a. conceptbrief aan Gedeputeerde Staten van Zeeland met verzoek tot meerjarige opclassificatie van de gemeente Sluis
Tekst van het document
Postadres: Postbus 27 4500 AA Oostburg
Gedeputeerde Staten van Zeeland Postbus 6001 4330 LA Middelburg
Bezoekadres: Nieuwstraat 22 4501 BD Oostburg Telefoon 140117 Telefoon +31 (0)117 457 000 IBAN: NL06BNGH0285101870 BIC code: BNGHNL2G BTW-nummer: 811046321B01 www.gemeentesluis.nl info@gemeentesluis.nl
ons kenmerk uw brief d.d. uw kenmerk behandeld door doorkiesnummer onderwerp bijlage(n)
: : : : Afdeling Staf : 140117 : Opclassificatie gemeente Sluis : Geen
Oostburg,
6 februari 2026
Geacht college, Voor de bepaling van de hoogte van de bezoldiging van gemeentelijke bestuurders zijn gemeenten in inwonersklassen ingedeeld. De Gemeente Sluis behoort tot klasse 3 (14.001 tot 24.000 inwoners). Op grond van artikel 3.4 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers kan uw college op grond van bijzondere omstandigheden een gemeente voor een bepaald tijdvak in een hogere klasse plaatsen dan die waartoe zij op grond van haar aantal inwoners behoort. Dit wordt opclassificatie genoemd. De gemeente Sluis is sinds 2012 – het jaar waarin de gemeente Sluis daalde van de klasse 24.001-40.000 naar de klasse 14.001-24.000 inwoners – meerdere malen door uw college opgeclassificeerd (in de periodes 2012-2014, 2014-2018, 2018-2022 en 2022-2026). In het laatste besluit tot opclassificatie (in 2022) heeft u benadrukt dat de gemeente Sluis in de afgelopen jaren volgens u zoveel ervaring heeft kunnen opdoen met de verzwarende thema's en omstandigheden dat het volgens u mogelijk moest zijn, bijvoorbeeld door versterking van de ambtelijke organisatie en/of door meer samenwerking met andere gemeenten, de bestuurslast weer in overeenstemming te brengen met die van de inwonersklasse behorend bij het inwonertal.
Verder kon volgens u de bestuurslast worden verminderd door het benoemen van fulltime wethouders of de tijdsbestedingsnorm voor deeltijdwethouders te maximaliseren. Desondanks vragen wij u hierbij wederom om voor opclassificatie in aanmerking te komen. En wel om de hieronder genoemde motivatie. Onderbouwning opclassificatie lopende raadsperiode Volgens de argumentatie die ten grondslag lag aan de huidige opclassificatie (die komend jaar afloopt) kwam de verhoogde bestuurslast met name voort uit: a) De geografische ligging: Gelegen aan de grens b) Demografische uitdagingen: Bevolkingsdaling en vergrijzing/ontgroening c) Leefbaarheid en voorzieningen: Meerkernig en dunbevolkt d) Toerisme en recreatie: Tweeledig: Als overnachtende toeristen worden meegeteld, dan zou de gemeente Sluis 11.000 extra inwoners tellen en ruim over de grens van 24.001 inwoners gaan. En het grote aantal toeristen brengt uitdagingen met zich mee, specifiek ten aanzien van ruimtelijke ordening en leefbaarheid e) Ruimtelijke ordening en Wonen: De afweging tussen belangen van inwoners, toeristen en (tijdelijke en permanente) migranten. Pag. 1 / 4
Daarbij werd opgemerkt dat de vermelde onderwerpen niet alleen elk afzonderlijk bijdragen aan de bestuurlijke zwaarte, maar vooral in samenhang moet worden gezien; het totaal aan opgaven is groter dan de som der delen, omdat de problematiek elkaar versterkt en in stand houdt. Geen van de uitdagingen staat los van de rest; het hangt met elkaar samen. Dat het hoofd bieden vereist de nodige bestuurlijke kennis en kunde. Een hogere bezoldiging zorgt ervoor dat we ervaren en kundige bestuurders hiervoor kunnen aantrekken. Argumentatie nieuwe periode opclassificatie Bovenstaande argumentatie is nog altijd onverminderd van kracht. Sterker nog, de genoemde uitdagingen zijn aflopen 4 jaar eerder groter geworden, dan kleiner. En nieuwe uitdagingen dienen zich aan. We noemen er enkele: • De enige school voor voortgezet onderwijs, het enige ziekenhuis en het enige verpleeghuis in de gemeente Sluis blijven kwetsbaar. De enige huisartsenpost in de gemeente Sluis – waar ook het grote aantal toeristen op was aangewezen – is gesloten. De eerstvolgende, vergelijkbare voorziening is op grote (reis)afstand gelegen, of vallen onder het Vlaamse systeem waardoor de ketenzorg wordt bemoeilijkt en/of diploma’s niet aansluiten op de Nederlandse arbeidsmarkt of vervolgopleidingen.
De laatste resterende basisvoorzieningen dreigen financieel om te vallen omdat zij moeten investeren in het aanpassen van hun vastgoed om: (a) aan de wettelijke eisen ten aanzien van de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed te voldoen (label ENG in 2050, ambitie Zeeland: per 2040); (b) onderwijskundige vernieuwingen door te voeren zodat het funderend onderwijs met minder leerlingen en met minder personeelsinzet toch nog vormgegeven kan worden; en (c) innovaties in de zorg (zoals extramuralisering van de zorg en het toepassing van robotica en domotica) doorgevoerd kunnen worden zodat met minder zorgprofessionals meer zorg geleverd kan worden. Deze verplichte of noodzakelijke aanpassingen vergen miljoenen aan investeringen. De toch al kwetsbare voorzieningen kunnen de extra kapitaalslasten, die deze investeringen met zich meebrengen, in relatie tot het (gelijkblijvende of afnemende) aantal gebruikers (en daarmee afnemende inkomsten!), niet langer dragen. Dit vraagt om nieuwe, creatieve oplossingen en bestuurlijke durf, lef en behendigheid. Zoals het Masterplan Oostburg. • Het toerisme blijft toenemen en daarmee blijft het zoeken naar de balans tussen inwoners, toeristen en migranten.
Dit zorgt voor grote verdeeldheid in raad en samenleving over bijvoorbeeld het beleid rond tweede woningen, toeristische verhuur en/of het andere maatregelen die woningeigenaren, investeerders en bouwers belemmeren. • Door Rijksbeleid mocht er in krimpgebiedende afgelopen jaren niet of nauwelijks worden gebouwd, omdat bevolkingsprognoses hiervoor leidend zijn. En die prognoses zijn / waren negatief. Sinds kort mag er – volgens de Woondeal –weer worden gebouwd, maar inmiddels zijn de marktomstandigheden veranderd: Bij de bouw van (permanente) woningen zijn de stichtingskosten van (betaalbare) woningen ongeveer even hoog als de marktwaarde. Dit zorgt ervoor dat het voor ontwikkelaars niet rendabel is om te investeren, dit remt de bouw van woningen. Hierdoor is de bestaande woningvoorraad sterk verouderd en moeilijk te verduurzamen. Er zijn dus creatieve oplossingen nodig om de woningmarkt weer vlot te trekken en te transformeren. • De klimaatverandering vraagt om klimaatadaptieve maatregelen, zowel in de bebouwde omgeving als in de landbouw. Landbouwgrond verzilt en de landbouw heeft waterbuffers nodig (voor extreem droge en extreem natte periodes). Voor het borgen van waterveiligheid en waterbeschikbaarheid zijn wij afhankelijk van de samenwerking met Vlaanderen, omdat we ons watersysteem met elkaar delen.
Ook zoeken we bij ons waterbeleid naar slimme combinaties tussen natuur, landbouw en toerisme. • De visserij in Breskens is verdwenen. Dit heeft grote gevolgen voor de afgeleide werkgelegenheid in de visverwerkende bedrijven en transportsector, maar ook voor de herinrichting van het havengebied. Met alle financieel, juridische, technische en veiligheidsaspecten van dien. • De ligging aan de grens, de aanwezigheid van meerdere zeehavens en transitoverkeer tussen Calais, Zeebrugge en de Westerscheldetunnel zorgen voor grotere veiligheidsrisico’s en risico’s op ondermijning. Pag. 2 / 4
• •
•
De gemeente Sluis is in beeld voor de aanlanding van wind op zee (VAWOZ), midden in toeristisch gebied. Dit vraagt om ruimtelijke inpassing; het creëren van draagvlak bij bestuurders, inwoners en ondernemers; en om sterke onderhandelingen met het Rijk. Eén van de zoeklocaties voor de bouw van twee kerncentrales grenst aan onze gemeentegrens. Dit zorgt op korte termijn voor onrust bij sommige inwoners en voor onderhandelingen tussen Rijk en Regio. En op langere termijn voor vraagstukken op het gebied van ruimtelijke en landschappelijke inpasbaarheid; bouwverkeer en infrastructuur (aan- en afvoer van mensen en materialen); en het (tijdelijk) huisvesten van bouwpersoneel en toeleveringsbedrijven. De gemeente Sluis wil graag bijdragen aan de ambities van Zeeland 2050. Dit vraagt om grootschalige woningbouwprojecten en infrastructurele werkzaamheden. Ook of juist in de gemeente Sluis. We hebben ervaren en kundige bestuurders nodig om deze stap voorwaarts te kunnen maken.
Het in 2023 verschenen rapport ‘Elke Regio Telt!’ bevestigt onze argumentatie uit 2022 dat deze vraagstukken niet op zichzelf staan, maar onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en tezamen zorgen voor een spiraal van verschraling. Een neerwaartse spiraal die moeilijk om te buigen is. Het rapport geeft ook aan dat de uitdagingen in Zeeuws-Vlaanderen te groot en te complex zijn voor lokale overheden om alleen op te kunnen lossen. Hiervoor is samenwerking nodig tussen de gemeenten in de regio (je kunt geen lokaal beleid maken of lokale oplossingen verzinnen voor regionale problemen en regionale spelers); samenwerking tussen Rijk en Regio (Rijksbeleid belemmert sommige oplossingen); en samenwerking met Vlaanderen. De afgelopen jaren heeft het college flink geïnvesteerd in deze samenwerkingen. En met succes. Het college participeert op landelijk niveau actief in onder andere het hoofdbestuur van de VNG, het Nationaal Programma Vitale Regio’s (met de 11 NPVR regio’s), de P10 en onze stedenband met Amsterdam, Heerlen en Eemsdelta. En op regionaal niveau in de Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland (als penvoerder en regiokassier), het NPVR ZeeuwsVlaanderen, Zeeland 2050, het OZO (kernteam) en de VZG. En grensoverschrijdend onder andere in de Scheldemondraad en het Landschapspark Zwinstreek. Ook werkte wij mee aan het vervolg op de Atlas van Afgehaakt Nederland; De Karavaan.
Al deze samenwerkingen dragen bij aan meer zichtbaarheid, meer begrip, meer erkenning en meer ondersteuning voor de problematiek in Zeeuws-Vlaanderen en in de gemeente Sluis. In haar besluit uit 2022 noemt u de samenwerking met andere gemeenten als één van de oplossingsrichtingen om de bestuurslast weer in overeenstemming te brengen met die van de inwonersklasse behorend bij het inwonertal. De samenwerking zorgt echter niet alleen voor meer aandacht, ondersteuning en (mogelijke) oplossingen voor de inhoudelijke opgaven waarmee wij kampen, maar ook (of juist) voor nog meer bestuurslast. En vraagt om nog meer bestuurlijke kracht, ervaring en doorzettingsvermogen. In het rapport ‘Elke Regio Telt!’ wordt ook ingegaan op de beleids- en investeringslogica van het Rijk. Investeringen worden vaak gedaan op basis van een Maatschappelijke KostenBatenanalyse (MKBA) en het bekostigingsbeleid is vaak gebaseerd op het aantal leerlingen, patiënten, passagiers, gebruikers of inwoners. Grote aantallen en/of volumes lonen dus en zorgen voor makkelijke oplossingen. Bij kleine aantallen en volumes (in combinatie met grote afstanden en oppervlakte) wordt besturen en organiseren dus moelijker.
Ook bij de bezoldiging van politieke ambtsdragers wordt – conform bovengenoemde beleids- en investeringslogica – (enkel) gekeken naar het aantal inwoners van de gemeente en niet naar de grote van de opgaven en uitdagingen. En de opgaven en uitdagingen in de gemeente Sluis zijn groot; in de zorg en in het onderwijs, op de arbeidsmarkt en op de woningmarkt, ten aanzien van bereikbaarheid en leefbaarheid. Alle landelijke onderzoeken rond Brede Welvaart tonen dit aan. In navolging op het rapport Elke Regio Telt werken de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten, de Provincie Zeeland en het Rijk (alle departementen) vanuit het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR) op dit moment aan een Regioplan en Uitvoeringsagenda voor ZeeuwsPag. 3 / 4
Vlaanderen. De Ministeries van BZK, VWS, OCW, SZW, JenV, IenW, VRO, LVVN, EZ en KGG hebben zich allen gecommitteerd aan de regioplannen voor de 11 NPVR-regio’s (inclusief uitvoeringsagenda) waarbij het rijk een inspanningsverplichting aangaat voor de komende 20 jaar (zie Kamerbrief van 200 december 2024). Verzoek Gezien het voorgaande vragen wij u opnieuw om een opclassificatie van de gemeente Sluis, zodat de gemeente Sluis ervaren en krachtige bestuurders kan behouden en/of aantrekken. We vragen de opclassificatie dit keer niet wederom voor een korte periode van 4 jaar (raadcyclus), maar voor de volledige looptijd van het Regioplan NPVR Zeeuws-Vlaanderen; zijnde 20 jaar. De reden hiervoor is dat de opgaven en kansen voor Zeeuws-Vlaanderen niet binnen de raadsperiode 2026-2030 gerealiseerd zullen zijn. We hebben dus blijvende bestuurskracht nodig. Financiële consequenties De opclassificatie heeft alleen gevolgen voor de bezoldiging van de wethouders. Met dit hogere bedrag is zowel in de begroting voor volgend jaar als in het meerjarig perspectief rekening gehouden. De prolongatie van de opclassificatie leidt dus niet tot een wijziging van de begroting of andere financiële consequenties. De gemeenteraad heeft daarom op 5 februari jongstleden expliciet ingestemd met de financiële gevolgen van de opclassificatie. Ook meerjarig.
Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet en gaan desgewenst graag met u in gesprek over ons verzoek.
Hoogachtend, BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN SLUIS,
De secretaris,
De burgemeester,
S.I. de Kievit-Minnaert
mr. M.M.D. Vermue
Pag. 4 / 4