het gebied van beschermde natuurwaarden. Op basis van de gevonden resultaten kan op voorhand bepaald worden of significante effecten op de huidige (beschermde) natuurwaarden al dan niet uit te sluiten zijn en wat eventueel nog nader onderzocht dient te worden. In deze beoordeling worden dan ook de volgende vragen, voor zover mogelijk, beantwoord: • • • • •
1.2
Tot welke (mogelijke) effecten leidt de het slopen van bebouwing op beschermde natuurwaarden? Wat is de reikwijdte van de mogelijke effecten? Hoe beïnvloeden de effecten de jaarrond beschermde soorten en de kwalificerende natuurwaarden, gelet op de instandhoudingsdoelen? Zijn mogelijke negatieve effecten significant? Al of niet in combinatie met andere projecten in de omgeving? Op welke wijze kunnen negatieve effecten voorkomen of gemitigeerd worden?
Kader
Soortbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking. Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen en projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield.
Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord. Beschermde planten mogen niet opzettelijk van hun groeiplaats worden verwijderd of
4
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
vernield. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) staan vernoemd in onderstaand kader. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb)
Bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken
De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft de beschermde soorten overal in Nederland bescherming. In o.a. artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbeschermingswet worden de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden weergegeven. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing- of vrijstelling (zoals werken met een goedgekeurde gedragscode) hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. Beschermde soorten – met (Provinciale) vrijstelling: Voor deze soorten geldt een vrijstelling van een of meerdere verbodsbepalingen (zoals bijvoorbeeld het vangen van dieren en/of het vernielen van vaste verblijfsplaatsen. Voor deze soorten is derhalve in veel gevallen geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Wet natuurbescherming uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft over het algemeen (en dus per Provincie verschillend) onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en spitsmuizen, de woelrat, de egel, konijn, ree en vos, algemene amfibiesoorten, waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.
Overige ‘nationaal beschermde’ soorten: Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer een mogelijkheid voor ontheffing, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een
5
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Voor deze soorten is derhalve een ontheffing nodig of kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals das, boommarter, algemene amfibieën en reptielen alpenwatersalamander, hazelworm, flora als schubvaren en bokkenorchis en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Habitatrichtlijnsoorten: Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Tot dit beschermingsregime horen o.a. alle vleermuissoorten, de bever, otter, noordse woelmuis, verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander.
Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd. Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling ook geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk.
Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar probleemloos worden gewerkt. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden
6
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien. Gebiedenbescherming Natura 2000 De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd. De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszones (SBZ’s) in het kader van de EU Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Deze gebieden samen vormen het omvangrijke Europese netwerk Natura 2000. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa. De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Wet natuurbescherming (Wnb) overgenomen. Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn belangrijke bepalingen overgenomen. Eén van die bepalingen is het afwegingskader, incl. compenserende maatregelen, zoals dat in artikel 6 van de Habitatrichtlijn staat.
Het afwegingskader geeft aan op welke wijze besluitvorming plaats moet vinden voor plannen en projecten met mogelijke gevolgen voor beschermde natuurgebieden. Binnen Nederland zijn er, in de periode 1986-2005, 79 belangrijke vogelgebieden als speciale beschermingszone (SBZ) van de Vogelrichtlijn aangewezen. In het kader van de Habitatrichtlijn zijn in 2003 141 gebieden aangemeld bij de Europese Commissie. Ongeveer 87% van het oppervlak van deze Habitatrichtlijngebieden heeft overlap met de gebieden die als Vogelrichtlijngebied zijn aangewezen. In Aanwijzingsbesluiten wordt door de minister van EZ de bescherming van de Natura 2000-gebieden juridisch vastgelegd. Centraal in de Aanwijzingsbesluiten staan de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van leefgebieden, natuurlijke Habitats en populaties van in het wild levende plant- en diersoorten, waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. Het toetsingskader van de Wet natuurbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1. Er is zeker geen kans op effecten: geen vergunningplicht; 2. Er een kans op effecten, maar zeker niet significant: vergunningaanvraag via een verstoringstoets/ verslechteringstoets; 3. Er is een kans op significante effecten: vergunningaanvraag via Passende Beoordeling (alternatieventoets + dwingende redenen van groot openbaar belang).
Het referentiekader voor de toetsing wordt gevormd door de instandhoudingsdoelen voor de habitats en soorten waarvoor het Natura 2000gebied is aangewezen.
Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Zeeland, vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Zeeuwse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het
7
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het maakt onderdeel uit van het Nederlandse netwerk. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.
1.3
Afbakening plangebied en werkwijze
Het plangebied is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is het gebied waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden (rood aangegeven).
8
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
Figuur 1. Plangebied (rood), blauw is studiegebied.
Het plangebied is bezocht op 5 augustus 2021. Daarnaast zijn lokale verspreidingsatlassen geraadpleegd, zijn gegevens opgevraagd en zijn openbare websites geraadpleegd.
1.4
Opzet beoordeling
De opzet van deze beoordeling is als volgt. In hoofdstuk 2 is een korte beschrijving gegeven van het studiegebied, het plangebied en de voorgenomen activiteit. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de te verwachten en de aangetroffen natuurwaarden in het gebied. Deze gegevens zijn vervolgens geïnterpreteerd en beoordeeld in relatie tot de voorgenomen activiteit.
9
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de huidige situatie. Het plangebied waar deze quickscan op van toepassing is, is weergegeven in figuur 1. Het betreft een in gebruik zijnde kippenschuur op de locatie Galgenstraat 1 te Sint Kruis. Op het erf zijn meerdere schuren aanwezig. De omgeving bestaat uit bebouwing van het dorp Sint Kruis en uit landbouwgebied.
De werkzaamheden bestaan uit het verwijderen van bebouwing, bouwrijp maken van het terrein, realiseren van nieuwbouw.
10
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
Foto 1. Bebouwing binnenzijde.
Foto 2. Buitenzijde.
11
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied en de omgeving.
12
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
3
Soortenbescherming
Hieronder worden soorten vernoemd die in de omgeving van het plangebied voorkomen. Vervolgens wordt uitgewerkt of deze soorten ook in het plangebied voorkomen en of er eventueel nadelige effecten te verwachten zijn.
3.1
Zoogdieren
Algemene soorten (zorgplicht van toepassing): Huisspitsmuis, Bosmuis, Bosspitsmuis, Dwergmuis, Veldmuis, Rosse woelmuis, Egel.
Beschermde soorten: Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Laatvlieger, Wezel, Bunzing, Hermelijn, Steenmarter, Konijn, Haas. Voorkomen / functie van het plangebied: Bron: Bekker 2009, Zoogdieren in Zeeland, NDFF 15 september 2021 Algemene soorten komen sporadisch voor in het studiegebied. Voor grondgebonden zoogdieren is de te slopen bebouwing niet geschikt. Het is verhard en niet toegankelijk. Voor vleermuizen is de bebouwing op dit moment niet geschikt. Er zijn wel enkele kleine kieren die nu nog te klein zijn om te kunnen functioneren als zomerverblijfplaats voor vleermuizen. Het plangebied is niet geschikt als kraamkolonie of winterverblijf. Ook is het ongeschikt als foerageergebied of vliegroute vanwege het ontbreken van beplanting. Uit te voeren maatregelen: Slopen van een landbouwschuur. Schadelijke handelingen (doden, vernielen, verstoren, etc van beschermde soorten): Niet te verwachten. Mitigerende maatregelen / Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: De schuur is op dit moment niet geschikt voor grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Indien de sloop van de schuur nog enige tijd (> 0,5 jaar) duurt, wordt aanbevolen om voor de sloop nog een check op aanwezigheid te doen op vleermuizen.
13
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
3.2
Vogels
3.2.1 Broedvogels De volgende broedvogels zijn in het studiegebied vastgesteld: Houtduif, Holenduif, Merel, Zanglijster, Tjiftjaf, Koolmees, Pimpelmees, Staartmees, Zwarte kraai, Ekster, Winterkoning, Heggenmus, Spreeuw, Ringmus, Huismus, Kerkuil, Steenuil, Fazant, Patrijs, Turkse Tortel, Kneu, Putter, Kauw, Boerenzwaluw, Huiszwaluw, Wilde Eend, Witte Kwikstaart, Veldleeuwerik, Roodborsttapuit, Kleine karekiet, Groene specht, Grasmus, Zwarte roodstaart.
Vet gedrukt zijn soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is.
Voorkomen / functie van het plangebied: Broedvogelatlas van Nederland, NDFF 15 september 2021. In het studiegebied komen broedvogels voor. Er komen ook soorten voor waarvan het leefgebied of nest jaarrond beschermd is. In het plangebied zijn geen broedvogels te verwachten die verstoord zouden kunnen worden door de werkzaamheden. De te slopen schuur is afgesloten. Uit te voeren maatregelen: Het slopen van een landbouwschuur. Schadelijke handelingen (doden, vernielen, verstoren, etc van beschermde soorten): Geen schadelijke handelingen te verwachten. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. In de schuur zijn geen broedvogels te verwachten. Conclusie: Geen nadelige gevolgen voor broedvogels. De schuur is niet toegankelijk voor broedvogels
14
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
3.2.2 Watervogels Watervogels die in een ruimere omgeving voorkomen zijn: Blauwe reiger, Wilde eend, Ijsvogel, Meerkoet, Waterhoen, Krakeend, Kuifeend, Scholekster, Grauwe gans, Wintertaling, Krakeend, Slobeend, Grote zilverreiger, Kleine zwaan, Bergeend, Kolgans, Kievit, Oeverloper, Witgatje, Knobbelzwaan.
Trekvogels en watervogels Voorkomen / functie van het plangebied: (Ministerie van Verkeer en Waterstaat e.a., Deltavogelatlas, atlas van vogelconcentraties en vliegbewegingen in het Deltagebied, digitale versie 10-09-2021; SOVON Vogelonderzoek Nederland & Ganzenwerkgroep Zeeland.2019; In het plangebied komen geen watervogels voor. Het biotoop is ongeschikt. Uit te voeren maatregelen: Het slopen van een landbouwschuur. Schadelijke handelingen (doden, vernielen, verstoren, etc van beschermde soorten): Niet te verwachten. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen nadelig effect te verwachten.
3.3
Reptielen en Amfibieën
Amfibieën die kunnen voorkomen in het studiegebied zijn:
Algemene beschermde soorten (zorgplicht van toepassing): Bruine kikker, Groene kikker, Kleine watersalamander, Gewone pad.
Voorkomen en functie van het plangebied: Bron: archief Wieland, website www.ravon.nl 15 september 2021, NDFF 15 september 2021. Het plangebied is ongeschikt. Er zijn geen voortplantingswateren, het is geheel verhard, er is geen landbiotoop. Uit te voeren maatregelen: Het slopen van een landbouwschuur. Schadelijke handelingen (doden, vernielen, verstoren, etc van beschermde soorten): Niet van toepassing. Het betreffende plangebied is niet geschikt als leefgebied. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen nadelige effecten te verwachten.
15
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
3.4
Vissen
In het plangebied komen geen vissen voor. Het biotoop is niet geschikt. Voorkomen en functie van het plangebied: (Website Ravon versie 21-09-2021). (Nie, Hendrik W. de, Atlas van de Nederlandse zoetwatervissen, Doetinchem, febr. 1996).Waterschap Scheldestromen. In het plangebied is geen water. Uit te voeren maatregelen: Het slopen van een landbouwschuur. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Het leefgebied wordt niet aangetast. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen negatieve effecten te verwachten. Het plangebied is ongeschikt voor vissen.
3.5
Ongewervelden
Voorkomen en functie van het plangebied: Vlinder- en Libellenwerkgroep 2003; Geene et. al. 2007; Wagenaar 2007, NDFF 01-09-2021 en veldbezoek. In het plangebied komen geen dagvlinders, nachtvlinders, libellen, sprinkhanen en overige ongewervelden voor die beschermd worden door de Wet natuurbescherming. Het plangebied is ongeschikt omdat het bestaat uit verhard gebied. Ook zijn ook geen populaties van beschermde soorten gelegen binnen 1 kilometer afstand. Uit te voeren maatregelen: Het slopen van een landbouwschuur. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Er komen geen beschermde soorten voor. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: het biotoop is ongeschikt voor beschermde ongewervelden. Geen negatieve effecten te verwachten. Er komen geen beschermde soorten voor.
3.6
Vaatplanten
In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Voorkomen en functie van het plangebied: Flora Zeelandica en veldbezoek. NDFF versie 1 sept 2021
16
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Tijdens het veldbezoek zijn deze niet vastgesteld. Het biotoop is ook niet geschikt. Beschermde vaatplanten komen vooral voor in kalkrijke (vochtige) biotopen, voedselarme akkers en schraallanden. Deze zijn in het plangebied niet aanwezig. Uit te voeren maatregelen Het slopen van een landbouwschuur. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Niet in het geding. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Er komen geen beschermde soorten voor in het plangebied.
17
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Natura2000/Natuurbeschermingswet Het plangebied is geen Beschermd Natuurmonument of Natura 2000 gebied, zie bijlage 1. De afstand tot een Natura 2000 gebied bedraagt meer dan vijf kilometers. Dit betreft het Natura 2000 gebied Grote Gat nabij Oostburg. De geplande werkzaamheden zijn zeer kleinschalig van aard en hebben geen negatieve effecten op dit gebied. Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Het plangebied ligt niet in een gebied dat begrensd is in het kader van de Natuurnetwerk Zeeland (NNZ, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), zie bijlage 1. De dichtstbijzijnde gebieden zijn gelegen op circa 1 kilometer afstand. Dit betreft, dijken, kreken en bosjes nabij Sint Kruis. Gezien de afstand tot deze gebieden en de kleinschalige werkzaamheden zijn er geen negatieve effecten te verwachten. Conclusie: Er is geen negatief effect te verwachten op een Natura 2000 gebied. Er is ook geen negatief effect te verwachten op de natuurkwaliteiten van gebieden die opgenomen zijn in het Natuurnetwerk Zeeland.
18
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
5
Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering
Op de locatie Galgenstraat 1 te Sint Kruis zal bebouwing gesloopt worden. Het betreft een in gebruik zijnde kippenschuur. Voor broedvogels en grondgebonden zoogdieren is de schuur ongeschikt omdat deze niet toegankelijk is. Er zijn enkele kieren aan de rand van het dak van de schuur. Deze zijn op dit moment te klein om te kunnen functioneren als verblijfplaats voor vleermuizen. Indien de sloop van de schuur nog enige tijd (> 0,5 jaar) duurt, wordt aanbevolen om voor de sloop nog een check op aanwezigheid te doen op vleermuizen.
Andere beschermde soorten zijn niet in het plangebied te verwachten. Het is geheel verhard, ligt in de bebouwde kom. De essentiële biotopen voor beschermde soorten ontbreken. Er is geen negatief effect te verwachten op een Natura 2000 gebied. Er is ook geen negatief effect te verwachten op de natuurkwaliteiten van terreinen die zijn aangemerkt in het kader van het natuurnetwerk Zeeland. Het plangebied is op voldoende afstand gelegen van deze gebieden en de werkzaamheden zijn kleinschalig van aard.
19
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
Bijlage 1 Natuurnetwerk Zeeland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur), rood is plangebied.
20
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
Natura 2000 (rode pijl is plangebied).
21
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
Bijlage 2 Informatie Wet natuurbescherming Zeeland
22
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
23
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
24
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
25
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
26
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Galgenstraat 1 te Sint Kruis
Bijlage 3 Informatie over het project
27