CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

a. Bestemmingsplan toelichting

Raad 2 november 2023, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Retranchementseweg 13 Cadzand4.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan Retranchementseweg 13 Cadzand

Toelichting Retranchementseweg 13, Cadzand

Opsteller: Verhage-Lemahieu A.B. (Bram) Verhage Rondweg 1 4524 JL Sluis E: bram@verhage-lemahieu.nl T: 0117-760160 Versie: 9 mei 2023 Status: Ontwerp IMRO: NL.IMRO.1714.bpRtrchmntwg13-ON01

Retranchementseweg 13 Cadzand

1

INHOUD

1. 1.1 1.2 1.3

Inleiding ................................................................................................................ 3 Huidige situatie ..................................................................................................... 3 Het plan ............................................................................................................... 4 Leeswijzer ............................................................................................................ 4

2. 2.1 2.2 2.3

Planologisch beleidskader ...................................................................................... 5 Rijksbeleid ............................................................................................................ 5 Provinciaal beleid ................................................................................................... 6 Gemeentelijk beleid ............................................................................................... 6

3. Sectorale aspecten ................................................................................................. 7 3.1 Natuur ................................................................................................................. 7 3.2 Cultuurhistorie ...................................................................................................... 8 3.3 Archeologie ........................................................................................................... 9 3.4 Mobiliteit en parkeren............................................................................................ 10 3.5 Technische infrastructuur ....................................................................................... 10 3.6 Bodem ................................................................................................................ 11 3.7 Geluid ................................................................................................................. 11 3.8 Luchtkwaliteit ....................................................................................................... 12 3.9 Externe veiligheid ................................................................................................. 13 3.10 Omliggende functies .............................................................................................

13 3.11 Waterparagraaf .................................................................................................... 13 4. 4.1 4.2 4.3

Juridisch .............................................................................................................. 16 Algemeen ............................................................................................................ 16 Verbeelding.......................................................................................................... 16 Regels ................................................................................................................. 16

5.

Economische uitvoerbaarheid .............................................................................. 16

6. 6.1 6.2

Maatschappelijke haalbaarheid ............................................................................ 17 Procedure ............................................................................................................ 17 Conclusie ............................................................................................................. 17

Retranchementseweg 13 Cadzand

2

1. Inleiding Initiatiefnemer heeft aan de Retranchementseweg 13 een woning met bijgebouw in eigendom. Het huidige bouwvlak biedt de mogelijkheid om aan de zijde van Retranchementseweg 11 nog een gedeelte aan te bouwen. Deze zijde van het bouwvlak is echter gelegen aan de zijde waar de voordeur is gelegen en waar de toegang is tot de garage. Bijkomend aspect is dat de nieuwe bebouwing dan dichterbij de naastgelegen woning Retranchementseweg 11 zou komen te liggen. Initiatiefnemer wil dit gedeelte van het bouwvlak verplaatsen naar de achterzijde waardoor bebouwing aan de achterzijde gerealiseerd kan worden. Om het bouwvlak te verplaatsen, dient op basis van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening een partitiële herziening van het bestemmingsplan te worden opgesteld. Bijkomend aspect is dat initiatiefnemer een perceel grond heeft aangekocht aangrenzend aan de woning wat nog niet is bestemd als Wonen. Nu het bestemmingsplan wordt aangepast wordt ook deze bestemming gewijzigd. Het nieuwe bestemmingsplan dient aantoonbaar te maken dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In onderhavige toelichting wordt een afweging gemaakt waarbij alle ruimtelijke relevante aspecten met betrekking tot het initiatief inzichtelijk gemaakt worden. Uit dit rapport zal blijken dat aan deze voorwaarden voldaan kan worden en dat er daardoor medewerking verleend kan worden.

1.1

Huidige situatie

De Retranchementseweg 13, kadastraal bekend gemeente Oostburg, sectie EC nummer 11 en 2282, is gelegen in de kern Cadzand. Op de locatie staat momenteel een woonhuis met bijgebouw. Het perceel is reeds gedeeltelijk ingepast in de groene omgeving. Zowel het aangrenzende perceel Retranchementseweg 11 als het tegenoverliggende perceel Retranchementseweg 2 zijn bestemd met de functie woondoeleinden. Het bedrijventerrein van Cadzand is gelegen op 100 meter van het plangebied.

Figuur 1: Retranchementseweg 13 Cadzand (Kadastralekaart.com).

Retranchementseweg 13 Cadzand

3

Figuur 2: Retranchementseweg 13 Cadzand (Kadastralekaart.com).

1.2

Het plan

Het initiatief is er op gericht om het bouwvlak te verplaatsen waardoor de bouwmogelijkheden op het perceel op de juiste locatie zijn gelegen en niet aan de zijde van de voordeur en richting de garage. Daarnaast wordt perceel Oostburg, sectie EC nummer 2282 gewijzigd van de bestemming Groen naar Wonen. Deze strook grond is aangekocht en inmiddels ingericht als bijbehorende tuin. Hierdoor behoort dit perceel feitelijk tot de bestemming Wonen. Het gedeelte erf wordt hierdoor iets groter en omvat het gedeelte achter de gevel straatzijde conform de stedenbouwkundige opzet van komplan Cadzand. Nu een bestemmingsplan noodzakelijk is voor de verplaatsing van het bouwvlak is het zinvol om ook direct de juiste bestemming en aanduiding aan dit perceel toe te kennen. De woning zal qua inhoud en afmetingen blijven aansluiten op de geldende regels behorende bij het bestemmingsplan Kom Cadzand. De geldende regelgeving behorend bij de bestemming Wonen beschrijft bouwmogelijkheden van een vrijstaand woonhuis met een goothoogte van 4 meter en een bouwhoogte van 8 meter. Tevens is een bijgebouw, gezien de totale oppervlakte van het perceel, van 90 m2 toegestaan.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden eerst de beleidskaders van het Rijk, de provincie Zeeland en de gemeente Sluis uiteengezet. In hoofdstuk 3 worden de sectorale aspecten zoals flora en fauna, cultuurhistorie, archeologie, Wetgeluidhinder, luchtkwaliteit beschreven en de waterparagraaf worden toegelicht. Hoofdstuk 4 geeft vervolgens de juridische componenten van het bestemmingsplan weer. Tenslotte wordt in hoofdstuk 5 de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 6 de procedure nader aangeduid.

Retranchementseweg 13 Cadzand

4

2.

Planologisch beleidskader

2.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI bevat de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren beleid. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving wordt opgenomen in de NOVI. De NOVI komt als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (Wro) en heeft als ondertitel Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld.

De Omgevingswet geeft aan de NOVI mee dat deze ‘met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht is op het in onderlinge samenhang: (a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werken we aan onze prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair)

economisch

groeipotentieel,

sterke

en

gezonde

steden

en

regio’s

en

een

toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het planvoornemen betreft de wijziging van een bestaand bouwvlak bij woondoeleinden en het wijzigen van de bestemming Groen naar Wonen. De wijziging voorziet in een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling is dermate kleinschalig en heeft een zeer geringe ruimtelijke impact. De ontwikkeling heeft geen invloed op de doelstellingen van de Nationale Omgevingsvisie. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Rijk heeft in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) nationaal ruimtelijk beleid geborgd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Het Barro omvat 14 onderwerpen. De gewenste ontwikkeling is niet strijdig met een van deze 14 onderwerpen. De ontwikkeling wordt niet beperkt door nationaal ruimtelijk beleid.

Retranchementseweg 13 Cadzand

5

2.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Zeeland 2021 Op 12 november 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Zeeland 2021 vastgesteld. In deze Omgevingsvisie zijn de hoofdlijnen voor het provinciaal ruimtelijk beleid uiteengezet. De gewenste ontwikkeling betreft de verplaatsing van een reeds bestaand bouwvlak bestemd voor wonen. Er worden geen woningen toegevoegd. Het huidige bouwvlak biedt reeds de mogelijkheid voor de bouw van 1 woning, na deze bestemmingswijziging blijft dat er 1. Het plan past daarmee binnen de regionale woningmarktafspraken. Tevens stelt de provincie Zeeland geen specifieke voorwaarden omtrent de vormgeving van een bouwvlak. Wel stelt zij dat zorgvuldig ruimtegebruik uitgangspunt is, daarvan is hier sprake. Omgevingsverordening 2018 Nadere specifieke eisen worden in de Omgevingsverordening niet gesteld. Wel duidt de Verordening gebieden aan met een bijzondere verwachtingswaarde. Bij het opstellen van dit wijzigingsplan zijn de kaarten behorend bij de Verordening Ruimte, artikelen 2.23 tot en met 2.28, geraadpleegd. De locatie is niet gelegen in of in de directe omgeving van gebieden welke zijn aangeduid in de artikelen 2.23 tot en met 2.28. Aangaande de omgevingskwaliteiten worden in deze toelichting alle ruimtelijke factoren afgewogen. Geconcludeerd

kan

worden

dat

de

gewenste

ontwikkeling

zich

niet

verzet

tegen

de

omgevingskwaliteiten. De gewenste ontwikkeling is niet in strijd met provinciaal beleid.

2.3

Gemeentelijk beleid

Bestemmingsplan Kom Cadzand Op de gronden van de woning aan de Retranchementseweg 13 is het bestemmingsplan Kom Cadzand (vastgesteld 25 januari 2018) van toepassing. In dit bestemmingsplan is de locatie gelegen binnen de bestemming “Wonen’ en beschikt over een bouwvlak. Op het perceel is tevens de dubbelbestemming Waarde – Archeologie - 2 en de gebiedsaanduiding vrijwaringszone molenbiotoop opgenomen. Specifiek is de bouwaanduiding vrijstaand opgenomen.

Retranchementseweg 13 Cadzand

6

Figuur 3: Uitsnede bestemmingsplan Kom Cadzand

Het perceel van initiatiefnemer heeft de mogelijkheid om één woning binnen het bouwvlak te realiseren. Om het bouwvlak van vorm te veranderen en de bestemming Groen te wijzigen in Wonen is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. 3. Sectorale aspecten

3.1

Natuur

De bescherming van de natuur in Nederland vindt plaats door Europese en nationale wetgeving. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortbescherming en gebiedsbescherming. Deze staan los van elkaar en hebben ieder hun eigen werking. Gebiedsbescherming In

de

omgeving

van

het

plangebied

bevinden

zich

geen

aangewezen

Vogel-

en

Habitatrichtlijngebieden of Natura2000 gebieden. Deze beschermde gebieden zijn op grote afstand gelegen van het plangebied. Het meest nabij gelegen beschermde Natura2000 gebied is de Westerschelde & Saeftinghe op een afstand van circa 800 meter. Gezien deze afstand en de aard van de functieverandering zijnde de vormverandering van een bestaand bouwvlak en het omzetten van de bestemming Groen naar Wonen, zijn er voor de beschermde gebieden geen significante negatieve effecten te verwachten als gevolg van het plan. Naast Natura2000 gebieden zijn tevens gebieden aangeduid en opgenomen in het Natuurnetwerk Zeeland. Het gebied wat het dichtstbij gelegen is betreft een dijk binnendijk nieuw op circa

Retranchementseweg 13 Cadzand

7

290 meter. Er zijn voor dit beschermde gebied, gezien de afstand en aard van de wijziging, geen significante negatieve effecten te verwachten als gevolg van het plan.

Figuur 4: Uitsnede NNZ (Geoweb Zeeland 2022)

Soortenbescherming Beschermde

natuurwaarden dienen op

basis van de

Wet

natuurbescherming

te

worden

gerespecteerd. Deze herziening van het bestemmingsplan is enkel voor het wijzigen van het bouwvlak en de groenstrook is reeds ingevuld als tuin. Het bouwvlak wordt verplaatst en wordt gepostioneerd op het perceel wat reeds sprake is van verharding. De groenstrook blijft behouden en wordt niet verwijderd. Van nadelige gevolgen voor natuurwaarden is geen sprake. Alle vogelsoorten zijn beschermd volgens de Europese Vogelrichtlijn en de Wet natuurbescherming. Voor alle vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Daarbij kan het naast broedende vogels, ook gaan om vogels die hun verblijfplaats het hele jaar gebruiken en ook jaarrond beschermd zijn. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. Gezien de aard van het plan, vormverandering van het bouwvlak, zijn er geen invloeden op de aanwezige vogelsoorten te verwachten. Compenserende of mitigerende maatregelen worden dan ook niet noodzakelijk geacht.

3.2

Cultuurhistorie

Op 1 januari 2012 is door middel van aanpassing van het Besluit ruimtelijke ordening bepaald dat cultuurhistorische belangen moeten worden meegewogen bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen. Het waarborgen van cultuurhistorische belangen en het meewegen van deze belangen is belangrijk. Hiervoor is een omschrijving van het plangebied noodzakelijk.

Retranchementseweg 13 Cadzand

8

Het plangebied is gelegen in het Komplan Cadzand van de gemeente Sluis. De vormverandering van het bouwvlak heeft een geringe impact, nu de afmetingen gelijk blijven en de bestemming reeds Wonen betreft. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door burgerwoningen. Het plangebied zelf is niet aangeduid als cultuurhistorisch waardevol of als Rijksmonument. De woningen in de woonwijk van de woning zijn eveneens niet cultuurhistorisch waardevol. In de omgeving is op circa 330 meter een cultuurhistorisch monument gelegen, een molen genaamd Nooit Gedacht. De molen is van het type Beltmolen en werd gebruikt voor het malen van koren. De molen wordt gekenmerkt door een eenvoudige baard, donkergroen geverfd, wit afgebiesd met opschrift 1898 tot 1976. Bij de bouw van de woning worden de bestaande toegestane bouwhoogtes gerespecteerd waardoor de molen geen hinder zal ondervinden van de bouw van de woning. De bescherming van de windvang van de molen is ook opgenomen in de regels behorende bij het bestemmingsplan. Dit in de aanduiding vrijwaringszone – molenbiotoop. De molen is tevens het dichtstbijzijnde Rijksmonument. Tijdens bouwplannen zal rekening worden gehouden met de vrijwaringszone.

Figuur 5: Uitsnede CHS-kaart provincie Zeeland (Geoweb)

3.3

Archeologie

Sinds 1 juli 2016 is de bescherming van archeologisch erfgoed vastgelegd in de Erfgoedwet. Deze wet betreft één integrale wet die betrekking heeft op museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Uitgangspunt is dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat ernaar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden ex situ worden bewaard. De gemeente Sluis heeft haar archeologiebeleid vastgelegd, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 28 september 2017. Dit archeologiebeleid is vervolgens verwerkt in het bestemmingsplan Parapluplan

archeologie.

In

dit

bestemmingsplan

is

het

plangebied

aangeduid

met

de

dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2, zie figuur 6. Grond-of graafwerkzaamheden dieper dan 0,40 meter tot een oppervlakte van 500 m² zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek.

Retranchementseweg 13 Cadzand

9

Voor de vormverandering van het bouwvlak en de bestemmingswijziging van Groen naar Wonen is geen sprake

van bodemverstoring. Bovendien zal

bij

de

verbouwingswerkzaamheden de

bodemverstoring dieper dan 40 cm kleiner zijn dan 500 m2. Of daadwerkelijk aan de vrijstellingsvoorwaarden wordt voldaan zal opnieuw worden beoordeeld tijdens de beoordeling van de omgevingsvergunning. In het geval tijdens de graafwerkzaamheden archeologische sporen of vondsten in de bodem worden aangetroffen zal, conform de wettelijke meldingsplicht paragraaf 5.10 van de Erfgoedwet (2016), melding dienen te worden gemaakt bij de bevoegde overheid (gemeente Sluis).

Figuur 6: Uitsnede parapluplan Archeologie gemeente Sluis

3.4

Mobiliteit en parkeren

De ontsluiting van de locatie verloopt via de Retranchementseweg, een plaatselijke ontsluitingsweg, welke de zuidelijke entree vormt van het dorp Cadzand. De Retranchementseweg beschikt niet over een

fysieke

scheiding

tussen

fiets-

en

autoverkeer

en

kent

enkel

een

functie

voor

bestemmingsverkeer. Het plan leidt niet tot een toename van verkeer aangezien het aantal wooneenheden gelijk blijft en er geen uitbreiding is van functies. De hoeveelheid verkeersbewegingen waren reeds aanwezig en inpasbaar in het lokale verkeersbeeld. Op de locatie zelf zijn voldoende parkeervoorzieningen aanwezig en er is er zodoende geen overlast te verwachten voor parkeren op de openbare weg. Er is voldoende gelegenheid om parkeervoorzieningen te realiseren voor minimaal drie auto’s.

3.5

Technische infrastructuur

De omgeving is aangesloten op alle gangbare nutsvoorzieningen (riool, gas, water, elektra). Ten behoeve van de woning is de bestaande woning reeds aangesloten op deze aanwezige voorzieningen. Deze blijven ook behouden nu een gedeelte van de woning wordt verwerkt in de nieuwe woning. De riolering dient gescheiden te worden aangelegd. Het vuil huishoudelijk afvalwater dient (in overleg)

Retranchementseweg 13 Cadzand

10

aangesloten te worden op het gemeenteriool. Het hemelwater dient verwerkt te worden op eigen perceel.

3.6

Bodem

Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde nieuwe functie. De oppervlakte van het plangebied en de conclusie van het vooronderzoek (historisch onderzoek) zijn bepalend voor het uitvoeren van eventueel veld- en laboratoriumonderzoek. Bodemgebruiksfuncties nemen af naarmate bodemverontreinigingen en gerelateerde risico's toenemen. Sanerende maatregelen kunnen daardoor nodig zijn. In het onderliggende geval betreft dit de vormverandering van het bouwvlak en het wijzigen van de bestemming Groen naar Wonen. Van een functiewijziging is geen sprake. Op de bodemkwaliteitskaart Zeeland is de locatie aangeduid als (zone) Buitengebied en naoorlogse woonwijken, zie figuur 7. Deze zone heeft de bodemkwaliteitsklasse “achtergrondwaarde” (schoon). Op de historische kaarten is vanaf de jaren ’70 bebouwing (woning met opstallen) te zien op de locatie en voor deze periode is de locatie voor zover bekend altijd akkerland/weiland geweest. Binnen het plangebied van initiatiefnemer is geen verdachte historische-milieuinformatie aanwezig en dient geconcludeerd te worden dat de bodem geschikt is voor deze woonfunctie.

Grondafvoer moet worden uitgevoerd conform het Besluit Bodemkwaliteit.

Figuur 7: Uitsnede kaart Bodemkwaliteitskaart Zeeland (Geoweb 2018)

3.7

Geluid

De mate waarin geluid, bijvoorbeeld veroorzaakt door het wegverkeer, het woonmilieu mag belasten is geregeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder (Wgh en Bgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige bestemmingen, worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving ten

Retranchementseweg 13 Cadzand

11

gevolge van wegverkeer, spoorweg en industrie. De wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige bestemmingen: 1. Woningen 2. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal) 3.

Ziekenhuizen

en

verzorgingstehuizen,

verpleeghuizen psychiatrische

en

daarmee

inrichtingen,

gelijk

medische

te

stellen

centra,

voorzieningen

poliklinieken,

zoals

medische

kleuterdagverblijven, etc. Het beschermen van bijvoorbeeld het woonmilieu gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Verder gaat deze wet onder meer ook in op de geluidwerende voorzieningen en geluidbelastingkaarten en actieplannen. Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een nieuw geluidsgevoelig object. De huidige woning blijft behouden. Aan de gestelde norm van 48 dB kan worden voldaan.

3.8

Luchtkwaliteit

De Eerste Kamer heeft op 9 oktober 2007 het wetsvoorstel voor de wijziging van de ‘Wet milieubeheer’ goedgekeurd (Stb. 2007, 414). Vooral hoofdstuk 5 titel 2 uit genoemde wet is veranderd. Omdat titel 2 handelt over luchtkwaliteit, staat de nieuwe titel 2 bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Deze wet is op 15 november 2007 (Stb. 2007, 434) in werking getreden en vervangt het ‘Besluit luchtkwaliteit 2005’. De ‘Wet luchtkwaliteit’ voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak

zorgt

voor

een

flexibele

koppeling

tussen

ruimtelijke

activiteiten

en

milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. De grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Voor woningbouw geldt bijvoorbeeld dat bij één ontsluitingsweg een aantal van 500 nieuwe woningen niet in betekende mate van invloed zijn op de luchtkwaliteit. Er dient met name gekeken te worden naar de emissie van fijnstof (PM10). Op grond van de Wet luchtkwaliteit gelden grenswaarden waaraan voldaan moet worden. De grenswaarden waaraan getoetst wordt zijn: 

jaargemiddelde concentratie: 40 µg/m3;

daggemiddelde concentratie: 50 µg/m3;

aantal toegestane overschrijdingen daggemiddelde: 35 keer.

De verplaatsing en vergroting van het bouwvlak betreft een zeer kleinschalige ontwikkeling welke op basis van bovenstaande gegevens niet leidt tot een gewijzigde situatie aangaande de luchtkwaliteit.

Retranchementseweg 13 Cadzand

12

3.9

Externe veiligheid

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient zorg gedragen te worden dat er een scheiding in acht genomen wordt tussen gevoelige objecten (zoals woningen) en risicoveroorzakende bedrijven en/of transportassen. De locatie is niet gelegen binnen de invloedsfeer van objecten waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt (zoals industrie vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen BEVI) volgens de Risicokaart van de Provincie Zeeland. Ook is er geen sprake van vervoer van gevaarlijke stoffen in de omgeving of buisleidingen met een toetsingszone. Geconcludeerd kan worden dat de bouw van de woning niet binnen de plaatsgebonden risicocontour en/of het invloedsgebied van het groepsrisico van een risicovolle activiteit is gelegen. Een verdere uitwerking van de veiligheidsparagraaf is dan ook niet noodzakelijk. In de directe omgeving zijn geen kabels of leidingen gelegen.

3.10

Omliggende functies

Bij realisering van nieuwe hindergevoelige functies, dient rekening te worden gehouden met eventuele hinder veroorzakende (bedrijfs-)activiteiten in de omgeving. Uitgangspunt daarbij is dat er ter plaatse van hindergevoelige functies sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Afstemming van bestaande en nieuwe functies is mogelijk door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de VNG (versie, 2009). Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met milieuaspecten als geur-, stof en geluidhinder. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. Uit jurisprudentie en de genoemde VNG-publicatie, blijkt dat in het geval van een gemengd gebied verkleinde richtafstanden gelden. Dichtstbijzijnde bedrijfslocatie is het bedrijf Gruva op het bedrijventerrein Cadzand-Bad op circa 105 meter. Op grond van het bestemmingsplan Bedrijventerreinen Sluis is dit bedrijf aangeduid met een specifieke functie-aanduiding ‘vervaardiging auto-onderdelen en accessoires’ toegekend en ingedeeld als milieucategorie 3.2. De VNG Handreiking geldt voor functies bij bedrijven die autoonderdelen vervaardigen (sbi-293) een richtafstand van 100 meter. Aan deze richtafstand wordt voldaan.

Ter plaatse van de woning zal geen onacceptabele milieuhinder ontstaan. Eveneens levert de bestaande woning geen beperking op voor de omliggende bedrijfsactiviteiten.

3.11

Waterparagraaf

Sinds 1 november 2003 is de zogenaamde Watertoets verplicht. Dat wil zeggen dat in elk ruimtelijk plan gemotiveerd moet worden aangegeven hoe met het water in het gebied wordt omgegaan en wat de ruimtelijke veranderingen voor het water betekenen. De watertabel is toegezonden aan Waterschap Scheldestromen en zal deze beoordelen.

Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Retranchementseweg 13 Cadzand

13

Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en

Het plan heeft geen relatie met de primaire of

rekening houden met de daarvoor benodigde

secundaire waterkeringen.

ruimte. huidige

na

situatie

realisa tie

Dakopper vlak

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om

0

1

0

0

2

0

0

3

0

0

4

dichte bodemver harding doorlaten de

overstroming vanuit oppervlaktewater in

bodemver

maatgevende situaties te voorkomen.

harding

Rekening houden met de gevolgen van

Wateropp

klimaatverandering en de kans op extreme

ervlak

weersituaties.

0

De planologische bouwmogelijkheden wijzigen niet door middel van dit bestemmingsplan. Het betreft enkel een wijziging van de locatie waar gebouwd kan worden. Voor wat betreft afvoer van vuilwater en hemelwater verandert er niets.

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen.

De bestaande situatie wijzigt niet.

Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

Thema en water(beheer)doelstelling Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van

Uitwerking De locatie is niet gelegen in een bufferzone rondom een natuurgebied.

grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

Er wordt geen grondwater onttrokken. Er is geen sprake van grondwateroverlast. Het plangebied wordt gekenmerkt door ruimte infiltratiemogelijkheden.

Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede

Bij de bouw worden geen uitlogende materialen

grondwaterkwaliteit. Denk aan

gebruikt.

grondwaterbeschermingsgebieden.

Retranchementseweg 13 Cadzand

14

Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de

Bij de bouw worden geen uitlogende materialen

veerkracht van het watersysteem. Toepassing

gebruikt.

van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten Niet van toepassing.

en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.

Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Het plangebied is aangeduid als weinig zettingsgevoelig gebied. Extra maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk.

Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke

In de directe omgeving is geen bestemming met de

gevarieerde en natuurlijk karakteristieke

functie natte natuur.

aquatische natuur.

Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden

Ten aanzien van onderhoudsstroken is er geen

worden. Rekening houden met obstakelvrije

gewijzigde situatie.

onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen,

De locatie is niet gelegen in de directe omgeving van objecten van de waterbeheerder.

milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing) * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? * na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en

Nee

Nee Nee

voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren

Ja

Retranchementseweg 13 Cadzand

15

Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van

Nee

een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd). 4.

Juridisch

4.1

Algemeen

Het bestemmingsplan kan, afhankelijk van het gevoerde beleid van de gemeente, een meer of minder globaal karakter dragen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een planologisch-juridische regeling gegeven. Voor de planlocatie is het noodzakelijk om aansluiting te zoeken bij de vigerende bebouwingsregels van het bestemmingsplan Kom Cadzand. De regels sluiten verder aan bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012.

4.2

Verbeelding

Het plangebied behoudt de bestemming ‘Wonen’ met bouwvlak inclusief dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2. Tevens blijft de gebiedsaanduiding vrijwaringszone Molenbiotoop, voor een gedeelte van het perceel de functieaanduiding erf en de bouwaanduiding vrijstaand van toepassing.

4.3

Regels

De regels zijn gebaseerd op de regels van het vigerende bestemmingsplan Kom Cadzand van de gemeente Sluis. De regels beschrijven de bestaande regelingen voor ‘Wonen’. Tevens bevatten zij regels met betrekking tot het bouwen en gebruiken van grond en gebouwen. De betreffende bestemmingsregels voor het plangebied zijn: Artikel 3 Wonen De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen met aan - huis - gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Artikel 4 Waarde - Archeologie 2 De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 5.

Economische uitvoerbaarheid

Het plan zal geheel in particuliere handen uitgevoerd worden. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Grondexploitatie Het exploitatieplan biedt de grondslag voor het publieksrechtelijk kostenverhaal. In artikel 6.12, eerste en tweede lid, Wro is bepaald in welke situatie een exploitatieplan gemaakt moet worden. In artikel 6.2.1. Bro worden de bouwplannen aangewezen waarvoor de gemeenteraad een exploitatieplan met vaststellen. Een exploitatieplan wordt gelijktijdig vastgesteld met het ruimtelijk plan of besluit waarop het betrekking heeft. Dat kan een bestemmingsplan, een wijzigingsplan, een

Retranchementseweg 13 Cadzand

16

projectbesluit en een buiten toepassingsverklaring van een beheersverordening zijn. Bij de realisatie van een of meer woningen is een exploitatieplan verplicht. Voor onderhavige situatie is een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten waardoor het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Hierdoor hoeft voor het planvoornemen geen exploitatieplan opgesteld te worden. 6.

Maatschappelijke haalbaarheid

6.1

Procedure

Het bestemmingsplan wordt in het kader van vooroverleg aan de vooroverlegpartners toegezonden. De

opmerkingen

van

de

vooroverlegpartners

werden

vervolgens

verwerkt

in

het

ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt vervolgens overeenkomstig de wettelijke procedure zoals beschreven in de Wet ruimtelijke ordening, gedurende zes weken ter inzage gelegd en wordt na vaststelling door de gemeenteraad in het kader van de beroepsprocedure wederom voor zes weken ter inzage gelegd.

6.2

Conclusie

Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande niet leiden tot overwegende planologische bezwaren. De bestemmingswijziging betekent, na afweging van de verschillende belangen, een aanvaardbare invulling van het plangebied.

Retranchementseweg 13 Cadzand

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=2e77d2ed-4be5-4685-99aa-53ff2c312e22