CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

a. bijlagen bij toelichting.pdf

Commissie Ruimte/AB 10 mei 2022, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigde vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan 'Platteweg 2 Retranchement'.22.301 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN PLATTEWEG 2 TERHOFSTEDE Bijlagen bij de toelichting

Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 39

Bijlage 1. Landschappelijke inpassing Omna, 29 september 2020

Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 40

NOORD

Landschappelijk inpassingsplan Platteweg 2 Terhofstede

luchtfoto bestaande situatie met aanduiding perceel (Geoweb provincie Zeeland) Landschappelijke inpassing Platteweg 2 Terhofstede -29 september 2020

1

Aan de oostzijde van de woning zijn twee oude loodsen gelegen. Deze worden aan twee zijden omzoomd door struweel met bomen. Deze groenstrook ontneemt het directe zicht op de loodsen vanuit de omgeving. Aan de zuidzijde staat een rij knotwilgen begeleid door een strook bloemrijk akkerland. Het achterste deel van het plangebied is nog in gebruik als akkerland en kent dus een open karakter en sluit aan bij de omliggende landbouwgronden.

ijk

Braamd

Ten westen van de woning zien we een weide bestaande uit grasland met een lichte glooiing en enkele bomen. De weide kent een open karakter en is duidelijk zichtbaar vanaf de Platteweg. In de weide is tevens een droogvallende poel gelegen met aan de noordzijde enkele knotwilgen die deze laagte markeren. Aan de noordelijke grens van het plangebied staan wat knotwilgen en een enkele solitaire boom. Aan de Platteweg is een afwisselend groenbeeld te zien, van open met enkele knotwilgen tot een meer gesloten struweel nabij de oude loodsen.

NOORD

bestaande bebouwing

eg ew ds an

oo

l de Ou

g we tte a l P

Bestaande situatie Het plangebied is gelegen aan de Platteweg, één van de toegangswegen van het buurtschap Terhofstede. In het plangebied is momenteel een woning met een riante tuin aanwezig. Deze is duidelijk te herkennen door de aanwezige beplanting en het opgaande groen in de vorm van solitaire bomen en een hagenstructuur. Deze elementen geven de ruimte rond de woning privacy zonder deze af te sluiten van de omliggende weide en landschap. Op het erf staan twee walnoten die op de lijst van monumentale bomen van de gemeente Sluis zijn opgenomen; die zijn op de tekening extra aangeduid. Aan de zuid- en westzijde van de tuin staan wat oude hoogstam fruitbomen. Deze markeren de overgang tussen de tuin en de omliggende weide.

knotwilgen poel met knotwilgen

weiland

solitaire bomen

akker

struweel met bomen

fruitbomen

Aan de zuid- en westzijde wordt de weide begrensd door de achtertuinen van de omliggende woonkavels van het buurtschap. Het aanwezige opgaande groen is gelegen op de omliggende woonkavels en kent een gevarieerd karakter. Waar sommige kavels volledig privacy hebben, is er op andere kavels zeer weinig afbakening van het perceel aanwezig. Daarnaast zien we een divers beeld wat betreft de aanwezige beplanting.

bestaande situatie Landschappelijke inpassing Platteweg 2 Terhofstede -29 september 2020

2

A B

eg ew ds an

C

l de Ou

g we tte a l P

Inpassing van drie adressen Op de locatie zijn drie adressen voorzien. Het eerste adres is gelegen ter plaatse van de huidige woning (A) en bestaat uit een woning met bijgebouw. Het tweede adres is gelegen ter plaatse van de huidige loodsen (B) en bestaat uit een woonwerkgebouw. Het derde adres is voorzien aan de westzijde van de locatie (C). De percelen van de drie adressen dienen elk afzonderlijk goed ingepast te worden in de omgeving. Enerzijds om een goede overgang te maken met het omliggende landschap of met de omliggende kavels. Anderzijds om te voorzien in een prettige ruimte die uitnodigt om te verblijven en daarbij voldoende privacy biedt aan de bewoners. Dit landschappelijk inpassingsplan geeft een helder beeld van de beoogde ontwikkelingsrichting, maar biedt in posities en soortkeuze nog flexibiliteit.

NOORD

ijk

Braamd

bestaande bebouwing

knotwilgen

voorgenomen nieuwbouw

poel met knotwilgen

weiland

solitaire bomen

akker

struweel met bomen

fruitbomen

bestaande situatie met projectie voorgenomen nieuwbouw Landschappelijke inpassing Platteweg 2 Terhofstede -29 september 2020

3

eg ew ds an

C

l de Ou

g we tte a l P

De percelen worden allen ontsloten vanaf de Platteweg waardoor er achter de woningen, aan de zuidzijde, behoefte zal zijn aan privacy. Dit kan gecreëerd worden door middel van landschappelijke elementen die enerzijds de plek markeren en het zicht filteren. Anderzijds zorgen deze elementen voor een zachte overgang naar het omliggende landschap. Het meest westelijk gelegen perceel (C) grenst aan twee zijden aan bestaande woonkavels. Hier is het dus van belang om zowel de privacy van het nieuwe perceel als van de omliggende bestaande woonkavels in ogenschouw te nemen. De bestaande kwaliteit van het plangebied met het open karakter van de weide en de landschappelijke elementen die de bebouwing inbedden in de omgeving of privacy geven, vormt het uitgangspunt voor het landschappelijk inpassingsplan. De ingrepen bestaan uit het behouden of versterken van bestaande kwaliteiten en het toevoegen van streekeigen elementen. Uitgangspunt is om de tuinen bij de bebouwing op een natuurlijke manier over te laten lopen in het omliggende landschap. De tuinen lopen over in een open weide die vervolgens overgaat in het omliggende agrarische landschap. Hierdoor zal de omgeving en het gevoel van ruimte optimaal beleefbaar zijn.

A B

ijk

Braamd NOORD

Er wordt onderscheid gemaakt in noodzakelijke ingrepen en wenselijke ingrepen. Noodzakelijk zijn die ingrepen die privacy van de nieuwe percelen én van de bestaande woonkavels garanderen en de ingrepen die zorgen voor een zachte overgang naar het omliggende landschap. Wenselijk zijn extra ingrepen die de groene kwaliteit van het plangebied verder versterken.

bestaande bebouwing

knotwilgen

fruitbomen

voorgenomen nieuwbouw

poel met knotwilgen

weiland

solitaire bomen

privacy

akker

struweel met bomen

zichten

privacy en zichten Landschappelijke inpassing Platteweg 2 Terhofstede -29 september 2020

4

Noodzakelijke ingrepen Indien een fysieke afscheiding gewenst is naar de Platteweg is een haag van maximaal 1 meter hoog de aangewezen modus. Hierdoor ontstaat een duidelijke afbakening van het perceel maar blijft het visuele contact met de omgeving behouden.

eg ew ds an

C

Aan de oostzijde van het plangebied wordt het bestaande struweel versterkt en verbreed met diverse soorten struiken en enkele boomvormers. Het ontneemt dan het directe zicht vanuit oostelijke richting op de nieuwe bebouwing en biedt de gewenste privacy op perceel B.

l de Ou

g we tte a l P

A

Een soortgelijk struweel wordt eveneens toegepast tussen de percelen A en B. Hierdoor wordt de onderlinge privacy tussen perceel A en B gewaarborgd. Het struweel loopt in ieder geval door tot en met de achterzijde van het bijgebouw op perceel A.

B

ijk

Braamd

Op het erf van perceel A staan reeds enkele solitaire bomen en een aantal hoogstam fruitbomen. Waar mogelijk worden gezonde bomen behouden en deze vormen dan, aangevuld met enkele nieuwe bomen, de basis voor de tuin rondom de woning. De boomgaard vormt een zachte buffer tussen de tuin en de omliggende open weide. Aan de westzijde wordt de hoogstamboomgaard ruimtelijk gemarkeerd door een meidoornhaag.

NOORD

De bestaande weide tussen de percelen A en C blijft behouden. Het open grasland met poel en bomen vormt een karakteristiek en waardevol deel van het plangebied. Om echter wel de nodige privacy te waarborgen worden enkele losse struwelen toegepast. Deze liggen los in de weide en staan dus niet op de perceelsgrens. De struwelen vormen geen gesloten geheel maar bieden nog altijd zichtlijnen vanaf de omliggende bestaande woonkavels en nieuwe percelen op de open weide.

bestaande bebouwing

knotwilgen

fruitbomen

privacy

voorgenomen nieuwbouw

poel met knotwilgen

struweel

zichten

weiland

solitaire bomen

haag

akker

struweel met bomen

Perceel C grenst direct aan de achtertuinen van de omliggende kavels. Zoals reeds eerder vermeld is hier een gevarieerd beeld van erfafscheidingen aanwezig. Aan de zuid- en west zijde van het erf wordt een haag voorzien. Deze kan variëren in hoogte en mag maximaal 1,8 meter hoog zijn ter plaatse waar privacy gewenst is. Aan de oostzijde wordt een meidoornhaag , mogelijk met enkele onderbrekingen, voorzien die de overgang vormt tussen de weide en de private tuin van perceel C.

noodzakelijke ingrepen Landschappelijke inpassing Platteweg 2 Terhofstede -29 september 2020

5

Gewenste ingrepen Naast de hierboven beschreven ingrepen is het mogelijk om nog een aantal ingrepen toe te passen die het landschappelijke karakter versterken.

eg ew ds an

C

l de Ou

g we tte a l P

De belangrijkste ingreep is om het achterste deel van het plangebied dat nu nog als akker in gebruik is, als weide in te richten. Het open karakter blijft dan behouden maar zal nu een beleefbaar en toegankelijk onderdeel uitmaken van het bestaande ensemble. Om de beleving te vergroten kan hier een bloemenweide gecreëerd worden. Op oude kaarten is te zien dat er hier vroeger een poel heeft gelegen. Een of twee poelen kunnen opnieuw aangelegd worden en omzoomd door enkele knotwilgen. Zonder de openheid van de weide aan te tasten kunnen nog enkele kleine struwelen worden toegepast ten behoeve van de privacy. Ook kunnen er nog enkele solitaire bomen worden geplant verspreid in de open weide.

A B

ijk

Braamd

Aan de noodzijde van het plangebied zijn nu reeds enkele knotwilgen nabij de perceelsgrens aanwezig. Een versterking tot een continue lijn van knotwilgen kan dit deel van de Platteweg begeleiden zonder het zicht op de omliggende landschap te ontnemen. Maar de rij markeert ruimtelijk wel de overgang tussen de meer compacte bebouwing in het buurtschap en het volledig open doorzicht op de naastgelegen kavel nabij de Oudelandseweg. De knotwilgen filteren het zicht op de nieuwe bebouwing maar geven tevens voldoende ruimte om de nieuwe bebouwing op de Platteweg te oriënteren.

NOORD

Om de privacy te waarborgen op perceel B verdient het aanbeveling aan de achterzijde een hoogstam fruitboomgaard te voorzien die het zicht vanuit het buurtschap op het erf en vice versa filtert. Deze boomgaard kan wat doorlopen op perceel A om het zicht op de achterzijde van het bijgebouw te filteren.

bestaande bebouwing

knotwilgen

fruitbomen

privacy

voorgenomen nieuwbouw

poel met knotwilgen

struweel

zichten

weiland

solitaire bomen

haag

akker

struweel met bomen

gewenste ingrepen Landschappelijke inpassing Platteweg 2 Terhofstede -29 september 2020

6

eg ew ds an

C

l de Ou

g we tte a l P

A B

ijk

Braamd NOORD

C

bestaande bebouwing

knotwilgen

fruitbomen

voorgenomen nieuwbouw

poel met knotwilgen

struweel

weiland

solitaire bomen

haag

akker

struweel met bomen

landschappelijk inpassingsplan

variant woonperceel C Landschappelijke inpassing Platteweg 2 Terhofstede -29 september 2020

7

Meidoornhaag Meidoorn (Crataegus monogyna) heeft een landelijk karakter en wordt van oudsher gebruikt op boerenerven. De bladeren van de meidoornhaag hebben een charmante vorm en de haag bloeit met mooie witte bloemen. De eetbare bessen die daarna volgen zijn in trek bij vogels die vervolgens ook graag hun nesten in de haag bouwen. De uiteindelijke hoogte van de haag varieert tussen de 80 en 180 cm naargelang de ligging. Er worden 4 planten per strekkende meter voorzien en de haag wordt minstens 2 rijen breed (80cm). Nadat de planten aan de groei zijn, 2x per jaar snoeien. Hagen Ter bevordering van de privacy wordt er op diverse plaatsen op het perceel strak geschoren hagen aangeplant. De haag bestaat uit beuk (Fagus sylvatica), haagbeuk (Carpinus betulus) of meidoorn (Crataegus monogyna). De uiteindelijke hoogte varieert tussen 80 cm en 180 cm, dit hangt af van de specifieke plaats op het terrein. Er worden 4 planten per strekkende meter voorzien. Een haag is minstens 2 rijen breed (80cm). Nadat de planten aan de groei zijn, 2x per jaar snoeien.

Struweel Het struweel is een opgaande beplanting met een natuurlijk beeld en wordt ingevuld met streekeigensoorten zoals meidoorn (Crataegus monogyna), haagbeuk (Carpinus betulus), vlier (Sambucus nigra), gelderse roos (Viburnum opulus) en sleedoorn (Prunus spinosa). De breedte varieert van circa 3 tot 5 meter. De aanplant van soorten gebeurt in groepen van 3 tot 8 per soort, er is echter geen verband of ritme tussen de verschillende groepen, er wordt spontaan geplant teneinde een zo afwisselend en natuurlijk mogelijk beeld te krijgen. Drie jaar na aanplant een dunning voorzien en na het 6e jaar een tweede dunning toepassen. Het struweel wordt vervolgens eenmaal per 2 jaar aan de zijkanten gesnoeid. Het is dus geen strak gesnoeide haag maar een element dat ‘los’ gesnoeid wordt. Naast de ruimtelijke impact draagt het struweel bovendien bij aan de verhoging van de natuurwaarden i.v.m. huisvestingslocatie voor allerhande vogels, insecten en andere dieren.

Fruitbomen Er worden hoogstambomen toegepast om een zo ruimtelijk mogelijk effect op het terrein te behouden. De bomen worden aangeplant in een driehoeksverband. De afstand tussen de bomen is circa 8 meter, afhankelijk van de te kiezen soorten. De fruitbomen worden gekozen uit de sortimentslijst van ‘Stichting Landschapsbeheer Zeeland’. Appel (Malus domestica): Ananas reinette, Brabantse Bellefleur, Bramley’s Seedling, Court-Pendu, Dijkmanszoet, Dubbele Bellefleur, Glorie van Holland, Goudreinette, Jacques Lebel, Jasappel, Keiing, Keuleman, Laxtons superb, Lemoenappel, Lombards Calville, Notarisappel, Ossenkop, Rode Boskoop, Rode Jonathan, Santana, Sterappel, Yellow Transparant, Zigeunerin, Zoete Aagt, Zoete Bloemee, Zoete Ermgaard, Zoete Kroon, Zoete Oranje. Peer (Pyrus communis): Bergamot d'Esperen, Beurre Alexander Lucas, Beurre de Merode, Beurre Hardy, Bonne Louise d'Avranches, Brederode, Clapp's Favourite, Comtesse de Paris, Conference, Doyenne du Comice, Dubbele Jut, Emile d’Heyst, Gieser Wildeman, IJsbout, Jut, Kleipeer, Kriekepeer, Legipont, Nouveau Poiteau, Oomskinderen, Pitmaston Duchess, Pondspeer, Seigneur d’Esperen, St Remy, Triompe de Vienne, Winterrietpeer, Zwijndrechtse wijnpeer.

Knotwilg Een knotwilg is een boomsoort die veel voorkomt in de omgeving en prima gedijt in de kleigrond. De bomen worden enkele jaren na aanplant op circa 2 meter hoogte afgezaagd. Daarna wordt de boom iedere 2 tot 4 jaar geknot door de nieuwe uitgelopen takken weg te nemen. Bomen In het struweel worden enkele bomen voorzien en op het perceel kunnen enkele bomen, solitair of in kleine groepjes, worden aangeplant. De toe te passen soorten zijn o.a. gewone beuk (Fagus sylvatica), winterlinde (Tilia cordata), zomereik (Quercus robur) of zwarte els (Alnus glutinosa). Drie jaar na aanplant een begleidingssnoei voorzien om te komen tot een solide stam en een goed ontwikkelde kroon. De begleidingssnoei wordt ierdere 3 jaar herhaald totdat de bomen volwassen zijn. Voor volwassen bomen volstaat een onderhoudssnoei met een frequentie van eenmaal per 5 jaar.

Pruim (Prunus domestica): Bleue de Belgique, Czar, Dubbele Boerenwitte, Earley Laxton, Italiaanse Kwets, Mirabelle de Nancy, Opal, Reine Claude, d'Althan, Reine Claude d'Oullins, Reine Claude van Schouwen, Reine Claude Verte, Reine Victoria. Standaard beheer voor fruitbomen en afhankelijk van de soort de noodzakelijke snoei toepassen in het vroege voorjaar. De eerste 2 jaar na aanplant de fruitbomen in droge periodes van voldoende water voorzien.

Landschappelijke inpassing Platteweg 2 Terhofstede -29 september 2020

8

Bijlage 2. Beoordeling relevante regelingen in het bestemmingsplan Buitengebied Van Kerkhoff Maatwerk, januari 2020

Onderstaand zijn de bestaande regelingen uit het bestemmingsplan Buitengebied opgenomen. In een groene kleur is aangegeven waar met het ontwerp en het gebruik van the Barn aan voldaan kan worden, met een rode kleur is aangegeven waar de bestaande regeling tekort schiet. Artikel 28.1 De voor Wonen - 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen met aan - huis - gebonden beroepen, en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, en de opslag van agrarische machines en aanverwante materialen en producten op voormalige agrarische bedrijfslocaties alsmede voor bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water. Artikel 28.2 Lid a, b en c. Op deze gronden mogen hoofdgebouwen (woningen) met bijbehorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Per bestemmingsvlak is ten hoogste één woning toegestaan. Op bestemmingsvlakken waar tevens een bouwvlak is aangegeven worden gebouwen en overkappingen binnen bouwvlakken gebouwd. Lid g, h en j. De afstand van gebouwen tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 3 m. Indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van tenminste 3 m. De afstand van gebouwen en overkappingen tot de bestemming Verkeer van de overige wegen bedraagt tenminste 20 m. Lid l.

De maximale goothoogte van een hoofgebouw bedraagt 6 meter, de maximale bouwhoogte bedraagt 10 meter. De oppervlakte beslaat maximaal 40% van het bouwperceel. Het volume van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 1.000 m³. Lid l. De maximale goothoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt 4 meter, de maximale bouwhoogte bedraagt 8 meter. De oppervlakte beslaat maximaal 40% van het zij- en achtererf met een maximum van 120 m². Lid m. Bijgebouwen mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd. Artikel 28.3.2 Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 28.2 voor het vervangend nieuw bouwen van een gebouw ten behoeve van een NED per woning, met inachtneming van het volgende: a. de omgevingsvergunning wordt verleend voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van één NED waarbij het vloeroppervlak niet meer bedraagt dan ten hoogste 250 m²; c. nieuwe gebouwen worden binnen het bestemmingsvlak gebouwd; d. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien tenminste eenzelfde oppervlak bestaande gebouwen op het betreffende bouwvlak of op een ander bouwvlak elders in het plangebied wordt gesloopt;

Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 41

e. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien ook toepassing is of wordt gegeven aan het bepaalde in lid 28.5.1. Artikel 28.4 Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. de vloeroppervlakte ten behoeve van aan - huis - gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten bedraagt ten hoogste 25 % van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 50 m²; b. het aanbieden van meer dan 3 kamers ten behoeve van logies met ontbijt per woning is niet toegestaan; c. het aanbieden van overnachtingsmogelijkheden is uitsluitend toegestaan indien aangetoond wordt dat er op het betreffende perceel voldoende toezicht wordt gehouden en in noodgevallen snel kan worden ingegrepen. Artikel 28.5.1 Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 28.1 voor een NED, met inachtneming van het volgende: a. de omgevingsvergunning wordt verleend voor: 1. een NED die voorkomt in de positieve lijst Nieuwe Economische Dragers zoals opgenomen in bijlage 2, met dien verstande dat een manege uitsluitend in de nabijheid van woonkernen is toegestaan; 2. overige bedrijfsactiviteiten, die naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de NED's zoals vermeld in bijlage 2; b. de oppervlakte van een NED bedraagt ten hoogste de in bijlage 2 genoemde omvang; c.

tenzij toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in lid 28.3.2, vindt de NED plaats in bestaande gebouwen op het bestemmingsvlak; d. de NED of NED's zijn niet toegestaan in de woning; e. de NED, of alle NED's tezamen op een bestemmingsvlak, wordt of worden uitgeoefend in een kleinschalige omvang, hetgeen blijkt uit: 1. de ruimtelijke uitstraling; 2. de verkeersaantrekkende werking, waarbij verlening van de omgevingsvergunning niet tot een onevenredige toename leidt van de automobiliteit; 3. de categorie uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten waartoe de activiteit behoort, waarbij geldt dat: 1. de bedrijfsactiviteit ten hoogste tot categorie 2 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten behoort; 2. de bedrijfsactiviteit ten hoogste tot categorie 3 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten behoort, mits is aangetoond dat daardoor geen milieuhinder voor aangrenzende percelen ontstaat; alvorens de omgevingsvergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag hierover schriftelijk advies van de milieudeskundige; 4. de omvang van verblijfsrecreatie waarbij geldt dat maximaal 5 verblijfseenheden (appartementen, hotelkamers) binnen het gebouw gerealiseerd mogen worden; f. het gebruik ten behoeve van verblijfseenheden (appartementen, hotelkamers) uitsluitend is toegestaan indien op het perceel tevens wordt gewoond; g. de verkeersveiligheid wordt niet negatief beïnvloed; h.

op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; i. opslag van goederen ten behoeve van de NED buiten gebouwen is niet toegestaan; j. nieuwe bouwwerken, geen gebouwen zijnde, lichtmasten en lichtbakken voor reclamedoeleinden daaronder begrepen zijn niet toegestaan; Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 42

k. ter plaatse van de uitbreiding wordt voorzien in een adequate landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van tenminste 10 m; op basis van een landschapsplan, opgesteld door een gecertificeerde landschapsarchitect of goedgekeurd door de landschaps- en natuurdeskundige, kan volstaan worden met een landschappelijke inpassing waarbij voldaan wordt aan de 'Richtlijn landschappelijke inpassing gemeente Sluis' zoals opgenomen in Bijlage 7; l. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; m. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend als zorg wordt gedragen voor ruimtelijke kwaliteitswinst in de vorm van landschaps- of natuurontwikkeling of het verbeteren van de inrichting van het erf; n. medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing en de ruimtelijke kwaliteitswinst. Bijlage Toegestane relevante functies bij Wonen-2: Functies Groepsaccommodatie Appartementenverhuur Restaurant Eethuis Ijssalon Theeschenkerij Atelier Overige aan huis gebonden beroepen Cursuscentrum Adviesbureau Imkerij

Milieucategorie Maximale bedrijfsvloeroppervlakte M2 bebouwing Bestaand gebouw 2/3 -Gebouw 2/3 -Gebouw 2 -Gebouw 2 -Gebouw 1 -Gebouw 1 -Gebouw -Gebouw -Gebouw 2/3 -Gebouw 2 -Gebouw 2 -Gebouw

Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 43

Bijlage 3. Milieukundig bodem- en asbest in grondonderzoek Platteweg 2a Mitec, mei 2020

Bestemmingsplan Platteweg 2 Terhofstede - Toelichting - 44

MILIEUKUNDIG BODEM- EN ASBEST IN GRONDONDERZOEK Locatie Platteweg 2a Retranchement

Opdrachtgever: Projectnummer: Status rapport: Datum:

KVproject BV Schuitvlotstraat 32 4331 SZ Middelburg 19MIT678.10 definitief v.01 6 mei 2020

Autorisatie: (Mede)auteur Naam: Dhr. J.A. Booij Paraaf:

Projectleider: Naam: Dhr. A.P.L.A.M. Steenbergen MSc Paraaf:

Datum: 6 mei 2020

Datum: 6 mei 2020

INHOUD 1

INLEIDING

3

2

VOORONDERZOEK

4

2.1

Huidige situatie

4

2.2

Boven- en ondergrondse tanks en verdachte bedrijfsactiviteiten

5

2.3

Asbest

5

2.4

Bodemkwaliteitskaart

5

2.5

Boomgaardenkaart

6

2.6

Eerdere onderzoeken

6

2.7

Conclusie vooronderzoek

6

2.8

Onderzoeksstrategie

7

3

VERRICHTE WERKZAAMHEDEN

9

3.1

Veldwerkzaamheden bodemonderzoek

9

3.2

Veldwerkzaamheden asbest in puinonderzoek

9

3.3

Zintuiglijke waarnemingen en metingen grondwater

9

3.4

Laboratoriumonderzoek

10

4

RESULTATEN

12

4.1

Toetsingskader bodem

12

4.2

Toetsingskader asbest

12

4.3

Toetsing bodem

13

4.4

Nader onderzoek dieseltanks

14

4.5

Toetsing asbest

14

5

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES

15

5.1

Samenvatting en conclusies

15

5.2

Advies

16

6

RESTRISICO EN BETROUWBAARHEID

17

6.1

Restrisico

17

6.2

Betrouwbaarheid

17

BIJLAGEN: 1: Kadastrale situatie 2: Situatietekening met boringen en peilbuizen 3: Foto’s 4: Profielbeschrijvingen grondboringen 5: Analyseresultaten 6: Toetsingsresultaten

Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl

2

190MIT678.10

1

INLEIDING In opdracht van KVproject BV heeft Mitec Advies B.V. in maart-mei 2020 een verkennend en nader bodemonderzoek volgens de NEN 5740 en een verkennend asbest in puinonderzoek volgens de NEN 5897 uitgevoerd ter plaatse van de Platteweg 2a te Retranchement. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Sluis, sectie L, nummer 1351, zie Bijlage 1. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging naar wonen. Op de locatie is momenteel een agrarische loods aanwezig, die zal worden gesloopt. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de milieukundige kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor de bestemmingswijziging en omgevingsvergunning. Doel van het verkennend asbest in puinonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op een verontreiniging met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte. Het veldwerk is uitgevoerd door dhr. J.A. Booij en dhr. S.P. Rijk, gecertificeerde en erkende veldwerkers van Mitec Advies B.V. Dit alles conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek), inclusief de onderliggende protocollen 2001, 2002 en 2018. Het procescertificaat van Mitec Advies B.V.

en het daarbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Als referentiekader bij de beoordeling van de analyseresultaten wordt het laatst aangepaste toetsingskader van het Ministerie van VROM gebruikt (Circulaire Bodemsanering d.d. 1 juli 2013). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Mitec Advies B.V. of gerelateerde zusterbedrijven. Hierdoor is de wettelijk voorgeschreven functiescheiding geborgd.

Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl

3

190MIT678.10

2

VOORONDERZOEK Voor het historisch onderzoek volgens de NEN 5725:2017 is gebruik gemaakt van gegevens verkregen uit: - Kadastrale en topografische kaarten - Terreinverkenning - Geoloket Zeeuws Bodemvenster - Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Sluis - Bodemloket - Nazca-i provincie Zeeland - Eerdere bodemonderzoeken - Informatie van de opdrachtgever

2.1

Huidige situatie De onderzoekslocatie is gelegen in het buurtschap Terhofstede in het buitengebied bij Retranchement en betreft perceel Sluis L 1352 met agrarische schuren/loodsen en het omliggende terrein. Dit ligt naast het perceel waarop de woning nr. 2 met tuin is gesitueerd; deze woning is bij dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Op de locatie was in het verleden een loonbedrijf gevestigd. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 2.805 m².

Figuur 1: Luchtfoto onderzoekslocatie, oranje gearceerd (Bron: Google maps)

Voor het perceel is een herbestemming gepland van de agrarische loodsen naar de bestemming wonen. Hierbij wordt de bestaande bouw gesloopt. Inpandig zijn de loodsen verhard met beton; buiten is deels betonverharding aanwezig, deels halfverharding met grind en deels groen. Er is geen historische informatie aanwezig of onder de betonverharding een fundatieverharding is aangebracht. Uit informatie van de eigenaar en de boorprofielen van eerder onderzoek kan worden afgeleid dat alleen uitpandig (deels) fundatie aanwezig is en dat het beton inpandig is gefundeerd op zand.

Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl

4

190MIT678.10

2.2

Boven- en ondergrondse tanks en verdachte bedrijfsactiviteiten Door de opdrachtgever zijn onder andere een inventariserend BSB onderzoek uit 2000 en een aanvullend/nader onderzoek uit 2008 aangeleverd, die zijn uitgevoerd door Grond, Gewas en Milieulaboratorium ‘Zeeuws Vlaanderen’ B.V. (projectnummers 4648 en 08A0638). Hierin is de historie beschreven. Tevens is in januari 2020 een terreinverkenning uitgevoerd. Uit de eerdere onderzoeken, informatie van de opdrachtgever en de terreinverkenning blijkt dat op de locatie de volgende verdachte deellocaties zijn te onderscheiden, zie de situatietekening in Bijlage 2: - Voormalige boven- en ondergrondse dieseltank; - Wasplaats; - Werkplaats en machineberging; - Opslag motorolie/hydrauliekolie; - Voormalige bestrijdingsmiddelengroothandel. De voormalige tanks en de bestrijdingsmiddelengroothandel worden hieronder nader besproken onder ‘eerder onderzoek’ en ‘boomgaardenkaart’. Aan de achterzijde van de loodsen is een deel van het terrein gebruikt als wasplaats, waar landbouwmachines zijn afgespoten. Deze deellocatie is verdacht voor de aanwezigheid van minerale olie en bestrijdingsmiddelen (OCB’s). Tijdens de terreinverkenning bleek dat in de loods tegen de muur aan de oostzijde een opslagvoorziening voor olieproducten (motorolie/hydrauliekolie) aanwezig is.

Ter plaatse van de overige terreindelen zijn tijdens de terreinverkenning geen bijzonderheden aangetroffen en worden op dit moment geen specifieke verontreinigingen verwacht. Met uitzondering van de bovengenoemde voormalige tanks is er verder geen informatie bekend of momenteel nog boven- of ondergrondse brandstof- of dieseltanks op de locatie aanwezig zijn. Tijdens de terreinverkenning zijn geen aanwijzingen (aflever-, vul- en ontluchtingspunten) hiervoor waargenomen. De foto’s van de locatie zijn opgenomen in Bijlage 3.

2.3

Asbest Er zijn voor de locatie geen directe aanwijzingen dat door stortingen en/of toepassing van asbesthoudende materialen asbest in de bodem kan zijn gekomen. Ook tijdens de terreinverkenning zijn geen asbestverdachte plaatmaterialen of objecten waargenomen. Onder de uitpandige betonverharding is puinfundatie aanwezig. Omdat de ouderdom en herkomst van de fundatie niet bekend zijn, dient deze fundatie te worden onderzocht op asbest.

2.4

Bodemkwaliteitskaart Volgens de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Sluis heeft zowel de boven- als de ondergrond de ontgravingsklasse ‘AW2000 (landbouw/natuur)’. De bodemfunctie is ‘overig’.

Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl

5

190MIT678.10

2.5

Boomgaardenkaart Uit de boomgaardenkaart blijkt dat de onderzoekslocatie niet is gelegen in een voormalig boomgaardengebied. Echter volgens Bodemloket en Nazca-i provincie Zeeland is op de locatie een bestrijdingsmiddelengroothandel aanwezig geweest, waardoor de locatie in principe verdacht is voor bestrijdingsmiddelen (OCB’s).

2.6

Eerdere onderzoeken Uit informatie van Bodemloket, Nazca-i provincie Zeeland en van de opdrachtgever blijkt dat op de locatie in het verleden de volgende onderzoeken zijn uitgevoerd: - Inventariserend BSB-onderzoek Platteweg 2 te Retranchement, Grond-, Gewasen Milieulaboratorium ‘Zeeuws-Vlaanderen’ b.v., d.d. 07-08-2000. Projectnr. 4648. - Aanvullend / nader bodemonderzoek Platteweg 2 te Retranchement, Grond-, Gewas- en Milieulaboratorium ‘Zeeuws-Vlaanderen’ b.v., d.d. 11-12-2008. Projectnr. 08A0638. Deze onderzoeken zijn uitgevoerd ter plaatse van de voormalige boven- en ondergrondse dieseltanks, die waren gelegen tussen de Platteweg en de loods. Verder is onderzoek uitgevoerd bij de werkplaats aan de oostzijde van de loods en bij de wasplaats. Voormalige tanks Hier is in een mengmonster van de bovengrond een sterk verhoogd gehalte minerale olie aangetroffen; in de ondergrond (2,0 - 2,5 m-mv) is een matig verhoogd gehalte aangetoond. In het grondwater is eveneens een sterk verhoogde concentratie minerale olie gemeten. Uit het aanvullend onderzoek van 2008 blijkt dat in de 2 separate monsters van de bovengrond hooguit nog licht verhoogde gehalten minerale olie zijn aangetoond. Uit de verticale uitkartering van het matig verhoogde gehalte minerale olie in de ondergrond blijkt dat in de onderliggende grondlaag van 2,5 tot 3,0 m-mv nog een sterk verhoogd gehalte aanwezig is.

De verontreiniging is in de grond zodoende verticaal nog niet uitgekarteerd; de grens loopt vanaf circa 1,5 m-mv tot minimaal 3,0 m-mv. In het grondwater is tot 3,3 m-mv een matig verhoogde concentratie minerale olie gemeten. Uit de horizontale uitkartering blijkt dat geen of alleen licht verhoogde gehalten zijn aangetoond in de grond en het grondwater, waardoor de verontreiniging horizontaal is afgeperkt. Wasplaats Hier is in het grondwater een sterk verhoogde concentratie arseen aangetoond. Deze verhoging kan worden beschouwd als een natuurlijk verhoogde achtergrondconcentratie en is niet te relateren aan de activiteiten. Verder zijn lichte verhogingen aan cadmium en minerale olie in het grondwater aangetoond. Opgemerkt dient te worden dat ter plaatse van de wasplaats niet op bestrijdingsmiddelen is geanalyseerd. Werkplaats Hier is in de bovengrond een licht verhoogd gehalte minerale olie gemeten.

2.7

Conclusie vooronderzoek Uit het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat het terrein als een verdachte locatie dient te worden onderzocht. De volgende aandachtspunten zijn hierbij van belang:

Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl

6

190MIT678.10

- Er dient te worden geverifieerd of de verontreiniging met minerale olie in de grond en het grondwater ter plaatse van de voormalige dieseltanks nog aanwezig is; - De opslagvoorziening voor olieproducten in de loods tegen de oostelijke muur dient als verdacht te worden beschouwd voor minerale olie; - De wasplaats dient als verdacht te worden beschouwd voor minerale olie en bestrijdingsmiddelen (OCB’s); - Er is een bestrijdingsmiddelengroothandel aanwezig geweest, waardoor de gehele locatie in principe verdacht is voor bestrijdingsmiddelen (OCB’s); - Onder de uitpandige betonverharding is een puinfundatie aanwezig, welke op asbest dient te worden onderzocht. 2.8

Onderzoeksstrategie Het onderzoek is gebaseerd op de meest recente versie van de NEN 5740 en 5897. Voormalige boven- en ondergrondse dieseltanks De in het verleden aangetoonde verontreinigingscontour dient te worden geactualiseerd. Onderzocht dient te worden of de sterke verontreiniging nog steeds wordt aangetoond. De volgende boringen worden verricht: - 4 boringen tot 4.0 m-maaiveld (mv) - 1 boring met peilbuis Omdat olie een drijflaag kan vormen, zal bij zintuiglijke waarneming hiervan het filter snijdend met de grondwaterstand worden uitgevoerd. Er worden circa 10 grondmonsters geanalyseerd op minerale olie; het grondwatermonster wordt geanalyseerd op minerale olie en aromaten (BTEXN). In geval van verdachte lagen met zintuiglijke olie-verontreiniging zullen steekbussen worden genomen voor analyse op vluchtige aromaten (BTEXN). Olieopslag Uitgaande van de strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting en duidelijke verontreinigingskern (VEP) worden de volgende boringen verricht: - 1 boring met peilbuis Bij zintuiglijke waarneming van olie zal het filter snijdend met de grondwaterstand worden uitgevoerd. Er wordt 1 grondmonster van de bovenste laag geanalyseerd op minerale olie. Het grondwatermonster wordt geanalyseerd op het NEN pakket (i.c.m. werkplaats).

Werkplaats/Machineberging/Overige terrein Uitgaande van de strategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting en heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL) worden de volgende boringen uitgevoerd: - 11 boringen tot 0,5 m-mv - 2 boringen tot 2,0 m-mv - 1 boring met peilbuis (i.c.m. wasplaats, zie onder) Er worden 2 grond(meng)monsters van de bovenlaag van het gehele terrein geanalyseerd op het NEN pakket en OCB pakket, en 1 grondmengmonster van de ondergrond op het NEN pakket.

Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl

7

190MIT678.10

Wasplaats (i.c.m. werkplaats/machineberging/overige terrein) Van de boringen genoemd bij ‘werkplaats/machineberging/overige terrein’ zullen 3 boringen tot 0,5 m-mv en de peilbuis bij de wasplaats worden uitgevoerd. Er wordt in eerste instantie 1 grondmengmonster van de bovenste bodemlaag van de wasplaats geanalyseerd op het NEN pakket en OCB pakket. Het grondwatermonster wordt geanalyseerd op het NEN pakket. Fundatie buitenterrein Voor de fundatie van het buitenterrein zal een asbest in puinonderzoek cf. de NEN 5897 worden uitgevoerd. Uitgaande van een oppervlakte van circa 1150 m² en de strategie voor een kleinschalige afgedekte funderingslaag dienen de volgende werkzaamheden te worden uitgevoerd: - 7 inspectiegaten van 0,3 x 0,3 m of met diameter van 35 cm, tot onderzijde fundatie; - Inspectie van het opgegraven materiaal op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen > 2 cm; - Indien aanwezig wordt van dit materiaal per inspectiegat een verzamelmonster genomen voor analyse op asbest; - Samenstellen van 2 (meng)monsters van de fractie < 2 cm ten behoeve van de bepaling van het asbestgehalte in de fijne fractie. In Tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de geplande werkzaamheden. Tabel 1. Onderzoeksstrategie Deellocatie

1: Tanks 2: Olieopslag 3: Werkplaats/machineberging/ overige terrein 4: Wasplaats (i.c.m. deellocatie 3) 5: Fundatie buitenterrein

Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl

Strategie

Aantal boringen

Analyses

Maatwerk VEP VED-HE-NL

0,5 2,0 4,0 Peilbuis Gaten m-mv m-mv m-mv 4 1 1 8 2 -

Grond

Grondwater 1 min. olie + BTEXN 1 NEN -

VED-HE-NL

3

-

-

1

-

8 min. olie 1 min. olie 2 NEN + OCB 1 NEN 1 NEN + OCB

Kleinschalige afgedekte fundering

-

-

-

-

7

2 asbest in puin -

8

1 NEN

190MIT678.10

3

VERRICHTE WERKZAAMHEDEN

3.1

Veldwerkzaamheden bodemonderzoek Het veldwerk is uitgevoerd in maart en april 2020. Bij de visuele controle van het terrein op mogelijke verontreinigingen zijn geen bijzonderheden aangetroffen. Op 6 maart 2020 zijn door dhr. J.A. Booij en dhr. S.P. Rijk de grondboringen 01 t/m 20 verricht en zijn de peilbuizen geplaatst. Boringen 01 t/m 05 zijn uitgevoerd ter plaatse van de voormalige dieseltanks. Boring 06 is uitgevoerd bij de olie-opslag, boringen 7 t/m 10 bij de wasplaats, 11 t/m 15 inpandig in de werkplaats/machineberging en 16 t/m 20 rondom de loods. Boringen 01, 06 en 07 zijn uitgevoerd met een peilbuis. Op 3 april 2020 is door dhr. S. Rijk een aanvullende boring met peilbuis geplaatst in verband met nader onderzoek t.p.v. de tanks, zie onder. De situering van de boringen is weergegeven in Bijlage 2. De bodemprofielen van de grondboringen zijn beschreven en de opgeboorde grond is zintuiglijk beoordeeld, zie de boorprofielen in Bijlage 4. Bij de uitpandige boringen 05, 07 t/m 10, 16, 17, 19 en 20 is een fundatielaag aanwezig van baksteen, beton en/of metselwerkgranulaat. Voor dit materiaal is een asbestonderzoek uitgevoerd, zie paragraaf 3.2. Inpandig is onder het beton geen fundatie aanwezig. De grond is bemonsterd per traject van maximaal 50 cm of gerelateerd aan de bodemsamenstelling.

3.2

Veldwerkzaamheden asbest in puinonderzoek Ter plaatse van de (uitpandige) boringen 05, 08 en 16 t/m 20 is een inspectiegat gegraven van 0,3 x 0,3 m of met een diameter van 0,35 m. Het materiaal is zintuiglijk beoordeeld en geïnspecteerd op asbestverdachte materialen in de grove fractie > 2 cm. Bij deze inspectie zijn geen asbestverdachte materialen > 2 cm waargenomen. Ook op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Van de fijne fractie < 2 cm zijn in het veld 2 mengmonsters samengesteld voor analyse op asbest.

3.3

Zintuiglijke waarnemingen en metingen grondwater In Tabel 2 zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven. Bij boring 01 in de kleilaag is een zwakke brandstofgeur waargenomen, evenals bij boring 04 in de zandlaag in de diepere ondergrond. In diverse boringen zijn sporen baksteen waargenomen. Omdat verder geen (puin)bijmengingen of asbestverdachte (plaat)materialen zijn waargenomen, kan deze bijmenging als onverdacht voor asbest worden beschouwd.

Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl

9

190MIT678.10

Tabel 2. Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring 01

Diepte boring (m-mv) 4,00

Grondsoort Zand Klei Klei Klei Klei Zand

4,00

Traject (m-mv) 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 2,00 - 3,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 3,00 - 3,50 0,05 - 0,50

03 04

3,50 3,50

05 05 07 08 09 13 16

4,00 2,50 1,00 0,50 1,20 1,00

0,50 - 1,00 0,30 - 1,00 0,15 - 0,30 0,25 - 0,50 0,10 - 0,90 0,15 - 0,50

Klei Klei

17 19 20

0,70 1,00 1,00

101

2,80

0,20 - 0,30 0,30 - 0,50 0,20 - 0,50 0,50 - 0,70 0,05 - 0,30

Klei Zand

Klei

Waargenomen bijzonderheden sporen baksteen zwakke brandstofgeur zwakke brandstofgeur sporen baksteen sporen baksteen zwakke brandstofgeur sterk baksteenhoudend, matig betonhoudend, 60% grove fractie sporen baksteen sporen baksteen sterk baksteenhoudend, 80% grove fractie sporen baksteen sporen baksteen sterk baksteenhoudend, sterk betonhoudend, 60% grove fractie sterk baksteenhoudend, 50% grove fractie sterk baksteenhoudend, 70% grove fractie sterk baksteenhoudend, 50% grove fractie sporen baksteen uiterst baksteenhoudend, matig betonhoudend

Het grondwater uit de peilbuizen is op 13 maart bemonsterd door dhr. S.P. Rijk. Op 10 april is het grondwater uit de peilbuis 101 voor het nader onderzoek bemonsterd. In Tabel 3 zijn de gegevens van de veldmetingen tijdens de peilbuisbemonstering weergegeven. Tabel 3. Metingen grondwater Peilbuis 01 06 07 101

3.4

Filterdiepte (m -mv) 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,80 - 2,80

Grondwaterstand (m -mv) 1,04 0,75 0,40 1,43

pH (-) 6,9 6,8 6,9 7,2

EC (µS/cm) 1310 1470 700 1550

Troebelheid (NTU) 71,5 310 229 15,3

Laboratoriumonderzoek De grond- en grondwatermonsters zijn zo spoedig mogelijk na monsterneming aangeboden aan een door de Raad van Accreditatie erkend milieulaboratorium. Vooraf heeft door Mitec Advies B.V. conservering van de monsters plaatsgevonden. - Grond Het laboratorium is verzocht grond(meng)monsters samen te stellen en te analyseren volgens Tabel 4. In de tabel zijn tevens de grondmonsters opgenomen die zijn geanalyseerd ten behoeve van uitkarteringen, zie paragraaf 4.3. De analysecertificaten zijn opgenomen in Bijlage 5. Tabel 4. Geanalyseerde grondmonsters Analyse- Traject monster (m-mv) Dieseltanks 01-4 1,50 - 2,00 01-6 2,50 - 3,00 01-7 3,00 - 3,50 01.3 1,00 - 1,50 01.5 2,00 - 2,50 02-5 2,00 - 2,50 03-4 1,50 - 2,00 04-5 2,00 - 2,50 04-7 3,00 - 3,50 05-5 2,50 - 3,00 101-3 1,20 - 1,70

Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl

Deelmonsters

Analysepakket

01 (1,50 - 2,00) Minerale olie, organische stof 01 (2,50 - 3,00) Minerale olie, organische stof 01 (3,00 - 3,50) Minerale olie, organische stof 01 (1,00 - 1,50) Minerale olie, organische stof 01 (2,00 - 2,50) Minerale olie, organische stof 02 (2,00 - 2,50) Minerale olie, organische stof 03 (1,50 - 2,00) Minerale olie, organische stof 04 (2,00 - 2,50) Minerale olie, organische stof 04 (3,00 - 3,50) Minerale olie, organische stof 05 (2,50 - 3,00) Minerale olie, organische stof 101 (1,20 - 1,70) Minerale olie, organische stof

10

Motivatie Verdachte kleilaag Verdachte kleilaag Zintuiglijk schone zandlaag (ter controle) Verticale uitkartering Verticale uitkartering Zintuiglijk schone zandlaag (ter controle) Zintuiglijk schone kleilaag (ter controle) Zintuiglijk schone kleilaag (ter controle) Verdachte zandlaag diepere ondergrond Zintuiglijk schone kleilaag (ter controle) Horizontale uitkartering (nader onderzoek)

190MIT678.10

Analyse- Traject monster (m-mv) 01-9 1,50 - 1,70 01-10 2,20 - 2,40 01-11 3,80 - 4,00 03-8 1,50 - 1,70 04-9 3,00 - 3,20 Opslag olie MM01 0,10 - 1,00

Deelmonsters

Analysepakket

Motivatie

01 (1,50 - 1,70) 01 (2,20 - 2,40) 01 (3,80 - 4,00) 03 (1,50 - 1,70) 04 (3,00 - 3,20)

BTEXN, organische stof BTEXN, organische stof BTEXN, organische stof BTEXN, organische stof BTEXN, organische stof

Steekbus verdachte kleilaag Steekbus verdachte kleilaag Steekbus zintuiglijk schone zandlaag (ter controle) Steekbus zintuiglijk schone kleilaag (ter controle) Steekbus verdachte zandlaag diepere ondergrond

06 (0,10 - 0,50) 06 (0,50 - 1,00)

Minerale olie, organische stof

Bovenste kleilaag tot 1,0 m-mv

Wasplaats MM02 0,25 - 1,00

07 (0,30 - 0,50) Standaardpakket, OCB 08 (0,30 - 0,80) pakket 09 (0,25 - 0,50) 10 (0,50 - 1,00) Werkplaats/machineberging/overig terrein MM03 0,10 - 1,00 11 (0,10 - 0,60) Standaardpakket, OCB 12 (0,10 - 0,50) pakket 15 (0,50 - 1,00) 20 (0,50 - 0,70) MM04 0,00 - 0,60 01 (0,00 - 0,50) Standaardpakket, OCB 13 (0,10 - 0,60) pakket 14 (0,10 - 0,40) 15 (0,14 - 0,50) MM05 0,50 - 1,50 05 (0,50 - 1,00) Standaardpakket 07 (1,00 - 1,50) 11 (1,00 - 1,50) 19 (0,50 - 1,00) Asbest in puinonderzoek fundatie buitenterrein MMAsb1 0,10 - 0,50 05 (0,05 - 0,50) Asbest in puin 16 (0,15 - 0,50) 17 (0,20 - 0,30) MMAsb2 0,15 - 0,50 08 (0,15 - 0,30) Asbest in puin 19 (0,30 - 0,50) 20 (0,20 - 0,50)

Bovenste kleilaag tot 1,0 m-mv

Kleilaag

Zandlaag

Klei ondergrond

Noordelijk deel buitenterrein Zuidelijk deel buitenterrein

- Grondwater Het laboratorium is verzocht de aangeboden grondwatermonsters te analyseren volgens Tabel 5. In de Tabel is tevens het grondwatermonster uit peilbuis 101 van het nader onderzoek opgenomen. De analysecertificaten van de grondwatermonsters zijn opgenomen in Bijlage 5. Tabel 5. Geanalyseerde grondwatermonsters Deellocatie Dieseltanks Opslag olie Wasplaats / overig terrein

Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl

Analysemonster 01-Pb01-1 101-Pb101-1 06-Pb06-1 07-Pb07-1

Filterdiepte (m-mv) 1,50 - 2,50 1,80 - 2,80 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50

11

Analysepakket Minerale olie, BTEXN Minerale olie, BTEXN Standaardpakket Standaardpakket

190MIT678.10

4

RESULTATEN

4.1

Toetsingskader bodem De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hand van de achtergrond/streef- en interventiewaarden uit de Circulaire Bodemsanering van 1 juli 2013 van het Ministerie van VROM. De betekenis van de richtwaarden is als volgt. Achtergrondwaarden: de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden waar geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. De achtergrondwaarden zijn gerelateerd aan het organische stof- en lutumgehalte van de bodem. Interventiewaarden: geven aan wanneer de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig bedreigd zijn, of dreigen te worden verminderd. De interventiewaarden (I) zijn gerelateerd aan het organische stof- en lutumgehalte. Bij de beoordeling van de gehalten in de grond en het grondwater is de volgende terminologie gebruikt: - geen Achtergrond- (AW), Streef- (S) en Interventiewaarden (I) bekend, maar wel verhoogd gemeten; - gehaltes kleiner of gelijk aan AW / S of detectiegrens; - groter dan AW / S en kleiner dan de Index = 0,5 (Tussenwaarde T) - Index ≥ 0,5 (T) en < 1,0 (Interventiewaarde I); - groter dan of gelijk aan I (Index > 1,0). De toetsingstabellen zijn opgenomen in Bijlage 5. Hierin is ook een indicatieve toetsing opgenomen aan het Besluit bodemkwaliteit.

4.2

Toetsingskader asbest Voor asbest in grond en puin geldt een gewogen interventiewaarde van 100 mg/kg ds, zoals opgenomen in bijlage 1 van de Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013. Gewogen betekent dat de toetswaarde op de volgende manier wordt berekend: toetswaarde = gehalte serpentijn (chrysotiel) + 10 x gehalte amfibool (crocidoliet, amosiet, etc) Grond en puin met een asbestgehalte kleiner dan de interventiewaarde kan worden beschouwd als “asbestvrij”. Voor asbest geldt geen achtergrondwaarde. De interventiewaarde voor asbest ligt op het niveau van verwaarloosbaar risico. Verhardingslagen waarin asbest wordt aangetroffen in een gehalte groter dan de grenswaarde worden beschouwd als een ‘asbestweg’ en vallen daarmee onder het Besluit asbestwegen Wms. Het bevoegd gezag is in dat geval de Inspectie van Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Volgens dit besluit dient een asbestweg te worden afgedekt of te worden verwijderd om het risico van blootstelling aan asbest te voorkomen. Toetsing verkennend asbestonderzoek Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging met asbest, waarbij een indicatief gehalte wordt bepaald.

Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl

12

190MIT678.10

Bij een verkennend onderzoek wordt het asbestgehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. De toetswaarde voor nader onderzoek bedraagt hiermee 50 mg/kg ds. Indien het asbestgehalte uit het verkennend onderzoek kleiner is dan 50 mg/kg ds geldt er geen noodzaak tot nader onderzoek. Bij een asbestgehalte groter dan 50 mg/kg ds dient er nader onderzoek te worden uitgevoerd. 4.3

Toetsing bodem Grond Tabel 7. Toetsingsresultaten grond Analyse- Deelmonsters monster Dieseltanks 01-4 01 (1,50 - 2,00)

Analyse pakket

> AW (+index)

> I (+index)

Min.olie

Minerale olie (totaal) (0,11) Minerale olie (totaal) (0,22) Minerale olie (totaal) (0,13) Minerale olie (totaal) (0,58) Minerale olie (totaal) (0,35) -

Minerale olie (totaal) Niet Toepasbaar > Interven(5,26) tiewaarde Niet Toepasbaar > industrie Niet Toepasbaar > industrie Niet Toepasbaar > industrie Niet Toepasbaar > industrie Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Niet Toepasbaar > industrie Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar

-

-

Altijd toepasbaar

Koper (0,09) Zink (0,12) Cadmium (-) Lood (0,11)

-

Klasse industrie

Zink (0,01) Kwik (-) Lood (0,16)

-

Klasse wonen

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

Altijd toepasbaar

01-6 01 (2,50 - 3,00) Min.olie 01-7 01 (3,00 - 3,50) Min.olie 01.3 01 (1,00 - 1,50) Min.olie 01.5 01 (2,00 - 2,50) Min.olie 02-5 02 (2,00 - 2,50) Min.olie 03-4 03 (1,50 - 2,00) Min.olie 04-5 04 (2,00 - 2,50) Min.olie 04-7 04 (3,00 - 3,50) Min.olie 05-5 05 (2,50 - 3,00) Min.olie 101-3 101 (1,20 - 1,70) Min.olie 01-9 01 (1,50 - 1,70) BTEXN 01-10 01 (2,20 - 2,40) BTEXN 01-11 01 (3,80 - 4,00) BTEXN 03-8 03 (1,50 - 1,70) BTEXN 04-9 04 (3,00 - 3,20) BTEXN Opslag olie MM01 06 (0,10 - 0,50) Min.olie 06 (0,50 - 1,00) Wasplaats MM02 07 (0,30 - 0,50) Standaard08 (0,30 - 0,80) pakket, 09 (0,25 - 0,50) OCB pakket 10 (0,50 - 1,00) Werkplaats/machineberging/overig terrein MM03 11 (0,10 - 0,60) Standaard12 (0,10 - 0,50) pakket, 15 (0,50 - 1,00) OCB pakket 20 (0,50 - 0,70) MM04 01 (0,00 - 0,50) Standaard13 (0,10 - 0,60) pakket, 14 (0,10 - 0,40) OCB pakket 15 (0,14 - 0,50) MM05 05 (0,50 - 1,00) Standaard07 (1,00 - 1,50) pakket 11 (1,00 - 1,50) 19 (0,50 - 1,00)

Bbk conclusie indicatief

Grondwater Tabel 8. Toetsingsresultaten grondwater Deellocatie Dieseltanks

Opslag olie Wasplaats / overig terrein

Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl

Watermonster 01-Pb01-1

Filterdiepte (m -mv) 1,50 - 2,50

101-Pb101-1

1,80 - 2,80

06-Pb06-1 07-Pb07-1

1,50 - 2,50 1,50 - 2,50

13

> S (+index) Xylenen (som) (-) Naftaleen (0,21) Xylenen (som) (-) Naftaleen (-) Molybdeen (0,02) -

> I (+index) Minerale olie (totaal) (1,22) -

190MIT678.10

4.4

Nader onderzoek dieseltanks In boring 01 bij de voormalige dieseltanks is een sterk verhoogd gehalte minerale olie aangetroffen in de kleilaag van 1,5 tot 2,0 m-mv. Voor de verticale uitkartering zijn de bovenliggende zandlaag en de onderliggende kleilaag geanalyseerd op minerale olie, zie Tabel 4 en Tabel 7. Uit de resultaten blijkt dat in de zandlaag alleen een licht verhoogd gehalte aanwezig is en in de kleilaag nog een matig verhoogd gehalte. In de laag onder deze kleilaag is nog slechts een licht verhoogd gehalte aanwezig. Hiermee is de verontreiniging verticaal afgeperkt. In het grondwater ter plaatse is eveneens een sterk verhoogde concentratie minerale olie gemeten. Om te verifiëren of de verontreiniging ook binnen het toekomstige nieuwbouwvlak aanwezig is, is een nader onderzoek uitgevoerd d.m.v. het plaatsen van een boring met peilbuis (nr. 101) tussen de voormalige tanks en de nieuwbouw, zie de situatietekening in Bijlage 2. Bij plaatsing zijn zintuiglijk geen bijzonderheden meer waargenomen. Van de grond is de kleilaag van 1,2 tot 1,7 m-mv geanalyseerd op minerale olie, zie Tabel 4 en Tabel 7. Tevens is het grondwater geanalyseerd op minerale olie en aromaten, zie Tabel 5 en Tabel 8.

In zowel de grond als het grondwater zijn geen verhoogde gehalten minerale olie meer aangetoond; in het grondwater zijn alleen naftaleen en xylenen in een concentratie gelijk aan de streefwaarde aanwezig.

4.5

Toetsing asbest In Tabel 9 zijn de voor de toetsing relevante analyseresultaten weergegeven, alsmede het gewogen totaalgehalte. Het analysecertificaat is opgenomen in Bijlage 5, de volledige toetsingsresultaten zijn weergegeven in Bijlage 6. Tabel 9. Resultaten verkennend asbestonderzoek in mg/kg ds Mengmonster

Verzamelmonster (> 2 cm) ^ Grond(meng)monster (< 2 cm) ^ Totaalgehalte, Gewogen* Serpentijn Amfibool Serpentijn Amfibool asbest (afgerond) mg/kg.ds asbest (g) asbest (g) asbest (g) (g) 05 (0,05 - 0,50) MMAsb1 16 (0,15 - 0,50) 15 (h) 4,3 (h) 24 (h) 17 (0,20 - 0,30) 08 (0,15 - 0,30) MMAsb2 19 (0,30 - 0,50) 7 (nh) <2 3,1 (nh) 20 (0,20 - 0,50) (Meng)monster referentie op analysecertificaat niet aangetroffen N.b / blanco niet geanalyseerd (h) / (nh) hechtgebonden asbest / niet-hechtgebonden asbest ^ gemeten waarde gerapporteerd op het analysecertificaat * gewogen toetswaarde = serpentijn + 10 x amfibool, gecorrigeerd naar de verhouding grove/fijne fractie

Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl

Deelmonsters

14

190MIT678.10

5

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES

5.1

Samenvatting en conclusies In opdracht van KVproject BV heeft Mitec Advies B.V. in maart-mei 2020 een verkennend en nader bodemonderzoek volgens de NEN 5740 en een verkennend asbest in puinonderzoek volgens de NEN 5897 uitgevoerd ter plaatse van de Platteweg 2a te Retranchement. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Sluis, sectie L, nummer 1351. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging naar wonen. Op de locatie is momenteel een agrarische loods aanwezig, die zal worden gesloopt. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de milieukundige kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocatie. Doel van het verkennend asbest in puinonderzoek is om na te gaan of de verdenking op een verontreiniging met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte. Uit het vooronderzoek blijkt dat op de locatie de volgende verdachte deellocaties zijn te onderscheiden: - Voormalige boven- en ondergrondse dieseltank: verdacht voor minerale olie en aromaten (BTEXN). Hier is in het verleden een verontreiniging met minerale olie in de grond aangetoond vanaf circa 1,5 m-mv tot minimaal 3,0 m-mv. Ook in het grondwater is een sterk verhoogde concentratie minerale olie aangetoond. De verontreiniging is in de diepere ondergrond verticaal nog niet uitgekarteerd.

- Wasplaats: verdacht voor minerale olie en bestrijdingsmiddelen (OCB’s). - Werkplaats/machineberging/overige terrein: verdacht voor minerale olie, zware metalen en PAK (NEN pakket). - Opslag motorolie/hydrauliekolie: verdacht voor minerale olie. - Voormalige bestrijdingsmiddelengroothandel: gehele locatie verdacht voor OCB’s. - Puinfundatie: onder de uitpandige betonverharding is puinfundatie aanwezig van baksteen, beton en/of metselwerkgranulaat. Deze fundatie dient te worden onderzocht op asbest cf. de NEN 5897. Tijdens de veldwerkzaamheden is ter plaatse van de voormalige dieseltanks bij boring 01 in de kleilaag een zwakke brandstofgeur waargenomen. Dit geldt ook voor de zandlaag in de diepere ondergrond van boring 04. In diverse boringen zijn sporen baksteen waargenomen. Omdat verder geen (puin)bijmengingen of asbestverdachte (plaat)materialen zijn waargenomen, kan deze bijmenging als onverdacht voor asbest worden beschouwd. Uit de analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd. Bodem Ter plaatse van de voormalige dieseltanks is in boring 01 een sterk verhoogd gehalte minerale olie aangetroffen in de kleilaag van 1,5 tot 2,0 m-mv. In de bovenliggende zandlaag is alleen een licht verhoogd gehalte aanwezig en in de onderliggende kleilaag nog een matig verhoogd gehalte. In de laag onder deze kleilaag is nog slechts een licht verhoogd gehalte aanwezig.

Hiermee is de verontreiniging verticaal afgeperkt. In het grondwater is eveneens een sterk verhoogde concentratie minerale olie aangetoond. Verder zijn licht verhoogde concentraties naftaleen en xylenen gemeten.

Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl

15

190MIT678.10

Uit de resultaten van de aanvullende boring met peilbuis die is geplaatst tussen de voormalige tanks en de nieuwbouw blijkt dat zowel in de grond als het grondwater geen verhoogde gehalten minerale olie zijn aangetoond. Ter plaatse van de overige deellocaties zijn in de grond alleen licht verhoogde gehalten koper, zink, cadmium, lood en/of kwik gemeten. In het grondwater is alleen een licht verhoogde concentratie molybdeen aangetoond. Uit de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit volgt dat de grond met verhoogde gehalten minerale olie ter plaatse van de voormalige tanks valt in de klasse ‘niet toepasbaar’. De grond ter plaatse van het overige terrein valt in de klasse variërend van ‘altijd toepasbaar’ tot klasse ‘industrie’. Asbest Analytisch is in de fijne fractie < 2 cm van het fundatiemateriaal een geringe hoeveelheid asbest aangetoond. De grenswaarde voor nader onderzoek wordt niet overschreden. Omdat tevens in het veld geen asbestverdachte materialen > 2 cm zijn waargenomen, kan het fundatiemateriaal als asbestvrij worden beschouwd. 5.2

Advies Uit het verkennend en nader onderzoek blijkt dat de verontreiniging met minerale olie ter plaatse van de voormalige dieseltanks beperkt is, en op ruime afstand van het nieuwbouwvlak is gelegen. Tevens is de verontreiniging aangetoond in de ondergrond vanaf 1,5 m-mv; in de bovenliggende laag zijn geen (sterk) verhoogde gehalten aanwezig. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er vanuit milieukundig oogpunt geen belemmeringen zijn voor de bestemmingswijziging naar ‘wonen’. Zolang geen ontgravingswerkzaamheden plaatsvinden in de ondergrond nabij de voormalige dieseltanks, zijn er geen restricties voor de geplande nieuwbouw. Voor het overige terrein zijn geen of hooguit lichte verhogingen in de grond en het grondwater aangetoond. Omdat er geen matig of sterk verhoogde gehalten zijn aangetoond, is er vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding voor nader onderzoek. De fundatie kan worden beschouwd als asbestvrij. Vanuit milieukundig oogpunt zijn er zodoende geen belemmeringen voor de bestemmingswijziging en voor de nieuwbouw.

Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl

16

190MIT678.10

6

RESTRISICO EN BETROUWBAARHEID

6.1

Restrisico Onder restrisico wordt verstaan de kans, dat ondanks een bodem- of puinonderzoek achteraf aanvullende verontreiniging wordt geconstateerd. Het restrisico in deze situatie wordt bepaald door de kans, dat plaatselijk een spot met verontreiniging aanwezig is. Daarom dient bij sloop- en bouwactiviteiten en bij het omzetten van grond steeds aandacht gegeven te worden aan bijzondere kenmerken m.b.t. eventuele verontreiniging. Bodemverontreiniging is in het veld te herkennen aan een afwijkende kleur, geur en dergelijke van de grond. Uiteraard kunnen op dit moment nog niet bekende obstakels zoals voormalige leidingwerken, putten, puinpakketten en dergelijke eveneens een aanwijzing zijn. Eventueel aangetroffen bijzonderheden dienen ten allen tijde nader bekeken te worden. Teneinde de aanvoer van verontreinigde grond te voorkomen, dient in geval van aanvoer van grond en/of ophoogzand de leverancier hiervan een certificaat te overleggen van de herkomst en van de chemische kwaliteit van het aangevoerde materiaal.

6.2

Betrouwbaarheid Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Mitec Advies B.V. streeft bij elk bodem- en puinonderzoek naar een optimale representativiteit. Echter een dergelijk onderzoek is gebaseerd op het verrichten van een beperkt aantal gaten/boringen en het nemen van een beperkt aantal monsters. Hierdoor blijft het mogelijk dat plaatselijke afwijkingen in de samenstelling van grond, grondwater en/of puin aanwezig zijn welke tijdens het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. Mitec Advies B.V. is niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard ook. Hierbij wordt er tevens op gewezen, dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. De bodem kan na het onderzoek van kwaliteit veranderen door bijvoorbeeld een calamiteit, aanvoer van grond, enz.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=ce77d37e-13c7-49d9-93f7-027965dc05cb