CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

a. Beleidsplan Musea sluis 2025-2028

Commissie Samenleving/Middelen 10 december 2024, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel Beleidsplan Musea Sluis15.089 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ontzamelen: het volgens de richtlijnen van de LAMO (Leidraad Afstoting Museale Objecten) afstoten van objecten die niet (meer) in de collectie passen. Na het doorlopen van deze stappen is er greep op de collectie en een helder beeld van de depotbehoefte. Vervolgens kan worden bepaald welke depotruimte er nodig is om de collecties adequaat te bewaren. Het doorlopen van bovenstaande stappen is een complex proces waar een hoop richtlijnen bij komen kijken. Het is van belang dit goed op te pakken om de certificering bij het Museumregister ook voor de toekomst veilig te stellen en daarmee het gebruik van de Museumkaart te continueren. We adviseren om hier een professional bij te halen en dit gezamenlijk op te pakken voor Museum Het Belfort en het Visserijmuseum, hiervoor is een incidentele subsidie van € 15.000 nodig.

| 17 | Naar een toekomstbestendig museumbestel

Het Vlaemsche Erfgoed kampt ook met een tekort aan ruimte voor opslag van de collectie. Dit vraagstuk kan indien gewenst in gezamenlijkheid met Museum Het Belfort en het Visserijmuseum worden opgepakt. Wanneer het Vlaemsche Erfgoed aan de slag gaat met het traject richting Museumregistratie kan het infrastructurele vraagstuk daarin worden meegenomen. Verder speelt bij Het Vlaemsche Erfgoed de uitdaging om de samenhang van de Museumstraat (Slijkstraat) te vergroten. Het straatbeeld dreigt nu te verrommelen en er is weinig tot geen synergie tussen wat de museumorganisatie doet en de ondernemers in de straat. Het is wenselijk te komen tot een gezamenlijke aanpak van het museum en de ondernemers om te komen tot meer beleving en acties om bezoekers van het een naar het ander te stimuleren. Mogelijk kunnen daar ook aanpalende publieksactiviteiten bij betrokken worden, zoals de openstelling van de Grote Kerk. Met de gemeente zou een ruimtelijk kwaliteitskader ontwikkeld kunnen worden waarmee er meer eenheid en beleving kan worden bereikt en de identiteit als openluchtmuseum wordt versterkt. Nodig is dat museum en ondernemers komen tot een gezamenlijke aanpak; dat hoeft als zodanig geen geld te kosten; het gaat om de bereidheid om met elkaar om tafel te gaan en afspraken te maken.

Daarnaast adviseren wij de gemeente om het initiatief te nemen om met in samenspraak met de partners te komen tot een beeldkwaliteitsplan waarmee het karakter van een openluchtmuseum kan worden versterkt. Aanvullende maatregelen In aanvulling op de infrastructurele maatregelen bij de kernmusea geven we in overweging de volgende maatregelen te treffen: ● Het Vlaemsche Erfgoed: toewerken naar Museumregistratie zodat de Museumkaart gevoerd kan worden. We stellen externe ondersteuning voor om de organisatie te ondersteunen bij de complexe toelatingsprocedure. Een in te huren specialist ‘Museumregistratie’ kan dan meteen kijken naar de noodzakelijk geachte upgrade van de Museumregistraties van Museum Het Belfort en het Visserijmuseum. Kosten inhuur specialist: € 25.000,-. We adviseren hiervoor een incidentele subsidie beschikbaar te stellen vanuit de gemeente. ● Speel- & Bunkerpark Groede Podium. Het Bunkerpark is een belangrijke lieux de mémoire die het verhaal van WO II vertelt. Beheer en onderhoud van het Bunkerpark is een verantwoordelijkheid van de gemeente, afdeling beheer Groen. Het is zaak dat de gemeente er zorg voor draagt dat de museale presentatie zoals die in 2010 is aangelegd, weer naar behoren functioneert.

Dat betekent concreet: voorkomen dat de bunkers vollopen met water bij een regenbui, de wandelvlonders herstellen, geluidspalen weer laten functioneren en de displays op bunkermuren vernieuwen. Het Bunkerpark wordt geëxploiteerd door de Van Damme Recreatiegroep als onderdeel van Podium Groede. Het bezoekerscentrum van weleer heeft tegenwoordig een horecafunctie. De exploitant heeft aangegeven op de eerste verdieping van het bezoekerscentrum/de horeca een goede presentatie van West Zeeuws-Vlaanderen in WO II te maken. We geven in overweging dit op te pakken met het Switchback Museum. Denkbaar is een deal te maken met de Van Damme Recreatiegroep waarbij de gemeente zorgt draagt voor het herstel van de buitenpresentatie en de Van Damme Recreatiegroep de museale presentatie op de verdieping van het bezoekerscentrum/de horeca realiseert, als het kan met medewerking van het Switchback Museum.

| 18 | Naar een toekomstbestendig museumbestel

3.3 Gezamenlijke exploitatiestichting In de huidige situatie beschikken de bestaande kernmusea over een parttime professionele ondersteuner. Bij allemaal gaat het om de bekende duizendpoot die van alle markten thuis moet zijn en zowel strategisch als operationeel moet kunnen opereren. Dat werkt niet goed. Ook wanneer het mogelijk blijkt om naar 1 fte professionele ondersteuning te gaan, zal dit niet het verschil maken. We adviseren de 5 fte (inclusief Het Vlaemsche Erfgoed) samen te brengen in één organisatie die alle kernmusea bedient. Dan kan de gebundelde organisatie zodanig worden ingericht dat er een professionele museumorganisatie ontstaat die over specifieke expertise beschikt op de belangrijkste onderdelen van het gezamenlijke museumbedrijf. Museum

fte huidig

fte toekomst

1. Visserijmuseum Breskens

1

1

2. Museum Het Bolwerk

0,55

1

3. Cultuurforum Aardenburg

1

1

4. Museum Het Belfort

PM

1

5. Het Vlaemsche Erfgoed

0,45 (tijdelijk)

1

Totaal

3

5

Door de 5 fte in de gezamenlijke exploitatiestichting te bundelen, ontstaat de mogelijkheid een professioneel functiegebouw in te richten, met specifieke museale expertise. Onderstaand geven we een globale opzet van het functiegebouw in de gezamenlijke exploitatiestichting (combinaties zijn denkbaar): ● Directievoering 0,6 fte ● Publiciteit 0,6 fte ● Educatie 0,4 fte ● Wisseltentoonstellingen 0,4 fte ● Collectiebeheer 0,4 fte ● Gebouwbeheer/openstelling 1,6 fte ● Vrijwilligersbeleid 0,4 fte ● Administratie 0,6 fte Totaal 5,0 fte Het idee is dat de moederstichtingen blijven bestaan. Van elke moederstichting neemt een vertegenwoordiger zitting in het bestuur van de gezamenlijke exploitatiestichting. Het vrijwilligerswerk blijft lokaal georganiseerd, want hun oriëntatie is natuurlijk op het eigen museum in de plaats waar zij wonen.

| 19 | Naar een toekomstbestendig museumbestel

In Nederland is al eerder ervaring opgedaan met samenwerkingsverbanden en samenvoegingen van museumorganisaties. Een aansprekend voorbeeld in dit verband is te vinden op Ameland, waar Natuurmuseum Ameland, Stichting d’Ouwe Polle (o.a. Bunkermuseum, Juttersmuseum), Stichting Paardenreddingsboot en Vereniging Oude Korenmolens hun exploitaties hebben ondergebracht in de Stichting Amelander Musea. Een gezamenlijke exploitatiestichting die tien locaties bedient en meer dan 100.000 bezoekers weet te trekken. De moederstichtingen bewaken de kwaliteit van de gezamenlijke museumexploitatie en hebben zitting in het bestuur van de Stichting Amelander Musea. Deze bundeling van museumexploitaties met behoud van de respectievelijke moederstichtingen wordt in de museumsector het Amelander Model genoemd. Een gezamenlijke exploitatiestichting voor de kernmusea in West Zeeuws-Vlaanderen overlapt met de recent opgerichte Vereniging Musea West Zeeuws-Vlaanderen (VMWZV). Het is daarom wenselijk de VMWZV te laten opgaan in de gezamenlijke exploitatiestichting. Aan die gezamenlijke exploitatiestichting kan de naam Stichting Musea Sluis gegeven worden. We adviseren de gezamenlijke Stichting Musea Sluis met ingang van 2026 operationeel te laten zijn. De uitbreiding van de formatie van 3 naar 5 fte (inclusief Het Vlaemsche Erfgoed) moet dan ook met ingang van 2026 gerealiseerd kunnen worden.

De oprichting van de Stichting Musea Sluis, de overdracht van de afzonderlijke museumexploitaties naar de nieuwe stichting en het invoegen van de VMWZV is een complexe operatie die zorgvuldig moet worden uitgevoerd. We adviseren hiervoor een organisatiedeskundige in te huren. Hiervoor is een incidentele subsidie van € 25.000,- nodig.

3.4 Specifieke situatie Visserijmuseum Breskens Van belang is op te merken dat voor het Visserijmuseum geldt dat gewerkt wordt aan een algehele herpositionering van het museum, als onderdeel van de beoogde Visserij-experience in Breskens. Nog niet duidelijk is hoe de organisatie- en exploitatieopzet van het vernieuwde Visserijmuseum eruit komt te zien. Het Visserijmuseum trekt nu al verreweg de meeste bezoekers (circa 14.000) en de ambitie is dat dit in de nieuwe setting fors zal toenemen. Met zulke hoge bezoekersaantallen is het noodzakelijk dat het Visserijmuseum de beschikking heeft over voldoende formatie op locatie om de grote bezoekersstroom te kunnen managen en betrokken vrijwilligers te kunnen aansturen. Het Visserijmuseum geeft aan hiervoor minimaal 1 fte voor een beheerder/floormanager nodig te hebben. Tegen deze achtergrond hebben we in het globale functiegebouw (voorgaande paragraaf) de functie van gebouwbeheer/openstelling relatief ruim gesteld (1,4 fte). Hiermee kan worden voorzien in een fulltime beheerder/ floormanager voor het Visserijmuseum en blijft er nog 0,4 fte over voor de coördinatie van gebouwbeheer en openstelling in de andere musea. Met een nog op te stellen businesscase/ondernemingsplan voor het vernieuwde Visserijmuseum zal meer duidelijkheid gegeven kunnen worden over hoe de organisatie- en exploitatieopzet er uit komt te zien.

Op basis daarvan kan dan definitief worden bepaald welke personele capaciteit nodig is en hoe die kan worden bekostigd.

| 20 | Naar een toekomstbestendig museumbestel

H4 | Samenwerking korte termijn (VMWZV) 4.1 Doorpakken op beperkt aantal sleutelprojecten In afwachting van de oprichting van een gezamenlijke Stichting Musea Sluis, waarin de kernmusea hun exploitaties bundelen, kan de samenwerking tussen de musea in West Zeeuws-Vlaanderen al worden geïntensiveerd. Die samenwerking ligt nu bij de vorig jaar opgerichte Vereniging Musea West Zeeuws Vlaanderen (VMWZV). We gaan ervan uit dat de Stichting Musea Sluis medio 2026 operationeel kan worden. Dat betekent dat uiterlijk bij de begrotingsbehandeling 2026 (november 2025) tot de noodzakelijk geachte subsidieverruiming moet worden besloten. Het is wenselijk de samenwerking in VMWZV-verband de komende twee tussenjaren verder te ontwikkelen, bij voorkeur gericht op een beperkt aantal sleutelprojecten. Ook kijkend naar wat de VMWZV al aan samenwerkingsinitiatieven heeft ontwikkeld, adviseren we de samenwerking te richten op de volgende sleutelprojecten: ● Collectieve Promotie: Tijdreis door Sluis. ● Collectief programma museumeducatie.

4.2 Collectieve Promotie: Tijdreis door Sluis Stichting Gastvrij Zeeuws-Vlaanderen heeft in overleg met de VMWZV een plan gemaakt voor een onderscheidend concept dat de musea in West Zeeuws-Vlaanderen verbindt en dat zelfstandig in de markt kan worden gezet: Tijdreis door Sluis. Met het concept Tijdreis door Sluis maakt het publiek kennis met de geschiedenis van West Zeeuws-Vlaanderen, vanaf de Romeinse tijd (Cultuurforum) via de middeleeuwen (Het Belfort), de Tachtigjarige Oorlog met Staats-Spaanse Linies (Het Bolwerk), de visserij van vroeger en nu (Visserijmuseum) en de landbouw en het boerenleven van vroeger en nu (Het Vlaemsche Erfgoed). Qua vorm wordt gedacht aan een gepersonifieerde, verhalende presentatievorm, bijvoorbeeld zoals ook de documentaireserie Oranje Nassau - het verhaal van Nederland, waarin acteur Daan Schuurmans als alwetende verteller opduikt in historische scènes en de kijker van toelichting en duiding voorziet. Een filmische aanpak is dus denkbaar, mogelijk te projecteren in een mobiele filmzaal die op drukke plekken her en der in West Zeeuws-Vlaanderen geplaatst kan worden. Dit idee kan nader worden uitgewerkt met een creatief bureau. De Tijdreis door Sluis gaat dus over de thema’s/gebeurtenissen die de kernmusea presenteren, maar kan ook worden voorzien van ‘stops’ bij andere musea.

Bijvoorbeeld op het thema ‘landbouw en het boerenleven van vroeger en nu’ kan de Tijdreis door Sluis ook Museumhuis 1912 en het Klinket aandoen. En het thema ‘West Zeeuws-Vlaanderen in WO II’ kan ook opgenomen worden in de Tijdreis door Sluis, waarbij het Bunkerpark Groede Podium en Museum Switchback worden aangedaan.

| 21 | Naar een toekomstbestendig museumbestel

Het doel van het meerjarige project Tijdreis door Sluis is te komen tot een aanbod van bijzondere verhalen over belangrijke historische gebeurtenissen, gepresenteerd in een samenhangend geheel en dat het verleden verbindt met het West Zeeuws-Vlaanderen van vandaag en van de toekomst. Met het project Tijdreis door Sluis worden de musea onder de aandacht gebracht van de inwoners, de gasten en van gastheren/ondernemers die mogelijkheden zien voor arrangementen. De inzet is de naamsbekendheid van het geheel aan musea in West Zeeuws-Vlaanderen te vergroten en meer bezoekers te trekken. Met een aantrekkelijk museumaanbod kan gewerkt worden aan het versterken van kwaliteitstoerisme en aan seizoensverlenging (spreiding in tijd) en geografische spreiding, waarbij ook het achterland van West Zeeuws-Vlaanderen beter ontsloten wordt. Het project Tijdreis door Sluis vraagt om een professionele projectorganisatie die de volgende werkzaamheden oppakt: ● Het in samenspraak met de musea selecteren van belangrijke gebeurtenissen per thema/episode/kernmuseum en het ontwikkelen van daarop gebaseerde verhalen en avonturen, inclusief verhalendragers/personages. ● Het maken van een bidbook (ontwerp + investeringsraming) voor een onderscheidend concept (filmisch, mobiele projectieruimte?) door een creatief bureau.

● Het ontwikkelen van een marketing- en communicatiestrategie met beeldmerk om Musea Sluis als één geheel in de markt te zetten. ● Het opzetten van online communicatieplatforms: website Tijdreis door Sluis, social media. ● Het opzetten van offline communicatie: gevelborden, advertenties en advertorials. De kosten van het project Tijdreis door Sluis ramen we als volgt: ● Projectleiding ● Selecteren en ontwikkelen verhalen ● Concept + bidbook Tijdreis door Sluis (filmisch met pop-up projectie?) ● Marketing- en communicatieplan (met beeldmerk en online/offline platforms) Totaal

€ 10.000,€ 10.000,€ 15.000,€ 15.000,€ 50.000,-

We adviseren de eenmalige investering van € 50.000,- als incidentele subsidie vanuit de gemeente beschikbaar te stellen. Voor de uitvoeringskosten van het ontwerp voor het (mogelijk) filmisch concept + mobiele projectieruimte kan een beroep worden gedaan op fondsen en subsidieregelingen. Het project kan gecoördineerd en uitgevoerd worden door Stichting Gastvrij Zeeuws Vlaanderen (SGZV). Wanneer uit de in gang gezette aanbesteding van de streekpromotie in West Zeeuws-Vlaanderen mocht blijken dat een andere organisatie de taken van SGZV zal overnemen, dan zal bezien moeten worden of die organisatie het project kan overnemen. Een en ander in opdracht van de VMWZV (die op termijn overgaat in de gezamenlijke exploitatiestichting Musea Sluis).

| 22 | Naar een toekomstbestendig museumbestel

4.3 Collectief programma museumeducatie Museumhuis 1912 heeft op eigen kracht (in de persoon van Josje Zuurbier) en in samenspraak met de VMWZV een pilot museumeducatie opgezet voor groep 3 en 4 van het basisonderwijs. In dit aanbod van Museumhuis 1912 worden leerlingen meegenomen naar het leven van boer Pieter en huishoudster Saartje, in het West Zeeuws-Vlaanderen van 1912. Het aanbod bestaat uit een lesbrief waarmee de leerkracht een les op school kan verzorgen, gevolgd door een bezoek aan Museumhuis 1912. Al met al een programma van 1,5 à 2 uur waarin de kinderen niet alleen inzicht krijgen hoe het leven hier ruim 100 jaar geleden was (werken, wonen, kleding, eten, spelen, naar school gaan) maar ook een beter begrip van erfgoed wordt bijgebracht: hoe je objecten, gebouwen en verhalen uit het verleden kunt restaureren, bewaren en voor het publiek kunt ontsluiten. Bijzonder is ook dat het aanbod goed is afgestemd op de leerdoelen van het onderwijs. De pilot van Museumhuis 1912 wordt zeer gewaardeerd. Inmiddels is een tweede pilot (Visserijmuseum) zo goed als af. We adviseren om door te pakken met dit bijzondere aanbod museumeducatie, waarbij op dezelfde grondslagen een educatieprogramma wordt ontwikkeld voor alle hoofdthema’s die door de musea in Sluis worden gerepresenteerd.

De inzet is dan: ● Op alle hoofdthema’s van de (kern)musea in Sluis een vergelijkbaar aanbod als dat van de pilot Museumhuis 1912. ● Niet alleen voor de groepen 3 en 4, maar ook 5, 6, 7 en 8. ● Uiteindelijk ook voor de onderbouw van het VO. Het collectieve programma museumeducatie kent een stevige samenhang met het project Tijdreis door Sluis. In feite wordt het project Tijdreis door Sluis op deze wijze voorzien van een educatieve dimensie. Het collectieve programma museumeducatie kent ook een stevige samenhang met het provinciale educatieprogramma Reizen in de Tijd, zoals dat door Erfgoed Zeeland wordt gecoördineerd. Reizen in de Tijd werkt volgens een beproefd en succesvol format, dat uitgaat van de behoefte in het onderwijs enerzijds en de verhalen en collecties van erfgoedinstellingen (zoals Musea Sluis) anderzijds. Wanneer aangesloten wordt op de overkoepelende leerlijn van Reizen in de Tijd kan dat toegang bieden tot het budget Cultuur met Kwaliteit (CmK). Het CmK-budget (rijkssubsidie OCW) blijft ook de komende jaren beschikbaar. Om het collectieve programma museumeducatie verder te ontwikkelen en uit te rollen is het wenselijk dat Josje Zuurbier tijdelijk ondersteuning krijgt van een professionele educatiemedewerker, bij voorkeur door of via de erfgoededucatie-specialisten van Erfgoed Zeeland.

Het maken van een lesbrief met lesmateriaal door een erfgoededucatie-specialist kost € 2.500,- per thema. Op twee van de vijf thema’s is inmiddels een aanbod ontwikkeld (groep 3 en 4). Op drie thema’s moet dat nog gebeuren. Hiervoor is eenmalig een bedrag van € 7.500,nodig. Daarnaast is nodig dat voor alle thema’s ook een vertaling wordt gemaakt naar de groepen 5, 6, 7 en 8. We schatten in dat dit € 2.500,- per groep kost: € 10.000,- in totaal dus. We gaan ervan uit dat de helft (€ 5.000,-) uit CmK-budget bekostigd kan worden. De andere € 5.000,- zal zelf bekostigd moeten worden. Alles bij elkaar is voor dit samenwerkingsproject een bedrag van € 12.500,- nodig. We adviseren dit bedrag als incidentele subsidie vanuit de gemeente beschikbaar te stellen.

| 23 | Naar een toekomstbestendig museumbestel

H5 | Herziening subsidiebeleid 5.1 Uitgangspunten en grondslagen Om meer lijn in het subsidiebeleid voor de musea te krijgen adviseren we om vanaf 2026 alleen de gecertificeerde musea (de kernmusea) structureel te subsidiëren. Vooralsnog gaat het om de vier kernmusea: Cultuurforum Aardenburg, Visserijmuseum Breskens, Museum Het Bolwerk en (het te verzelfstandigen) Museum Het Belfort. We adviseren er rekening mee te houden dat ook Het Vlaemsche Erfgoed tot de groep kernmusea gaat behoren. We gaan dus uit van vijf kernmusea. We stellen voor de volgende grondslagen te hanteren voor de beleidsperiode 2025-2028: ● Gemeente subsidieert: ○ huisvestingslasten (100%); ○ personele lasten (tot 1 fte per kernmuseum); ○ organisatiekosten (100%). ● De museumstichtingen dragen zelf zorg voor de bekostiging van: ○ publieksactiviteiten (tentoonstellingen, educatie, lezingen, publicaties); ○ marketingcommunicatie-activiteiten. ● Positief exploitatieresultaat mag worden benut voor reservering voor vervangingsinvesteringen in de museale inrichting en voor het vormen van een weerstandsreserve (tot 15% van de jaaromzet). Subsidiebedragen worden geïndexeerd op basis van de CBS-index, daarnaast is het wenselijk om na vier jaar te evalueren (2028). Met bovenstaande grondslagen gaan de kernmusea er financieel op vooruit. Dat is ook nodig om op vlieghoogte te komen.

Aan de subsidieverlening zal de voorwaarde verbonden moeten worden dat de kernmusea mee zullen gaan in de bundeling van exploitaties in de gezamenlijke Stichting Musea Sluis. Deze constructie zal ertoe leiden dat de musea na verloop van enkele jaren substantieel meer bezoekers zullen trekken en daarmee ook aanzienlijk meer eigen inkomsten zullen genereren. De evaluatie in 2028 is er onder andere op gericht om vast te stellen hoe het met de ontwikkeling van bezoekersaantallen en eigen inkomsten - ook uit fondsenwerving - gaat. Wanneer die positief is, kan dat aanleiding zijn om de subsidies voor een volgende beleidsperiode (2029-2032) te verlagen. Het is reëel om ervan uit te gaan dat de musea in Sluis - de kernmusea voorop - beter gaan presteren wanneer hun presentatie, huisvesting en organisatie op orde zijn en er sprake is van een gebundelde professionele werkorganisatie met specifieke expertises. Cultuurhistorische musea in Nederland slagen er steeds beter in meer bezoekers te trekken en meer eigen inkomsten te genereren. Inmiddels ligt de verhouding subsidie : eigen inkomsten bij cultuurhistorische musea op gemiddeld twee derde deel exploitatiesubsidie en een derde deel eigen inkomsten. Voor de kernmusea in Sluis ligt dat op dit moment ongeveer op driekwart subsidie en een kwart eigen inkomsten.

Voor de gebundelde organisatie Stichting Musea Sluis moet het mogelijk zijn om vanaf de oprichting in 2026 naar het landelijk gemiddelde te groeien (twee derde subsidie : een derde eigen inkomsten).

| 24 | Naar een toekomstbestendig museumbestel

In het licht van het nieuwe museumbeleid zoals we dat in dit advies voorstellen, is met de musea alvast gekeken naar de begroting 2025. Op basis van de bovengenoemde subsidiegrondslagen zou de subsidieverlening in 2025 er als volgt uitzien:

Begroting 2025 kernmusea

Visserijmuseum

Cultuurforum

Het Bolwerk

Vlaemsche Erfgoed

Het Belfort

Totaal

Voor rekening gemeente Huisvesting

31.000

11.000

40.000

7.000

0

89.000

Personeel (inclusief vrijwilligers)

69.000

89.000

35.000

25.000

10.000

228.000

Organisatie

6.000

5.000

10.000

3.000

20.000

44.000

Subsidiabele kosten

106.000

105.000

85.000

35.000

30.000

361.000

Af: eigen bijdrage 2025

-38.000

0

0

0

0

-38.000

Exploitatiebijdrage 2025

68.000

105.000

85.000

35.000

30.000

323.000

Subsidie 2024

-14.000

-93.000

-58.000

-8.000

-30.000 -203.000

Aanvullende subsidie 2025

54.000

12.000

27.000

27.000

0

120.000

10.000

20.000

4.000

9.000

43.000

Voor rekening kernmusea Activiteiten PR/Communicatie

7.000

2.000

5.000

5.000

Inzet eigen middelen musea

7.000

12.000

25.000

9.000

9.000

62.000

19.000

Eigen inkomsten

32.000

20.000

20.000

18.000

25.000

115.000

Resultaat/reservevorming

25.000

8.000

-5.000

9.000

16.000

53.000

Ten opzichte van de subsidies 2024 is op basis van de voorgestelde subsidiegrondslag in 2025 een aanvullende exploitatiesubsidie nodig van in totaal € 120.000,-. Aan de inkomstenkant is sprake van een plus van € 53.000,-, die in hoofdzaak wordt gerealiseerd door het Visserijmuseum. Voor het Visserijmuseum moet nog een ondernemingsplan worden opgesteld voor de nieuwe situatie. Verwacht mag worden dat de plus in het exploitatieresultaat 2025 hard nodig zal zijn om de exploitatie voor het vernieuwde museum in de Visserij-experience sluitend te krijgen.

5.2 Financiële effecten meerjarig Het nieuwe museumbeleid zoals voorgesteld in dit beleidsplan Musea 2025-2028 vraagt dan van de gemeente om de volgende meerjarige subsidieverruiming: ● ● ●

M.i.v. 2025 herijking grondslagen subsidiebeleid kernmusea M.i.v. 2026 uitbreiding naar 5 fte kernmusea (2 fte erbij) Totaal benodigde subsidieverruiming

€ 120.000,€ 150.000,€ 270.000,-

Met een gebundelde, professionele museumorganisatie, verbeteringen in de respectievelijke museumpresentaties, wisseltentoonstellingen van goede kwaliteit, een professionele marketing- en communicatie-aanpak waarmee ook een instrument als de Museumkaart goed kan worden bespeeld, is aan de belangrijkste randvoorwaarden voldaan om meer bezoekers te trekken.

| 25 | Naar een toekomstbestendig museumbestel

Op dit moment trekken de vijf kernmusea bij elkaar zo’n 33.000 bezoekers per jaar. De gemiddelde opbrengst per museumkaartje is nu € 3,337. Hiermee bedraagt het totaal aan inkomsten uit entreegelden momenteel € 110.000,-. Er mag vanuit worden gegaan dat met de genoemde maatregelen het aantal museumbezoekers vanaf 2026 substantieel gaat stijgen. Alleen al het nieuwe Visserijmuseum als onderdeel van de Visserij Experience zal een flinke groei in bezoekersaantallen te zien geven. Een stijging tot zo’n 50.000 bezoekers vanaf 2029 voor Musea Sluis is naar onze mening realistisch. Met een verbeterd museaal aanbod mogen ook de entreeprijzen wat duurder worden gemaakt; we gaan uit van een gemiddelde opbrengst van € 5,- per bezoeker. Dit betekent dat vanaf 2029 Musea Sluis zo’n € 250.000,aan inkomsten uit entreegelden kan realiseren; dat is zo’n € 130.000,- meer dan in de huidige situatie. Ook de inkomsten uit winkelverkoop en horeca zullen enigszins stijgen. We denken dat deze stijging van de publieksinkomsten ongeveer de helft zal bedragen van wat nu aan meerjarige subsidieverruiming nodig is. Anders geformuleerd: waar voor de onderhavige beleidsperiode 2025-2028 een subsidieverruiming van € 270.000,- nodig is om de kernmusea/Musea Sluis op vlieghoogte te brengen, kan de subsidieverruiming vanaf 2029 met ongeveer de helft weer worden verlaagd.

5.3 Subsidiesystematiek Subsidieverlening steeds voor vier jaar We adviseren de subsidieverlening meerjarig te maken, steeds in periodes van vier jaar. Weliswaar beperkt het budgetrecht van de gemeenteraad zich formeel tot één jaar, maar de gemeente kan wel de verplichting aangaan dat de subsidie voor vier jaar wordt afgesproken, onder het voorbehoud dat zich geen bijzondere onvoorziene omstandigheden voordoen. Subsidiebeschikkingen blijven op jaarlijkse basis worden afgegeven, steeds nadat de raad de begroting voor het volgende jaar heeft vastgesteld. Toewerken naar exploitatiesubsidies Het is wenselijk uiteindelijk te werken met exploitatiesubsidies. Dat wil zeggen dat de kernmusea (op te gaan in de Stichting Musea Sluis) in hun meerjarenbegroting aangeven welke kosten zij verwachten en welke (eigen) inkomsten. Het exploitatietekort dat daarmee inzichtelijk is gemaakt zal door een gemeentelijke subsidie moeten worden afgedekt. De subsidies aan de kernmusea worden dus verleend in het tekort. Daarmee is sprake van exploitatiesubsidie, steeds af te spreken voor een beleidsperiode van vier jaar. Aan de subsidieverlening kunnen voorwaarden worden verbonden. Naast formele voorwaarden ten aanzien van rechtmatigheid en doelmatigheid kunnen voorwaarden worden opgenomen ten aanzien van publieksbereik, bedrijfsvoering en governance.

Een belangrijke voorwaarde die zal moeten worden gesteld is dat de musea mee zullen werken aan de beoogde bundeling van museumexploitaties in de Stichting Musea Sluis.

7

Het gemiddelde voltarief van de 5 kernmusea bedraagt nu € 5,5

| 26 | Naar een toekomstbestendig museumbestel

Vaste cyclus ● In het jaar voorafgaand aan een nieuwe beleidsperiode wordt het museumbeleid van de gemeente herijkt. Dat hoeft niet elke vier jaar een compleet nieuw beleid te zijn, maar wel een actualisatie. ● De kernmusea (later de Stichting Musea Sluis) stellen een hierop gebaseerd instellingsbeleidsplan op voor de volgende beleidsperiode. ● Gemeentebeleid + instellingsbeleid vormen de basis voor subsidieafspraken voor een volgende beleidsperiode van vier jaar. ● In het jaarverslag en de jaarrekening wordt expliciet verantwoording afgelegd over de gemaakte subsidieafspraken. ● Gemeente en instelling hebben een halfjaarlijks bestuurlijk overleg om de uitvoering van de subsidieafspraken te monitoren.

| 27 | Naar een toekomstbestendig museumbestel

H6 | Verzelfstandiging Museum Het Belfort 6.1 Huidige situatie Huisvesting en ruimtegebruik Het prachtige Belfort in de kern Sluis is eigendom van de gemeente en wordt door de gemeente gebruikt als: ● Raadszaal, met ondersteunende ruimten zoals de koffiekamer, de bodekamer, toiletten en opslag. ● Bureau van de parkeerpolitie. ● Museum Het Belfort, onder andere met vaste museale presentaties op de eerste verdieping (verhaal van het Belfort en Sluis in de late middeleeuwen) en de tweede verdieping (het verhaal van de neerlandicus Van Dale, bekend van de woordenboeken) en een depot op de zolderverdieping. ● Trouwlocatie. Het gebouw kent nog andere gebruikers: ● Incidenteel gebruik: Stichting J.H. van Dale met een kunst- en cultuurprogramma bestaande uit concerten (raadszaal), tentoonstellingen (raadskelder), literaire en educatieve activiteiten op de tweede verdieping. ● Vaste verhuur: bureau van de Sluise Middenstandsvereniging (SMV). Verschillende ruimtes worden door meerdere partijen gebruikt: ● De raadszaal wordt gebruikt door: ○ De gemeenteraad (hoofdgebruiker) ○ Stichting J.H. van Dale voor concerten en lezingen ○ Museum Het Belfort; raadszaal als onderdeel van de museumroute ● De raadskelder wordt gebruikt door: ○ Stichting J.H.

van Dale voor tentoonstellingen (42 weken per jaar) ○ Museum Het Belfort: optie voor tentoonstellingen (10 weken per jaar) ● Facilitaire ruimten: ○ Entree ○ Koffiekamer ○ Toiletten Bezien vanuit de museale functie maakt Museum Het Belfort gebruik van de volgende ruimten: ● Entree ● Raadszaal (museumroute voert door de raadszaal met onder andere enkele historische schilderijen). ● Verdiepingsvloer 1: vaste museale presentatie over de geschiedenis van het Belfort en Sluis en de achterliggende burgemeesterskamer. ● Verdiepingsvloer 2: vaste museale presentatie over Van Dale, tevens ruimte voor educatieve activiteiten. ● Beklimming toren met uitzicht over de stad en West Zeeuws-Vlaanderen. ● Zolder: depot.

| 28 | Naar een toekomstbestendig museumbestel

●

Raadskelder: hier kan het museum (cultuurhistorische) tentoonstellingen presenteren. Helaas maakt het museum daar geen gebruik van vanwege personeelskrapte.

Het museum is de grootste gebruiker. Ruim de helft van het gebouw is in gebruik voor de museale functie. De andere gebruikers (functie gemeenteraad, Stichting J.H. van Dale, parkeerpolitie en SMV) vormen bij elkaar de andere helft van het gebruik. Beheer en onderhoud De gemeente draagt zorg voor het groot onderhoud middels een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP). Het gebouw wordt goed onderhouden. Het dagelijks beheer van het gebouw wordt ook door de gemeente verzorgd. Dit beheer heeft onder andere betrekking op openstelling, roosteren van activiteiten, klein onderhoud, schoonmaak, contractbeheer nutsvoorzieningen, ICT, verzekeringen, et cetera. Voor wat betreft de technische en administratieve kant van beheer en onderhoud is de situatie goed op orde. Ten aanzien van het roosteren, openstelling en het dagelijks beheer ligt de situatie lastiger. Met de verschillende gebruikers en de verschillende gebruiksfuncties - vaak in dezelfde ruimte - is het dagelijks beheer van het gebouw een complexe opgave. Met het beheer en onderhoud van de museale inrichting is het minder goed gesteld. De vaste museale presentatie is inmiddels meer dan tien jaar oud en doet enigszins gedateerd aan, zowel op de eerste verdieping als op de tweede verdieping. Het is wenselijk de vaste opstelling van een upgrade te voorzien.

Met betrekking tot de situatie ten aanzien van het beheer en onderhoud van de museale collectie - het collectiebeheer dus - is de situatie zorgelijk: ● De zolderverdieping staat vol met objecten en schilderijen, te vol. Er wordt sinds enkele jaren gebruikgemaakt van een extra ruimte in het gemeentehuis in Oostburg, maar deze ruimte komt te vervallen. ● De collectie is slechts gedeeltelijk geregistreerd. Het museum voldoet op dit punt niet aan de landelijke Museumnorm. Dit heeft als risico dat in geval van een inspectie Museum Het Belfort uit het landelijke Museumregister wordt gezet en bijgevolg geen gebruik meer kan maken van de Museumkaart. En dat zal gevolgen hebben voor bezoekersaantallen en inkomsten uit entreegelden. ● Het gebrek aan collectiebeheer valt terug te voeren op het gebrek aan personele capaciteit. Organisatie en exploitatie Museum Belfort is in 2014 gestart met 0,5 fte aan personele bezetting voor museale zaken. In de praktijk beschikt Museum Het Belfort slechts over een museumcoördinator voor 8 uur per week (0,2 fte). Daarnaast zijn er enkele vrijwilligers die de entree bemensen (kaartverkoop) en beperkt als zaalwacht kunnen fungeren. Verder lift het museum mee op de formatie van de bodes voor het dagelijks beheer.

| 29 | Naar een toekomstbestendig museumbestel

Kosten

Bedrag

Personeelskosten

10.000

Exploitatiekosten zonder huisvestingskosten

29.000

Huisvestingskosten (50% van totale huisvestingslasten)

72.500

Totaal

101.500

Opbrengsten Entreegelden

25.000

6.2 Verzelfstandigen of overdracht museaal gebruik? BMC Cultuur & Erfgoed heeft de afgelopen jaren verschillende verzelfstandigingstrajecten van musea begeleid: In Venlo hebben we de gemeente begeleid met de verzelfstandiging van Museum van Bommel van Dam. In Oss ging het om Museum Jan Cunen en in Breda hebben we de verzelfstandiging van Breda’s Museum (en de samenvoeging met Museum of the Image (Moti) tot Stedelijk Museum Breda) begeleid. Uit ervaring weten we dat verzelfstandigingstrajecten complex en tijdrovend zijn. Kort samengevat moeten bij een verzelfstandiging de volgende stappen worden gezet: ● Inventarisatie van toe te rekenen (en over te hevelen) overheadkosten (HRM, automatisering, verzekeringen, financiële administratie, bureaukosten, inkoop). ● Uitsplitsing van huisvestingslasten in eigenaarsdeel (waaronder afschrijvingen en MJOP) en gebruikersdeel. En een hierop gebaseerd voorstel voor huurlasten (ervan uitgaande dat het gebouw eigendom blijft van de gemeente). ● Organisatieopzet: governance (rechtsvorm en bestuursmodel) en organisatiemodel (professionele kernorganisatie met vrijwilligers). ● Collectiebeleid en model bruikleenovereenkomst (ervan uitgaande dat de collectie gemeentelijk eigendom blijft). ● Rechtspositionele consequenties voor de zittende medewerker(s) (ervan uitgaande dat deze overstappen naar de nieuw op te richten rechtspersoon).

● Mee te geven weerstandsreserve (meestal eenmalig 15% van de jaaromzet). ● Globale exploitatieopzet met meerjarenbegroting. ● Opstellen profielschetsen en werven nieuwe bestuursleden. ● Oprichten stichting. ● Opstellen en tekenen overeenkomsten (overeenkomst van overdracht, subsidieovereenkomst, bruikleenovereenkomst collectie, huurovereenkomst gebouw). We adviseren Museum Het Belfort daadwerkelijk te verzelfstandigen. De beste oplossing daarvoor is dat het museum als een van de vijf kernmusea opgenomen wordt in de nieuwe gezamenlijke exploitatiestichting Musea Sluis. Dat kan met ingang van 2026 wanneer de nieuwe stichting is opgericht. Desgewenst kan de verzelfstandiging ook al in 2025 worden ingezet door gebruik te maken van het aanbod van Stichting Cultuurforum Aardenburg om zorg te dragen voor de exploitatie van Museum Het Belfort tot het moment dat de exploitatieverantwoordelijkheid van de vijf kernmusea, dus inclusief Museum Het Belfort, bij de nieuwe gezamenlijke exploitatiestichting (Musea Sluis) komt te liggen.

| 30 | Naar een toekomstbestendig museumbestel

In beide gevallen zal de gemeente de thans beschikbare middelen voor de museumexploitatie moeten overdragen aan de nieuwe exploitant. We adviseren de kosten voor de huisvesting en daarmee samenhangende werkzaamheden op het gebied van beheer en onderhoud niet over te hevelen, maar onder de verantwoordelijkheid van de gemeente te houden. Dit is beter omdat er verschillende gebruikers in Het Belfort zijn, waaronder de gemeente zelf. Verzelfstandiging van Museum Het Belfort heeft derhalve betrekking op het overhevelen van de exploitatieverantwoordelijkheid met de volgende taken: ● Openstellen van het museum op basis van de huidige openingstijden. ● Collectiebeheer. ● Zorgdragen voor periodieke upgrades van de vaste presentatie. ● Zorgdragen voor minimaal één wisseltentoonstelling per jaar. ● Ontwikkelen museumeducatie. ● Marketingcommunicatie. ● Ontwikkelen en uitvoeren museumbeleid. ● Fondsenwerving voor upgrades van de museale inrichting. ● Onderhouden van de subsidierelatie met de gemeente. In het kader van de verzelfstandiging zal aan personeelskosten 1 fte worden overgeheveld (nieuwe lijn: 1 fte per kernmuseum), aangevuld met het bedrag van de overige exploitatiekosten (minus huisvestingskosten).

In concrete bedragen betekent dat de volgende bedragen beschikbaar worden gesteld aan de nieuwe exploitant: ● 1 fte personeel € 70.000,● Overige exploitatiekosten € 29.000,● Totaal € 99.000,Verzelfstandiging van Museum Het Belfort naar Stichting Musea Sluis (per 2026), al dan niet via een tussenjaar met Cultuurforum Aardenburg, kent als belangrijke voordelen: ● De verantwoordelijkheid voor de huisvesting, niet alleen het eigenaarsdeel van groot onderhoud, maar ook het gebruikersdeel van de huisvesting (schoonmaak, verzekering, energie, water, klein onderhoud, et cetera) blijft bij de gemeente. Dat scheelt veel uitzoekwerk en demarcatiediscussies over wie waarvoor verantwoordelijk is. Dat is bij verzelfstandigingstrajecten altijd een enorme kluif, zeker in het geval van het Belfort, omdat hier verschillende gebruikers gebruikmaken van dezelfde ruimten. ● Qua governance voorziet het voorstel in het praktische voordeel dat er geen nieuwe stichting Museum Het Belfort moet worden opgericht, waarvoor weer nieuwe bestuursleden moeten worden geworven. Het voorstel past goed in het streven om juist naar minder organisaties toe te gaan.

Om de overdracht van de museumfunctie goed te laten verlopen zullen enkele overeenkomsten moeten worden opgesteld: ● Overeenkomst van overdracht waarin beschreven wordt wat de museumfunctie van het Belfort behelst, welke taken Stichting Musea Sluis (ofwel eerst Cultuurforum Aardenburg) daartoe zal vervullen, welke rechten en plichten daarbij komen kijken en welke middelen de gemeente daarvoor beschikbaar stelt. ● Een bruikleenovereenkomst met daarin een beschrijving van de collectie die in beheer wordt gegeven (uitputtende objectenlijst), aan welke minimale eisen het collectiebeheer zal voldoen en afspraken over ontzamelen en verzamelen.

| 31 | Naar een toekomstbestendig museumbestel

●

Op termijn kan een huurovereenkomst worden overwogen, maar dan zal eerst een goede uitsplitsing van gebruikerslasten gemaakt moeten worden op basis waarvan een huurprijs kan worden bepaald. Ook zal een demarcatie gemaakt moeten worden van waar de gemeente als eigenaar/verhuurder qua beheer en onderhoud toe gehouden is en wat voor rekening van de gebruiker/huurder komt. We adviseren dat pas in een later stadium te doen.

In geval gekozen wordt om gebruik te maken van het aanbod van Cultuurforum Aardenburg zal aan de overdracht de expliciete voorwaarde moeten worden verbonden dat Stichting Cultuurforum zal meewerken aan de bundeling van museumexploitaties in de gezamenlijke Stichting Musea Sluis. Bij de overdracht van de museumfunctie aan Stichting Musea Sluis (eventueel voorafgegaan met een tussenjaar bij Cultuurforum Aardenburg) is het wat ons betreft wenselijk meteen de volgende punten te regelen: ● De gemeente schrijft af op de inrichting, ook de museale inrichting. Sinds 2014 is daarmee een bescheiden reservering gevormd van afgerond € 32.000,-. Conform het voorgestelde beleid in dit beleidsplan zijn de (kern)musea/Musea Sluis verantwoordelijk voor alles wat met de publieksfunctie te maken heeft, ook de verantwoordelijkheid voor de vaste museale inrichting. We adviseren het gereserveerde bedrag mee te geven bij de overdracht. NB: De jaarlijkse afschrijving voor de museale inrichting valt vanaf het moment van overdracht vrij in het voordeel van de gemeente. ● Museale route door de raadszaal. In de praktijk blijkt dit beheersmatig een lastige situatie. Ook denken we dat de bezoekerservaring niet optimaal is met de moderne raadszaalinrichting. We adviseren een bezoek aan de raadszaal los te koppelen van het museumbezoek.

Hoogstens kan een eigentijdse presentatie bij het hek van de ingang van de raadszaal worden gerealiseerd. Het maakt de beleving juist spannender wanneer het museumpubliek door het (historische) hekwerk een ‘glimp van het bestuurscentrum van een eens machtige stad’ kan zien. ● De entreepartij van het Belfort (destijds de huisvesting van de VVV) zou eveneens een upgrade mogen krijgen, niet alleen ten behoeve van het museum, maar voor iedereen die langs deze ingang binnenkomt. En het zou interessant zijn te kijken of Gastvrij Zeeuws Vlaanderen hier huisvesting kan krijgen, in ruil voor bemensing van de balie, al dan niet met ondersteuning van een vrijwilligersgroep. Gastvrij heeft aangegeven hierover graag in gesprek te gaan.

| 32 | Naar een toekomstbestendig museumbestel

Bijlage 1 | Overzicht voorstel incidentele subsidies Museum

Maatregel

Bedrag

Visserijmuseum/ Visserij Experience

Bidbook + businesscase Fondsenwerver + projectleider

PM planontwikkeling Havengebied Breskens

Museum Het Belfort

Bidbook actualisering inrichting

€ 25.000,-

Cultuurforum

Bidbook invulling verdieping

€ 15.000,-

Het Vlaemsche Erfgoed

Traject Museumregistratie

€ 25.000,-

Het Klinket

Realiseren museale presentatie collect € 30.000,- (cf afspraak)

Museum Het Belfort en Visserij Experience

Traject collectieregistratie, collectiebeheer, ontzamelen, Museumregistratie

€ 15.000,-

Bunkerpark

Upgrade toegankelijkheid, displays, audiopalen

PM Afdeling Vastgoed

VMWZV

Project Tijdreis door Sluis

€ 50.000,-

VMWZV

Project museumeducatie

€ 12.500,-

Stichting Musea Sluis

Kwartiermaker

€ 25.000,-

Museumhuis 1912

Afkoop waarderingssubsidie

€

Totaal

| 33 | Naar een toekomstbestendig museumbestel

5.000,-

€ 202.500,-

BMC Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort Postbus 490 3800 AL Amersfoort (033) 496 52 00 info@bmc.nl www.bmc.nl KvK BMC Advies 32078667 IBAN NL91 ABNA 0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01

Colofon 18 september 2024 Classificatie

:

Intern gebruik

Naam adviseur

:

Marco van Vulpen

Kenmerknummer

:

PO041204-2470

| 34 | Naar een toekomstbestendig museumbestel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=994d1ef9-015c-4791-9d89-4ee589dfd6fb